managing21.be

Managing21: een blik op het heden en de toekomst van de economie.

Archive for the 'milieu' Category

Impact olieramp Deepwater Horizon veel zwaarder dan gedacht

Posted by managing21 on 13th juli 2024

De olieramp met het boorplatform Deepwater Horizon in april 2010 heeft veel meer invloed gehad op de wilde dieren en hun habitat dan eerder werd aangenomen. Dat blijkt uit een rapport van wetenschappers aan de University of Texas, de University of Nevada, de Mokwon University en de Texas A&M University. Onderzoek van wetenschappers aan de University of Louisiana toonde bovendien aan dat de situatie op zeebodem rond de getroffen boorput sinds de ramp weinig tekenen van verbetering heeft getoond.

“De voorbije decennia hebben de diepwater-ecosystemen in meren, oceanen en zeeën over de hele wereld te maken gehad met de druk van offshore productie van olie en gas, waaronder een frequente verontreiniging door olie en andere vervuilende stoffen”, merkt onderzoeksleider Masoud Rostami, docent datawetenschappen aan de University of Texas, op. “De brand op het boorplatform Deepwater Horizon in de Golf van Mexico was de grootste offshore olieramp uit de geschiedenis van de Verenigde Staten. Bij die ramp kwamen op 87 dagen tijd bijna vijf miljoen vaten ruwe olie en koolwaterstofgassen vrij. Na de schoonmaak bleven nog 3,2 miljoen vaten olie in het water achter.”

Onmiddellijk na de ramp probeerden hulpverleners zoveel mogelijk getroffen dieren te redden. – Foto US Coast Guard/John Miller

“Deze ramp was veel groter dan de hoeveelheid olie die elk jaar op natuurlijke wijze in de Golf van Mexico wordt geloosd”, gaven de onderzoekers nog aan. “Tot nagenoeg 35 procent van de verontreinigende stoffen kwam onder het wateroppervlak in het marine milieu terecht. Dit had ernstige gevolgen voor het leven en de leefomgeving van de planten, dieren en micro-organismen – zoals bacteriën en schimmels – die diep in de oceaan leven.” In 2017 verklaarde British Petroleum (BP), de operator van Deepwater Horizon, een bedrag van 18 miljard dollar schadevergoeding te betalen aan de staten Florida, Alabama, Mississippi en Louisiana, die door de olielek het zwaarst werden getroffen.

Kreeften

Voor het onderzoek richtten de onderzoekers zich op de harpacticoide roeipootkreeften, een soort schaaldier dat dicht bij de bodem van de oceaan leeft, om de effecten van de lekkage van de ramp met Deepwater Horizon op het diepzee-ecosysteem in de Golf van Mexico beter te begrijpen. Roeipootkreeften zijn voor dit soort onderzoek uitermate geschikt omdat ze in verschillende diepzee-habitats leven en bekend staan om hun gevoeligheid voor vervuiling.

De onderzoekers ontdekten dat de lekkage de biodiversiteit in een gebied van 1.100 vierkante mijl – een gebied dat bijna negen keer groter is dan eerdere onderzoeken naar Deepwater Horizon – beïnvloedde. De wetenschappers zeggen daarbij subtiele veranderingen te hebben kunnen vaststellen in de samenstelling van de copepoden-gemeenschap in de diepzee. “De studie toont aan dat de diversiteit van de roeipootkreeften door de olievervuiling van Deepwater Horizon dramatisch is afgenomen.”

De pessimistische conclusies van de studie worden bevestigd door de resultaten van een onderzoek de voorbije lente van een groep wetenschappers aan de University of Louisiana. “Hoewel sinds de ramp, waarbij ook elf arbeiders om het leven kwamen, veertien jaar zijn verstreken, moet worden vastgesteld dat de natuur rond de getroffen boorput zich nog steeds niet hersteld”, merkt onderzoeksleider Craig McClain, diepzeebioloog aan de University of Louisiana, op. “Er is een duidelijke afwezigheid van leven merkbaar. Het leven dat er toch kan worden aangetroffen, lijkt bovendien niet gezond.”

“In tegenstelling tot andere wrakken, die na verloop van tijd een habitat voor zeedieren worden, is de gezonken Deepwater Horizon relatief steriel gebleven”, geeft McClain aan. “Organismen die normaal gesproken op de zeebodem van de Golf van Mexico leven – zoals zeekomkommers, pissebedden, koralen en zeeanemonen – kunnen er niet meer worden aangetroffen. Misschien nog verontrustender is de conditie van de krabben. Die zijn van nature rood gekleurd, maar de dieren die uit de vallen rond de boorput werden gehaald, bleken olieachtig zwart gekleurd. Bij veel krabben ontbraken ook de poten, terwijl andere exemplaren diverse letsels vertoonden.”

Vraagtekens

Na de ramp moest in eerste instantie een massale sterfte van dolfijnen, pelikanen, oesters en andere zeedieren worden vastgesteld. Sindsdien zijn er heel wat herstelwerkzaamheden uitgevoerd. Die waren bedoeld om de weggelekte olie weg te lekken, maar werden vooral op het vasteland uitgevoerd. “Bij dergelijke rampen is het gemakkelijk om naar het prachtige helderblauwe water te kijken”, geeft Mark Benfield, oceanograaf aan de Louisiana State University, aan. “Dan lijkt alles er goed uit te zien, maar op de zeebodem zijn de verbeteringen op zijn best incrementeel.”

“Deepwater Horizon ligt nog steeds ondersteboven op de bodem van de Golf van Mexico, op de plek waar het boorplatform onder het wateroppervlak verdween”, omschrijft Benfield de situatie. “De site lijkt wel een oorlogsgebied. Op het wrak kunnen kleine verspreide tekenen van nieuw leven, zoals verschillende soorten anemonen, worden opgemerkt.” Bij een eerder expeditie naar het wrak van Deepwater Horizon in 2017 toonde Benfield zich geschokt door een gebrek aan aanwijzingen van natuurherstel. Nu zagen de wetenschappers echter wel langzaamaan enige heropleving. “Er is opnieuw een grotere diversiteit aan vissen en macro-invertebraten”, zegt de wetenschapper. “Maar vergeleken met de situatie voor de explosie blijft de site een woestijn. Uiteindelijk zal de natuur zich wel opnieuw herstellen, maar dat proces zal een heel lange tijd in beslag nemen.”

Het is volgens McClain echter de vraag hoe het de Golf van Mexico in de toekomst zal vergaan. “Misschien zal er wel nooit een volledig herstel komen”, geeft hij aan. Ook Eric Cordes, een ecologisch oceanograaf aan de Temple University in Pennsylvania, acht het mogelijk dat de ramp met de Deepwater Horizon meer schade heeft aangericht dan de natuur kan opruimen. “Wanneer een ecosysteem wordt verstoord, wordt ook de overvloed aan soorten veranderd”, verduidelijkt hij. “De soorten die op de getroffen site terugkeren – zelfs na een zogezegd hersteld – kunnen totaal anders zijn dan de soorten die er voordien konden worden gevonden. Dat is ook op deze locatie merkbaar. Het is nog niet mogelijk om te zeggen of de Golf van Mexico zich ooit volledig zal herstellen.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in milieu | Reacties uitgeschakeld voor Impact olieramp Deepwater Horizon veel zwaarder dan gedacht

Economische redenen onvoldoende om wolvenjacht toe te staan

Posted by managing21 on 12th juli 2024

Economische redenen, zoals het vermijden van schade voor de veestapel, zijn op zich niet voldoende om de jacht op wolven toe ge staan. Dat heeft het Europese Hof van Justitie geoordeeld in een geding van Oostenrijkse natuurorganisaties tegen de overheid van de deelstaat Tirol, die twee jaar geleden het jachtverbod op de wolf tijdelijk had opgeheven. Momenteel discussiëren de lidstaten van de Europese Unie over een verlaging van de bescherming van de wolf.

