managing21.be

Managing21: een blik op het heden en de toekomst van de economie.

Amerikaanse wapenbedrijven lonken naar Europese markt

Posted by managing21 on juni 24th, 2025

Vele defensiebedrijven uit de Verenigde Staten proberen een nauwer partnership te sluiten met Europese rivalen. Daarmee hopen de Amerikaanse bedrijven te voorkomen buitengesloten te worden van de militaire uitgaven die in de Europese regio worden gepland. De Amerikaanse ondernemingen proberen niet alleen in Europa toeleveringsketens op te bouwen, maar ook een productie in de regio te starten.

Tijdens de Paris Air Show benadrukten verscheidene vertegenwoordigers van de Amerikaanse defensie-industrie een groot belang te hechten aan de transatlantische banden met hun Europese sectorgenoten, waarbij ze tegelijkertijd beloofden de Europese landen te helpen hun soevereine capaciteiten uit te bouwen.

“Wij kunnen de Europese defensiebedrijven helpen hun eigen soevereine capaciteiten te ontwikkelen”, gaf Bernd Peters, vice-president bedrijfsontwikkeling en strategie bij de defensiedivisie van het Amerikaanse concern Boeing tegenover de Britse zakenkrant Financial Times aan. Anduril, de vakorganisatie van de Amerikaanse defensietechnologie, kondigde een vergelijkbare aanpak aan na de onthulling van een nieuw partnerschap met het Duitse concern Rheinmetall voor de ontwikkeling van drones voor Europa. 

Meer Amerikaanse groepen kijken naar gezamenlijke mogelijkheden voor ontwikkeling en lokale productie. Er moet daarbij volgens Anduril gestreefd worden naar een combinatie van lokale controle, transparantie en aanpassingsvermogen, maar niet tot afhankelijkheid mag leiden.

De hogere Europese defensiebudgetten – aangewakkerd door de oorlog in Oekraïne en de druk van de Amerikaanse president Donald Trump om een grotere bijdrage te leveren – waren volgens analisten een kans die Amerikaanse bedrijven niet wilden laten liggen. Volgens Byron Callan, managing partner van de onderzoeksgroep Capital Alpha Partners, biedt de Europese markt nieuwe kansen.

De toonaangevende Amerikaanse defensiebedrijven hebben langdurige banden met Europa, die een aanzienlijk deel van hun jaarlijkse omzet vertegenwoordigen. Ze hoopten dat hechtere partnerschappen ervoor zouden zorgen dat er op het Europese continent verder zaken zouden kunnen blijven worden gedaan. De Europese regio vertegenwoordigde vorig jaar ongeveer 11 procent van de jaarlijkse omzet van zowel Lockheed Martin als Raytheon Technologies (RTX). Meerdere Europese legers beschikken over het gevechtsvliegtuig F-35 van Lockheed, terwijl de Patriot-raket van Raytheon verreweg marktleider was op het gebied van luchtverdediging.

Lockheed en Raytheon hebben de voorbije wee jaar verregaande productie-partnerschappen op het Europese continent aangekondigd. Lockheed zou een grootschalige raketproductie opzetten met Rheinmetall, terwijl een joint venture tussen Raytheon en de Europese raketfabrikant MBDA in Duitsland voor de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie Patriot-raketten zou produceren.

Thomas Laliberty, president verdedigingssystemen bij Raytheon, zei dat landen ten aanzien van soevereiniteit verschillende benaderingen hanteren. “Raytheon probeert elke benadering te begrijpen en partners zoveel mogelijk te helpen om aan de gestelde eisen te voldoen”, beklemtoonde Laliberty. Frank St. John, chief operating officer bij Lockheed Martin, benadrukte dat het bedrijf niet alleen zijn toeleveringsketen in Europa uitbreidde, maar ook productiefaciliteiten opzette.

De partnerschappen van het bedrijf zouden Raytheon volgens Laliberty goed van pas komen, aangezien Europa meer binnen de eigen regio wil inkopen. “Raytheon zal immers een partner zijn van Europese landen en bedrijven”, beklemtoonde hij. “Lockheed zorgt ervoor dat de partnerschappen in aanmerking zouden komen voor de financiering van de regio en aan de Europese eisen konden voldoen.”

Boeing benadrukte te onderzoeken welke samenwerkingsmogelijkheden er beschikbaar zouden zijn. Bernd Peters gaf aan dat het bedrijf graag de gezamenlijke ontwikkelingsaanpak die Boeing met Australië hanteerde voor de ontwikkeling van het onbemand gevechtsvliegtuig MQ-28 Ghost Bat in Europa wilde repliceren.

ITAR

Er blijft echter de vraag of de Verenigde Staten onder het presidentschap van Donald Trump een betrouwbare bondgenoot kon zijn. Dit heeft in Europa geleid tot oproepen om van de aankoop van Amerikaanse wapens af te stappen en de afhankelijkheid van geïmporteerde wapens af te bouwen. Er heerste in de Europese defensiesector een grote bekommernis dat bedrijven in de toekomst problemen zouden kunnen ondervinden bij de export van nieuwe apparatuur of het verkrijgen van een software-upgrade.

Een wapen dat onderworpen is aan de Amerikaanse International Traffic in Arms Regulations (ITAR), mag zonder toestemming en steun van de Verenigde Staten niet aan een externe partij worden geleverd. Hoewel de beperkingen niet nieuw zijn, gaven managers uit de defensiesector aan dat vragen over de betrouwbaarheid van de Verenigde Staten als partner bij sommige bondgenoten tot discussie hadden geleid.

Eric Béranger, algemeen directeur van MBDA, zei dat het bedrijf een samenwerking met Amerikaanse partners weliswaar waardeert, maar benadrukte dat de individuele regeringen zullen bepalen of ze een blootstelling aan ITAR willen riskeren. “Er heersen daarbij onder de landen verschillende opvattingen”, benadrukte hij.

Roberto Cingolani, directeur van het Italiaanse defensiebedrijf Leonardo, benadrukte at het belangrijk was om de interoperabiliteit van wapens binnen de Navo te waarborgen. Leonardo maakt deel uit van een consortium met het Britse BAE Systems en het Japanse Mitsubishi Heavy Industries dat een volgende generatie gevechtsvliegtuig ontwikkelt. Sommige analisten hebben zich afgevraagd of het project opzettelijk zou proberen vrij te blijven van Amerikaanse componenten. Volgens Cingolani zijn binnen ITAR duidelijke afspraken absoluut noodzakelijk.

“Om wapens tussen geallieerde landen interoperabel te maken, is het belangrijk ervoor te zorgen dat individuele naties de mogelijkheid hebben om de benodigde software of componenten indien nodig aan te passen of te upgraden”, beklemtoonde Cingolani.

Bestuurders van de Amerikaanse industrie merkten op dat de recente stappen van de Verenigde Staten om het buitenlandse militaire verkoopproces te hervormen, het voor defensiebedrijven gemakkelijker zou moeten maken om in het buitenland zaken te doen. Europese bestuurders benadrukten dat het continent de capaciteiten had om zichzelf te verdedigen, maar gaven toe dat dit tijd zou kosten. “Europa heeft de hersenen, de industriële middelen, de mensen en zelfs het geld om een succesvolle soevereine defensiesector uit te bouwen”, beklemtoonde Béranger. “Er is echter ook een politieke bereidheid noodzakelijk.”