managing21.be

Managing21: een blik op het heden en de toekomst van de economie.

Archive for juli, 2024

Constructeur hybride vliegtuigmotoren zoekt extra financiële middelen

Posted by managing21 on 13th juli 2024

De Britse motorenbouwer Rolls-Royce Holdings zet zijn inspanningen op de markt voor hybride vliegtuigmotoren mogelijk verder. Het concern zou immers in gesprek zijn om een eventuele investering in het bedrijf Reaction Engines uit Oxfordshire, ontwikkelaar van motoren voor ruimtevliegtuigen, dat op zoek is naar bijkomende financiële middelen.

Reaction Engines werkt aan een hybride motor die volgens het bedrijf op een dag een nieuw tijdperk van hypersonisch vliegen mogelijk zou kunnen worden. Daardoor zou elke bestemming op de wereld in een tijdsbestek van maximaal enkele uren kunnen worden gebruikt. De ontwikkeling van Reaction Engines wordt dan ook door sommigen als de erfgenaam van de Concorde bestempeld. De ontwikkeling van de technologie vergt echter bijzonder zware financiële inspanningen. Daarom werd door Reaction Engines in 2018 bij onder meer Boeing en Rolls-Royce Holdings kapitaal opgehaald. Andere investeerders daarbij waren Baillie Gifford en fondsbeheerder Neil Woodford. In totaal werd bij die kapitaalronde een bedrag van 26,5 miljoen pond opgehaald.

Maar omdat de onderneming zijn financiële prognoses niet heeft gehaald, zou er naar bijkomende financiële middelen, onder meer bij Rolls-Royce, worden gezocht. Simon Burr, technisch directeur van Rolls-Royce, erkende dat zijn bedrijf een van de partijen die over een mogelijke investering in Reaction Engines onderhandelingen voert. Hij voegde eraan toe dat Rolls-Royce bereid is om een blik te werpen op de uitdagingen waarmee Reaction Engines wordt geconfronteerd. “We hebben voor de toekomst van de luchtvaart nog steeds betere technologieën voor warmtewisseling nodig”, benadrukte hij. “Rolls-Royce heeft dan ook duidelijk interesse in de toekomst van Reaction Engines.” Verdere informatie kon Burr daarover niet verstrekken.

De Sabre combineert een conventioneel straalvliegtuig met een raket. – Foto: Reaction Engines

Reaction Engines werd in 1989 opgericht en is ontwikkelaar van de Synergetic Air Breathing Rocket Engine (Sabre), een nieuw ontwerp dat een conventioneel straalvliegtuig combineert met een raket. Sabre kan werken als een normaal straalvliegtuig, maar kan op een grotere hoogte – waar de atmosfeer dunner wordt – overschakelen naar een raket die geen lucht nodig heeft. Hiervoor gebruikt Sabre een baanbrekende voorkoelings-technologie voor het straalgedeelte van de motor. Dat moet een oververhitting bij hoge snelheden vermijden. Er werden in 2012 met de technologie al grondtests, die succesvol konden worden afgerond, uitgevoerd. De tests werden georganiseerd in samenwerking met het European Space Agency (ESA). Het koelen van de motoren is van vitaal belang voor de brandstofefficiëntie en de levensduur van de machines.

Goedkoper alternatief

Het vermogen van Sabre om te functioneren als een raket die gevoed wordt met vloeibare zuurstof betekent ook dat de motor ooit gebruikt zou kunnen worden om ruimtevliegtuigen aan te drijven. Ruimtevliegtuigen kunnen immers opstijgen en landen zoals conventionele vliegtuigen. Daarmee zou een alternatief kunnen worden aangereikt voor de huidige raketten, die immers een grote kostprijs vertegenwoordigen, aangezien ze bij hun terugkeer in de dampkring van de aarde helemaal opbranden. De technologie van Sabre zou niet alleen supersonische passagiersvluchten mogelijk maken, maar zou ook goedkope satellietlanceringen mogelijk maken.

Rolls-Royce heeft een belang van ongeveer 8 procent in Reaction Engines. Andere aandeelhouders zijn het Britse defensiebedrijf BAE Systems, de Oxford University en het Amerikaanse hedgefonds Elliott Advisers. Reaction Engines haalde vorig jaar nog eens 40 miljoen pond op. Daardoor heeft het bedrijf van investeerders in totaal ongeveer 150 miljoen pond ontvangen. Recent werd echter bekend dat Reaction Engines zijn financiële doelstellingen niet heeft gehaald. Daarom zou de onderneming uit Oxfordshire opnieuw op zoek naar bijkomende financiële middelen.

Moeilijker omstandigheden

Philip Dunne, voorzitter van Reaction Engines, kondigde tegenover zijn werknemers recent al aan dat de onderneming al een kostenbesparing had doorgevoerd, maar benadrukte dat er een aanhoudende wanverhouding bleef bestaan tussen de geïnvesteerde middelen in afwachting van een verdere groei van de activiteiten en de ontwikkeling van de verkoop. Dunne voegde eraan toe te verwachten dat het bedrijf dit jaar verlies zou lijden. Ook vorig jaar moest Reaction Engines een verlies melden. Dunne waarschuwde dat het mogelijk nu moeilijker zou zijn om geld in te zamelen dan bij de vorige kapitaaloperatie. Er moet volgens hem immers met moeilijker markomstandigheden rekening worden gehouden.

Reaction Engines leed twee jaar geleden een verlies van 25,7 miljoen pond, tegenover een negatief resultaat van 18,4 miljoen pond het jaar voordien. De inkomsten daalden tegelijkertijd van 7,2 miljoen pond naar 4,7 miljoen pond. Vorig jaar zou de omzet echter met 400 procent zijn gestegen. Dat zou te danken zijn overeenkomsten die Reaction Engines heeft gesloten met een aantal teams uit de Formule 1 en die de warmtewisselaar-technologie van de Britse onderneming hebben gekocht. Twee jaar geleden kondigde de Britse regering aan dat Reaction Engines een samenwerkingsverband was opgestart met Rolls-Royce, het Rapid Capabilities Office van de Britse Royal Air Force, het Defence Science and Technology Laboratory en het National Security Strategic Investment Fund om hypersonische vliegtuigen te ontwikkelen.

Een woordvoerder van Reaction Engines wees erop dat het bedrijf een succesvolle staat van dienst heeft in het aantrekken van kapitaal en van de sterke steun van zijn belangrijkste aandeelhouders kan profiteren. “Net zoals elk ander technologisch ontwikkelingsbedrijf zal Reaction Engines nog meer kapitaal nodig hebben naarmate het bedrijf vordert met het opbouwen van commerciële inkomsten”, merkte hij op.