De wolf wordt binnen de Europese Unie beschermd door de Habitatrichtlijn en de Conventie van Bern. Deze laatste regelgeving laat uitzonderingen toe, waarbij in gevallen van extreme urgentie het jachtverbod zou kunnen worden opgeheven. De Oostenrijkse deelstaat Tirol had zich op dat principe beroepen om twee jaar geleden tussen eind juli en eind oktober de jacht op de wolf 158MATK had toegestaan nadat het dier een twintigtal schapen had gedood. Met de jacht op de wolf hoopte de lokale overheid verdere verliezen voor de veehouders te vermijden.

Europa is sterk verdeeld over de beschermde status van de wolf. – Foto: Pixabay/Marcel Langthim

Een aantal natuurorganisaties vochten de beslissing van de Tiroolse overheid bij de lokale rechtbank aan. De rechtbank van Tirol besliste daarop om voor zijn oordeel advies te vragen aan het Europese Hof van Justitie. “Een ontheffing van het jachtverbod om zuiver economische redenen kan alleen worden verleend wanneer de wolvenpopulatie zich op lokaal en nationaal niveau in een gunstige staat van instandhouding bevindt”, merkte het Europese Hof van Justitie in zijn antwoord op. “Dat is in Oostenrijk echter niet het geval.” Er zouden twee jaar geleden in Oostenrijk een tachtigtal wolven zijn geteld. De soort maakt daarmee een langzaam herstel, nadat de wolf in de negentiende eeuw uit het land was verdwenen.

“In het geval van streng beschermde diersoorten zoals de wolf, moet aan mildere maatregelen, zoals de bescherming van kuddes, voorrang worden verleend”, reageerde de milieuvereniging WWF Österreich op de uitspraak van het Europese hof. “Het neerschieten van het dier mag alleen als een laatste redmiddel worden ingezet. De uitspraak van de Europese rechtbank is dan ook goed nieuws voor het behoud van de soort.” Volgens natuurorganisaties zou de beslissing van het Europese Hof van Justitie een precedent kunnen scheppen voor lidstaten die wel uitzonderingen toelaten. Dat geldt onder meer voor Frankrijk, waar onlangs speciale vergunning werden verleend om het afschieten van wolven te vergemakkelijken.

Niet aan voorwaarden voldaan

Het Europese Hof van Justitie gaf aan geen enkele factor te hebben gevonden die de geldigheid van de strikte bescherming van de wolven in Oostenrijk zou kunnen aantasten. Volgens de rechters is er niet voldaan aan een aantal cruciale voorwaarden die een uitzondering op het jachtverbod zouden kunnen toestaan. “Het is onder meer niet mogelijk om een aanzienlijk deel van de aangerichte schade specifiek aan de activiteit van de wolf zelf toe te schrijven”, wordt er opgemerkt. “Er zou immers ook gewag kunnen worden gemaakt van een indirecte schade omdat het aantal boerderijen vermindert en ook het totale veebestand wordt afgeslankt. De jacht op de wolf kan alleen een optie zijn wanneer er geen bevredigende alternatieven, zoals het plaatsen van hekken, beschikbaar zijn. Bovendien moeten de beschermingsmaatregelen in evenwicht zijn met de algemene doelstelling om de wolvenpopulatie in stand te houden of te herstellen.”

In een aantal Europese berggebieden wordt een toenemend aantal aanvallen van wolven op de lokale veestapel genoteerd. In dat verband stelde de Europese Commissie vorig jaar voor om het beschermingsniveau van de wolf te verlagen. Die zou volgens het voorstel niet langer de status van strikt beschermde soort behouden en voortaan een lagere graad van bescherming genieten. Hierdoor zouden grotere mogelijkheden voor de jacht op wolven in de Europese Unie worden gecreëerd. Er is tussen de lidstaten van de Europese Unie terzake voorlopig echter nog geen overeenstemming bereikt.

Tijdens de vergadering van Europese ministers van landbouw eind mei riep Oostenrijk op om het voorstel snel aan te nemen. Het land kreeg daarbij de steun van Roemenië, Zweden, Slowakije, Finland, Italië, Tsjechië en Litouwen, die aanstuurden op een snelle stemming over het voorstel. Het dossier valt echter ook onder de bevoegdheid van de ministers van leefmilieu van de Europese Unie. Daarbij vroegen Spanje, Portugal, Ierland, Luxemburg en Duitsland dat meer informatie over de situatie van de soort zou worden verzameld vooraleer de gesprekken over het voorstel zouden worden vervolgd. Hongarije, momenteel voorzitter van de Europese Unie, stelde alvast van plan te zijn om de besprekingen over het dossier verder te zetten.

Meer over dit onderwerp:

Posted in landbouw, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Economische redenen onvoldoende om wolvenjacht toe te staan

Afvang van koolstofdioxide uit atmosfeer moet worden verviervoudigd

Posted by managing21 on 12th juli 2024

Indien de mensheid de opwarming van de aarde tot minder dan 2 graden Celsius wil behouden, zal de opvang van koolstofdioxide (CO2) uit de atmosfeer tegen het midden van deze eeuw moeten verviervoudigen. Dat blijkt uit een rapport van wetenschappers aan de University of Oxford. Maar om die doelstellingen te kunnen realiseren, zullen volgens de onderzoekers een aantal belangrijke uitdagingen moeten worden overwonnen.

“Tegen het midden van deze eeuw, uitgaande van verschillende scenario’s voor emissiereducties, zullen er tussen zeven en negen miljard ton koolstofdioxide uit de atmosfeer moeten worden gehaald”, werpen de onderzoekers op. “Maar om die doelstellingen te kunnen realiseren zal er een massale uitbreiding van het wereldwijde bosgebied – dat momenteel 99 procent van de opvang van koolstofdioxide uit de atmosfeer voor zijn rekening neemt – moeten gebeuren. Dit zou echter land kunnen opeisen dat nodig is om voedsel en biobrandstoffen te verbouwen. Tegelijkertijd blijft het hoogst onzeker of nieuwe technologieën voor de opvang van koolstofdioxide uit de atmosfeer snel genoeg zullen kunnen worden opgeschaald.”

Bossen nemen het overgrote deel van de opvang van koolstofdioxide voor hun rekening. – Foto: Pixabay/Stefano Reverberi

Tot nu toe werd er volgens het rapport twee miljard ton koolstofdioxide uit de atmosfeer verwijderd. Dat gebeurde vooral door herbebossing. Tegelijkertijd werd vorig jaar echter wereldwijd 40 miljard ton koolstofdioxide uitgestoten. “Naast een snelle vermindering van de uitstoot, wat de belangrijkste mitigatiestrategie blijft, is het verwijderen van koolstofdioxide uit de atmosfeer ook noodzakelijk om de doelstellingen van het Akkoord van Parijs te bereiken”, merken de onderzoekers op.

“De eliminatie van koolstofdioxide heeft onlangs een snelle groei doorgemaakt”, wordt er aangevoerd. “Dat was te danken aan een vooruitgang  in het onderzoek, een sterkere publieke bewustwording en een aantal startende bedrijven. Toch zijn er nu tekenen van een vertraging, te wijten aan politieke verschuivingen en een gebrek aan overheidsfinanciering.” De wetenschappers zeggen de regeringen op te roepen om beleid te creëren dat de ontwikkeling van de industrie stimuleert. Volgens het rapport is de markt voor de afvang van koolstofdioxide vooral gegroeid dankzij de vraag van bedrijven naar emissiekredieten, een omstreden instrument waarmee bedrijven hun uitstoot kunnen compenseren door projecten voor de uitstootreductie te financieren.

