managing21.be

Managing21: een blik op het heden en de toekomst van de economie.

Archive for the 'milieu' Category

Technologiesector heeft emissies zakenvluchten gehalveerd

Posted by managing21 on 12th september 2024

De grootste technologiebedrijven hebben de voorbije vijf jaar de emissies van hun zakenvluchten nagenoeg gehalveerd. Dat blijkt uit een rapport van de Travel Smart Campaign van de milieugroep Transport & Environment, gebaseerd op een analyse van de zakelijke verplaatsingen van medewerkers van zesentwintig grote technologiebedrijven. Maar de onderzoekers waarschuwen dat de emissies van deze verplaatsingen sinds het einde van de covid-pandemie, die de zakenluchtvaart nagenoeg had stilgelegd, opnieuw toenemen.

De onderzoekers stelden vast dat de luchtvaartemissies van de grote technologiebedrijven sinds 2019 gemiddeld met 49 procent zijn gedaald. PayPal en Intel toonden met een score van 82 procent de grootste inspanning te hebben gedaan om hun uitstoot terug te schroeven, gevolgd door Dell Technologies (74 procent), IBM (70 procent) en Microsoft (66 procent). Tegelijkertijd wordt gewaarschuwd dat er binnen de sector toch niet over een universele vooruitgang gewag kan worden gemaakt. Uit het rapport blijkt immers dat bij een aantal bedrijven de emissies snel  naar het niveau van 2019 terug zouden kunnen keren.

De grote technologiebedrijven hebben de emissies van hun zakenreizen met 49 procent verminderd. – Foto: Lufthansa Group

Onder meer Alphabet en Apple behoren volgens de Travel Smart Campaign tot deze laatste categorie ondernemingen. De reisuitstoot van Apple was twee jaar geleden weliswaar 65 procent lager dan de niveaus die in 2019 werden gerapporteerd, maar een toename van het aantal reizen in 2023 betekende dat het verschil uiteindelijk nog tot 31 procent is ingekrompen. Ook bij Alphabet liggen de emissies van de verplaatsingen nog slechts 23 procent onder het niveau van vijf jaar geleden.

Tenslotte waren er ook een aantal bedrijven die met hun zakenreizen een grotere uitstoot hebben veroorzaakt dan vijf jaar geleden. Bij Salesforce was er daarbij sprake van een toename met 2 procent, terwijl bij Atlassian Corporation een stijging met 29 procent moet worden gemeld.

Specifieke doelen

Transport & Environment zegt verheugd te zijn over de conclusies van het rapport. “Een indrukwekkend aantal bedrijven heeft zijn reizen met vliegtuigen sinds vijf jaar geleden, vlak voor de uitbraak van de covid-pandemie die zakelijke verplaatsingen tijdelijk tot stilstand brachten, gehalveerd”, wordt er daarbij opgemerkt. “De bevindingen van het rapport tonen het belang van de formulering van specifieke doelen door bedrijven om de emissies van hun zakenreizen te verminderen.”

Er wordt daarbij opgemerkt dat slechts zeven van de onderzochte bedrijven rond de emissies van hun zakenreizen specifieke doelen hadden gesteld, wat volgens de analisten nochtans een belangrijk hulpinstrument is om de bij de aanpak van de uitstoot van dit soort verplaatsingen een voortdurende vooruitgang te kunnen garanderen. “Onder meer SAP, Microsoft en IBM hebben terzake geen doelstellingen naar voor geschoven”, wordt er aangevoerd.

De Travel Smart Campaign zegt alle bedrijven op te roepen doelstellingen te formuleren om de emissies van hun vliegtuigreizen tegenover het niveau van 2019 met minstens 50 procent te verminderen. Daarbij wordt opgemerkt dat de technologiebedrijven een bijzondere verantwoordelijkheid hadden om leiderschap te tonen bij het verminderen van emissie-intensieve zakenreizen, aangezien hun toplui vaak beweren klimaatleiders te zijn en de ondernemingen een sleutelrol vervullen bij de ontwikkeling van digitale technologieën die de noodzaak van emissie-intensieve zakenreizen verminderen.

