managing21.be

Managing21: een blik op het heden en de toekomst van de economie.

Archive for mei, 2025

Emissievrije scheepvaart op routes door Noorse beschermde fjorden

Posted by managing21 on 8th mei 2025

In Noorwegen heeft het Storting, het nationale parlement, de eisen en het tijdschema bepaald voor de regelgeving om cruiseschepen en veerboten emissievrij te maken op routes door de fjorden die tot het werelderfgoed behoren. De eerste fase start naar verwachting in de loop van volgend jaar en zal worden voortgezet naarmate de technologie beschikbaar komt om grotere schepen emissievrij te laten varen.

In 2018 startte de Noorse Maritieme Autoriteit met de introductie van de regelgeving. De implementatie is echter vertraagd omdat de autoriteiten de reikwijdte van de regelgeving hebben gedefinieerd en hebben gewacht tot de technologie voldoende was gevorderd om de scheepvaart in stand te houden en tegelijkertijd de doelstellingen op het gebied van duurzaamheid te kunnen behalen.

“Het proces van de ontwikkeling van emissievrije eisen voor de fjorden die tot het werelderfgoed behoren, was lang en veeleisend”, benadrukte Alf Tore Sørheim, directeur-generaal voor scheepvaart en navigatie bij de Noorse Maritieme Autoriteit. “De nieuwe bepalingen zullen echter een garantie bieden voor een duidelijkheid waarop de sector lang heeft gewacht. Dit zorgt voor voorspelbaarheid en biedt de sector de kans initiatieven te nemen om aan de gestelde eisen te voldoen.”

De eerste fase wordt over acht maanden gespreid. Vanaf 1 januari 2026 moeten passagiersschepen van minder dan 10.000 brutoton voldoen aan de emissievrije eis voor de fjorden die op de Werelderfgoedlijst staan. Dit betreft onder meer de Geirangerfjord, een belangrijke bestemming voor de cruise-industrie, maar ook de Nærøyfjord, Aurlandsfjord, Sunnylvsfjord en Tafjord. Alle passagiersschepen, inclusief veerboten, moeten aan de eis voldoen, maar voor grotere schepen van minstens 10.000 brutoton worden de vereisten gefaseerd ingevoerd. Zij moeten begin 2032 emissievrij kunnen varen.

Andreas Bjelland Eriksen, Noors minister van klimaat en leefmilieu, noemt de wetgeving een belangrijke doorbraak voor de fjorden die op de lijst van het werelderfgoed van de Unesco staan. “Dit betekent een belangrijke stap in het duurzaamheidsprogramma van Noorwegen”, geeft Eriksen aan. “Bovendien weerspiegelt de nieuwe regelgeving de betrokkenheid van de toeristische sector.”

Walstroom

De Noorse autoriteiten merken op dat de emissievrije eis technologieneutraal is en geen specifieke oplossingen voorschrijft. Het is aan de exploitanten in de geviseerde fjorden om energiebronnen te gebruiken die geen koolstofdioxide (CO2) en methaan (CH2) uitstoten.

De Noorse autoriteit heeft aangegeven dat passagiersschepen biogas als alternatieve brandstof mogen gebruiken. Er wordt echter tevens opgemerkt dat het biogas daarbij tot de bunkering gescheiden moet blijven van de fossiele brandstoffen. De gebunkerde voorraden biogas moeten overeenkomen met de verwachte hoeveelheid die tijdens de reis door de fjorden zal worden verbruikt. Biogas uit het gasnet voldoet niet aan de eisen voor een gebruik in de betrokken fjorden.

De regelgeving omvat tevens de eis dat schepen waar mogelijk gebruik moeten maken van walstroom. Het Storting kondigden daarbij ook aan om walstroom te creëren in de stad Flåm. Het land trekt 100 miljoen Noorse kronen (9,5 miljoen dollar) om een walstroomproject te ondersteunen.

Noorwegen loopt in de ontwikkeling van duurzame technologieën, met onder meer accu’s voor veerboten en alternatieve brandstoffen, voorop. In 2022 gaf het kustvaartbedrijf Havila in de Geirangerfjord de eerste demonstratie van een passagiersschip dat uitsluitend op accu’s vaart. Concurrent Hurtigruten heeft eveneens conceptontwerpen voor een emissievrij passagiersschip vrijgegeven.

Meer over dit onderwerp:

Posted in milieu, scheepvaart | Reacties uitgeschakeld voor Emissievrije scheepvaart op routes door Noorse beschermde fjorden

Kritiek op klimaatinspanningen van wereldwijde luchtvaartindustrie

Posted by managing21 on 8th mei 2025

De luchtvaartindustrie faalt dramatisch in zijn pogingen om zijn rol in de klimaatcrisis aan te pakken. Dat blijkt uit een rapport van de belangengroep Call Aviation to Action, opgericht door een aantal professionals uit de luchtvaartindustrie die zich over de planeet bekommeren. De groep roept op tot een fundamentele transitie van de industrie, waarbij onder meer ook aangestuurd wordt op een controle op het aantal vliegtuigbewegingen.

Call Aviation to Action stelt dat de luchtvaartindustrie zich te optimistisch opstelt over de technologieën die voor de reductie van de emissies van de sector zouden kunnen worden ingezet. Er wordt aan toegevoegd dat de sector gevangen zit in een bedrijfsmodel dat steeds meer vliegtuigbewegingen vereist. “Het uitblijven van een significante klimaatactie in de sector kan tot de ondergang van de luchtvaartindustrie leiden”, wordt eraan toegevoegd. “Naarmate de klimaatcrisis escaleert dreigt immers een strenge regelgeving van buitenaf noodzakelijk te worden.”