Meer over dit onderwerp:

Posted in luchtvaart & ruimtevaart | Reacties uitgeschakeld voor Constructeur hybride vliegtuigmotoren zoekt extra financiële middelen

Japanse arbeidsbevolking toont zich weinig geëngageerd

Posted by managing21 on 13th juli 2024

In Japan voelt slechts 6 procent van de beroepsbevolking een engagement tegenover zijn werkgever. Bovendien blijkt 24 procent zich actief tegen de doelstellingen van zijn werkgever te verzetten. Dat is de conclusie van een rapport van het onderzoeksbureau Gallup over de wereldwijde betrokkenheid van werknemers vorig jaar. Met die cijfers heeft Japan een van de minst betrokken beroepsbevolking van de hele wereld.

“De mate van onbetrokkenheid is bij de beroepsbevolking in Japan al meer dan tien jaar relatief constant, ondanks de ingrijpende hervormingen die in het land op het gebied van arbeid en overwerk zijn doorgevoerd”, werpen de onderzoekers op. “Een lage betrokkenheid op het werk kan aanzienlijke financiële gevolgen hebben voor bedrijven en de nationale economie. Volgens berekeningen zouden de Japanse bedrijven door het gebrek aan betrokkenheid van hun werknemers vorig jaar een bedrag van 86 biljoen yen hebben verloren.”

Nagenoeg een kwart van de Japanse werknemers toont volkomen gebrek aan engagement. – Foto: Pixabay/Marcellinus Jerricho

“Aangezien de betrokkenheid van Japanse beroepsbevolking op 6 procent blijft, is het duidelijk dat het land belangrijke inspanningen moet doen om het leven van de meeste werknemers te verbeteren”, werpt Chihiro Kamimura, consulent learning and development van Gallup, op. De Japanse werknemers voelen zich volgens de onderzoekers ook gestrest en velen overwegen om te vertrekken en naar een andere werkgever op zoek te gaan.

Gallup stelde vast dat 41 procent van de Japanse werknemers zich erover beklaagde de vorige dag veel stress te hebben ervaren. Bovendien gaf 33 procent aan actief op zoek naar een nieuwe baan te zijn, ondanks het feit dat slechts 40 procent te kennen gaf dat het op dit ogenblik een goed moment was om een nieuwe tewerkstelling te vinden. “Met het arbeidsethos dat in Japan bestaat, kunnen bedrijven de arbeidsomstandigheden met enkele eenvoudige veranderingen voor een groot aantal medewerkers verbeteren”, voert Kamimura aan. “Het gebruik van werknemersenquêtes is een stap in de goede richting, maar om een cultuur vorm te geven, gaat het er meer om hoe de benadering van betrokkenheid eerder voorschrijvend is dan gebaseerd op empowerment, waarbij lokale managers en teamleden zinvolle gesprekken kunnen voeren.”

Betrokkenheid stimuleren

Wereldwijd kon vorig jaar volgens Gallup een betrokkenheid van 23 procent worden opgetekend. Dat betekende een stagnatie, nadat voordien gedurende meerdere jaren een gestage stijging kon worden geregistreerd. In Oost-Azië zakt dat cijfer naar 18 procent. Mongolië toonde in die regio met een score van 41 procent het grootste engagement, gevolgd door China (19 procent), Zuid-Korea (13 procent) en Taiwan (12). Net zoals in Japan wordt ook in Hongkong een engagement van amper 6 procent gemeld. Hongkong is in deze regio ook het enige land waar het engagement tegenover het jaar voordien nog met 1 punt is gedaald.

“De meerderheid van de werknemers blijft op de werkvloer met allerhande problemen worstelen”, benadrukken de onderzoekers. “Dat heeft directe gevolgen voor de productiviteit van het bedrijfsleven. Wanneer managers echter een grote bevlogenheid tonen, zullen ook hun ondergeschikten op de werkvloer een sterker enthousiasme tentoonspreiden. Managers kunnen betrokkenheid bij hun medewerkers stimuleren door het stellen van doelen, het regelmatig geven van zinvolle feedback en het toekennen van verantwoordelijkheid. Hoewel wereldwijd slechts 30 procent van de managers en 23 procent van alle werknemers engagement zijn, bereiken sommige organisaties veel hogere niveaus van werknemersbetrokkenheid en welzijn.”

De wereldwijde werkplek is volgens Gallup sinds het begin van dit decennium duidelijk veranderd. “De toename van hybride arbeidsstelsels, waar werknemers op afstand kunnen werken, heeft het people management ingewikkelder gemaakt”, stippen de onderzoekers aan. “Wanneer organisaties het aantal betrokken werknemers op het werk verhogen, zal ook een groot aantal organisatorische resultaten een aanzienlijke verbetering vertonen. Om een meer positieve cultuur te creëren, is het aangewezen dat er tussen managers en hun medewerkers zinvol kan worden gecommuniceerd.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in human resources | Reacties uitgeschakeld voor Japanse arbeidsbevolking toont zich weinig geëngageerd

Impact olieramp Deepwater Horizon veel zwaarder dan gedacht

Posted by managing21 on 13th juli 2024

De olieramp met het boorplatform Deepwater Horizon in april 2010 heeft veel meer invloed gehad op de wilde dieren en hun habitat dan eerder werd aangenomen. Dat blijkt uit een rapport van wetenschappers aan de University of Texas, de University of Nevada, de Mokwon University en de Texas A&M University. Onderzoek van wetenschappers aan de University of Louisiana toonde bovendien aan dat de situatie op zeebodem rond de getroffen boorput sinds de ramp weinig tekenen van verbetering heeft getoond.

“De voorbije decennia hebben de diepwater-ecosystemen in meren, oceanen en zeeën over de hele wereld te maken gehad met de druk van offshore productie van olie en gas, waaronder een frequente verontreiniging door olie en andere vervuilende stoffen”, merkt onderzoeksleider Masoud Rostami, docent datawetenschappen aan de University of Texas, op. “De brand op het boorplatform Deepwater Horizon in de Golf van Mexico was de grootste offshore olieramp uit de geschiedenis van de Verenigde Staten. Bij die ramp kwamen op 87 dagen tijd bijna vijf miljoen vaten ruwe olie en koolwaterstofgassen vrij. Na de schoonmaak bleven nog 3,2 miljoen vaten olie in het water achter.”

Onmiddellijk na de ramp probeerden hulpverleners zoveel mogelijk getroffen dieren te redden. – Foto US Coast Guard/John Miller

“Deze ramp was veel groter dan de hoeveelheid olie die elk jaar op natuurlijke wijze in de Golf van Mexico wordt geloosd”, gaven de onderzoekers nog aan. “Tot nagenoeg 35 procent van de verontreinigende stoffen kwam onder het wateroppervlak in het marine milieu terecht. Dit had ernstige gevolgen voor het leven en de leefomgeving van de planten, dieren en micro-organismen – zoals bacteriën en schimmels – die diep in de oceaan leven.” In 2017 verklaarde British Petroleum (BP), de operator van Deepwater Horizon, een bedrag van 18 miljard dollar schadevergoeding te betalen aan de staten Florida, Alabama, Mississippi en Louisiana, die door de olielek het zwaarst werden getroffen.

