managing21.be

Managing21: een blik op het heden en de toekomst van de economie.

Archive for the 'milieu' Category

Verenigde Staten klaar voor vergunningen diepzeemijnbouw

Posted by managing21 on 16th september 2026

De Verenigde Staten verwachten binnen enkele maanden vergunningen te kunnen afgeven voor diepzeemijnbouw. Dat heeft Doug Burgum, Amerikaan minister van binnenlandse zaken, tijdens een bijeenkomst van G20-ministers van energie in Houston. De stap maakt deel uit van een bredere strategie om de toegang van de Verenigde Staten tot kritieke grondstoffen te vergroten.

Volgens Burgum werkt de Amerikaanse regering aan een beleid van energie-uitbreiding om de toeleveringsketens voor de Verenigde Staten en zijn bondgenoten te versterken. Sinds zijn terugkeer in het Witte Huis vorig jaar heeft de Amerikaanse president Donald Trump verschillende maatregelen genomen om de nog jonge sector van diepzeemijnbouw te stimuleren. Tot op heden zijn echter nog geen operationele vergunningen verleend. Milieuorganisaties reageren bezorgd op de mogelijkheid dat diepzeemijnbouw van start gaat. Zij vrezen dat de activiteiten kunnen leiden tot onomkeerbare schade aan mariene ecosystemen en verlies van biodiversiteit.

In delen van de Stille Oceaan en andere zeegebieden bevinden zich naar schatting grote hoeveelheden polymetallische nodules. Dat zijn aardappelvormige gesteenten die waardevolle metalen bevatten. Deze grondstoffen worden gebruikt in onder meer elektrische voertuigen, wapensystemen en elektronische apparatuur. “Die nodules liggen op de zeebodem en hoeven in feite alleen maar te worden opgezogen”, benadrukte Burgum. “Ze bevatten de kritieke mineralen die we nodig hebben. Een gevarieerde, veilige en betaalbare aanvoer van deze grondstoffen is van strategisch belang.”

De toegang van de Verenigde Staten tot kritieke mineralen, met name grondstoffen die door Chinese bedrijven worden verwerkt, is de afgelopen anderhalf jaar afgenomen doordat China exportbeperkingen heeft ingevoerd. Daardoor is de druk op de Amerikaanse regering toegenomen om de binnenlandse winning van grondstoffen te stimuleren.

Verdere gesprekken

Op de vraag wanneer de federale overheid vergunningen voor diepzeemijnbouw zou kunnen afgeven, antwoordde Burgum dat hierover momenteel gesprekken worden gevoerd. Hij voegde eraan toe dat er in de komende weken en maanden meer informatie zal volgen over ontwikkelingen op dit terrein. De Marine Minerals Administration (MMA) moet de vergunningen voor mijnbouwactiviteiten in Amerikaanse territoriale wateren moet goedkeuren. Deze instelling is een onderdeel van het Amerikaanse ministerie van binnenlandse zaken.

Het beoordelingsproces van de instelling begint met een concessieverkoop, waarbij particuliere bedrijven exclusieve rechten kunnen verkrijgen om een deel van de zeebodem te exploiteren. Daarna volgt een afzonderlijke procedure voor een operationele vergunning, waarbij verschillende wetenschappelijke gegevens worden meegewogen. Daarnaast wil Trump dat het Amerikaanse ministerie van handel vergunningen afgeeft voor activiteiten in internationale wateren. Die stap kan leiden tot spanningen met de International Seabed Authority (ISA), een organisatie die al meer dan 25 jaar werkt aan internationale regels voor diepzeemijnbouw.

Tot de bedrijven die formeel een vergunning voor diepzeemijnbouw hebben aangevraagd behoren The Metals Company en het niet-beursgenoteerde Impossible Metals. Verschillende andere ondernemingen hebben aanvragen ingediend voor exploratievergunningen.

Posted in diversen, grondstoffen, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Verenigde Staten klaar voor vergunningen diepzeemijnbouw

Handel in wilde dieren verspreidt zich steeds vaker via sociale media

Posted by managing21 on 26th augustus 2026

Onderzoekers van de University of Helsinki, die gedurende zes weken in het midden van 2025 online activiteiten volgden, troffen advertenties aan voor de verkoop van primaten, vogels, slangen, kikkers, orchideeën en vele andere groepen wilde dieren op Facebook, Instagram, TikTok en YouTube. Wilde dieren worden steeds vaker verhandeld via online platforms. Deze illegale online handel vormt aanzienlijke risico’s voor soorten, ecosystemen en zowel de dierlijke als de volksgezondheid.

De nieuwe studie laat zien dat duizenden soorten dieren, planten en schimmels illegaal online worden verhandeld. Veel van deze soorten worden met uitsterven bedreigd, terwijl de wereldwijde consumentenvraag blijft toenemen. “De illegale online handel in wilde dieren verspreidt zich over tal van platforms, waaronder populaire sociale media, en vormt een groeiende en voortdurend veranderende bedreiging voor het behoud van biodiversiteit,” zeggen de onderzoeksleiders Enrico Di Minin en Neil D’Cruze.