“We zien het goede dat de luchtvaart kan doen, maar we zien ook dat we onze industrie opnieuw moeten uitvinden om haar positieve bijdrage aan de wereld te herstellen”, merkte Karel Bockstael, een van de oprichters van de belangengroep en tot 2022 vice-president duurzaamheid bij de Nederlandse Koninklijke Luchtvaartmaatschappij (KLM), op.

Vanwege hun internationale karakter zijn de emissies van de luchtvaart uitgesloten van de nationale plannen die landen bij het klimaatorgaan van de Verenigde Naties indienen. In plaats daarvan is de International Civil Aviation Organisation (Icao), de luchtvaartorganisatie van de Verenigde Naties, belast met de aanpak van de uitstoot van gassen die een bijdrage leveren aan de opwarming van de aarde.

“Ik ben van mening dat de Icao dramatisch heeft gefaald in die verantwoordelijkheid”, werpt Bockstael op. “De enige realisatie die de organisatie na acht jaar discussies naar voor schuift, is het programma Carbon Offsetting and Reduction Scheme for International Aviation (Corsia), die niets meer is dan een compensatie voor de groei van de luchtvaart boven een bepaalde drempel. Hiermee worden de problemen naar een andere sector geëxporteerd.” Corsia wordt als onvoldoende ambitieus en problematisch bekritiseerd en vereist nog van geen enkele luchtvaartmaatschappij om op emissiekredieten beroep te doen.

“Indien er niet wordt ingegrepen, zal de luchtvaart in 2050 ongeveer een kwart van alle emissies die door de mens worden veroorzaakt, voor zijn rekening nemen”, benadrukt Bockstael. “Dat zou echt een bijzonder schandelijke situatie zijn. We houden van de magie van vliegen, maar we vrezen dat de sector hierdoor vernietigd wordt. Dat willen wij voorkomen. We hopen dat ons initiatief een zeer grote groep professionals uit de luchtvaartsector zal helpen zich uit te spreken, want we denken dat zij de zwijgende meerderheid vormen. We moeten de stilte doorbreken en onze leiders in de sector aanmoedigen om van deze transitie deel uit te maken.” De groep zegt inmiddels al tientallen professionals uit de sector te hebben aangetrokken.

“De Icao zet zich in voor de ontwikkeling van technisch robuuste luchtvaartnormen en richtlijnen die wereldwijd kunnen worden geïmplementeerd om naar een klimaatneutrale sector te streven”, benadrukte een woordvoerder van de luchtvaartorganisatie in een reactie op de aantijgingen van Call Aviation to Action. “Als politiek neutrale normeringsinstantie geven we echter geen commentaar op de standpunten of activiteiten van specifieke externe partijen.”

De luchtvaart veroorzaakt per kilometer meer emissies van koolstofdioxide dan elke andere vorm van transport en wordt bovendien door rijke passagiers gedomineerd. De helft van alle luchtvaartemissies zijn afkomstig van 1 procent van de wereldbevolking. Ook de organisatie Climate Action Tracker zegt dat de klimaatplannen van de luchtvaart niet ver genoeg reiken.

Verdubbeling trafieken

De Icao voorspelt een verdubbeling van het aantal passagiers tegen 2042 en de sector stelt dat efficiëntere vliegtuigen, duurzame brandstoffen en Corsia de uitstoot van koolstofdioxide kunnen beheersen. De Icao wordt er door critici echter van beschuldigd door de sector te zijn gekaapt. Een aantal experts zeggen dat maatregelen om de emissies van de luchtvaart te verminderen een dergelijke verdubbeling van het verkeer nauwelijks zal kunnen compenseren. Daarbij wordt onder meer opgemerkt dat de verbeteringen in brandstofefficiëntie met een stagnatie wordt geconfronteerd.

“De impact van de luchtvaart op de klimaatverandering neemt nog steeds toe, ondanks alle ambities die de Icao op lange termijn heeft gesteld”, beklemtoonde Bockstael. “De industrie zijn klimaatdoelstellingen moet baseren op emissiebudgetten die op wetenschappelijke bevindingen zijn gesteld en het lobbyen tegen het klimaatbeleid moet stoppen. De industrie zou ook moeten erkennen dat eerlijk beheer van de wereldwijde vraag naar vliegtuigreizen deel uitmaakt van de oplossing.”

Bockstael zei dat de kosten van de technologieën voor emissiereducties de prijs van vliegtuigreizen zouden verhogen, maar dat aanvullende maatregelen, zoals uitstootbelastingen, nodig zouden kunnen zijn om het aantal passagiers op een duurzaam niveau te houden. “Dergelijke beperkingen op de vraag moeten eerlijk worden opgelegd”, beklemtoonde Bockstael. “Daarbij moet gelijke toegang worden geboden tot de luchtvaart in ontwikkelingslanden, terwijl ook moet worden tegemoet gekomen aan de behoeften van frequente reizigers in rijke landen.”

