managing21.be

Managing21: een blik op het heden en de toekomst van de economie.

Archive for the 'milieu' Category

DNA van gesmokkelde schubdieren toont hotspots illegale handel

Posted by managing21 on 8th mei 2026

Kleine hoeveelheden DNA kunnen helpen om handelsroutes en hotspots van illegale handel in wilde dieren bloot te leggen. Dat blijkt uit een studie van onderzoekers van de Université de Toulouse en het Institut de Recherche pour le Développement.

Schubdieren behoren tot de meest verhandelde diersoorten ter wereld en waren de afgelopen jaren goed voor bijna een derde van alle geregistreerde internationale inbeslagnames van illegale handel in wilde dieren. In veel regio’s worden hun vlees en schubben gebruikt voor consumptie en traditionele geneeskunde. Genetische gegevens kunnen helpen om de herkomst van gesmokkelde dieren vast te stellen, maar het verkrijgen van bruikbaar DNA van schubdieren is vaak lastig.

De onderzoekers maakten gebruik van een zogeheten gene-capture method, waarmee genetische informatie kon worden gehaald uit sterk aangetaste monsters. In totaal werd DNA geanalyseerd van meer dan 700 monsters van drie verschillende soorten dieren. De monsters waren afkomstig uit museumcollecties, veldonderzoek, bushmeat-markten en internationale inbeslagnames.

Met genetische gegevens van exemplaren waarvan de herkomst bekend was, stelden de onderzoekers een genomische referentiekaart samen. Daarmee konden zij de vermoedelijke oorsprong van de gesmokkelde schubdieren bepalen. Uit de analyse kwamen verschillende hotspots voor illegale vangsten naar voren, waaronder het zuidwesten van Kameroen, Myanmar en meerdere locaties verspreid over Afrika.

Daarnaast bracht het genetisch onderzoek belangrijke smokkelroutes in kaart, onder meer over de grenzen van China en tussen Indonesische eilanden. Volgens de onderzoekers tonen de resultaten ook aan dat dezelfde wilde populaties zowel voor binnenlandse als internationale handel worden geëxploiteerd, wat wijst op een sterk verweven handelsketen.

Groot potentieel

De onderzoekers stellen dat de methode een groot potentieel heeft voor het opsporen van illegale handel in wilde dieren, al blijft de beschikbaarheid van genetisch materiaal beperkt. Zij pleiten daarom voor een uitgebreidere internationale DNA-database van verhandelde diersoorten, ondersteund door gestandaardiseerde protocollen en een betere wereldwijde gegevensuitwisseling tussen opsporingsauthoriteiten en onderzoekinstituten.

De onderzoekers Philippe Gaubert en Sean Heighton verduidelijken dat de combinatie van historisch museum­materiaal met nieuw verzamelde monsters uit het veld en uit inbeslagnames heeft geholpen om hiaten in geografische gegevens op te vullen en de nauwkeurigheid van de herkomstbepaling te vergroten. Volgens de wetenschapper maakt deze methode het mogelijk om gesmokkelde schubdieren met grote precisie terug te leiden naar hun geografische oorsprong, soms tot op enkele kilometers nauwkeurig. Dat zou natuurbeschermers en opsporingsdiensten in staat stellen gerichter op te treden tegen stroperij en illegale handelsnetwerken.

De onderzoekers ontwikkelden daarnaast één gene-capturekit die toepasbaar is op alle acht bekende schubdiersoorten, inclusief beschadigde museumstalen. Volgens het onderzoek maakt dit een genetische opsporing toegankelijker en praktischer voor natuurbescherming en forensisch onderzoek. De wetenschappers benadrukken tot slot dat de binnenlandse handel in schubdieren vaak lokaal georganiseerd is, maar gebruikmaakt van dezelfde herkomstgebieden als de internationale smokkel. Dat wijst volgens hen op één verbonden toeleveringsketen, in plaats van afzonderlijke markten.

Posted in milieu | Reacties uitgeschakeld voor DNA van gesmokkelde schubdieren toont hotspots illegale handel

Vroege investeringen in klimaat en gezondheid creëren belangrijke rendementen

Posted by managing21 on 7th mei 2026

Vroege investeringen in maatregelen tegen de gezondheidsrisico’s van klimaatverandering leveren grote economische en maatschappelijke voordelen op, vooral in landen met een laag of middelmatig inkomen. Dat blijkt uit een nieuwe studie van het World Resources Institute en de Rockefeller Foundation, gebaseerd op een analyse van 46 projecten in veertig landen in de Afrikaanse Sub-Sahara, Latijns-Amerika, het Caribisch gebied, Azië en het Midden-Oosten. 

Volgens het rapport levert elke geïnvesteerde dollar in systemen zoals vroegtijdige waarschuwingen, ziektebewaking en publieke voorlichting tussen 4 dollar en 68 dollar aan economische en gezondheidsvoordelen op. In sommige gevallen lagen de opbrengsten nog aanzienlijk hoger.

De studie onderstreept de groeiende impact van klimaatverandering op de volksgezondheid. Hittegolven worden heviger en overstromingen en stormen komen vaker voor. Daardoor verspreiden ziekten zoals malaria, dengue en cholera zich sneller, terwijl kwetsbare gezondheidszorgsystemen verder onder druk komen te staan.