“Technologiebedrijven beweren al lange tijd klimaatleiders te zijn en velen hebben de emissies van hun zakenreizen aanzienlijk verminderd, maar als ze geloofwaardig willen zijn, moeten ze ook duidelijke reductiedoelen stellen”, beklemtoont Denise Auclair, expert zakenreizen bij Transport & Environment. “Hoe kan Sundar Pichai, chief executive van Google, beweren dat zijn bedrijf op weg is naar een duurzame toekomst als de reisemissies de verkeerde kant op gaan.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in luchtvaart & ruimtevaart, milieu, technologie | Reacties uitgeschakeld voor Technologiesector heeft emissies zakenvluchten gehalveerd

Brandstofverkopers cruciaal voor wereldwijde laadinfrastructuur

Posted by managing21 on 9th september 2024

De wereldwijde laadinfrastructuur moet tegen eind dit decennium een groei met meer dan 500 procent laten optekenen. Dat blijkt uit een rapport van het onderzoeksbureau McKinsey. Volgens het bedrijf Konect, aanbieder van oplaadtechnologie voor elektrische wagens, moet actie worden ondernomen om de installatie van laadstations te versnellen. Opgemerkt wordt dat bij het dichten van die kloof mogelijk op bestaande brandstofverkopers beroep zou moeten worden gedaan.

Belangrijke markten in de transitie naar elektrische voertuigen blijven achter bij de doelstellingen die ze voor openbare laadinfrastructuur hadden gesteld. Dat blijkt uit cijfers die ter gelegenheid van World EV Day bekend werden gemaakt. De statistieken tonen dat de Verenigde Staten, Europa en het Verenigd Koninkrijk de installaties van laadinfrastructuur ruimschoots zouden moeten verzesvoudigen om tegen het einde van dit decennium een voldoende aanbod te kunnen voorzien om aan de vraag te kunnen beantwoorden. 

De installatie van laadstations moet dringend worden versneld. – Foto: Eneco

De Verenigde Staten heeft momenteel amper 15 procent van de benodigde openbare laadpunten kunnen activeren. In het Verenigd Koninkrijk wordt een niveau van 22 procent opgetekend. In de rest van Europa zijn 18 procent van de benodigde installaties operationeel. Europa beschikt momenteel over 630.000 openbare laadpunten. Maar om de doelstellingen van de Europese Commissie tegen eind dit decennium te halen, zal dat aantal 5,5 keer moeten worden opgevoerd. Het Verenigd Koninkrijk beschikt momenteel over 70.000 openbare laadpunten, maar moet tegen eind dit decennium over 300.000 locaties kunnen beschikken. Ook hier is er dus sprake van een noodzakelijke groei met 350 procent.

“Maar met de huidige installatiesnelheden zullen deze belangrijke markten de transitie naar de elektrische mobiliteit onmogelijk adequaat kunnen ondersteunen”, wordt er aangevoerd. “Europa loopt bijvoorbeeld momenteel drie keer achter op het jaarlijkse installatietempo dat nodig is om de doelstellingen voor het einde van dit decennium te halen.”

Interessante opportuniteit

Volgens een aantal experts kan dit tekort aan laadpunten voor de traditionele brandstofretailers een interessante opportuniteit bieden. Konect, aanbieder van technologie voor het opladen van elektrische wagens, wijst er daarbij op dat deze retailers op het gebied van locatie en voorzieningen een optimale mix kunnen aanbieden.

“Het is bekend dat de meeste bestuurders van een elektrische auto zijn voertuig momenteel thuis opladen”, werpen de experts op. “Er is echter sprake van een tweede groep gebruikers, die echter niet over dezelfde faciliteiten beschikken. 

“Naarmate de technologie van de elektrische wagens verbetert, de kosten dalen en het bereik toeneemt, zullen meer mensen de overstap naar deze milieuvriendelijke vorm van mobiliteit maken”, verduidelijkt Om Shankar, general manager van Konect. “Deze vooruitgang moet echter worden gekoppeld aan een voldoende arsenaal beschikbare openbare laadpunten. Er moet logisch worden nagedacht over de plaatsing van nieuwe laadpunten. Dit zijn idealiter locaties die bij de automobilisten bekend zijn en ook gemakkelijk bereikbaar zijn. Dat is een gouden kans voor het bestaande netwerk van brandstofverkopers.”

