managing21.be

Managing21: een blik op het heden en de toekomst van de economie.

Archive for november, 2025

Westen probeert tekort zware zeldzame aardmetalen aan te pakken

Posted by managing21 on 20th november 2025

De westerse wereld poogt een eigen toeleveringsketen voor magneten op te bouwen en daarmee zijn afhankelijkheid van China te verminderen. Die actie wordt aangevoerd door een grootschalige Amerikaanse steun voor het bedrijf MP Materials, maar daarbij moet volgens analisten met een cruciaal probleem rekening worden gehouden. Er blijkt immers een tekort aan zogenoemde zware zeldzame aardmetalen.

De Verenigde Staten en hun bondgenoten werken koortsachtig aan een alternatieve toeleveringsketen voor supersterke zeldzame aarde-magneten, die essentieel zijn voor onder meer defensie-technologie, elektrische voertuigen, elektronica en windturbines.

MP Materials, gevestigd in de Amerikaanse staat Nevada, wil de volledige keten, van mijnbouw tot de productie van magneten, integreren en heeft ambitieuze plannen om binnen enkele jaren magneten te produceren. Het bedrijf wordt gesteund door een overeenkomst van juli die miljarden dollars aan Amerikaanse overheidssteun omvat. MP Materials maakte eerder deze maand bekend dat de verwerking van twee lichte zeldzame aardmetalen dit kwartaal met 51 procent is gestegen.

Analisten waarschuwen echter dat tekorten aan de zware elementen dysprosium en terbium een Achilleshiel kunnen vormen om een westerse magneetindustrie te ontwikkelen buiten de geopolitieke spanningen die de Chinese toevoer onder druk zetten. De Mountain Pass Mine van MP Materials in Californië bevat slechts minieme sporen van deze twee elementen, die weliswaar in kleine hoeveelheden worden gebruikt, maar onmisbaar zijn. Dysprosium en terbium zorgen ervoor dat magneten ook bij hoge temperaturen – zoals in motoren van elektrische auto’s – hun magnetische eigenschappen behouden.

“MP Materials staat voor een forse uitdaging,” betoogt Ilya Epikhin, analist bij het adviesbureau Arthur D. Little. “Het bedrijf zal naar Brazilië, Maleisië of sommige Afrikaanse landen moeten gaan om die grondstoffen te vinden, maar dat kan veel tijd kosten.” Michael Rosenthal, operationeel directeur van MP Materials, benadrukte dat het bedrijf actief in gesprek is met potentiële leveranciers van zware grondstoffen. Rosenthal noemde echter geen namen. Verder rekent MP Materials op recyclage-materiaal met zware zeldzame aardmetalen van Apple. MP Materials zal op zijn beurt aan Apple magneten leveren.

MP Materials is volgens analisten een sprekend voorbeeld van de blijvende afhankelijkheid van de westerse wereld van China voor de verwerking van zware zeldzame aardmetalen. Volgens Benchmark Mineral Intelligence zal het westen in 2030 nog steeds voor 91 procent van zijn behoefte aan zware zeldzame aardmetalen afhankelijk zijn van China. Dat is slechts een lichte daling dan het niveau van 99 procent dat vorig jaar werd opgetekend.

De Chinese exportbeperkingen op zware zeldzame aardmetalen in magneten, die in april werden ingevoerd, hebben in sommige gevallen de productie bij autofabrikanten stilgelegd en de westerse wereld tot actie aangezet. Eind oktober stemde China na een akkoord met de Verenigde Staten ermee in nieuwe controles uit te stellen.

Wedloop

Het aandeel zware zeldzame aardmetalen in ertslagen wereldwijd is aanzienlijk lager dan dat van de lichtere elementen die in magneten worden gebruikt. De schaarste buiten China blijkt onder meer uit de prijs. Dysprosiumoxide kost in Rotterdam 900 dollar per kilogram. Dat is ruim drie keer hoger dan de prijs van 255 dollar die in China wordt gehanteerd.

Volgens Adamas Intelligence zal de productiecapaciteit voor magneten buiten China en Japan tegen 2030 oplopen tot 70.000 ton per jaar. Daarvoor is jaarlijks 1.650 ton dysprosiumoxide nodig. “Zware elementen zijn de volgende sleutel die moet worden omgedraaid om een grootschalige westerse magneetproductie mogelijk te maken,” beklemtoonde Ryan Castilloux, directeur van Adamas Intelligence.

Ondanks een aantal recente deals zullen mijnen buiten China in 2035 volgens het onderzoeksbureau CRU Group naar verwachting slechts 29 procent leveren van de zware zeldzame aardmetalen die het westen voor zijn automobielindustrie en windenergie nodig heeft. “Om die kloof te dichten, zullen nieuwe mijnen moeten worden geopend of zullen bestaande sites sterk moeten worden uitgebreid”, benadrukte Piyush Goel, analist bij de CRU Group. “Maar deze nieuwe mijnen zullen duurder produceren dan de huidige leveranciers, waar China de dominante speler is.”

Veel bedrijven kondigen nieuwe projecten voor zware zeldzame aardmetalen aan, maar de meeste zullen nog jaren op zich laten wachten. MP Materials en Lynas Rare Earths – de twee grootste westerse partijen in de sector – zoeken beide aanvullende ertsen omdat hun eigen mijnen niet rijk genoeg zijn aan zware elementen. Het Australische bedrijf Lynas startte dit jaar met de scheiding van zware zeldzame aardmetalen in Maleisië en is daarmee de eerste producent buiten China. Het bedrijf kondigde plannen aan om de productie te verhogen naar 250 ton dysprosium en 50 ton terbium per jaar, maar noemde geen tijdlijn.

Iluka Resources, een andere Australische producent van zeldzame metalen, bouwt in Eneabba een raffinaderij die uiteindelijk 750 ton zware zeldzame aardmetalen per jaar zal kunnen verwerken. De nieuwe site zou in 2027 in gebruik genomen moeten kunnen worden. Het bedrijf werkt daarbij samen met Northern Minerals, dat vanaf 2028 aan Iluka materiaal zal leveren.

MP Materials wil de productie van magneten uiteindelijk opvoeren tot 10.000 ton per jaar en volgend jaar een scheidingsinstallatie voor zware elementen openen. Die instellatie zou 200 ton dysprosium en terbium per jaar moet kunnen leveren. Maar de eigen mijn bevat minder dan 1,8 procent middelzware en zware zeldzame aardmetalen. MP zegt enkele honderden tonnen concentraat te hebben opgeslagen, maar dat bevat slechts 4 procent dysprosium en terbium.

Ecologische impact

“Brazilië ontwikkelt zich tot een grote exporteur van zeldzame ertsen, maar de echte bottleneck zit in de raffinage”, betoogt Neha Mukherjee, analist van Benchmark Mineral Intelligence. “Technologie buiten China zal naar verwachting pas rond 2029 klaar zijn en de kosten zullen vijf tot zeven keer hoger liggen.”