Voor de realisatie van projecten die gericht zijn op de opvang van koolstofdioxide, zijn er echter belangrijke investeringen – vaak van enkele miljarden euro – noodzakelijk. “Een dergelijke financiering is in dit stadium echter hoogst onzeker”, werpen de onderzoekers op. “Tot op dit ogenblik hebben alleen de Verenigde Staten een plan, met een waarde van 3,5 miljard dollar, voorgesteld om koolstofdioxide af te vangen.”

Milieurisico’s

In een reactie op de studie maakt het Center for Environmental Law (Ciel) gewag van een verontrustende trend, waarbij het verwijderen van koolstofdioxide steeds vaker als een oplossing voor klimaatverandering wordt aangeprezen. “Deze focus op technologieën voor de verwijdering van koolstofdioxide is een gevaarlijke afleiding van de strategieën die dringend moeten worden ontwikkeld om de klimaatcrisis efficiënt te kunnen aanpakken”, merkt Lili Fuhr, expert bij Ciel, op. “Daarvoor is een volledige, snelle, eerlijke en gefinancierde uitfasering van alle fossiele brandstoffen noodzakelijk.”

De verwijdering van koolstofdioxide uit de atmosfeer kan op verschillende manieren worden aangepakt. In eerste instantie gaat het om oplossingen die op natuurlijke processen, zoals het planten van bossen, zijn gebaseerd. Daarnaast zijn er ook nieuwe technologieën, die koolstofdioxide ondergronds kunnen opslaan of in nieuwe materialen kunnen verwerken. Deze technologische oplossingen vertegenwoordigen momenteel echter minder dan 0,1 procent van alle voorraden koolstofdioxide die worden verwijderd. Ciel waarschuwt daarbij wel dat een aantal van deze technologische oplossingen aanzienlijke risico’s voor ecosystemen en gemeenschappen kunnen veroorzaken.

De auteurs van het rapport van de University of Oxford erkent dat er bij de verschillende toepassingen voor de opvang van koolstofdioxide risico’s voor het leefmilieu en het ecosysteem kunnen ontstaan, terwijl andere daarentegen potentieel extra voordelen zouden kunnen opleveren. “Onder meer de conventionele verwijdering van koolstofdioxide kan, indien deze operaties slecht worden uitgevoerd, voor de biodiversiteit en de voedselzekerheid aanzienlijke risico’s opleveren”, geven de wetenschappers aan. “Een snelle ontwikkeling van technologieën voor de afvang van koolstofdioxide is noodzakelijk, maar dit mag de aandacht niet afleiden van de inspanningen om de uitstoot te verminderen.”

“Indien we er niet in slagen om de uitstoot van fossiele brandstoffen en de ontbossing sterk te verminderen, zullen de doelstellingen van de Klimaatakkoorden van Parijs buiten bereik komen, zelfs wanneer we krachtige acties ondernemen om koolstofdioxide te verwijderen,” betoogde onderzoeker William Lamb. Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) van de Verenigde Naties heeft eerder ook al de noodzaak van koolstofafvang erkend, maar gaf de oplossing tegelijkertijd slechts een beperkte rol in zijn scenario’s om een situatie van uitstootneutraliteit te bereiken.

Meer over dit onderwerp:

Posted in energie, milieu, technologie | Reacties uitgeschakeld voor Afvang van koolstofdioxide uit atmosfeer moet worden verviervoudigd

Poolse badzones hebben slechtste waterkwaliteit van Europese Unie

Posted by managing21 on 11th juli 2024

Polen heeft in de Europese Unie het laagste percentage badzones met een uitstekende waterkwaliteit. Dat blijkt uit een rapport van het European Environment Agency (EEA) en Europese Commissie over de kwaliteit van het zwemwater in de Europese Unie, Albanië en Zwitserland, waarbij in totaal 22.000 locaties werden onderzocht. Vastgesteld werd dat 85,4 procent van die zones aan de bezoeker water van uitstekende kwaliteit kan aanbieden. Nog 1,5 procent van de sites bleek over water met een slechte kwaliteit te beschikken.

“De studie toonde aan dat de overgrote meerderheid van de badzones in Europa vorig jaar voldeed aan de strengste normen voldeed”, werpen de onderzoekers op. “Daarbij moet worden vastgesteld dat het zeewater in het algemeen van betere kwaliteit is dan de binnenwateren. Aan de kusten is 89 procent van het zwemwater van uitstekende kwaliteit. Bij de binnenwaters valt dat cijfer terug tot 79 procent. In Cyprus vertoonden 97,6 procent van de onderzochte locaties een uitstekende waterkwaliteit. Oostenrijk eindigde op de tweede plaats met een score van 96,9 procent, gevolgd door Kroatië met 96,7 procent.

In Europa getuigt 85,4 procent van de zwemwaters van een uitstekende kwaliteit. – Foto: Pixabay/Marcelino Bobe

In Oostenrijk, België, Bulgarije, Malta, Luxemburg en Roemenië voldeden alle zwemwateren ten minste aan de minimumkwaliteit.  In vijf landen – Albanië, België, Estland, Hongarije en Polen – kon echter minder dan 70 procent van het zwemwater een uitstekende kwaliteit melden.

Binnen de Europese Unie liet Polen de minst goede prestatie optekenen. Slechts 54,9 procent van de onderzochte Poolse waters kon een uitstekende kwaliteit laten optekenen. In Polen, waar 739 badzones werden onderzocht, bleken 406 sites een uitstekende waterkwaliteit te kunnen melden. Daarentegen werd op 21 locaties van een slechte waterkwaliteit gewag gemaakt. Albanië eindigde met een score van 41,2 procent op een laatste plaats. 

Kroatië

Kroatië is in Europa de toeristische bestemming waar de badzones de beste waterkwaliteit noteren. Er kon worden vastgesteld dat 99,1 procent van de Kroatische kustlocaties een uitstekende kwaliteit konden melden. Op de tweede plaats staat Cyprus, dat een score van 97,6 procent registreerde, gevolgd door Griekenland met een totaal van 95,8 procent. Ook hier haalde Albanië de slechtste uitslag, voorafgegaan door Estland (46,7 procent) , Polen (55,1 procent) en Finland (65,4 procent). Over de hele Europese Unie werd een gemiddelde score van 88,8 procent gemeld.

De onderzoekers beklemtonen dat zwemmen in de meeste badzones in de Europese Unie perfect veilig kan. Er wordt op gewezen dat 96 procent van de onderzochte wateren aan de minimum-kwaliteitseisen van de zwemwaterrichtlijn voldeed. Dat betekende een lichte stijging ten opzichte van het voorgaande jaar. “Wel moet worden gewaarschuwd dat de verontreiniging van het oppervlaktewater en grondwater in de Europese Unie op een aanzienlijk niveau blijft”, voeren de onderzoekers aan. “Die problemen kunnen door de klimaatverandering bovendien nog worden verergerd. Door de klimaatverandering zal er vaker met zware regenval rekening moeten worden gehouden. Dit kan een negatief effect hebben op de kwaliteit van het zwemwater, waardoor de gezondheidsrisico’s voor de zwemmers kunnen toenemen. Het zal de volgende jaren voor de bevolking en het leefmilieu dan ook cruciaal zijn om de waterkwaliteit op een hoog peil te houden en te verbeteren.”

