managing21.be

Managing21: een blik op het heden en de toekomst van de economie.

Cruisetoerisme snelst groeiend segment wereldwijde reisindustrie

Posted by managing21 on september 9th, 2023

Het cruisetoerisme is uitgegroeid tot het snelst groeiende segment in de wereldwijde reisindustrie. Dat blijkt uit een studie van Future Market Insights. Opgemerkt wordt daarbij dat er momenteel een grote verscheidenheid aan cruises aangeboden. De studie toont dat het cruisetoerisme vorig jaar een marktwaarde van 5,3 miljard dollar had. Verwacht wordt dat dit bedrag over tien jaar tot 17,8 miljard dollar zal zijn opgelopen. Dat vertegenwoordigt een gemiddelde jaarlijkse groei van 12,1 procent. 

Het rapport betoogt dat het cruisetoerisme vier jaar geleden, voor de uitbraak van de coronacrisis, wereldwijd 29,7 miljoen passagiers ontving. Dat leverde een tewerkstelling voor bijna 1,8 miljoen mensen op. De sector droeg bovendien ongeveer 150 miljard dollar bij aan de wereldeconomie. De exponentiële groei die voor de volgende jaren wordt vooropgesteld, wordt toegeschreven aan onder meer het stijgende besteedbare inkomen van de wereldwijde bevolking, samen met de nieuwste ontwikkelingen in de faciliteiten en aanbiedingen aan boord van de schepen.

MSC Cruises

“Verschillende cruisemaatschappijen bieden tegenwoordig immers diensten aan zoals spa-behandelingen op de kamer, skydive-simulatoren en avontuurlijke activiteiten”, werpen de onderzoekers op. “Er wordt gezegd dat deze activiteiten toeristen aantrekken en het aantal bezoekers in de toekomst zullen doen toenemen. Bovendien trekt de sector ook een toenemend aantal nieuwe bedrijven aan, terwijl de wereldwijde vloot eveneens verder wordt uitgebreid.”

Het cruisetoerisme had vorig jaar een marktwaarde van 5,3 miljard dollar. – Foto: Limbovision/Pixabay

In december vorig jaar telde de sector 239 actieve schepen. Die vloot was vijftien keer groter dan dezelfde maand het jaar voordien. De tien grootste rederijen vertegenwoordigden daarbij 105 schepen. MSC Cruises voerde met dertien actieve schepen, die samen 50.326 bedden aanboden, de ranglijst aan. Carnival Cruise Line stond met zeventien schepen (54.364 bedden) op een tweede plaats, gevolgd door Royal Caribbean International met 20 schepen (71.800 bedden). De onderzoekers voeren daarbij aan dat de immense groei in de sector de volgende jaren op de markt nieuwe kansen zal bieden.

Opgemerkt wordt nog dat er een toenemende vraag naar cruisereizen kan worden vastgesteld onder individuen van alle leeftijdsgroepen, omdat er meerdere leuke activiteiten zijn voor elke leeftijdsgroep. “Er worden nieuwe innovatieve schepen gelanceerd met de nieuwste technologieën, in combinatie met een uitgebreid aanbod aan entertainment aan boord”, luidt het. “Die initiatieven zijn bedoeld om een groter publiek aan te trekken. Deze factoren zullen dan ook een positieve invloed hebben op de groei van de cruisetoerisme.”

Riviercruises

Verder wordt gewezen op een plotselinge toename in de populariteit van het cruisetoerisme in opkomende economieën. “Dit zal naar verwachting robuuste kansen genereren voor alle aanbieders van cruiseservices”, stippen de onderzoekers aan. “Diverse cruisemaatschappijen zijn van plan om hun activiteiten in deze regio’s uit te breiden. Daarmee willen ze de onaangeboorde markten van ontwikkelende economieën veroveren. Deze bedrijven lanceren exclusieve aanbiedingen en aantrekkelijke kortingen om de verkoop van hun activiteiten te stimuleren.” Aangevoerd wordt nog dat de cruisesector zelfs tijdens de voorbije economische recessies een gestage groei liet optekenen. Daarbij wordt ook gewag gemaakt van een toenemende interesse in nieuwe bestemmingen.

Wel wordt opgemerkt dat het cruisetoerisme door verschillende factoren kan worden beïnvloed. Daarbij wordt onder meer gewezen op de financiële crisis, die de onzekerheid bij de consument doet toenemen. Daarnaast is er ook de dreiging van natuurrampen en de aanwezigheid van piraten in de Golf van Aden en verschillende andere regio’s. Problematisch is volgens de onderzoekers ook de situatie van de bemanningsleden van de cruiseschepen, die vaak met een inferieure sociale zekerheid en lage salarissen moeten afrekenen.

In het rapport wordt tevens op de toenemende populariteit van de riviercruises gewezen. “Vorig jaar had deze activiteit een marktaandeel van meer dan 35 procent”, stippen de onderzoekers aan. “Verwacht wordt dat deze niche, waarbij de passagiers ook kunnen genieten van de landschappen langsheen de oevers, dit jaar nog meer bijval zal genieten.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in toerisme | Reacties uitgeschakeld voor Cruisetoerisme snelst groeiend segment wereldwijde reisindustrie

NASA wil druivenziekte vanuit de ruimte kunnen identificeren

Posted by managing21 on september 7th, 2023

Het is mogelijk om druivenziektes vanuit de lucht te identificeren. Hierdoor kunnen wijnproducenten sneller op dreigingen reageren, zodat zwaardere schade kan worden vermeden en het verlies van totale teelten kan worden tegengegaan. Dat blijkt uit een studie van de Amerikaanse National Aeronautics and Space Administration (Nasa). De onderzoekers merken op dat de technologie in staat is om vroege signalen van de bladrolziekte, verspreid door de wolluis, te identificeren.

Tot nu toe kon de bladrolziekte alleen worden geïdentificeerd door een analyse van elke druivenstok die zich in een veld bevindt, gevolgd door een aantal tests. Dat proces levert vervolgens meestal te laat resultaten op om het begin van de ziekte te voorkomen. Cijfers suggereren dat het virus in de Verenigde Staten jaarlijks tot 3 miljard dollar aan schade en verliezen veroorzaakt. Eenmaal de ziekte heeft toegeslagen, is er immers nog slechts één remedie – het verwijderen van alle wijnstokken – mogelijk.

Infraroodbeelden

De nieuwe technologie van de Nasa gebruikt echter infraroodbeelden vanuit een vliegtuig om te onderscheiden welke wijnstokken symptomen van de ziekte vertonen. Dit zou de telers moeten toelaten op te reageren voor het te laat is om de oogst te redden. Omdat het virus een latente periode heeft waarin de wijnstokken geïnfecteerd zijn maar geen zichtbare symptomen vertonen, vormt de methode volgens de wetenschappers ook een ideaal model voor de evaluatie van ziektedetectie die op beeldspectroscopie is gebaseerd. De technologie zou volgens de wetenschappers in de toekomst ook voor andere landbouwdoeleinden kunnen worden gebruikt.

