Cubaanse muziek heeft geen eigenaar
Posted by managing21 on november 22nd, 2006
Het muziekbedrijf Peer Music uit de Amerikaanse staat New Jersey heeft van een Londense rechtbank geen gelijk gekregen in zijn strijd om de auteursrechten van een aantal Cubaanse evergreens. De tegenpartij was de regering van Cuba. Het proces heeft zes jaar geduurd.
Peer Music eiste de rechten op van veertien Cubaanse songs, maar de Londense rechter ging daar niet op in. Maar de rechten werden evenmin toegekend aan de Cubaanse regering. De uitspraak van de rechter wordt bijzonder belangrijk geacht voor ruim 600 van de meest bekende Cubaanse songs.
Peer Music nam in de jaren dertig en veertig talloze Cubaanse muzikanten onder contract, maar Fidel Castro verklaarde na de Cubaanse revolutie dat die contracten ongeldig waren. Het Amerikaanse embargo verhinderde het muziekbedrijf ook de auteursrechten uit te betalen. Dat geld bleef al die tijd in de kluis van de bank.
Met het succes van de Buena Vista Social Club kwam er een hernieuwde interesse in de Cubaanse klassiekers en zowel de Cubaanse overheid als de muziekbedrijven probeerden een hernieuwde claim te leggen op die succesnummers. In 2006 daagde Peer Music het Duitse Termidor, dat honderden Cubaanse songs in Engeland had geregistreerd in naam van de Cubaanse staatsmuziekmaatschappij Editora Musical de Cuba (EMC).
Peer Music voerde aan dat de oude contracten moesten geeerbiedigd worden en dat Termidor en EMC de veertien betwiste songs illegaal had geregistreerd. Een eerste uitspraak gaf Peer Music gelijk, maar EMC poogde de contracten ongeldig te laten verklaren omdat Peer Music de muzikanten oneerlijke deals had opgedrongen.
Het hele proces verhuisde zelfs voor enkele dagen naar Cuba om enkele hoogbejaarde muzikanten te kunnen ondervragen. Een vertegenwoordiger van Peer Music werd in Cuba beticht van collaboratie met een Amerikaans bedrijf tegen de belangen van de Cubaanse overheid. Isabel Cordova, de Cubaanse advocate van Peer Music, ontvluchtte Cuba om een gevangenisstraf te ontlopen.
De rechter stelde uiteindelijk dat Peer Music gehandeld had naar de normen van de tijd en dat het bedrijf na de afloop van het royalties-embargo 2,5 miljoen dollar had uitbetaald. Maar hij weigerde de eigendom over de songs toe te kennen aan één van de partijen, uit angst om een precedent te scheppen voor dossiers waar nog talloze andere Cubaanse nummers aan bod zouden kunnen komen.
Volgens de Amerikaanse krant The Miami Herald Tribune leidt de uitspraak echter wellicht tot nieuwe rechtszaken, aangezien het nog altijd niet duidelijk is wie de rechten op de songs dan wel heeft.