Volgens De Minin en D’Cruze  is het bijzonder zorgwekkend dat veel van de online verhandelde soorten een hoog risico lopen om uit te sterven of eerder niet werden beschouwd als kwetsbaar voor illegale handel. Factoren zoals een een vermeend laag risico op vervolging, een zwakke regelgeving en het niveau aan anonimiteit dat online platforms bieden, dragen bij aan het voortbestaan van deze illegale handel.

Potto’s (Perodicticus potto potto) worden bijvoorbeeld gevangen voor de handel in exotische huisdieren. Dit illustreert volgens de onderzoekers een wereldwijd fenomeen dat gepaard gaat met ernstige problemen op het gebied van dierenwelzijn, natuurbescherming en volksgezondheid. “Deze studie onderstreept de dringende noodzaak van gecoördineerde strategieën op meerdere niveaus om de illegale online handel in wilde dieren aan te pakken,” zeggen de wetenschappers.

Volgens de onderzoekers moeten dergelijke strategieën niet alleen de bescherming van soorten versterken, maar ook de regulerende en technologische capaciteit vergroten, lokale gemeenschappen actief betrekken en een brede maatschappelijke aanpak van natuurbescherming bevorderen.

Versterkte negatieve gevolgen

Uit het onderzoek blijkt dat de impact van online handel wordt vergroot door de anonimiteit van digitale platforms. Hierdoor kunnen handelaren op een snelheid en schaal opereren die traditionele handelsroutes niet kunnen evenaren.

“De negatieve gevolgen voor dierenwelzijn en biodiversiteit zijn vergelijkbaar met die van de traditionele illegale handel in wilde dieren, maar het bereik en de snelheid van online platforms versterken deze schade,” stellen de wetenschappers. Volgens hen functioneert de illegale online handel via complexe, verspreide netwerken die nationale grenzen overschrijden en traditionele smokkelroutes uitbreiden of in sommige gevallen vervangen.

De studie wijst daarnaast op belangrijke hiaten in de beschikbare gegevens over de werkelijke omvang van de online handel in wilde dieren. Een beter inzicht in consumentengedrag en effectieve manieren om de vraag te verminderen, verdienen volgens de onderzoekers daarom prioriteit.

“Het aanpakken van de illegale online handel in wilde dieren is complex, maar niet onmogelijk,” concludeert professor Di Minin. “Het vereist samenwerking tussen verschillende sectoren en een samenhangend beleidskader dat rekening houdt met de online dimensie van wildlife-criminaliteit.”

Posted in milieu | Reacties uitgeschakeld voor Handel in wilde dieren verspreidt zich steeds vaker via sociale media

Waarschuwingen ontbossing Amazonegebied op historisch laag niveau

Posted by managing21 on 11th augustus 2026

Het Amazonegebied heeft in 2026 het kleinste oppervlak ooit geregistreerd dat onder ontbossing-waarschuwingen viel. Dat blijkt uit nieuwe gegevens van het Braziliaanse Nationaal Instituut voor Ruimteonderzoek (Inpe). Het betrokken gebied nam met 36 procent af ten opzichte van het voorgaande jaar.

Volgens het Real-Time Deforestation Detection System (Deter) van Inpe werd tussen augustus 2025 en juli 2026 voor 2.874 vierkante kilometer Amazonewoud een ontbossing-waarschuwing afgegeven. Een jaar eerder bedroeg dat cijfer nog 4.495 vierkante kilometer.
Inpe stelt dat deze cijfers de kans vergroten dat Brazilië de komende maanden, wanneer de definitieve gegevens worden gepubliceerd, een recorddaling van de ontbossing-cijfers zal kunnen melden. Het geregistreerde oppervlak is het laagste sinds 2016, het jaar waarin de huidige Deter-reeks van start ging.

Het Deter-systeem maakt gebruik van satellietbeelden die vrijwel in real time beschikbaar zijn en ondersteunt daarmee inspecties van de Braziliaanse federale milieudienst. Omdat de resolutie van de beelden beperkt is, wordt de uiteindelijke omvang van de ontboste gebieden vastgesteld door Prodes, een ander systeem van Inpe.

Tijdens de derde ambtstermijn van de Braziliaanse president Luiz Inácio Lula da Silva bedroeg het totale oppervlak waarvoor ontbossing-waarschuwingen werden afgegeven in het Amazonegebied 19.642 vierkante kilometer. Dat is een afname van 41 procent ten opzichte van de periode 2019-2022, een gebied dat vergelijkbaar met de oppervlakte van België.

Ongeveer de helft van de Braziliaanse uitstoot van broeikasgassen is afkomstig van bosvernietiging. Volgens het Systeem voor de Schatting van Broeikasgasemissies, een initiatief van de Braziliaanse milieuorganisatie Observatório do Clima, heeft de vermindering van de ontbossing voorkomen dat 2,238 miljard ton koolstofdioxide-equivalent werd uitgestoten. Dat komt overeen met de totale jaarlijkse bruto-uitstoot van Brazilië.

