managing21.be

Managing21: een blik op het heden en de toekomst van de economie.

Archive for april, 2025

Diamantindustrie door invoerheffingen verder in crisis geduwd

Posted by managing21 on 16th april 2025

Experts waarschuwen dat de diamantindustrie, met een waarde van 82 miljard dollar, door de invoerheffingen van de Amerikaanse president Donald Trump en de wereldwijde handelsoorlog tot stilstand is gekomen. De transporten langs Antwerpen, het wereldwijde centrum van de diamanthandel, zijn gedaald tot ongeveer een zevende van het gebruikelijke niveau. De ingrepen vormen een bijkomende dreiging voor de sector, die de voorbije jaren al met diverse problemen diende af te rekenen.

De ingrijpende invoerheffingen van Donald Trump omvatten onder meer een taks van 10 procent op de import van diamanten, gekoppeld aan een aantal variabele vergeldingsmaatregelen die per land van herkomst worden bepaald. Andere mineralen, zoals goud en koper, ontsnappen echter aan de sancties.

De Verenigde Staten is de grootste diamantconsument van de wereld. Het land vertegenwoordigt ongeveer de helft van de wereldwijde vraag, maar moet al deze producten importeren omdat de Verenigde Staten geen eigen diamantmijnen heeft. Hoewel de Amerikaanse president de zogenaamde vergeldingsmaatregelen voor negentig dagen heeft opgeschort, geldt er al een basisheffing van 10 procent en die maatregel blijft ook van kracht.

De onzekere vooruitzichten hebben een ontmoedigend effect gehad op de handelaren in edelstenen en op de grote Indiase slijpindustrie. “De diamanttransporten vanuit Antwerpen, dat samen met Dubai tot de drukste handelscentra voor de edelstenen behoort, kwamen tot stilstand nadat Trump deze maand de nieuwe wereldwijde invoerheffingen aankondigde”, benadrukte Karen Rentmeesters, algemeen directeur van het Antwerp Diamond Centre.

Rentmeesters noemde het onlogisch dat diamanten in de Amerikaanse invoerheffingen zouden worden opgenomen. Ze vergeleek de onrust in de sterk geglobaliseerde diamantindustrie met de problemen die door de covid-pandemie werden veroorzaakt. Rentmeesters schatte dat de dagelijkse transporten slechts een zevende van het normale niveau bedroegen. “De maatregelen verstoren de industrie”, betoogde ze. “Alles kwam letterlijk tot stilstand.”

De diamantindustrie moet na een aantal moeilijke jaren, die werden getekend door de uitbraak van de covid-pandemie en de concurrentie van kunstmatige diamanten, met een aantal grote bedreigingen afrekenen. De vraag van de consumenten is verminderd. “De diamantindustrie verkeert niet in een goede positie”, erkende Richard Chetwode, voorzitter van mijnbouwbedrijf Trustco Resources. “Wanneer die industrie plotseling met invoertarieven wordt geconfronteerd, dreigt de sector te worden gekruisigd. Invoerheffingen op diamanten zullen trouwens de productie niet naar de Verenigde Staten brengen.”

Certificering

Een gemiddelde diamant wordt verscheidene keren de wereld rondgevlogen – tussen producerende landen zoals Botswana, handelscentra zoals Dubai en slijpcentra in India – voordat hij bij een klant terechtkomt. Het enige onderdeel van de toeleveringsketen dat in de Verenigde Staten is gesitueerd, is het certificeringsproces. Het Gemological Institute of America, de grootste certificeringsinstantie van de wereld, is gevestigd in Californië en heeft 3.200 mensen in dienst. Het normale proces van het invliegen en uitvliegen van diamanten in de Verenigde Staten voor certificering, staat nu onder druk.

Het instituut heeft naar eigen zeggen zijn dienstverlening in het buitenland – in zijn acht internationale kantoren – wegens de Amerikaanse invoerheffingen versterkt. “We breiden onze diensten specifiek uit naar Dubai en Hongkong om een ??deel van de impact op te vangen”, benadrukte Pritesh Patel, operationeel directeur van het instituut. “De invoerheffing brengt voor deze hele toeleveringsketen, van begin tot eind, veel onzekerheid met zich mee.”

Patel voegde eraan toe dat het instituut onderzoekt of diamanten die puur voor certificering naar de Verenigde Staten worden gebracht, vrijstelling van invoerrechten kunnen krijgen. Volgens analisten zal de wereldwijde handelsoorlog waarschijnlijk de algehele vraag naar diamanten, die zich net van een aantal moeilijke jaren had beginnen te herstellen, treffen. Bovendien zouden ook grote verstoringen in de toeleveringsketen moeten worden verwacht. India, waar de enorme slijpindustrie meer dan 90 procent van alle diamanten ter wereld verwerkt, zou hierdoor bijzonder kunnen worden getroffen.

Omdat afgewerkte diamanten worden beschouwd als afkomstig uit het land waar de stenen geslepen zijn, zal de Indiase diamantexport, die een waarde van vele miljarden dollars heeft, zwaar worden getroffen door de heffing van 27 procent die de Verenigde Staten op de invoer van goederen uit India voorstelt, tenzij de twee landen een akkoord bereiken om invoerrechten te vermijden.

“Voor de wereldwijde vraag naar diamanten is onzekerheid problematisch”, beklemtoont diamant-expert Paul Zimnisky. “Wanneer mensen onzeker zijn, aarzelen ze om te kopen en te investeren. Ik denk dan ook dat er een bepaalde impact zal zijn op consumentengoederen zoals luxegoederen en diamanten.”

Op de waarde van De Beers, de grootste diamantproducent van de wereld, is de voorbije twee jaar door de slechte marktomstandigheden al 4,5 miljard dollar afgeschreven. De mijngroep Anglo American, het moederconcern van de diamantproducent, bereidt zich voor om De Beers later dit jaar door een beursgang af te splitsen.

Signet Jewelers, de grootste retailer van diamanten sieraden ter wereld, worstelt eveneens met de invoerheffingen. Het bedrijf gaf al aan de nieuwe invoerheffingen op bestaande bestellingen geenszins op zich te nemen. Dit betekent dat Signet zijn buitenlandse leveranciers zal verplichten de rechten te betalen. Signet drong er bij zijn leveranciers ook op aan om bestaande bestellingen zo snel mogelijk – met een focus op april en mei – naar de Verenigde Staten te verzenden.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in grondstoffen | Reacties uitgeschakeld voor Diamantindustrie door invoerheffingen verder in crisis geduwd

Zonneparken bedreigen eeuwenoude olijfbomen in Andalusië

Posted by managing21 on 15th april 2025

In Spanje wordt de eeuwenoude olijfteelt door een massale aanleg van zonneparken bedreigd. Het zonnige klimaat dat de olijfbomen doet gedijen, is immers ook voor de fotovoltaïsche installaties bijzonder interessant. Er dreigen onteigingen van lokale landeigenaren, maar niet iedereen legt zich bij dat scenario neer.

Spanje is wereldwijd de grootste producent van olijfolie. De vruchtbare landbouwgrond in de zonnige zuidelijke regio Andalusië, het hart van de Spaanse olijfteelt, blijkt momenteel echter ook erg in trek bij bedrijven die zonneparken willen installeren. Met bijna drieduizend zonuren per jaar is Andalusië een van de Spaanse regio’s met het hoogste aantal zonnepanelen, dankzij de opkomst van hernieuwbare energiebronnen die het land tot een Europese koploper in duurzame energie hebben gemaakt.