De sector moet volgens de experts echter komaf maken met een aantal belangrijke belemmeringen tegen een efficiënte service. “Brandstofverkopers moeten immers voor de uitbouw van een betrouwbaar en winstgevend laadinstallaties een businesscase kunnen opbouwen”, wordt er opgemerkt. “Een onderzoek bij meerdere locaties van laadpunten toont onder meer dat 71 procent de downtime van laadpunten op hun locaties een uitdaging vindt, terwijl 57 procent de ondersteuning van servicepartners als de grootste hinderpaal beschouwt.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in automotive, energie, milieu, Mobility | Reacties uitgeschakeld voor Brandstofverkopers cruciaal voor wereldwijde laadinfrastructuur

Stapels autobanden vormen ideale kraamkamer voor muggen

Posted by managing21 on 9th september 2024

Stapels gebruikte autobanden kunnen op het eerste gezicht vooral een visuele vervuiling vormen, maar de impact van het probleem heeft in werkelijkheid nog veel bredere consequenties. Dat is de conclusie van een rapport van wetenschappers aan de Louisiana State University. Afgedankte autobanden zijn uitgegroeid tot een belangrijk probleem voor de volksgezondheid, omdat ze muggen een vochtige en een afgelegen broedplaats bieden. 

De soorten die het meest verantwoordelijk zijn voor de verspreiding van gevaarlijke ziekten zoals dengue, zika en het westnijlvirus worden door deze hete en vochtige toevluchtsoorden het meest worden aangetrokken. “Banden vormen voor muggen een dankbare habitat”, benadrukt onderzoeksleider Rebeca de Jesús Crespo, professor milieukunde aan de Louisiana State University. “De afwezigheid van roofdieren, het grote watervolume en een thermische isolatie maakt deze omgeving tot een zeer gewilde kraamkamer voor vrouwelijke muggen.”

Oude autobanden bieden muggen een beschermende habitat. – Foto: Pixabay

“De zika-epidemie in Puerto Rico vormde de inspiratie voor deze studie,” zegt Crespo. “Het verband tussen temperatuur en de verspreiding van vectorziekten was in eerder onderzoek al duidelijk gebleken. New Orleans bood een ideale setting om deze dynamiek verder te onderzoeken, vooral gezien de overvloed aan voorwaarden die de stad op het gebied van dengue en zika te bieden heeft.” De studie richtte zich op drie belangrijke muggensoorten – Aedes albopictus, Aedes aegypti en Culex quinquefasciatus – die in New Orleans worden gevonden. De onderzoekers selecteerden deze soorten vanwege hun staat van dienst voor de overdracht van ziektes. 

De conclusies van de studie bevestigen dat de stedelijke gezondheidsproblematiek vaak nauw verweven is met sociale elementen en omgevingsfactoren. Tijdens het onderzoek vonden de wetenschappers vaker bandenstapels in gebieden met een laag inkomen en een lage bevolkingsdichtheid. Dat werd tevens met een toegenomen populatie Aedes albopictus, vooral in koelere regio’s, in verband gebracht. Daarentegen werden populaties van de Aedes aegypti vaker aangetroffen in gebieden met hoge temperaturen, maar deze soort werd minder door de aanwezigheid van banden aangetrokken.

De wetenschappers besteedden ook aandacht aan de stedelijke hitte-eilanden, locaties die door de verstedelijking met hogere temperaturen worden geconfronteerd. De onderzoekers verwachtten daarbij een sterke correlatie tussen hoge temperaturen en een laag inkomen, maar niet in alle wijken van New Orleans kon dat verband worden bevestigd. Daarentegen werd vastgesteld dat hoge temperaturen nauwer verband hielden met de bevolkingsdichtheid en de leegstandspercentages dan met het mediaaninkomen.

Bronreductie

“Deze discrepantie kan te wijten zijn aan de aanwezigheid van voorstedelijke gebieden die weliswaar door een lager inkomen worden gekenmerkt, maar die door de sterke aanwezigheid van begroeiing wel koeler blijven”, verduidelijkt Crespo. “Context is bijzonder belangrijk. De relatie tussen hitte-eilanden en de sociaaleconomische status kan zich in oudere stedelijke buurten anders manifesteren dan in voorstedelijke gebieden.”