Volgens prognoses kunnen ontwikkelingslanden zonder betere voorbereiding tegen 2050 te maken krijgen met bijna 16 miljoen extra sterfgevallen en economische verliezen van meer dan 20 biljoen dollar. Toch ontbreekt het in veel landen nog aan een structurele integratie van klimaatgegevens in het gezondheidsbeleid. Uit de analyse blijkt dat geïntegreerde maatregelen rond klimaat en gezondheid overheden, ziekenhuizen en lokale gemeenschappen helpen sneller en effectiever te reageren op gezondheidsdreigingen.

Voor een land met 25 miljoen inwoners zouden de jaarlijkse kosten voor een volledig pakket aan klimaat-gezondheidsmaatregelen ongeveer 18 miljoen dollar bedragen. Dat staat gelijk met 72 dollarcent per inwoner. Afzonderlijke maatregelen kosten naar schatting tussen 1,4 miljoen en 5,9 miljoen dollar per jaar. 

Hoog rendement

Enkele projecten sprongen eruit vanwege hun hoge rendement. Investeringen in de versterking van gezondheidsvoorzieningen in Jamaica leverden volgens de studie 168 dollar op voor elke geïnvesteerde dollar. In St. Lucia liep dat op tot 317 dollar. Systemen voor hittewaarschuwingen in Indiase steden genereerden gemiddeld ongeveer 50 dollar aan voordelen per geïnvesteerde dollar.

Ani Dasgupta, chief executive van het World Resources Institute, noemde gezondheid het meest menselijke gezicht van klimaatverandering. Volgens hem worden vooral kinderen en arme gemeenschappen zwaar getroffen, terwijl tijdige investeringen levens kunnen redden en aanzienlijke economische voordelen opleveren. Ook Naveen Rao, klimaatspecialist bij de Rockefeller Foundation, stelde dat de klimaatcrisis tegelijkertijd een gezondheidscrisis is. Hij pleitte voor een snelle opschaling van bewezen oplossingen om kwetsbare bevolkingsgroepen beter te beschermen.

Celeste Saulo, secretaris-generaal van de World Meteorological Organization, benadrukte dat de noodzakelijke wetenschappelijke kennis en technologie al beschikbaar zijn. Volgens haar moeten investeringen in maatregelen rond klimaat en gezondheid niet worden gezien als een last, maar als kosteneffectieve keuzes die toekomstige crises kunnen voorkomen.

Tegelijkertijd wijzen de onderzoekers op blijvende financieringsproblemen. Gezondheidsinstanties beschikken vaak niet over voldoende middelen om dergelijke systemen op te zetten, terwijl meteorologische diensten ondersteuning missen voor de noodzakelijke samenwerking tussen verschillende sectoren. Volgens de onderzoekers tonen de gegevens aan dat preventieve maatregelen niet alleen levens redden, maar ook grote economische voordelen opleveren. Beleidsmakers en internationale donoren staan daarmee voor een duidelijke keuze. Nu relatief beperkt investeren biedt immers de mogelijkheid om in de toekomst veel hogere kosten te vermijden.

Posted in gezondheid, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Vroege investeringen in klimaat en gezondheid creëren belangrijke rendementen

Wereldwijde ontbossing kende vorig jaar een scherpe daling

Posted by managing21 on 2nd mei 2026

De wereldwijde ontbossing van tropische bossen is in 2025 met 36 procent afgenomen ten opzichte van het jaar voordien, toen echter een recordafname werd opgetekend. Dat blijkt uit nieuwe gegevens van het initiatief Global Forest Watch van het World Resources Institute. Ondanks de daling ging vorig jaar nog altijd 4,3 miljoen hectare tropisch regenwoud verloren. Dat is een gebied dat ongeveer overeenkomt met de oppervlakte van Denemarken.

Volgens de analyse bleek vooral het verlies van primaire vochtige tropische bossen – oude, grotendeels onaangetaste bossen – afgenomen te zijn. Toch lag dat verlies nog steeds 46 procent hoger dan tien jaar geleden. De afname volgt wel op een jaar dat door uitzonderlijk zware bosbranden werd gekenmerkt. Branden nemen in tropische gebieden toe door hogere temperaturen en ernstigere droogteperioden, die bossen vatbaarder maken voor vuur.

Buiten de tropen was de impact van bosbranden eveneens aanzienlijk. In Canada verwoestten branden 5,3 miljoen hectare bos, waarmee 2025 voor dat land het op één na zwaarste brandjaar ooit werd. In Frankrijk bereikte het verlies aan boombedekking door branden een recordniveau. De afname lag zeven keer hoger dan de cijfers die in 2024 werden gemeld.

De gebruikte analyse hanteert een brede definitie van bosverlies, waarbij naast ontbossing voor landbouw ook houtkap en natuurlijke verstoringen worden meegerekend. Hoewel meer dan honderd landen tijdens de klimaattop Cop26 in 2021 beloofden het wereldwijde bosverlies tegen 2030 te stoppen en terug te draaien, ligt de wereld volgens het World Resources Institute nog ver achter op schema. Het huidige tempo van bosverlies ligt ongeveer 70 procent boven het niveau dat nodig is om dat doel te halen.

Landbouw

Volgens Elizabeth Goldman, directeur van Global Forest Watch, wordt het behalen van die doelstelling bemoeilijkt doordat bossen kwetsbaarder worden door klimaatverandering, terwijl de vraag naar voedsel, brandstof en grondstoffen blijft toenemen.

