managing21.be

Managing21: een blik op het heden en de toekomst van de economie.

Archive for the 'milieu' Category

Dreiging van mijnbouw voor Afrikaanse mensapen is enorm onderschat

Posted by managing21 on 27th juli 2024

De dreiging van de mijnbouw voor de populatie mensapen in Afrika is enorm onderschat. Dat blijkt uit een onderzoek van wetenschappers aan het Deutsches Zentrum für integrative Biodiversitätsforschung (iDiv), de Martin Luther Universiteit Halle-Wittenberg (MLU) en de natuurorganisatie Re:wild, gebaseerd op een analyse van mijnbouwlocaties in zeventien Afrikaanse landen.

De stijgende vraag naar cruciale mineralen, zoals koper, lithium, nikkel, kobalt en andere zeldzame aardmetalen die nodig zijn voor de grootschalige overgang naar duurzame energie, zorgt voor een toename van de mijnbouw in Afrika, waar een groot deel van die minerale hulpbronnen nog steeds niet wordt geëxploiteerd. Dit leidt tot een ontbossing van de tropische regenwouden, waar veel diersoorten, waaronder de mensapen, leven.

Een toename van de Afrikaanse mijnbouw weegt op de lokale populaties mensapen. – Foto: Foto: Pixabay/Sandra Tropp

Het onderzoek van het iDiv schat dat de dreiging van mijnbouw voor mensapen in Afrika enorm is onderschat en dat meer dan een derde van de gehele populatie – bijna 180.000 gorilla’s, bonobo’s en chimpansees – gevaar loopt. De onderzoekers wijzen er bovendien op dat de mijnbouwbedrijven niet verplicht zijn om hun activiteit op het gebied van biodiversiteit bekend te maken, waardoor de werkelijke impact van de mijnbouw op de biodiversiteit en de mensapen in het bijzonder nog groter kan zijn.

De onderzoekers merken op dat binnen een zone van 10 kilometer rond de mijnen directe effecten van de industriële activiteit – zoals de vernietiging van leefgebieden, lichtpollutie en geluidsvervuiling – kunnen worden opgemerkt. Daarnaast wordt ook gewag gemaakt van bufferzones van 50 kilometer rond de mijn met indirecte effecten van de activiteit. Daarbij wordt gewezen naar de aanleg van nieuwe wegen om deze gebieden, die voordien vaak afgelegen waren, te bereiken, terwijl ook rekening moet worden gehouden met een aanzienlijke immigratie van mensen die in en rond de mijnen werk hopen te vinden.

West-Afrika zwaarst getroffen

In de West-Afrikaanse landen Liberia, Sierra Leone, Mali en Guinee bleken volgens de onderzoekers de overlappingen van de mijnbouw met de leefgebieden van mensapen het grootst. De grootste overlapping werd in Guinee gevonden. Daar zouden meer dan 23.000 chimpansees – ongeveer 83 procent van de nationale populatie mensapen, door mijnbouwactiveiten direct of indirect zouden kunnen worden beïnvloed. Er wordt aan toegevoegd dat de meest gevoelige gebieden, waar een sterke activiteit van de mijnbouw gepaard gaat met een grote concentratie van mensapen, niet beschermd blijken.

“Studies naar andere soorten hebben eerder al aangegeven dat de mijnbouw leidt tot een habitatverlies, een verhoogde jachtdruk en ziekte, maar dit is een onvolledig beeld”, zegt onderzoeksleider Jessica Junker, ecoloog bij Re:wild. “Het gebrek aan gegevensuitwisseling door de mijnbouwprojecten belemmert het wetenschappelijk begrip van de werkelijke impact van die activiteiten op de mensapen en hun leefgebied.”

De onderzoekers gaven verder aan dat er een opmerkelijke overlap van de mijnbouw met de kritische biotopen, die door hun unieke biodiversiteit – los van de mensapen – een kritische functie in het natuurbehoud hebben, bestaat. Daarbij wordt gewag gemaakt van een overlap van 20 procent. Voor deze kritische biotopen gelden strenge milieuregels, vooral voor mijnbouwprojecten die financiering zoeken van instellingen zoals de International Finance Corporation (IFC) en andere geldschieters die ecologische voorwaarden stellen.

“Eerdere pogingen om kritische biotopen in Afrika in kaart te brengen, hebben aanzienlijke delen van de leefgebieden van de mensapen over het hoofd gezien”, zeggen de onderzoekers. “Bedrijven die in deze gebieden actief zijn, zouden gepaste programma’s voor mitigatie en compensatie moeten hebben ontwikkeld om hun ecologische impact te minimaliseren. Dat lijkt echter onwaarschijnlijk, aangezien de meeste bedrijven niet beschikken over de gepaste basisgegevens over de diersoorten in de regio om over de acties te informeren.”

Laatste redmiddel

Deze bedrijven zouden volgens de onderzoekers moeten worden aangemoedigd om hun onschatbare gegevens over het onderzoek naar mensapen met de wetenschap te delen. “Dat is een cruciale stap om naar transparante activiteiten te evolueren”, zeggen ze. “Alleen met dergelijke gezamenlijke inspanningen kan de werkelijke omvang van de effecten van de mijnbouwactiviteiten op de mensapen en hun leefgebieden uitgebreid worden ingeschat.”

Hoewel de indirecte en langetermijneffecten van de mijnbouw moeilijk te kwantificeren zijn, reiken ze volgens de wetenschappers vaak veel verder dan de grenzen van het eigenlijke mijnbouwproject. “Momenteel worden deze risico’s vaak genegeerd en worden ze bovendien door de mijnbouwbedrijven afgezwakt”, stippen de onderzoekers aan. “Compensaties zijn dan ook op ramingen van de impact gebaseerd. Dat gebeurt echter onnauwkeurig, waarbij de reële impact meestal wordt onderschat. Bovendien lopen de huidige compensatieprogramma’s zolang de mijnbouwprojecten operationeel zijn. Vaak is er sprake van ongeveer twintig jaar, terwijl de meeste effecten van de mijnbouw op de mensapen permanent zijn.”

“De mijnbouwbedrijven moeten hun impact op de mensapen zoveel mogelijk vermijden”, stippen de onderzoekers nog aan. “Compensatie mag slechts als laatste redmiddel worden gebruikt. Er bestaan momenteel immers geen voorbeelden van succesvolle compensaties voor mensapen. Het vermijden van de impact moet al tijdens de exploratiefase gebeuren, maar helaas is deze fase slecht gereguleerd en de basisgegevens worden door de bedrijven verzameld na vele jaren van exploratie en vernietiging van habitats. Deze gegevens weerspiegelen dan ook niet nauwkeurig de oorspronkelijke staat van de populaties mensapen die zich voor de start van de mijnbouw in het gebied ophouden.”