Hogere concentraties zware elementen komen voor in ionische kleimijnen, waar een standaardwinning gebeurt met een chemische uitloging. In Myanmar leidde dit echter tot waterverontreiniging en ontbossing. Westerse bedrijven claimen milieuvriendelijkere methoden te gebruiken, maar krijgen soms tegenstand van lokale gemeenschappen. Winning uit monaziet brengt bovendien radioactieve elementen zoals uranium en thorium – die moeilijk veilig kunnen worden verwerkt – met zich mee. “Een belangrijk knelpunt is de grotere ecologische impact van de winning en verwerking van zware zeldzame aardmetalen,” zegt Goel.

Sommige bedrijven, waaronder het Duitse Vacuumschmelze (VAC), produceren magneten zonder zware elementen, maar die zijn alleen bruikbaar in beperkte toepassingen, zoals langzaam draaiende windturbines. “Zodra het gaat om toepassingen zoals motoren voor elektrische wagens die snel draaien en temperaturen bereiken van 120 graden Celsius tot 140 graden Celsius, heeft men de zware elementen nodig,” stipt Erik Eschen, chief executive van Vacuumschmelze, aan.

Posted in automotive, grondstoffen | Reacties uitgeschakeld voor Westen probeert tekort zware zeldzame aardmetalen aan te pakken

Italiaanse keuken wordt immaterieel cultureel erfgoed Unesco

Posted by managing21 on 20th november 2025

Het technische comité van de Unesco heeft een eerste positief advies gegeven voor de opname van de Italiaanse keuken op de Lijst van Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid. De definitieve beslissing wordt in december verwacht. De aanvraag werd ingediend door de Italiaanse ministeries van cultuur en landbouw. De experts raden aan om de Italiaanse keuken op de erfgoedlijst te plaatsen. De uiteindelijke beslissing van het intergouvernementeel comité van de Unesco valt naar verwachting in de loop van de maand december.

“Het is prachtig om te zien hoeveel belangstelling er is voor de mogelijke erkenning van de Italiaanse keuken als Unesco-erfgoed,” zei Francesco Lollobrigida, Italiaans minister van landbouw en voeding. “Italië heeft een grote traditie, met een onderscheidende waarde, voorgedragen.” Hij waarschuwde wel dat er nog wel op een definitieve beslissing moet worden genomen.

Het dossier benadrukt de diversiteit van lokale ingrediënten, het vakmanschap in de bereiding en de gemeenschappelijke beleving van het delen van maaltijden als weerspiegeling van de Italiaanse identiteit. Als de aanvraag wordt goedgekeurd, zou niet een specifiek gerecht of gebruik op de lijst worden opgenomen, maar de Italiaanse culinaire traditie als geheel. Tot nu toe hebben alleen Mexico, Japan en Frankrijk een vergelijkbare erkenning gekregen.

De nominatie is bedoeld om een levenswijze te beschermen die steeds meer onder druk staat door globalisering. In de tekst wordt het begrip convivialità omschreven als een centraal element van de Italiaanse cultuur. Van de zondagse lunch tot regionale festiviteiten (sagra) wordt de Italiaanse keuken omschreven als een levendige uitdrukking van gemeenschap en biodiversiteit. Ook de economische dimensie komt aan bod. De Italiaanse eetcultuur genereert naar schatting 250 miljard euro per jaar en geldt als een belangrijke pijler van Italië’s culturele invloed in het buitenland.

Italië heeft al verscheidene vermeldingen op de lijst van immaterieel cultureel erfgoed. In 2017 werd de Napolitaanse Pizzaiolo al in de lijst opgenomen, gevolgd door de glaskralenkunst (2020), de praktijk van het operazingen (2023) en het handmatig klokkengelui (2024).

Carbonara-kruistocht

Inmiddels heeft Fratelli d’Italia, de politieke partij van de Italiaanse premier Giorgia Meloni, een schrijven gestuurd aan Roberta Metsola, voorzitter van het Europese Parlement, waarin kritiek wordt geuit op de verkoop van een aantal producten in de supermarkt van het Europees Parlement in Brussel. Daarbij wordt volgens het schrijven op een aantal pastasauzen onrechtmatig gebruik gemaakt van de Italiaanse vlag en Italiaanse benamingen.

“Het onrechtmatig gebruik van symbolen of verwijzingen naar Italiaansheid op producten die niet uit Italië komen, kan een misleidende handelspraktijk vormen en dus strafbaar zijn,” zei Carlo Fidanza, delegatieleider van Fratelli d’Italia. Hij verwees daarbij naar een verordening van de Europese Unie die misleidende reclame verbiedt. De brief volgt op een Facebook-bericht van minister Francesco Lollobrigida, die foto’s deelde van sauzen die in België worden geproduceerd, maar etiketten dragen met de Italiaanse driekleur en Italiaanse namen. “Ik heb gevraagd om onmiddellijk een controle uit te voeren,” gaf Lollobrigida aan.

Op de etiketten staat niet dat de producten in Italië zijn gemaakt, maar wel dat sommige ingrediënten uit Italië komen, waarmee het gebruik van de Italiaanse vlag wordt gerechtvaardigd.

Het protest is de jongste actie in een reeks voedselgerelateerde campagnes van de partij van Meloni, die eerder bezwaar maakte tegen het gebruik van termen zoals burger en worst voor plantaardige producten en een wet aannam die de productie van kweekvlees in Italië verbiedt.

Voorverpakte pastasauzen worden in Italië doorgaans met argwaan bekeken. Het land is trots is op traditionele recepten en hoogwaardige ingrediënten. In september vorig jaar leidde de aankondiging van de Amerikaanse fabrikant Heinz van een nieuwe carbonara uit blik in Italië tot een felle discussie. Volgens de Italiaanse Michelin-chef Alessandro Pipero was dat product van ondermaatse kwaliteit. Hij vergeleek de carbonara met kattenvoer.

Meer over dit onderwerp:

 

 

Posted in voeding & horeca | Reacties uitgeschakeld voor Italiaanse keuken wordt immaterieel cultureel erfgoed Unesco

Wereldwijd internet weerspiegelt nog steeds belangrijke digitale kloof

Posted by managing21 on 19th november 2025

De wereldwijde online populatie is in 2025 met meer dan 240 miljoen mensen gegroeid. Dat blijkt uit een rapport van de Internationale Telecommunicatie Unie (ITU). De nieuwe schattingen bevestigen volgens de auteurs een voortdurende toename van digitale connectiviteit, maar wijzen ook op kwaliteitsverschillen die bepalen in hoeverre gebruikers van het internetgebruik profiteren.