Producenten van hernieuwbare energie, zoals Greenalia en FRV Arroyadas, hebben voor de bouw van meerdere zonneparken in de buurt van Lopera, een gemeente met 3.600 inwoners tussen Cordoba en Jaen, toestemming gevraagd. Volgens ramingen zouden de aanvragen betrekking hebben op een oppervlakte tot mogelijk 1.000 hectare. De bedrijven onderhandelden over overeenkomsten om het grootste deel van de grond die nodig is voor hun projecten te leasen, maar stuitten op aanzienlijke tegenstand van honderden kleine landeigenaren.

Dit bracht de regionale regering van Andalusië ertoe aan te kondigen dat een deel van de grond die nodig is voor de zonneparken zou worden onteigend. Daarbij werd gewezen naar het algemeen belang van een duurzame energievoorziening. De lokale landeigenaars betogen van die operatie geen enkel voordeel te zullen hebben en zeggen dat hun manier van leven zal worden vernietigd.

Honderdduizend bomen

Activisten voorspellen dat de acht geplande zonneparken in het gebied de kap van bijna honderdduizend olijfbomen zullen vereisen. Volgens de regionale regering zouden echter slechts 13.000 bomen moeten worden opgeofferd. De lokale bevolking zegt verwacht te hebben dat energiebedrijven zonnepanelen in het gebied zouden plaatsen, maar voegt eraan toe nooit gedacht te hebben dat daarbij ook eigendommen zouden worden afgepakt.

“Het verlies van 500 hectare olijfgaarden zal jaarlijks meer dan 2 miljoen euro inkomsten doen verdampen”, merkte de lokale olijfoliecoöperatie La Loperana op. In een poging de projecten tegen te houden, hebben tegenstanders rechtszaken tegen de regionale overheid en de betrokken bedrijven aangespannen.

Spanje wekte vorig jaar 56,8 procent van zijn elektriciteit op met hernieuwbare bronnen zoals windenergie en zonnekracht. Dat betekende een nieuw record. Door gebruik te maken van de zonnige vlakten, winderige hellingen en snelstromende rivieren, wil Spanje het aandeel van hernieuwbare bronnen in de opwekking van elektriciteit tegen 2030 tot 81 procent verhogen. Die inspanningen moeten de uitstoot van broeikasgassen helpen verminderen.

De regionale overheid heeft de ondersteuning van projecten rond hernieuwbare energie verdedigd door te stellen dat minder dan één procent van de grond die de zonnepanelen zouden innemen, van onwillige landeigenaren diende te worden onteigend. De Union Española Fotovoltaica (Unef), de sectororganisatie van de Spaanse producenten van zonnekracht, voerde daarbij aan dat de projecten de belastinginkomsten voor de lokale gemeenschappen verhogen. “Deze inkomsten kunnen worden gebruikt om de openbare dienstverlening te verbeteren”, gaf José Donoso, directeur-generaal van Unef, aan.

Maar tegenstanders van de zonneparken beloven de strijd voort te zetten.

Meer over dit onderwerp:

Posted in energie | Reacties uitgeschakeld voor Zonneparken bedreigen eeuwenoude olijfbomen in Andalusië

Duitse wijnmakers kiezen steeds vaker voor Franse druiven

Posted by managing21 on 14th april 2025

Duitse wijnmakers hebben het voorbije jaar vaker Franse druivenrassen zoals Chardonnay, Sauvignon Blanc en Merlot geplant. Daarmee proberen de lokale wijnboeren zich aan de klimaatverandering aan te passen. Dat blijkt uit een rapport van het Deutsches Weininstitut (DWI).

De Duitse wijnboeren proberen zich aan te passen aan een warmer klimaat. Daarvoor grijpen ze vaker naar druivenrassen die normaal met de zuidelijker gelegen regio’s van Europa worden geassocieerd. Uit het rapport van het Deutsches Weininstitut blijkt dat wijnproducenten in Duitsland de teelt van de van Chardonnay-druif, die doorgaans met de Franse Bourgogne wordt geassocieerd, het voorbije jaar met 138 hectare hebben uitgebreid. Tegelijkertijd werd het areaal van de vroegrijpe variëteit Müller-Thurgau verkleind.

Nu de klimaatverandering warmere groeiseizoenen met zich meebrengt, opteren Duitse wijnmakers steeds vaker voor het aanplanten van Franse druiven, die voordien in hun wijngaarden weinig succes kenden. Daarnaast wordt ook meer geopteerd voor nieuwe rassen die bestand zijn tegen schimmelziekten en die gedijen in warme en vochtige omstandigheden. De gemiddelde jaartemperatuur in Duitsland is sinds de jaren zeventig van de voorbije eeuw met ongeveer 2 graden Celsius gestegen.

Het totale wijnareaal dat in Duitsland met de Chardonnay-druif is aangeplant, is het voorbije jaar met 4,7 procent tot 3.050 hectare gestegen. Dat is bijna een verdubbeling ten opzichte van tien jaar geleden. Sauvignon Blanc is een andere druif voor witte wijn die bij de Duitse producenten populair blijkt. Dat areaal heeft de voorbije tien jaar meer dan verdubbeling tot 2.054 hectare laten optekenen.

Ondertussen hebben wijnbouwers percelen Müller-Thurgau gerooid. Müller-Thurgau was bij de Duitse producenten van witte wijnen lange tijd de meest populaire druif. Riesling kwam slechts op de tweede plaats. Het areaal Müller-Thurgau daalde vorig jaar met 2,1 procent tot 10.511 hectare. Dat is minder dan de helft van de totale oppervlakte die in het midden van de jaren negentig van de voorbije eeuw met deze variëteit werd beplant. De Duitse witte wijnen hadden eind vorig jaar in totaal een areaal van 71.423 hectare. Dat betekende nagenoeg een status-quo tegenover het jaar voordien.

Verschuiving

Bij de Duitse rode wijnen werd het gebied van de Merlot-druif het voorbije jaar met 3,2 procent uitgebreid tot 96 hectare. Daarmee gaat de Merlot-druif in tegen de algemene trend. Het totale areaal voor Duitse rode wijnen kende het voorbije jaar immers een inkrimping met 1,4 procent tot 31.872 hectaren. De Duitse wijnmakers volgen daarmee de verschuiving bij de consumenten, die vaker voor witte wijn opteren.

“De toename van de nieuwe robuuste druivenrassen en van de zuidelijke rassen in de rode wijnsector toont dat de Duitse wijnbouwers zich steeds meer aanpassen aan de uitdagingen van de klimaatverandering”, merkte Monika Reule, operationeel directeur van het Duitsche Weininstitut, op.

In de rangschikking van de grootste wijnproducenten staat Duitsland – na Italië, Frankrijk en Spanje – op een vierde plaats. De Duitse wijnproductie daalde het voorbije jaar met 9,8 procent tot 7,75 miljoen hectoliter. De voorbije vijftien jaar werd slechts twee keer een lagere productie gemeld. Volgens experts moet de productiedaling worden toegeschreven aan voorjaarsregens, meeldauw en evenals extreme weersomstandigheden zoals late vorst en hagel.

Het totale wijnbouwareaal in Duitsland daalde vorig jaar met 0,4 procent tot 103.295 hectare. Die inkrimping moest worden gekoppeld aan een inkrimping van de oppervlaktes rode druiven. Witte wijndruiven namen 69 procent van het totale oppervlak in beslag. Dat aandeel kent sinds 2006 een jaarlijkse toename. In 2006 vertegenwoordigden witte druiven in Duitsland immers 63 procent van het totale Duitse wijnbouwareaal.