Kreeften

Voor het onderzoek richtten de onderzoekers zich op de harpacticoide roeipootkreeften, een soort schaaldier dat dicht bij de bodem van de oceaan leeft, om de effecten van de lekkage van de ramp met Deepwater Horizon op het diepzee-ecosysteem in de Golf van Mexico beter te begrijpen. Roeipootkreeften zijn voor dit soort onderzoek uitermate geschikt omdat ze in verschillende diepzee-habitats leven en bekend staan om hun gevoeligheid voor vervuiling.

De onderzoekers ontdekten dat de lekkage de biodiversiteit in een gebied van 1.100 vierkante mijl – een gebied dat bijna negen keer groter is dan eerdere onderzoeken naar Deepwater Horizon – beïnvloedde. De wetenschappers zeggen daarbij subtiele veranderingen te hebben kunnen vaststellen in de samenstelling van de copepoden-gemeenschap in de diepzee. “De studie toont aan dat de diversiteit van de roeipootkreeften door de olievervuiling van Deepwater Horizon dramatisch is afgenomen.”

De pessimistische conclusies van de studie worden bevestigd door de resultaten van een onderzoek de voorbije lente van een groep wetenschappers aan de University of Louisiana. “Hoewel sinds de ramp, waarbij ook elf arbeiders om het leven kwamen, veertien jaar zijn verstreken, moet worden vastgesteld dat de natuur rond de getroffen boorput zich nog steeds niet hersteld”, merkt onderzoeksleider Craig McClain, diepzeebioloog aan de University of Louisiana, op. “Er is een duidelijke afwezigheid van leven merkbaar. Het leven dat er toch kan worden aangetroffen, lijkt bovendien niet gezond.”

“In tegenstelling tot andere wrakken, die na verloop van tijd een habitat voor zeedieren worden, is de gezonken Deepwater Horizon relatief steriel gebleven”, geeft McClain aan. “Organismen die normaal gesproken op de zeebodem van de Golf van Mexico leven – zoals zeekomkommers, pissebedden, koralen en zeeanemonen – kunnen er niet meer worden aangetroffen. Misschien nog verontrustender is de conditie van de krabben. Die zijn van nature rood gekleurd, maar de dieren die uit de vallen rond de boorput werden gehaald, bleken olieachtig zwart gekleurd. Bij veel krabben ontbraken ook de poten, terwijl andere exemplaren diverse letsels vertoonden.”

Vraagtekens

Na de ramp moest in eerste instantie een massale sterfte van dolfijnen, pelikanen, oesters en andere zeedieren worden vastgesteld. Sindsdien zijn er heel wat herstelwerkzaamheden uitgevoerd. Die waren bedoeld om de weggelekte olie weg te lekken, maar werden vooral op het vasteland uitgevoerd. “Bij dergelijke rampen is het gemakkelijk om naar het prachtige helderblauwe water te kijken”, geeft Mark Benfield, oceanograaf aan de Louisiana State University, aan. “Dan lijkt alles er goed uit te zien, maar op de zeebodem zijn de verbeteringen op zijn best incrementeel.”

“Deepwater Horizon ligt nog steeds ondersteboven op de bodem van de Golf van Mexico, op de plek waar het boorplatform onder het wateroppervlak verdween”, omschrijft Benfield de situatie. “De site lijkt wel een oorlogsgebied. Op het wrak kunnen kleine verspreide tekenen van nieuw leven, zoals verschillende soorten anemonen, worden opgemerkt.” Bij een eerder expeditie naar het wrak van Deepwater Horizon in 2017 toonde Benfield zich geschokt door een gebrek aan aanwijzingen van natuurherstel. Nu zagen de wetenschappers echter wel langzaamaan enige heropleving. “Er is opnieuw een grotere diversiteit aan vissen en macro-invertebraten”, zegt de wetenschapper. “Maar vergeleken met de situatie voor de explosie blijft de site een woestijn. Uiteindelijk zal de natuur zich wel opnieuw herstellen, maar dat proces zal een heel lange tijd in beslag nemen.”

Het is volgens McClain echter de vraag hoe het de Golf van Mexico in de toekomst zal vergaan. “Misschien zal er wel nooit een volledig herstel komen”, geeft hij aan. Ook Eric Cordes, een ecologisch oceanograaf aan de Temple University in Pennsylvania, acht het mogelijk dat de ramp met de Deepwater Horizon meer schade heeft aangericht dan de natuur kan opruimen. “Wanneer een ecosysteem wordt verstoord, wordt ook de overvloed aan soorten veranderd”, verduidelijkt hij. “De soorten die op de getroffen site terugkeren – zelfs na een zogezegd hersteld – kunnen totaal anders zijn dan de soorten die er voordien konden worden gevonden. Dat is ook op deze locatie merkbaar. Het is nog niet mogelijk om te zeggen of de Golf van Mexico zich ooit volledig zal herstellen.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in milieu | Reacties uitgeschakeld voor Impact olieramp Deepwater Horizon veel zwaarder dan gedacht

Bestedingen toeristen in Europa op een nieuw recordniveau

Posted by managing21 on 13th juli 2024

Internationale toeristen zullen dit jaar naar verwachting in Europa een recordbedrag van 800 miljard euro uitgeven. Dat betekent een stijging met 37 procent tegenover de niveaus die voor de uitbraak van de covid-pandemie werden genoteerd. Dat blijkt uit een rapport van de European Travel Commission over de toeristische uitgaven en reistrends in Europa. Daarbij wordt opgemerkt dat de vraag van internationale toeristen naar bestemmingen in de regio blijft toenemen.

“Tot nu toe ontvingen Europese bestemmingen dit jaar al 6 procent meer bezoekers dan vijf jaar geleden, voor de uitbraak van de covid-epidemie”, merken de onderzoekers op. “De motor achter de hausse van het Europese toerisme dit jaar zijn bezoekers uit de Verenigde Staten. Bovendien kan worden vastgesteld dat 72 procent van de recorduitgaven voor het toerisme tot nu toe op West-Europese bestemmingen heeft plaatsgevonden.” Een verdere stijging van de inkomsten kan worden opgemerkt bij intraregionale bezoekers en terugkerende Oost-Aziatische toeristen. Dat geldt vooral voor China, hoewel de bijdrage van reizigers uit dat land aan de uitgaven niet onmiddellijk beschikbaar was.

Onder meer Barcelona blijft in Europa een grote toeristische hotspot. – Foto: Pixabay/Danor Aharon

“Voorlopig zien we dat Zuid-Europese en Mediterrane bestemmingen bij reizigers in Europa favoriet blijven,” betoogde Eduardo Santander, chief executive officer van de European Travel Commission. “Dit komt omdat toeristen de voorkeur blijven geven aan warme weersomstandigheden en bestemmingen waar ze waar voor hun geld krijgen. Die beide categorie bestemmingen zijn nog steeds in delen van Zuid-Europa terug te vinden.”