Marco Astrini, uitvoerend secretaris van Observatório do Clima, noemde de cijfers historisch. “Deze  cijfers zijn historisch en het resultaat van een ernstig milieubeleid, en tonen aan dat het volledig mogelijk is om de toezegging van het land na te komen om ontbossing tegen 2030 tot nul terug te brengen en vervolgens om te keren,” beklemtoonde Astrini. Volgens hem vormt de daling van de ontbossing-cijfers de belangrijkste milieu-erfenis van de regering-Lula en een van de grootste bijdragen aan de internationale klimaatagenda van de afgelopen jaren. “Het einde van de vernietiging van onze bossen zal echter alleen mogelijk zijn met een ingrijpende verandering in het parlement, naast het oplossen van tegenstrijdigheden binnen de regering zelf,” voegde hij eraan toe.

Posted in milieu | Reacties uitgeschakeld voor Waarschuwingen ontbossing Amazonegebied op historisch laag niveau

DNA van gesmokkelde schubdieren toont hotspots illegale handel

Posted by managing21 on 8th mei 2026

Kleine hoeveelheden DNA kunnen helpen om handelsroutes en hotspots van illegale handel in wilde dieren bloot te leggen. Dat blijkt uit een studie van onderzoekers van de Université de Toulouse en het Institut de Recherche pour le Développement.

Schubdieren behoren tot de meest verhandelde diersoorten ter wereld en waren de afgelopen jaren goed voor bijna een derde van alle geregistreerde internationale inbeslagnames van illegale handel in wilde dieren. In veel regio’s worden hun vlees en schubben gebruikt voor consumptie en traditionele geneeskunde. Genetische gegevens kunnen helpen om de herkomst van gesmokkelde dieren vast te stellen, maar het verkrijgen van bruikbaar DNA van schubdieren is vaak lastig.

De onderzoekers maakten gebruik van een zogeheten gene-capture method, waarmee genetische informatie kon worden gehaald uit sterk aangetaste monsters. In totaal werd DNA geanalyseerd van meer dan 700 monsters van drie verschillende soorten dieren. De monsters waren afkomstig uit museumcollecties, veldonderzoek, bushmeat-markten en internationale inbeslagnames.

Met genetische gegevens van exemplaren waarvan de herkomst bekend was, stelden de onderzoekers een genomische referentiekaart samen. Daarmee konden zij de vermoedelijke oorsprong van de gesmokkelde schubdieren bepalen. Uit de analyse kwamen verschillende hotspots voor illegale vangsten naar voren, waaronder het zuidwesten van Kameroen, Myanmar en meerdere locaties verspreid over Afrika.

Daarnaast bracht het genetisch onderzoek belangrijke smokkelroutes in kaart, onder meer over de grenzen van China en tussen Indonesische eilanden. Volgens de onderzoekers tonen de resultaten ook aan dat dezelfde wilde populaties zowel voor binnenlandse als internationale handel worden geëxploiteerd, wat wijst op een sterk verweven handelsketen.

Groot potentieel

De onderzoekers stellen dat de methode een groot potentieel heeft voor het opsporen van illegale handel in wilde dieren, al blijft de beschikbaarheid van genetisch materiaal beperkt. Zij pleiten daarom voor een uitgebreidere internationale DNA-database van verhandelde diersoorten, ondersteund door gestandaardiseerde protocollen en een betere wereldwijde gegevensuitwisseling tussen opsporingsauthoriteiten en onderzoekinstituten.

De onderzoekers Philippe Gaubert en Sean Heighton verduidelijken dat de combinatie van historisch museum­materiaal met nieuw verzamelde monsters uit het veld en uit inbeslagnames heeft geholpen om hiaten in geografische gegevens op te vullen en de nauwkeurigheid van de herkomstbepaling te vergroten. Volgens de wetenschapper maakt deze methode het mogelijk om gesmokkelde schubdieren met grote precisie terug te leiden naar hun geografische oorsprong, soms tot op enkele kilometers nauwkeurig. Dat zou natuurbeschermers en opsporingsdiensten in staat stellen gerichter op te treden tegen stroperij en illegale handelsnetwerken.

De onderzoekers ontwikkelden daarnaast één gene-capturekit die toepasbaar is op alle acht bekende schubdiersoorten, inclusief beschadigde museumstalen. Volgens het onderzoek maakt dit een genetische opsporing toegankelijker en praktischer voor natuurbescherming en forensisch onderzoek. De wetenschappers benadrukken tot slot dat de binnenlandse handel in schubdieren vaak lokaal georganiseerd is, maar gebruikmaakt van dezelfde herkomstgebieden als de internationale smokkel. Dat wijst volgens hen op één verbonden toeleveringsketen, in plaats van afzonderlijke markten.