Wereldwijd maken momenteel naar schatting 6 miljard mensen – ongeveer drie kwart van de wereldbevolking – gebruik van het internet, tegenover 5,8 miljard personen vorig jaar. Toch blijven nog steeds 2,2 miljard mensen offline, tegenover 2,3 miljard individuen vorig jaar. De bevindingen onderstrepen volgens de onderzoekers het belang van digitale infrastructuur, betaalbare diensten en scholing om ervoor te zorgen dat iedereen daadwerkelijk kan profiteren van nieuwe technologieën zoals kunstmatige intelligentie.

“In een wereld waarin digitale technologieën essentieel zijn voor het dagelijks leven, moet iedereen de mogelijkheid hebben om online te zijn,” beklemtoonde Doreen Bogdan-Martin, secretaris-generaal van de Internationale Telecommunicatie Unie (ITU). “Dit rapport toont dat de digitale kloof wordt bepaald door snelheid, betrouwbaarheid, betaalbaarheid en vaardigheden. Dit zijn factoren die met prioriteit moeten worden aangepakt om een universele connectiviteit te realiseren.”

In het rapport wordt verder aangevoerd dat momenteel ongeveer 3 miljard 5G-abonnementen actief zijn. Dat is ongeveer een derde van alle mobiele breedband-abonnementen. Er wordt aan toegevoegd dat 5G-netwerken inmiddels naar schatting 55 procent van de wereldbevolking dekken. Dit duidt op een sterke vooruitgang in geavanceerde mobiele technologieën. De dekking blijft echter ongelijk verdeeld, want 84 procent van de inwoners van landen met een hoog inkomen heeft toegang tot een 5G-netwerk, tegenover slechts 4 procent in naties met een laag inkomen.

Netwerken van de derde en vierde generatie zijn inmiddels voor het grootste deel van de wereldbevolking beschikbaar zijn, zijn deze technologieën minder geschikt om gelijke tred te houden met nieuwe digitale toepassingen. Schattingen in het rapport tonen bovendien grote verschillen in gebruiksintensiteit, een indicator voor de kwaliteitskloof. Een gemiddelde gebruiker in een land met een hoog inkomen genereert inmiddels bijna acht keer zoveel mobiele data als een gebruiker in een natie met een laag inkomen.

Essentiële diensten

In het rapport wordt benadrukt dat betaalbaarheid en digitale vaardigheden essentieel blijven voor het realiseren van een universele en betekenisvolle connectiviteit, waarbij altijd en overal een garantie wordt geboden op een toegang tot internet met hoogwaardige dienstverlening, tegen betaalbare kosten. Wereldwijd is de mediaanprijs van een mobiel breedbandpakket gedaald, maar de toegang blijft onbetaalbaar in ongeveer 60 procent van de landen met een laag of middelmatig inkomen. De resultaten van de studie suggereren dat de meeste internetgebruikers over basisvaardigheden beschikken, terwijl meer geavanceerde vaardigheden – zoals online veiligheid, probleemoplossing en digitale contentcreatie – zich trager ontwikkelen.

“Betrouwbare data vormen de basis van effectief digitaal beleid en van onze gedeelde visie om de wereld te verbinden,” zegt Cosmas Luckyson Zavazava, directeur van het Telecommunication Development Bureau van de International Telecommunication Union. “Het verwezenlijken van die visie vergt volgehouden en doelgerichte inspanningen in infrastructuur, digitale vaardigheden en datasystemen. Door samen te werken en middelen in te zetten waar de noden het grootst zijn, kunnen we ervoor zorgen dat niemand wordt buitengesloten en dat iedereen volledig en veilig profiteert van de kansen van het digitale tijdperk.”

In het rapport wordt ook een grotere verduidelijking geschetst over de wereldwijde digitale kloof. Opgemerkt wordt dat de digitale ontwikkeling sterk blijft samenhangen met economische ontwikkeling, gender en locatie. Onder meer wordt aangevoerd dat 94 procent van de inwoners van landen met een hoog inkomen van het internet gebruik maakt, tegenover slechts 23 procent in naties met een laag inkomen. Daarnaast werd vastgesteld dat 96 procent van de offline bevolking in landen met een laag of middelmatig inkomen woont.

Verder blijkt dat 77 procent van de mannen online is, tegenover 71 procent van de mannen. Ook werd opgemerkt dat 85 procent van de stedelijke bevolking online is, tegenover 58 procent van de bewoners van rurale gebieden. Tenslotte stipt het rapport aan dat in de leeftijdscategorie tussen vijftien en vierentwintig jaar 82 procent online is, tegenover een gemiddelde van 72 procent bij de rest van de bevolking.



Posted in diversen | Reacties uitgeschakeld voor Wereldwijd internet weerspiegelt nog steeds belangrijke digitale kloof

Grote technologiebedrijven creëren krapte op markt emissiekredieten

Posted by managing21 on 19th november 2025

De snel stijgende vraag naar hoogwaardige emissiekredieten van technologiebedrijven, vooral bedoeld om de uitstoot van artificiële intelligentie te compenseren, draagt bij aan een tekort dat volgens deskundigen precies is wat nodig is om investeringen in deze jonge markt te stimuleren.

Intensieve aankopen de voorbije twee jaar door bedrijven zoals Microsoft en Google hebben de prijs van emissiekredieten vorig jaar bijna verviervoudigd ten opzichte van de goedkopere credits die aan projecten voor bosbehoud zijn gekoppeld. Volgens kredietexperts hebben de grote technologiebedrijven sinds 2019 gezamenlijk honderden miljoenen dollars uitgegeven aan duurzame emissiekredieten voor projecten die koolstofdioxide langdurig vastleggen en opslaan. In totaal is er volgens marktonderzoeker CDR.fyi daarbij ongeveer 10 miljard dollar gemoeid.

Wetenschappers stellen dat projecten rond emissiekredieten essentieel zijn om de opwarming van de aarde af te remmen, omdat ze immers de uitstoot van sectoren zoals elektriciteitsopwekking, die fossiele brandstoffen blijven gebruiken, te compenseren. Onder meer projecten rond de productie van biochar, direct air capture worden als een betrouwbare oplossing voor een langdurige opslag van koolstofdioxide bestempeld. Ook kredieten die gekoppeld zijn aan het herstel van gedegradeerd land worden hoog gewaardeerd.

Technologiebedrijven breiden hun datacenters uit om kunstmatige intelligentie te ondersteunen. Dat gebeurt vaak op basis van fossiele energie. Deze inspanningen leveren de bedrijven grotere winsten op, maar zorgen ook voor een grotere uitstoot. Dit doet de vraag naar emissiekredieten verder oplopen.