Satellietbeelden moeten de bladrolziekte helpen bestrijden. – Foto: Allison Usavage/Nasa

Het onderzoek toonde tevens aan dat de best presterende modellen met een 87 procent nauwkeurigheid een onderscheid konden maken tussen niet-besmette en asymptomatische wijnstokken, terwijl tevens met een 85 procent nauwkeurigheid een verschil kon worden bepaald tussen enerzijds niet-besmette en anderzijds asymptomatische en symptomatische wijnstokken.

“We kwamen tot de conclusie dat beeldvormende spectroscopie vanuit de lucht en machine learning kunnen worden gebruikt om modellen te ontwikkelen die effectief het spectroscopische signaal van bladrolziekte in wijnstokken kunnen identificeren over, ongeacht de manifestatie van zichtbare symptoom”, werpen de onderzoekers op. Opgemerkt wordt dat de studie geen intentie heeft om de bestaande strategieën voor bestaande veldscouting of moleculaire tests te vervangen, maar wel om deze middelen strategischer in te zetten.”

“Dit is het eerste bewijs dat virale ziektes vanuit de lucht kunnen worden gedetecteerd”, betoogt onderzoeksleider Katie Gold, professor druivenpathologie aan de Cornell University. “De volgende stap is de organisatie van een detectie vanuit de ruimte. Dat geldt trouwens niet alleen voor druiven of de bladrolziekte en beperkte geografische omschrijvingen. Uiteindelijk is het de bedoeling om de technologie voor boeren over de hele wereld, voor veel verschillende gewassen en een brede reeks ziekten en plagen beschikbaar te stellen. De implicaties van een dergelijk project – wanneer het ook op wereldschaal succesvol blijkt – kunnen het hele voedselsysteem ten goede komen.”

Toekomst

“Indien we ziektes kunnen opsporen voordat ze in een vroeg stadium uit de hand lopen en ook gericht kunnen ingrijpen, kunnen we onze middelen strategischer inzetten, de hoeveelheid chemische stoffen die we in het milieu brengen verminderen en de algehele bedrijfsvoering duurzamer maken, zowel vanuit ecologisch als financieel oogpunt”, voert Gold nog aan. “Minder ziektes en minder verlies van gewassen zou betekenen dat er minder pesticiden worden gebruikt en dat er minder land wordt gebruikt voor de landbouw. Dat is beter voor de gezondheid van mens en aarde en zou ook financiële voordelen opleveren.”

Maar de realisatie van die ambities is volgens de wetenschappers nog ver weg. “Er is nog veel meer onderzoek nodig vooraleer de spectrometer eind van dit decennium de ruimte in kan worden gestuurd. “Deze ziekte heeft een financieel verwoestende impact”, werpt Stephanie Bolton, de onderzoeksdirecteur van de Lodi Winegrape Commission, op. “Als de symptomen eenmaal zichtbaar zijn, kan de ziekte zich al over de hele wijngaard hebben verspreid. Hierdoor kan de kwaliteit van de druiven afnemen en dreigen wijnstokken volledig onbruikbaar te worden.”

“Het bladrolvirus heeft een latente periode van een jaar”, verduidelijkt Gold het probleem. “Tegen de tijd dat een wijnstok symptomen vertoont, is hij al een jaar geïnfecteerd en verspreidt hij het virus naar al zijn buren. Een manier vinden om een vroegtijdige infectie te identificeren was dus essentieel.”

Hoewel het onderzoek succesvolle resultaten heeft opgeleverd, benadrukt  Gold dat het logistiek en financieel niet haalbaar is om het project met verdere vluchten met vliegtuigen over de duizenden wijngaarden in Californië – en over de hele wereld – uit te breiden. “Daarom zijn nu alle ogen gericht op de ruimte”, beklemtoont de onderzoeksleider.

“De ruimte biedt de mogelijkheid om een controle uit te voeren op de schaal waarop de productie plaatsvindt. “De ziekte is geen probleem dat alleen bij één wijnboer gelokaliseerd is. Wijngaarden grenzen immers aan elkaar. Het probleem moet dan ook op een regionaal niveau kunnen worden beheerd. Daarvoor is een controle vanuit de ruimte nodig. Hierdoor kan immers een veel groter gebied worden bestudeerd.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in landbouw, luchtvaart & ruimtevaart, voeding & horeca | Reacties uitgeschakeld voor NASA wil druivenziekte vanuit de ruimte kunnen identificeren

Portugese president belooft oplossing voor Douro-wijnproductie

Posted by managing21 on september 7th, 2023

De regelgeving voor de Portugese Douro-wijnproductie moet dringend worden aangepast. Dat heeft Marcelo Rebelo de Sousa, president van Portugal, gezegd in een reactie op een open brief die de producenten eerder dit jaar hebben gepubliceerd. De producenten hopen dat daarmee eindelijk een oplossing kan worden gevonden voor de Portugese Douro-wijnen, die volgens hen al een geruime tijd tevergeefs een duurzaam economisch model nastreeft.

In juli werd in Publico en Jornal de Noticias – de twee grootste kranten van Portugal – een open brief gepubliceerd, ondertekend door zesentwintig belangrijke producenten van Douro-wijn en port, waarin wordt opgeroepen tot dringende hervormingen van het regelgevende systeem, dat volgens de wijnboeren in zijn huidige vorm de economische levensvatbaarheid van de regio in gevaar brengt.

Verouderd systeem

De producenten dringen aan op dringende hervormingen van de huidige regelgeving, die gebaseerd is op het beneficio-systeem dat in de jaren dertig van de voorbije eeuw werd geïntroduceerd en dat bepaalt hoeveel druiven er tot port verwerkt mogen worden. “De regelgeving van de Douro is begin vorige eeuw bijna exclusief voor Porto ontworpen, maar Douro-wijnen vertegenwoordigen in Portugal bijna de helft van de totale druivenproductie”, verduidelijkte Paul Symington, topman van Symington Wine Estates, het initiatief.

De producenten van de Douro-wijnen hopen op een betere regelgeving – Foto: Juan José Berhó/Pixabay

Symington benadrukte tevens dat er een grote behoefte is aan een regeling voor de boeren die meer levensvatbare wijngaarden willen creëren. Hij wees er daarbij op dat in de Douro 18.978 boeren actief zijn, maar 60 procent daarvan bezit een wijngaard van minder dan één hectare.

De Portugese president Rebelo de Sousa heeft nu toegegeven dat de regelgeving dringend moet worden hervormd. “Het is inmiddels al ongeveer honderd jaar geleden dat de wetten voor de afbakening van de Douro werden vastgesteld”, beklemtoonde de Sousa. “Sindsdien zijn er enkele aanpassingen gedaan, maar de realiteit was heel anders.” De president voegde er aan toe dat de aanpassingen het nationaal belang van Portugal ondersteunen.

In de open brief staat dat de Portugese overheid in het verleden herhaaldelijk heeft beloofd dat er veranderingen zouden komen, maar er wordt aan toegevoegd dat in realiteit niets is ondernomen. Symington stelde nu echter te hopen dat de verklaring van de president de regering zeker zal aanmoedigen om actie te ondernemen. “Als er niets wordt gedaan, komt de economische levensvatbaarheid van de Douro – wereldwijd het grootste berggebied met wijngaarden, met een onvergelijkbaar sociaal en historisch erfgoed – in gevaar”, waarschuwde hij.