Meer over dit onderwerp:

Posted in voeding & horeca | Reacties uitgeschakeld voor Duitse wijnmakers kiezen steeds vaker voor Franse druiven

Donald Trump leidt Europese reizigers naar alternatieve bestemmingen

Posted by managing21 on 14th april 2025

Het aantal Europese reizigers dat de Verenigde Staten bezoekt, heeft een sterke daling laten optekenen. Dat fenomeen moet worden gelinkt aan politieke en economische spanningen en de angst voor het overschrijden van een vijandige grens. Dat heeft de Britse zakenkrant Financial Times gemeld. Er wordt aan toegevoegd dat het internationale beleid van de Amerikaanse president Donald Trump de meest lucratieve vliegroutes in de wereld bedreigen.

Uit cijfers van de International Trade Administration (ITA) blijkt dat het aantal reizigers uit West-Europa die minstens één nacht in de Verenigde Staten verblijven, tijdens de maand maart met 17 procent is gedaald tegenover dezelfde periode vorig jaar. Bij reizigers uit een aantal landen – waaronder Ierland, Noorwegen en Duitsland – moesten er dalingen met meer dan 20 procent worden gemeld. 

“Deze trend vormt een bedreiging voor de Amerikaanse toeristische sector, die in het bruto binnenlandse product van de Verenigde Staten een aandeel van 2,5 procent heeft”, wordt er benadrukt. “Sommige luchtvaartmaatschappijen en hotelketens waarschuwen al voor een afnemende vraag naar transatlantische reizen en een negatieve sfeer rond een bezoek aan de Verenigde Staten.”

Het totale aantal buitenlandse bezoekers dat naar de Verenigde Staten reist, lag tijdens de maand maart 12 procent lager dan dezelfde periode vorig jaar. Dat is de grootste daling die sinds maart 2021 moest worden opgetekend. Toen ging de reissector nog gebukt onder de beperkingen van de covid-pandemie.

“In slechts twee maanden tijd heeft Donald Trump de reputatie van de Verenigde Staten verwoest”, betoogde Paul English, mede-oprichter van de reissite Kayak. “Dat blijkt onder meer uit de afname van het aantal reizen van de Europese Unie naar de Verenigde Staten. Dit is niet alleen een nieuwe zware klap voor de Amerikaanse economie, maar ook een reputatieschade die ook op de volgende generaties kan wegen en een langdurig herstel in het vooruitzicht zal stellen.”

“De geregistreerde daling is mogelijk gedeeltelijk te wijten aan de toename van het aantal reizen tijdens Pasen, dat vorig jaar in maart viel”, merkt Adam Sacks, president van Tourism Economics op. “Maar andere gegevens, onder meer van Amerikaanse gegevens, maken duidelijk dat er iets aan de hand is en dat er gewag moet worden gemaakt van een reactie op het beleid van Trump.”

Meest winstgevend

Transatlantische verbindingen zijn de meest winstgevende vliegtuigroutes ter wereld. Luchtvaartmaatschappijen hebben sinds de pandemie een enorme vraag – vooral naar premium stoelen – naar deze vluchten gekend. Virgin Atlantic waarschuwde recent voor een bescheiden afname van de vraag naar transatlantische vluchten bij Amerikaanse consumenten. Ben Smith, chief executive van Air France-KLM, gaf eveneens aan dat de luchtvaartmaatschappij door een lichte terugval op de markt gedwongen was om de transatlantische tarieven in economy class te verlagen. Maar International Air Group, de eigenaar van British Airways, gaf aan geen enkele impact te hebben gevoeld. Dat was ook het geval bij de Amerikaanse luchtvaartmaatschappij Delta Air Lines.

“Het succes van luchtvaartmaatschappijen is nauw verbonden met de economie in het algemeen”, merken experts op. “Consumenten wachten immers vaak met vliegen als ze zich zorgen maken over een recessie.” Analisten van Barclays benadrukten zich nog steeds zorgen te maken over de transatlantische routes, waar de winstgevendheid volgens hen wellicht abrupt zal afnemen.

Naren Shaam, chief executive van reissite Omio, zei dat het annuleringspercentage voor boekingen naar de Verenigde Staten tijdens het eerste kwartaal 16 procent hoger lag dan tijdens de eerste drie maanden van vorig jaar. Bij reizigers uit het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Frankrijk liep dat percentage zelfs op tot 40 procent. Sébastien Bazin, chief executive van de Franse hotelgroep Accor, benadrukte daarbij dat berichten over aanhoudingen aan de Amerikaanse grens een negatieve sfeer hadden gecreëerd rond een bezoek aan de Verenigde Staten.

Accor gaf aan dat het aantal boekingen voor een verblijf de volgende zomer in de Verenigde Staten bij Europese toeristen met 25 procent is gedaald. “De daling van het aantal internationale bezoekers aan de Verenigde Staten onderstreept de potentiële economische impact van het agressiever inreisbeleid dat door de Amerikaanse president Donald Trump wordt gehanteerd”, merken waarnemers op. 

Vorig jaar besteedden internationale bezoekers aan Amerikaanse toeristische goederen en diensten een bedrag van meer dan 253 miljard dollar. Dat is meer dan 19 procent van de totale uitgaven van 1,3 biljoen dollar die de Amerikaanse reisindustrie het voorbije jaar kon melden. De United States Travel Association waarschuwde voor zorgwekkende trends, die volgens de sectororganisatie een negatieve sfeer creëren rond de Amerikaanse gastvrijheid.

De Amerikaanse luchtvaartmaatschappij Delta Airlines maakte eveneens gewag van een aanzienlijke daling van het aantal boekingen vanuit Canada. De bredere onzekerheid rond de internationale economie zette de maatschappij aan om zijn verwachtingen voor de toekomst terug te schroeven.

Het onderzoeksbureau Tourism Economics merkt op te verwachten dat het aantal internationale aankomsten in de Verenigde Staten, onder invloed van de aankondiging van de massale invoerheffingen door Donald Trump, dit jaar 9,4 procent lager zal liggen dan vorig jaar. Voor de aankondiging van de importtaksen had Tourism Economics nog een stijging met 9 procent in het vooruitzicht gesteld.

“Daarbij moet onder meer gewezen worden op de agressieve retoriek die Donald Trump tegenover de Europese Unie, Groenland en Canada hanteert”, benadrukt Sacks. “Dat waren allemaal onterechte aantijgingen, die echter een aanzienlijke invloed op het sentiment tegenover de Verenigde Staten hebben gehad. Dat laat zich ook duidelijk voelen in de reisintenties van de inwoners van die gebieden.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in toerisme | Reacties uitgeschakeld voor Donald Trump leidt Europese reizigers naar alternatieve bestemmingen

Scheepvaartsector keurt systeem voor heffing op emissies goed

Posted by managing21 on 14th april 2025

Lidstaten van de International Maritime Organisation (IMO) hebben zich achter de invoering van een wereldwijde heffing op de uitstoot van koolstofdioxide in de scheepvaart. Door die overeenkomst zullen schepen vanaf 2028 van minder vervuilende brandstoffen gebruik maken. Indien ze aan die vereisten niet voldoen, riskeren de betrokken rederijen financiële sancties. De maatregel voor een heffing op de uitstoot van de schepen moet tijdens een vergadering van de International Maritime Organisation in oktober van dit jaar formeel worden aangenomen.

Een meerderheid van de leden – 63 staten – van de scheepvaartorganisatie schaarden zich achter de invoering van een heffing. Onder meer de Europese Unie, Brazilië, China, India en Japan schaarden zich achter het plan. Zestien lidstaten – waaronder de grote olieproducenten Saoedi-Arabië, Rusland en de Verenigde Arabische Emiraten – stemden tegen. De eilandstaten in de Stille Oceaan onthielden zich van stemming, omdat ze de voorstellen onvoldoende achtten om de doelstellingen voor de reductie van de emissies te halen. 