“Ook veel andere bedrijven benutten artificiële intelligentie om hun activiteiten uit te breiden en investeren een deel van die extra inkomsten in de aankoop van emissiekredieten”, zegt Brennan Spellacy, chief executive van het klimaatbedrijf Patch. “De bedrijven die goed presteren, laten sterke investeringen noteren. De reden van deze goede prestaties moet bij artificiële intelligentie worden gezocht. Men kan dus stellen dat artificiële intelligentie de winst drijft, terwijl de winst vervolgens de investeringen drijft.” De grote technologiebedrijven hebben beloofd hun uitstoot uiteindelijk netto tot nul terug te brengen.

Beperkt aanbod

Het aanbod van emissiekredieten groeit echter niet in hetzelfde tempo als de vraag. Een derde van alle aanvragen via Patch was gericht op biochar, maar die sector vormde volgens het bedrijf uiteindelijk minder dan 20 procent van de verkopen door het krappe aanbod. Projecten rond herbebossing werden in 25 procent van de aanvragen opgemerkt, maar slechts in 12 procent van de daadwerkelijke verkopen. Telkens bleek de vraag dus groter dan het beschikbare aanbod.

“De wens naar projecten van hoge kwaliteit is heel tastbaar”, beklemtoonde Lukas May, chief commercial officer van het emissie-register Isometric. “Dat ziet men ook terug in de cijfers. In 2024 werden er voor 8 miljoen ton aan duurzame emissiekredieten gekocht, maar dit jaar staat de teller al op 25 miljoen ton. Dit wordt voor een groot deel gedreven door de technologiesector.”

Tot nu toe zijn er volgens cijfers van CDR.fyi echter minder dan 1 miljoen ton aan duurzame uitstootkredieten uitgegeven. Die projecten hebben vooral betrekking op biochar. “Door het beperkte aanbod gaan steeds meer bedrijven afnamecontracten aan, waardoor aan ontwikkelaars meer zekerheid wordt geboden en het aanbod moet vergroten”, stelt May. “Uiteindelijk zorgt de extra vraag voor een extra aanbod.”

Voor sommige bedrijven ligt de oplossing in een eigen productie van emissiekredieten. Pure Data Centres Group, dat grote technologiebedrijven tot zijn klanten rekent, is van plan 24 miljoen pond te investeren in de grootste biocharinstallatie van het Verenigd Koninkrijk, zodat de onderneming voldoende emissiekredieten zou kunnen veilig stellen.

“Toen we leveranciers begonnen te beoordelen, zagen we al snel hoe moeilijk het was om een betrouwbaar, hoogwaardig product te vinden”, betoogde Dawn Childs, chief executive van Pure Data Centers Group. “We concludeerden dat de uitbouw van een eigen expertise en productiecapaciteit de beste manier was om kwaliteit te garanderen.” Een eerste installatie in Wiltshire moet tegen december operationeel zijn en moet in achttien maanden opschalen naar een jaarlijkse verwijdering van 18.500 ton koolstofdioxide. Er staan in het Verenigd Koninkrijk nog drie extra locaties gepland.

Posted in milieu, technologie | Reacties uitgeschakeld voor Grote technologiebedrijven creëren krapte op markt emissiekredieten

Europese defensiebedrijven kijken naar kansen op beursgang

Posted by managing21 on 19th november 2025

Verschillende grote Europese defensiebedrijven bereiden een beursgang voor. Daarmee probeert de defensie-industrie te profiteren van de sterke interesse van beleggers in militaire activiteiten, die dit jaar in de sector tot een scherpe koersstijging heeft geleid. De Britse metaalbewerker Doncasters Group, de Frans-Duitse tankbouwer KNDS Group en het Tsjechische defensiebedrijf Czechoslovak Group (CSG) behoren volgens analisten tot een aantal ondernemingen die een beursgang zouden overwegen.

De mogelijke beursnoteringen volgen op een toestroom van beleggers naar Europese defensie-gerelateerde beursintroducties die sinds 2024 konden worden opgemerkt. Aandelen van de Franse fabrikant van nachtzichtapparatuur Exosens, de Duitse maker van tanktransmissies Renk en het Poolse Arlen konden bij hun beursdebuut een stijging melden. “Bijna elke belegger besteedt veel tijd aan de defensiesector,” benadrukte Andreas Bernstorff, hoofd kapitaalmarkten bij BNP Paribas. “Er is veel aandacht voor de nieuwe bedrijven die naar de markt komen.”

De aandelen van Europese defensiebedrijven zijn dit jaar sterk gestegen. Europa heeft zich immers geëngageerd om zijn uitgaven aan defensie op te drijven, onder meer onder druk van de oproep van de Verenigde Staten, die hun Europese bondgenoten hebben opgeroepen zelf verantwoordelijkheid te nemen voor de eigen veiligheid. In juni spraken de 32 lidstaten van de Navo af om de uitgaven aan defensie tot 5 procent van hun bruto binnenlandse product te verhogen. Dat betekende een aanzienlijke stap ten opzichte van de eerdere doelstelling van 2 procent.

De index Europe Stoxx Aerospace and Defence heeft sinds de Russische invasie in Oekraïne in 2022 meer dan een verdrievoudiging gekend, waarbij meer dan de helft van deze stijging in 2025 kon worden opgetekend. De index presteert sinds het begin van het jaar beter dan zowel de S&P 500 als de Nasdaq Composite.

Gareth McCartney, analist bij de UBS Group, wijst erop dat beleggers steeds vaker investeren in sectoren die van de overheden grotere budgetten ter beschikking krijgt. Dat Europese landen hun defensiebudgetten fors verhogen, zien investeerders als een betrouwbare aanwijzing dat er voor defensiebedrijven een langdurige groei en nieuwe opdrachten zullen komen. Dat maakt de sector aantrekkelijker voor kapitaal.

McCartney voegt eraan toe dat Europese landen niet alleen grotere uitgaves doen, maar hun defensiebudgetten ook anders inrichten. Er wordt immers meer nadruk gelegd op moderne technologie, defensie-technologie, de productie van munitie en materiaal en gezamenlijke Europese programma’s. “Die verschuiving creëert nieuwe marktkansen en fungeert als een katalysator voor de huidige investeringsgolf”, stelde Gareth McCartney.

Hoge waarderingen

De aandelen van de Europese defensiesector zijn momenteel zo populair zijn dat hun waarderingen zelfs hoger liggen dan die van de grote Amerikaanse technologiebedrijven. Beleggers in Europese defensie-aandelen betalen inmiddels ongeveer 34 keer de jaarlijkse winst van de betrokken bedrijven. Dat is uitzonderlijk hoog voor deze sector en ligt zelfs hoger dan wat doorgaans wordt betaald voor de gevestigde Amerikaanse technologiebedrijven, die traditioneel nochtans de hoogste waarderingen hebben.

“De race naar een beursnotering is in wezen opportunistisch”, betoogde Nick Cunningham, analist bij Agency Partners. “Gezien de enorme koersstijgingen van beursgenoteerde sectorgenoten, is defensie een industrie die voor beleggers zeer verleidelijk is geworden.”