Unesco

De Douro Demarcated Region staat bekend als een van de wonderen van de wijnwereld. Het gebied bevat meer dan de helft van alle wijngaarden op steile bergwanden ter wereld en staat op de Werelderfgoedlijst van de Unesco. “Er is geen vergelijkbaar wijngebied”, wordt in de open brief benadrukt. “Meer dan 19.000 druiventelers en 1.000 bedrijven bewerken deze uitdagende wijngaarden, die twee gerenommeerde wijnen – Porto en Douro – produceren. Maar de voorbije twintig jaar is het totale volume Port met 25 procent gedaald tot 7,8 miljoen kisten vorig jaar, terwijl de verkoop van Douro-wijnen aanzienlijk is gegroeid tot 5,2 miljoen kisten.”

“Ondanks deze ingrijpende veranderingen is de regelgeving honderd jaar lang ongewijzigd gebleven”, gaat de open brief verder. “Dat veroorzaakt nu ernstige verstoringen die niet alleen gevolgen hebben voor de prijs van druiven, maar ook voor de sociaaleconomische duurzaamheid van de boeren, de bedrijven en de toekomst van de wijnen uit de regio op de internationale markten.”

Het beneficio-systeem – geïntroduceerd in de jaren dertig van de voorbije eeuw – bepaalt de hoeveelheid druiven die tot port verwerkt kan worden. Dat quotum wordt, afhankelijk van de kwaliteit en de vraag, jaarlijks aangepast. Een soortgelijk systeem wordt gebruikt in de belangrijkste Europese wijngebieden. Druiven voor de Douro worden echter op de open markt verhandeld en worden over het algemeen met een overaanbod geconfronteerd.”

“De Douro heeft te lijden onder de daling van de portvolumes en onder een verouderd regelgevend systeem. Bijgevolg worden veel druiven onder de kostprijs verkocht”, betogen de producenten. “Het verlies voor de boeren is duidelijk, wat leidt tot het stopzetting van wijngaarden en een ontvolking van de regio. Deze situatie wordt nog verergerd door de klimaatverandering die op dit gebied een steeds grotere impact heeft.”

“Even ernstig is dat te veel wijnen internationaal worden verkocht tegen prijzen die vergelijkbaar zijn met de goedkoopste wijnen ter wereld”, wordt er nog gewaarschuwd. “Dit zou onmogelijk zijn als de boeren een eerlijke prijs zouden krijgen. De regio geeft consumenten de indruk dat de Douro goedkope wijnen produceert, terwijl niets minder waar is. De productiekosten per kilogram behoren tot de hoogste ter wereld; terwijl de opbrengsten per hectare wereldwijd tot de laagste categorieën behoren. Dat is het gevolg van de unieke kenmerken van de wijngaarden in het Douro-gebergte.”

Er wordt nog op gewezen dat er de voorbije vijftien jaar verschillende onderzoeken – onder meer door de Universiteit van Trás-os-Montes e Alto Douro (Utad) – zijn uitgevoerd. Al die studies kwamen tot de conclusie dat de Douro onder de huidige omstandigheden niet duurzaam is en dat een hervorming van de regelgeving noodzakelijk is. “Maar ondanks herhaalde beloften van de staat is er niets gedaan”, klagen de boeren.

“Geen enkele wijnregio kan zo’n onevenwichtigheid lang overleven en lijdt schade aan zijn reputatie en aan de economie van zijn gemeenschappen. Deze onbegrijpelijke passiviteit brengt schade toe aan een van de mooiste en meest historische wijngebieden ter wereld. Er zijn verschillende noodoplossingen voor de korte termijn en andere structurele maatregelen voor de langere termijn. De Douro heeft een strategie voor de toekomst nodig die is gebaseerd op een wetenschappelijke basis en die wordt geleid door een onafhankelijke instantie in overleg met de belangrijkste belanghebbenden van de regio.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in voeding & horeca | Reacties uitgeschakeld voor Portugese president belooft oplossing voor Douro-wijnproductie

Mercedes-Benz ziet nog aanzienlijke hindernissen voor elektrische mobiliteit

Posted by managing21 on september 5th, 2023

De Duitse autoconstructeur Mercedes-Benz verwacht niet dat zijn verkopen in Europa tegen eind dit decennium volledig elektrisch zullen zijn, maar zal daarvoor wel zijn portfolio klaar hebben. Dat heeft Ola Källenius, chief executive van Mercedes-Benz, gezegd.

Mercedes-Benz heeft lang benadrukt zich tegen eind dit decennium op een volledig elektrische verkoop te willen richten op markten waar de realisatie van deze ambities tot de mogelijkheden zouden behoren. De constructeur merkt bovendien op dat uiteindelijk de klanten zullen beslissen welke producten ze willen aankopen. Daarnaast wees Mercedes-Benz eveneens op de behoefte aan infrastructuur om de overgang naar elektrische voertuigen te ondersteunen.

Groeiende voorzichtigheid

“De Europese markt voor elektrische wagens is de voorbije jaren aanzienlijk gegroeid, maar is waarschijnlijk nog niet klaar voor volledig elektrische verkoop eind dit decennium”, betoogde Kaellenius. “Dat geldt zowel voor Mercedes-Benz als de hele Europese markt. Mercedes-Benz zal klaar zijn voor die omschakelen, maar zal ook een tactische flexibiliteit nastreven. Dit betekent dat de mogelijkheid wordt behouden om op dezelfde productielijn zowel elektrische wagens als voertuigen met een verbrandingsmotor te produceren.”

Mercedes-Benz wil de productiekosten van zijn elektrische wagens verlagen. – Foto: Mercedes-Benz

De opmerkingen van Källenius sluiten aan bij een groeiend gevoel van voorzichtigheid onder grote autofabrikanten wereldwijd over het opschalen van de productie en het gebruik van elektrische wagens naarmate de wettelijke doelstellingen voor de uitfasering van wagens met fossiele brandstoffen naderen. Oliver Zipse, chief executive van BMW, wees er daarbij op dat de Europese wetgevers zelf een vertraging verwachten. De verkoop van wagens met fossiele brandstoffen zou in Europa immers vanaf midden volgend decennium worden verboden, maar er komt over twee jaar eerst nog een evaluatie voor die beslissing definitief wordt.

De verkoop van elektrische wagens in Europa steeg in de eerste zeven maanden van dit jaar met bijna 55 procent tot ongeveer 820.000 voertuigen. Daarmee vertegenwoordigde de sector ongeveer 13 procent van de totale Europese autoverkoop. Binnen de sector wijzen leidinggevenden echter steeds vaker op de belemmeringen die de productie en verkoop van elektrische wagens tegen concurrerende prijzen op grotere schaal hinderen. Onder meer wordt daarbij gewezen naar hoge elektriciteitsprijzen en een gebrek aan oplaadinfrastructuur.