De Verenigde Staten namen niet deel aan de stemming. Dat was te wijten aan een aantal beslissingen van de Amerikaanse president Donald Trump om een reeks maatregelen voor de bescherming van het leefmilieu terug te schroeven. Dat had onder meer gevolgen voor de uitstootlimieten van de energiecentrales, de normen voor de uitlaatemissies en de bescherming van waterwegen.

De overeenkomst moet leiden tot een mechanisme dat in 2050 een klimaatneutrale scheepvaart kan garanderen. Partijen die niet aan de richtlijnen voldoen, zullen jaarlijks moeten betalen voor elke ton emissies die de gestelde doelen overschrijdt. De International Maritime Organization benadrukte dat de opgehaalde fondsen zullen worden gebruikt om milieuvriendelijke technologieën in de sector te belonen en ontwikkelingslanden bij de overstap naar emissiearme scheepvaart financieel te ondersteunen.

De eilandstaten in de Stille Oceaan en het Caribisch gebied, die bijzonder kwetsbaar zijn voor de gevolgen van klimaatverandering, steunden een ambitieuzere universele emissieheffing op het maritiem transport. “We kunnen geen uitkomst steunen die niet in overeenstemming is met de overeengekomen strategie”, zei Manasseh Maelanga, minister van infrastructuurontwikkeling van de Salomonseilanden, een van de leden die zich bij de stemming hadden onthouden. Ook andere partijen gaven toe dat de ambities niet het verhoopte niveau hadden bereikt, maar wel sterker waren dan de maatregelen die in Europa momenteel al gelden.

Baanbrekend

Volgens de International Maritime Organization is de scheepvaart verantwoordelijk voor bijna 3 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. “Dit is een baanbrekend moment voor de scheepvaartsector”, benadrukte Mark Lutes, adviseur natuur bij het World Wildlife Fund. “Dit zou een kentering moeten betekenen voor de uitstoot van broeikasgassen door de wereldwijde scheepvaart. “Een aantal belangrijke aspecten van deze overeenkomst schieten echter tekort en dreigen de transitie te verstoren.”

De International Chamber of Shipping – die de reders en exploitanten vertegenwoordigt – stelde in een commentaar tevreden te zijn dat overheden de noodzaak hebben ingezien om investeringen in emissievrije brandstoffen te stimuleren en te ondersteunen. Tegelijkertijd uitte de organisatie haar bezorgdheid dat het initiatief mogelijk nog niet ver genoeg gaat om de nodige zekerheid te bieden. Wel werd opgemerkt dat de overeenkomst een kader vormt waarop kan worden verder gebouwd.

Constance Dijkstra, beleidsmanager bij de belangengroep Transport & Environment, beklemtoonde dat een overstap naar biobrandstoffen niet de oplossing was. Ze beschreef de massaproductie van dergelijke energie als een bijzonder zorgwekkende ontwikkeling voor de wereldwijde ontbossing.

De lidstaten van de International Maritime Organization kwamen ook overeen om in de noordoostelijke Atlantische Oceaan een controlegebied te creëren. Dat initiatief moet het gebruik van de meest vervuilende scheepsbrandstoffen langs de kusten van West-Europa, IJsland en Groenland beperken.

Meer over dit onderwerp:

Posted in Blogroll, milieu, scheepvaart | Reacties uitgeschakeld voor Scheepvaartsector keurt systeem voor heffing op emissies goed

Lage olieprijzen kunnen oorlogskas van Vladimir Poetin ondermijnen

Posted by managing21 on 14th april 2025

Een recente daling van de olieprijzen, veroorzaakt door de handelsoorlog van de Amerikaanse president Donald Trump, begint de oorlogskas van zijn Russische collega Vladimir Poetin uit te putten. Indien de prijs voor ruwe olie op het huidige niveau blijft, zou de Russische begroting – die voor ongeveer uit olie en gas bestaat – dit jaar mogelijk wel 2,5 procent lager kunnen uitvallen dan verwacht. Dat heeft de Britse zakenkrant Financial Times gemeld. De lage olieprijzen zouden Rusland kunnen dwingen om meer te lenen, de niet-militaire uitgaven te verlagen of de resterende reserves aan te spreken.

“De gemiddelde prijs van ruwe olie uit de Oeral is, na de aankondiging van de invoerheffingen door de Amerikaanse president Donald Trump en de onverwachte zet van de Organization of the Petroleum Exporting Countries (Opec) om de productie te verhogen, tot het laagste niveau in bijna twee jaar gedaald”, voert Anastasia Stognei, correspondent Rusland van de Financial Times, aan. 

Stognei wijst erop dat ruwe olie uit de Oeral donderdag werd verhandeld voor een prijs van ongeveer 50 dollar per vat. Rusland heeft zijn begroting voor dit jaar echter gebaseerd op basis van een prijs van 69,70 dollar per vat. De prijsdaling verhoogt de druk op de Russische economie, die na de oorlog-gerelateerde uitgaven naar verwachting dit jaar zal vertragen. Rusland heeft al een deel van zijn staatsinvesteringsfonds gebruikt om de economie te ondersteunen na de gevolgen van de grootschalige aanval op Oekraïne. Het toegankelijke deel van het Russisch staatsinvesteringsfonds slinkt.

“In een zeldzame erkenning van de economische onzekerheid hebben Russische functionarissen hun bezorgdheid geuit over de daling van de olieprijzen”, werpt Stognei op. Daarbij verwijst ze naar eerdere uitspraken van Dmitri Peskov, woordvoerder van de Russische regering. Die had immers toegegeven dat de daling van de olieprijzen op de begrotingsinkomsten van Rusland een grote impact kan hebben. Peskov maakte daarbij gewag van een extreem volatiele situatie, die hij gespannen en emotioneel geladen noemde.

De verschuiving toont volgens Stognei tevens hoe de tarievenoorlog van Trump indirect de Russische economie schaadt. Er waren nochtans recent toenaderingspogingen tussen de Amerikaanse president en zijn Russische tegenhanger Poetin. Trump had daarbij ook beloofd om de economische betrekkingen tussen beide landen nieuw leven in te blazen als onderdeel van de onderhandelingen om de oorlog in Oekraïne te beëindigen. Maar dat leverde de Russische oliesector uiteindelijk weinig baten.”

De olieprijzen bleven immers, ondanks de aankondiging van een pauze van negentig dagen in het ingrijpende tariefprogramma, dalen. Elvira Nabiullina, directeur van de Russische centrale bank, had al voor de berichtgeving over die pauze dat aanhoudende handelsoorlogen meestal leiden tot een wereldwijde economische vertraging en mogelijk een lagere vraag naar de export van Russische energie

“Indien de olieprijzen zich rond het huidige niveau bevinden, zou Rusland dit jaar ongeveer een biljoen roebel kunnen verliezen, wat overeenkomt met 2,5 procent van de verwachte begrotingsinkomsten”, berekende Sofya Donets, hoofdeconoom bij het bureau T-Investments uit Moskou. “Dit zou betekenen dat de groei van het Russische bruto binnenlandse product met een vertraging van 0,5 procent rekening zou moeten houden.” Toch zou het volgens Janis Kluge, expert Rusland bij de Duitse Stiftung Wissenschaft und Politik (SWP), enkele maanden duren voordat de lagere olieprijzen in de Russische begrotingsinkomsten doorwerken.