“De kwaliteit van het Europese zwemwater is de voorbije decennia aanzienlijk verbeterd”, wordt er aangestipt. “Die kwaliteit is in het recente verleden op zijn minst consistent op een goed niveau gebleven. Dat is te danken aan het gecombineerde effect van systematische monitoring en beheer, geïntroduceerd met de Bathing Water Directive (BWD), maar ook door grote investeringen in stedelijke installaties voor afvalwaterzuivering en verbeteringen in de netten voor afvalwaters. Dit heeft geleid tot een drastische vermindering van organische verontreinigende stoffen en ziekteverwekkers, die voordien in onbehandeld of gedeeltelijk behandeld stedelijk afvalwater konden vrijkomen. Dankzij deze voortdurende inspanningen is zwemmen nu ook mogelijk in stedelijke gebieden en ooit zwaar vervuilde wateren. Dit succes toont hoe een goed geïmplementeerd beleid een verschil kan maken.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in gezondheid, milieu, toerisme | Reacties uitgeschakeld voor Poolse badzones hebben slechtste waterkwaliteit van Europese Unie

Duurzame economie realiseerde voorbije decennium rendement van 198 procent

Posted by managing21 on 11th juli 2024

Ondernemingen uit de duurzame economie hebben de voorbije tien jaar een totaal marktrendement van 198 procent laten optekenen. Alleen de technologiesector kon een beter cijfer melden. Dat blijkt uit een rapport van de London Stock Exchange Group. De duurzame economie – die zijn inkomsten genereert uit hernieuwbare energie en mijnbouw en de verwerking van kritieke mineralen – heeft volgens het rapport een marktkapitalisatie van 7,2 biljoen dollar. De sector kon daarbij het voorbije decennium een jaarlijkse groei van 14 procent gemeld. Wel wordt gewaarschuwd dat handelsspanningen en tarieven de duurzame energiesector in de toekomst zouden kunnen afremmen.

Het rapport wijst erop dat de waarde van de duurzame economie aanzienlijk sneller is gegroeid dan de bredere markt. De marktkapitalisatie van de duurzame economie heeft het voorbije decennium een jaarlijkse groei van 13,8 procent gemeld, terwijl op de totale aandelenmarkt een gemiddelde stijging van 8,3 procent werd genoteerd. Indien duurzaamheid op zichzelf als een industriële sector zou worden bestempeld, zou hij naar omvang wereldwijd op de vierde plaats staan. De inkomsten uit de duurzame economieën lieten bovendien het voorbije decennium een jaarlijkse gemiddelde groei met 7,6 procent registreren, tegenover een gemiddelde van 5,3 procent voor de bredere markt.

De duurzame economie heeft inmiddels een marktwaarde van 7,2 biljoen dollar. – Foto: Pixabay/Mino Park

“Hoewel de duurzame economie op de lange termijn beter heeft gepresteerd, moet er worden genoteerd dat de prestaties van de sector sinds het begin van dit decennium door een sterke volatiliteit werd gekenmerkt”, merken de onderzoekers op in een commentaar op de studie. “Dat fenomeen is gedreven door een combinatie van factoren, waaronder verstoringen in de toeleveringsketen, kosteninflatie, hogere rentetarieven, geopolitieke fragmentatie en duurzame protectionisme. Na een snelle marktgroei in 2020 en 2021 liet de marktkapitalisatie van de duurzame economie in 2022 een aanzienlijke vertraging optekenen. De markt herstelde zich en liet vorig jaar opnieuw betere prestaties optekenen. De sector vertegenwoordigt nu 8,6 procent van het wereldwijde marktkapitaal. Daarmee bleef de duurzame economie net onder het record dat in 2021 werd gerealiseerd.”

Verder wordt opgemerkt dat binnen de duurzame economie de industrie van het energiebeheer de voorbije vijf jaar de best presterende sector was. De activiteit kon daarbij een jaarlijkse groei van 17 procent melden, gedreven door de kostenefficiëntie van de oplossingen voor energie-efficiëntie. Hernieuwbare en alternatieve energieën – die kunnen worden omschreven als het meest zichtbare gebied van de circulaire economie en een aandachtsgebied voor veel duurzame thematische beleggingsproducten – door druk op de winstgevendheid recent ondermaats heeft gepresteerd, ondanks de sterke cijfers voor de installatie van hernieuwbare energieën.

Digitale technologieën

Een van de belangrijkste potentiële stimulansen voor de prestaties van de duurzame economie is volgens het rapport de groei van digitale technologieën, waarbij vooral verwezen wordt naar kunstmatige intelligentie en datacenters. “Dit moet worden gelinkt aan de inspanningen van grote technologiebedrijven om hun ecologische voetafdruk te verkleinen”, wordt er opgemerkt. “Het elektriciteitsverbruik van de datacenters kende tussen 2005 en 2022 nagenoeg een vervijfvoudiging en zal tegen 2026 alweer bijna een verdubbeling laten optekenen.”

“Verschillende grote technologiebedrijven hebben recent acties ondernomen om de uitstoot van dit groeiende energieverbruik aan te pakken”, wordt in het rapport benadrukt. “Amazon is de grootste inkoper van hernieuwbare energie geworden, gevolgd door Meta, Microsoft en Google. De technologiebedrijven investeren verder ook in een aantal oplossingen, zoals kernfusie en waterstof, om hun ecologische impact te verminderen.”

De onderzoekers merken verder nog op dat vele economische sectoren in duurzaamheid investeren. “In ongeveer een derde van de sectoren vertegenwoordigen duurzame activiteiten meer dan 10 procent van de totale waarde”, wordt er aangevoerd. “De autosector staat daarbij met een score van 42 procent op de eerste plaats. Die prestatie wordt gedragen door de productie van elektrische voertuigen en batterijen. Op de tweede plaats volgt de nutssector (33 procent), waarbij vooral hernieuwbare energie de belangrijkste duurzame activiteit bleek. Daarna volgen de bouwindustrie (23 procent), chemie (23 procent), chemie (14 procent), industriële goederen en diensten (14 procent), technologie (11 procent), vastgoed (10 procent) en basisvoorzieningen (10 procent).

Het rapport wijst erop dat de duurzame economie in het algemeen op rooskleurige vooruitzichten kan rekenen, maar waarschuwt dat er een aantal hinderpalen zijn die de aanhoudende groei van de aandelen en het tempo van de energietransitie zouden kunnen afremmen. “Er moet daarbij onder meer gewezen worden naar handelstarieven die de uitrol van duurzame energietechnologieën kunnen vertragen”, beklemtoonde Jaakko Kooroshy, bij de London Stock Exchange Group verantwoordelijk voor duurzaam beleggingsonderzoek. “Stimuleringsmaatregelen van de Europese Unie en de Verenigde Staten voor de productie van duurzame energie in eigen land zullen de groei ondersteunen, maar de heffingen op elektrische voertuigen uit China kunnen de doelstellingen op het gebied van duurzame energie ondermijnen en tot grotere handelsconflicten leiden.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in milieu, technologie | Reacties uitgeschakeld voor Duurzame economie realiseerde voorbije decennium rendement van 198 procent

Uitbouw digitale economie gaat ten koste van leefmilieu

Posted by managing21 on 11th juli 2024

De uitbouw van de digitale economie gaat ten koste van het leefmilieu. Die waarschuwing staat in een rapport van United Nations Conference on Trade and Development (Unctad). Daarbij wordt onder meer gewezen naar de gigantische datacenters, die enorme hoeveelheden water en energie verbruiken. Er moeten volgens de organisatie dan ook duurzame strategieën worden ontwikkeld om de toenemende gevolgen van de digitalisering – vooral in ontwikkelingslanden – tegen te gaan.