Posted in milieu | Reacties uitgeschakeld voor DNA van gesmokkelde schubdieren toont hotspots illegale handel

Vroege investeringen in klimaat en gezondheid creëren belangrijke rendementen

Posted by managing21 on 7th mei 2026

Vroege investeringen in maatregelen tegen de gezondheidsrisico’s van klimaatverandering leveren grote economische en maatschappelijke voordelen op, vooral in landen met een laag of middelmatig inkomen. Dat blijkt uit een nieuwe studie van het World Resources Institute en de Rockefeller Foundation, gebaseerd op een analyse van 46 projecten in veertig landen in de Afrikaanse Sub-Sahara, Latijns-Amerika, het Caribisch gebied, Azië en het Midden-Oosten. 

Volgens het rapport levert elke geïnvesteerde dollar in systemen zoals vroegtijdige waarschuwingen, ziektebewaking en publieke voorlichting tussen 4 dollar en 68 dollar aan economische en gezondheidsvoordelen op. In sommige gevallen lagen de opbrengsten nog aanzienlijk hoger.

De studie onderstreept de groeiende impact van klimaatverandering op de volksgezondheid. Hittegolven worden heviger en overstromingen en stormen komen vaker voor. Daardoor verspreiden ziekten zoals malaria, dengue en cholera zich sneller, terwijl kwetsbare gezondheidszorgsystemen verder onder druk komen te staan.

Volgens prognoses kunnen ontwikkelingslanden zonder betere voorbereiding tegen 2050 te maken krijgen met bijna 16 miljoen extra sterfgevallen en economische verliezen van meer dan 20 biljoen dollar. Toch ontbreekt het in veel landen nog aan een structurele integratie van klimaatgegevens in het gezondheidsbeleid. Uit de analyse blijkt dat geïntegreerde maatregelen rond klimaat en gezondheid overheden, ziekenhuizen en lokale gemeenschappen helpen sneller en effectiever te reageren op gezondheidsdreigingen.

Voor een land met 25 miljoen inwoners zouden de jaarlijkse kosten voor een volledig pakket aan klimaat-gezondheidsmaatregelen ongeveer 18 miljoen dollar bedragen. Dat staat gelijk met 72 dollarcent per inwoner. Afzonderlijke maatregelen kosten naar schatting tussen 1,4 miljoen en 5,9 miljoen dollar per jaar. 

Hoog rendement

Enkele projecten sprongen eruit vanwege hun hoge rendement. Investeringen in de versterking van gezondheidsvoorzieningen in Jamaica leverden volgens de studie 168 dollar op voor elke geïnvesteerde dollar. In St. Lucia liep dat op tot 317 dollar. Systemen voor hittewaarschuwingen in Indiase steden genereerden gemiddeld ongeveer 50 dollar aan voordelen per geïnvesteerde dollar.

Ani Dasgupta, chief executive van het World Resources Institute, noemde gezondheid het meest menselijke gezicht van klimaatverandering. Volgens hem worden vooral kinderen en arme gemeenschappen zwaar getroffen, terwijl tijdige investeringen levens kunnen redden en aanzienlijke economische voordelen opleveren. Ook Naveen Rao, klimaatspecialist bij de Rockefeller Foundation, stelde dat de klimaatcrisis tegelijkertijd een gezondheidscrisis is. Hij pleitte voor een snelle opschaling van bewezen oplossingen om kwetsbare bevolkingsgroepen beter te beschermen.

Celeste Saulo, secretaris-generaal van de World Meteorological Organization, benadrukte dat de noodzakelijke wetenschappelijke kennis en technologie al beschikbaar zijn. Volgens haar moeten investeringen in maatregelen rond klimaat en gezondheid niet worden gezien als een last, maar als kosteneffectieve keuzes die toekomstige crises kunnen voorkomen.

Tegelijkertijd wijzen de onderzoekers op blijvende financieringsproblemen. Gezondheidsinstanties beschikken vaak niet over voldoende middelen om dergelijke systemen op te zetten, terwijl meteorologische diensten ondersteuning missen voor de noodzakelijke samenwerking tussen verschillende sectoren. Volgens de onderzoekers tonen de gegevens aan dat preventieve maatregelen niet alleen levens redden, maar ook grote economische voordelen opleveren. Beleidsmakers en internationale donoren staan daarmee voor een duidelijke keuze. Nu relatief beperkt investeren biedt immers de mogelijkheid om in de toekomst veel hogere kosten te vermijden.

Posted in gezondheid, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Vroege investeringen in klimaat en gezondheid creëren belangrijke rendementen

Wereldwijde ontbossing kende vorig jaar een scherpe daling

Posted by managing21 on 2nd mei 2026

De wereldwijde ontbossing van tropische bossen is in 2025 met 36 procent afgenomen ten opzichte van het jaar voordien, toen echter een recordafname werd opgetekend. Dat blijkt uit nieuwe gegevens van het initiatief Global Forest Watch van het World Resources Institute. Ondanks de daling ging vorig jaar nog altijd 4,3 miljoen hectare tropisch regenwoud verloren. Dat is een gebied dat ongeveer overeenkomt met de oppervlakte van Denemarken.

