Onzekere toekomst voor scheepswerf die Titanic bouwde
Posted by managing21 on juli 17th, 2024
Het voortbestaan van de Britse scheepsbouwer Harland & Wolff komt in het gedrang. De scheepsbouwer had van de vorige Britse regering, geleid door de Conservatieve Partij, toezeggingen ontvangen voor de financiering die nodig is om drie oorlogsschepen voor de Britse Royal Navy te kunnen bouwen. Er zijn echter veel twijfels of de nieuwe Britse regering, die geleid wordt door Labour, die beloftes zal invullen. Dat zou Harland & Wolff, eigenaar van de scheepswerf in Belfast waar de Titanic werd gebouwd, in grote problemen kunnen brengen en zouden ongeveer vijftienhonderd banen in het gedrang kunnen komen.
Harland & Wolff werd begin juli gedwongen om de notering van zijn aandelen op de London Stock Exchange (LSE) op te schorten. Sindsdien heeft de scheepsbouwer twee deadlines gemist om gecontroleerde rekeningen in te dienen, wat vragen oproept over de financiën van het concern en diens vermogen om een contract van 1,6 miljard pond na te komen voor de bouw van de drie schepen die voor de Britse Royal Navy moesten worden gebouwd. Het order heeft betrekking op ondersteunende schepen die voorraden zoals munitie en voedsel naar de vliegdekschepen van de marine zullen brengen.
De vorige Britse regering, onder leiding van de Conservatieve Partij, had voorlopig ingestemd om zich 100 procent garant te stellen voor een lening van 200 miljoen pond die door een consortium van kredietverstrekkers aan Harland & Wolff was toegezegd om het bedrijf in staat te stellen zijn schulden te herfinancieren. Nadat de nieuwe Britse regering, onder leiding van Labour, was geïnstalleerd, zou Harland & Wolff zelf al voorgesteld hebben om de garantie van 100 procent tot 80 procent terug te brengen, waarbij ook juridische adviezen werden ingediend om duidelijk te maken dat een garantie niet in strijd zou zijn met de regels voor staatssteun. Labour zou echter van mening zijn dat de garantie als een ongepast gebruik van overheidsgelden moest worden beschouwd.
Belastingbetaler
Harland & Wolff heeft zwaar geïnvesteerd in zijn werven van Belfast in Noord-Ierland, van Appledore in Devon en van Methil en Arnish in Schotland. Het concern gaf aan van plan te zijn om de bouw van de drie schepen over zijn verschillende werven te verdelen. De bouw van de schepen gebeurt in samenwerking met het Spaanse staatsbedrijf Navantia. In december vorig jaar had het bedrijf van Jeremy Hunt, de vorige Britse minister van financiën, toezegging gekregen voor de leninggarantie.
Maar in maart had de onderneming vernomen dat ambtenaren zich zorgen maakten over de dekking van 100 procent. Een dergelijke garantie werd een ongebruikelijke stap genoemd, waarbij de belastingbetaler de terugbetaling van de volledige lening zou moeten dragen indien de scheepsbouwer failliet zou gaan. Harland & Wolff zegt nu te wachten op de reactie van de Britse regering op het voorstel om de garantie tot 80 procent te herleiden. “Dergelijke garanties zijn al aan honderden andere bedrijven toegekend”, merkt een woordvoerder van de scheepsbouwer op. Aangezien de nieuwe regering nog maar pas in functie is, zal het tijd kosten om het proces te doorlopen. Tot nu toe zijn we nog niet op de hoogte gesteld van een beslissing.” Het bedrijf voegt eraan toe klaar te staan om de nieuwe regering te ontmoeten.
Wanneer de gevraagde garantie door de overheid zou worden geweigerd, zou het bedrijf gedwongen zijn om geld te lenen bij particuliere kredietverstrekkers. Bij die lening, die een verplichting van 191 miljoen pond moet herfinancieren, zouden echter standaard markttarieven worden toegepast. De belangrijkste prioriteit van het bedrijf is de herfinanciering van 91 miljoen pond aan leningen van Riverstone Credit Management, een Amerikaanse particuliere investeerder die een rente van meer dan 14 procent vraagt. Deze betaling moet eind dit jaar plaatsvinden.
De garanties voor Harland & Wolff vormen een vroege test voor het industriebeleid van de nieuwe Britse regering. Daarbij staat ook de toekomst van verschillende andere Britse industriële locaties op het spel. Onder meer wordt daarbij verwezen naar de fabriek van Short Brothers in Belfast, die door Spirit Aerosystems aan Airbus wordt verkocht, maar ook naar de staalfabriek van Port Talbot (Zuid-Wales), waar de gesprekken tussen de nieuwe Britse regering en eigenaar Tata Steel over een duurzame transformatie en tewerkstelling nog gaande zijn.
Meer over dit onderwerp:
- Livorno Port ontvangt 90 miljoen euro voor duurzame uitbreiding
- Containervloot ziet vooral toekomst in natuurlijk gas als brandstof
- Maersk niet langer meest betrouwbare containervloot ter wereld
- Crisis in Rode Zee leidt tot faillissement van Port of Eilat
- Scheepswerf Yangzijiang investeert 413 miljoen dollar in uitbreiding
