Oude bomen en vergrijzende boeren wegen op aanvoer palmolie
Posted by managing21 on augustus 5th, 2025
In Maleisië staan de producenten van palmolie voor een belangrijk dilemma. Vele boeren worden immers geconfronteerd met verouderende plantages, maar beslissen om het vervangen van de oude bomen uit omdat ze geen inkomsten willen verliezen gedurende de periode dat nieuwe exemplaren moeten groeien. Hierdoor dreigt de productie van palmolie in Maleisië drastisch te zullen slinken, waardoor de prijzen van het product voor miljarden consumenten over de hele dreigen op te lopen.
Producenten moeten ermee rekening houden dat nieuwe bomen pas drie tot vijf jaar na de aanplanting vruchten beginnen te dragen. Het kan nog een aantal extra jaren duren om een maximale opbrengst te breiden. De overheidssubsidies om herbeplanting te stimuleren zijn niet meer zo royaal als vroeger en blijken vaak onvoldoende om tijdelijk in het levensonderhoud van de boerenfamilies te voorzien.
Palmolie vertegenwoordigt meer dan de helft van de wereldwijde productie van plantaardige olie. Maleisië en Indonesië hebben in de wereldwijde aanvoer van palmolie een gezamenlijk aandeel van 85 procent. Na decennia met een stijgende productie bevindt de markt zich nu echter op een kantelpunt. De gezamenlijke export uit beide landen dreigt sterk te vertragen door de stagnerende productie, terwijl Indonesië bovendien meer palmolie inzet voor de productie van biodiesel.
Hoewel de financiële markten de vertraging al hebben ingecalculeerd, groeit het bewijs dat plantages van kleinschalige boeren er slechter aan toe zijn dan gedacht. Oude, minder productieve bomen worden vaak niet vervangen, wat het aanbod verder onder druk zet. Kleine boeren bezitten ongeveer 40 procent van alle plantages in Maleisië en Indonesië, waardoor hun rol in de toeleveringsketen cruciaal is. Geraamd wordt dat de gezamenlijke export van beide landen de volgende vijf jaar met mogelijk 20 procent zou kunnen dalen.
“De productie door de kleine boeren wordt mogelijk overschat, omdat de staat van de bomen en het tempo van herbeplanting slechter zijn dan de officiële cijfers doen vermoeden”, merken experts op. Het areaal met bomen die de leeftijd van twintig jaar zijn gepasseerd en daarmee voorbij hun productieve hoogtepunt zijn geraakt, blijkt snel te groeien. Uitstel van herbeplanting en hogere verplichtingen voor biodiesel in Indonesië betekenen dat de export van de twee producenten verder zal teruglopen.
Experts schatten dat meer dan de helft van de bomen op Maleisische kleinschalige plantages ver voorbij hun piekproductie zijn. Dat aandeel ligt beduidend hoger dan het aandeel van 37 procent dat door de Maleisische overheid wordt aangegeven.
“De toevoer van palmolie wordt krapper”, zeggen de experts. “Dit is niet alleen een probleem in Maleisië, maar ook in Indonesië. Hoewel de Indonesische palmindustrie jonger is, zullen ook daar binnen vijf jaar dezelfde problemen opduiken.”
In Indonesië was in oktober vorig jaar slechts 10 procent gerealiseerd van de doelstellingen die in 2016 naar voor werden geschoven om over een periode van tien jaar 2,5 miljoen hectare te herbeplanten. Inmiddels is ruim een derde van de oliepalmen – zowel bij kleine boeren als op industriële plantages – op of voorbij de productieve leeftijd. Volgend jaar zal het areaal met bomen ouder dan 21 jaar volgens het Indonesische staatsbedrijf Riset Perkebunan Nusantara (RPN) met 11 procent toenemen.
Inkrimping
Op basis van schattingen van sectororganisaties in beide landen kan de gezamenlijke export tegen 2030 tot ongeveer 37 miljoen ton dalen. Daarmee zou de productie tegenover vorig jaar met een vijfde zijn ingekrompen. Voor Indonesië wordt zelfs een daling van bijna een derde verwacht.
Wereldwijd zal de vraag naar palmolie tegen het midden van deze eeuw met 50 miljoen ton toenemen. Dat vertegenwoordigt een jaarlijkse productiegroei van minstens 2 procent. Maar door verouderde bomen en een trage herbeplanting ligt de verwachte groei op slechts 1,5 procent per jaar. Dit vormt een schril contrast met de decennia van explosieve groei in het verleden. De krapper wordende markt voor palmolie drijft ook de prijzen van alternatieven op basis van onder meer soja, raapzaad en zonnebloemen op.
De prijsverhouding tussen palmolie en sojaolie is in korte tijd omgeslagen. In 2023 was palmolie gemiddeld nog 160 dollar per ton goedkoper dan sojaolie. Voor klanten betekende palmolie op dat ogenblik de goedkopere optie. Maar vorig jaar was palmolie al gemiddeld 39 dollar per ton duurder worden dan sojaolie. Door de krapte op de markt is palmolie binnen de sector alvast tijdelijk een premiumproduct geworden, terwijl het product traditioneel een goedkope plantaardige olie vertegenwoordigde.
Uit interviews met een aantal kleinschalige Maleisische boeren blijkt dat de meesten hun bomen niet vervangen zolang de prijzen hoog zijn. Vele boeren hebben immers geen ander inkomen en stellen de herbeplanting dan ook zo lang mogelijk uit. De kleinschalige plantages werden meestal in de jaren negentig van de voorbije eeuw en het begin van deze eeuw aangelegd, waardoor het areaal nu ongeveer 25 jaar oud is en eigenlijk vervangen moeten worden.
Maar niet alleen de plantages verouderen, ook bij de boeren moet er een duidelijke vergrijzing worden vastgesteld. De kinderen van de palmolieboeren zijn in veel gevallen naar de stad uitgeweken, waardoor ook de nodige arbeidskracht ontbreekt. De herbeplantingsgraad in Maleisië ligt al jaren op ongeveer 2 procent. Dat is amper de helft van het overheidsdoel. Zelfs met een overheidssubsidie voor de helft van de kosten, schuwen veel boeren extra leningen. In Indonesië zijn de subsidies verdubbeld, maar bureaucratische hindernissen maken het moeilijk het geld te ontvangen.