“Alternatieven voor fossiele brandstoffen hebben een positieve impact op het klimaat, maar dat moet gebeuren op een manier die de biodiversiteit niet in gevaar brengt”, zegt Jessica Junker nog. “In hun huidige vorm kunnen de ontginningen zelfs ingaan tegen de milieudoelstellingen worden nagestreefd. Bedrijven, kredietverstrekkers en overheden moeten erkennen dat het soms beter kan zijn om gebieden onaangeroerd te laten, zodat de klimaatverandering zou kunnen worden beperkt en hulp zou kunnen worden geboden om toekomstige epidemieën te voorkomen.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in grondstoffen, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Dreiging van mijnbouw voor Afrikaanse mensapen is enorm onderschat

Robusta alternatief om productieverlies arabica-koffie te compenseren

Posted by managing21 on 27th juli 2024

Tegen het midden van deze eeuw zal de productie van de Coffee arabica met ongeveer 80 procent afnemen. Het verlies moet aan de klimaatverandering worden toegeschreven. Overschakelen op de productie van Coffea canephora (robusta) kan voor het probleem een mogelijke oplossing bieden. Dat blijkt uit een studie onder leiding van wetenschappers aan het Institute of Food and Agricultural Sciences (Ifas) van de University of Florida, die gedurende vijf jaar op drie locaties in Brazilië de eigenschappen van de twee verschillende soorten hebben getest.

“Wereldwijd drinken consumenten meer dan 2,2 miljard koppen koffie per dag”, zegt onderzoeksleider Felipe Ferrao, professor tuinbouwwetenschappen aan de University of Florida. “Die voorraad wordt wereldwijd door meer dan 100 miljoen boeren geproduceerd. De drank wordt op basis van twee soorten – arabica en robusta – geproduceerd. Historisch gezien geven koffiedrinkers aan arabica-bonen – vanwege hun specifieke smaak en aroma – de voorkeur. Maar door de klimaatverandering zal ongeveer 80 procent van de arabica-productie afnemen. Er zullen dan ook alternatieven moeten worden gevonden.” 

Onderzoeker Felipe Ferrao tussen koffieplanten. – Foto: Cat Wofford/University of Florida-Ifas

Ferrao zegt dat er twee alternatieven kunnen worden gebruikt om het tekort aan arabica-koffie op te vangen. “Men zou de koffieteelt kunnen aanpassen aan deze nieuwe omgeving, maar ook zou men zich kunnen richten op soorten die tegenover de klimaatverandering een grotere veerkracht tentoon spreiden. Uit onderzoek is daarbij gebleken dat robusta-koffie een goede kandidaat zou kunnen zijn om arabica aan te vullen.”

De voorbije decennia is de productie van robusta-koffie met ongeveer 30 procent toegenomen”, verduidelijkt Ferrao. “Dat betekent voor de koffieketen een aanzienlijke verbetering. Over het algemeen produceert robusta meer koffie dan arabica. De soort heeft ook minder input van meststoffen en water nodig. De robusta-plan is ook veel veerkrachtiger. Er zal nu moeten gezocht worden naar oplossingen om te kunnen voldoen aan de vraag naar kwaliteit en productiviteit die de koffieketen vereist. In die zin kunnen genetica en veredeling-studies basiselementen bieden voor een beter begrip van de factoren die de kwaliteit beïnvloeden.”

Grote flexibiliteit

De studie toonde aan dat robusta over een grote flexibiliteit beschikt en in hooggelegen gebieden kan groeien. “De soort combineert een hoog productieniveau met een uitstekende kwaliteit”, benadrukte Ferrao. “Robusta kan bovendien ook een ecologische meerwaarde bieden. De soort levert met minder middelen een grotere productie op en kan zich ook aanpassen aan verschillende weersomstandigheden, maar ook aan nieuwe productiemethodes.”

Nu de tests in Brazilië goede resultaten hebben opgeleverd, willen de wetenschappers achterhalen of de robusta-plant ook in Florida kan groeien. “Florida biedt andere bodemeigenschappen, terwijl ook de neerslag en temperatuur belangrijke verschillen met Brazilië kunnen worden opgemerkt”, benadrukt Ferrao. “Die veranderde omstandigheden zullen ongetwijfeld een invloed hebben op de productie en kwaliteit van de koffie.  Daarnaast is het ook de bedoeling te telen in Pierson (Volusia County), terwijl tevens een indoor productie is voorzien in Noord-Florida.” Indien ook hier positieve resultaten worden verkregen, zou de Amerikaanse staat een nieuw centrum van de wereldwijde koffieproductie kunnen worden.

De voorbije decennia is de teelt van robusta gestaag gegroeid. In het begin van de jaren negentig vertegenwoordigde de soort 25 procent van de wereldwijde koffieproductie, maar dat aandeel is inmiddels tot 40 procent gestegen. Tot nu toe had arabica een duidelijk meerderheidsaandeel in de wereldwijde koffieconsumptie, maar de voorbije jaren heeft robusta een duidelijke inhaalbeweging ingezet. Alleen al wereldwijd werden er het voorbije productiejaar van de robusta wereldwijd 117 miljoen zakken van 60 kilogram geconsumeerd. Dat betekende een stijging met 2,2 procent tegenover het jaar voordien. Tegenover vier jaar geleden was er zelfs sprake van een toename met 4,5 procent.

Momenteel nemen vijf landen 74 procent van de wereldwijde koffieproductie voor hun rekening. Kleinschalige boeren zorgen voor 60 procent van dit productie.

Meer over dit onderwerp:

Posted in milieu, voeding & horeca | Reacties uitgeschakeld voor Robusta alternatief om productieverlies arabica-koffie te compenseren

Wilde haaien voor de kust van Brazilië testen positief op cocaïne

Posted by managing21 on 25th juli 2024

Wilde haaien die voor de kust van Brazilië leven, hebben bij tests een positief resultaat voor de consumptie van cocaïne laten optekenen. Die conclusies maken duidelijk op welke manier het menselijke druggebruik het leven in de zee schade kan toebrengen. Dat blijkt uit een studie door wetenschappers van de Oswaldo Cruz Foundation (Fiocruz), een Braziliaanse wetenschappelijke instelling, die de lichamen hadden onderzocht van dertien scherpsnuithaaien (Rhizoprionodon lalandii) die voor een strand in Rio de Janeiro in vissersnetten terecht waren gekomen.

De wetenschappers ontdekten dat alle onderzochte dieren cocaïne in hun lichaam hadden. Eerder studies hadden ook al aangewezen dat sporen van cocaïne konden worden aangetrokken in het water van de lokale riolen, rivieren en de zee. Aanwijzingen van de drug werden ook al in andere zeedieren, zoals garnalen, aangetroffen. Verder is gebleken dat hoge niveaus van cocaïne in Santos Bay, in de Braziliaanse staat São Paulo, ernstige toxicologische effecten veroorzaakten bij dieren zoals bruine mosselen, oesters en paling.