De digitalisering wakkert de wereldwijde economische groei aan, maar de gevolgen voor het leefmilieu worden steeds ernstiger”, werpt Antonio Guterres, secretaris-generaal van de Verenigde Naties, op. “De digitalisering gaat razendsnel en verandert levens en bestaansmiddelen. Tegelijkertijd dreigt een ongereguleerde digitalisering mensen achter te laten en de problemen voor het leefmilieu en het klimaat te verergeren.” Guterres waarschuwde dat de toegenomen afhankelijkheid van digitale hulpmiddelen een directe impact heeft op het milieu, omdat ze grondstoffen uitputten, water en energie verbruiken, luchtvervuiling veroorzaken en afval genereren. “Dit probleem wordt nog versterkt door opkomende technologieën zoals kunstmatige intelligentie”, gaf Guterres aan.

Datacenters vormen een belangrijke factor in de klimaatverandering. – Foto: Pixabay/Brian Penny

Er zijn slechts beperkte data beschikbaar over de impact van de artificiële intelligentie op het leefmilieu. Rebeca Grynspan, secretaris-generaal van de Unctad, richtte zich tot de grootste technologiebedrijven van de wereld om in de strijd tegen de negatieve gevolgen van de digitalisering het voortouw te nemen en daarbij door gestandaardiseerde gegevens te produceren. 

Google meldde onlangs dat zijn uitstoot van broeikasgassen de voorbije vijf jaar met 48 procent is gestegen. Die stijging wordt vooral toegeschreven aan de energievoorziening van de datacenters die de activiteiten op het gebied van artificiële intelligentie ondersteunen. Ook in het laatste duurzaamheidsrapport van Microsoft werd gemeld dat het bedrijf vorig jaar 29 procent meer broeikasgassen had uitgestoten dan in het begin van dit decennium. Google en Microsoft hebben elk beloofd om aan het eind van dit decennium klimaat te zullen opereren..

De Amerikaanse investeringsbank Goldman Sachs kondigde eveneens recent aan dat de belofte van generatieve artificiële intelligentie de grote technologiebedrijven ertoe aanzet om de volgende jaren naar schatting 1 biljoen dollar – onder meer in datacenters, chips en andere infrastructuur – te investeren. Maar deze uitgaven hebben tot nu toe weinig opgeleverd. Er rijzen dan ook vragen of deze grote uitgaven ooit zullen renderen in termen van voordelen en rendementen.”

Bitcoin

Shamika Sirimanne, bij de Unctad directeur voor technologie en logistiek, wierp op dat de vraag waarvoor artificiële intelligentie moet worden gebruikt – voor het algemeen belang of voor zoekmachines, marketing of het verkopen van t-shirts – nog niet is gesteld. “Maar voordat het te laat is, moet dat gesprek wel worden aangegaan.”

In het rapport van Unctad staan enkele voorbeelden vermeld van de gevolgen die de digitale economie voor het leefmilieu heeft. Onder meer wordt opgemerkt dat industrieën van informatie en communicatie begin dit decennium een uitstoot tussen 0,69 gigaton en 1,6 gigaton koolstofdioxide veroorzaakte. Dat vertegenwoordigt tussen 1,5 procent tot 3,2 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen, wat overeenkomt met de emissies van het luchtvervoer of de scheepvaart. Nog wordt aangegeven dat voor de productie van een computer van 2 kilogram ongeveer 800 kilogram grondstoffen nodig zijn. Verder wordt nog benadrukt dat de vraag naar kritieke mineralen zoals grafiet, lithium en kobalt tegen het midden van deze eeuw met 500 procent zou kunnen stijgen.

Datacenters verbruikten twee jaar geleden 460 terawattuur elektriciteit, maar dat zal naar verwachting over twee jaar verdubbeld zijn. Nog volgens het rapport is het elektriciteitsverbruik van datacenters in Ierland tussen 2015 en 2022 meer dan verviervoudigd en nu 18 procent vertegenwoordigt van het totale elektriciteitsverbruik van het land. Dat cijfer zou tegen volgens ramingen tegen 2031 kunnen stijgen tot 28 procent. Het wereldwijde energieverbruik voor het delven van bitcoin, de meest prominente cryptomunt is tussen 2015 en 2023 ongeveer 34 keer verhoogd en bedraagt naar schatting 121 terawattuur.

“Dat volume ligt hoger dan het totale verbruik van landen zoals België en Finland”, verduidelijkte Grynspan. “Dit kan niet als een marginaal verschijnsel worden beschouwd. De digitalisering is een welkome en noodzakelijke motor voor wereldwijde economische groei, maar we moeten die ontwikkeling op een inclusieve en duurzame manier aanpakken. Omdat de snelle digitalisering de bezorgdheid over het leefmilieu doet toenemen, is het nu dringender dan ooit om het juiste beleid te kiezen, zodat de ecologische impact van die activiteiten optimaal kunnen worden beheerd.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in milieu, technologie | Reacties uitgeschakeld voor Uitbouw digitale economie gaat ten koste van leefmilieu

Investeringen lidstaten Navo stimuleren de klimaatverandering

Posted by managing21 on 11th juli 2024

De lidstaten van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (Navo) hebben het voorbije jaar in totaal 1,34 biljoen dollar geïnvesteerd. Dat betekent een stijging met 126 miljard dollar tegenover het jaar voorzien. Dat is de conclusie van een rapport van de organisaties Transnational Institute, Tipping Point North South en Stop Wapenhandel. De onderzoekers waarschuwen daarbij dat deze militaire budgetten een negatieve impact hebben op het klimaat. Gezamenlijk zouden de lidstaten van de militaire alliantie het voorbije jaar 233 miljoen ton broeikasgassen hebben geproduceerd. Daarmee is de Navo een grotere vervuiler dan een aantal landen.

“Het onderzoek toont dat militaire uitgaven de uitstoot van broeikasgassen verhogen, cruciale financiering voor de klimaatactie afleiden en zorgen voor een consolidatie van een wapenhandel die instabiliteit voedt”, wordt in het rapport aangevoerd. “Militaire uitgaven hebben de neiging om veel energie te verbruiken. Vliegtuigen verbruiken enorme hoeveelheden fossiele brandstoffen, net zoals militaire bases en logistieke centra. Militair materieel moet bovendien regelmatig worden bediend en onderhouden om gevechtsklaar te blijven. Dat alles brengt vervuiling met zich mee. Die vervuiling ligt zelfs hoger dan de broeikasgassen die door landen zoals Colombia of Qatar worden uitgestoten.”

De militaire alliantie Nato heeft het voorbije jaar 233 miljoen ton broeikasgassen geproduceerd. – Foto: Nato

“Tegen het einde van dit decennium moeten we de uitstoot radicaal verminderen”, zegt Nick Buxton. “Maar de grootste investering die wereldwijd – zeker in de Navo – moet worden geleverd – in een beperking van de militaire uitgaven, die de milieuproblemen vaak nog verergeren. De Navo telt 32 lidstaten. Daarmee verzamelt het militaire bondgenootschap amper 16 procent van alle landen in de wereld. Vorig jaar waren die lidstaten echter gezamenlijk 55 procent van de totale militaire uitgaven ter wereld. De Verenigde Staten alleen nemen meer dan tweederde van de uitgaven van het bondgenootschap voor hun rekening.”

Klimaatakkoorden

De toegenomen militaire uitgaven van de lidstaten van de Navo zullen nog eens 31 miljoen ton broeikasgassen in de atmosfeer brengen. Dat vertegenwoordigt een stijging van ongeveer 15 procent. Dat is het equivalent van de uitstoot van 6,7 miljoen auto’s. De Verenigde Staten – wiens leger al de grootste institutionele producent van broeikasgassen in de wereld is – waren met een militaire budgetverhoging van 55 miljard dollar verantwoordelijk voor het grootste deel van de stijging, gevolgd door Polen (16 miljard dollar), het Verenigd Koninkrijk (10,9 miljard dollar) en Duitsland (10,7 miljard dollar).