Volgens de analyse bleek vooral het verlies van primaire vochtige tropische bossen – oude, grotendeels onaangetaste bossen – afgenomen te zijn. Toch lag dat verlies nog steeds 46 procent hoger dan tien jaar geleden. De afname volgt wel op een jaar dat door uitzonderlijk zware bosbranden werd gekenmerkt. Branden nemen in tropische gebieden toe door hogere temperaturen en ernstigere droogteperioden, die bossen vatbaarder maken voor vuur.

Buiten de tropen was de impact van bosbranden eveneens aanzienlijk. In Canada verwoestten branden 5,3 miljoen hectare bos, waarmee 2025 voor dat land het op één na zwaarste brandjaar ooit werd. In Frankrijk bereikte het verlies aan boombedekking door branden een recordniveau. De afname lag zeven keer hoger dan de cijfers die in 2024 werden gemeld.

De gebruikte analyse hanteert een brede definitie van bosverlies, waarbij naast ontbossing voor landbouw ook houtkap en natuurlijke verstoringen worden meegerekend. Hoewel meer dan honderd landen tijdens de klimaattop Cop26 in 2021 beloofden het wereldwijde bosverlies tegen 2030 te stoppen en terug te draaien, ligt de wereld volgens het World Resources Institute nog ver achter op schema. Het huidige tempo van bosverlies ligt ongeveer 70 procent boven het niveau dat nodig is om dat doel te halen.

Landbouw

Volgens Elizabeth Goldman, directeur van Global Forest Watch, wordt het behalen van die doelstelling bemoeilijkt doordat bossen kwetsbaarder worden door klimaatverandering, terwijl de vraag naar voedsel, brandstof en grondstoffen blijft toenemen.

Landbouw bleef in 2025 de belangrijkste oorzaak van het bosverlies in de tropen. In landen zoals Brazilië en Bolivia waren vooral veeteelt en sojateelt bepalende factoren. In Peru, Laos en andere landen droegen onder meer cocateelt, oliepalmplantages en andere landbouwgewassen bij aan ontbossing. In het Congobekken werd het bosverlies daarentegen vooral in verband gebracht met verschuivende landbouwpatronen, de vraag naar brandhout en armoede.

Bosbranden versterken deze druk verder. Volgens het World Resources Institute is in de afgelopen drie jaar twee keer zoveel boombedekking door branden verloren gegaan dan in de periode tussen 2003 en 2005 werd geregistreerd. Hoewel de meeste branden in tropische gebieden door menselijke activiteiten ontstaan, zorgen warmere en drogere omstandigheden ervoor dat ze zich sneller verspreiden en meer schade aanrichten.

Brazilië, waar ongeveer twee derde van het Amazonegebied ligt, noteerde in 2025 opnieuw het grootste absolute verlies aan primair bos. Tegelijkertijd daalde dat verlies met 42 procent ten opzichte van het jaar voordien. Volgens het rapport is die verbetering mede te danken aan aangescherpt milieubeleid en strengere handhaving onder president Luiz Inácio Lula da Silva.

Braziliaanse functionarissen wijzen erop dat ontbossing in de Amazone volgens nationale cijfers vorig jaar 50 procent lager lag dan drie jaar voordien. Daarnaast heeft de regering extra middelen vrijgemaakt voor brandbestrijding, preventiemaatregelen en ondersteuning van regionale brandweerdiensten.

Wetenschappers benadrukken echter dat structurele vooruitgang noodzakelijk blijft. “Een goed jaar is positief, maar voor het behoud van tropisch regenwoud zijn blijvend goede jaren nodig,” benadrukte Matthew Hansen, directeur van het Global Land Analysis and Discovery Laboratory (Glad) van de University of Maryland.

Posted in milieu | Reacties uitgeschakeld voor Wereldwijde ontbossing kende vorig jaar een scherpe daling

Nieuwe zone voor emissiecontrole in Atlantische Oceaan

Posted by managing21 on 2nd mei 2026

Schepen die het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan bevaren, zullen hun uitstoot van zwavel en stikstofoxiden moeten terugdringen. Dat heeft de International Maritime Organisation (IMO) beslist. Het initiatief vormt een onderdeel van maatregelen die de scheepvaart milieuvriendelijker moeten maken.

De Internationale Maritieme Organisatie (IMO) ingestemd met de oprichting van een nieuwe Emission Control Area (ECA) in de zone die wordt begrensd door de kustgebieden van Groenland, IJsland, de Faeröer, Ierland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Spanje en Portugal. Het nieuwe gebied is de zesde en tevens grootste zone voor emissiecontrole die door de International Maritime Organisation is ingesteld.