Landbouw bleef in 2025 de belangrijkste oorzaak van het bosverlies in de tropen. In landen zoals Brazilië en Bolivia waren vooral veeteelt en sojateelt bepalende factoren. In Peru, Laos en andere landen droegen onder meer cocateelt, oliepalmplantages en andere landbouwgewassen bij aan ontbossing. In het Congobekken werd het bosverlies daarentegen vooral in verband gebracht met verschuivende landbouwpatronen, de vraag naar brandhout en armoede.

Bosbranden versterken deze druk verder. Volgens het World Resources Institute is in de afgelopen drie jaar twee keer zoveel boombedekking door branden verloren gegaan dan in de periode tussen 2003 en 2005 werd geregistreerd. Hoewel de meeste branden in tropische gebieden door menselijke activiteiten ontstaan, zorgen warmere en drogere omstandigheden ervoor dat ze zich sneller verspreiden en meer schade aanrichten.

Brazilië, waar ongeveer twee derde van het Amazonegebied ligt, noteerde in 2025 opnieuw het grootste absolute verlies aan primair bos. Tegelijkertijd daalde dat verlies met 42 procent ten opzichte van het jaar voordien. Volgens het rapport is die verbetering mede te danken aan aangescherpt milieubeleid en strengere handhaving onder president Luiz Inácio Lula da Silva.

Braziliaanse functionarissen wijzen erop dat ontbossing in de Amazone volgens nationale cijfers vorig jaar 50 procent lager lag dan drie jaar voordien. Daarnaast heeft de regering extra middelen vrijgemaakt voor brandbestrijding, preventiemaatregelen en ondersteuning van regionale brandweerdiensten.

Wetenschappers benadrukken echter dat structurele vooruitgang noodzakelijk blijft. “Een goed jaar is positief, maar voor het behoud van tropisch regenwoud zijn blijvend goede jaren nodig,” benadrukte Matthew Hansen, directeur van het Global Land Analysis and Discovery Laboratory (Glad) van de University of Maryland.

Posted in milieu | Reacties uitgeschakeld voor Wereldwijde ontbossing kende vorig jaar een scherpe daling

Nieuwe zone voor emissiecontrole in Atlantische Oceaan

Posted by managing21 on 2nd mei 2026

Schepen die het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan bevaren, zullen hun uitstoot van zwavel en stikstofoxiden moeten terugdringen. Dat heeft de International Maritime Organisation (IMO) beslist. Het initiatief vormt een onderdeel van maatregelen die de scheepvaart milieuvriendelijker moeten maken.

De Internationale Maritieme Organisatie (IMO) ingestemd met de oprichting van een nieuwe Emission Control Area (ECA) in de zone die wordt begrensd door de kustgebieden van Groenland, IJsland, de Faeröer, Ierland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Spanje en Portugal. Het nieuwe gebied is de zesde en tevens grootste zone voor emissiecontrole die door de International Maritime Organisation is ingesteld.

Het nieuwe gebied zal ook de bestaande zones voor emissiecontrole in de Oostzee, de Noordzee en de Middellandse Zee met elkaar verbinden en aansluiten op de onlangs goedgekeurde maatregelen in de Noorse Zee en het Canadese Noordpoolgebied.

Schepen die in dit gebied opereren, moeten hun zwaveluitstoot vanaf 2027 met 80 procent verminderen. De nieuwe regels treden een jaar later volledig in werking. Volgens de initiatiefnemers leidt het verminderen van zwavel en stikstof tot een lager risico op longkanker, cardiovasculaire aandoeningen, beroertes en astma bij kinderen. Daarnaast zou de maatregel de zichtbaarheid op zee verbeteren en verzuring verminderen, wat bijdraagt aan de bescherming van landbouwgewassen en bossen.

De landen die het voorstel steunen, stellen dat de nieuwe beperkingen in de controlezone in 2030 tussen 118 en 176 vroegtijdige sterfgevallen kunnen voorkomen. Tussen 2030 en 2050 zouden in totaal 2.900 tot 4.300 levens kunnen worden gespaard.

Scheepvaartdeskundige Sönke Diesener, beleidsmedewerker bij de Duitse natuurbeschermingsorganisatie Nabu, stelt dat dergelijke gebieden met emissiecontrole ook positieve effecten hebben voor het klimaat. Volgens hem verminderen brandstoffen van hogere kwaliteit de vorming van ozon op leefniveau en verbeteren ze ook de energie-efficiëntie.

Dat leidt volgens Diesener tot een lager brandstofverbruik en daarmee ook tot lagere uitstoot van koolstofdioxide, aldus Diesener. “De verhoging van de kosten voor de meest vervuilende fossiele activiteiten stimuleert bovendien de invoering van technologieën voor decarbonisatie”, merkte hij nog op.

Posted in milieu, scheepvaart | Reacties uitgeschakeld voor Nieuwe zone voor emissiecontrole in Atlantische Oceaan

Centraal-Afrika consumeert steeds meer wild vlees

Posted by managing21 on 1st mei 2026

De jaarlijkse consumptie van wild vlees in Centraal-Afrika is tussen 2000 en 2022 gestegen van naar schatting 0,73 miljoen ton tot 1,10 miljoen ton. Die toename zet populaties wilde dieren onder druk en roept zorgen op over de voedselzekerheid op lange termijn in plattelandsgebieden. Dat blijkt uit een studie onder leiding van wetenschappers aan het Max Planck Institute of Animal Behavior en de University of Konstanz, gebaseerd op gegevens van meer dan 12.000 huishoudens verspreid over 252 locaties in Centraal-Afrika. 