Crespo zegt dat er in gebieden met hoge temperaturen en een hoge bevolkingsdichtheid vaak meer publieke controle is op weggegooide banden. “Wanneer meer mensen een ruimte delen, bestaat er immers een grotere kans dat een bandenstapel wordt opgemerkt en iemand de gemeentelijke diensten belt om dat afval te laten verwijderen”, zegt de wetenschapster. “Dit leidt tot een frequentere en snellere afvoer van de banden, waardoor er minder kans is dat de die zich in die banden verschuilen, zich tot volwassen muggen kunnen ontwikkelen. Omgekeerd gedijt de Aedes albopictus in meer begroeide, koelere omgevingen waar stapels banden langer kunnen blijven bestaan en er een stabiele habitat wordt geboden.”

De bevindingen van de studie maken duidelijk dat buurten met een laag inkomen en minder inwoners vaak meer weggegooide banden herbergen en dus een groter risico lopen op ziektes die door muggen worden overgebracht. “Bronreductie is de sleutel tot muggenbestrijding”, voert Crespo aan. “Chemische behandelingen zouden een laatste redmiddel moeten zijn. Efficiënt muggenbeheer begint met habitatreductie.”

Crespo wil in een verder stadium onderzoeken of de ruimtelijke verspreiding van muggensoorten, beïnvloed door warmte en beschikbaarheid van habitat, zich vertaalt in verschillen in ziekterisico. “Inzicht in deze patronen kan helpen de risico’s van de overdracht van ziektes door muggen voor de volksgezondheid beter te voorspellen en te beperken.”

De studie toont volgens Crespo ook aan dat er nood is aan een ??bredere, multidisciplinaire aanpak om het afvalbeheer te verbeteren en barrières voor een goede verwijdering van banden aan te pakken. ”Wetshandhaving, het herstel van brownfields en huisvesting moeten hier allemaal pijlers van de besluitvorming vormen”, verduidelijkt de wetenschapper.

Meer over dit onderwerp:

Posted in automotive, gezondheid, milieu, Stad | Reacties uitgeschakeld voor Stapels autobanden vormen ideale kraamkamer voor muggen

EcoFollower: Computermodel verbetert verkeersveiligheid en verlaagt brandstofverbruik

Posted by managing21 on 7th september 2024

Computermodellen op basis van reinforcement learning kunnen efficiënte strategieën opleveren om het brandstofverbruik van voertuigen te beperken. Op die manier kan de technologie een belangrijke bijdrage leveren aan de beperking van de milieuvervuiling en bovendien helpen om het wereldwijde energietekort aan te pakken. Dat blijkt uit een studie van wetenschappers aan de Hong Kong University of Science and Technology.

“De transportsector is wereldwijd nog steeds een van de belangrijkste bronnen van luchtvervuiling en klimaatverandering”, werpt onderzoeker Hui Zhong, op. “De sector eist ongeveer 59 procent van het wereldwijde olieverbruik op en neemt 22 procent van de totale emissies van koolstofdioxide voor zijn rekening. De identificatie van efficiënte strategieën om het brandstofverbruik van voertuigen te beperken, kan dus een aanzienlijke bijdrage leveren aan de vermindering van de vervuiling en kan tegelijkertijd het wereldwijde energietekort helpen aanpakken.”

EcoFollower zegt het brandstofverbruik al met minstens met ruim 10 procent te kunnen beperken. – Foto: Pixabay

EcoFollower, het computermodel van de Chinese wetenschappers is ontworpen om het brandstofverbruik te optimaliseren in scenario’s waarbij semi-autonome en volledig zelfrijdende voertuigen zich door het verkeer begeven, maar waarbij de wagens een veilige afstand tegenover elkaar moeten bewaren door hun snelheid aan te passen.

“Er is een toenemende vraag naar duurzame en energiezuinige transportoplossingen,” benadrukte Hui Zhong. “Verkeersopstoppingen en inefficiënt rijgedrag leveren een aanzienlijke bijdrage tot het brandstofverbruik en de emissies van broeikasgassen. Er moeten dan ook strategieën worden ontwikkeld om deze uitdagingen aan te pakken.”

“EcoFollower werd ontwikkeld op basis van reinforcement learning, waarbij een samenwerking van intelligente factoren een cumulatieve meerwaarde moet opleveren”, benadrukte Zhong. “Het programma is ontworpen om het brandstofverbruik tijdens het rijden te optimaliseren. Het model leert continu van zijn omgeving en past de volgafstanden en acceleratiepatronen van de verschillende wagens aan om het meest brandstofefficiënte rijgedrag te bereiken.”

Evenwicht

“EcoFollower onderscheidt zich daarbij met zijn vermogen om brandstofefficiëntie in evenwicht te brengen met het handhaven van een veilige en vlotte verkeersstroom”, verduidelijkt Zhong. “Conventionele modellen om de trajecten van voertuigen in het verkeer te optimaliseren, richten zich meestal uitsluitend op veiligheid of streven ernaar om de efficiënte verkeersstroom te vergemakkelijken. EcoFollower is daarentegen ontworpen om ook het brandstofverbruik te verminderen.”

De resultaten van de eerste tests van het team waren volgens de ontwikkelaars veelbelovend, aangezien EcoFollower het brandstofverbruik in alle testscenario’s aanzienlijk verlaagde. “We hebben aangetoond dat reinforcement learning in reële omstandigheden efficiënt kan worden toegepast om het brandstofverbruik te verlagen”, beklemtoonde Zhong. “Onze experimenten toonden dat de inzet van EcoFollower het brandstofverbruik met 10,42 procent kon verlagen. Dat resultaat heeft belangrijke implicaties voor de vermindering van de totale emissies en de bevordering van een duurzaam transport.”

De onderzoekers wijzen erop dat het model van EcoFollower in de toekomst zou kunnen worden geïntegreerd in de systemen die bestuurders moeten ondersteunen en technologieën voor zelfrijdende wagens. “Dit kan helpen om de efficiëntie van deze voertuigen te vergroten en hun impact op het leefmilieu te verminderen”, stipte Zhong aan.

In een volgende fase willen de onderzoekers de prestaties van het model verder te versterken. “Hoewel EcoFollower al beter presteert dan de traditionele Intelligent Driver Mode (IDM) en het brandstofverbruik met bijna 11 procent vermindert, zijn er nog meer scenario’s en datasets nodig om de technologie verder te testen en te verbeteren”, verduidelijkt Zhong. “Daarbij moet onder meer worden gekeken naar een omgeving met een gemengd verkeer. Er zijn immers duidelijke verschillen in het gedrag van manueel bestuurde wagens en autonome voertuigen. Dat heeft een impact op de prestaties van het model.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in milieu, Mobility, transport & logistiek | Reacties uitgeschakeld voor EcoFollower: Computermodel verbetert verkeersveiligheid en verlaagt brandstofverbruik

Uitbreiding landbouwareaal bedreiging voor klimaat en biodiversiteit

Posted by managing21 on 7th september 2024

Tegen eind dit decennium zal het wereldwijde landbouwareaal met 3,6 procent toenemen. Hierdoor zal de wereldwijde landbouwproductie met 2 procent toenemen. Dat blijkt uit een rapport van wetenschappers aan de Universität Basel en de Ludwig-Maximilians-Universität in München, waarbij werd onderzocht welke gebieden wereldwijd het meest waarschijnlijk door een toekomstige uitbreiding van het landbouwareaal worden beïnvloed. Gesteld wordt dat de uitbreiding van het landbouwgebied een bedreiging voor het klimaat en de biodiversiteit vormt.

Volgens de studie zullen er naar verwachting vooral in tropische regio’s nieuwe landbouwgebieden ontstaan. “In die gebieden is er nog steeds een aanzienlijk potentieel om de landbouwproductie, ondanks de klimaatverandering, te verhogen”, zeggen de onderzoekers Florian Zabel en Ruth Delzeit, milieuwetenschappers aan de Universität Basel.

Tegen eind dit decennium zal het wereldwijd landbouwgebied met 3,6 procent worden uitgebreid. – Foto: Pixabay/Tr??ng Anh

Omdat landbouwgrond echter veel minder koolstofdioxide opslaat dan de oorspronkelijke vegetatie, moet volgens Zabel en Delzeit worden geraamd dat de veranderingen in het landgebruik op de lange termijn ongeveer 17 gigaton koolstofdioxide zouden uitstoten. “Dit is bijna de helft van het volume koolstofdioxide dat momenteel jaarlijks wereldwijd wordt geregistreerd”, zeggen de wetenschappers. “In de gebieden die door veranderingen in landgebruik worden getroffen, zou bovendien ook de biodiversiteit met 26 procent afnemen. De uitbreiding van landbouwgrond zou dan ook een ??zorgwekkende ontwikkeling zijn, vooral voor de wereldwijde klimaatbescherming en de inspanningen om de biodiversiteit te behouden.”