Källenius wees er nog op te verwachten dat in China de overgang van verbrandingsmotoren naar elektrische mobiliteit in het topsegment van de markt, waar niet dezelfde overheidssteun werd verkregen als in de productie voor de massamarkt, vele jaren zal duren. “Deze markt moet stap voor stap worden omgevormd”, merkte Källenius op. Hij voegde er echter aan toe dat de huidige economische vertraging in China op de lange termijn geen invloed zal hebben op de strategie die Mercedes-Benz voor die markt heeft ontwikkeld.

Hogere kosten

Källenius merkte daarbij op dat de variabele kosten voor de productie van elektrische voertuigen in de nabije toekomst hoger zullen blijven tegenover modellen met een verbrandingsmotor. De chief executive van Mercedes-Benz voegde eraan toe dat deze situatie de intense concurrentie zal blijven aanwakkeren.

“De variabele kosten voor een elektrische auto zijn hoger dan bij een wagen met een verbrandingsmotor”, verduidelijkte Källenius. “Dat zal ook in de nabije toekomst zo blijven. Deze hogere kosten kunnen niet volledig aan de klanten worden doorberekend. De variabele kosten die wegen op het prijsniveau van de productie van elektrische wagens, omvatten onder meer de prijzen voor de grondstoffen van de batterijen, de softwareontwikkeling en de elektriciteitstarieven.

Kaellenius zei dat deze problematiek de reden was waarom de Duitse groep werkt aan een optimalisering van de vaste kosten en de toewijzing van middelen om met elektrische auto’s dezelfde winstgevendheid te bereiken als met verbrandingsmotoren. Onder meer wordt voor de nieuwe modellen gewerkt aan een aanzienlijke kostenverlaging bij de productie van batterijen. De actieradius van de wagens zou bovendien met ongeveer een derde moeten kunnen oplopen.

Meer over dit onderwerp:

Posted in automotive, Mobility | Reacties uitgeschakeld voor Mercedes-Benz ziet nog aanzienlijke hindernissen voor elektrische mobiliteit

Internationale luchtvaart rekent op volledig herstel volgend jaar

Posted by managing21 on september 5th, 2023

Het passagiersverkeer in de luchtvaart laat sterke prestaties optekenen en volgend jaar wordt een volledig herstel verwacht. Een groot deel van de belangrijkste indicatoren voor de prestaties van de sector vertonen sterke aanwijzingen van een herstel tegenover volgend jaar. Dat blijkt uit een rapport van de International Air Transport Association (IATA). Gewag wordt gemaakt van een bijkomend blijk van vertrouwen in de sector.

Een volledig herstel volgend jaar vertegenwoordigt een terugkeer van naar het niveau van vier jaar geleden, vooraleer de industrie door de verspreiding van het virus Covid-19 zwaar werd getroffen. Bovendien wordt voorspeld dat het aantal passagiers in de luchtvaart tegen het einde van volgend decennium zal zijn verdubbeld. 

Binnenlands verkeer

De inkomsten per passagier-kilometer, de indicator voor de prestaties van het passagiersverkeer, liep tijdens het tweede kwartaal van dit jaar met 45 procent op tegenover dezelfde periode vorig jaar. Het aanbod beschikbare zitplaatsen steeg tegelijkertijd met 34,8 procent. Dit laatste is geen verrassing, aangezien de beperkingen tegen de verspreiding van het virus Covid-19 vorig jaar maand na maand werden opgeheven. Er werd tijdens het tweede kwartaal van dit jaar bovendien een bezettingsgraad van 82,4 procent bereikt. Dat bleef amper 0,7 procent onder het niveau dat voor de uitbraak van de corona-pandemie was geregistreerd.

De binnenlandse trafieken vertoonden het sterkste herstel. – Foto: Pixabay

Het binnenlandse passagiersverkeer liet tijdens het voorbije kwartaal wereldwijd een volledig herstel optekenen. De cijfers lagen 4,5 procent hoger dan het niveau van vier jaar geleden. De sectororganisatie stelt dat dit herstel te danken is aan de veerkracht van de belangrijkste binnenlandse markten en de sterke opleving in China.

De binnenlandse trafieken lagen tijdens de maand juni 27,2 procent hoger dan dezelfde periode vorig jaar. Bovendien stegen de cijfers met 5,1 procent tegenover de maand juni vier jaar geleden. In de eerste helft van dit jaar lagen de binnenlandse trafieken 33 procent hoger dan dezelfde periode vorig jaar. Nagenoeg over de hele wereld werden stijgende binnenlandse trafieken geregistreerd. De enige uitzondering was Australië, waar tegenover de maand juni van vorig jaar een daling met 1,7 procent werd gemeld. De cijfers lagen echter nog altijd 3,9 procent hoger dan vier jaar geleden. China toonde de sterkste groei. De trafieken lagen er 129,6 procent hoger dan de maand juni vorig jaar.

Ook het internationale verkeer liet een herstel optekenen. In vergelijking met de maand juni vorig jaar werd een stijging met 33,7 procent geregistreerd. Tegenover de maand juni van vier jaar geleden werd een herstel met bijna 89 procent gemeld. Tijdens de eerste helft van dit jaar was er sprake van een toename met 58,6 procent tegenover dezelfde periode vorig jaar. “De cijfers tonen dat alle internationale markten een groei vertonen”, meldt het rapport. “Hier is er echter nog altijd geen sprake van een volledig herstel tegenover vier jaar geleden, voor de uitbraak van de pandemie.”

Asia-Pacific

De sterkste groei in het internationale verkeer werd opgetekend in de regio Asia-Pacific. De inkomsten per passagier-kilometer stegen tijdens de maand juni met 90,1 procent tegenover de maand juni vorig jaar. De capaciteit en de bezettingsgraad namen tegelijkertijd respectievelijk met 115 procent en 83 procent toe. Ook in alle andere regio’s van de wereld lieten de inkomsten een stijging optekenen. De meest bescheiden groei werd genoteerd in Europa en Noord-Amerika.

De inkomsten per passagier-kilometer lieten in die regio’s een stijging met ongeveer 13 procent noteren. In Europa liepen de trafieken met 14 procent op, gekoppeld aan een capaciteitstoename van 12,6 procent en een verbetering van de bezettingsgraad tot bijna 89 procent. In Noord-Amerika liepen de internationale trafieken met 23 procent op, terwijl een bezettingsgraad met 90,2 procent werd geregistreerd. Dit laatste was het hoogste cijfer van de hele wereld.

In het rapport wordt echter ook gewaarschuwd voor een mogelijke verdere vertraging van de wereldeconomieën de volgende kwartalen. “Die problemen zouden, vanwege een mogelijk stijgende werkloosheid, een neerwaartse druk op de vraag naar vliegtuigreizen kunnen veroorzaken”, voert de sectororganisatie aan. “Momenteel kan van een bemoedigende situatie worden gesproken, maar er moet worden gewaarschuwd dat er wereldwijd problemen kunnen rijzen. Hierdoor zou een volledig herstel volgend jaar kunnen worden belemmerd.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in luchtvaart & ruimtevaart, Mobility, transport & logistiek | Reacties uitgeschakeld voor Internationale luchtvaart rekent op volledig herstel volgend jaar

Madrid herbergt een van de extreemste stedelijke hitte-eilanden

Posted by managing21 on september 4th, 2023

De Plaza Juan Pujol in Madrid moet één van de meest extreme stedelijke hitte-eilanden in de wereld vertegenwoordigen. Dat blijkt uit een onderzoek van het ingenieursbureau Arup in de steden Caïro, Londen, Los Angeles, Madrid, Mumbai en New York. De onderzoekers, die gebruik maakten van het programma UHeat om een inzicht te verkrijgen in het verschil in luchttemperatuur van buurt tot buurt, kwamen tot de vaststelling dat de Plaza Juan Pujol in Madrid op de heetste dag van vorig jaar 8 graden Celsius warmer was dan de landelijke omgeving.