“Indien alleen al de stijging van de militaire uitgaven van de Navo zou worden omgebogen naar een positieve klimaatactie, zou de minimale klimaatfinanciering voor ontwikkelingslanden, zoals voorgesteld tijdens de klimaatonderhandelingen van de Verenigde Naties dit jaar, volledig kunnen worden gedekt”, wordt in het rapport opgemerkt. “Alle strijdkrachten in de wereld produceren minstens 5,5 procent van alle vervuiling die de aarde opwarmt. Dat is meer dan de totale ecologische voetafdruk van Japan.”

Het Intergovernmental Panel on Climate Change van de Verenigde Naties zegt dat de wereld de uitstoot tegen eind dit decennium met 43 procent moet verminderen om de ambitieuzere doelen van de Klimaatakkoorden van Parijs te halen. Om dat doel te bereiken moet de militaire uitstoot volgens de onderzoekers jaarlijks met minstens 5 procent worden verminderd. “Maar de lidstaten van de Navo gaan de verkeerde kant op”, merken de onderzoekers op. “De alliantie heeft vorig jaar een blijvende toezegging gedaan om ten minste 2 procent van hun nationale budgetten in hun leger te investeren. Verwacht wordt dat tweederde van de lidstaten die doelstelling dit jaar zal halen of overtreffen, tegenover slechts zes landen drie jaar geleden.”

Veiligheid

Defensiespecialisten noemen die investeringen noodzakelijk voor de veiligheid. Maar de onderzoekers werpen op dat deze inspanningen een tol eisen van de maatschappij door de opwarming van de aarde te stimuleren en financiële middelen van klimaatfinanciering af te leiden. Indien alle leden de doelstelling van 2 procent halen, zullen ze over vier jaar evenveel extra broeikasgassen veroorzaken als de jaarlijkse productie van Rusland. De extra militaire middelen – naar schatting 2,57 miljard dollar – zouden volgens schattingen van het United Nations Environment Programme (Unep) voldoende zijn om de kosten voor klimaataanpassing van landen met een laag en middelmatig inkomen gedurende zeven jaar te dekken.

“De echte begunstigden van de oplopende defensie-uitgaven zijn de wapenfabrikanten, die van de militaire alliantie een aantal beloftes voor investeringen heeft ontvangen”, merken de onderzoekers op. “De groei van de militaire budgetten wordt niet altijd onmiddellijk in de inkomsten en winsten van wapenfabrikanten weerspiegeld, want de productie en aankoop van het materieel kan vele jaren in beslag nemen. Het voorbije jaar nam de orderportefeuille van de tien grootste wapenfabrikanten van de wereld – waaronder Lockheed Martin, RTX Corporation en Northrop Grumman, gemiddeld met meer dan 13 procent toe. Dat is een indicatie voor de aankomende recordwinsten van de sector.”

“Er wordt nog opgemerkt dat er wel enkele milieubeschermende maatregelen werden genomen om de vervuiling door de wapenindustrie in te dammen, maar vooral in de Verenigde Staten en Europa worden deze regels steeds vaker terzijde geschoven wanneer ze worden bestempeld als een belemmering voor het verhogen van de productie”, geven de onderzoekers nog aan. De Navo heeft beloofd om tegen het midden van deze eeuw klimaatneutraal te opereren. “Toch is het vergroenen van de militaire operaties geen goede optie”, wordt er nog aangevoerd. “Er bestaat geen realistische alternatieve energiebron die tegen het midden van deze eeuw fossiele brandstoffen op grote schaal kan vervangen. Het verhogen van de defensie-uitgaven creëert ook een meer gemilitariseerde wereld in een tijd waarin meer samenwerking en vrede nodig is.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in milieu, politiek, technologie | Reacties uitgeschakeld voor Investeringen lidstaten Navo stimuleren de klimaatverandering

In Europa leeft nu 12,5 procent van de bevolking in mogelijk overstromingsgebied

Posted by managing21 on 9th juli 2024

In Europa leeft 12,5 procent van de totale bevolking in een gebied dat door mogelijke overstromingen zou kunnen worden getroffen. In die risicogebieden is bovendien ook kritieke infrastructuur aanwezig. Dat is de conclusie van een rapport van het European Environmental Agency (EEA) over de impact van de klimaatverandering op de gehele watercyclus. De onderzoekers merken op dat hevige stormen de voorbije veertig jaar in Europa 5.582 slachtoffers heeft geëist. Er wordt aan toegevoegd dat het gevaar op verdere zware overstromingen op een hoog niveau blijft.

“Ongeveer 15 procent van de industriële faciliteiten in Europa bevindt zich in mogelijke uiterwaarden”, legt Aleksandra Kazmierczak, expert klimaat en gezondheid bij het European Environmental Agency. “Infrastructuur zoals waterzuiveringsinstallaties bevindt zich verder stroomafwaarts. Meer dan een derde daarvan in Europa bevindt zich op uiterwaarden.” Er wordt aan toegevoegd dat ook 11 procent van de Europese ziekenhuizen in risicogebieden is gesitueerd.

Overstromingsgebieden omvatten ook kritieke infrastructuur. – Foto: Pixabay/Patrick Behn

Omdat ze de concentratie van verontreinigende stoffen verhogen, vormen droogte en hittegolven voor de waterkwaliteit tevens een belangrijke bedreiging. “Deze cumulatieve gebeurtenissen vormen een probleem voor de toegang tot water voor de bevolking en beïnvloeden bovendien de koelsystemen van kerncentrales en de landbouw”, waarschuwt Kazmierczak. “Twee jaar geleden hebben we bijvoorbeeld, vooral in Zuid-Afrika, een daling gezien in de productie van maïs en olijfolie. De verliezen als gevolg van droogte in de landbouw, de watervoorziening en energiesector worden geschat op ongeveer 9 miljard euro per jaar.”

Complex problemen

“Europa is jammerlijk genoeg niet voorbereid op de toekomst”, zegt benadrukt Višnar Malinovská, onderdirecteur van het Directorate-General for Climate Action van de Europese Commissie, die daarbij gewag maakte van een complex probleem, dat een aantal systemische oplossingen nodig heeft. Daarbij merkt het rapport op dat Europa over de middelen beschikt die nodig zijn om de problemen nu te bestrijden.

“Er is alvast één maatregel die gemakkelijk kan worden doorgedrukt”, wordt in het rapport aangevoerd. “In gebieden die door klimaatgerelateerde gebeurtenissen, zoals overstromingen, gevaar lopen, zouden nieuwe ontwikkelingen moeten worden vermeden. Daarnaast kan ook gegrepen worden naar een aantal oplossingen die door de natuur zijn geïnspireerd. Onder meer kunnen daarbij bomen worden geplant of kan andere begroeiing worden gebruikt om regenwater vast te houden, maar ook zou gekozen kunnen worden om behandeld water te hergebruiken.”

Daarnaast pleit het rapport voor een grotere rol voor de technologie, onder meer in de vorm van een groter toezicht en de uitbouw van systemen voor vroegtijdige waarschuwing. “Zonder snelle en systematische actie om de maatschappelijke veerkracht te vergroten, zullen de gevolgen voor de gezondheid van het veranderende klimaat door overstromingen, droogtes en verminderde waterkwaliteit verergeren”, wordt in het rapport naar voor gebracht.