“Dat is onder meer het geval in Griekenland, ondanks de toenemende problemen – zoals hittegolven en bosbranden – die er moeten worden gemeld”, wordt in het rapport benadrukt. “Deze klimaatfenomenen hebben geen invloed gehad op de aantrekkingskracht van de Griekse bestemmingen. Sterker nog, het land heeft dit jaar steeds meer luxueuze, maar betaalbare hotelopties in zijn aanbod opgenomen. De meeste van deze bestemmingen liggen ver weg van duurdere trekpleisters zoals Santorini en Mykonos.”

Coolcations

In het rapport wordt wel opgemerkt dat bestemmingen in het noorden van Europa snel marktaandeel winnen. “In feite bevestigen de cijfers dat er in de Europese toerisme-patronen al een verschuiving gaande is”, zeggen de onderzoekers. “Tijdens de eerste helft van dit jaar kozen meer reizigers voor bestemmingen met gematigde weersomstandigheden en minder toeristische drukte. Deze voortdurende stijging in coolcations heeft geleid tot een opmerkelijke stijging in de internationale overnachtingen voor Denemarken (38 procent), Noorwegen (18 procent) en Zweden (9 procent) tegenover dezelfde periode vijf jaar geleden.”

Er blijkt bovendien ook in het zuiden van Europa een groeiende voorkeur voor minder bezochte of minder drukke bestemmingen. Het aantal buitenlandse toeristen voor Kroatië en Malta steeg met respectievelijk 7,6 procent en 37 procent tegenover de niveaus van vijf jaar geleden, terwijl in Albanië zelfs sprake was van een toename met 86 procent.

Bestemmingen met een gunstige wisselkoers – al dan niet traditionele toeristische trekpleisters – zagen hun populariteit eveneens toenemen. Servië zag het aantal toeristen met 40 procent oplopen tegenover vijf jaar geleden, maar ook Bulgarije en Turkije kenden met een groei van respectievelijk 29 procent en 22 procent een aanzienlijk toeristisch succes.

De onderzoekers merken nog op dat uit een online enquête blijkt dat Europa op toeristisch gebied een grotere populariteit blijft behouden dan de andere regio’s in de wereld. Europa kreeg tijdens het tweede kwartaal van de internationale reizigers een score van 46 procent, gevolgd door het Midden-Oosten (45 procent) en Asia-Pacific (35 procent). Wel blijkt dat vele reizigers gefrustreerd raken door het overtoerisme waarmee bepaalde populaire bestemmingen worden geconfronteerd.

“Maar die problemen van de toeristische hotspots hebben geresulteerd in kansen voor andere bestemmingen”, geeft het rapport aan. “Dit verklaart waarom locaties zoals Magerøya in Noorwegen, Bornholm in Denemarken en Iona in Schotland steeds meer aandacht krijgen. De promotie van onbekende locaties bij toeristen is volgens analisten trouwens de sleutel tot een betere verdeling van de voordelen van internationale reizigers over Europa.”

Meer over dit onderwerp:



Posted in toerisme | Reacties uitgeschakeld voor Bestedingen toeristen in Europa op een nieuw recordniveau

Russische inval in Oekraïne creëerde belangrijke geopolitieke fragmentatie

Posted by managing21 on 12th juli 2024

De inval van Rusland in Oekraïne heeft tot een belangrijke geopolitieke fragmentatie geleid. In een aantal landen, vooral in het westen, heeft de inval geleid tot een verbod of strenge beperking op de invoer van Russische petroleum. Op datzelfde ogenblik beslisten echter een aantal andere landen – waaronder China, India en Turkije – de handelsbetrekking met Rusland op te voeren. Dat blijkt uit een rapport van de Hinrich Foundation, gebaseerd op het Oil Market Report van het International Energy Agency.

Opgemerkt wordt dat zowel de Verenigde Staten als het Verenigd Koninkrijk na de uitbarsting van de oorlog in Oekraïne een volledig verbod op de invoer van ruwe olie uit Rusland uitvaardigden. Drie jaar geleden daarbij nog een import van 600.000 vaten per dag opgetekend. Eind 2022 waren die trafieken echter tot nul herleid. Ook de Europese Unie, die traditioneel door een grote afhankelijk van olie uit Rusland wordt gekenmerkt, schroefde de import gevoelig terug. Vorig jaar werd nog een invoer van 600.000 vaten per dag geregistreerd. Dat betekende een daling met meer dan 80 procent tegenover twee jaar voordien. Ook in de regio Asia-Pacific – met onder meer Japan, Zuid-Korea, Australië en Nieuw-Zeeland – werd de invoer van Russische olie verlaagd.

Olietankers volgen sinds de uitbraak van de oorlog in Oekraïne naar andere bestemmingen. – Foto: Pixabay/Thanasis Papazacharias

“De teruglopende vraag naar Russische ruwe olie vanuit het westen creëerde echter een koopkans voor landen en regio’s die ervoor kozen om de westerse sancties niet te steunen”, voert de Hinrich Foundation aan. “Onder meer India schroefde de import van olie uit Rusland gevoelig op. Drie jaar geleden liet de invoer van Russische petroleum in India een niveau van amper 100.000 vaten per dag optekenen. Vorig jaar bleek die trafiek echter gestegen te zijn tot 1,9 miljoen vaten per dag. In geen enkel ander land ter wereld werd een gelijkaardige of grotere groei genoteerd.”

China, netto de grootste importeur van olie uit Rusland, liet eveneens een sterke stijging optekenen. Het land verhoogde de import van Russische olie tussen 2021 en 2023 met meer dan 40 procent. Ook Turkije dreef de import van Russische olie met nog eens 500.000 vaten per dag op. Verschillende andere regio’s – zoals Afrika, het Midden-Oosten en Latijns-Amerika – lieten een lichte stijging van de invoer van petroleum optekenen.

Verschuivende afhankelijkheden

“De dynamiek op de wereldmarkt voor ruwe olie onderstreept de bredere trends in de handelsrelaties die Rusland momenteel nastreeft”, werpt de Hinrich Foundation op. “Rusland wordt economisch steeds minder afhankelijk van het westen, terwijl steeds meer op China wordt gesteund. Die afhankelijk is het voorbije jaar met 7,1 procent toegenomen. China heeft in de nasleep van de invasie in Oekraïne zelfs een reddingslijn toegeworpen. De Atlantic Council meldde dat de Chinese export naar Rusland sinds 2021 met 121 procent is gegroeid, terwijl de uitvoer naar de rest van de wereld tijdens dezelfde periode met slechts 29 procent is toegenomen.