Het nieuwe gebied zal ook de bestaande zones voor emissiecontrole in de Oostzee, de Noordzee en de Middellandse Zee met elkaar verbinden en aansluiten op de onlangs goedgekeurde maatregelen in de Noorse Zee en het Canadese Noordpoolgebied.

Schepen die in dit gebied opereren, moeten hun zwaveluitstoot vanaf 2027 met 80 procent verminderen. De nieuwe regels treden een jaar later volledig in werking. Volgens de initiatiefnemers leidt het verminderen van zwavel en stikstof tot een lager risico op longkanker, cardiovasculaire aandoeningen, beroertes en astma bij kinderen. Daarnaast zou de maatregel de zichtbaarheid op zee verbeteren en verzuring verminderen, wat bijdraagt aan de bescherming van landbouwgewassen en bossen.

De landen die het voorstel steunen, stellen dat de nieuwe beperkingen in de controlezone in 2030 tussen 118 en 176 vroegtijdige sterfgevallen kunnen voorkomen. Tussen 2030 en 2050 zouden in totaal 2.900 tot 4.300 levens kunnen worden gespaard.

Scheepvaartdeskundige Sönke Diesener, beleidsmedewerker bij de Duitse natuurbeschermingsorganisatie Nabu, stelt dat dergelijke gebieden met emissiecontrole ook positieve effecten hebben voor het klimaat. Volgens hem verminderen brandstoffen van hogere kwaliteit de vorming van ozon op leefniveau en verbeteren ze ook de energie-efficiëntie.

Dat leidt volgens Diesener tot een lager brandstofverbruik en daarmee ook tot lagere uitstoot van koolstofdioxide, aldus Diesener. “De verhoging van de kosten voor de meest vervuilende fossiele activiteiten stimuleert bovendien de invoering van technologieën voor decarbonisatie”, merkte hij nog op.

Posted in milieu, scheepvaart | Reacties uitgeschakeld voor Nieuwe zone voor emissiecontrole in Atlantische Oceaan

Centraal-Afrika consumeert steeds meer wild vlees

Posted by managing21 on 1st mei 2026

De jaarlijkse consumptie van wild vlees in Centraal-Afrika is tussen 2000 en 2022 gestegen van naar schatting 0,73 miljoen ton tot 1,10 miljoen ton. Die toename zet populaties wilde dieren onder druk en roept zorgen op over de voedselzekerheid op lange termijn in plattelandsgebieden. Dat blijkt uit een studie onder leiding van wetenschappers aan het Max Planck Institute of Animal Behavior en de University of Konstanz, gebaseerd op gegevens van meer dan 12.000 huishoudens verspreid over 252 locaties in Centraal-Afrika. 

Daarbij werd voor het eerst een kwantitatieve analyse geboden van de ruimtelijke en temporele ontwikkeling van de consumptie van wild vlees in de regio. Volgens de onderzoekers wordt de groeiende vraag grotendeels aangedreven door stedelijke bevolkingen.

Voor veel plattelandsbewoners vormt vlees van wilde dieren een essentieel onderdeel van het dieet en levert het ongeveer 20 procent van de aanbevolen dagelijkse eiwitinname. Tegelijkertijd waarschuwen de onderzoekers dat de huidige schaal van consumptie waarschijnlijk niet duurzaam is als de handel in wild vlees verder blijft toenemen. Om deze voedingsbron beschikbaar te houden voor rurale gemeenschappen, adviseren de onderzoekers de vraag naar wild vlees in stedelijke gebieden terug te dringen en binnenlandse voedselsystemen te versterken. Daarbij wordt gewezen op alternatieve dierlijke eiwitbronnen zoals pluimvee.

Onderzoeksleider Mattia Bessone, ecoloog aan het Max Planck Institute of Animal Behavior, stelt dat duurzame consumptie van wild vlees essentieel is voor landen in de regio om internationale doelstellingen op het gebied van duurzaamheid en biodiversiteit te halen.

De studie benadrukt de noodzaak van gecoördineerde investeringen in nationale voedselsystemen, waaronder een uitbreiding van alternatieve eiwitsectoren zoals pluimveehouderij en visserij. Daarnaast wijzen de auteurs op het belang van alternatieve inkomensbronnen voor mensen die momenteel afhankelijk zijn van de handel in wild vlees. Volgens de onderzoekers bestaan er echter nog aanzienlijke hiaten in de beschikbare data. Zij pleiten daarom voor aanvullend veldonderzoek om de monitoring te verbeteren en voorspellende modellen verder te verfijnen.

Germain Mavah, coördinator bij de Wildlife Conservation Society, noemt het onderzoek een belangrijke eerste stap in het begrijpen van de factoren achter de consumptie van wildvlees in Centraal-Afrika. Verdere studies kunnen volgens hem verduidelijken hoe burgerwetenschap en rurale gemeenschappen kunnen bijdragen aan duurzaam wildbeheer.