“Onze industrie heeft een upgrade nodig”, bevestigde luchtvaartingenieur Finlay Asher, eveneens lid van Safe Landing. “Er moeten nieuwe ontwerpen van vliegtuigen en luchthavens en nieuwe vormen van duurzame energie worden ontwikkeld. Het onderzoek, de ontwikkeling en de exploitatie van dit nieuwe luchtvervoersysteem zullen niet alleen meer banen creëren, maar ook de luchtvaart duurzamer, stiller, milieuvriendelijker en toegankelijker maken voor de maatschappij.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in luchtvaart & ruimtevaart, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Kritiek op klimaatinspanningen van wereldwijde luchtvaartindustrie

Europese Unie moet regelgeving kleinere auto’s optimaliseren

Posted by managing21 on 7th mei 2025

De Europese Unie moet gunstiger regels voor kleinere en betaalbare auto’s invoeren. Dat hebben toplui van de autobouwers Renault en Stellantis in een gesprek met de Franse krant Le Figaro gezegd. Indien er geen verandering komt zullen de constructeurs naar eigen zeggen mogelijk tot pijnlijke beslissingen over de toekomst van hun fabrieken in Europa worden gedwongen.

Op de Europese automarkt winnen suv-modellen steeds meer aan populariteit. Maar de Europese Unie moet volgens Luca de Meo en John Elkann, toplui van respectievelijk Renault en Stellantis, een regelgeving uitwerken om de verkoop van kleinere en betaalbare wagens te stimuleren.

“Er moet een gedifferentieerde regelgeving voor kleinere auto’s komen”, stipte de Meo aan. “Er zijn te veel regels die bedoeld zijn voor grotere en duurdere wagens. Dit betekent dat het onmogelijk wordt om onder acceptabele voorwaarden kleinere auto’s te produceren. Een winstgevende productie wordt hierdoor bijzonder moeilijk.” De Meo klaagde in het verleden al over de toenemende omvang van auto’s en vroeg zich af waarom Europa de Japanse voorkeur voor de Kei-klasse van lichte auto’s, die van kortingen voor belastingen en parkeerkosten kunnen profiteren, niet kon volgen.

Premium autofabrikanten – zoals de Duitse constructeurs BMW, Mercedes, Porsche en Audi – zijn volgens de Meo meer op de export gericht. “Voor deze merken telt Europa wel, maar hun prioriteit ligt bij de export naar andere markten”, voerde de topman van Renault aan. “De voorbije twintig jaar heeft hun logica de marktregulering bepaald. Dit heeft geleid tot Europese regels die ervoor zorgen dat onze auto’s steeds complexer, steeds zwaarder en steeds duurder worden. De meeste mensen kunnen zich deze wagens gewoon niet meer veroorloven.”

John Elkann voegde eraan toe dat de autoverkoop in de Europese Unie een rampzalig niveau heeft bereikt. Hij betoogde dat een specifieke regelgeving voor kleinere auto’s een strategische kwestie was. “Indien er geen veranderingen worden doorgevoerd, zullen we de volgende drie jaar voor onze productiebasis in Europa een aantal pijnlijke beslissingen moeten nemen.”

Tegenmaatregelen

Uit cijfers van de Britse Society of Motor Manufacturers and Traders blijft dat de verkoop van nieuwe wagens in het Verenigd Koninkrijk tijdens de maand april met meer dan 10 procent tot 120.331 exemplaren was gedaald. Die terugval is volgens de analisten te wijten aan het zwakke consumentenvertrouwen en belastingverhogingen. Bij Tesla viel de verkoop zelfs met 62 procent tot 512 eenheden terug. Tesla kreeg te maken met een terugslag na de politieke rechtse kanteling van topman Elon Musk, terwijl bovendien veel klanten wachten tot het Model Y volgende maand in de showrooms staat.

Verder wordt erop gewezen dat het Amerikaanse concern Ford de zoveelste autofabrikant is die zijn winstverwachtingen heeft ingetrokken te midden van de aanhoudende onrust die wordt veroorzaakt door de beslissing van de Amerikaanse president Donald Trump om op auto’s een invoerheffing van 25 procent op te leggen. De Europese Unie zei dat de kosten voor import uit Mexico en Canada dit jaar ongeveer 2,5 miljard dollar aan de totale kosten zouden toevoegen.

Maroš Šef?ovi?, Europees commissaris van handel, heeft de Verenigde Staten opgeroepen een akkoord over de heffingen te sluiten. Tijdens een toespraak in het Europees Parlement waarschuwde hij de Europese Unie klaar zal staan voor een aantal tegenmaatregelen, met als doel een gelijk speelveld te herstellen, indien de gesprekken niet de gewenste resultaten opleveren.

Šef?ovi? gaf tevens aan dat de Europese Unie een marktonderzoek op de import uit andere landen is gestart. Het eerste rapport wordt midden mei verwacht. Gevreesd wordt onder meer dat Chinese fabrikanten van elektrische voertuigen, samen met de discountketens Temu en Shein, hun handel naar de Europese Unie verleggen.

“Indien Trump zijn verschillende dreigementen met heffingen, naast de bestaande importbelastingen op auto’s en staal, zou doorzetten, de belastingen op de invoer naar 100 miljard euro per jaar zouden stijgen, tegenover een bedrag van 7 miljard euro vorig jaar”, benadrukte Šef?ovi? nog. “Deze situatie is onacceptabel en de Europese Unie kan het zich niet veroorloven om stil te blijven zitten. Indien er geen akkoord wordt bereikt, is de Europese Unie voorbereid op represailleheffingen en rechtszaken.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in automotive | Reacties uitgeschakeld voor Europese Unie moet regelgeving kleinere auto’s optimaliseren

Hollywood had op andere stimulansen voor eigen filmindustrie gerekend

Posted by managing21 on 6th mei 2025

De Verenigde Staten moeten een invoerheffing van 100 procent opleggen aan bioscoopfilms die uit het buitenland worden geïmporteerd. Dat heeft de Amerikaanse president Donald Trump aangekondigd. De ingreep moet volgens Trump de Amerikaanse filmindustrie nieuw leven inblazen. Maar de sector had daarbij zelf op een andere ondersteuning gerekend.

Donald Trump heeft aangekondigd dat hij een invoerheffing van 100 procent zal opleggen aan alle films die in het buitenland worden geproduceerd en op de Amerikaanse markt worden aangeboden. Daarmee breidt de Amerikaanse president zijn handelsoorlog naar de bioscoopsector uit om naar eigen zeggen een snelle dood van de entertainmentindustrie in Hollywood te voorkomen.

De Amerikaanse filmindustrie wordt volgens Trump met een dreigende teloorgang geconfronteerd. “Andere landen bieden allerlei stimuleringsmaatregelen om onze filmmakers en studio’s uit de Verenigde Staten weg te lokken”, benadrukte de Amerikaanse president op zijn digitale platform Truth Social. “Hollywood en vele andere gebieden in de Verenigde Staten worden hierdoor verwoest.”

De filmindustrie uit Los Angeles heeft de voorbije jaren een toenemende concurrentie opgemerkt van andere Amerikaanse staten en landen zoals Canada en het Verenigd Koninkrijk, die immers met diverse incentives filmmakers probeerden aan te moedigen producties in hun territorium op te zetten. 

Gavin Newsom, de democratische gouverneur van Californië, had voorgesteld om de filmproductie in de Amerikaanse staat met belastingvoordelen te ondersteunen. Trump overweegt in plaats daarvan naar invoerheffingen te grijpen om de internationale concurrentie te dwarsbomen. Trump benadrukte dat hij het Amerikaanse ministerie van handel en de Amerikaanse handelsvertegenwoordiger zou machtigen om onmiddellijk te beginnen met de introductie van een heffing van 100 procent op alle films die in het buitenland worden geproduceerd.

Trump benadrukte daarbij opnieuw films te willen die in de Verenigde Staten worden gemaakt. Hoewel de Amerikaanse president de ingrijpende heffingen op de invoer van een breed scala aan producten die in het land worden ingevoerd tot de maand juli heeft opgeschort – waardoor zijn ambtenaren de tijd krijgen om te proberen met landen over de hele wereld handelsovereenkomsten te sluiten – heeft hij de invoerbelastingen op een aantal specifieke sectoren, zoals de automobielindustrie en farmaceutische producten, gehandhaafd. Over de specifieke heffingen voor de filmindustrie was nog geen duidelijkheid gecreëerd.

Belastingvoordelen

Ook in de filmindustrie zelf proberen acteurs en leidinggevenden de filmproductie opnieuw naar de Verenigde Staten te brengen. Er wordt al jaren aan het beleid naar incentives gevraagd om de uittocht van de productie van films naar andere landen te stoppen. Maar daarbij werd niet voor de introductie van invoerrechten voor buitenlandse productie gepleit, maar werd wel gevraagd om aan lokale projecten belastingvoordelen toe te kennen.

“Het is niet duidelijk op welke manier een heffing zou kunnen worden toegepast op intellectueel eigendom zonder een specifieke geldwaarde”, voerden managers in de entertainmentindustrie aan. “Bovendien moet gevreesd worden dat vergeldingsmaatregelen onze belangen in het buitenland – waar films met een aanzienlijk budget vaak het grootste deel van hun inkomsten genereren – zouden schaden.”

Acteurs en crewleden zien hun kansen op werk in de Verenigde Staten al jaren slinken omdat andere landen royale belastingvoordelen bieden en lagere arbeidskosten hebben, wat vele studio’s motiveert om een delocalisatie te overwegen. De meest succesvolle film van dit jaar – A Minecraft Movie – werd in Canada opgenomen. Het nieuwe vervolg op Mission Impossible werd volledig in het Verenigd Koninkrijk en op andere buitenlandse locaties volledig opgenomen.

Gedurende het grootste deel van de twintigste eeuw werden Amerikaanse films vooral opgenomen in Los Angeles, waar eeuwenoude studio’s en nieuwe streamingbedrijven nog steeds gevestigd zijn. Maar de voorbije decennia hebben royale belastingvoordelen de bedrijven uit de sector gemotiveerd om te filmen waar de kosten het laagst zijn.

Landen zoals het Verenigd Koninkrijk en Canada subsidiëren in feite elke uitgave die wordt gedaan voor het inhuren van cast en crew, het huren van podia en het uitvoeren van visuele effecten. Vooral Londen is voor Hollywood-producties – dankzij de belastingvoordelen, een uitgebreide infrastructuur, Engelstalige crews – een bloeiend centrum geworden. Onder meer de Marvel Studios, eigendom van Disney, neemt daar twee sequels uit de reeks Avengers op. Een groeiend aantal films wordt ook in regio’s zoals Oost-Europa, waar op lagere personeelskosten beroep kan worden gedaan, opgenomen.

Het bedrag dat vorig jaar in de Verenigde Staten aan filmproducties en televisieprogramma’s met budgetten van meer dan 40 miljoen dollar werd uitgegeven, daalde volgens het onderzoeksbureau ProdPro met 26 procent ten opzichte van twee jaar voordien. Tegelijkertijd liet de markt in het Verenigd Koninkrijk en Canada een stijging optekenen, hoewel geen van beide landen de Verenigde Staten heeft ingehaald.