Rusland daarentegen vertoonde ook een grote daling in de afhankelijkheid van de Europese Unie. Daarbij wordt gewag gemaakt van een achteruitgang met 5,3 procent. Nu de geopolitieke spanningen toenemen, hebben ook Zuid-Korea en de Verenigde Staten stappen gezet om zich verder van China te distantiëren. “De Russische oliemarkt toont dat geopolitieke spanningen het potentieel hebben om de handel aanzienlijk te beïnvloeden”, stippen analisten aan. “De Russische export van ruwe olie is tijdens de oorlog in Oekraïne relatief stabiel gebleven, maar daarvoor was een verschuiving van de belangrijkste handelspartners noodzakelijk.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in energie, politiek | Reacties uitgeschakeld voor Russische inval in Oekraïne creëerde belangrijke geopolitieke fragmentatie

Economische redenen onvoldoende om wolvenjacht toe te staan

Posted by managing21 on 12th juli 2024

Economische redenen, zoals het vermijden van schade voor de veestapel, zijn op zich niet voldoende om de jacht op wolven toe ge staan. Dat heeft het Europese Hof van Justitie geoordeeld in een geding van Oostenrijkse natuurorganisaties tegen de overheid van de deelstaat Tirol, die twee jaar geleden het jachtverbod op de wolf tijdelijk had opgeheven. Momenteel discussiëren de lidstaten van de Europese Unie over een verlaging van de bescherming van de wolf.

De wolf wordt binnen de Europese Unie beschermd door de Habitatrichtlijn en de Conventie van Bern. Deze laatste regelgeving laat uitzonderingen toe, waarbij in gevallen van extreme urgentie het jachtverbod zou kunnen worden opgeheven. De Oostenrijkse deelstaat Tirol had zich op dat principe beroepen om twee jaar geleden tussen eind juli en eind oktober de jacht op de wolf 158MATK had toegestaan nadat het dier een twintigtal schapen had gedood. Met de jacht op de wolf hoopte de lokale overheid verdere verliezen voor de veehouders te vermijden.

Europa is sterk verdeeld over de beschermde status van de wolf. – Foto: Pixabay/Marcel Langthim

Een aantal natuurorganisaties vochten de beslissing van de Tiroolse overheid bij de lokale rechtbank aan. De rechtbank van Tirol besliste daarop om voor zijn oordeel advies te vragen aan het Europese Hof van Justitie. “Een ontheffing van het jachtverbod om zuiver economische redenen kan alleen worden verleend wanneer de wolvenpopulatie zich op lokaal en nationaal niveau in een gunstige staat van instandhouding bevindt”, merkte het Europese Hof van Justitie in zijn antwoord op. “Dat is in Oostenrijk echter niet het geval.” Er zouden twee jaar geleden in Oostenrijk een tachtigtal wolven zijn geteld. De soort maakt daarmee een langzaam herstel, nadat de wolf in de negentiende eeuw uit het land was verdwenen.

“In het geval van streng beschermde diersoorten zoals de wolf, moet aan mildere maatregelen, zoals de bescherming van kuddes, voorrang worden verleend”, reageerde de milieuvereniging WWF Österreich op de uitspraak van het Europese hof. “Het neerschieten van het dier mag alleen als een laatste redmiddel worden ingezet. De uitspraak van de Europese rechtbank is dan ook goed nieuws voor het behoud van de soort.” Volgens natuurorganisaties zou de beslissing van het Europese Hof van Justitie een precedent kunnen scheppen voor lidstaten die wel uitzonderingen toelaten. Dat geldt onder meer voor Frankrijk, waar onlangs speciale vergunning werden verleend om het afschieten van wolven te vergemakkelijken.

Niet aan voorwaarden voldaan

Het Europese Hof van Justitie gaf aan geen enkele factor te hebben gevonden die de geldigheid van de strikte bescherming van de wolven in Oostenrijk zou kunnen aantasten. Volgens de rechters is er niet voldaan aan een aantal cruciale voorwaarden die een uitzondering op het jachtverbod zouden kunnen toestaan. “Het is onder meer niet mogelijk om een aanzienlijk deel van de aangerichte schade specifiek aan de activiteit van de wolf zelf toe te schrijven”, wordt er opgemerkt. “Er zou immers ook gewag kunnen worden gemaakt van een indirecte schade omdat het aantal boerderijen vermindert en ook het totale veebestand wordt afgeslankt. De jacht op de wolf kan alleen een optie zijn wanneer er geen bevredigende alternatieven, zoals het plaatsen van hekken, beschikbaar zijn. Bovendien moeten de beschermingsmaatregelen in evenwicht zijn met de algemene doelstelling om de wolvenpopulatie in stand te houden of te herstellen.”

In een aantal Europese berggebieden wordt een toenemend aantal aanvallen van wolven op de lokale veestapel genoteerd. In dat verband stelde de Europese Commissie vorig jaar voor om het beschermingsniveau van de wolf te verlagen. Die zou volgens het voorstel niet langer de status van strikt beschermde soort behouden en voortaan een lagere graad van bescherming genieten. Hierdoor zouden grotere mogelijkheden voor de jacht op wolven in de Europese Unie worden gecreëerd. Er is tussen de lidstaten van de Europese Unie terzake voorlopig echter nog geen overeenstemming bereikt.

Tijdens de vergadering van Europese ministers van landbouw eind mei riep Oostenrijk op om het voorstel snel aan te nemen. Het land kreeg daarbij de steun van Roemenië, Zweden, Slowakije, Finland, Italië, Tsjechië en Litouwen, die aanstuurden op een snelle stemming over het voorstel. Het dossier valt echter ook onder de bevoegdheid van de ministers van leefmilieu van de Europese Unie. Daarbij vroegen Spanje, Portugal, Ierland, Luxemburg en Duitsland dat meer informatie over de situatie van de soort zou worden verzameld vooraleer de gesprekken over het voorstel zouden worden vervolgd. Hongarije, momenteel voorzitter van de Europese Unie, stelde alvast van plan te zijn om de besprekingen over het dossier verder te zetten.

Meer over dit onderwerp:

Posted in landbouw, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Economische redenen onvoldoende om wolvenjacht toe te staan

Alcohol veroorzaakt jaarlijks ruim 2,5 miljoen overlijdens

Posted by managing21 on 12th juli 2024

Alcohol was vijf jaar geleden wereldwijd verantwoordelijk voor 2,6 miljoen overlijdens. Hiermee vertegenwoordigt alcohol 4,7 procent van alle overlijdens die dat jaar wereldwijd moesten worden geregistreerd. Dat blijkt uit een rapport van de World Health Organization (WHO). Datzelfde jaar veroorzaakten psychoactieve drugs volgens het rapport nog eens 600.000 overlijdens.

“Het wereldwijde gebruik van alcohol en de schade die daarmee gepaard gaat, is sinds het begin van het voorbije decennium weliswaar enigszins afgenomen, maar de lasten van het alcoholgebruik voor de gezondheid en het sociale weefsel blijven onaanvaardbaar hoog”, merkt Tedros Ghebreyesus, directeur-generaal van de internationale gezondheidsorganisatie, op. “Jongeren worden daarbij onevenredig zwaar getroffen. Het hoogste percentage sterfgevallen als gevolg van alcoholgebruik – 13 procent – werd vijf jaar geleden genoteerd in de leeftijdscategorie tussen twintig en negenendertig jaar.”

