managing21.be

Managing21: een blik op het heden en de toekomst van de economie.

Verdere verschuiving in wereldwijd wetenschappelijk landschap

Posted by managing21 on juli 2nd, 2025

Er is in het wereldwijde onderzoekslandschap een duidelijke verschuiving merkbaar. Dat blijkt uit een analyse over de wetenschappelijke onderzoeksactiviteit het voorbije jaar door de database Nature Index, gebaseerd op publicaties in 145 wetenschappelijke magazines. Daarbij werd duidelijk dat China zijn voorsprong in onderzoeksresultaten verder heeft uitgebreid.

China stak in 2023 de Verenigde Staten voorbij als wereldwijde leider in wetenschappelijk onderzoek. Sindsdien heeft het Aziatische land zijn voorsprong verder uitgebouwd. China behaalde in de Nature Index het voorbije jaar een score van 32.122 punten. Dat betekende een stijging met 17 procent tegenover het jaar voordien. In de top tien van instellingen met de meeste publicaties, was China vorig jaar met acht instellingen vertegenwoordigd. Het jaar voordien was er sprake van zeven Chinese vermeldingen in de top tien.

“De gegevens weerspiegelen een ingrijpende verschuiving in het wereldwijde onderzoekslandschap”, betoogde Simon Baker, hoofdredacteur van Nature Index, in een commentaar op de resultaten. “De voortdurende investeringen die China in wetenschap en technologie heeft gedaan, vertalen zich in een snelle, aanhoudende groei van hoogwaardige onderzoeksresultaten, die op gebieden zoals natuurwetenschappen en scheikunde nu de voorheen dominante westerse landen, waaronder de Verenigde Staten, ver overtreffen.”

De resultaten maken verder duidelijk dat de Aziatische regio in zijn geheel een grotere dominantie in het wereldwijde wetenschappelijk onderzoek opbouwt. Dat gaat gepaard met een daling van het aantal topposities voor westerse instellingen in de rangschikking. Naast China bleken Zuid-Korea en India de enige naties in de top tien van de landenrangschikking die hun aandeel in het wereldwijde wetenschappelijk onderzoek het voorbije jaar – met respectievelijk 4,1 procent en 2 procent – verder zagen oplopen. 

Zuid-Korea liet zich vooral gelden op het gebied van biologie en natuurkunde en steeg in de landenrangschikking daarbij – ten koste van Canada – van een achtste naar een zevende plaats. Singapore steeg van een achttiende naar een zestiende plaats en boekte daarbij tegenover het jaar voordien een vooruitgang van 7 procent. De stadstaat dankte die vooruitgang vooral aan uitstekende onderzoeksresultaten op het gebied van gezondheid en leefmilieu. In de top twintig kon alleen China een sterkere groei laten registreren. De uitzondering op de Aziatische vooruitgang was Japan, dat een daling met 7 procent diende te laten optekenen.

Achteruitgang westerse landen

Voorheen dominante westerse landen registreerden voor het tweede jaar op rij een daling, waarbij Canada, Frankrijk, Zwitserland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten allemaal een daling van minstens 7 procent noteerden. Australië en Duitsland konden de terugval tot minder dan 3 procent beperken.

Bij de instellingen behield de Chinese Academy of Sciences(CAS) zijn eerste plaats, gevolgd door de Amerikaanse Harvard University, die in zijn puntentotaal echter wel een terugval met 18 procent moest melden. De University of Science and Technology of China eindigde op de derde plaats, terwijl de Zhejiang University van de tiende naar de vierde plaats steeg.

Vele westerse instellingen dienden in de rangschikking terrein prijs te geven. De Duitse Max-Planck-Gesellschaft zakte van de vierde naar de negende plaats, terwijl het Franse Centre National de la Recherche Scientifique (CNRS) voor de eerste keer uit de top tien viel en op de dertiende plaats eindigde. De Amerikaanse Stanford University daalde van een vijftiende naar een zestiende plaats. Het Massachusetts Institute of Technology (MIT) viel van een veertiende naar een zeventiende plaats terug. De Amerikaanse National Institutes of Health ging van een twintigste naar een vierentwintigste plek.

Meer over dit onderwerp: