DNA van gesmokkelde schubdieren toont hotspots illegale handel
Posted by managing21 on mei 8th, 2026
Kleine hoeveelheden DNA kunnen helpen om handelsroutes en hotspots van illegale handel in wilde dieren bloot te leggen. Dat blijkt uit een studie van onderzoekers van de Université de Toulouse en het Institut de Recherche pour le Développement.
Schubdieren behoren tot de meest verhandelde diersoorten ter wereld en waren de afgelopen jaren goed voor bijna een derde van alle geregistreerde internationale inbeslagnames van illegale handel in wilde dieren. In veel regio’s worden hun vlees en schubben gebruikt voor consumptie en traditionele geneeskunde. Genetische gegevens kunnen helpen om de herkomst van gesmokkelde dieren vast te stellen, maar het verkrijgen van bruikbaar DNA van schubdieren is vaak lastig.
De onderzoekers maakten gebruik van een zogeheten gene-capture method, waarmee genetische informatie kon worden gehaald uit sterk aangetaste monsters. In totaal werd DNA geanalyseerd van meer dan 700 monsters van drie verschillende soorten dieren. De monsters waren afkomstig uit museumcollecties, veldonderzoek, bushmeat-markten en internationale inbeslagnames.
Met genetische gegevens van exemplaren waarvan de herkomst bekend was, stelden de onderzoekers een genomische referentiekaart samen. Daarmee konden zij de vermoedelijke oorsprong van de gesmokkelde schubdieren bepalen. Uit de analyse kwamen verschillende hotspots voor illegale vangsten naar voren, waaronder het zuidwesten van Kameroen, Myanmar en meerdere locaties verspreid over Afrika.
Daarnaast bracht het genetisch onderzoek belangrijke smokkelroutes in kaart, onder meer over de grenzen van China en tussen Indonesische eilanden. Volgens de onderzoekers tonen de resultaten ook aan dat dezelfde wilde populaties zowel voor binnenlandse als internationale handel worden geëxploiteerd, wat wijst op een sterk verweven handelsketen.
Groot potentieel
De onderzoekers stellen dat de methode een groot potentieel heeft voor het opsporen van illegale handel in wilde dieren, al blijft de beschikbaarheid van genetisch materiaal beperkt. Zij pleiten daarom voor een uitgebreidere internationale DNA-database van verhandelde diersoorten, ondersteund door gestandaardiseerde protocollen en een betere wereldwijde gegevensuitwisseling tussen opsporingsauthoriteiten en onderzoekinstituten.
De onderzoekers Philippe Gaubert en Sean Heighton verduidelijken dat de combinatie van historisch museummateriaal met nieuw verzamelde monsters uit het veld en uit inbeslagnames heeft geholpen om hiaten in geografische gegevens op te vullen en de nauwkeurigheid van de herkomstbepaling te vergroten. Volgens de wetenschapper maakt deze methode het mogelijk om gesmokkelde schubdieren met grote precisie terug te leiden naar hun geografische oorsprong, soms tot op enkele kilometers nauwkeurig. Dat zou natuurbeschermers en opsporingsdiensten in staat stellen gerichter op te treden tegen stroperij en illegale handelsnetwerken.
De onderzoekers ontwikkelden daarnaast één gene-capturekit die toepasbaar is op alle acht bekende schubdiersoorten, inclusief beschadigde museumstalen. Volgens het onderzoek maakt dit een genetische opsporing toegankelijker en praktischer voor natuurbescherming en forensisch onderzoek. De wetenschappers benadrukken tot slot dat de binnenlandse handel in schubdieren vaak lokaal georganiseerd is, maar gebruikmaakt van dezelfde herkomstgebieden als de internationale smokkel. Dat wijst volgens hen op één verbonden toeleveringsketen, in plaats van afzonderlijke markten.