Gemiddeld drinkt de wereldbevolking jaarlijks 5,5 liter alcohol. – Foto: Pixabay/Delo

“Hoewel er een lichte stijging kon worden gemeld in het aantal landen dat een nationaal alcoholbeleid heeft aangenomen, is er weinig vooruitgang geboekt bij het implementeren van beleidsinterventies – zoals een gericht prijsbeleid en uitgebreide beperkingen op de marketing en beschikbaarheid van alcoholische dranken – die een grote impact kunnen hebben en het bewijs hebben geleverd dat ze alcoholgerelateerde schade kunnen verminderen”, betoogde Ghebreyesus nog. “De inspanningen voor de implementatie van die maatregelen moeten dringend worden opgevoerd.”

In het rapport wordt aangevoerd dat de sterftecijfers als gevolg van alcoholgebruik per liter geconsumeerde alcohol het hoogst zijn in landen met een laag inkomen en tot het laagste niveau terugvallen in landen met een hoog inkomen. “Van alle sterfgevallen die vijf jaar geleden aan alcohol moesten worden toegeschreven, waren naar schatting 1,6 miljoen overlijdens het gevolg van niet-overdraagbare aandoeningen”, wordt er beklemtoond. “Alcohol werd daarbij gelinkt aan 474.000 sterfgevallen door cardiologische aandoeningen en 401.000 overlijdens aan kanker.”

Daarnaast moesten ongeveer 724.000 sterfgevallen worden toegeschreven aan lichamelijke letsels die door de consumptie van alcohol werden veroorzaakt. Daarbij wordt in de eerste plaats gedacht aan verkeersongevallen, maar alcohol is vaak ook een belangrijke factor bij zelfverminking of interpersoonlijk gemeld. Nog eens 284.000 overlijdens werden in verband gebracht met overdraagbare ziektes. “Onder meer is aangetoond dat alcoholconsumptie het risico op de overdracht van een hiv-besmetting verhoogt”, werpen de onderzoekers op. “De consumptie van alcohol kan immers tot een hoger risico op onbeschermde seks leiden en scherpt door de onderdrukking van een breed scala aan immuunreacties, ook het risico op tuberculose aan.”

Verslaving

Uit het rapport blijkt dat er vijf jaar geleden wereldwijd ongeveer 400 miljoen mensen worstelden met stoornissen in het gebruik van alcohol. Daarbij zouden 209 miljoen mensen aan een alcoholverslaving lijden. “Alcohol verhoogt het risico op chronische ziekten en psychische aandoeningen en resulteert tragisch genoeg jaarlijks in miljoenen sterfgevallen die perfect voorkomen zouden kunnen worden”, benadrukte directeur-generaal Ghebreyesus. “Het probleem legt een zware last op gezinnen en gemeenschappen en verhoogt de blootstelling aan ongevallen, verwondingen en geweld. Om een gezondere, rechtvaardigere samenleving op te bouwen, moet er dan ook dringend gewerkt worden aan doortastende maatregelen die de negatieve gevolgen van alcoholgebruik verminderen en de behandeling voor stoornissen in middelengebruik toegankelijk en betaalbaar maken.”

De alcoholconsumptie per hoofd van de wereldbevolking heeft het voorbije decennium wel een lichte daling laten optekenen. “In 2010 was er sprake van een gemiddelde consumptie van 5,7 liter per hoofd van de wereldbevolking”, wordt er aangevoerd. “Vijf jaar geleden was dat gedaald tot 5,5 liter.” De hoogste niveaus van consumptie per hoofd van de bevolking werden vijf jaar geleden waargenomen in Europa (9,2 liter), gevolgd door Noord-Amerika en Zuid-Amerika (7,5 liter).

Per dag werd er per hoofd van de wereldbevolking gemiddeld 27 gram pure alcohol geconsumeerd. “Dat komt overeen met ongeveer twee glazen wijn, twee glazen bier van 33 centiliter of twee porties sterke drank van 4 centiliter”, wordt er verduidelijkt. Daarbij bleek 38 procent van de drinkers zich aan een belangrijke overconsumptie schuldig gemaakt, waarbij in de maand voordien minstens één keer een verbruik van tenminste 60 gram pure alcohol moest worden gemeld. Dat komt overeen met vier of vijf glazen wijn, bier of sterke drank. Aanhoudend zwaar drinken werd vooral bij de mannelijke bevolking geregistreerd.

In de leeftijdsgroep tussen vijftien en negentien jaar werd een alcoholgebruik van 23,5 procent gemeld. Ook hier worden de hoogste scores opgetekend in Europa (45,9 procent) en Noord-Amerika en Zuid-Amerika (43,9 procent).

Meer over dit onderwerp:

Posted in gezondheid, voeding & horeca | Reacties uitgeschakeld voor Alcohol veroorzaakt jaarlijks ruim 2,5 miljoen overlijdens

Afvang van koolstofdioxide uit atmosfeer moet worden verviervoudigd

Posted by managing21 on 12th juli 2024

Indien de mensheid de opwarming van de aarde tot minder dan 2 graden Celsius wil behouden, zal de opvang van koolstofdioxide (CO2) uit de atmosfeer tegen het midden van deze eeuw moeten verviervoudigen. Dat blijkt uit een rapport van wetenschappers aan de University of Oxford. Maar om die doelstellingen te kunnen realiseren, zullen volgens de onderzoekers een aantal belangrijke uitdagingen moeten worden overwonnen.

“Tegen het midden van deze eeuw, uitgaande van verschillende scenario’s voor emissiereducties, zullen er tussen zeven en negen miljard ton koolstofdioxide uit de atmosfeer moeten worden gehaald”, werpen de onderzoekers op. “Maar om die doelstellingen te kunnen realiseren zal er een massale uitbreiding van het wereldwijde bosgebied – dat momenteel 99 procent van de opvang van koolstofdioxide uit de atmosfeer voor zijn rekening neemt – moeten gebeuren. Dit zou echter land kunnen opeisen dat nodig is om voedsel en biobrandstoffen te verbouwen. Tegelijkertijd blijft het hoogst onzeker of nieuwe technologieën voor de opvang van koolstofdioxide uit de atmosfeer snel genoeg zullen kunnen worden opgeschaald.”

Bossen nemen het overgrote deel van de opvang van koolstofdioxide voor hun rekening. – Foto: Pixabay/Stefano Reverberi

Tot nu toe werd er volgens het rapport twee miljard ton koolstofdioxide uit de atmosfeer verwijderd. Dat gebeurde vooral door herbebossing. Tegelijkertijd werd vorig jaar echter wereldwijd 40 miljard ton koolstofdioxide uitgestoten. “Naast een snelle vermindering van de uitstoot, wat de belangrijkste mitigatiestrategie blijft, is het verwijderen van koolstofdioxide uit de atmosfeer ook noodzakelijk om de doelstellingen van het Akkoord van Parijs te bereiken”, merken de onderzoekers op.

“De eliminatie van koolstofdioxide heeft onlangs een snelle groei doorgemaakt”, wordt er aangevoerd. “Dat was te danken aan een vooruitgang  in het onderzoek, een sterkere publieke bewustwording en een aantal startende bedrijven. Toch zijn er nu tekenen van een vertraging, te wijten aan politieke verschuivingen en een gebrek aan overheidsfinanciering.” De wetenschappers zeggen de regeringen op te roepen om beleid te creëren dat de ontwikkeling van de industrie stimuleert. Volgens het rapport is de markt voor de afvang van koolstofdioxide vooral gegroeid dankzij de vraag van bedrijven naar emissiekredieten, een omstreden instrument waarmee bedrijven hun uitstoot kunnen compenseren door projecten voor de uitstootreductie te financieren.

Voor de realisatie van projecten die gericht zijn op de opvang van koolstofdioxide, zijn er echter belangrijke investeringen – vaak van enkele miljarden euro – noodzakelijk. “Een dergelijke financiering is in dit stadium echter hoogst onzeker”, werpen de onderzoekers op. “Tot op dit ogenblik hebben alleen de Verenigde Staten een plan, met een waarde van 3,5 miljard dollar, voorgesteld om koolstofdioxide af te vangen.”

Milieurisico’s

In een reactie op de studie maakt het Center for Environmental Law (Ciel) gewag van een verontrustende trend, waarbij het verwijderen van koolstofdioxide steeds vaker als een oplossing voor klimaatverandering wordt aangeprezen. “Deze focus op technologieën voor de verwijdering van koolstofdioxide is een gevaarlijke afleiding van de strategieën die dringend moeten worden ontwikkeld om de klimaatcrisis efficiënt te kunnen aanpakken”, merkt Lili Fuhr, expert bij Ciel, op. “Daarvoor is een volledige, snelle, eerlijke en gefinancierde uitfasering van alle fossiele brandstoffen noodzakelijk.”

De verwijdering van koolstofdioxide uit de atmosfeer kan op verschillende manieren worden aangepakt. In eerste instantie gaat het om oplossingen die op natuurlijke processen, zoals het planten van bossen, zijn gebaseerd. Daarnaast zijn er ook nieuwe technologieën, die koolstofdioxide ondergronds kunnen opslaan of in nieuwe materialen kunnen verwerken. Deze technologische oplossingen vertegenwoordigen momenteel echter minder dan 0,1 procent van alle voorraden koolstofdioxide die worden verwijderd. Ciel waarschuwt daarbij wel dat een aantal van deze technologische oplossingen aanzienlijke risico’s voor ecosystemen en gemeenschappen kunnen veroorzaken.

De auteurs van het rapport van de University of Oxford erkent dat er bij de verschillende toepassingen voor de opvang van koolstofdioxide risico’s voor het leefmilieu en het ecosysteem kunnen ontstaan, terwijl andere daarentegen potentieel extra voordelen zouden kunnen opleveren. “Onder meer de conventionele verwijdering van koolstofdioxide kan, indien deze operaties slecht worden uitgevoerd, voor de biodiversiteit en de voedselzekerheid aanzienlijke risico’s opleveren”, geven de wetenschappers aan. “Een snelle ontwikkeling van technologieën voor de afvang van koolstofdioxide is noodzakelijk, maar dit mag de aandacht niet afleiden van de inspanningen om de uitstoot te verminderen.”

“Indien we er niet in slagen om de uitstoot van fossiele brandstoffen en de ontbossing sterk te verminderen, zullen de doelstellingen van de Klimaatakkoorden van Parijs buiten bereik komen, zelfs wanneer we krachtige acties ondernemen om koolstofdioxide te verwijderen,” betoogde onderzoeker William Lamb. Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) van de Verenigde Naties heeft eerder ook al de noodzaak van koolstofafvang erkend, maar gaf de oplossing tegelijkertijd slechts een beperkte rol in zijn scenario’s om een situatie van uitstootneutraliteit te bereiken.

Meer over dit onderwerp:

Posted in energie, milieu, technologie | Reacties uitgeschakeld voor Afvang van koolstofdioxide uit atmosfeer moet worden verviervoudigd

BMW versterkt zijn positie op markt voor elektrische wagens

Posted by managing21 on 12th juli 2024

In de verschuiving naar elektrische auto’s heeft de Duitse constructeur BMW tijdens het tweede kwartaal van dit jaar zijn voorsprong op zijn grootste nationale rivalen verder uitgebouwd. De verkoop van elektrische wagens kende tijdens de voorbije drie maanden bij BMW immers een sterke groei, maar Mercedes-Benz en Audi bleken het moeilijker te hebben. Dat blijkt uit een rapport van analist Bloomberg.

Uit de cijfers blijkt dat bij BMW elektrische modellen – zoals de i4 en de iX1 – tijdens het tweede kwartaal van dit jaar een verkoop van 107.933 exemplaren haalden. Dat vertegenwoordigde een stijging met 22 procent tegenover dezelfde periode vorig jaar. Die groei is volgens BMW vooral te danken aan een aantrekkelijke productportefeuille, die een uitdagende markt compenseerde.

BMW heeft tijdens het tweede kwartaal van dit jaar 107.933 elektrische wagens verkocht. – Foto: BMW Group

De resultaten stonden in schril contrast met de afzet van Mercedes-Benz Group, waar een daling met 25 procent tot 45.800 eenheden moest worden gemeld. Dat heeft volgens de constructeur te maken met de zwakkere vraag op de grote nationale markten en zware kortingen waarmee de verkoop van elektrische wagens rekening moet houden. Bij Audi werden tijdens het tweede kwartaal 41.000 elektrische voertuigen aan klanten afgeleverd. Dat betekende nagenoeg een status-quo tegenover dezelfde periode vorig jaar. Moederbedrijf VW Group betoogde dat de verkoop van volledig elektrische auto’s in Europa en de Verenigde Staten tijdens de eerste helft van dit jaar met 15 procent daalde. Daarentegen werd in China een sterkere vraag opgetekend. Daar steeg de verkoop van elektrische wagens met 45 procent.

Tegen algemene trend

BMW gaat met zijn stijgende verkoop in tegen de algemene trend die in Europa moet worden geregistreerd. Op de Europese markt is het aandeel van de elektrische wagens in de totale autoverkoop de voorbije maanden afgevlakt of gedaald. Na een aantal jaren van groei is de vraag naar elektrische voertuigen afgenomen nadat vele nationale regeringen de financiële stimulansen voor de aankoop van dit type wagens begonnen terug te schroeven of stop te zetten.