Bedrijven die een beursgang overwegen, hebben bovendien reden tot optimisme. De duikbootbouwer ThyssenKrupp Marine Systems (TKMS), zag bij zijn beursdebuut in Frankfurt in oktober de koers van zijn aandeel met 35 procent stijgen. Ondanks een lichte terugval noteert het aandeel nog altijd 20 procent boven de introductieprijs. Ook de aandelen van Renk, dat in februari 2024 naar de beurs ging, zijn dit jaar met 235 procent gestegen. Exosens, dat in juli 2024 debuteerde, heeft over dezelfde periode een waardestijging met meer dan 130 procent laten optekenen.

Beleggers zetten daarnaast steeds meer in op de mogelijkheid dat Europese defensie-startups op termijn naar de markt zullen worden gebracht omdat de originele investeerders naar een exit zoeken. Europa telt inmiddels enkele defensie-startups – waaronder de makers van drones Helsing, Quantum Systems en Tekever – met een unicorn-status van meer dan 1 miljard euro.

“Ik verwacht dat we een selectieproces zullen ervaren, waarbij enkele bedrijven uitgroeien tot grote en duurzame ondernemingen,” betoogde Alex Ferrara, partner bij investeerder Bessemer, die in bedrijven in de sector investeert. Nicholas Nelson, partner bij defensie-investeerder Archangel, waarschuwde echter dat een groot deel van de Europese technologie-leiders niet naar de beurs zullen komen. “Waarschijnlijker is dat een zeer klein aantal een notering zal krijgen, terwijl de rest door Amerikaanse of Europese strategische kopers of door grote investeerders zal worden overgenomen.”

Posted in industrie | Reacties uitgeschakeld voor Europese defensiebedrijven kijken naar kansen op beursgang

Japanse bedrijven versoepelen vestimentaire regels

Posted by managing21 on 18th november 2025

Onder druk van een krappe arbeidsmarkt versoepelen in Japan steeds meer ondernemingen de vestimentaire regels voor hun medewerkers. Dat blijkt uit een rapport van het persbureau Reuters. Met een soepeler houding willen de bedrijven bij potentiële werknemers interesse wekken om hun vacatures te kunnen invullen. Twee derde van de Japanse bedrijven zegt inmiddels dat het personeelstekort een ernstige impact heeft op hun bedrijfsvoering.

Japanse bedrijven versoepelen al een twintigtal jaar geleidelijk hun kledingvoorschriften. De aanzet kwam met de campagne Cool Biz die door het Japanse ministerie van leefmilieu in 2005 werd gelanceerd. Daarbij werden werknemers aangemoedigd om hun jas en stropdas af te leggen, zodat tijdens de zomer de kosten van de airconditioning zouden kunnen worden beperkt.

Sindsdien zijn de zomerse dresscodes bij de Japanse bedrijven steeds informeler geworden. In vele supermarkten zijn uniformen niet langer verplicht, terwijl taxichauffeurs ook niet meer standaard witte handschoenen dragen. Inmiddels wordt steeds vaker ook op het gebied van haardracht en nagelversiering een grotere vrijheid toegestaan.

Die trend werd drie jaar geleden gelanceerd door het bedrijf Don Quijote, onderdeel van de Pan Pacific International Group. Don Quijote stelt dat inmiddels bijna een kwart van de werknemers felgekleurd haar heeft. Nog anderen hebben hun haar bruin geverfd. In totaal zou al 55 procent van de medewerkers niet langer zwart haar hebben. Onder meer de drogisterijketen Fuji Yakuhin en de groep Tokyu Store, exploitant van meerdere supermarkten, hebben de traditionele beperkingen op het gebied haarkleuren, kapsels, accessoires, nagellak en piercings teruggeschroefd.

De jongste versoepelingen op het gebied van haarkleur, nagellak en accessoires vinden vooral plaats bij kleinere bedrijven, die door het personeelstekort harder worden geraakt dan de grotere ondernemingen en minder ruimte hebben om concurrerende lonen te bieden. Toch hebben ook enkele grote, beursgenoteerde bedrijven dit jaar hun voorschriften aangepast. Onder meer Japan Airlines kondigde recent aan dat werknemers voortaan sneakers mogen dragen. Daarmee volgde de luchtvaartmaatschappij het vervoerbedrijf en prijsvechter Skymark Airlines.

Personeelstekort

Japan is een snel vergrijzend land met een beperkte immigratie. Het land zag zijn beroepsbevolking sinds de piek in 1995 met 16 procent krimpen. Dat heeft geleid tot hevige concurrentie om personeel. Volgens de enquête van Reuters geeft twee derde van de Japanse bedrijven aan dat het tekort grote gevolgen heeft voor hun activiteiten. Het tekort was ook de belangrijkste oorzaak van faillissementen tussen begin april en eind september dit jaar. In die periode steeg volgens Tokyo Shoko Research het aantal faillissementen tot het hoogste niveau in twaalf jaar. Daardoor hebben jonge mensen – in elk geval voor deeltijds werk – meer onderhandelingsruimte.

Uit een onderzoek van het vacatureplatform Mynavi in april blijkt dat tweederde van de studenten vindt dat ze bij een bijbaan hun eigen uiterlijk moeten kunnen bepalen. Een derde heeft een sollicitatie teruggetrokken vanwege regels die door een mogelijke werkgever op het gebied van kleding of uiterlijk werden opgelegd.

“Studenten zoeken niet alleen werkervaring of inkomen”, benadrukt Shota Miyamoto, onderzoeker bij Mynavi. “Ze lijken een extra waarde – een gevoel van vrijheid of comfort te willen – te willen ervaren.” Wel merkt hij op dat studenten dit niet in dezelfde mate verwachten van fulltime banen.

Hoewel Japan zich iets soepeler opstelt, blijven sommige vormen van persoonlijke expressie die in de westerse wereld gebruikelijk zijn – zoals meerdere piercings of gezichtspiercings – voor veel bedrijven nog een stap te ver. Werknemers met tatoeages, traditioneel geassocieerd met de yakuza, moeten deze doorgaans bedekken om klanten niet af te schrikken. De nieuwste veranderingen hebben bovendien nog weinig invloed op veel traditionele grote Japanse bedrijven. Onder meer Sumitomo Mitsui Banking zegt geen officiële regels te hebben over haardracht of nagellak, maar binnen het bedrijf geldt wel dat persoonlijke styling geen opschudding mag veroorzaken.

Posted in human resources | Reacties uitgeschakeld voor Japanse bedrijven versoepelen vestimentaire regels

Minder neerslag bedreigt groot deel van de wereldwijde cacaoteelt

Posted by managing21 on 18th november 2025

Niet alleen het Amazonegebied wordt verstoord door menselijke activiteiten. De aantasting van het uitgestrekte Congobekken, bekend als de tweede long van de wereld, eist zijn tol in heel Afrika. Het probleem bedreigt bovendien de teelt van cacao, een van de meest verhandelde gewassen ter wereld. Dat blijkt uit een studie van Zero Carbon Analytics, waarbij gekeken werd op welke manier de afnemende neerslag de cacao-oogst in negen producerende landen kan verstoren. 