“De Russische economie draait al op volle toeren en de groei – grotendeels aangewakkerd door overheidsuitgaven in verband met oorlog – zal naar verwachting vertragen”, geeft Anastasia Stognei aan. “Officiële prognoses wijzen erop dat er dit jaar in Rusland sprake zou kunnen zijn van een groei tussen 1 procent en 2,5 procent. De voorbije twee jaar kon een groei van ongeveer 4 procent worden gemeld. Dat maakt het onwaarschijnlijk dat de Russische staat de dalende olie-inkomsten met middelen uit andere bronnen zou kunnen compenseren. De oorlog van Rusland tegen Oekraïne sleept inmiddels al vier jaar aan en het vermogen van de Russische regering om de economie te ondersteunen, neemt af.”

Westerse sancties

Sinds 2020 is het liquide deel van het Russische staatsinvesteringsfonds – ook bekend als het nationale welzijnsfonds – volgens Stognei met twee derde gedaald. “Indien die middelen worden gebruikt om een ??oplopend begrotingstekort te dekken, zal het fonds mogelijk tegen het einde van dit jaar zijn uitgeput”, benadrukt Benjamin Hilgenstock, expert macro-economie en strategie aan de Kyiv School of Economics. “Of het Russische regime hier iets aan kan doen, afgezien van pijnlijke bezuinigingen op niet-oorlogsgerelateerde uitgaven, is een andere vraag.”

“Verder blijven ook ongeveer 340 miljard dollar aan reserves van de Russische centrale bank onder westerse sancties bevroren, waardoor de manoeuvreerruimte sterk wordt beperkt”, verduidelijkt Stognei. “Nu het welzijnsfonds slinkt, kan de Russische regering worden gedwongen om de uitgaven te verlagen. Dit zou een verschuiving betekenen ten opzichte van de verhogingen in oorlogstijd. Economen waarschuwen dat eventuele bezuinigingen waarschijnlijk op niet-militaire begrotingsposten, zoals sociale uitgaven, zullen neerkomen.”

“Indien de olieprijs zich stabiliseert op een bijzonder laag niveau, zal Rusland waarschijnlijk meer belasting moeten heffen op exportbedrijven om een ??deel van de inkomstendaling te compenseren”, suggereerde Oleg Kuzmin, hoofdeconoom bij Renaissance Capital. “Na belastingaanpassingen en schuldfinanciering zal Rusland uiteindelijk bezuinigingen moeten overwegen.”

De Russische regering zou ook kunnen proberen op de internationale markt meer schulden aan te gaan. “De staatsschuld ligt momenteel immers lager dan 30 procent van het bruto binnenlandse product”, beklemtoonde Hilgenstock. “Naar internationale maatstaven is dat een laag niveau. Maar voor veel buitenlandse investeerders blijven Russische obligaties giftig. In eigen land richtten banken zich op de kredietverstrekking aan de private sector, maar tonen ze weinig interesse in de financiering van tekorten. Er kunnen dan ook ernstige beperkingen voor de Russische economie worden vooropgesteld, maar een plotselinge ineenstorting moet niet worden verwacht.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in energie | Reacties uitgeschakeld voor Lage olieprijzen kunnen oorlogskas van Vladimir Poetin ondermijnen

Heropstart steenkoolcentrales Verenigde Staten heeft geen enkele zin

Posted by managing21 on 14th april 2025

In de Verenigde Staten heeft president Donald Trump vier decreten uitgevaardigd om de ontginning en het verbruik van steenkool nieuw leven in te blazen. Experts waarschuwen echter dat ook die bemoeienissen van de Amerikaanse overheid de sector geen toekomst meer kunnen bieden. De ontginning van steenkool is volgens hen immers niet alleen schadelijk voor het leefmilieu en de menselijke gezondheid, maar vertegenwoordigt ook een achterhaalde en onrendabele industrie.

“Het is economisch gezien niet langer zinvol om steenkoolcentrales te onderhouden of te bouwen”, werpen verschillende experts op. “Het streven van Donald Trump naar een heropleving van de productie en het gebruik van steenkool in de Verenigde Staten is vergezocht en wellicht nutteloos.”

De nieuwe decreten van Trump geeft het Amerikaanse ministerie van binnenlandse zaken de opdracht om miljoenen hectaren openbare terreinen voor de ontginning van steenkool beschikbaar te maken. Het Amerikaanse ministerie van energie kreeg bovendien de opdracht om te onderzoeken of steenkool gebruikt kan worden om elektriciteit te leveren aan datacenters, die door de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie een grote behoefte aan energie zullen hebben.

“Maar er is weinig kans dat de Verenigde Staten opnieuw sterk afhankelijk van steenkool zullen worden”, betoogde Ryna Cui, onderzoeksdirecteur van het Center for Global Sustainability aan de University of Maryland. “De infrastructuur van de energiesector is niet meer op steenkool afgesteld. Bovendien zal steenkool niet kunnen optornen tegen opkomende technologieën. In de Verenigde Staten wordt steenkool voornamelijk gebruikt voor de opwekking van elektriciteit, maar de capaciteit voor elektriciteitscentrales op basis van steenkool de voorbije decennia echter afgenomen.”

“In 2011 vertegenwoordigde steenkool nog meer dan 40 procent van de totale Amerikaanse elektriciteitsopwekking”, benadrukte Cui. “In 2016 was dat percentage tot ongeveer 16 procent gedaald. De belangrijkste oorzaak van de daling van het steenkoolgebruik is de economische concurrentie met goedkopere en schonere brandstoffen, zoals aardgas en hernieuwbare energiebronnen. Steenkoolcentrales zijn economisch niet langer rendabel en de decreten van Donald Trump zullen niets veranderen aan de fundamentele onderliggende marktdynamiek. Aardgas en hernieuwbare energiebronnen zijn kosteneffeciënter geworden dan steenkool.”

De meeste Amerikaanse steenkoolcentrales zijn aan het einde van hun levensduur en het is economisch gezien weinig zinvol om deze sites te blijven exploiteren. De bouw van nieuwe steenkoolcentrales gaat gepaard met hoge economische en financiële risico’s. De installaties zouden tientallen jaren in bedrijf moeten blijven, maar dat heeft de markt tot nu toe vermeden. De typische levensduur van een steenkoolcentrale is ongeveer veertig tot zestig jaar, maar het is heel onduidelijk dat de decreten van Trump lang van kracht zullen blijven. “De decreten zouden de levensduur van de bestaande steenkoolcentrales enigszins kunnen verlengen en de productie de volgende jaren kunnen opvoeren, maar het is onwaarschijnlijk dat er nieuwe infrastructuur zal worden gebouwd”, opperde Cui.

Meest vervuilende brandstofbron

Zonder nieuwe investeringen in centrales in de Verenigde Staten zal volgens de experts de binnenlandse vraag naar steenkool waarschijnlijk blijven dalen. “De bestaande Amerikaanse steenkoolcentrales zijn immers verouderd en er zouden aanzienlijke investeringen moeten worden gedaan om de installaties operationeel te houden”, gaf Cui aan. “Waarom zouden de Verenigde Staten in de 21ste eeuw willen investeren in een brandstofbron uit de 19de eeuw? Deze maatregelen zijn om verschillende redenen compleet onlogisch.”

Steenkool is niet alleen de meest vervuilende brandstofbron, maar ook het delven van het product blijft een gevaarlijke activiteit. “Steenkool is dan ook schadelijk voor zowel de menselijke gezondheid als het leefmilieu”, stipte Cui aan. “De zware ecologische voetafdruk en de bedreiging voor de menselijke gezondheid zijn al een aantal redenen waarom steenkool als energiebron wereldwijd wordt afgebouwd. In 2024 werd het Verenigd Koninkrijk de eerste grote economie die steenkool de rug toekeerde. Toen sloot dat land immers zijn laatste steenkoolcentrale.”

“De regering van Donald Trump kan nutsbedrijven niet dwingen om vuilere, duurdere brandstoffen te kopen terwijl ze die producten niet willen”, voerde Rob Jackson, milieuwetenschapper aan Stanford University en voorzitter van het Global Carbon Project, aan. “Ook een stortvloed aan decreten zal de steenkoolindustrie niet redden.”

Ook het Institute for Energy Economics and Financial Analysis stelde dat het heropenen van gesloten steenkoolcentrales economisch niet langer haalbaar zou zijn. “De decreten van Trump zouden de sluiting van steenkoolcentrales kunnen vertragen en de herstart van 102 recent gesloten sites kunnen aanmoedigen”, merkt het intsituut op. “Het is echter waarschijnlijk dat slechts enkele centrales zullen worden heropgestart. Naarmate de steenkoolcentrales ouder worden, stijgen immers ook hun onderhoudskosten. Dit verhoogt op zijn beurt de opwekkingskosten.”

Het instituut stelde verder dat Trump met de decreten bovendien de realiteit negeert dat veel operationele centrales onder hun maximale capaciteit draaien. De Amerikaanse steenkoolcentrales vertegenwoordigen iminder dan 20 procent van de elektriciteitsproductie in de Verenigde Staten, tegenover 50 procent bij het begin van deze eeuw. De bestaande centrales leveren ongeveer 40 procent van de tijd elektriciteit aan het net.

Het rapport merkte op dat de meeste nutsbedrijven inmiddels op goedkopere en efficiëntere methoden voor elektriciteitsopwekking – waaronder zonnekracht, windenergie en batterijen – zijn overgestapt. “Het investeren van belastinggeld in de heropening van steenkoolcentrales met onbepaalde onderhoudsbehoeften en onvoorspelbare toekomstige prestaties is – economisch of anderszins gezien – geen goed idee.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in energie, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Heropstart steenkoolcentrales Verenigde Staten heeft geen enkele zin

Streaming biedt ook onafhankelijke muzikanten grotere kans op succes

Posted by managing21 on 11th april 2025

Dankzij streaming kunnen artiesten in de muziekindustrie meer geld verdienen dan ooit voordien. Dat heeft Charlie Hellman, wereldwijd directeur muziek bij het streamingplatform Spotify, gezegd. Bovendien heeft streaming er volgens hem ook voor gezorgd dat ook onafhankelijke muzikanten een grotere kans op succes hebben. Daarnaast blijken bij de succesvolle muziek ook veel meer talen te zijn vertegenwoordigd dan in het verleden.

Op Spotify kunnen een aantal interessante trends worden opgemerkt. Enerzijds zijn er veel meer muzikanten actief dan in het verleden, maar een steeds kleiner percentage artiesten lijkt met streaming financieel succes te behalen. Maar een rapport van Spotify toont dat een groter aantal artiesten dankzij het streamingplatform meer verdiensten heeft kunnen verzamelen dan in het verleden.

Vorig jaar hadden op Spotify bijna 12 miljoen artiesten muziek geplaatst. Dat betekende een stijging met 2 miljoen eenheden tegenover het jaar voordien. Daarbij bleken echter amper 71.200 artiesten, ongeveer 0,6 procent van de totale populatie, dankzij het platform meer dan 10.000 dollar te hebben verdiend.

Spotify wijst er echter naar andere cijfers. “In 2017 bleken amper 7.400 artiesten op het streamingplatform een bedrag van minstens 50.000 dollar te hebben verdiend”, benadrukt het bedrijf. “Die groep was vorig jaar echter al met 200 procent uitgebreid tot 22.100 artiesten. Bovendien bleken vorig jaar 2.940 muzikanten op Spotify meer dan 500.000 dollar te hebben verdiend. Dat betekende een stijging met 205 procent tegenover zeven jaar voordien.”

Er wordt aan toegevoegd dat slechts 235.000 artiesten op het platform tot nu toe meer dan tien songs hebben uitgebracht en gemiddeld minstens tienduizend maandelijkse luisteraars hebben. “Dat zijn twee belangrijke indicatoren om professionele en opkomende artiesten te omschrijven”, geeft Spotify aan. In deze groep genereerde vorig jaar 30.3 procent meer dan 10.000 dollare aan royalties, terwijl bijna 10 procent meer dan 50.000 dollar aan inkomsten genereerde.”

“Het is duidelijk dat er momenteel veel meer artiesten actief zijn en zinvol geld kunnen verdienen dan in enig ander tijdperk van de muziekindustrie”, benadrukt Charlie Hellman. “We moeten deze trend volhouden. Daarnaast is het ook niet slecht dat er momenteel ook miljoenen meer hobbyisten of aspirant-artiesten op het platform actief zijn. In het verleden konden deze personen hun muziek zelfs niet met anderen delen.”

Duurzaam succes

Hellman benadrukt het grote aantal hobbyisten die muziek op het platform uitbrengen. “Meer dan 66 procent van de 12 miljoen artiesten die met Spotify samenwerken, heeft op het platform niet meer dan tien songs geüpload”, merkt hij op. “Men hoeft zich echter geen zorgen te maken over de verhouding tussen hobbyisten en professionals. Wat echt belangrijk is voor een gezond ecosysteem, is dat het absolute aantal duurzame professionele artiesten groei. Op dat vlak zijn de gegevens onweerlegbaar. Het voorbije jaren haalden op Spotify meer artiesten een bedrag van 100.000 dollar dan tien jaar geleden.”

In totaal betaalde Spotify vorig jaar een bedrag van 10 miljard dollar uit aan de muziekindustrie, verdeeld over muzieklabels, muziekuitgevers, onafhankelijke distributeurs, rechtenorganisaties en collectieve beheersorganisaties. Dat bedrag lag ongeveer 1 miljard dollar hoger dan het jaar voordien. Tegenover tien jaar voordien was er zelfs sprake van een toename met 9 miljard dollar.

“In 2014 bereikte de muziekindustrie een dieptepunt”, verduidelijkte Hellman. “Men twijfelde er toen aan of streaming de sector wel een oplossing kon aanbieden. Volgens hen moest Spotify een groter deel van zijn inkomsten aan de artiesten uitkeren. In plaats daarvan heeft Spotify zich gericht op het vergroten van de taart door een groter aantal luisteraars voor de muziek te laten betalen. Omdat we die taart groter hebben kunnen maken, hebben we onze uitbetalingen op tien jaar met 900 procent kunnen laten groeien. Sinds zijn oprichting in 2008 heeft Spotify aan de houders van muziekrechten al bijna 60 miljard dollar uitgekeerd.”

“Er is het voorbije decennium een verbluffende groei geweest in de uitbetalingen aan de rechtenhouders, gedreven door de wereldwijde groei van streaming”, merkt Hellman op. “Het dieptepunt van 2014 was niet te wijten aan een gebrek aan goede muziek, maar wel bleek de muziek niet te verpakken op een manier die de wereld ertoe aanzette te betalen. Spotify heeft sindsdien miljarden dollar in onderzoek en ontwikkeling geïnvesteerd om de meest boeiende dienst te creëren, terwijl nog eens miljarden dollar aan marketing werden besteed om de wereld te overtuigen een muziekabonnement te betalen.”

“Die investeringen hebben ongelooflijke resultaten opgeleverd, niet alleen voor ons, maar voor elke individuele partij uit de muziekindustrie”, betoogt Hellman. “Naarmate Spotify erin lukt om zijn eigen omzet te laten groeien, worden ook meer inkomsten gegenereerd voor labels, uitgevers, artiesten en songwriters. Nog geregeld wordt beweerd dat streaming de muziek heeft gedevalueerd, maar wanneer men de waarde van de sector meet volgens de betalende gebruikers, blijken die aantijgingen compleet verkeerd.”

