managing21.be

Managing21: een blik op het heden en de toekomst van de economie.

Europeanen tonen weinig begrip voor verbod op auto’s met verbrandingsmotoren

Posted by managing21 on maart 15th, 2024

Het verbod op de verkoop van nieuwe auto’s met verbrandingsmotoren dat de Europese Unie in 2035 wil invoeren, is bij de Europese burgers de minst populaire maatregel tegen de klimaatverandering. Dat geldt zelfs voor kiezers van centrumlinkse partijen. Dat blijkt uit een onderzoek van wetenschappers aan de Universiteit van Oxford, de Humboldt Universiteit van Berlijn en de Hertie School van Berlijn bij 15.000 respondenten in Duitsland, Frankrijk en Polen, waarbij de mening van de ondervraagden over veertig mogelijke klimaatmaatregelen werd gevraagd.

In 2023 namen de lidstaten van de Europese Unie en het Europees Parlement een de facto verbod op de verkoop van nieuwe auto’s op benzine en diesel vanaf 2035 aan. Dan worden de toegestane uitlaatemissies immers tot nul gereduceerd, met een uitzondering voor voertuigen die uitsluitend op klimaatneutrale brandstoffen rijden. De uitvoering van deze nieuwe wet laat nog wel op zich wachten.

Klimaatmaatregelen worden door de Europese burgers op gemengde gevoelens onthaald. – Foto: mah

Dit beleid blijkt bij de Europese burgers echter op weinig steun te kunnen rekenen. Het onderzoek toonde immers dat het verbod op de verkoop van voertuigen met verbrandingsmotoren zowel in Duitsland, Polen als Frankrijk op het grootste gebrek aan begrip botste. In Duitsland en Polen stonden hogere heffingen op de uitstoot van koolstofdioxide op de tweede plaats. In Frankrijk werd het verbod op verbrandingsmotoren gevolgd door tolheffingen die voor alle auto’s, op uitzondering van elektrische voertuigen, zouden worden ingevoerd.

Last bij overheid

Hoewel de ontevredenheid over het verbod op de verkoop van verbrandingsmotoren het grootst is onder kiezers van extreemrechts, verspreidt het verzet zich volgens het onderzoek over de verschillende politieke kampen, waardoor de maatregel ook de minst populaire optie is onder potentiële kiezers van centrumlinkse partijen zoals de Sozialdemokratische Partei Deutschlands (SPD) in Duitsland, de Lewica in Polen en de Parti Socialiste in Frankrijk.

Aan de andere kant van het spectrum zijn de meest populaire maatregelen onder meer hogere overheidsinvesteringen in het openbaar vervoer (Duitsland), een overgang naar milieuvriendelijke verwarming in openbare gebouwen (Frankrijk, Polen) en andere maatregelen die de last bij de overheid en grote bedrijven leggen, in plaats van bij de consument.

“Er blijft een breed spectrum van maatregelen die de bevolking beter vindt dan op het gebied van klimaatbeleid passief te blijven”, verduidelijkt onderzoeker Nils Redeker. “Dit spectrum wordt sterk gedomineerd door groene investeringen en industriële beleidsmaatregelen. Er zijn ook een aantal regelgevende interventies die populair zijn, bijvoorbeeld dingen als groene normen voor energieproductie, groene normen voor de industrie, maar ook zeer gerichte interventies zoals een verbod op korteafstandsvluchten of privéjets. Deze regelgeving kan op een voldoende populariteit rekenen, vooral wanneer de ingrepen de mensen niet direct in hun dagelijks leven raakt.”

Verkeerde diagnose

Toch verwierpen de auteurs de indruk van een brede terugslag tegen klimaatmaatregelen. “Zelfs na vijf jaar van zware Europese beleidsfocus op klimaatregulering en ondanks de hoge inflatie, een moeilijke economische context en dringende veiligheidskwesties, zouden de meeste kiezers nog steeds een ambitieuzer klimaatbeleid steunen”, merken de onderzoekers op. “Een Europese verkiezingscampagne waarin partijen elkaar proberen te overbieden bij het terugschroeven van de klimaatambities, zou gewoon een verkeerde diagnose van de standpunten van de kiezers betekenen.”

In plaats daarvan spraken de auteurs zich uit voor een grotere focus op overheidsinvesteringen, bijvoorbeeld door middel van een Europees fonds voor industriebeleid, dat zich zou kunnen richten op groene investeringen, maar ook tot doel zou hebben de economische afhankelijkheid van derde landen te verminderen en het concurrentievermogen van de Europese industrieën te beschermen. “Hier zal het belangrijk zijn om de financieringskwestie te beantwoorden”, stelde onderzoeker Jannik Jansen.

Bij de grotendeels impopulaire maatregelen, zoals hogere uitstootheffingen op benzine en diesel, zijn de auteurs van mening dat een herverdeling van de inkomsten, vooral naar de huishoudens met de laagste inkomens, de publieke onvrede zou kunnen verminderen. “Hier zien we een consensus in de drie landen en ook over de partijgrenzen heen dat deze inkomsten licht progressief moeten worden herverdeeld,” beklemtoonde Jansen. “Dit betekent dat huishoudens met een laag of middeninkomen een hoger percentage moeten ontvangen”.

Een herverdeling per hoofd van de bevolking – een klimaatbonus waarbij elke burger een vast bedrag in een keer zou ontvangen en die in Duitsland wordt bepleit door Die Grünen en de Freie Demokratische Partei, zou volgens Jansen echter verrassend impopulair zijn.

Meer over dit onderwerp: