Autobestuurder moet werkelijke kosten verkeersinfrastructuur betalen
Posted by managing21 on augustus 6th, 2025
De prijs die de consument betaalt om met de auto te rijden, ligt veel te laag. Dat is de boodschap van een rapport van Michael Manville, professor stedelijke planning aan de University of California Los Angeles (Ucla). Een betalend gebruik biedt volgens Manville diverse voordelen.
“De prijszetting bepaalt op welke manier een product of dienst wordt gebruikt”, werpt professor Manville op. “Autorijden is te goedkoop en huisvesting is te duur. Autorijden is niet goedkoop in de letterlijke zin – auto’s zijn niet goedkoop en benzine is niet gratis – maar kost minder dan het zou moeten. De maatschappelijke kosten van autorijden – zoals files, de vervuiling en de slijtage van de infrastructuur, worden immers niet volledig aan de gebruiker doorgerekend. De woningprijzen daarentegen worden opgedreven door een restrictief ruimtelijk beleid dat het aanbod beperkt.”
Michael Manville bouwt daarbij verder op het baanbrekende werk van zijn mentor Donald Shoup, voormalig hoogleraar stedelijke planning aan de University of California en een pionier in de hervorming van het parkeerbeleid. Shoup werd bekend met de stelling dat gratis of te goedkoop parkeren de stedelijke ontwikkeling verstoort. Manville heeft deze redenering breder toegepast. “Niet alleen het parkeren is verkeerd geprijsd, want dat geldt ook voor de volledige verkeersinfrastructuur”, merkt hij op.
De problematiek werd al gedeeltelijk aangepakt door de introductie van een congestion pricing, waarbij de automobilisten tijdens de piekuren een tol betalen voor het gebruik van bepaalde wegen. Dit concept is een controversieel idee dat de voorbije jaren aan terrein heeft gewonnen, met als belangrijkste doel de verkeersdoorstroming te verbeteren en de vervuiling terug te dringen. Deze aanpak kan ook inkomsten opleveren voor het openbaar vervoer en de infrastructuur.
Het idee is dat voor het gebruik van wegen tijdens drukke periodes een prijs moet worden betaald. “Dat geldt voor elk andere nutsvoorziening – onder meer elektriciteit of water – die in handen is van de overheid”, zegt Manville. “Maar bij de wegeninfrastructuur wordt dat principe niet toegepast. Het wegennet is het enige systeem waarvoor geen prijzen worden aangerekend. Het is geen toeval dat dit ook het enige systeem is dat twee keer per dag volledig vastloopt.”
Volgens Manville zou het basisprincipe dat in de economie algemeen wordt toegepast – het prijzen van goederen en diensten op basis van de aanwezige vraag – ook voor het gebruik van het wegennet zou moeten gelden. “Steden zoals Singapore bewijzen dat dit principe kan werken”, benadrukt hij. “Daar zorgt een dynamische tolheffing ervoor dat het verkeer blijft doorrijden met snelheden tussen 70 kilometer en 90 kilometer per uur. Door een adoptie van ditzelfde principe zou ook een stad zoals Los Angeles vergelijkbare voordelen kunnen behalen. We hebben de disfunctie van ons vervoerssysteem genormaliseerd.”