“Streaming heeft de waarde van muziek integendeel enorm verhoogd. Dat vindt men ook terug in de enorme bedragen die momenteel worden besteed aan de aankoop van muziekcatalogi. Het gaat om dezelfde muziek als tien jaar geleden, maar die is nu veel waardevoller omdat het publiek er meer waarde aan hecht en ervoor betaalt.”

“Voor de muzikanten heeft streaming bovendien belangrijke belemmeringen weggenomen”, geeft Hellman nog aan. “Miljoenen mensen hebben nu de tools om hun kunst wereldwijd te delen. Hoewel er van een hevige concurrentie sprake is – dat is trouwens altijd al het geval geweest – is het aantal succesvolle artiesten jaar na jaar dramatisch toegenomen.”

“Het aantal muzikanten dat meer dan 10.000 dollar, 100.000 dollar en 1 miljoen dollar aan royalties heeft verzameld, is de voorbije zeven jaar verdrievoudigd”, beklemtoont Hellman. “Die aantallen kunnen de volgende tien jaar nog eens verdrievoudigen. De diensten voor muziekstreaming hebben momenteel gezamenlijk meer dan 500 miljoen betalende luisteraars via alle muziekstreamingdiensten. Als de industrie samenwerkt om één miljard betalende abonnees of zelfs meer te bereiken, zal dat zich direct vertalen in meer inkomsten, waardoor meer artiesten al die mijlpalen kunnen behalen.”

Oorspronkelijk gaf Spotify aan dat artiesten een bedrag van ongeveer 1 miljoen dollar konden betalen met 4 miljoen tot 5 miljoen maandelijkse luisteraars of met 20 miljoen tot 25 miljoen maandelijkse streams. “Maar de factor die daadwerkelijk de inkomsten bepaalt, is het aandeel van de individuele artiest in het totale aantal streams. Een muzikant die 1 procent van het aantal streams vertegenwoordigt, krijgt ook 1 procent van het totale aantal royalties”, verduidelijkt Hellman. “In 2024 genereerde een artiest die een aandeel van één miljoenste had in het totale aantal streams, ontving gemiddeld meer dan 10.000 dollar. Dat is tien keer meer dan tien jaar geleden, toen een aandeel van één miljoenste slechts 1.000 dollar opleverde.”

Geen economie van hits

Hellman wijst er nog op dat 80 procent van de artiesten die vorig jaar meer dan 1 miljoen dollar aan royalties genereerden, had geen nummer dat in de Spotify Global Daily Top 50 was terug te vinden. “Dit betekent dat onafhankelijke muzikanten, werk dat niet tot de mainstream behoort en nichegenres in de nieuwe streaming-economie allemaal kunnen floreren”, beklemtoont hij. “Mensen denken vaak dat streaming een economie van hits is, maar dat is niet het geval.”

“Meer dan 80 procent van de artiesten die vorig jaar meer dan 1 miljoen dollar aan royalties opstrijken, was tijdens die periode actief aan het toeren. Het gaat dus om actieve artiesten die momenteel aan hun carrière werken. Succes in het streaming-tijdperk draait niet om succesnummers die de hitlijsten aanvoeren of om oude catalogi. Het gaat om het opbouwen van een loyale fanbase die steeds terugkomt.”

Spotify merkt nog op dat onafhankelijke artiesten en labels het voorbije jaar samen meer dan 5 miljard dollar aan royalties genereerden. Dat is ongeveer de helft van het totale bedrag dat Spotify aan de industrie uitbetaalt. “Er zijn simpelweg meer wegen naar succes dan voorheen”, merkt Hellman daarbij op. “Vergeleken met het cd-tijdperk zijn er meer successen bij onafhankelijke muzikanten. In zijn glorietijd kon de grootste platenzaak de muziek van enkele duizenden artiesten herbergen. Dat was trouwens alleen weggelegd voor muzikanten met de middelen om daar te komen. Men moest echt investeren om muziek op te nemen, fysiek te laten produceren en wereldwijd te distribueren. Dat onafhankelijke artiesten de helft van de betaalde royalties bij de grootste muziekretailer van de wereld zouden incasseren, was toen ondenkbaar. Vandaag de dag bouwen deze artiesten duurzame carrières op, bereiken ze een wereldwijd publiek en doorbreken ze barrières.”

Bij de artiesten die vorig jaar meer dan 1.000 dollar aan royalty’s op Spotify genereerden, verzamelde meer dan de helft het grootste deel van die inkomsten bij luisteraars buiten hun eigen land. “Dit bewijst de globalisering van de muziek”, voert Hellman aan. “Luisteraars van tegenwoordig, vooral jongeren, trekken zich niets aan van rigide genres en staan ??open voor nieuwe geluiden. De 1.450 artiesten die vorig jaar meer dan 1 miljoen dollar genereerden, brachten muziek in zeventien verschillende talen. Dat is heel opmerkelijk. Tien of twintig jaar geleden, toen de industrie vooral op de Verenigde Staten en de Europese Unie was gericht, was dit absoluut niet het geval. De artiesten die vorig jaar minstens 100.000 dollar aan royalties verdienden, vertegenwoordigden zelfs meer dan vijftig verschillende talen.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in media & cultuur | Reacties uitgeschakeld voor Streaming biedt ook onafhankelijke muzikanten grotere kans op succes

Elektrische voertuigen niet altijd zegen voor emissies en klimaat

Posted by managing21 on 10th april 2025

De overstap naar elektrische voertuigen zal de uitstoot van koolstofdioxide niet verminderen, tenzij landen hun elektriciteitsnetten duurzamer maken. Dat blijkt uit een studie van wetenschappers aan de University of Auckland in Nieuw-Zeeland en de University of Xiamen in China, gebaseerd op data die gedurende vijftien jaar in zesentwintig landen werden verzameld.

“Het heeft weinig zin om een elektrische wagen te kopen als het voertuig wordt opgeladen met elektriciteit die door fossiele brandstoffen wordt opgewekt”, werpen de onderzoekers op. “Sterker nog, wanneer naar de uitstoot van koolstofdioxide wordt gekeken, kan een elektrische auto meer kwaad dan goed doen.”

Uit het onderzoek bleek dat een intensiever gebruik van elektrische wagens in verband gebracht diende te worden met een hogere uitstoot van koolstofdioxide. “Er is een duidelijke reden voor deze verrassende vaststelling”, betogen de onderzoekers Stephen Poletti en Simon Tao. “In een aantal landen worden elektrische auto’s immers nog steeds aangedreven door elektriciteit die wordt opgewekt door de verbranding van fossiele brandstoffen zoals steenkool of olie. Er kon door de adoptie van elektrische voertuigen dan ook wereldwijd geen significante vermindering van de uitstoot van koolstofdioxide worden vastgesteld.”

“Het tegendeel moest zelfs worden vastgesteld”, beklemtonen Poletti en Tao. “De adoptie van elektrische voertuigen bleek aan een toename van de uitstoot van koolstofdioxide worden gekoppeld. Deze bevinding lijkt contra-intuïtief, want ze ondermijnt de conventionele opvatting dat elektrische auto’s tot een reductie van de emissies van koolstofdioxide bijdragen. Onze analyse maakt dan ook duidelijk dat de milieuvoordelen van elektrische auto’s afhankelijk zijn van de types energiebronnen die bij de opwekking van elektriciteit in een land worden gebruikt.”