De haaien voor de kust van Rio de Janeiro testen positief op cocaïne. – Foto: Pixabay/Gregor Mima

De concentraties die bij de haaien in Rio de Janeiro werden aangetroffen, bleken echter honderd keer hoger te liggen dan bij andere zeedieren. Volgens de onderzoekers is het moeilijk vast te stellen op welke manier de cocaïne in de haaien terecht is gekomen. “Mogelijk zijn er voorraden tijdens het overladen van de drugs in zee gevallen, maar het kan ook zijn dat de cocaïne in zee is gedumpt door smokkelaars die op het punt stonden om door de autoriteiten te worden onderschept.”, voeren de wetenschappers aan. “Het is ook mogelijk dat de cocaïne door de riolen in de zee is terechtgekomen en vervolgens door de haaien is opgenomen.”

Braziliaanse dieet

“Ongeacht de herkomst van de drug tonen de resultaten dat in Brazilië cocaïne op grote schaal wordt verhandeld en getransporteerd”, zegt onderzoeksleider Enrico Mendes Saggioro, professor milieugezondheid aan de Oswaldo Cruz Foundation. “Cocaïne heeft in de natuur een lage halfwaardetijd. Wanneer er sporen van de drug in de haaien worden gevonden, moet worden geconcludeerd dat er veel drugs in het leefmilieu terechtkomen.”

Brazilië produceert zelf geen grote hoeveelheden cocaïne, maar is wel een belangrijke exporteur van de drug. Onder meer machtige straatbendes zoals First Capital Command (PCC) verschepen grote hoeveelheden van de drugs in zeecontainers naar Europa.

Saggioro zegt in andere onderzoeken al cocaïne te hebben aangetroffen in rivieren die in de buurt van Rio de Janeiro in de zee uitmonden, maar voegt eraan toe verrast te zijn om de drug in de haaien, bovendien op een verbazend hoog niveau, aan te treffen. “Bovendien moet worden opgemerkt dat de scherpsnuithaai een populair onderdeel van het Braziliaanse dieet”, geeft de wetenschapper aan. “Hierdoor is er een grotere mogelijkheden dat restanten van cocaïne van de vis op de mens kunnen worden overgedragen. We weten niet welke impact dit op de mens kan hebben. Dit zal uit toekomstig onderzoek moeten blijken, maar de resultaten van dit onderzoek moeten als een duidelijk waarschuwingssignaal worden opgevat.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in milieu | Reacties uitgeschakeld voor Wilde haaien voor de kust van Brazilië testen positief op cocaïne

Toeristisch succes Albanië bedreigt lokale gemeenschappen

Posted by managing21 on 24th juli 2024

Albanië kan bij toeristen op een toenemende interesse rekenen. Dat succes heeft ook belangrijke economische voordelen, maar er blijven een aantal knelpunten. Inwoners van de vallei van de Shushica, een rivier die een spectaculaire route door het zuiden van Albanië volgt, vrezen dat de grote toeristische interesse een aantal belangrijke problemen zal creëren.

Activisten merken op dat de Shushica gevaar loopt door een project dat een gedeelte van de stroom zou omleiden. Door het succesvol toerisme is er langs de honderden kilometer ongerepte kustlijn van Albanië immers een enorme bouwgolf op gang gekomen. Die nieuwe ontwikkeling consumeert echter grote hoeveelheden water, wat heeft geleid tot een nieuw gevecht tussen de lokale bevolking en projectontwikkelaars. Actievoerders merken op dat deze bouwprojecten ertoe zouden leiden dat een deel van de stroom zou worden omgeleid. 

Albanië geniet bij toeristen een groeiende populariteit. – Foto: Pixabay/Ledia Kokalari

De problemen zijn vergelijkbaar met andere gevechten rond de intensieve ontwikkeling in Albanië, dat zich bijzonder open stelt voor nieuwe investeringen om uit tientallen jaren van diepe armoede, als gevolg van het communistische regime en de ongelijke heropleving na het verdwijnen van het IJzeren Gordijn, te kunnen ontsnappen. De lokale bevolking verzet zich echter tegen de aangevraagde omleiding van de Shushica, die een aantal projectontwikkelingen van water zouden moeten voorzien. De tegenstanders zeggen echter dat de omleiding hun eigen economische overleving in het gedrang zou brengen.

Een aantal dorpen uit de vallei van de Shushica in het zuiden van Albanië hebben zich verenigd tegen een nieuw project om water van de rivier naar een nabijgelegen project aan de kust te leiden. “Het gevecht om het water is de strijd voor onze kinderen en onze toekomst”, voeren de bewoners aan. “Dit water is ons leven en we zullen doorgaan met de strijd om de rivier te verdedigen.”

De werken aan een pijpleiding gingen vijf jaar geleden van start. Voor het project werd bij de Duitse KfW Entwicklungsbank een lening van 9,5 miljoen euro afgesloten. Na protesten van de lokale bevolking, zijn de werken aan de omleiding van de rivier echter tijdelijk opgeschort. Gewacht wordt tot de milieueffectrapportage over het omstreden project is afgerond. Wanneer het project wordt hervat, zullen tientallen buizen worden gebruikt voor de aanleg van een leiding die het water over een afstand van zeventien kilometer van één van de bronnen van de Shushica naar de Ionische kust, waar het toerisme een hoge vlucht neemt, moet leiden.

Belangrijkste uitdaging

Plaatselijke bewoners roepen de autoriteiten echter op om het plan te schrappen. Woordvoerders van de actievoerders zeggen dat in het verleden ook al soortgelijke projecten zijn overwogen, maar door de dreigende sociale, economische en ecologische gevolgen werden die plannen uiteindelijk nooit uitgevoerd.

De Shushica is tachtig kilometer lang en is een van de zijrivieren van de Vjosa, één van de laatste waterwegen in Europa die niet door dijken zijn versterkt. Vorig jaar werd het gebied door de Albanese regering tot nationaal park uitgeroepen. De classificatie garandeert het hoogste niveau van bescherming voor de stroom en haar zijrivieren. “In een nationaal park is het verboden om rivierwater om te leiden”, merkte Besjana Guri, woordvoerder van de milieugroep EcoAlbania, op. “Een dergelijk project zou niet alleen gevolgen hebben voor de biodiversiteit en het ecosysteem, maar ook voor de lokale economie, die van de rivier afhankelijk is.”

Mirela Kumbaro, de Albanese minister van leefmilieu, weerlegde de kritiek van de milieugroepen en betoogde dat het project geen inbreuk maakt op een beschermd gebied. “De bron die voor het aquaduct in kwestie gebruikt zal worden, ligt niet in het nationale park”, vertelde Kumbaro. “Bovendien moeten investeringen in het land worden gestimuleerd. De Albanese regering heeft er nooit een geheim van gemaakt de ambitie te hebben om een duurzaam elitetoerisme te ontwikkelen, in harmonie met het leefmilieu.”

