managing21.be

Managing21: een blik op het heden en de toekomst van de economie.

Topmanagers worden narcistischer

Posted by managing21 on juli 10th, 2007

Topmanagers lijken almaar narcistischer te worden. Hun verlangen naar drama en aandacht leidt tot grote overnames en gewaagde acties. Dat blijkt uit een studie van de Pennsylvania State University. Daarbij wordt gesteld dat topmanagers met een heel hoge dunk van zichzelf, meer extreme en wisselvallige resultaten neerzetten dan hun meer bescheiden collega’s. Gemiddeld gezien presteren ze echter niet beter of slechter dan topmanagers met een kleinere eigenliefde.

“In de Verenigde Staten groeit de overtuiging dat bedrijfsleiders meer en meer narcistisch worden,” voert onderzoeksleider Donald Hambrick, docent management aan de Pennsylvania State University, aan in Het Financieele Dagblad. “Deze trend lijkt zich echter steeds meer te verspreiden naar de rest van de wereld. Omdat ze veel aandacht en applaus nodig hebben, verkiezen narcistische topmanagers dramatische acties, zoals grote overnames, boven een geleidelijke groei.”

De trend van narcistische managers is volgens Hambrick te verklaren door de enorme veranderingen die de bedrijfswereld tijdens de voorbije twintig jaar heeft ondergaan. Hij wijst daarbij op het toenemend belang van aandelenopties als vergoeding, de grotere aandacht van de media voor de persoon van de manager, de cultuur van celebrities en het feit dat steeds vaker managers weggeplukt worden bij andere bedrijven.

Deze elementen zorgen er volgens Hambrick voor dat narcistische persoonlijkheden zich aangetrokken voelen tot de positie van manager. Hij voegt er aan toe dat narcisme meer dan gemiddeld aanwezig is in het wereldje van de managers. “Narcisme drijft mensen immers naar posities met macht en invloed,” voert hij aan. “Dit narcisme heeft duidelijk gevolgen voor de gevoerde strategie en bedrijfsprestaties.”

Narcistische leiders kiezen volgens Hambrick voor een grotere strategische dynamiek en grandiositeit dan hun meer bescheiden collega’s. “Narcistische managers willen drama,” benadrukt hij. “Ze hebben immers aandacht en applaus nodig. Daarom kiezen ze voor gedurfde en zichtbare acties in plaats van de langzame verbetering van de status-quo.” Het gaat daarbij onder meer om grootschalige productlanceringen, agressieve internationale expansies overnames.

In hun hoogmoed denken narcistische managers dat ze beter zullen presteren dan het management van het overnamedoelwit. “Daardoor betalen ze soms te forse overnamepremies,” benadrukt Hambrick. “Het grote zelfvertrouwen en optimisme van narcistische managers zorgt er overigens in het algemeen voor dat ze hogere slaagkansen toekennen aan projecten die anderen als heel risicovol beschouwen.”

Gedurfde acties en strategische veranderingen vertalen zich volgens de onderzoekers ook in meer extreme en wisselvallige resultaten voor bedrijven die onder de hoede van een narcistische manager staan. “Stevige winstcijfers worden afgewisseld met enorme verliezen,” aldus Hambrick. “Gemiddeld gezien presteren narcistische managers echter niet significant beter of slechter dan meer bescheiden leiders.”

Voor Hambrick passen narcistische managers het best in heel dynamische sectoren, zoals computers en software, technologie, mode, cosmetica, en media en entertainment. Deze sectoren kenmerken zich volgens hem door een grote volatiliteit en bieden managers meer mogelijkheden om keuzes te maken. De sterk schommelende resultaten van deze figuren kunnen volgens Hambrick wel verborgen kosten met zich meebrengen voor aandeelhouders, klanten of het personeel.