De studie, die onder meer gebruik maakte van artificiële intelligentie en satellietbeelden, plaatste Ghatkopar East in Mumbai met een opwarming van 7 graden Celsius op een tweede plaats, gevolgd door Bulaq Ad Daqrur in Caïro en West Lake in Los Angeles (5 graden Celsius verschil) en Kilburn-South Hampstead in Londen en Washington Heights in New York (4,5 graden Celsius verschil).

De auteurs van het rapport benadrukken dat het stadsontwerp de temperatuur in steden opdrijft. In belangrijke hotspots blijkt de natuur vaak te zijn verdrongen en de gebieden worden veelal gedomineerd door geasfalteerde straten en hoge gebouwen van staal en glas. Stadsbesturen, stadsontwerpers en planners worden daarbij opgeroepen om beter te begrijpen op welke manier hun ontwerpen de hotspots in steden kunnen verminderen, vooral voor de meest kwetsbare gemeenschappen.

Gebrek aan afkoeling

In de meeste steden hadden de warmste plekken minder dan 6 procent vegetatie, terwijl de koelste plekken in de meeste steden meer dan 70 procent vegetatie hadden en bijna volledig in parken te vinden waren, ver verwijderd van woonwijken en commerciële gebieden. “Dit droeg binnen de steden bij tot enorme temperatuurschommelingen, waarbij het centrum van Madrid bijna 8 graden Celsius warmer was dan het El Retiro Park even verderop”, voeren de onderzoekers aan. “In Londen was het in Kilburn en South Hampstead, met 38 procent vegetatie, meer dan 7 graden Celsius warmer dan in Regent’s Park, dat met 89 procent vegetatie in dezelfde regio is gelegen.”

De Plaza Juan Pujol in Madrid – Foto: Zarateman/Wikimedia

“Verontrustend is dat drie van de onderzochte steden, waaronder Londen, de ergste temperatuur-hotspots tijdens de avond of de nacht ervaren”, luidt het nog. “Stedelijke hitte is vooral tijdens de nacht een probleem. Materialen zoals cement absorberen overdag immers grote hoeveelheden warmte, die echter slechts langzaam weer worden afgegeven wanneer de zon ondergaat. Dit veroorzaakt stress en gezondheidsproblemen en heeft op kwetsbare burgers, waaronder kinderen en ouderen, een acuut effect.”

“We hebben veel van onze steden onbedoeld ontworpen om heet te zijn”, werpt Dima Zogheib, expert duurzaam design bij Arup, op. “We hebben de natuur verdrongen. We hebben onze straten van beton gemaakt en gekozen voor een hoogbouw gebouwd. Anderzijds hebben we onze groene ruimten grotendeels beperkt tot grote parken, ver weg van de locaties waar de meeste mensen wonen. Onze uitdaging als ontwerpers is om creatief na te denken om de natuur strategisch en rechtvaardig in onze steden in te zetten. Tegenwoordig hebben we de geavanceerde digitale hulpmiddelen om snel te bepalen waar investeringen in oplossingen de grootste impact kunnen hebben.”

Gedragsverandering

De auteurs voeren aan dat de steden zich zouden moeten richten op het implementeren van oplossingen die op de natuur zijn gebaseerd. “Dit zijn schaalbare en betaalbare interventies die klimaatbestendigheid ondersteunen”, wordt er opgemerkt. “De strategische herintroductie van natuur kan de temperatuur verlagen, de luchtkwaliteit verbeteren en de biodiversiteit vergroten. In steden heeft de toename van de boombedekking bewezen het sterftecijfer als gevolg van de hitte te verminderen, zoals blijkt uit een recent onderzoek naar Europese steden, waar bleek dat een toename van de boombedekking tot 30 procent jaarlijks 2.644 sterfgevallen had kunnen voorkomen.”

Daarnaast wordt opgemerkt dat ook meer doorlaatbare oppervlakken zouden moeten worden gecreëerd. “Doorlaatbare oppervlakken, zoals kale of beplante grond, absorberen doorgaans minder warmte in vergelijking met ondoordringbare oppervlakken zoals beton of asfalt”, verduidelijken de onderzoekers. “Door meer doorlaatbare oppervlakken te creëren en water in de grond te laten infiltreren, koelt de omgeving af.”

Verder stippen de onderzoekers aan dat elke mogelijke ruimte zou moeten worden gebruikt om afkoeling te genereren. “Meer dan de helft van de ruimte in de steden – inclusief daken en straten – is open ruimte, wat een groot canvas biedt voor het bouwen van veerkracht. Maatregelen kunnen bestaan uit het vergroenen van gevels van gebouwen, het vergroenen van daken of het gebruik van witte verf om de reflectie van oppervlakken te veranderen en op die manier de hoeveelheid door de zon geabsorbeerde warmte te verminderen.”

Anderzijds wordt de creatie van koele eilanden aangemoedigd. “Aangezien steden elke zomer te maken krijgen met hittegolven, is er een netwerk van koelruimtes in steden nodig waar mensen kunnen schuilen”, stippen de onderzoekers aan. “In Londen heeft Arup bijvoorbeeld bijgedragen aan de kaart met koele ruimten van de Greater London Authority, waar inwoners tijdens warme dagen mogelijkheden kunnen vinden om te schuilen, in een poging om het gezondheidsrisico van warme weersomstandigheden te beperken.”

Tenslotte wordt gewezen op de noodzaak om een algemene gedragsverandering te stimuleren. “Mensen zullen de volgende tien jaar ook hun manier van leven in steden moeten veranderen”, luidt de waarschuwing. “Warme landen over de hele wereld passen hun leven al eeuwen hierop aan. Het is tijd om van die ervaringen te leren. Dit kan onder meer leiden tot het inlassen van siësta’s, een heroverweging van de kantooruren en het sluiten van winkels en restaurants tijdens periodes van piekhitte.”

Meer over dit onderwerp:

 

Posted in energie, gezondheid, milieu, Stad | Reacties uitgeschakeld voor Madrid herbergt een van de extreemste stedelijke hitte-eilanden

Autofabrikanten investeren in gezamenlijk Amerikaans oplaadnetwerk elektrische wagens

Posted by managing21 on juli 28th, 2023

Zeven grote autofabrikanten hebben de oprichting aangekondigd van een nieuw bedrijf dat het opladen van elektrische voertuigen in de Verenigde Staten moet aanbieden. De betrokken partijen – General Motors, Stellantis, Hyundai Motor, Kia, Honda, BMW en Mercedes-Benz – willen met het initiatief een antwoord bieden op het marktleiderschap van Tesla en pogen te profiteren van de subsidies die door de regering van de Amerikaanse president Joe Biden ter beschikking gesteld.