Posted in milieu, voeding & horeca | Reacties uitgeschakeld voor Centraal-Afrika consumeert steeds meer wild vlees

Koffieproducerende landen worden te warm voor de teelt

Posted by managing21 on 20th februari 2026

Landen waar koffie wordt verbouwd, worden door stijgende temperaturen steeds minder geschikt voor koffieteelt. Dat blijkt uit een analyse waaruit naar voren komt dat de vijf grootste koffieproducerende landen – die samen 75 procent van de wereldwijde productie vertegenwoordigen – jaarlijks gemiddeld 57 extra dagen met schadelijke hitte ervaren.

In Ethiopië, beschouwd als de bakermat van koffie, zijn meer dan vier miljoen huishoudens afhankelijk van koffie als belangrijkste inkomensbron. Het product is goed voor bijna een derde van de exportinkomsten van het land, maar hoe lang dat zo blijft, is onzeker. Volgens Dejene Dadi, algemeen directeur van de Oromia Coffee Farmers Cooperatives Union (OCFCU), merken Ethiopische koffieboeren de gevolgen van extreme hitte nu al. De organisatie vertegenwoordigt kleine koffieproducenten.

Uit de analyse blijkt dat klimaatverandering ervoor zorgt dat temperaturen in belangrijke koffiegebieden steeds vaker boven het niveau uitkomen dat geschikt is voor koffieteelt. Onderzoeksorganisatie Climate Central stelt dat klimaatverandering leidt tot een aanzienlijke toename van extreem warme dagen in deze regio’s.

Koffiebonen worden vooral geproduceerd in de zogenoemde koffiegordel, gelegen tussen de Kreeftskeerkring en de Steenbokskeerkring. Voor een succesvolle teelt zijn stabiele temperaturen en voldoende neerslag noodzakelijk. Vooral de hoogwaardige arabica-variëteit is gevoelig voor hitte en groeit moeilijk bij temperaturen boven 30 graden Celsius.

Wereldwijd worden dagelijks naar schatting twee miljard koppen koffie gedronken. Tegelijkertijd staat de sector onder druk. Volgens de Wereldbank zijn de prijzen van de bonen, zowel arabica als robusta – tussen 2023 en 2025 bijna verdubbeld. In februari 2025 bereikten de koffieprijzen een historisch hoog niveau.

Voor de analyse telde Climate Central het aantal dagen waarop de temperatuur in koffieproducerende regio’s tussen 2021 en 2025 boven de 30 graden Celsius uitkwam. Deze cijfers werden vergeleken met een hypothetische situatie zonder uitstoot van broeikasgassen.

El Salvador bleek het zwaarst getroffen, met naar schatting 99 extra dagen met schadelijke hitte. Brazilië, ’de grootste koffieproducent van de planeet en verantwoordelijk voor 37 procent van de wereldproductie, kende 70 extra hete dagen. Ethiopië, goed voor 6,4 procent van de productie, registreerde 34 hittedagen.

Volgens Dadi is Ethiopische arabica bijzonder gevoelig voor direct zonlicht. Zonder voldoende schaduw produceren de koffieplanten minder bonen en worden zij vatbaarder voor ziekten. De Oromia-coöperatie heeft onder meer energiezuinige kooktoestellen verspreid onder leden om ontbossing tegen te gaan in bosgebieden die een natuurlijke bescherming voor de koffieteelt bieden.

Volgens belangenorganisaties ontbreekt het echter aan voldoende klimaatfinanciering om  een aanpassing te bewerkstelligen. Kleine boeren produceren naar schatting tussen 60 procent en 80 procent van de wereldwijde koffie, maar ontvingen in 2021 slechts 0,36 procent van de benodigde middelen om zich aan de klimaatverandering aan te passen.

Zonder extra ondersteuning zijn volgens Dadi de mogelijkheden beperkt. Overheden moeten volgens hem sterker optreden tegen de klimaatverandering om de toekomstige koffievoorziening veilig te stellen.

Posted in milieu, voeding & horeca | Reacties uitgeschakeld voor Koffieproducerende landen worden te warm voor de teelt

Handvol bedrijven verantwoordelijk voor helft van wereldwijde uitstoot koolstofdioxide

Posted by managing21 on 21st januari 2026

Slechts 32 producenten van fossiele brandstoffen waren in 2024 verantwoordelijk voor de helft van de wereldwijde uitstoot van kooldioxide die de klimaatcrisis aanjaagt, terwijl het jaar voordien nog 36 bedrijven die emissies voor hun rekening namen. Dat blijkt uit een rapport van de belangengroep Carbon Majors, onder leiding van de denktank InfluenceMap.

Saudi Aramco was de grootste staatsgecontroleerde vervuiler, terwijl ExxonMobil de grootste beursgenoteerde uitstoter was. Critici beschuldigen de leidende bedrijven uit de industrie van de fossiele brandstoffen ervan het klimaatbeleid te saboteren en aan de verkeerde kant van de geschiedenis te staan, maar wijzen er tegelijk op dat emissiegegevens ook steeds vaker worden gebruikt om bedrijven aansprakelijk te stellen.