Verschillende Amerikaanse staten bieden ondertussen hun eigen belastingvoordelen voor filmproducties. Een daarvan is Georgia, waar de onlangs uitgebrachte film Thunderbolts van Marvel werd opgenomen. Als gevolg hiervan daalde het aantal dagen dat films, televisieseries en reclames in Los Angeles werden opgenomen in het eerste kwartaal van dit jaar met 22,4 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.

Inmiddels heeft acteur Jon Voight gezegd te werken aan talloze plannen om de Amerikaanse filmproductie te stimuleren, hoewel hij weigerde details te geven. Voight werd door in januari door Trump tot speciaal ambassadeur in Hollywood benoemd. Hij voegde eraan toe met de Amerikaanse president te bespreken op welke manier de activiteit in Hollywood het best kan worden gestimuleerd.

Schadelijk voor Verenigde Staten

Verscheidene analisten waarschuwden dat Amerikaanse heffingen op films die in het buitenland worden gemaakt, verwoestend zouden kunnen zijn voor grote Hollywood-productiecentra in landen zoals het Verenigd Koninkrijk, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland. Maar tegelijkertijd wordt opgemerkt dat ook de Amerikaanse filmindustrie en de Amerikaanse bioscoopketens hard zouden worden getroffen, waarbij studio’s waarschijnlijk veel hogere kosten zullen moeten dragen en consumenten te maken kunnen krijgen met hogere ticketprijzen.

Analisten hadden echter ook vragen over de manier waarop de heffingen in de praktijk zou kunnen werken, aangezien films nu vaak wereldwijd op streaming-platforms worden gedistribueerd en geen fysiek product zijn dat de grens overgaat wanneer ze in Amerikaanse bioscopen worden vertoond. De analisten benadrukten tevens dat vrije handel voor de wereldwijde filmindustrie enorm economisch belangrijk is voor de Verenigde Staten, waar arbeid en faciliteiten duurder zijn. “Aangezien het meeste geld buiten de Verenigde Staten wordt verdiend, zouden wederzijdse tarieven enorm schadelijk zijn”, waarschuwden ze.

“De sector van de Amerikaanse film en televisie genereerde twee jaar geleden een handelsoverschot van 15,3 miljard dollar op een export van 22,6 procent”, benadrukte de Motion Picture Association. “De industrie heeft een groter handelsoverschot dat de telecommunicatie, het transport, de gezondheidszorg en de verzekeringssector.”

Toch hebben de Verenigde Staten de voorbije twee decennia in een wereldwijde strijd met landen in Europa en Azië terrein verloren om filmmakers aan te trekken met royale belastingvoordelen die een ??deel van de productiekosten kunnen compenseren. Het voorbije jaar daalde de productie in Groot-Los Angeles met 5,6 procent. Alleen in 2020 werden er nog minder opnames gemaakt. Toen werd de sector echter getroffen door de wereldwijde covid-pandemie.

In het Verenigd Koninkrijk kon de productie vorig jaar daarentegen een stijging met een derde tot 5,6 miljard pond melden. Daarbij was bijna twee derde van de totale uitgaven aan Britse filmproducties van vijf grote Amerikaanse studies en drie grote Amerikaanse streaming-platforms – Netflix, Apple en Amazon – afkomstig. Californië biedt de productie van films en televisie zelf een belastingvoordeel van 330 miljoen dollar per jaar. Gavin Newsom, gouverneur van Californië, wil dat bedrag echter tot 750 miljoen dollar per jaar uitbreiden.

Meer over dit onderwerp:

Posted in media & cultuur | Reacties uitgeschakeld voor Hollywood had op andere stimulansen voor eigen filmindustrie gerekend

Mossen kunnen oude boorputten weer echte veengebieden maken

Posted by managing21 on 6th mei 2025

Met het gebruik van mossen kunnen tienduizenden boorputten van olie en gas weer in hun originele staat worden hersteld. Dat blijkt uit een onderzoek van wetenschappers aan de University of Waterloo. Gewag wordt gemaakt van een mogelijke mijlpaal in het ecologische herstel. Cruciaal blijkt dat inheems mos op de oude boorputten wordt getransplanteerd, waardoor de originele veengebieden in hun oorspronkelijke staat kunnen worden hersteld.

“De studie toonde aan dat de techniek voldoende water oplevert voor de groei van veenmos op grote delen van de boorputten”, verduidelijkt onderzoeksleider Murdoch McKinnon, milieuwetenschapper aan de University of Waterloo. “In het verleden bestonden de herstelwerkzaamheden uit het planten van bomen of grassen om beschadigde terreinen om te zetten in bosgebieden of grasland. Maar dergelijke oplossingen gaan voorbij aan de unieke rol van veengebieden bij het opslaan van koolstofdioxide en het ondersteunen van biodiversiteit.”

“De nieuwe methode herstelt de boorputten echter in de staat waarin de site zich bevond voor de winning van de olie of gas van start ging”, geeft McKinnon aan. “Het concept kan de producenten van olie en gas en de toezichthouders helpen de gevolgen op lange termijn van de winning van grondstoffen op de ecosystemen van de Canadese veenlanden beter te beperken.”