“Onze samenleving is sterk blootgesteld aan klimaatrisico’s zoals overstromingen, waterschaarste en slechte waterkwaliteit”, merkt Višnar Malinovská op. “Hoewel de bedreigde gebieden vaak over waterkeringen beschikken, kunnen de veiligheidsniveau grote verschillen laten optekenen. Overstromingen leiden niet alleen tot sterfgevallen en verwondingen, maar veroorzaken ook stress, wat vaak resulteert in posttraumatische stressstoornis en langere gevolgen voor de geestelijke gezondheid, zoals depressies, voor de getroffen bevolking. Overstromingen kunnen ook vervuiling veroorzaken. Naar schatting 650.000 gecombineerde riooloverstortingen in heel Europa verslechteren de waterkwaliteit als gevolg van hevige regenval.”

Malinovská wijst er verder op dat nu ook al 30 procent van de bevolking in Zuid-Europa met een permanente waterschaarste wordt geconfronteerd. “Dat kan leiden tot rantsoenering en andere mogelijke beperkingen, die in sommige regio’s al van kracht zijn”, merkt ze op. “Indien de voorraden opdrogen, moet met onvermijdelijke prijsstijgingen rekening worden gehouden. Al die problemen kunnen van invloed zijn op het vermogen van armere of grotere huishoudens om in hun hygiëne-behoeften te voorzien.”

“Bovendien bevorderen langdurige periodes van droog en warm weer de verspreiding van bosbranden”, beklemtoont Malinovská. “Dat is opnieuw vooral het geval in Zuid-Europa, maar in toenemende mate ook in andere regio’s. Bosbranden brengen niet alleen het directe gezondheidsrisico van het vuur met zich mee, want de blootstelling aan de schadelijke chemicaliën in de rook van natuurbranden heeft zowel acute als langdurige gevolgen voor de gezondheid.”

“De kwaliteit van het drinkwater en het zwemwater, hoewel over het algemeen zeer goed, loopt eveneens gevaar. Stijgende temperaturen van de lucht en het water bevorderen de groei van ziekteverwekkers, waardoor het risico op overdraagbare ziekten toeneemt. Een laag waterdebiet tijdens droge periodes kan resulteren in hogere concentraties van verontreinigende stoffen en farmaceutische producten, waardoor een dure afvalwaterzuivering nodig zal zijn. Bovendien kan de bloei van cyanobacteriën in voedselrijke wateren tijdens droge en warme periodes de waterkwaliteit in gevaar brengen.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in milieu | Reacties uitgeschakeld voor In Europa leeft nu 12,5 procent van de bevolking in mogelijk overstromingsgebied

Cyanobacteriën vormen basis van duurzame bouwmaterialen

Posted by managing21 on 9th juli 2024

Het is mogelijk om op basis van cyanobacteriën biogene bouwmaterialen te vervaardigen. Dat blijkt uit een onderzoek van wetenschappers aan het Fraunhofer Institute for Ceramic Technologies and Systems (IKTS) en het Fraunhofer Institute for Electron Beam and Plasma Technology (FEP). De onderzoekers merken op dat de bacteriën zich vermenigvuldigen zich in een voedingsoplossing, aangedreven door fotosynthese. Wanneer aggregaten en vulstoffen zoals zand, basalt of hernieuwbare grondstoffen worden toegevoegd, worden rotsachtige solide structuren geproduceerd. In tegenstelling tot de traditionele betonproductie genereert dit proces geen koolstofdioxide, wat schadelijk is voor het milieu. In plaats daarvan wordt de koolstofdioxide gebonden in het materiaal zelf.

“De bouwindustrie heeft een belangrijk probleem”, voeren de onderzoekers aan. “Cement – het hoofdbestanddeel van beton en misschien wel het meest gebruikte bouwmateriaal van deze tijd – is slecht voor het klimaat. De uitstoot van koolstofdioxide bij de productie van cement is erg hoog. Volgens het Duitse Umweltbundesamt (UBA) was de cementproductie in 2018 alleen al in Duitsland verantwoordelijk voor de uitstoot van ongeveer 20 miljoen ton koolstofdioxide. Dat komt overeen met ongeveer 10 procent van alle industriële emissies. Het is echter mogelijk om met een milieuvriendelijke, biologisch geïnduceerde methode biogene bouwmaterialen te produceren. Niet alleen stoot het proces zelf geen koolstofdioxide uit, maar het schadelijke gas wordt gebruikt voor het proces zelf en vervolgens gebonden in het materiaal.”

De huidige bouwsector heeft een bijzonder grote ecologische voetafdruk. – Foto: Pixabay/Dimitris Vetsikas

De kern van de nieuwe methode wordt door cyanobacteriën, voorheen bekend als blauwalgen, gevormd. Deze bacterieculturen zijn in staat tot fotosynthese. Als licht, vocht en temperatuur op elkaar inwerken, vormen ze structuren die bekend staan als stromatolieten van kalksteen. Deze rotsachtige biogene structuren bestaan al 3,5 miljard jaar in de natuur, wat getuigt van de veerkracht en duurzaamheid van dit biologische proces. Net als toen wordt koolstofdioxide uit de atmosfeer gevangen als onderdeel van het mineralisatieproces en vervolgens gebonden in het biogene gesteente. De Duitse wetenschappers, onder leiding van Matthias Ahlhelm en Ulla König zijn er met hun project BioCarboBeton nu in gelukt om dit natuurlijke proces met een technologische methode na te bootsen.

Verschillende toepassingen

“In de eerste stap om biomassa te produceren, worden de lichtgevoelige cyanobacteriën gekweekt in een voedingsoplossing”, werpen de onderzoekers op. “De intensiteit en kleur van de gebruikte lichtbron beïnvloeden de bacteriële fotosynthese en het metabolisme. Om ervoor te zorgen dat de bacteriële oplossing een mineralisatie kan ondergaan om stromatoliet-achtige structuren te produceren, worden calciumbronnen zoals calciumchloride toegevoegd. Vervolgens wordt een mengsel van hydrogels en verschillende vulstoffen, zoals diverse soorten zand, gecreëerd. Extra koolstofdioxide wordt toegevoegd om het proces te ondersteunen.”

Het bacteriële mengsel wordt geroerd tot het punt van homogeniteit en krijgt dan structuur door het over te brengen in bijvoorbeeld mallen. De mallen moeten bij voorkeur doorzichtig zijn,  zodat de processen van bacteriële stofwisseling en fotosynthese door kunnen gaan. De daaropvolgende mineralisatie leidt tot de uiteindelijke stolling. Het bacteriële mengsel kan ook worden gevormd door spuiten, schuimen, extrusie of additieve vervaardiging, waardoor het de vorm krijgt waarin de laatste stadia van mineralisatie plaatsvinden.

Als alternatief kunnen ook poreuze substraten worden gemaakt en vervolgens met de cyanobacterie-cultuur worden behandeld. “De vaste structuur die zich ontwikkelt, is tijdens het proces nog steeds poreus, zodat er licht naar binnen valt en de koolstofdioxide-fixatie wordt aangestuurd door de mineralisatie van kalksteen”, verduidelijkt Ahlhelm. “We kunnen het proces stoppen door het licht en vocht te verwijderen of de temperatuur te veranderen. Op dat moment sterven alle bacteriën gewoon af. Het resultaat is een vast product op basis van biogeen calciumcarbonaat en vulstoffen dat onder meer als baksteen kan worden gebruikt. De biogebaseerde bouwmaterialen die van cyanobacteriën zijn gemaakt, bevatten geen giftige stoffen.”