De druk van milieugroepen op de Albanese regering om actie te ondernemen is echter toegenomen. Recent demonstreerden activisten uit heel Albanië en buurland Bosnië bij de stenen brug van Brataj tegen het project. “Wanneer men ons water afneemt, ruïneert men tegelijkertijd onze toekomst”, benadrukten de actievoerders. “Dit zou het einde van onze landbouw en onze veestapel zijn. We voeren dan ook een strijd om te overleven.”

De meeste demonstranten zeiden de economische ontwikkeling van het land te steunen, maar riepen de Albanese regering op om meer duurzame oplossingen te zoeken. Daarbij wordt nog opgemerkt dat de Shuchica ook door de klimaatverandering wordt getroffen, waardoor er op sommige locaties in de riveri nog maar weinig water staat.

Albanië is rijk aan water en telt meer dan honderdvijftig rivieren en beken. Critici merken echter op dat een slecht beheer van dat alaam geregeld tot watertekorten leidt. “Door de klimaatverandering moeten we ons op alle scenario’s voorbereiden,”  betoogde Ferdinand Bego, professor natuurwetenschappen aan de Universiteti i Tiranës. “De strijd om het water is dan ook de belangrijkste uitdaging van het nieuwe millennium.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in milieu, toerisme | Reacties uitgeschakeld voor Toeristisch succes Albanië bedreigt lokale gemeenschappen

Brazilië wil artificiële intelligentie inzetten in strijd tegen roadkill

Posted by managing21 on 22nd juli 2024

In Brazilië kost het autoverkeer aan veel wilde dieren het leven. Gehoopt wordt echter dat met behulp van artificiële intelligentie een antwoord op het probleem kan worden gevonden. De technologie zou bestuurders op de aanwezigheid van de dieren moeten wijzen. Het wegverkeer vormt momenteel in Brazilië – het land met de grootste biodiversiteit van de hele wereld – volgens de experts de zwaarste directe bedreiging voor de natuur.

In Brazilië maakt het autoverkeer bij de gewervelde dierenpopulatie elk jaar gemiddeld 475 miljoen slachtoffers. Dit betekent dat elke seconde zestien dieren door auto’s worden gedood. Dat blijkt uit cijfers van het Centro Brasileiro de Estudos em Ecologia de Estradas (CBEE), het Braziliaanse centrum voor verkeersecologie. De slachtoffers zijn vooral kleinere zoogdieren, zoals capibara’s, gordeldieren en buidelratten. “Het wegverkeer betekent voor talloze diersoorten – die gedwongen worden om steeds dichter bij de mens te leven – in Brazilië de grootste bedreiging”, beklemtoonde Alex Bager, topman van het centrum voor verkeersecologie.

De jaguarundi is één van de vijf diersoorten die in Brazilië het meest door roadkill worden getroffen. – Foto: Pixabay/Denis Doukhan

Gehoopt wordt dat een computermodel kan helpen om het probleem aan te pakken. Het model werd ontwikkeld door Gabriel Souto Ferrante, informaticus aan de Universidade de São Paulo (USP). Daarbij vertrok Ferrante met een registratie van vijf diersoorten – de poema, de reuzenmiereneter, de tapir, de manenwolf en de jaguarundi – die het meest onder het wegverkeer zouden lijden. Vervolgens creëerde Ferrante een database met duizenden afbeeldingen van de dieren. Op basis daarvan werd een programma met artificiële intelligentie geleerd om de soorten in realtime te herkennen.

Mensenlevens

Om de resultaten van de studie in het verkeer toe te kunnen passen, zullen de wetenschappers volgens Ferrante steun nodig hebben van de bedrijven die de wegen beheren. “Daarvoor is een toegang nodig tot verkeerscamera’s en apparaten die in realtime aan de bestuurders – zoals ook het geval is bij sommige navigatiesystemen – aan de bestuurders informatie over de aanwezigheid van dieren kunnen doorgeven. Ferrante voegde eraan toe dat de meldingen tevens de consessiehouders zouden moeten aanzetten om de dieren te verwijderen of te vangen. Hij merkte nog op dat de inzet van de technologie ook in staat zou zijn om mensenlevens te redden.

“Diverse andere strategieën om de roadkill op de Braziliaanse wegen te stoppen, hebben gefaald”, benadrukte Bager. “Bewegwijzering die automobilisten op risicovolle locaties waarschuwt om aandacht te hebben voor overstekende dieren, blijkt weinig invloed te hebben. De aangebrachte borden leiden gemiddeld slechts tot een snelheidsvermindering van 3 procent. Er zijn ook bruggen en tunnels aangelegd om dieren te helpen veilig de wegen te kunnen oversteken, net zoals hekken die bedoeld zijn om de dieren in een gebied te houden. Maar al die maatregelen bleken onvoldoende om de omvang van het probleem aan te pakken.”

Tien jaar geleden creëerde Bager samen met een aantal andere ecologen de applicatie Urubu. Dat programma verzamelde informatie die duizenden weggebruikers doorgaven over de verkeersongevallen die aan dieren het leven hadden gekost. Hierdoor konden een aantal hotspots van het probleem worden geïdentificeerd. Het project heeft ook geholpen het publieke bewustzijn over het knelpunt te vergroten en heeft zelfs geleid tot een wetsvoorstel dat een veilige circulatie van dieren moest ondersteunen.

Door een gebrek aan financiële middelen werd de applicatie vorig jaar stopgezet, maar Bager is van plan om Urubu opnieuw te activeren. “Brazilië krijgt steeds meer wegen, waar ook meer voertuigen passeren”, stelde hij. “Indien er niet wordt ingegrepen, dreigt de roadkill langs de Braziliaanse wegen nog te zullen verergeren.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in milieu, Mobility | Reacties uitgeschakeld voor Brazilië wil artificiële intelligentie inzetten in strijd tegen roadkill

Beluga-walvissen laten vergunningen voor oliewinning in Alaska blokkeren

Posted by managing21 on 21st juli 2024

Een federale rechter in Alaska heeft de verkoop van leases voor de winning van olie en gas in het Cook Inlet Bassin opgeschort. De rechter zegt problemen te hebben ontdekt in de milieustudie die aan de verkoop is voorafgegaan. Opgemerkt werd dat de impact van de geluidshinder van de schepen op de beluga-walvissen in het winningsgebied, onvoldoende werd onderzocht. De beluga is in de Verenigde Staten een beschermde soort.

De verkoop van de leases was oorspronkelijk door de regering van de Amerikaanse president Joe Biden toegestaan. De uitspraak van dinsdagavond wordt gezien als een overwinning voor de milieuverenigingen, die bezwaar hadden gemaakt tegen de opname van eerder geannuleerde leases voor de winning van olie en gas in de Inflation Reduction Act, die anderhalf jaar werd aangenomen. De federale rechtbank oordeelde dat de Amerikaanse regering met de verkoop de wet had overtreden.

