Dreiging van mijnbouw voor Afrikaanse mensapen is enorm onderschat
Posted by managing21 on juli 27th, 2024
De dreiging van de mijnbouw voor de populatie mensapen in Afrika is enorm onderschat. Dat blijkt uit een onderzoek van wetenschappers aan het Deutsches Zentrum für integrative Biodiversitätsforschung (iDiv), de Martin Luther Universiteit Halle-Wittenberg (MLU) en de natuurorganisatie Re:wild, gebaseerd op een analyse van mijnbouwlocaties in zeventien Afrikaanse landen.
De stijgende vraag naar cruciale mineralen, zoals koper, lithium, nikkel, kobalt en andere zeldzame aardmetalen die nodig zijn voor de grootschalige overgang naar duurzame energie, zorgt voor een toename van de mijnbouw in Afrika, waar een groot deel van die minerale hulpbronnen nog steeds niet wordt geëxploiteerd. Dit leidt tot een ontbossing van de tropische regenwouden, waar veel diersoorten, waaronder de mensapen, leven.

Een toename van de Afrikaanse mijnbouw weegt op de lokale populaties mensapen. – Foto: Foto: Pixabay/Sandra Tropp
Het onderzoek van het iDiv schat dat de dreiging van mijnbouw voor mensapen in Afrika enorm is onderschat en dat meer dan een derde van de gehele populatie – bijna 180.000 gorilla’s, bonobo’s en chimpansees – gevaar loopt. De onderzoekers wijzen er bovendien op dat de mijnbouwbedrijven niet verplicht zijn om hun activiteit op het gebied van biodiversiteit bekend te maken, waardoor de werkelijke impact van de mijnbouw op de biodiversiteit en de mensapen in het bijzonder nog groter kan zijn.
De onderzoekers merken op dat binnen een zone van 10 kilometer rond de mijnen directe effecten van de industriële activiteit – zoals de vernietiging van leefgebieden, lichtpollutie en geluidsvervuiling – kunnen worden opgemerkt. Daarnaast wordt ook gewag gemaakt van bufferzones van 50 kilometer rond de mijn met indirecte effecten van de activiteit. Daarbij wordt gewezen naar de aanleg van nieuwe wegen om deze gebieden, die voordien vaak afgelegen waren, te bereiken, terwijl ook rekening moet worden gehouden met een aanzienlijke immigratie van mensen die in en rond de mijnen werk hopen te vinden.
West-Afrika zwaarst getroffen
In de West-Afrikaanse landen Liberia, Sierra Leone, Mali en Guinee bleken volgens de onderzoekers de overlappingen van de mijnbouw met de leefgebieden van mensapen het grootst. De grootste overlapping werd in Guinee gevonden. Daar zouden meer dan 23.000 chimpansees – ongeveer 83 procent van de nationale populatie mensapen, door mijnbouwactiveiten direct of indirect zouden kunnen worden beïnvloed. Er wordt aan toegevoegd dat de meest gevoelige gebieden, waar een sterke activiteit van de mijnbouw gepaard gaat met een grote concentratie van mensapen, niet beschermd blijken.
“Studies naar andere soorten hebben eerder al aangegeven dat de mijnbouw leidt tot een habitatverlies, een verhoogde jachtdruk en ziekte, maar dit is een onvolledig beeld”, zegt onderzoeksleider Jessica Junker, ecoloog bij Re:wild. “Het gebrek aan gegevensuitwisseling door de mijnbouwprojecten belemmert het wetenschappelijk begrip van de werkelijke impact van die activiteiten op de mensapen en hun leefgebied.”
De onderzoekers gaven verder aan dat er een opmerkelijke overlap van de mijnbouw met de kritische biotopen, die door hun unieke biodiversiteit – los van de mensapen – een kritische functie in het natuurbehoud hebben, bestaat. Daarbij wordt gewag gemaakt van een overlap van 20 procent. Voor deze kritische biotopen gelden strenge milieuregels, vooral voor mijnbouwprojecten die financiering zoeken van instellingen zoals de International Finance Corporation (IFC) en andere geldschieters die ecologische voorwaarden stellen.