De betrokken merken vertegenwoordigen ongeveer de helft van de totale Amerikaanse autoverkoop, maar hebben slechts een beperkt aandeel op de markt voor elektrische wagens, die door Tesla wordt gedomineerd. De opmerkelijke coalitie van concurrenten – die volgens sommige analisten mededingingsbezwaren zou kunnen oproepen – suggereerde dat de nieuwe joint venture dertigduizend opladers wil uitrollen in Noord-Amerika. Daarbij zou begonnen worden met installaties langs grote snelwegen en in steden.

Miljardenproject

De autofabrikanten specificeerden niet hoeveel ze individueel of collectief zouden investeren, maar lieten wel verstaan open te staan voor aanvullende investeringen of een deelname van andere bedrijven, ook van partijen buiten de autosector. Een naam voor de onderneming werd niet bekendgemaakt. “De investering zal door dit partnerschap veel lager liggen dan door het bouwen van individuele oplaadnetwerken”, stelde Akshay Singh, analist bij adviesbureau PwC Strategy. “De initiatiefnemers krijgen ook controle over de klantervaring en verzamelen gegevens.”

Het nieuwe project vergt een investering van verscheidene miljarden dollars. (Foto: Pixabay/Goran Horvat)

Er zijn in de Verenigde Staten momenteel meer dan 30.000 snellaadstations geïnstalleerd. De kostprijs varieert van minder dan 100.000 dollar tot meer dan 200.000 dollar voor de krachtigste versies. Waarnemers merken op dat het opzetten van de nieuwe onderneming meerdere miljarden dollars kan kosten. “We denken dat dit initiatief een belangrijke stap voorwaarts kan zijn voor de verdere doorbraak van de elektrische wagens”, stipte Karine Jean-Pierre, persvoorlichter van het Witte Huis aan. “Het project creëert nieuwe banen voor de installatie en het onderhoud van de infrastructuur.”

De Amerikaanse regering heeft zich tot doel gesteld om tegen eind dit decennium 500.000 laders te hebben geïnstalleerd. Dit betekent bijna een verviervoudiging van het huidige arsenaal. Tesla, dat vorig jaar meer dan 60 procent van de totale verkoop van elektrische voertuigen in de Verenigde Staten voor zijn rekening nam, heeft met bijna 18.000 Superchargers het grootste netwerk snelladers van het hele land. Tesla zei eerder dit jaar een deel van dat oplaadnetwerk te zullen openstellen voor elektrische wagens van rivalen, zodat het bedrijf in aanmerking zou komen voor een deel van de financiering van 7,5 miljard dollar aan federale subsidies die zijn voorzien.

Het leiderschap van Tesla in het uitbouwen van een netwerk van opladers heeft het bedrijf een belangrijke impact bezorgd bij het bepalen van de standaarden voor de sector. Dat heeft bij diverse rivalen tot grote bezorgdheid geleid. General Motors, Mercedes en een aantal andere constructeurs hebben een overeenkomst getekend om vanaf het midden van dit decennium gebruik te kunnen maken van de oplaadtechnologie die door Tesla werd ontwikkeld.

General Motors had eerder aangegeven door de toegang tot het netwerk van Tesla 400 miljoen dollar te kunnen besparen. “Het nieuwe initiatief maakt deel uit van de inspanningen van General Motors om de kosten te besparen”, aldus woordvoerders van de constructeur. “Het nieuwe project zal echter geen verandering brengen in de toezeggingen of samenwerkingen die General Motors eerder heeft gedaan.”

De andere autofabrikanten uit het nieuwe project – Stellantis, Hyundai, Kia Honda en BMW – hebben geen overeenkomst met de North American Charging Standard (NACS), die door Tesla is ontwikkeld, gesloten. Hun product is daarentegen afgesteld op het Combined Charging System (CCS). Het nieuwe laadbedrijf zal beide standaarden ondersteunen, maar zal de concurrentie met het netwerk van Tesla aangaan.

Concurrentie

Toplui van de deelnemende automerken betoogden dat het oplaadnetwerk net zo is opgebouwd als tankstations met toiletten, catering en winkels en daardoor een snellere uitrol van elektrische voertuigen zou ondersteunen. “Autoconstructeurs beschikken echter niet over de benodigde elektriciens of hebben geen ervaring met het werken met winkeliers”, waarschuwde Andres Pinter, topman van het installatiebedrijf Bullet EV Charging Solutions. “Het zal voor de autofabrikanten niet gemakkelijk zijn om de achterstand in te halen. Maar deze bedrijven beschikken over grote financiële reserves. Daarmee zouden ze deze activiteiten perfect kunnen uitbesteden.”

De nieuwe onderneming zou de concurrentie met de gevestigde oplaadbedrijven, waaronder Electrify America (Volkswagen) en EVGo, aangaan. Experts voegden eraan toe dat de nieuwe onderneming een soortgelijke structuur zou kunnen krijgen als Ionity, dat zes jaar in Europa werd opgericht en Volkswagen, Daimler, BMW, Ford en Hyundai als leden telt.

Er rijzen rond het nieuwe project wel een aantal vragen over de vrije concurrentie. “Bij joint-ventures is er altijd een bekommernis dat een legale samenwerking mogelijk tot illegale coördinatie, zoals prijsafspraken of het verdelen van markten, zou kunnen leiden”, stipte André Barlow, een antitrust-specialist bij het bureau Doyle Barlow & Mazard, aan. “Er zijn zeker een aantal risico’s. We hebben hier te maken met een samenwerking tussen zeven autofabrikanten. Het samenwerkingsverband zal dan ook wellicht door het Amerikaanse ministerie van Justitie onder de loep worden genomen.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in automotive, energie, Mobility | Reacties uitgeschakeld voor Autofabrikanten investeren in gezamenlijk Amerikaans oplaadnetwerk elektrische wagens

Nieuwe Braziliaanse spoorlijn verbindt noorden en zuiden van het land 

Posted by managing21 on juli 28th, 2023

Na een bouwperiode van meer dan vier decennia beschikt Brazilië eindelijk over een spoorweg die het noorden het zuiden van het land verbindt. Het traject loopt over een afstand van 2.260 kilometer van de noordoostelijke havenstad Itaqui in de deelstaat Maranhão naar de zuidoostelijke haven van Santos in São Paulo. De verbinding, die door de Braziliaanse president Lula da Silva officieel in gebruik werd genomen, moet de landbouwsector van het Zuid-Amerikaanse land nieuwe opportuniteiten bieden.

Door de nieuwe spoorweg krijgen landbouwers uit de Braziliaanse deelstaten Goiás, Mato Grosso en Minas Gerais de mogelijkheid om gewassen zoals soja, maïs en katoen naar havens in het zuidoosten en noorden van het land te transporteren. De Braziliaanse regering beklemtoonde daarbij dat de spoorverbinding een logistieke corridor zou vormen die over de hele lengte investeringen en banen zou aantrekken.