De beluga is in de Verenigde Staten een beschermde soort. – Foto: Pixabay/mjimages

De nieuwe wet belooft grote en voortdurende investeringen in klimaatmaatregelen, die naar verwachting de uitstoot van de Verenigde Staten tegen eind dit decennium met 40 procent zullen verminderen en de groei van de industrie voor de opwekking van duurzame energie zullen ondersteunen. De federale rechtbank oordeelde dat de impact van de geluidshinder van de schepen op de beluga-walvissen niet goed heeft beoordeeld. Verder werd gemeld dat het agentschap ook onterecht een algemene beoordeling voor de beluga-walvissen en andere zeezoogdieren had afgegeven. “De verschillende soorten moesten afzonderlijk worden bekeken”, gaf de rechter aan.

Aanvullend milieuonderzoek

De verkoop had bijna een miljoen acres van de federale wateren van Alaska beschikbaar gemaakt voor een mogelijke ontginning van olie en gas. Het geviseerde gebied is lange tijd een toneel geweest voor confrontaties tussen oliemaatschappijen en milieuactivisten. Er wordt wel op gewezen dat de verkoop van de leases door de rechtbank niet volledig ongeldig werd verklaard. Er is slechts sprake van een opschorting in afwachting van een aanvullend milieuonderzoek naar de specifieke kwesties die de rechtbank aan de orde had gesteld. Onder druk van overbevissing zijn er in het Cook Inlet Bassin nog minder dan driehonderd beluga-walvissen overgebleven.

Eerder deze maand maakte ConocoPhillips bekend juridische stappen te hebben ondernomen tegen het verbod van de Amerikaanse regering op olieboringen in een aanzienlijk deel van de National Petroleum Reserve (NPR) in Alaska. Het bedrijf beweerde dat de regel in strijd is met een federale wet die de ontwikkeling van olie in het gebied verplicht stelt. Daarmee ging de onderneming in tegen de beslissing van het Amerikaanse ministerie van binnenlandse zaken, die in april van dit jaar de ontginning van gas en olie in 40 procent van het National Petroleum Reserve blokkeert.

Deze stap maakt deel uit van de inspanningen van het ministerie om leefgebieden van wilde dieren en de levenswijze van inheemse gemeenschappen te beschermen. Vertegenwoordigers van de oliesector, waaronder ook bedrijven met bestaande leases in het reservaat, stellen echter dat de regel de ontwikkeling belemmert in een gebied dat van oudsher is toegewezen aan energiebronnen.

Inmiddels overweegt de Amerikaanse regering vergunningen voor nieuwe boorprojecten in de National Petroleum Reserve nog meer te beperken. Het Bureau of Land Management van het Amerikaanse ministerie van binnenlandse zaken kondigde een openbaar onderzoek aan om uit te zoeken of het aangewezen zou zijn om in het gebied, dat in totaal 23 miljoen acres groot is, nieuwe zones aan te duiden waar de booractiviteit zou moeten worden verboden. Dit zou nieuwe exploraties naar olie in het westelijk noordpoolgebied aanzienlijk kunnen belemmeren.

“We hebben de verantwoordelijkheid om het westelijke Noordpoolgebied te beheren op een manier die recht doet aan de ruimschoots veertig inheemse gemeenschappen die voor hun levensonderhoud van de hulpbronnen in het reservaat afhankelijk blijven”, benadrukte Tracy Stone-Manning, directeur van het Bureau of Land Management. “Door het snel veranderende klimaat zijn deze beveiligde gebieden steeds belangrijker voor de beweging van de kariboes en de gezondheid van de kuddes, maar ook voor andere wilde dieren, trekvogels en inheemse planten.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in energie, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Beluga-walvissen laten vergunningen voor oliewinning in Alaska blokkeren

Laadstations kunnen zich opmaken voor sterke groei

Posted by managing21 on 21st juli 2024

De uitbreiding van het wereldwijde netwerk oplaadstations voor elektrische voertuigen zal zich verder doorzetten, ondanks de uitdagingen die de sector op korte termijn, zoals het handelsconflict tussen Europa en China en de mogelijke gevolgen van een tweede presidentschap van Donald Trump in de Verenigde Staten, zal moeten verwerken. Dat blijkt uit een rapport van Bloomberg New Energy Finance (BNEF).

“De markt voor elektrische voertuigen bevindt zich op een keerpunt”, merken de onderzoekers op. “De verkoopsgroei vertraagt en sommige autofabrikanten beslissen hun investeringen te heroriënteren. Dat heeft ook zijn impact op de wereldwijde netwerken oplaadstations. Een toename van de verkoop van elektrische voertuigen heeft op de sector van oplaadstations een domino-effect. De elektriciteit die nodig is om laadstations te voeden zal de volgende kwarteeuw met een factor dertig toenemen.”

Tegen het midden van deze eeuw moet ongeveer 774 miljard dollar in openbare laadinstallaties voor elektrische wagens worden geïnvesteerd. – Foto: Afax Power

Bloomberg voorspelt dat over twintig jaar de miljoenen laders voor elektrische voertuigen over de hele wereld meer zullen verbruiken dan de volledige consumptie van elektriciteit die vorig jaar in de Verenigde Staten werd opgetekend. “Openbare oplaadnetwerken zullen meer dan 40 procent van die vraag vertegenwoordigen”, wordt er aangevoerd. “Een reeks bedrijven is begonnen met het uitrollen van infrastructuur. China loopt weliswaar ver voorop, maar Europa en de Verenigde Staten beginnen in een hoger tempo te installeren.”

“Die operatie vertoeft echter nog altijd in zijn beginfase”, stipt Bloomberg aan. “Tegen het midden van deze eeuw moet ongeveer 774 miljard dollar in openbare netwerken worden geïnvesteerd. Dat is niet bepaald weinig, vooral omdat de toenemende concurrentie en uitdagingen op het gebied van winstgevendheid de belangstelling van investeerders doet afnemen. Naarmate de industrie volwassener wordt, zullen sommige bedrijven bloeien, terwijl andere ondernemingen mogelijk ten onder zullen gaan.”

Bloomberg merkt op dat een belangrijk deel van de huidige investeren in openbare netwerken voor snelladers zullen worden gereserveerd. “In veel markten zullen die installaties de autoverkopen overtreffen”, wordt in het rapport beklemtoond. “Dat is goed nieuws voor automobilisten, want er verschijnen langs de snelwegen en in stedelijke gebieden steeds meer opladers die de batterij van een elektrische auto in ongeveer twintig minuten tot 80 procent kunnen opladen.”