Daarbij werd voor het eerst een kwantitatieve analyse geboden van de ruimtelijke en temporele ontwikkeling van de consumptie van wild vlees in de regio. Volgens de onderzoekers wordt de groeiende vraag grotendeels aangedreven door stedelijke bevolkingen.

Voor veel plattelandsbewoners vormt vlees van wilde dieren een essentieel onderdeel van het dieet en levert het ongeveer 20 procent van de aanbevolen dagelijkse eiwitinname. Tegelijkertijd waarschuwen de onderzoekers dat de huidige schaal van consumptie waarschijnlijk niet duurzaam is als de handel in wild vlees verder blijft toenemen. Om deze voedingsbron beschikbaar te houden voor rurale gemeenschappen, adviseren de onderzoekers de vraag naar wild vlees in stedelijke gebieden terug te dringen en binnenlandse voedselsystemen te versterken. Daarbij wordt gewezen op alternatieve dierlijke eiwitbronnen zoals pluimvee.

Onderzoeksleider Mattia Bessone, ecoloog aan het Max Planck Institute of Animal Behavior, stelt dat duurzame consumptie van wild vlees essentieel is voor landen in de regio om internationale doelstellingen op het gebied van duurzaamheid en biodiversiteit te halen.

De studie benadrukt de noodzaak van gecoördineerde investeringen in nationale voedselsystemen, waaronder een uitbreiding van alternatieve eiwitsectoren zoals pluimveehouderij en visserij. Daarnaast wijzen de auteurs op het belang van alternatieve inkomensbronnen voor mensen die momenteel afhankelijk zijn van de handel in wild vlees. Volgens de onderzoekers bestaan er echter nog aanzienlijke hiaten in de beschikbare data. Zij pleiten daarom voor aanvullend veldonderzoek om de monitoring te verbeteren en voorspellende modellen verder te verfijnen.

Germain Mavah, coördinator bij de Wildlife Conservation Society, noemt het onderzoek een belangrijke eerste stap in het begrijpen van de factoren achter de consumptie van wildvlees in Centraal-Afrika. Verdere studies kunnen volgens hem verduidelijken hoe burgerwetenschap en rurale gemeenschappen kunnen bijdragen aan duurzaam wildbeheer.

Posted in milieu, voeding & horeca | Reacties uitgeschakeld voor Centraal-Afrika consumeert steeds meer wild vlees

Koffieproducerende landen worden te warm voor de teelt

Posted by managing21 on 20th februari 2026

Landen waar koffie wordt verbouwd, worden door stijgende temperaturen steeds minder geschikt voor koffieteelt. Dat blijkt uit een analyse waaruit naar voren komt dat de vijf grootste koffieproducerende landen – die samen 75 procent van de wereldwijde productie vertegenwoordigen – jaarlijks gemiddeld 57 extra dagen met schadelijke hitte ervaren.

In Ethiopië, beschouwd als de bakermat van koffie, zijn meer dan vier miljoen huishoudens afhankelijk van koffie als belangrijkste inkomensbron. Het product is goed voor bijna een derde van de exportinkomsten van het land, maar hoe lang dat zo blijft, is onzeker. Volgens Dejene Dadi, algemeen directeur van de Oromia Coffee Farmers Cooperatives Union (OCFCU), merken Ethiopische koffieboeren de gevolgen van extreme hitte nu al. De organisatie vertegenwoordigt kleine koffieproducenten.

Uit de analyse blijkt dat klimaatverandering ervoor zorgt dat temperaturen in belangrijke koffiegebieden steeds vaker boven het niveau uitkomen dat geschikt is voor koffieteelt. Onderzoeksorganisatie Climate Central stelt dat klimaatverandering leidt tot een aanzienlijke toename van extreem warme dagen in deze regio’s.

Koffiebonen worden vooral geproduceerd in de zogenoemde koffiegordel, gelegen tussen de Kreeftskeerkring en de Steenbokskeerkring. Voor een succesvolle teelt zijn stabiele temperaturen en voldoende neerslag noodzakelijk. Vooral de hoogwaardige arabica-variëteit is gevoelig voor hitte en groeit moeilijk bij temperaturen boven 30 graden Celsius.

Wereldwijd worden dagelijks naar schatting twee miljard koppen koffie gedronken. Tegelijkertijd staat de sector onder druk. Volgens de Wereldbank zijn de prijzen van de bonen, zowel arabica als robusta – tussen 2023 en 2025 bijna verdubbeld. In februari 2025 bereikten de koffieprijzen een historisch hoog niveau.

Voor de analyse telde Climate Central het aantal dagen waarop de temperatuur in koffieproducerende regio’s tussen 2021 en 2025 boven de 30 graden Celsius uitkwam. Deze cijfers werden vergeleken met een hypothetische situatie zonder uitstoot van broeikasgassen.

El Salvador bleek het zwaarst getroffen, met naar schatting 99 extra dagen met schadelijke hitte. Brazilië, ’de grootste koffieproducent van de planeet en verantwoordelijk voor 37 procent van de wereldproductie, kende 70 extra hete dagen. Ethiopië, goed voor 6,4 procent van de productie, registreerde 34 hittedagen.

Volgens Dadi is Ethiopische arabica bijzonder gevoelig voor direct zonlicht. Zonder voldoende schaduw produceren de koffieplanten minder bonen en worden zij vatbaarder voor ziekten. De Oromia-coöperatie heeft onder meer energiezuinige kooktoestellen verspreid onder leden om ontbossing tegen te gaan in bosgebieden die een natuurlijke bescherming voor de koffieteelt bieden.