Het Congobekken, dat zich uitstrekt over zes landen in Centraal-Afrika, is na het Amazonegebeid het grootste tropische regenwoud ter wereld en vormt een cruciale koolstofput. Het beïnvloedt zelfs weerpatronen tot in Ivoorkust, op een afstand groter dan die tussen Dublin en Moskou. Tijdens de top Cop30 is er opnieuw financiering toegezegd voor het gebied. Frankrijk wil 2,5 miljard dollar ophalen voor de bestrijding van de gevolgen van de ontbossing, die verder reiken dan de lokale ecosystemen en een brede gordel van buurlanden treffen.

Een rapport van Zero Carbon Analytics wijst op een massale aantasting van het Congobekken. Bomen blijken er in een steeds sneller tempo te verdwijnen. Hierdoor wordt nu al de neerslag in delen van West-Afrika al ernstig beïnvloed”, zegt onderzoeksleider Joanne Bentley, moleculair ecoloog bij Zero Carbon Analytics. “Dat brengt een van de meest waardevolle exportgewassen van de regio in gevaar. Het regensysteem heeft de wereldwijde cacao-industrie decennialang ondersteund, maar die milieudienst begint nu uiteen te vallen.”

De effecten van het probleem zijn volgens Bentley verstrekkend. “Wanneer factoren zoals koolstofopslag, biodiversiteit, waterdiensten, hittebescherming en temperatuurbuffering verdwijnen, kunnen belangrijke economische risico’s ontstaan”, werpt de ecoloog op. De bevindingen van de studie suggereren dat de ontbossing de regenval in de cacaogordel van West-Afrika tijdens de cruciale groeiseizoenen met wel 20 procent kan verminderen. Dit bedreigt de opbrengsten die verantwoordelijk zijn voor driekwart van de wereldwijde cacaovoorraden.

De cacaoprijzen zijn de voorbije jaren sterk gestegen nadat ziekten en extreme weersomstandigheden – gedreven door de klimaatverandering – in Ivoorkust en Ghana de oogsten hebben doen instorten. Hierdoor bereiken de cacaoprijzen recordhoogtes. Een chocoladereep van 100 gram werd in sommige delen van Europa 35 procent duurder. Hierdoor is ook de consumentenvraag verzwakt.

Regenwouden reguleren neerslag via evapotranspiratie. Bomen pompen daarbij grondwater omhoog en geven dit via hun bladeren af, waardoor wolken ontstaan en een zelfversterkende cyclus van regenval in stand blijft. De bomen van het Congobekken genereren tot 83 procent van de lokale neerslag – meer dan in het Amazonegebied – waardoor het bos vochtig blijft en continue regenval wordt ondersteund. Seizoenswinden voeren dit vocht westwaarts en leveren bijna een vijfde van de neerslag in West-Afrika, met inbegrip van Ivoorkust en Ghana, het hart van de wereldwijde cacaoproductie.

Wanneer bossen verdwijnen, verzwakt ook dit neerslagsysteem. De ontbossing vermindert niet alleen de vochtproductie, maar verandert ook regionale windpatronen, waardoor de moesson in West-Afrika verzwakt. Het Congobekken verloor sinds het begin van deze eeuw al ongeveer 10 procent van zijn boombedekking. Het tempo van de ontbossing neemt bovendien toe door kleinschalige landbouw, houtkap en houtskoolproductie.

Meer dan de helft van de bomen staat in de Democratische Republiek Congo, die vorig jaar meer dan 1,2 miljoen hectare bos verloor. Als het huidige tempo aanhoudt, kan tegen 2050 ongeveer 27 procent van het bos verdwijnen. Een dergelijke evolutie kan volgens wetenschappers waarschuwen dat de regio over een kritisch kantelpunt kan worden geduwd, met aanhoudend drogere omstandigheden, zowel lokaal als in West-Afrika.

Europa

Cacao is in tropische regio’s een van de gewassen die het meest van neerslag afhankelijk zijn. De teelt gebeurt vrijwel volledig door kleinschalige boeren in vochtige equatoriale zones en is afhankelijk van regen. Bij droogte keldert de opbrengst. Zero Carbon Analytics verwacht dat de cumulatieve verliezen tegen het midden van deze eeuw kunnen oplopen tot 1,6 miljoen ton in Ivoorkust (ongeveer 80 procent van de huidige productie), plus 866.000 ton in Ghana, 377.000 ton in Nigeria en 205.000 ton in Kameroen. 

Cacao vertegenwoordigt ongeveer een derde van de exportinkomsten in Ivoorkust en meer dan de helft van de landbouwexport in buurlanden, waardoor hun economieën zeer kwetsbaar zijn. De prijsimpact zou mondiaal zijn. Volgens de studie kan de cacaoprijs in 2050 oplopen tot 68,10 dollar per kilogram. Dat is bijna zes keer meer dan eind dit decennium. Ontbossing zou verantwoordelijk zijn voor ongeveer 40 procent van die stijging. Zonder een verder verlies aan bossen zou de prijs in 2050 dichter bij 41 dollar liggen. 

Europa, de grootste cacao-importeur van de wereld, zou een groot deel van de extra kosten dragen. Als de invoervolumes gelijk blijven, zou de ontbossing in 2050 alleen al 33,8 miljard dollar per jaar toevoegen aan de invoerkosten van de Europese Unie. In totaal zouden de extra kosten tot ongeveer 256 miljard dollar kunnen oplopen. Dat betekende bijna het dubbele van de wereldwijde marktwaarde die de cacao-industrie vorig jaar vertegenwoordigde.

Niet alle onderzoekers zijn het eens over de omvang van die risico’s. Dominic Moran, professor hulpbronneneconomie aan de University of Edinburgh, zegt dat dergelijke ramingen mogelijk onderschatten op welke manier boeren en de cacao-industrie zich aan een veranderend klimaat kunnen aanpassen. “Het uitgangspunt is dat het gewas blijft staan waar het staat, vervolgens zwaar wordt getroffen door droogte en er geen substitutie plaatsvindt,” zegt hij. “Dat is discutabel, want de meeste gewassen worden uiteindelijk op een andere locatie verbouwd. Boeren zullen hun activiteiten diversifiëren.”

Sommige grote chocoladeproducenten passen hun strategie al aan. Gewezen wordt naar onder meer naar Barry Callebaut, producent van hoogwaardige chocolade en cacaoproducten. Het bedrijf verloor tijdens de cacaocrisis vorig jaar 20 procent van zijn beurswaarde, maar investeert in nieuwe gebieden buiten West-Afrika, vooral in Latijns-Amerika, waar de neerslag stabieler is en de opbrengsten minder wisselvallig blijken.