Onder meer in Frankrijk blijkt de beschikbaarheid van ultrasnelle laadstations aanzienlijk te zijn verbeterd. “Drie jaar geleden werd daar één station per 290 voertuigen geteld”, berekende Bloomberg. “Eind vorig jaar was er echter al één station per 77 wagens. Een gelijkaardig verhaal kon worden opgetekend in Nederland, Noorwegen en Duitsland, waar er drie jaar geleden één laadstation voor 133 wagens werd geteld, maar eind vorig jaar was dat aantal gedaald tot 95 voertuigen. In China, dat bij het invoeren van elektrische voertuigen voorop loopt, wordt inmiddels al een dichtheid van 17 elektrische wagens per ultrasnel laadstation geregistreerd.”

Toenemende concurrentie

Maar Bloomberg waarschuwt tegelijkertijd dat vooral in Europa en China de toenemende concurrentie op de sector weegt. “Een aantal investeerders heeft ervoor gekozen om zich uit de sector terug te trekken, om te vermijden dat ze nog langer verliezen zouden moeten dragen omdat de laadstations minder vaak worden gebruikt dan oorspronkelijk was geraamd”, getuigt het rapport. 

Daarbij wordt nog opgemerkt dat de wereldwijde markten de volgende jaren een verschillende evolutie zullen laten optekenen. “In China werden vorig jaar 432.000 snelladers geïnstalleerd”, zegt Bloomberg. “Dat tempo lag dertig keer hoger dan het aantal nieuwe installaties in de Verenigde Staten, maar zal dit decennium met meer dan een vijfde vertragen. In Europa zal tegenover het aantal installaties van vorig jaar een versnelling met ongeveer 20 procent moeten worden gerealiseerd. In de Verenigde Staten zal voor een verdrievoudiging moeten worden gezorgd.”

De installaties van nieuwe oplaadstations is volgens Bloomberg echter slechts één van verscheidene uitdagingen waarmee de sector wordt geconfronteerd. “De exploitanten moeten ook hun inspanningen op het vlak van betrouwbaarheid, efficiëntie en locatieselectie verdubbelen om klanten te overtuigen”, geeft het rapport aan. “Partijen die onvoldoende financiële steun hebben om periodes van een beperkt gebruik te doorstaan, dreigen failliet te gaan. Hun beste locaties zullen door concurrenten met een grotere financiële draagkracht worden opgepikt.”

Er wordt aan toegevoegd dat technologische ontwikkelingen de markt in de toekomst kunnen veranderen. “Zodra er meer elektrische wagens met een vermogen van 350 kilowatt kunnen worden opgeladen, zullen er veel minder opladers nodig zijn”, wordt er verduidelijkt. “De komst van draadloze oplaadtoepassingen en autonome voertuigen zou de infrastructuur ook wel eens voortijdig kunnen afschrijven. Net zoals autofabrikanten zal ook de sector van oplaadinfrastructuur dus een goed evenwicht moeten vinden in deze relatief nieuwe industrie.Er zal nog geruime tijd kapitaal geïnvesteerd moeten worden, maar niet elke implementatie zal een succes blijken te zijn.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in automotive, energie, milieu, Mobility | Reacties uitgeschakeld voor Laadstations kunnen zich opmaken voor sterke groei

Uitlaatgassen van autoverkeer hebben ongunstige impact op bloeddruk

Posted by managing21 on 20th juli 2024

Zelfs een kortstondige blootstelling aan een vervuiling door de uitlaatgassen van auto’s, kan de bloeddruk van een individu aanzienlijk verhogen. Dat blijkt uit een onderzoek van wetenschappers aan de University of Washington. De onderzoekers wijzen erop dat de effecten van de blootstelling aan uitlaatgassen vrijwel onmiddellijk merkbaar waren. Bovendien wordt aangevoerd dat vooral lagere sociale klassen met de negatieve gevolgen worden geconfronteerd.

“Twee uur in de spits van Seattle was genoeg om de bloeddruk met bijna 5 millimeter kwik te verhogen”, geeft onderzoeksleider Joel Kaufman, professor milieugeneeskunde aan de University of Washington, aan. “Een gelijkaardige toename kan worden verwacht wanneer een individu van een zoutarm naar een zoutrijk dieet overstapt. Dat is een belangrijke vaststelling. De consumptie van zout zorgt ervoor dat miljoenen mensen met een hoge bloeddruk worden geconfronteerd. Dit heeft veel invloed op het risico op hartaanvallen en beroertes.”

De vervuiling door de uitlaat van auto’s kan de bloeddruk van omwonenden sterk doen stijgen. – Foto: Pixabay/Ernesto Rodriguez

De studie toont volgens de onderzoekers aan dat de autosector behoefte heeft aan een betere filters. “Anders slagen de meeste auto’s er niet in om mogelijke schadelijke stoffen op te vangen”, wordt er opgemerkt. “Tevens moet de vaststelling leiden naar een breder gesprek over de vraag op welke manier het snelwegennet in het land schade toebrengt aan mensen wiens dagelijks leven gehuld is in uitlaatgassen. Dat probleem heeft ook een sociale dimensie. Buurten rond grote snelwegen worden vaak bewoond door gemeenschappen met lage inkomens en een arbeidersklasse, vaak met een grote populatie gekleurde mensen. Toen de bouw van de snelwegen begon, werden de trajecten vaak door wijken met Afro-Amerikaanse of latino populaties getrokken.”

“Niet alleen in de auto is er een blootstelling aan uitlaatgassen”, benadrukt Kaufman. “Het grote probleem is dat veel mensen luchtvervuiling inademen die door het autoverkeer wordt veroorzaakt. De slachtoffers zijn ook niet alleen wandelaars en fietsers, maar ook mensen die in de buurt van deze verkeersaders wonen. Van oudsher lopen deze grote wegen dwars door gebieden met lage inkomens. Onderzoek heeft al aangetoond dat een blootstelling aan autodampen kan leiden tot een verhoogd risico op een beroerte of hartaanval. Uit laboratoriumonderzoek is gebleken dat pieken in de bloeddruk daarbij een factor kunnen zijn.”

Ecologische ongelijkheden

De onderzoekers stelden daarbij vast dat de bloeddruk bij het inademen van ongefilterde lucht in de omgeving van snelwegen, met iets minder dan 5 millimeter kwik omliep. Vooral de aanwezigheid van ultrafijn stof, met een omvang van maximum 0,1 micrometer, zou nauw verbonden kunnen zijn met een stijging van de bloeddruk. Ultrafijn stof dat binnendringt in de longen of bloedbaan van een individu, wordt door het lichaam als een bedreiging ervaren. “Het is echter nog niet duidelijk of de impact ook op langere tijd wordt ervaren”, betoogt Kaufman. “Vierentwintig uur na de tests vertoonde de bloeddruk van de deelnemers aan de studie echter nog altijd verhoogde niveaus.”

Analisten wijzen erop dat ecologische ongelijkheden, vaak het gevolg van de aanleg van snelwegen, de voorbije jaren steeds meer aandacht hebben gekregen. De regering van de Amerikaanse president Joe Biden heeft een budget van 1 miljard dollar voorzien voor hulp aan gemeenschappen die door de aanleg van snelwegen zijn getroffen en waar de bewoners nog steeds giftige stoffen inademen. “Die middelen vertegenwoordigen slechts een fractie van het knelpunt, maar dit is wel een erkenning dat het probleem echt bestaat”, voeren zij aan.

Meer over dit onderwerp:

Posted in automotive, gezondheid, milieu, Mobility | Reacties uitgeschakeld voor Uitlaatgassen van autoverkeer hebben ongunstige impact op bloeddruk

Hernieuwbare bronnen leveren 85 procent nieuwe elektriciteit

Posted by managing21 on 20th juli 2024

Het voorbije jaar werd wereldwijd 473 gigawatt aan capaciteit voor duurzame elektriciteit geïnstalleerd. Daarmee vertegenwoordigden duurzame bronnen bijna 86 procent van alle nieuwe elektriciteitscapaciteit die vorig jaar wereldwijd werd aangelegd. Dat blijkt uit een rapport van het International Renewable Energy Agency (Irena). De cijfers betekenen volgens het rapport een duidelijke indicatie van de snelle opkomst van windenergie en zonnekracht.

“Hernieuwbare energie produceert wereldwijd nog altijd minder elektriciteit dan fossiele brandstoffen,” werpt Irena op. “Maar de duurzame sector laat daarbij wel een bouwtempo optekenen dat veel hoger ligt dan de constructie van energie die niet op basis van hernieuwbare bronnen wordt opgewekt. Elektriciteit geleverd door hernieuwbare energiebronnen – geleverd door onder meer water, zon en wind – is de voorbije decennia geleidelijk toegenomen, maar de jongste jaren is dat tempo snel opgevoerd. De installatie van duurzame elektriciteit lag het voorbije jaar bijna 54 procent hoger dan het jaar voordien. Tegenover vier jaar geleden was er zelfs sprake van een verdubbeling.

De wereldwijde capaciteit aan duurzame elektriciteit nam vorig jaar met 14 procent toe. – Foto: Ørsted

“Sinds het begin van vorig decennium steunt de capaciteitsgroei van de duurzame elektriciteit vooral op de uitbouw van windenergie en zonnekracht”, benadrukte Irena nog. “De kloof met de installatie van nieuwe energie uit fossiele bronnen bleek daarbij veel groter dan de jaren voordien. Vooral zonnekracht heeft snel aan populariteit gewonnen. Alleen al vorig jaar liet die sector voor bijna 346 gigawatt aan nieuwe capaciteit optekenen. Dat vertegenwoordigde ongeveer 63 procent van de totale capaciteit die het voorbije jaar aan het wereldwijde elektriciteitsnet werd toegevoegd.”

Irena meldde daarbij dat duurzame bronnen vorig jaar 43 procent van de wereldwijde elektriciteitscapaciteit vertegenwoordigen, terwijl in de elektriciteitsproductie een aandeel van 30 procent werd gehaald. “Samen met de opkomst van hernieuwbare bronnen is er een vertraging opgetreden in de bouw van energiecentrales met fossiele brandstoffen”, merkt Irena op. “Bovendien worden er meer installaties op fossiele brandstoffen buiten gebruik gesteld.” Daarbij wordt onder meer verwezen naar de Verenigde Staten, waar 98 procent van de energiecapaciteit die werd afgekoppeld, op basis van steenkool en aardgas bleek te werken.

Afrika

Er wordt echter benadrukt dat de duurzame elektriciteitsbronnen niet op schema liggen om de doelstellingen te halen die tijdens de COP28 vorig jaar in Dubai werden vastgelegd en waarbij gestipuleerd werd dat de capaciteit hernieuwbare energiebronnen tegen het einde van dit decennium moest worden verdrievoudigd. Om die doelstelling te halen, moet de hernieuwbare capaciteit elk jaar met 16,1 procent groeien, maar vorig jaar kon slechts een toename met 14 procent worden gemeld. Zelfs wanneer de installatie van hernieuwbare energiebronnen de volgende zeven jaar aan het huidige tempo wordt verdergezet, zal de wereld 13,5 procent verwijderd blijven van de doelstelling om de duurzame elektriciteit tot 1,2 terawatt te verdrievoudigen.

Bruce Douglas, chief executive van de Global Renewables Alliance, wees daarbij op de onevenwichtigheden in het wereldwijde beeld over de recente records in de ontplooiing van hernieuwbare energie. “De groei gaat niet alleen onvoldoende snel, maar situeert zich niet altijd op de locaties waar de behoefte het grootst is.” Verwezen wordt daarbij naar Afrika, waar de hernieuwbare energie een groei met amper 3,5 procent liet optekenen, tegenover 12 procent in Zuid-Amerika en 9 procent in Azië en Noord-Amerika.

Cijfers tonen bovendien aan dat minder dan 18 procent van de hernieuwbare capaciteit die vorig jaar werd gecreëerd, zich in Azië (met uitzondering van China), Zuid-Amerika, Afrika en het Midden-Oosten bevindt, ondanks het feit dat deze regio’s samen bijna tweederde van de wereldbevolking vertegenwoordigen. Verder wordt opgemerkt dat de trage groei in Afrika geen weerspiegeling vormt van het enorme potentieel dat het continent op het gebied van hernieuwbare energie te bieden heeft. Afrikaanse leiders hebben vorig jaar beloofd om de capaciteit aan hernieuwbare energie tegen eind dit decennium ruim te vervijfvoudigen tot 300 gigawatt.

Douglas voegt eraan toe dat de financiering verreweg de grootste uitdaging is om duurzame energie in het zuidelijke deel van de wereld te realiseren. “Afrika heeft de voorbije  twintig jaar minder dan 2 procent van de wereldwijde investeringen in hernieuwbare energie ontvangen”, benadrukte hij. “Dat is niet acceptabel. Wanneer landen geen financiering voor hernieuwbare energie ontvangen, dreigen ze ook belangrijke voordelen op het gebied van economische ontwikkeling, de creatie van werkgelegenheid en de verbeterde toegang tot betaalbare energie te missen.”

Irena geeft wel aan dat er nog tijd is om de achterstand in te halen. “In de Verenigde Staten zorgen de belastingvoordelen van de Inflation Reduction Act al voor een toename van de productie van hernieuwbare energie”, wordt er aangevoerd. “Trends wijzen er bovendien op dat de prijzen van hernieuwbare energie blijven dalen. Dat betekent goed nieuws indien de wereld het hoge tempo van de installatie van hernieuwbare energie wil bereiken dat nodig is om de uitstoot van het elektriciteitsnet te verminderen.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in energie, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Hernieuwbare bronnen leveren 85 procent nieuwe elektriciteit

Schoolbussen grootste virtuele elektriciteitsnet van Verenigde Staten

Posted by managing21 on 18th juli 2024

Een half miljoen schoolbussen kunnen in de Verenigde Staten samen een grote krachtcentrale vormen, waarbij energie aan het elektriciteitsnet kan worden teruggegeven. Dat blijkt uit een rapport van Zum, leverancier van elektrische schoolbussen, dat een overeenkomst heeft gesloten met het Oakland Unified School District en het energiebedrijf Pacific Gas & Electric. In de samenwerking is voorzien dat overtollige energie in de batterijen van de elektrische bussen tijdelijk zouden kunnen worden opgeslagen, in afwachting van een grotere vraag of hogere prijsniveaus.