Volgens belangenorganisaties ontbreekt het echter aan voldoende klimaatfinanciering om  een aanpassing te bewerkstelligen. Kleine boeren produceren naar schatting tussen 60 procent en 80 procent van de wereldwijde koffie, maar ontvingen in 2021 slechts 0,36 procent van de benodigde middelen om zich aan de klimaatverandering aan te passen.

Zonder extra ondersteuning zijn volgens Dadi de mogelijkheden beperkt. Overheden moeten volgens hem sterker optreden tegen de klimaatverandering om de toekomstige koffievoorziening veilig te stellen.

Posted in milieu, voeding & horeca | Reacties uitgeschakeld voor Koffieproducerende landen worden te warm voor de teelt

Handvol bedrijven verantwoordelijk voor helft van wereldwijde uitstoot koolstofdioxide

Posted by managing21 on 21st januari 2026

Slechts 32 producenten van fossiele brandstoffen waren in 2024 verantwoordelijk voor de helft van de wereldwijde uitstoot van kooldioxide die de klimaatcrisis aanjaagt, terwijl het jaar voordien nog 36 bedrijven die emissies voor hun rekening namen. Dat blijkt uit een rapport van de belangengroep Carbon Majors, onder leiding van de denktank InfluenceMap.

Saudi Aramco was de grootste staatsgecontroleerde vervuiler, terwijl ExxonMobil de grootste beursgenoteerde uitstoter was. Critici beschuldigen de leidende bedrijven uit de industrie van de fossiele brandstoffen ervan het klimaatbeleid te saboteren en aan de verkeerde kant van de geschiedenis te staan, maar wijzen er tegelijk op dat emissiegegevens ook steeds vaker worden gebruikt om bedrijven aansprakelijk te stellen.

Staatsbedrijven vormden zeventien van de twintig grootste uitstoters. Volgens het rapport onderstreept dit fenomeen de politieke obstakels bij het aanpakken van de opwarming van de aarde. De zeventien betrokken ondernemingen staan onder controle van landen die zich tijdens de klimaattop Cop30 van de Verenigde Naties in december hebben verzet tegen een voorgestelde uitfasering van fossiele brandstoffen, waaronder Saudi-Arabië, Rusland, China, Iran, de Verenigde Arabische Emiraten en India. Meer dan tachtig andere landen steunden de uitfasering.

Saudi Aramco was verantwoordelijk voor de uitstoot van 1,7 miljard ton koolstofdioxide, grotendeels afkomstig van geëxporteerde olie. Als Saudi Aramco een land zou zijn, zou het de vijfde grootste producent van koolstofdioxide ter wereld zijn, net achter Rusland. De productie van fossiele brandstoffen bij ExxonMobil leidde tot de uitstoot van 610 miljoen ton koolstofdioxide, waarmee het bedrijf de negende grootste vervuiler zou zijn, vóór Zuid-Korea.

Na een tijdelijke daling tijdens de coronapandemie is de verbranding van fossiele brandstoffen weer toegenomen, waardoor de mondiale uitstoot jaarlijks nieuwe records bereikt. Om de doelstelling van het Akkoord van Parijs – maximaal 1,5 graden opwarming – te halen, zou de uitstoot in 2030 met 45 procent moeten zijn gedaald, een doel dat inmiddels als onhaalbaar wordt gezien. Volgens experts blijft het echter cruciaal om de overschrijding te beperken, omdat elke fractie van een graad extra opwarming de klimaateffecten voor gemeenschappen verergert.

Emmett Connaire, analist bij InfluenceMap, benadrukt dat de mondiale uitstoot elk jaar steeds sterker geconcentreerd raakt bij een kleiner wordende groep grote producenten, terwijl de totale productie blijft groeien. Recente fusies in de oliesector zijn onder meer de overname van Pioneer Natural Resources door ExxonMobil en de overname van Hess door Chevron.

Tzeporah Berman, woordvoerder van het Fossil Fuel Non-Proliferation Treaty Initiative, voegt eraan toe dat deze analyse een harde realiteit onderstreept. “Een machtige, geconcentreerde groep fossiele-brandstofbedrijven domineert niet alleen de mondiale uitstoot, maar ondermijnt actief klimaatbeleid en verzwakt de ambitie van overheden”, beklemtoonde Berman.

Het initiatief wil internationale samenwerking tot stand brengen om de uitbreiding van fossiele brandstoffen te stoppen en een rechtvaardige overgang weg van steenkool, olie en gas te starten. Volgens Berman is een bijeenkomst in april in Colombia van de 80 landen die een uitfasering steunen een belangrijke stap in de richting van een duurzame toekomst.

Christiana Figueres, voormalig klimaatchef van de Verenigde Naties, betoogde dat de nieuwste resultaten van de studie opnieuw tonen dat grote uitstoters aan de verkeerde kant van de geschiedenis staan. “Terwijl wereldwijd bijna twee keer zoveel wordt geïnvesteerd in duurzame energie en elektrificatie als in fossiele brandstoffen, houden de grote producenten van fossiele brandstoffen vast aan verouderde, vervuilende producten”, wierp Figueres op. “Maar data bieden een instrument voor de groeiende meerderheid die zich verenigt rond wetenschappelijk onderbouwde oplossingen en verantwoording.”

De studie lag aan de basis van recente analyses die de uitstoot van degrootste producenten van fossiele brandstoffen ter wereld rechtstreeks koppelden aan tientallen dodelijke hittegolven die anders vrijwel onmogelijk zouden zijn geweest. Andere studies gebruikten de data om economische schade door extreme hitte, ter waarde van biljoenen dollars, toe te schrijven aan individuele bedrijven.

De database wordt ook ingezet in rechtszaken, zoals het geding tussen Lliuya en het Duitse energieconcern RWE, maar ook bij superfondswetten in New York en Vermont die grote producenten van fossiele brandstoffen verplichten te betalen voor projecten ter bescherming van burgers tegen klimaatimpact zoals overstromingen en extreme hitte.

Ook Rebecca Brown, hoofd van het Center for International Environmental Law, beklemtoonde dat het bewijs zich opstapelt. “Het Internationaal Gerechtshof en rechtbanken wereldwijd leggen steeds vaker het verband tussen de productie van fossiele brandstoffen en klimaatvernietiging”, gaf Brown aan. “Daarmee wordt duidelijk dat grote vervuilers fossiele brandstoffen moeten uitfaseren en moeten betalen. Als de feiten helder zijn en de wet duidelijk is, moet verantwoording volgen.”



Posted in milieu | Reacties uitgeschakeld voor Handvol bedrijven verantwoordelijk voor helft van wereldwijde uitstoot koolstofdioxide

Nieuw project moet Europa helpen elektronisch afval aan te pakken

Posted by managing21 on 25th november 2025

Europese onderzoekers werken aan herbruikbare en milieuvriendelijke elektronica voor onder meer de zorgsector, de consumentenmarkt en de maakindustrie. Daarbij vervangen zij schaarse materialen door circulaire alternatieven om een duurzamere toekomst op te bouwen. Om het probleem aan te pakken, werd met de steun van de Europese Unie het project Sustronics gelanceerd. De driejarige samenwerking, geleid door het Nederlandse technologiebedrijf Philips, loopt tot mei 2026 en omvat 46 partners uit elf landen. 

De Europese vraag naar elektronische apparaten blijft groeien, maar de afvalberg groeit mee. Een groter aantal apparaten leidt ook tot meer afgedankte hardware. Volgens het bureau Eurostat wordt in de Europese Unie jaarlijks ongeveer 5 miljoen ton elektronisch afval ingezameld voor recyclage. Dat komt neer op ruim 11 kilogram per huishouden, goed voor een oppervlakte vergelijkbaar met ongeveer tweeduizend voetbalvelden, een meter hoog gestapeld.

Die 5 miljoen ton vertegenwoordigt minder dan 40 procent van alle elektronica die jaarlijks op de Europese markt komt. Het restant belandt vaak op stortplaatsen omdat de combinatie van materialen recycling bemoeilijkt. Om dit probleem aan te pakken ontwikkelt Sustronics nieuwe manieren om elektronica te ontwerpen, te produceren en te repareren. Het project wordt gesteund van de Chips Joint Undertaking, een Europees publiek-privaat partnerschap dat duurzame productie van halfgeleiders en elektronica bevordert.

“Sustronics richt zich vooral op fundamenteel onderzoek naar nieuwe oplossingen,” zegt Ramon Caanen, hoofd van een duurzaamheidsteam bij Philips. De aanpak omvat onder meer biologische materialen, technologieën met papier, duurzamere productieprocessen en ontwerpen die recyclage vereenvoudigen. De doelstelling is om duurzaamheid vanaf het begin te integreren, zodat producten beter herbruikbaar en eenvoudiger te recycleren zijn.

Die focus is urgenter geworden sinds de Europese Unie in 2024 nieuwe regels invoerde voor ecologisch ontwerp en het recht op reparatie. Deze moeten productlevenscycli verlengen, energie-efficiëntie verbeteren en reparaties toegankelijker maken.

Zorgsector

De gezondheidszorg is een van de belangrijkste testomgevingen. Hoewel digitale medische hulpmiddelen de zorgsector kunnen verbeteren, dragen hun wegwerp-onderdelen bij aan de berg elektronische afvalberg. Drie pilots ontwikkelen daarom duurzamere opties. Daarbij wordt gewerkt aan een intelligent incontinentieverband, een huidpatch voor de monitoring van het glucosemetabolisme en een intelligente wondpleister. Deze twee laatste items zijn momenteel nog wegwerpproducten, waardoor duurzaamheid een belangrijk knelpunt vormt.

Sustronics onderzoekt daarnaast op welke manier productie efficiënter kan en op welke manier recycleerbare of minder schaarse materialen kunnen worden ingezet. Daarbij wordt gezocht naar alternatieven voor zilver, dat een hoge milieu-impact heeft. Vervanging door vaker voorkomende materialen zoals koper of koolstof kan de ecologische voetafdruk verlagen, op voorwaarde dat de prestaties gelijk blijven. Naast medische apparaten richten andere pilots zich op het verbruik en de herstelling van scheerapparaten en verlichting.

De inspanningen sluiten aan bij de bredere doelstelling van de Europese Unie. De volgende Circular Economy Act, die volgend jaar wordt verwacht, moet de markt voor gerecyclede materialen versterken. Europa wil wereldwijd koploper worden in circulaire productie. Momenteel wordt ongeveer 12 procent van de materialen in Europa hergebruikt of gerecycleerd; het doel is dit tegen 2030 naar 24 procent te verdubbelen.