Onderzoekers van Zero Carbon Analytics stellen echter dat de grootste dreiging in de timing schuilt. Hun analyse wijst uit dat de impact tot het begin van het volgend decennium beheersbaar blijft, maar na 2040 sterk zal toenemen omdat de neerslagsystemen verder verzwakken en de rol van het Congobekken als regionale vochtbron ineenstort. Bovendien zou voorkomen aanzienlijk goedkoper zijn dan niets doen.

Posted in voeding & horeca | Reacties uitgeschakeld voor Minder neerslag bedreigt groot deel van de wereldwijde cacaoteelt

Noors staatsfonds overweegt investering in grote defensiebedrijven

Posted by managing21 on 14th november 2025

Getroffen door de oorlog in Oekraïne en de wisselende uitspraken van de Amerikaanse president Donald Trump over de verdediging van Europa, overweegt Noorwegen om zijn staatsfonds (Oljefondet) van 2,1 biljoen dollar – het grootste ter wereld – vanaf 2027 opnieuw te laten investeren in grote defensiebedrijven. Daarmee zou een einde komen aan een verbod dat meer dan twintig jaar van kracht was. Noorwegen, een land met 5,6 miljoen inwoners, is geen deel van de Europese Unie en deelt een grens met Rusland in het Arctische gebied. 

Een dergelijke wijziging zou het fonds in staat stellen belangen te nemen in veertien defensiebedrijven met een gezamenlijke beurswaarde van ongeveer 1 biljoen dollar. Momenteel mag het fonds daar niet in investeren vanwege ethische richtlijnen, omdat de bedrijven onderdelen produceren voor kernwapens. Op 4 november stemde het Noorse parlement in met een herziening van de ethische richtlijnen, die sinds 2004 gelden.

De bedrijven die mogelijk weer toegankelijk worden voor het fonds zijn Lockheed Martin, Boeing, Airbus, BAE Systems, Safran, Thales, BWX Technologies, Northrop Grumman, Fluor, General Dynamics, Huntington Ingalls Industries, Jacobs Solutions, L3Harris Technologies en Larsen & Toubro.

Aandelen van defensiebedrijven, ooit gemeden door beleggers die zich door duurzame doelstellingen lieten leiden, worden inmiddels breder geaccepteerd omdat Rusland de oorlog in Oekraïne voortzet en Europese landen hun uitgaven voor landsverdediging verhogen onder druk van regering van de Amerikaanse president Donald Trump. De veranderde veiligheidscontext maakt defensiebedrijven bovendien tot potentieel lucratieve investeringen.

“Vrijheid is belangrijker dan duurzaamheid,” beklemtoonde Knut Kjaer, tussen 1998 en 2007 de eerste directeur van het Oljefondet. “Europa moet zichzelf kunnen verdedigen tegen Russische agressie. Waarom zouden we niet investeren in wapens? Noorwegen koopt zelf wapens van dezelfde bedrijven waarin het fonds niet mag investeren.”

Een aanpassing van de richtlijnen zou ertoe kunnen leiden dat ook andere investeerders die zich op duurzaamheid toespitsen, hun koers wijzigen, net zoals in 2016 gebeurde toen het Oljefondet besloot niet langer te werken met bedrijven die 30 procent van hun omzet uit steenkool halen. Inmiddels benoemde het Noorse ministerie van financiën een commissie die de richtlijnen moet herzien. Die commissie komt in oktober 2026 met aanbevelingen, waarover het parlement in juni 2027 zal stemmen.

Dilemma

Net zoals Kjaer wijst ook de Noorse regering erop zelf al een directe klant te zijn van een aantal van deze defensiebedrijven. “Enerzijds vinden we het ethisch aanvaardbaar grote bedragen aan defensiebedrijven te betalen, maar anderzijds zouden we het onethisch vinden om veel kleinere bedragen aan rendement uit diezelfde bedrijven te ontvangen,” zei Jens Stoltenberg, Noors minister van financiën Jens Stoltenberg en voormalig topman van de Navo, eind vorige maand in het Noorse parlement.

In het mandaat van de commissie benadrukt het ministerie een dilemma. Noorwegen koopt gevechtsvliegtuigen van Lockheed en fregatten van BAE Systems, maar besloot twintig jaar geleden dat het Oljefondet niet in deze bedrijven mocht beleggen. “Sindsdien zijn zowel de betrokkenheid van deze bedrijven bij wapenproductie als de veiligheidssituatie veranderd”, voeren woordvoerders van de Noorse regering aan. “Kernwapens vormen een fundamenteel onderdeel van de afschrikstrategie van de Navo, waarvan Noorwegen deel uitmaakt.”

De Noorse minderheidsregering van Labour kan rekenen op voldoende steun in het parlement voor een aanpassing van de richtlijnen. “We kunnen kernwapens afkeuren, maar ze maken deel uit van de strategie van de Navo en wij zijn lid van dat samenwerkingsverband”, benadrukte Hans Andreas Limi, fractieleider van de oppositiepartij Fremskrittspartiet. “Het is dus moeilijk de logica te zien van een investeringsverbod. Ook Ine Eriksen Soereide, leider van de conservatieve partij Høyre, pleitte eerder dit jaar al voor een dergelijke verandering.

Niet iedereen vindt echter dat een fonds om welvaart voor toekomstige generaties Noren veilig te stellen, zou moeten investeren in bedrijven die bijdragen aan de productie van massavernietigingswapens.

“We hebben gehoord dat het paradoxaal zou zijn dat Noorwegen niet mag investeren in bedrijven waarmee we verder gewoon handel drijven,” gaf Kirsti Bergstø, leider van de Socialistische Linkse Partij, vorige maand in de Noorse parlement aan. “Maar is dat echt zo? Is er werkelijk geen groot verschil tussen het kopen van materieel dat ons land nodig heeft en bijvoorbeeld investeren in kernwapens?”

Binnen het Oljefondet doet een ethische raad aanbevelingen over aandelen waarin niet zou mogen worden belegd. Ola Mestad, tussen 2010 en 2014 voorzitter van de ethische raad, stelt dat de richtlijnen moeten worden aangepast aan de geopolitieke realiteit. “We moeten in staat zijn de ethische richtlijnen zo te herzien dat ze erkennen dat we ons in een periode vóór een oorlog bevinden, of tussen twee oorlogen”, beklemtoonde Mestad. “De uitsluitingen van wapens moeten op een andere manier worden bekeken.”