De Canadese boreale veengebieden zijn niet alleen rijk aan mossen, maar slaan ook enorme hoeveelheden koolstofdioxide op en reguleren zoetwatersystemen in het hele land. Een groot deel van deze ecosystemen zijn echter verstoord door de aanleg van meer dan 36.000 hectare aan boorplatformen en 100.000 kilometer aan toegangswegen. Deze plateaus bedekken de inheemse vegetatie onder lagen klei en zand, waardoor hun verbinding met de natuurlijke waterhuishouding wordt verbroken en nabijgelegen ecosystemen worden aangetast.

“De studie levert de eerste aanwijzingen die suggereren dat het herstel van de originele veenlandvegetatie op oude boorputten mogelijk is”, beklemtoont McKinnon. “Boorsites bedekken alle inheemse veenlandvegetatie onder lagen klei of zand, wat een negatieve invloed heeft op het vermogen van het veenland om koolstofdioxide vast te leggen en ook de beschikbaarheid van leefgebied voor wilde dieren vermindert.”

Nieuwe aanpak

In 2020 voerden onderzoekers een test uit op een gesloten boorput nabij Slave Lake in de provincie Alberta. “De strategie omvatte het gedeeltelijk verwijderen van de bovenste lagen van de bodem en het transplanteren van inheemse mossen die waren verzameld op een nabijgelegen locatie”, zeggen de onderzoekers. “Daarbij werd voor mossen zoals Aulacomnium palustre, Tomentypnum nitens en Helodium blandowii, allemaal kenmerkend voor rijke veenmoerassen, gekozen.”

“Het oppervlak van de bodem werd aangepast met gemengde topografieën. Dit bootst het natuurlijke veenlandschap na en helpt water in dalen vast te houden, wat essentieel is voor het overleven van mos. Veenmossen hebben geen wortels en interne watertransportsystemen. Hun gezondheid is volledig afhankelijk van het vocht in hun onmiddellijke omgeving.”

Op de helft van de percelen werd een laag stromulch aangebracht om verdamping te vertragen en de mossen te beschermen tegen uitdrogende wind. De onderzoekers concludeerden dat de herstelmethode het beste werkt wanneer een constante waterstroom de getransplanteerde mossen kan bereiken. Anders hadden de mossen, zelfs met toegevoegde mulch, moeite om de hydratatie, die nodig is voor fotosynthese en groei, vast te houden.

“Het behoud van veengebieden is cruciaal vanwege de rol die ze spelen bij het opslaan en verdelen van water in het landschap”. stippen de onderzoekers aan. “Bovendien zijn de veengebieden, vanwege de enorme hoeveelheden koolstofdioxide die ze kunnen opslaan, eveneens de beste keuze voor oplossingen voor klimaatverandering die op de natuur gebaseerd zijn.”

De studie markeert volgens waarnemers een keerpunt in de manier waarop wetenschappers het herstel op voormalige boorlocaties aanpakken. “Het onderzoek weerspiegelt immers een groeiend begrip dat herstel niet alleen draait om het herplanten van vegetatie”, wordt er aangevoerd. “Cruciaal daarentegen is het herstellen van de fysieke en hydrologische fundamenten die ecosystemen nodig hebben om te floreren.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in grondstoffen, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Mossen kunnen oude boorputten weer echte veengebieden maken

Landbouw in bepaalde gebieden rond Tsjernobyl wel mogelijk

Posted by managing21 on 2nd mei 2025

Na de ontploffing van de kerncentrale van Tsjernobyl in Oekraïne in 1986 werden in de omgeving een oppervlakte van duizenden hectaren ongeschikt gedacht voor landbouwactiviteiten. Gecontamineerde teelten zouden immers een gevaar voor de gezondheid hebben kunnen betekend. Maar analyses hebben uitgewezen dat die gronden veilig weer in productie zouden kunnen worden genomen. Dat blijkt uit een studie van de University of Portsmouth en het OekraÏense Institute of Agricultural Radiology.

Sinds de ramp in Tsjernobyl werd in grote gebieden in Noord-Oekraïne een verbod op landbouw ingevoerd. Een gebied van 4.200 vierkante kilometer rond de getroffen kerncentrale werd als de Chernobyl Exclusion Zone aangeduid. Dat gebied blijft nog steeds onbewoond en vormt momenteel een van de grootste natuurreservaten van Europa. Een tweede gebied van 2.000 vierkante kilometer werd als de Zone of Obligatory Resettlement aangeduid. Dat gebied werd nooit volledig verlaten. De zone biedt onderdak aan duizenden mensen en heeft scholen en winkels, maar er zijn geen officiële investeringen of grondgebruik toegestaan.

Sinds de jaren negentig beweren wetenschappers in Oekraïne en daarbuiten dat het land weer veilig gebruikt kan worden, ondanks besmetting met radioactief cesium en strontium. Maar complexe politieke omstandigheden hebben ertoe geleid dat het gebied officieel verlaten blijft. Dat heeft een aantal boeren er echter niet van weerhouden het heft in eigen handen te nemen en in sommige gebieden met een onofficiële productie te beginnen. De nieuwe studie bevestigt dat deze boeren gelijk hadden en in de meeste gebieden gewassen veilig kunnen worden verbouwd.