“Wanneer elektrische auto’s worden opgeladen met elektriciteit uit steenkoolcentrales, kunnen ze indirect bijdragen aan hogere emissies dan moderne wagens op benzine of diesel”, zeggen de wetenschappers. “Dat geldt vooral wanneer naar de volledige levenscyclus, van productie tot afvalverwerking, wordt gekeken.”

Het onderzoek suggereert dat de adoptie van elektrische voertuigen pas zal bijdragen aan de vermindering van de emissies van koolstofdioxide wanneer het wereldwijde aandeel van hernieuwbare bronnen in de opwekking van elektriciteit ongeveer 48 procent heeft bereikt. Hernieuwbare energie – vooral opgewekt uit wind, zon en water – vertegenwoordigde in 2023 echter slechts iets meer dan 30 procent van de totale wereldwijde opwekking van elektriciteit. “Er moet dus nog een lange weg worden afgelegd”, stippen de wetenschappers aan. “Elektrische voertuigen worden vaak gezien als een wondermiddel tegen klimaatverandering, maar deze resultaten tonen dat dit niet het geval is als de gebruikte elektriciteit geen duurzaam karakter heeft.”

Niet in isolatie

“Het onderzoek bewijst dat de decarbonisatie van het transport niet in isolatie kan gebeuren”, werpen Poletti en Tao op. “Elektrische voertuigen zijn slechts zo duurzaam als het elektriciteitsnet waarop ze worden aangesloten. Het overheidsbeleid zou dan ook gericht moeten worden op de versterking van de acceptatie en integratie van hernieuwbare energiebronnen zoals zonnekracht en waterenergie. Dit kan worden bereikt door ambitieuze doelstellingen voor hernieuwbare energie te stellen en adequate subsidies, zoals fiscale voordelen, aan producenten en consumenten van hernieuwbare energie te verstrekken.”

De onderzoekers beklemtonen dat investeringen in intellectuele netwerken en transmissienetwerken de efficiëntie en betrouwbaarheid van de levering van hernieuwbare energie kunnen verhogen. “Het beleid zou gemeenschapsgerichte projecten voor hernieuwbare energie moeten ondersteunen, wat de publieke acceptatie van installaties voor hernieuwbare energie kan vergroten”, betogen Poletti en Tao.

Verder stellen de onderzoekers dat ook de afschaffing van subsidies voor fossiele brandstoffen en het implementeren van heffingen op de uitstoot van koolstofdioxide de ontwikkeling van hernieuwbare energie zou kunnen stimuleren. “De acceptatie van elektrische voertuigen kan landen helpen om hun klimaatdoelstelling te halen, op voorwaarde dat voor de aandrijving van die vloot op duurama elektriciteit beroep wordt gedaan”, beklemtonen Poletti en Tao nog.

Uit het onderzoek bleek verder dat ook economische groei, innovatie op het gebied van duurzame technologieën, het gebruik van hernieuwbare energie en de bevolkingsdichtheid een impact op de emissies kunnen hebben. “Economische groei verhoogt de emissies, terwijl innovatie op het gebied van milieuvriendelijke technologie en bevolkingsdichtheid – in de vorm van compactere steden – kan helpen de uitstoot te verlagen. Het gebruik van hernieuwbare energie bleek het belangrijkste emissie-verlagende effect te hebben.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in automotive, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Elektrische voertuigen niet altijd zegen voor emissies en klimaat

Kunstmatige intelligentie verdubbelt dit decennium elektriciteitsverbruik datacenters

Posted by managing21 on 10th april 2025

Het elektriciteitsverbruik van datacenters zal tegen het einde van dit decennium meer dan verdubbelen, gedreven door toepassingen van kunstmatige intelligentie (AI). Deze toepassingen zullen nieuwe uitdagingen creëren voor de energiezekerheid en de doelstellingen voor de reductie van de uitstoot van koolstofdioxide. Dat blijkt uit een rapport van het International Energy Agency (IEA).

Er wordt aan toegevoegd dat kunstmatige intelligentie tegelijkertijd mogelijkheden kan creëren om efficiënter elektriciteit te produceren en te verbruiken.

Datacenters namen vorig jaar ongeveer 1,5 procent van het wereldwijde elektriciteitsverbruik voor hun rekening. Deze consumptie heeft sinds het begin van dit decennium echter jaarlijks een toename met 12 procent gekend. Generatieve artificiële intelligentie vereist immers een kolossale rekenkracht voor de verwerking van informatie die in gigantische databases is verzameld. 

De Verenigde Staten, Europa en China vertegenwoordigen momenteel samen ongeveer 85 procent van het wereldwijde elektriciteitsverbruik door datacenters. Grote technologiebedrijven erkennen steeds meer hun groeiende behoefte aan elektriciteit. Google tekende vorig jaar een overeenkomst om elektriciteit te verkrijgen van kleine kernreactoren om zijn aandeel in de markt van de artificiële intelligentie te vergroten. Microsoft gaat energie gebruiken uit nieuwe reactoren van de kerncentrale op Three Mile Island. Amazon tekende vorig jaar eveneens een overeenkomst om kernenergie te gebruiken voor zijn datacenters.

In het huidige tempo zullen datacenters volgens het rapport van het internationale energiebureau in 2030 ongeveer 3 procent van de wereldwijde energie verbruiken. Geraamd wordt dat het elektriciteitsverbruik van datacenters in 2030 ongeveer 945 terawattuur (TWH) zal bedragen. “Dit is iets meer dan de totale elektriciteit die Japan op dit ogenblik jaarlijks verbruikt”, wordt er aangevoerd. “Kunstmatige intelligentie is, naast de groeiende vraag naar andere digitale diensten, de belangrijkste motor achter deze groei.”

Een datacenter van 100 megawatt kan volgens het rapport evenveel elektriciteit verbruiken als 100.000 huishoudens. “De energie die nodig is voor de nieuwe datacenters die al in aanbouw zijn, zal echter twee miljoen huishoudens van energie kunnen voorzien”, wordt eraan toegevoegd.

Hernieuwbare bronnen

Het internationale energiebureau stelde dat kunstmatige intelligentie de energiesector het volgende decennium kan transformeren, door de vraag naar elektriciteit vanuit datacenters wereldwijd te laten toenemen en tegelijkertijd aanzienlijke kansen te creëren om de kosten te verlagen, het concurrentievermogen te verbeteren en de uitstoot te verminderen.

“Momenteel levert steenkool ongeveer 30 procent van de energie die nodig is om datacenters van elektriciteit te voorzien, maar hernieuwbare energiebronnen en aardgas zullen hun aandeel vergroten vanwege hun lagere kosten en ruimere beschikbaarheid in belangrijke markten”, wordt in het rapport aangevoerd.

De groei van datacenters zal onvermijdelijk de uitstoot van koolstofdioxide door de consumptie van elektriciteit verhogen. Momenteel is daarbij tot nu toe sprake van een jaarlijks volume van 180 miljoen ton, maar tegen 2035 zou dat cijfer tot 300 miljoen ton kunnen oplopen. Het aandeel van de datacenters in de totale wereldwijde uitstoot van koolstofdioxide, die vorig jaar een volume van 41,6 miljard ton behaalde, blijft wel beperkt.

In de hoop om China op het gebied van kunstmatige intelligentie voor te blijven, heeft de Amerikaanse president Donald Trump de oprichting van een National Council for Energy Dominance, die de elektriciteitsproductie moet stimuleren, aangekondigd.

Meer over dit onderwerp:

 

Posted in energie, technologie | Reacties uitgeschakeld voor Kunstmatige intelligentie verdubbelt dit decennium elektriciteitsverbruik datacenters