Volgens analisten betekent dit gegeven ook dat Noorwegen voorzichtiger moet zijn bij beslissingen om internationale bedrijven uit te sluiten, omdat de gevolgen daarvan nu schadelijker kunnen zijn. Recent besloot het parlement dergelijke desinvesteringen tijdelijk op te schorten. “In een nieuwe realiteit van meer gepolitiseerde markten moeten we alerter zijn op het risico dat we worden verwaterd, dat kapitaalcontroles worden ingevoerd, dat onze activa worden geconfisqueerd of dat ze worden ingezet in een financiële wapenwedloop, waardoor we misschien honderd jaar moeten wachten op ons rendement,” betoogde Kjaer.

Ongeveer 52,4 procent van de activa van het fonds – ongeveer 1 biljoen dollar – is belegd in de Verenigde Staten, verspreid over aandelen, obligaties en vastgoed. In september liet het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken weten bijzonder verontrust te zijn over het besluit van het Oljefondet om uit Caterpillar te stappen vanwege het gebruik van materieel van de onderneming door Israëlische autoriteiten in Gaza en de bezette Westelijke Jordaanoever.

Posted in financiën, industrie | Reacties uitgeschakeld voor Noors staatsfonds overweegt investering in grote defensiebedrijven

Airbnb wil zich in Spanje meer op landelijke bestemmingen focussen

Posted by managing21 on 14th november 2025

Vakantieverhuurder Airbnb zal zich in Spanje de volgende drie jaar investeren in de promotie van bestemmingen in het binnenland. Daarmee hoopt het bedrijf in te kunnen spelen op de groeiende vraag naar plattelandstoerisme. Grote steden voeren in Spanje, na Frankrijk de populairste toeristische bestemming ter wereld, tegelijkertijd strengere beperkingen in voor de verhuur op korte termijn.

Steden zoals Barcelona zijn van plan om tegen 2028 alle verhuur op korte termijn te verbieden, terwijl onder meer de Balearen en Madrid onder de nieuwe regelgeving toeristische platforms hebben verplicht om het aantal vermeldingen terug te dringen.

Airbnb heeft nu verklaard zijn lokale strategie aan te passen en zegt van plan te zijn om 50 miljoen dollar te investeren in de promotie van Spaanse dorpen en in de uitbreiding van het aanbod van accommodaties op het platteland..

Ook de Spaanse overheid heeft een campagne gelanceerd om landelijke bestemmingen onder de aandacht te brengen. Die aanpak heeft de bedoeling om een deel van de 94 miljoen internationale toeristen die vorig jaar vooral stranden en grote steden bezochten, naar andere regio’s in het land te leiden. Tot nu toe wordt deze verschuiving vooral gedreven door binnenlandse reizigers die op zoek zijn naar goedkopere vakanties in eigen land.

Volgens Airbnb trekken landelijke bestemmingen in Spanje minder bezoekers dan in Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. In Italië zouden landelijke bestemmingen zelfs twee keer meer bezoekers kunnen verwelkomen dan in Italië. Het platform verwacht dat de belangstelling in aanloop naar de zonsverduistering van 2026 zal toenemen. Dat fenomeen zal immers vanuit verschillende rurale gebieden in Spanje goed zichtbaar zijn.

Bijna een derde van de toeristen in Spanje kiest voor een verblijf met een huur op korte termijn. In mei van dit jaar stonden in Spanje 1,43 miljoen woningen geregistreerd als een locatie voor vakantieverhuur. Dat cijfer weerspiegelde een daling met 6 procent tegenover de zomer van vorig jaar. Die daling is te wijten aan de introductie van strengere regels die werden uitgevaardigd om de Spaanse woningcrisis te verlichten.

Airbnb stelt dat sommige regio’s in Spanje zouden kunnen profiteren van minder strikte regels voor toeristische verhuur. Het bedrijf voert daarbij aan dat minder dan 1 procent van de Spaanse gemeenten meer dan 100.000 inwoners telt, maar tegelijkertijd vertegenwoordigen deze locaties 40 procent van de Spaanse bevolking en een groot deel van het toerisme. “Het toerisme in Spanje is sterk geconcentreerd,” zegt Jaime Rodríguez de Santiago, algemeen directeur voor Spanje en Portugal bij Airbnb. “We zijn gewend geraakt aan deze hyperconcentratie, maar toch blijft dit fenomeen een anomalie.”

Posted in toerisme | Reacties uitgeschakeld voor Airbnb wil zich in Spanje meer op landelijke bestemmingen focussen

Crisis bij Porsche drukt op winst grootste aandeelhouder

Posted by managing21 on 14th november 2025

Een crisis bij autofabrikant Porsche (Porsche AG) heeft de resultaten van de Porsche Holding (Porsche SE), de grootste aandeelhouder van de Duitse constructeur, tijdens de eerste negen maanden van dit jaar onder druk gezet. De aangepaste winst na belastingen daalde met meer dan een derde. Dat hebben woordvoerders van de Porsche Holding bevestigd.

De Porsche Holding, gecontroleerd door de families Porsche en Piëch, bezit 12,5 procent van autofabrikant Porsche. Het grootste deel van de overige aandelen is in handen van de Volkswagen Group. De Porsche Holding is tevens de grootste investeerder in Volkswagen en bezit 31,9 procent van de aandelen en 53,3 procent van de stemrechten in het Duitse autoconcern. In de periode van januari tot en met september rapporteerde de Porsche Holding een aangepaste winst na belastingen van 1,6 miljard euro (1,87 miljard dollar). Dat betekende een daling met 36 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.

Volgens het bedrijf werd het resultaat significant beïnvloed door problemen bij de automerken Volkswagen en Porsche, die dit jaar te maken hebben met miljarden euro extra kosten. Porsche stelde de introductie van een nieuw elektrisch model uit en probeert de dalende vraag in China op te vangen.

Johannes Lattwein, financieel directeur bij de holding, benadrukte echter dat Porsche SE zijn financieringsstructuur heeft verbeterd, waardoor het bedrijf volgens hem beter bestand is tegen de uitdagende omstandigheden waarmee de auto-industrie momenteel wordt geconfronteerd. De nettoschuld van de groep daalde in de eerste negen maanden met 3 procent tot 5 miljard euro.

De holding handhaafde zijn verwachting voor het volledige jaar, ondanks een winstwaarschuwing die in september vanwege een strategische heroriëntatie bij de autobouwer werd gelanceerd. Het concern onderzoekt investeringsmogelijkheden in defensie om de portfolio te diversifiëren, met het oog op de groeiende overheidsuitgaven die in de militaire sector worden verwacht.

Terwijl defensiebedrijven zoals Rheinmetall goed gevulde orderportefeuilles hebben, kampt de Duitse automobielindustrie met een dure overgang naar elektrische voertuigen, een felle concurrentie uit China, Amerikaansen invoerheffingen en schokken in de toeleveringsketen.

Posted in automotive | Reacties uitgeschakeld voor Crisis bij Porsche drukt op winst grootste aandeelhouder