“BMW legt een grote nadruk op de verkoop van elektrische wagens”, merkt Bloomberg op. “De constructeur heeft verschillende nieuwe elektrische modellen geïntroduceerd. Daarbij boekt vooral de sedan i4 een aanzienlijk succes. Dat verkoop van dat model haalt hoge volumes. Recent werd ook nog de crossover iX2 op de markt gebracht.” Er wordt aan toegevoegd dat BMW met de stadsauto i3 eerder in de verschuiving naar een elektrische aandrijving stapte dan veel concurrenten. Hierdoor kon BMW onder meer een grotere ervaring opdoen met de batterijtechnologie. Dat liet de constructeur bovendien toe om de gemengde ontvangst van het model te verwerken.

Het aandeel van elektrische wagens in de totale verkoop ligt bij BMW dan ook hoger dan bij zijn grote Duitse concurrenten. Drie jaar geleden werd daarbij bij BMW slechts een aandeel van 4,1 procent gemeld, tegenover 4,6 procent bij Mercedes-Benz en 4,9 procent bij Audi. Het jaar daarop had BMW die situatie echter helemaal omgedraaid. Op dat ogenblik was het aandeel van de elektrische aandrijving in de totale verkoop al opgelopen tot 9 procent, tegenover 7,3 procent bij zowel Mercedes-Benz als Audi. Die trend zette zich ook vorig jaar verder door, waarbij BMW gewag kon maken van een aandeel van 14,7 procent, tegenover 11,8 procent bij Mercedes-Benz en 9,4 procent bij Audi.

Gedurende het eerste kwartaal van dit jaar werd bij de drie constructeurs een inkrimping opgemerkt. Bij BMW was er nog sprake van een aandeel van 13,9 procent, terwijl Mercedes-Benz en Audi terugviel tot respectievelijk 10,3 procent en 9 procent. Tijdens het tweede kwartaal van dit jaar moest Mercedes-Benz een verdere inkrimping tot 9,2 procent melden. Audi kon tijdens diezelfde periode een herstel tot 9,4 procent melden, maar bij BMW werd een sterke stijging tot 17,4 procent genoteerd.

Meer over dit onderwerp:

Posted in automotive | Reacties uitgeschakeld voor BMW versterkt zijn positie op markt voor elektrische wagens

Poolse badzones hebben slechtste waterkwaliteit van Europese Unie

Posted by managing21 on 11th juli 2024

Polen heeft in de Europese Unie het laagste percentage badzones met een uitstekende waterkwaliteit. Dat blijkt uit een rapport van het European Environment Agency (EEA) en Europese Commissie over de kwaliteit van het zwemwater in de Europese Unie, Albanië en Zwitserland, waarbij in totaal 22.000 locaties werden onderzocht. Vastgesteld werd dat 85,4 procent van die zones aan de bezoeker water van uitstekende kwaliteit kan aanbieden. Nog 1,5 procent van de sites bleek over water met een slechte kwaliteit te beschikken.

“De studie toonde aan dat de overgrote meerderheid van de badzones in Europa vorig jaar voldeed aan de strengste normen voldeed”, werpen de onderzoekers op. “Daarbij moet worden vastgesteld dat het zeewater in het algemeen van betere kwaliteit is dan de binnenwateren. Aan de kusten is 89 procent van het zwemwater van uitstekende kwaliteit. Bij de binnenwaters valt dat cijfer terug tot 79 procent. In Cyprus vertoonden 97,6 procent van de onderzochte locaties een uitstekende waterkwaliteit. Oostenrijk eindigde op de tweede plaats met een score van 96,9 procent, gevolgd door Kroatië met 96,7 procent.

In Europa getuigt 85,4 procent van de zwemwaters van een uitstekende kwaliteit. – Foto: Pixabay/Marcelino Bobe

In Oostenrijk, België, Bulgarije, Malta, Luxemburg en Roemenië voldeden alle zwemwateren ten minste aan de minimumkwaliteit.  In vijf landen – Albanië, België, Estland, Hongarije en Polen – kon echter minder dan 70 procent van het zwemwater een uitstekende kwaliteit melden.

Binnen de Europese Unie liet Polen de minst goede prestatie optekenen. Slechts 54,9 procent van de onderzochte Poolse waters kon een uitstekende kwaliteit laten optekenen. In Polen, waar 739 badzones werden onderzocht, bleken 406 sites een uitstekende waterkwaliteit te kunnen melden. Daarentegen werd op 21 locaties van een slechte waterkwaliteit gewag gemaakt. Albanië eindigde met een score van 41,2 procent op een laatste plaats. 

Kroatië

Kroatië is in Europa de toeristische bestemming waar de badzones de beste waterkwaliteit noteren. Er kon worden vastgesteld dat 99,1 procent van de Kroatische kustlocaties een uitstekende kwaliteit konden melden. Op de tweede plaats staat Cyprus, dat een score van 97,6 procent registreerde, gevolgd door Griekenland met een totaal van 95,8 procent. Ook hier haalde Albanië de slechtste uitslag, voorafgegaan door Estland (46,7 procent) , Polen (55,1 procent) en Finland (65,4 procent). Over de hele Europese Unie werd een gemiddelde score van 88,8 procent gemeld.

De onderzoekers beklemtonen dat zwemmen in de meeste badzones in de Europese Unie perfect veilig kan. Er wordt op gewezen dat 96 procent van de onderzochte wateren aan de minimum-kwaliteitseisen van de zwemwaterrichtlijn voldeed. Dat betekende een lichte stijging ten opzichte van het voorgaande jaar. “Wel moet worden gewaarschuwd dat de verontreiniging van het oppervlaktewater en grondwater in de Europese Unie op een aanzienlijk niveau blijft”, voeren de onderzoekers aan. “Die problemen kunnen door de klimaatverandering bovendien nog worden verergerd. Door de klimaatverandering zal er vaker met zware regenval rekening moeten worden gehouden. Dit kan een negatief effect hebben op de kwaliteit van het zwemwater, waardoor de gezondheidsrisico’s voor de zwemmers kunnen toenemen. Het zal de volgende jaren voor de bevolking en het leefmilieu dan ook cruciaal zijn om de waterkwaliteit op een hoog peil te houden en te verbeteren.”

“De kwaliteit van het Europese zwemwater is de voorbije decennia aanzienlijk verbeterd”, wordt er aangestipt. “Die kwaliteit is in het recente verleden op zijn minst consistent op een goed niveau gebleven. Dat is te danken aan het gecombineerde effect van systematische monitoring en beheer, geïntroduceerd met de Bathing Water Directive (BWD), maar ook door grote investeringen in stedelijke installaties voor afvalwaterzuivering en verbeteringen in de netten voor afvalwaters. Dit heeft geleid tot een drastische vermindering van organische verontreinigende stoffen en ziekteverwekkers, die voordien in onbehandeld of gedeeltelijk behandeld stedelijk afvalwater konden vrijkomen. Dankzij deze voortdurende inspanningen is zwemmen nu ook mogelijk in stedelijke gebieden en ooit zwaar vervuilde wateren. Dit succes toont hoe een goed geïmplementeerd beleid een verschil kan maken.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in gezondheid, milieu, toerisme | Reacties uitgeschakeld voor Poolse badzones hebben slechtste waterkwaliteit van Europese Unie