Caanen ziet Sustronics als een mogelijk voorbeeldproject waarbij getoond wordt op welke manier duurzame materialen en ontwerpen de Europese elektronicasector kunnen versterken zonder de concurrentiekracht te verliezen. Voor patiënten kunnen innovaties zoals de intelligente pad leiden tot meer comfort en betere zorg, terwijl ze bijdragen aan een meer circulaire economie. Op lange termijn kan deze aanpak zowel de elektronica-industrie als de zorgsector veranderen en aantonen dat juist kleine apparaten een grote impact kunnen hebben.

Posted in milieu, technologie | Reacties uitgeschakeld voor Nieuw project moet Europa helpen elektronisch afval aan te pakken

Grote technologiebedrijven creëren krapte op markt emissiekredieten

Posted by managing21 on 19th november 2025

De snel stijgende vraag naar hoogwaardige emissiekredieten van technologiebedrijven, vooral bedoeld om de uitstoot van artificiële intelligentie te compenseren, draagt bij aan een tekort dat volgens deskundigen precies is wat nodig is om investeringen in deze jonge markt te stimuleren.

Intensieve aankopen de voorbije twee jaar door bedrijven zoals Microsoft en Google hebben de prijs van emissiekredieten vorig jaar bijna verviervoudigd ten opzichte van de goedkopere credits die aan projecten voor bosbehoud zijn gekoppeld. Volgens kredietexperts hebben de grote technologiebedrijven sinds 2019 gezamenlijk honderden miljoenen dollars uitgegeven aan duurzame emissiekredieten voor projecten die koolstofdioxide langdurig vastleggen en opslaan. In totaal is er volgens marktonderzoeker CDR.fyi daarbij ongeveer 10 miljard dollar gemoeid.

Wetenschappers stellen dat projecten rond emissiekredieten essentieel zijn om de opwarming van de aarde af te remmen, omdat ze immers de uitstoot van sectoren zoals elektriciteitsopwekking, die fossiele brandstoffen blijven gebruiken, te compenseren. Onder meer projecten rond de productie van biochar, direct air capture worden als een betrouwbare oplossing voor een langdurige opslag van koolstofdioxide bestempeld. Ook kredieten die gekoppeld zijn aan het herstel van gedegradeerd land worden hoog gewaardeerd.

Technologiebedrijven breiden hun datacenters uit om kunstmatige intelligentie te ondersteunen. Dat gebeurt vaak op basis van fossiele energie. Deze inspanningen leveren de bedrijven grotere winsten op, maar zorgen ook voor een grotere uitstoot. Dit doet de vraag naar emissiekredieten verder oplopen.

“Ook veel andere bedrijven benutten artificiële intelligentie om hun activiteiten uit te breiden en investeren een deel van die extra inkomsten in de aankoop van emissiekredieten”, zegt Brennan Spellacy, chief executive van het klimaatbedrijf Patch. “De bedrijven die goed presteren, laten sterke investeringen noteren. De reden van deze goede prestaties moet bij artificiële intelligentie worden gezocht. Men kan dus stellen dat artificiële intelligentie de winst drijft, terwijl de winst vervolgens de investeringen drijft.” De grote technologiebedrijven hebben beloofd hun uitstoot uiteindelijk netto tot nul terug te brengen.

Beperkt aanbod

Het aanbod van emissiekredieten groeit echter niet in hetzelfde tempo als de vraag. Een derde van alle aanvragen via Patch was gericht op biochar, maar die sector vormde volgens het bedrijf uiteindelijk minder dan 20 procent van de verkopen door het krappe aanbod. Projecten rond herbebossing werden in 25 procent van de aanvragen opgemerkt, maar slechts in 12 procent van de daadwerkelijke verkopen. Telkens bleek de vraag dus groter dan het beschikbare aanbod.

“De wens naar projecten van hoge kwaliteit is heel tastbaar”, beklemtoonde Lukas May, chief commercial officer van het emissie-register Isometric. “Dat ziet men ook terug in de cijfers. In 2024 werden er voor 8 miljoen ton aan duurzame emissiekredieten gekocht, maar dit jaar staat de teller al op 25 miljoen ton. Dit wordt voor een groot deel gedreven door de technologiesector.”

Tot nu toe zijn er volgens cijfers van CDR.fyi echter minder dan 1 miljoen ton aan duurzame uitstootkredieten uitgegeven. Die projecten hebben vooral betrekking op biochar. “Door het beperkte aanbod gaan steeds meer bedrijven afnamecontracten aan, waardoor aan ontwikkelaars meer zekerheid wordt geboden en het aanbod moet vergroten”, stelt May. “Uiteindelijk zorgt de extra vraag voor een extra aanbod.”

Voor sommige bedrijven ligt de oplossing in een eigen productie van emissiekredieten. Pure Data Centres Group, dat grote technologiebedrijven tot zijn klanten rekent, is van plan 24 miljoen pond te investeren in de grootste biocharinstallatie van het Verenigd Koninkrijk, zodat de onderneming voldoende emissiekredieten zou kunnen veilig stellen.

“Toen we leveranciers begonnen te beoordelen, zagen we al snel hoe moeilijk het was om een betrouwbaar, hoogwaardig product te vinden”, betoogde Dawn Childs, chief executive van Pure Data Centers Group. “We concludeerden dat de uitbouw van een eigen expertise en productiecapaciteit de beste manier was om kwaliteit te garanderen.” Een eerste installatie in Wiltshire moet tegen december operationeel zijn en moet in achttien maanden opschalen naar een jaarlijkse verwijdering van 18.500 ton koolstofdioxide. Er staan in het Verenigd Koninkrijk nog drie extra locaties gepland.