Een van de doelen van het project BioCarboBeton is het bepalen van de mogelijke eigenschappen van de biogene materialen die kunnen worden geproduceerd en het opschalen van de processen. De onderzoekers denken daarbij al na over een circulair procesontwerp. De koolstofdioxide zou onder meer afkomstig kunnen zijn van industriële afvalgassen. Basalt en mijnafval zouden gebruikt kunnen worden als calciumbron, maar dat geldt ook voor melkresten van zuivelbedrijven. Naast zand kunnen ook bouwafval of hernieuwbare bronnen als vulmiddel worden gebruikt.

De Duitse wetenschappers merken op dat de technologie voor verschillende toepassingen kan worden gebruikt. “Dankzij de gerichte selectie van vulstoffen en het beheer van de parameters kunnen producten worden gemaakt voor een groot aantal verschillende toepassingen”, werpen de onderzoekers op. “Potentiële toepassingen zijn onder meer  isolatiemateriaal, baksteen, bekistingsvulling en zelfs mortel of stucwerk dat uithardt of verhardt nadat het is aangebracht.”

De uiteindelijke bedoeling van BioCarboBeton is om fabrikanten in staat te stellen de milieuvriendelijke bouwmaterialen op biologische basis in de benodigde volumes, snel en kosteneffectief te produceren. Ahlhelm en König zeggen absoluut in het proces te geloven. “Onze methode laat het enorme potentieel zien dat door de biologisatie-technologie kan worden ontsloten. In het algemeen biedt BioCarboBeton een kans om een grote stap te zetten in de richting van een circulaire economie in de bouwsector en daarbuiten.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in grondstoffen, immobiliën & constructie, milieu, Stad | Reacties uitgeschakeld voor Cyanobacteriën vormen basis van duurzame bouwmaterialen

Wenen voor derde jaar op rij bekroond tot meest leefbare stad van de wereld

Posted by managing21 on 7th juli 2024

Wenen was ook het voorbije jaar de meest leefbare stad van de wereld. Dat blijkt uit de Global Liveability Index van The Economist Intelligence Unit (EIU), waarin de leefbaarheid van 173 steden uit de hele wereld werd bestudeerd. Met Kopenhagen op een tweede plaats en Zürich op een derde plek bestaat de top drie volledig uit West-Europese steden. Genève eindigde op een zesde plaats, waardoor West-Europa in de top tien nog altijd het sterkst is vertegenwoordigd. Toch moet volgens de onderzoekers worden opgemerkt dat de Europese regio op het gebied van leefbare steden steeds meer zijn dominantie moet opgeven.

Wenen heeft de ranglijst van de meest leefbare steden het voorbije decennium sterk gedomineerd. De Oostenrijkse hoofdstad kwam nu al voor het derde jaar op rij als laureaat uit de bus. De voorbije tien jaar behaalde Wenen bovendien acht keer de eerste plaats. Er kwam in die dominantie alleen een onderbreking tijdens de covid-pandemie, toen vele Weense musea en restaurants hun deuren sloten.

Wenen is op tien jaar tijd acht keer tot de meest leefbare stad van de wereld verkozen. – Foto: Pixabay/Edgar Winkler

In het rapport werd opgemerkt dat Wenen nog steeds een onovertroffen combinatie biedt van een sterke stabiliteit, een goede infrastructuur, een hoge kwaliteit in het onderwijs en de gezondheidszorg, maar ook een groot aanbod biedt aan cultuur en amusement. In vier van de vijf categorieën uit het onderzoek – gezondheidszorg, onderwijs, infrastructuur en stabiliteit – haalt Wenen een score van 100 procent. Alleen op het gebied van cultuur en leefmilieu bleef de Oostenrijkse hoofdstad onder het maximum. Door een gebrek aan grote sportevenementen werd hier slechts een score van 93,5 procent behaald

In het algemeen wordt gesteld dat de leefbaarheid van de steden het voorbije jaar nog een bescheiden groei heeft laten optekenen. “In een aantal steden in de geavanceerde markten was er wel sprake van een terugval op het gebied van stabiliteit en infrastructuur, maar dat kon worden gecompenseerd door een aantal structurele verbeteringen op het gebied van gezondheid en onderwijs in verschillende ontwikkelingslanden”, beklemtonen de onderzoekers. Ook geopolitieke risico’s hadden een negatieve impact.

De top vijf van de meest leefbare steden bestaat naast de drie West-Europese metropolen ook nog uit Melbourne (Australië) en Calgary (Canada). De rest van de top tien omvat naast Genève verder ook nog Sydney (Australië), Vancouver (Canada), Osaka (Japan) en Auckland (Nieuw-Zeeland). Daarbij blijkt dat West-Europa en Asia-Pacific elk vier vertegenwoordigers in de top tien hebben. De steden uit het gebied Asia-Pacific laten ook een sterke vertegenwoordiging in de top twintig blijken. In Australië moest echter een opmerking gemaakt worden voor de infrastructuur van het land. Dat heeft te maken met een aanhoudende vastgoedcrisis, waardoor veel steden met groot tekort aan huurwoningen worden geconfronteerd.

Conflicten

In het Midden-Oosten en Noord-Afrika moet een gemengd beeld worden gemeld. Door het conflict tussen Israël en Hamas is Tel Aviv in de rangschikking met twintig eenheden tot een 112de plaats teruggevallen. Geen enkele andere stad in de ranglijst heeft een zwaardere achteruitgang moeten melden. “Hoewel het conflict de stabiliteit van de regio zwaar heeft ondermijnd, kon een belangrijke vooruitgang worden gemeld in de kwaliteit van het onderwijs en de gezondheidszorg in een groot aantal lidstaten van de Gulf Cooperation Council”, wordt er nog opgemerkt. “Hierdoor is de algemene leefbaarheid van de regio’s toch nog gestegen. De sterkste vooruitgang werd geboekt door steden uit de Verenigde Arabische Emiraten (Abu Dhabi, Dubai) en Saudi-Arabië (Riyadh, Jeddah en Al Khobar). Ondanks de geboekte vooruitgang, is deze regio echter ook het gebied waar de minst leefbare steden – Algiers (Algerije), Tripoli (Libië) en Damascus (Syrië) – kunnen worden teruggevonden.

Honolulu was met een 32ste plaats de meest leefbare stad van de Verenigde Staten. Brussel haalde in de rangschikking een score van 91,4 procent en viel daarmee van een 30ste naar een 35ste plaats terug. Wereldwijd kenden slechts zes andere locaties een grotere achteruitgang. “De Brusselse terugval wordt toegeschreven aan de instabiliteit waarmee de Belgische hoofdstad wordt getroffen”, wordt er opgemerkt. Daarbij moet worden gewezen op onder meer ontwrichtende demonstraties, zoals de boerenprotesten waarbij enkele gewelddadige botsingen met de politie plaatsvonden en de Europese wijk meerdere keren moest worden afgesloten toen honderden tractoren de wijk binnenreden.”

Nog wordt opgemerkt dat in de ranglijst vooral op het gebied van stabiliteit een achteruitgang diende te worden gemeld. “Door de toenemende frequentie van protesten hebben de West-Europese steden hierbij de grootste verliezen moeten melden”, geeft het rapport aan. “Onder meer hierdoor behoorden vijf Duitse steden – München, Hamburg, Stuttgart, Berlijn en Düsseldorf – tot de gebieden waar de grootste daling aan leefbaarheid moest worden geregistreerd.” Door de aanhoudende oorlog in Oekraïne raakt Kiev momenteel ook niet weg bij de tien steden die op het gebied van leefbaarheid de slechtste score van de wereld laten optekenen.

Meer over dit onderwerp:

Posted in gezondheid, milieu, Stad | Reacties uitgeschakeld voor Wenen voor derde jaar op rij bekroond tot meest leefbare stad van de wereld