In de Verenigde Staten zouden er naar schatting 500.000 schoolbussen door elektrificatie een belangrijke energiebron kunnen worden. De bussen zijn het grootste systeem voor massavervoer van de Verenigde Staten, maar staan tijdens de piekuren in de energievraag in de late namiddag grotendeels stil. Hierdoor zou elektriciteit in de batterijen van de bussen kunnen worden opgeslagen om op een opportuun moment opnieuw aan het elektriciteitsnet kunnen worden afgegeven. Wel wordt opgemerkt dat het concept nog in zijn kinderschoenen staat.

Vloten schoolbussen kunnen voor de elektriciteitsmarkt belangrijke factor worden. – Foto: Zum

Zum, dat vierduizend scholen in de hele Verenigde Staten voorziet van leerlingenvervoer met elektrische bussen, heeft een overeenkomst gesloten met het Oakland Unified School District om de energie die in de batterijen van de voertuigen zijn opgesloten, terug te verkopen aan het elektriciteitsnet van Californië. Oakland is het eerste schooldistrict in de Verenigde Staten dat zijn bussen – vierenzeventig in totaal – volledig elektrisch laat rijden, maar zal nu ook als eerste het concept van vehicle-to-grid in twee richtingen uittesten. De bussen nemen niet alleen elektriciteits af van het net, maar kunnen de energie in hun batterijen in omgekeerde richting ook op het net injecteren.

Zum schat dat jaarlijks 2,1 gigawattuur energie vanuit de batterijen terug naar het Californische elektriciteitsnet kan worden gestuurd. Bedoeling daarbij is om tienduizend elektrische schoolbussen in te zetten. Daarbij zou elk jaar 300 gigawattuur energie beschikbaar zijn voor het elektriciteitsnet beschikbaar zijn. “San Francisco Unified en Los Angeles Unified, veel grotere districten dan Oakland, zullen naar verwachting volgen”, merkt Zum op. Zum werkt ook samen met schooldistricten in Californië, Colorado, Connecticut, Illinois, Maryland, Massachusetts, Missouri, Nebraska, Pennsylvania, Tennessee, Texas, Washington, Utah en Virginia.

Er zijn in het hele land pilots opgestart om met schoolbussen virtuele krachtcentrales uit te bouwen. “Maar nu is het tijd om verder te gaan dan pilots en duurzaamheidsoplossingen op grote schaal in te zetten”, omschreef Ritu Narayan, chief executive van Zum, de beslissing van het bedrijf om met Oakland Unified samen te werken. “De schoolbus is de grootste batterij op wielen. Het voertuig heeft vier tot zes keer meer vermogen dan een Tesla. De 27 miljoen leerlingen die twee keer per dag van en naar school worden gebracht, vormen het grootste systeem voor massatransport van het land. De bussen rijden momenteel vooral op diesel, waardoor er van een grote uitstoot gewag moet worden gemaakt.”

Volgens het samenwerkingsakkoord zal Pacific Gas and Electric aan de uitbaters van de busvloot de kans bieden om elektriciteit voor hun dagelijkse kerntaak – het verplaatsen van leerlingen – af te nemen op ogenblikken dat de energieprijzen lager liggen, terwijl energie op het net kan worden teruggeleverd wanneer de nutsbedrijven voor de energie hogere prijzen betalen. Narayan voerde daarbij aan dat de schoolbus ideaal bedrijfsmiddel is om te worden geëlektrificeerd. “Het is immers mogelijk om het lokale gebruikspatroon buiten de piekuren te voorspellen”, benadrukt Narayan.

Veelbelovende opportuniteiten

EV Connect, aanbieder van oplossingen voor het opladen van elektrische voertuigen, zei dat het schoolbusmodel een van de meest veelbelovende opportuniteiten is op het gebied van bidirectioneel gebruik van batterijen voor elektrische voertuigen. “Eén van de grootste uitdagingen is om nutsbedrijven zover te krijgen dat ze een vooraf bepaald tariefschema opstellen, waardoor de eigenaars van de batterijen inkomsten kunnen genereren”, benadrukte Ram Ambatipudi, senior vice president of business development bij EV Connect.

“Er moeten heel wat voorwaarden zijn vervuld om het model efficiënt te laten functioneren”, beklemtoonde Ambatipudi. Er moet een wisselwerking worden opgezet tussen  de hardware van het oplaadstation, het softwaremanagement van het station, de teruglevering aan het elektriciteitsnet en het economische voordeel dat door het nutsbedrijf wordt uitbetaald. Die marktontwikkelingen moeten nog op peil worden gebracht.”

Elektrische schoolbussen zijn momenteel twee tot drie keer duurder dan traditionele exemplaren. Het model van een teruglevering van energie aan het elektriciteitsnet is onderdeel van het economische plan om de transporttechnologie op termijn rendabeler te maken voor de eigenaars van de voertuigen. Het idee lijkt in sommige opzichten op de manier waarop eigenaren van zonnekracht-systemen op de daken in sommige markten energie terugleveren aan het elektriciteitsnet, maar de voorbije jaren is er tegen het concept een groeiende weerstand geweest. 

Bij bussen is er echter één belangrijk verschil. De bussen zijn niet in gebruik tijdens de belangrijkste momenten van de dag waarop het elektriciteitsnet grotere volumes moet leveren, terwijl bovendien de bussen tijdens de daluren kunnen opladen. Veel eigenaars van zonnekracht verkochten de energie van hun dakinstallaties terug aan het net wanneer er minder nood was aan leveringen. Er is ook sprake van een logische economie. De eigenaars van autobussen laden de voertuigen op tijdens de goedkoopste perioden, zodat ze overtollige energie kunnen toewijzen om terug te verkopen aan het net wanneer de volumes de hoogste economische waarde heeft.

“Schoolbussen vormen het laaghangende fruit van het terugverdienmodel op de elektriciteitsmarkt”, geeft Ambatipudi aan. “Er is niet alleen sprake van een typische dagcyclus, want ook tijdens de zomermaanden staan de bussen grotendeels stil. Dan kunnen deze bussen steevast worden opgeladen wanneer de elektriciteit de laagste prijs laten optekenen, terwijl de batterijen weer kunnen worden ontladen wanneer er nood is aan extra voorraden.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in energie, milieu, Mobility | Reacties uitgeschakeld voor Schoolbussen grootste virtuele elektriciteitsnet van Verenigde Staten