managing21.be

Managing21: een blik op het heden en de toekomst van de economie.

Amerikaanse Cuba-embargo staat op wankelen

Posted by managing21 on augustus 14th, 2006

In de Verenigde Staten wordt met argusogen gevolgd hoe het verder evolueert met de gezondheidstoestand van de Cubaanse leider Fidel Castro. De Amerikaanse belangen zijn immers bijzonder groot, want Cuba lijkt de rangen van de grote olieproducerende mogendheden te kunnen vervoegen. Dan begint volgens velen het hele embargobeleid van de Verenigde Staten tegenover het communistische eiland te wankelen.

De Verenigde Staten hebben sinds 1961 een handelsembargo opgelegd tegenover Cuba, maar het is er nooit in geslaagd om de macht van Fidel Castro te kunnen verslappen. Het heeft de Verenigde Staten daarentegen ook weinig strategische of economische nadelen berokkend. “Maar dat zou kunnen veranderen,” waarschuwt het persbureau Associated Press. “Steeds meer analisten stellen dat de Verenigde Staten dat handelsembargo de volgende decennia duur zal betalen.”

De reden daarvoor is volgens analisten de oliemarkt. “In het North Cuba Basin zijn inmiddels aanzienlijke olievoorraden gevonden,” merken ze op. “Bedrijven uit China, India, Noorwegen, Spanje, Canada, Venezuela en Brazilië hebben al duidelijk interesse laten blijken. “Dat heeft ook in de Verenigde Staten de vraag doen oprijzen of het embargo eindelijk niet moet opgeheven worden, gezien de groeiende Amerikaanse nood aan energie, de wereldwijd groeiende vraag en de gestegen energieprijzen.”

Volgens Jonathan Benjamin-Alvarado, een expert op het gebied van energie en politiek aan de University of Omaha, zal de nood van de Verenigde Staten aan olie snel zorgen voor een fundamentele veranderingen in de relaties tussen Washington en Havana. “Ik ben altijd een voorstander geweest van het embargo, tot het ons zou beginnen te kosten,” vertelde hij. “Die tijd is nu bijna aangebroken.”

Ook andere experts stellen dat Cubaanse olie het embargo absurd en duur zou maken. “Gaan we andere landen die olie laten verwerven?” vroeg Kirby Jones, voorzitter van de U.S.-Cuba Trade Association. “Of zullen we onze strategische belangen laten voorgaan en erkennen dat er in de buurt van onze kusten een grote voorraad olie aanwezig is die ontgonnen zal worden?”

Cuba heeft ook de voorbije decennia naar olie gezocht, maar dat is niet altijd een succes geweest. Het Varadero Oil Field, ontdekt in 1971, levert ongeveer veertig procent van de totale Cubaanse productie. Het produceert ongeveer 75.000 vaten van slechte kwaliteit per dag. In juli 2004 ontdekten de Spaanse olieproducent Repsol-YPF en het Cubaanse staatsbedrijf Cuput in de Straat van Florida echter vijf velden van hoge kwaliteit. Het zou daarbij gaan om 9,3 miljard vaten ruwe olie en 7 miljard kubiele meter gas.

Cuba verdeelde het gebied van 120.000 vierkante meter in 59 exploratieblokken en nodige vervolgens buitenlandse oliebedrijven uit om samenwerkingsovereenkomsten te sluiten voor de exploitatie van het gebied. Een aantal bedrijven heeft inmiddels al een overeenkomst afgesloten met de Cubaanse overheid. Inmiddels hebben een aantal Amerikaanse politici ook al voorgesteld om olie uit het Cubaanse handelsembargo te halen.

Maar conservatieve collega’s stellen dat zoiets het embargo helemaal onderuit zou halen en het meteen ook onmogelijk zou maken om Cuba op andere gebieden – zoals mensenrechten – onder druk te zetten. Deze conservatieven zijn echter meteen ook de belangrijkste achterban van president George W. Bush. Zij krijgen ook steun van milieubeschermen, die vrezen dat de ontginning de beroemde Everglades en de kusten van Florida zouden kunnen bedreigen.

Sommige Amerikaanse politici willen zelfs voorstellen om visa te weigeren aan toplui van buitenlandse bedrijven die in Cubaanse wateren naar olie zoeken. Er wordt nu gekeken naar de novemberverkiezingen in november, die eventueel tot een duidelijker beeld zouden kunnen leiden. “Amerikaanse olieproducenten zouden het embargo graag versoepeld zien, maar durven daar voorlopig nog geen sterk standpunt over innemen,” wordt er opgemerkt.

Het duurt echter nog vijf jaar vooraleer de Cubaanse reserves daadwerkelijk kunnen worden geëxploiteerd. Bovendien moet er ook gezorgd worden voor infrastructuur die voor de verwerking kan zorgen, want zonder dergelijke installaties is ruwe olie volgens de experts niets waard. Er moeten immers havens, raffinaderijen en andere infrastructuur worden aangelegd. De Venezolaanse olieproducent PDVSA heeft echter al een overeenkomst gesloten om de oude Russische raffinaderij van Cienfuegos in Cuba te moderniseren.

“Elke dag uitstel betekent een daling van de Amerikaanse kansen om van deze mogelijkheden nog te kunnen profiteren,” aldus Benjamin-Alvarado. “Indien Cuba de mogelijkheid heeft om met boren te kunnen beginnen, zullen de Verenigde Staten buiten spel staan.”