Met behulp van een testlocatie van 100 hectare in de regio Zjytomyr ontwikkelden de onderzoekers een protocol om de besmettingsniveaus te evalueren en de opname van radioactieve stoffen door gangbare gewassen zoals aardappelen, granen, maïs en zonnebloemen te voorspellen. Door het analyseren van bodemmonsters en het meten van de externe gammastraling, bevestigden de onderzoekers dat de effectieve stralingsdosis voor landarbeiders ruim onder de nationale veiligheidsdrempel van Oekraïne ligt en aanzienlijk lager blijft dan de niveaus achtergrondstraling die wereldwijd van nature voorkomen.

Voedselzekerheid

“De bevindingen tonen aan dat er met de juiste monitoring en naleving van de Oekraïense voedselveiligheidsvoorschriften, veel gewassen veilig kunnen worden verbouwd in deze voorheen beperkte zones”, benadrukt onderzoeksleider Jim Smith, professor milieukunde aan de University of Portsmouth. “Dit onderzoek is van aanzienlijk belang voor de gemeenschappen die door de ramp in Tsjernobyl zijn getroffen. Sinds 1986 is er veel misinformatie over de stralingsrisico’s van Tsjernobyl, wat een negatieve impact heeft gehad op mensen die nog steeds in verlaten gebieden wonen.”

“We hebben nu een gevalideerde, wetenschappelijk onderbouwde aanpak om waardevolle landbouwgrond weer in officiële productie te brengen en tegelijkertijd de veiligheid voor zowel consumenten als werknemers te garanderen”, werpt Smith nog op. Het team hoopt dat dit protocol als een wereldwijd model kan dienen voor andere regio’s die met langdurige radioactieve besmetting hebben te maken.

Met een zorgvuldige implementatie en betrokkenheid van de gemeenschap kan Oekraïne volgens Smith veilig tot 20.000 hectare landbouwgrond terugwinnen, waardoor een positieve impuls aan de voedselzekerheid en plattelandsontwikkeling kan worden gegeven. “Het gaat hier niet alleen om Tsjernobyl”, beklemtoont Jim Smith. “Het gaat erom wetenschap en bewijs toe te passen om ervoor te zorgen dat mensen beschermd worden en dat land niet onnodig verloren gaat.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in gezondheid, landbouw, milieu, politiek | Reacties uitgeschakeld voor Landbouw in bepaalde gebieden rond Tsjernobyl wel mogelijk

New York bestudeert optimale routes voor bezorgrobots

Posted by managing21 on 2nd mei 2025

Voor bezorgrobots zijn niet alle trajecten even evident. Een beoordelingssysteem van potentiële routes kan de echter robots helpen om de optimale weg naar hun bestemming te kiezen. Dat blijkt uit een studie van wetenschappers aan de Cornell University (Manhattan), die voor de bezorgrobots een beoordelingssysteem voor elke straat in New York City hebben opgesteld.

“Bezorgrobots kunnen met heel wat uitdagingen worden geconfronteerd”, benadrukt onderzoeksleider Wendy Ju, docent informatiewetenschappen aan de Cornell University. “Sommige trajecten vertonen oneffenheden, terwijl andere routes met een grote drukte aan voetgangers of fietsers worden geconfronteerd. Een beoordelingssysteem voor de verschillende trajecten kan daarvoor echter een oplossing bieden.”

Nog nooit eerder zou een dergelijk beoordelingssysteem zijn opgesteld. “De toepassing zou stedenbouwkundigen en roboticabedrijven kunnen helpen bij de planning van toekomstige robotinzet die de bestaande trottoirs niet verstoort”, werpt Wendy Ju op. “Een robotability score kan voor deze partijen een belangrijke hulpinstrument vormen.”

In een aantal steden, universiteitscampussen en luchthavens worden momenteel al bezorgrobots ingezet. Maar die apparaten blijken zich daarbij door een onvriendelijke omgeving te moeten manoeuvreren. Geïnspireerd door scores voor beloopbaarheid en toegankelijkheid in wijken, ontwikkelden de onderzoekers de robotability score om in één omschrijving een weergave te bieden van de verschillende factoren die op de robotnavigatie van invloed zijn.

De robotbaarheidsscore omvat vierentwintig kenmerken, maar de onderzoekers selecteerden voor hun analyse in New York City slechts negentien factoren. Zes kenmerken – voetgangersdichtheid, dynamiek van de menigte, voetgangersstroom, kwaliteit van het trottoir, straatbreedte en dichtheid van straatmeubilair – vormden bijna de helft van de score. 

De onderzoekers merken op dat New York City de perfecte locatie was voor de ontwikkeling van de score. Er kon daarbij immers beroep worden gedaan op de website NYC OpenData, die een brede waaier gegevens over de Amerikaanse metropool aanbieden. De database bevat informatie zoals de breedte en conditie van het trottoir, samen met de locaties van bushaltes, fietspaden en kiosken. De onderzoekers gebruikten ook ongeveer acht miljoen dashcambeelden die eind 2023 in de stad werden verzameld om het verkeer van voertuigen, fietsen en voetgangers in te schatten.

Toegepast op de hele stad bleken gebieden met de hoogste scores 4,3 keer meer geschikt voor de trafieken van bezorgrobots dan de trajecten met de laagste score. Daarbij werd ook vastgesteld dat de spitsuren de verschillen tussen gebieden met hoge en lage scores nog vergroot. “Zelfs tijdens spitsuren hebben de bezorgrobots in gebieden met een hoge score geen probleem om over lege trottoirs te rijden.”