Verdere uitbreiding

De werkzaamheden voor de aanleg van de Ferrovia Norte-Sul gingen in 1986 van start, maar boekten weinig vooruitgang totdat de regering in 2007 ingreep. De Braziliaanse overheid bestempelde de spoorwegverbinding als een belangrijk onderdeel van het streven om de nationale economie te laten groeien.

De nieuwe verbinding overbrugt een afstand van 2.260 kilometer. (Foto: Pixabay/Chanh Nguyen)

Vier jaar geleden begon Rumo, het grootste logistieke bedrijf in Latijns-Amerika, met de exploitatie van het zuidelijk deel – 1.540 kilometer lang – van het project. De onderneming investeerde 833 miljoen dollar in rollend materieel en terminals in São Simão, Iturama en Rio Verde. Ook de bedrijven Valor da Logística Integrada (VLI) en Valec zijn bij de exploitatie van de verbinding betrokken.

Waarnemers merken op dat de verbinding de verdere uitbreiding van het Braziliaanse spoornetwerk zal stimuleren. De regering is onder meer van plan om volgend jaar een publiek-private samenwerking te starten voor de aanleg van een spoorlijn, over een afstand van 520 kilometer, tussen Salvador, de hoofdstad van de noordoostelijke staat Bahia, in zuidelijke richting naar de haven van Petrolina in de staat Pernambuco.

De Braziliaanse regering is nu van plan om de spoorwegsector een impuls te geven door meer overheidsinvesteringen en aanpassingen van de regelgeving. “De overheidsinvesteringen in de spoorwegsector bedragen momenteel ongeveer 400-500 miljoen reais per jaar en we gaan een portefeuille van nieuwe spoorwegprojecten opbouwen”, benadrukte George André Palermo Santoro, algemeen secretaris van het Braziliaanse ministerie van Transport.

Privésector

Volgens Santoro is de regering van plan om de vergunningsregeling voor spoorwegprojecten bij te werken. Deze regeling, die begin vorig jaar werd ingevoerd, is een wettelijk kader dat particuliere bedrijven toestemming geeft om spoornetwerken met korte lijnen te bouwen en te exploiteren op basis van door de overheid verleende gebruiksrechten. Voorheen moesten bedrijven die geïnteresseerd waren in dergelijke projecten een langdurig aanbestedingsproces doorlopen dat jaren kon duren.

Inmiddels heeft het bedrijf TAV Brasil plannen bekend gemaakt om een nieuwe hogesnelheidslijn aan te leggen tussen Sao Paulo en Rio de Janeiro, de twee grootste metropolen van het land. Daarvoor heeft het bedrijf een licentie ontvangen van het Braziliaanse Agencia Nacional de Transportes Terrestres (ANTT). Op het eerste gezicht lijkt het project een heropname van een initiatief dat bijna anderhalf decennium geleden door de Braziliaanse president Lula da Silva lanceerde, al is het nieuwe plan minder ambitieus en zou het ook volledig door de privésector worden gefinancierd.

De mogelijkheid om een privé spoorproject op te zetten, bestaat in Brazilië sinds twee jaar. De regering van voormalig president Jair Bolsonaro had daarvoor een regelgevend kader uitgewerkt. Voordien moesten privébedrijven deelnemen aan openbare aanbestedingen om delen van bestaande spoorlijnen te kunnen uitbaten of nieuwe trajecten aan te leggen. Nu kunnen privébedrijven een aanvraag voor een exploitatie – van vijfentwintig tot negenennegentig jaar – in te dienen. 

De Braziliaanse transportautoriteiten hebben tot nu toe al negenendertig projecten van bedrijven en consortia goedgekeurd. Inmiddels is er onder meer gestart met de aanleg van de Ferrovia Oeste Leste (Fiol), die over een afstand van 1,527 kilometer de mijnen in de deelstaat Bahia met de havenstad van Ilhéus moet verbinden.

Meer over dit onderwerp:

Posted in transport & logistiek | Reacties uitgeschakeld voor Nieuwe Braziliaanse spoorlijn verbindt noorden en zuiden van het land 

Byd breidt voorsprong op Chinese automarkt verder uit

Posted by managing21 on juli 28th, 2023

In China manifesteerde het lokale merk Byd zich opnieuw als de meest succesvolle autoverkoper op de nationale markt. De Chinese constructeur slaagde er bovendien in om zijn voorsprong op de vroegere marktleider, de Duitse autobouwer Volkswagen, verder uit te breiden. Byd kon volgens analisten profiteren van zijn uitgebreide assortiment elektrische voertuigen, die bij het lokale publiek een grote populariteit lijken te genieten.

Volkswagen was lange tijd de meest succesvolle verkoper op de Chinese automarkt. Die titel diende de Duitse constructeur tijdens de eerste drie maanden van dit jaar echter aan zijn lokale concurrent Byd af te staan. De kloof tussen beide rivalen werd tijdens het tweede kwartaal nog groter. Byd liet tijdens die periode een verkoop van 595.300 wagens optekenen. Hierdoor bereikte het merk, dat uitsluitend elektrische wagens op de markt brengt, in de Chinese autoverkoop een aandeel van 11,2 procent.

Trend

Volkswagen verkocht tijdens het tweede kwartaal van dit jaar in China 544.000 voertuigen. De Duitse constructeur bracht daarbij 23.433 elektrische wagens op de Chinese markt. Dat vertegenwoordigde een marktaandeel van ongeveer 4 procent. Op de Chinese markt voor elektrische wagens staat Tesla, met een verkoop van 157.000 auto’s, op de tweede plaats. In de totale Chinese autoverkoop volgt Tesla op een twaalfde plaats.

Byd werd begin dit jaar lijstaanvoerder op de Chinese automarkt. (Foto: Byd Motor)

De trend weerspiegelt de afnemende invloed van de traditionele buitenlandse merken en benzineauto’s, terwijl Chinese fabrikanten van elektrische wagens steeds meer geavanceerde en meer betaalbare modellen op de markt brengen. Byd lanceerde eerder dit jaar zijn elektrische hatchback Seagull, die 73.800 yuan (10.300 dollar) kocht. De auto beschikt over een motor van 55 kilowatt en heeft een bereik van 306 kilometer.

De verkoop van wagens met nieuwe energieën, waaronder plugin hybrides en elektrische wagens op batterijen, steeg in China tijdens de maand juni met 25 procent tot 736.000 exemplaren. Daarmee heeft de sector volgens de Chinese Passenger Car Association op de Chinese markt een aandeel van bijna 40 procent.

Volkswagen doet inmiddels inspanningen om zijn positie op de Chinese automarkt opnieuw te versterken. In die strategie past onder meer de beslissing om een belang van 4,99 procent te nemen in de Chinese constructeur Xpeng, fabrikant van elektrische wagens. Met de investering is een bedrag van 700 miljoen dollar gemoeid. De twee autofabrikanten zullen samenwerken aan de ontwikkeling van twee modellen die gericht zijn op de middenklasse. Deze modellen zullen het logo van Volkswagen dragen, maar worden op het gebied van software en autonome mobiliteit uitgerust met de knowhow van Xpeng.