“Eerdere pogingen om kritische biotopen in Afrika in kaart te brengen, hebben aanzienlijke delen van de leefgebieden van de mensapen over het hoofd gezien”, zeggen de onderzoekers. “Bedrijven die in deze gebieden actief zijn, zouden gepaste programma’s voor mitigatie en compensatie moeten hebben ontwikkeld om hun ecologische impact te minimaliseren. Dat lijkt echter onwaarschijnlijk, aangezien de meeste bedrijven niet beschikken over de gepaste basisgegevens over de diersoorten in de regio om over de acties te informeren.”
Laatste redmiddel
Deze bedrijven zouden volgens de onderzoekers moeten worden aangemoedigd om hun onschatbare gegevens over het onderzoek naar mensapen met de wetenschap te delen. “Dat is een cruciale stap om naar transparante activiteiten te evolueren”, zeggen ze. “Alleen met dergelijke gezamenlijke inspanningen kan de werkelijke omvang van de effecten van de mijnbouwactiviteiten op de mensapen en hun leefgebieden uitgebreid worden ingeschat.”
Hoewel de indirecte en langetermijneffecten van de mijnbouw moeilijk te kwantificeren zijn, reiken ze volgens de wetenschappers vaak veel verder dan de grenzen van het eigenlijke mijnbouwproject. “Momenteel worden deze risico’s vaak genegeerd en worden ze bovendien door de mijnbouwbedrijven afgezwakt”, stippen de onderzoekers aan. “Compensaties zijn dan ook op ramingen van de impact gebaseerd. Dat gebeurt echter onnauwkeurig, waarbij de reële impact meestal wordt onderschat. Bovendien lopen de huidige compensatieprogramma’s zolang de mijnbouwprojecten operationeel zijn. Vaak is er sprake van ongeveer twintig jaar, terwijl de meeste effecten van de mijnbouw op de mensapen permanent zijn.”
“De mijnbouwbedrijven moeten hun impact op de mensapen zoveel mogelijk vermijden”, stippen de onderzoekers nog aan. “Compensatie mag slechts als laatste redmiddel worden gebruikt. Er bestaan momenteel immers geen voorbeelden van succesvolle compensaties voor mensapen. Het vermijden van de impact moet al tijdens de exploratiefase gebeuren, maar helaas is deze fase slecht gereguleerd en de basisgegevens worden door de bedrijven verzameld na vele jaren van exploratie en vernietiging van habitats. Deze gegevens weerspiegelen dan ook niet nauwkeurig de oorspronkelijke staat van de populaties mensapen die zich voor de start van de mijnbouw in het gebied ophouden.”
“Alternatieven voor fossiele brandstoffen hebben een positieve impact op het klimaat, maar dat moet gebeuren op een manier die de biodiversiteit niet in gevaar brengt”, zegt Jessica Junker nog. “In hun huidige vorm kunnen de ontginningen zelfs ingaan tegen de milieudoelstellingen worden nagestreefd. Bedrijven, kredietverstrekkers en overheden moeten erkennen dat het soms beter kan zijn om gebieden onaangeroerd te laten, zodat de klimaatverandering zou kunnen worden beperkt en hulp zou kunnen worden geboden om toekomstige epidemieën te voorkomen.”
Meer over dit onderwerp:
- Australië verbiedt heropening uraniummijn van Rio Tinto
- Indonesië wil Chinese aanwezigheid in nikkelontginning beperken
- Rio Tinto, Byd en LG Energy tonen interesse in Chileense lithiummijn
- Goudwinning in de Amazone heeft op zes jaar tijd een verdubbeling gekend
- Braziliaanse inheemse groepen blokkeren spoorweg van Vale