Posted in milieu, technologie | Reacties uitgeschakeld voor Grote technologiebedrijven creëren krapte op markt emissiekredieten

Internationale bescherming kan illegale handel in haaienvinnen niet afremmen

Posted by managing21 on 7th november 2025

Ondanks meer dan tien jaar internationale inspanningen om de handel in bedreigde haaiensoorten te beperken, blijft de illegale trafiek in haaienvinnen wereldwijd op grote schaal doorgaan. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van wetenschappers aan de Florida International University (FIU) en het Mote Marine Laboratory & Aquarium, gebaseerd op een analyse van bijna 20.000 monsters van haaienvinnen die tussen 2014 en 2021 op de markten werden verzameld.

De studie voert aan dat vinnen van vier van de vijf haaien­soorten die onder de regels van de Convention on International Trade of Endangered Species (Cites) vallen, op markten in Hongkong – het wereldwijde centrum van de verkoop van haaienvinnen – nog steeds in grote aantallen te vinden zijn. Sinds de invoering van de handelsbeperkingen in 2014 is er in de sector nochtans nauwelijks een legale handel gerapporteerd.

“Er is een enorme kloof tussen de gemaakte afspraken en de reële situatie”, betoogde onderzoeker Diego Cardeñosa, marine bioloog aan Global Forensic and Justice Center van de Florida International University en het Institute of Environment. “DNA-bewijs toont duidelijk aan dat deze beschermde soorten nog steeds in alarmerende aantallen op de wereldwijde markten belanden. Er worden zeventig keer meer vinnen van oceanische witpunthaaien en tien keer meer van hamerhaaien gevonden dan op basis van legale rapportages werd verwacht.”

In 2013 erkenden landen de ernst van het probleem en legden zij tijdens een bijeenkomst van Cites handelsbeperkingen op aan vijf bijzonder bedreigde soorten die in de handel belangrijk zijn. De lijst heeft betrekking op drie grote soorten hamerhaaien (de gescandeerde, gladde en grote hamerhaai), de haringhaai en de oceanische witpunthaai. De regels bepaalden dat alle handel moest worden gerapporteerd, waarbij landen bovendien moeten aantonen dat de vangsten niet bedreigend zijn voor het voortbestaan van de soort.

“Sinds de beslissing van Cites in 2014 is er nauwelijks legale handel gemeld of goedgekeurd, wat logisch is gezien de slechte toestand van deze populaties in het wild,” werpt Demian Chapman, directeur van het Shark and Rays Conservation Research Program bij het Mote Marine Laboratory & Aquarium, op. “Op basis van die cijfers zouden we slechts bijzonder weinig vinnen van deze soorten in Hongkong mogen aantreffen. Ondanks de zeer beperkte legale handel bleken vinnen van gescandeerde, gladde en grote hamerhaaien en van oceanische witpunthaaien nochtans elk jaar opnieuw aanwezig te zijn.”

Handhaving

“Onze bevindingen tonen dat wereldwijde handelsregels een krachtig middel kunnen zijn, maar hun efficiëntie hangt af van een daadwerkelijke handhaving door landen,” beklemtoont Chapman. “We zien een duidelijk bewijs dat de wetgeving heel vaak wordt genegeerd. De illegale handel vindt nog altijd op grote schaal plaats.”

De betrokken haaiensoorten staan sinds 2013 op de lijst van Cites, waarbij is gestipuleerd dat de internationale handel alleen is toegestaan wanneer de transacties legaal, traceerbaar en duurzaam zijn. Toch heeft 81 procent van de landen die haaienvinnen exporteren nog nooit enige handel in deze soorten gemeld, wat wijst op aanhoudende illegale uitvoer.

De International Union for Conservation of Nature and Natural Resources (IUCN) beschouwt de hamerhaaien en oceanische witpunthaaien respectievelijk als ernstig bedreigd en kwetsbaar. De voortdurende exploitatie dreigt de populaties echter nog dichter bij uitsterven te brengen. Het genetische speurwerk van het onderzoeksteam wijst uit dat de illegale handel zich over meerdere continenten uitstrekt en diverse grote visserijnaties omvat. Volgens de onderzoekers hebben onder meer Spanje, Taiwan, de Verenigde Arabische Emiraten, de Filipijnen, Ghana en Brazilië in deze handel een belangrijke rol.

“Wij naderen een kantelpunt,” waarschuwt Cardeñosa. “Als de vangst en handel van deze haaien niet aanzienlijk worden teruggebracht, zullen deze soorten verdwijnen. Dat zou een groot verlies zijn van toppredatoren in onze oceanen, met ernstige en onvoorspelbare gevolgen voor het ecosysteem en uiteindelijk ook voor de mens.”

De onderzoekers pleiten voor een striktere toepassing van de Cites-regels, een strengere handhaving en transparantie in de handel en een uitbreiding van genetische monitoring binnen de toeleveringsketen. “Inzicht in het probleem is een belangrijke stap naar een eventuele oplossing,” beklemtoont Chapman. “Cites beschikt over interne mechanismen om illegale handel aan te pakken. In december zal ook worden besloten of de wereldwijde handel in de oceanische witpunthaai geheel wordt verboden. We zijn op het punt beland waarop dergelijke strengere maatregelen noodzakelijk zijn.”

Posted in milieu, voeding & horeca | Reacties uitgeschakeld voor Internationale bescherming kan illegale handel in haaienvinnen niet afremmen