In de toekomst willen de wetenschappers ook een aantal andere functies, zoals realtime weerberichten en de intensiteit van het voetgangersverkeer, in de score integreren. “Net zoals scores voor de beloopbaarheid en toegankelijkheid van stedelijke gebieden aan ontwikkelaars en stedenbouwkundigen de mogelijkheid geboden om de leefbaarheid van wijken te optimaliseren, kan ook de robotability score aan de lokale gemeenschap een meerwaarde bieden”, stippen de onderzoekers aan. “We beweren niet dat de steden voor robots moeten worden gebouwd, maar wel proberen we de stedelijke omgeving door de lens van een robot te bekijken.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in Stad, technologie | Reacties uitgeschakeld voor New York bestudeert optimale routes voor bezorgrobots

Ferrari duldt geen externe leveranciers strategische onderdelen

Posted by managing21 on 1st mei 2025

De Italiaanse sportwagenbouwer Ferrari zal belangrijke onderdelen voor zijn voertuig altijd intern blijven ontwikkelen. Dat heeft Benedetto Vigna, chief executive van Ferrari, gezegd in een reactie op berichten over een mogelijke samenwerking tussen de Italiaanse constructeur en de Chinese groep Leapmotor, fabrikant van elektrische wagens.

De speculaties over een mogelijke samenwerking tussen Ferrari en Leapmotor vonden hun basis in een oproep van Zhu Jiangming, de topman van Leapmotor, die een selfie van hemzelf met Vigna op zijn sociale media-account had geplaatst. In een commentaar bij het beeld had Zhu gezegd te hopen dat er tussen de twee bedrijven meer communicatie en samenwerking zou komen.

Vigna, een voormalig topman in de sector van de microchips, bracht tijdens zijn zakenreizen naar China dit jaar twee keer een bezoek aan Leapmotor gebracht. Daarbij had hij opgemerkt aan zijn eerdere werkervaringen, vooral in de sector van de elektrische auto’s, veel vrienden over de hele wereld te overgehouden.

Analisten wijzen erop dat de geruchten over een mogelijke samenwerking mogelijk zouden zijn ingegeven door de band die zowel Leapmotor als Ferrari met de Frans-Italiaans-Amerikaanse Stellantis Group hebben. Stellantis nam anderhalf jaar geleden voor een bedrag van 1,5 miljard euro een belang van ongeveer 20 procent in Leapmotor.

Daarmee werd het westerse concern de grootste externe aandeelhouder van de Chinese autobouwer. Bovendien verwierf Stellantis het exclusieve recht op de verkoop van de wagens van Leapmotor op de markten buiten China. Ook Ferrari heeft met Stellantis een historische band. De Italiaanse sportwagenbouwer is weliswaar volledig onafhankelijk van het Frans-Italiaans-Amerikaans concern, maar was tot 2015 onderdeel van de groep Fiat Chrysler, die inmiddels tot de Stellantis Group behoort. Exor, de holding van de Fiat-familie Agnelli, heeft een belang in zowel Stellantis als Ferrari.

In een reactie over een mogelijke samenwerking met Leapmotor betoogde Vigna echter dat Ferrari weliswaar een aantal Chinese leveranciers heeft, maar hij benadrukte dat die bedrijven geen strategische producten aan de Italiaanse constructeur leveren. Eerder had ook Leapmotor al duidelijk gemaakt dat er met Ferrari momenteel geen gesprekken worden gevoerd.

Uniek

Vigna beklemtoonde ook nog dat Ferrari geen platforms, technologische architecturen die de basis kunnen vormen voor verschillende automodellen, ontwikkelt. “De auto’s van Ferrari zijn uniek en zijn niet op een platform gebaseerd”, betoogde de topman van de Italiaanse autobouwer. “Ferrari koopt geen platforms van externe partners. De ontwikkeling van strategische componenten zal altijd in eigen beheer blijven.”

Vigna voegde eraan toe dat Ferrari voor niet-strategische componenten al samenwerkingen heeft uitgebouwd met Chinese, Europese, Amerikaanse, Japanse en andere Aziatische partners. Hij wees er daarbij op dat onder meer elektromotoren en assen door Ferrari als essentiële onderdelen voor zijn elektrische auto’s worden bestempeld. Dat geldt echter niet voor accupakketten.

Ferrari heeft inmiddels ook zijn nieuwe model 296 Speciale voorgesteld. Met dat model breidt Ferrari zijn hybride-gamma verder uit. De auto is gebaseerd op de Ferrari 296 die in 2021 werd gelanceerd, maar nu het einde van zijn levenscyclus nadert. De leveringen starten naar verwachting in het eerste kwartaal van volgend jaar. De 296 Speciale zal tegen een prijs van 407.000 euro op de markt worden gebracht. Voor een cabriolet-versie zal een bedrag van 462.000 euro worden gevraagd.

Enrico Galliera, directeur marketing van Ferrari, stelde dat er bij de klanten al een grote belangstelling voor de 296 Speciale kan worden opgemerkt. Klanten die de voorbije vijf jaar met een officiële dealer van Ferrari contact hebben gehad, krijgen voorrang bij het plaatsen van bestellingen. “Hoewel de 296 Speciale geen gelimiteerde serie vertegenwoordigt, blijft Ferrari de exclusiviteit van het model behouden door de levenscyclus van de wagen korter te houden dan een periode van vier tot vijf jaar die voor de andere types van de Italiaanse sportwagenbouwer worden gehanteerd”, beklemtoonde Galliera.

Meer over dit onderwerp:

Posted in automotive | Reacties uitgeschakeld voor Ferrari duldt geen externe leveranciers strategische onderdelen