Het akkoord betekent een belangrijke realisatie voor Xpeng, een van de kleinere Chinese fabrikanten van elektrische wagens. Xpeng, dat op de beurs van Hongkong staat genoteerd, kan door de samenwerking volgens Daniel Roeska, analist bij Bernstein Research, profiteren van de aanvoerketen en de inkoopmogelijkheden van Volkswagen. “Bovendien heeft de collaboratie een positieve impact op de reputatie van het platform en de technologie van Xpeng”, betoogt Roeska. Bij Volkswagen vullen de nieuwe modellen, die over drie jaar op de markt komen, een leemte in het Chinese productaanbod.

Strategie

De Duitse autofabrikant is in China achtergebleven bij lokale concurrenten en Tesla en staat onder zware druk van investeerders om de verkoop van elektrische wagens in het Aziatische land te stimuleren. Ralf Brandstätter, directeur van de Chinese divisie van Volkswagen, heeft al herhaaldelijk betoogd dat de strategie van de Duitse constructeur in China berust op een samenwerking met lokale fabrikanten, die onder meer een superieure kennis van de lokale markt hebben.

Xpeng weerspiegelt de volgende stap in een reeks van samenwerkingen van Volkswagen met Chinese bedrijven, waaronder de batterijproducent Gotion en technologiebedrijf Horizon Robotics. Volkswagen kondigde tevens plannen aan voor verdere samenwerking tussen zijn dochteronderneming Audi en de Chinese constructeur Saic Motor. Volkswagen is al mede-eigenaar van een fabriek met Saic in Xinjiang. 

De Duitse groep gaf niet aan welke modellen de twee bedrijven samen zouden ontwikkelen of wanneer er een gezamenlijk platform zou kunnen worden geactiveerd. Er zou echter sprake zijn van modellen in een segment dat Audi in China nog niet heeft aangeboord. Audi is ook bezig met een inhaalslag op de Chinese markt voor elektrische voertuigen, waar het Duitse merk tot nu toe zwak heeft gepresteerd.

Meer over dit onderwerp:

Posted in automotive, Mobility | Reacties uitgeschakeld voor Byd breidt voorsprong op Chinese automarkt verder uit

Italië denkt aan hogesnelheidstrein voor Adriatische kust

Posted by managing21 on juli 27th, 2023

Er komt langs de Adriatische kust in Italië mogelijk een nieuwe hogesnelheidslijn. Rete Ferroviaria Italiana (RFI), beheerder van het Italiaanse spoornet, heeft op vraag van het Italiaanse ministerie van Infrastructuur en Transport beslist om voor het plan een haalbaarheidsstudie te laten uitvoeren. De route moet Rimini met Lecce verbinden en passeert langs Ancona, Pescara, Foggia en Bari.  De haalbaarheidsstudie moet eind dit jaar zijn afgerond.

Rete Ferroviaria Italiana wil de kosten van een nieuwe lijn – waar snelheden tot 300 kilometer worden gehaald – vergelijken met verbeteringswerken aan de bestaande route, waar de treinen maximaal 200 kilometer per uur zouden kunnen halen. De bestaande lijn tussen Bologna Centrale en Bari Centrale is 649 kilometer lang, terwijl het traject van Bari naar Brindisi en Lecce een lengte van 149 kilometer heeft. Het verbeteringsprogramma zal naar verwachting 5 miljard euro kosten.

Kortere reistijden

De aanleg van een nieuwe hogesnelheidslijn zal naar schatting dertien jaar in beslag nemen. De kosten worden geraamd op een bedrag tussen 40 miljard euro en 50 miljard euro. Volgens ondernemersorganisatie Confindustria kan de nieuwe verbinding 95 miljard euro aan voordelen opleveren voor de industrie en het toerisme, de vervuiling terugdringen en de levenskwaliteit verbeteren. Tevens zouden 144.000 nieuwe banen kunnen worden gecreëerd.

De nieuwe treinverbinding zou 44 miljard euro kosten. (Foto: Pixabay/ADMC)

De huidige spoorlijn maakt een sterke scheiding tussen de steden langs de Adriatische kust. Daarbij is er een groot verschil met het spoorvervoer langs de Tyrreense kust. Daar heeft de hogesnelheidstrein de mobiliteit grondig verbeterd. De nieuwe verbinding zou de reistijden tussen het zuiden en het noorden van het land aanzienlijk inkorten.

De hogesnelheidslijn langsheen de Tyrreense kust legt de afstand tussen Napels en Milaan, over een afstand van 790 kilometer, af in vier uur en dertig minuten. Aan de Adriatische kust moet rekening gehouden worden met een reistijd van vier uur en vierenveertig minuten tussen Pescara en Milaan, hoewel daar slechts een afstand van 521 kilometer moet worden afgelegd.

De hogesnelheidslijn zou een alternatief zijn voor de huidige plannen, die de bestaande lijn moet versnellen. Die optie is goedkoper, maar de treinen zullen er maximaal 200 kilometer per uur kunnen rijden. Bovendien wordt het huidige traject met een belangrijk knelpunt gehinderd en dat meer dan twee decennia na de beslissing tot renovatie nog steeds niet opgelost.

Tussen Molise en Puglia moeten de treinen over een afstand van 32 kilometer van een enkelspoor gebruik maken. Drie jaar geleden merkte Dario Franceschini, toenmalig Italiaans minister van Cultuur, op dat de hogesnelheidslijn een onderdeel zou moeten uitmaken van een breed project om het zuiden van Italië nieuw leven in te blazen.

Diverse baten

Confindustria wijst er ook op dat een nieuwe route ook de omwonenden van het traject voordelen zal opleveren. De huidige route, die de kustlijn volgt, doorsnijdt immers de bebouwde gebieden van de gemeenten langs de Adriatische Zee. Dat traject creëert al vele jaren problemen op het gebied van wegverkeer en geluidsoverlast.

Bovendien is er ook een aanzienlijke impact op de levenskwaliteit van de bewoners en het toerisme. De nieuwe lijn zou meer landinwaarts worden aangelegd, waardoor deze problemen zouden kunnen worden aangepakt. Hierdoor zouden in de badzones langs de kust nieuwe toeristische ruimten kunnen worden ingericht.

In de betrokken regio’s zou de aanleg van het project alleen al bijdragen aan een groei van het bruto binnenlandse product met gemiddeld 0,6 procent, terwijl de bijdrage aan de groei op nationaal niveau ongeveer 0,4 procent zou bedragen. “De investering activeert alle productieketens die deel uitmaken van het Italiaanse economische weefsel”, verklaart Confindustria.

“Vooral de productiesector wordt tijdens de realisatiefase van het project rechtstreeks beïnvloed, net zoals de producenten van elektronische apparatuur en de bouwindustrie. Bovendien zal de ontwerpfase van de werkzaamheden nieuwe opportuniteiten creëren voor de dienstensectoren, die bovendien baten zullen vinden in een aantal afgeleide effecten van het project.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in Mobility, transport & logistiek | Reacties uitgeschakeld voor Italië denkt aan hogesnelheidstrein voor Adriatische kust