Staatsbedrijven vormden zeventien van de twintig grootste uitstoters. Volgens het rapport onderstreept dit fenomeen de politieke obstakels bij het aanpakken van de opwarming van de aarde. De zeventien betrokken ondernemingen staan onder controle van landen die zich tijdens de klimaattop Cop30 van de Verenigde Naties in december hebben verzet tegen een voorgestelde uitfasering van fossiele brandstoffen, waaronder Saudi-Arabië, Rusland, China, Iran, de Verenigde Arabische Emiraten en India. Meer dan tachtig andere landen steunden de uitfasering.

Saudi Aramco was verantwoordelijk voor de uitstoot van 1,7 miljard ton koolstofdioxide, grotendeels afkomstig van geëxporteerde olie. Als Saudi Aramco een land zou zijn, zou het de vijfde grootste producent van koolstofdioxide ter wereld zijn, net achter Rusland. De productie van fossiele brandstoffen bij ExxonMobil leidde tot de uitstoot van 610 miljoen ton koolstofdioxide, waarmee het bedrijf de negende grootste vervuiler zou zijn, vóór Zuid-Korea.

Na een tijdelijke daling tijdens de coronapandemie is de verbranding van fossiele brandstoffen weer toegenomen, waardoor de mondiale uitstoot jaarlijks nieuwe records bereikt. Om de doelstelling van het Akkoord van Parijs – maximaal 1,5 graden opwarming – te halen, zou de uitstoot in 2030 met 45 procent moeten zijn gedaald, een doel dat inmiddels als onhaalbaar wordt gezien. Volgens experts blijft het echter cruciaal om de overschrijding te beperken, omdat elke fractie van een graad extra opwarming de klimaateffecten voor gemeenschappen verergert.

Emmett Connaire, analist bij InfluenceMap, benadrukt dat de mondiale uitstoot elk jaar steeds sterker geconcentreerd raakt bij een kleiner wordende groep grote producenten, terwijl de totale productie blijft groeien. Recente fusies in de oliesector zijn onder meer de overname van Pioneer Natural Resources door ExxonMobil en de overname van Hess door Chevron.

Tzeporah Berman, woordvoerder van het Fossil Fuel Non-Proliferation Treaty Initiative, voegt eraan toe dat deze analyse een harde realiteit onderstreept. “Een machtige, geconcentreerde groep fossiele-brandstofbedrijven domineert niet alleen de mondiale uitstoot, maar ondermijnt actief klimaatbeleid en verzwakt de ambitie van overheden”, beklemtoonde Berman.

Het initiatief wil internationale samenwerking tot stand brengen om de uitbreiding van fossiele brandstoffen te stoppen en een rechtvaardige overgang weg van steenkool, olie en gas te starten. Volgens Berman is een bijeenkomst in april in Colombia van de 80 landen die een uitfasering steunen een belangrijke stap in de richting van een duurzame toekomst.

Christiana Figueres, voormalig klimaatchef van de Verenigde Naties, betoogde dat de nieuwste resultaten van de studie opnieuw tonen dat grote uitstoters aan de verkeerde kant van de geschiedenis staan. “Terwijl wereldwijd bijna twee keer zoveel wordt geïnvesteerd in duurzame energie en elektrificatie als in fossiele brandstoffen, houden de grote producenten van fossiele brandstoffen vast aan verouderde, vervuilende producten”, wierp Figueres op. “Maar data bieden een instrument voor de groeiende meerderheid die zich verenigt rond wetenschappelijk onderbouwde oplossingen en verantwoording.”

De studie lag aan de basis van recente analyses die de uitstoot van degrootste producenten van fossiele brandstoffen ter wereld rechtstreeks koppelden aan tientallen dodelijke hittegolven die anders vrijwel onmogelijk zouden zijn geweest. Andere studies gebruikten de data om economische schade door extreme hitte, ter waarde van biljoenen dollars, toe te schrijven aan individuele bedrijven.

De database wordt ook ingezet in rechtszaken, zoals het geding tussen Lliuya en het Duitse energieconcern RWE, maar ook bij superfondswetten in New York en Vermont die grote producenten van fossiele brandstoffen verplichten te betalen voor projecten ter bescherming van burgers tegen klimaatimpact zoals overstromingen en extreme hitte.

Ook Rebecca Brown, hoofd van het Center for International Environmental Law, beklemtoonde dat het bewijs zich opstapelt. “Het Internationaal Gerechtshof en rechtbanken wereldwijd leggen steeds vaker het verband tussen de productie van fossiele brandstoffen en klimaatvernietiging”, gaf Brown aan. “Daarmee wordt duidelijk dat grote vervuilers fossiele brandstoffen moeten uitfaseren en moeten betalen. Als de feiten helder zijn en de wet duidelijk is, moet verantwoording volgen.”



Posted in milieu | Reacties uitgeschakeld voor Handvol bedrijven verantwoordelijk voor helft van wereldwijde uitstoot koolstofdioxide