Het onderzoek bracht echter ook aan het licht dat beschermingsmaatregelen eveneens onbedoelde neveneffecten kunnen hebben. “Inspanningen van de wetgevers om de uitbreiding van landbouwgrond naar bossen, wetlands en bestaande beschermde gebieden te voorkomen zou de uitbreiding van het landbouwgebied vooral naar graslanden verplaatsen”, voeren Zabel en Delzeit aan. “Dit zou een op de biodiversiteit van deze gebieden negatief effect kunnen hebben. Graslanden herbergen over het algemeen immers een groter aantal soorten dan andere types van gronden.”

Economisch zinvol

Aan de andere kant kan het vasthouden aan de inspanningen die voor natuurbescherming worden gehanteerd, volgens de wetenschappers ook economisch zinvol zijn. “In tegenstelling tot de verwachtingen heeft het behoud van bossen, wetlands en bestaande beschermde gebieden weinig impact op het bruto binnenlands product van hun respectievelijke regio’s”, stipt onderzoeksleider Julia Schneider, milieuspecialist aan de Ludwig-Maximilians-Universität, aan. “De wereldwijde landbouwproductie wordt door de beschermende maatregelen dan ook slechts licht verminderd. Daarentegen zal de nadruk op natuurbehoud de extra emissies van broeikasgassen die met een uitbreiding van het landbouwareaal gepaard zouden gaan, aanzienlijk beperken.”

Deze bevinding is vooral relevant in de context van wereldwijde voedselzekerheid, want er wordt duidelijk gemaakt dat het conflict tussen de levering van landbouwproducten en de milieubescherming kan worden verzacht. De studie kan mee helpen om te antwoord te formuleren op de vraag welke gebieden een bescherming waard zijn. In het Kunming-Montreal Global Biodiversity Framework (2022) heeft de internationale gemeenschap zich ten doel gesteld om tegen eind dit decennium 30 procent van het wereldwijde landoppervlak te beschermen.

De studie identificeert regio’s die in de toekomst bijzonder kwetsbaar zijn en benadrukt de mogelijke gevolgen van de uitbreiding van het landbouwareaal voor de economie en het leefmilieu. “Dit maakt het mogelijk om de planning van beschermde gebieden aan te pakken om een zo breed mogelijke impact op zoveel mogelijk doelstellingen – zoals de strijd tegen de klimaatverandering en de bescherming van de biodiversiteit – te bereiken, terwijl ook rekening wordt gehouden met economische belangen”, verduidelijkt Zabel.

Meer over dit onderwerp:

Posted in landbouw, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Uitbreiding landbouwareaal bedreiging voor klimaat en biodiversiteit

Natuurrampen kosten verzekeraars jaarlijks ruim 150 miljard dollar

Posted by managing21 on 6th september 2024

De wereldwijde verzekeringssector moet ruim 150 miljard dollar aan jaarlijkse kosten door natuurrampen verwachten. In slechte jaren kunnen die negatieve cijfers nog zwaarder doorwegen. Dat blijkt uit een rapport van analist Verisk, gespecialiseerd in de risico’s voor de verzekeringssector. Opgemerkt wordt dat de klimaatverandering en de verdere verstedelijking een belangrijke bijdrage tot het verhoogd risico leveren. Vorig jaar werd een verlies van 133 miljard dollar gemeld.

“De verwachte verliezen voor de verzekeringssector bereiken een piek”, beklemtoonde Rob Newbold, voorzitter van Verisk. “De verzekeraars worstelen met een toename van schadeclaims die aan natuurrampen zijn gelinkt. Dat probleem heeft de kosten van de dekking opgedreven, terwijl een aantal verzekeraars zich zelfs uit sommige risicogebieden heeft teruggetrokken.”

Natuurrampen zullen de verzekeraars de volgende decennia met grotere kosten confronteren. – Foto: Pixabay/Artem Apukhtin

De sector heeft vier moeilijke jaren achter de rug, maar Newbold merkt op dat de situatie tijdens die periode niet als een uitschieters mag worden beschouwd. “Onze modellen tonen dat de verzekeringssector zich de volgende periode moet voorbereiden op jaarlijkse verliezen van gemiddeld 151 miljard dollar”, waarschuwt hij. “In extreme omstandigheden kunnen die verliezen nog veel hoger oplopen.” In de cijfers zijn ook de oogstverliezen in de landbouw begrepen. Zonder die kostenpost dalen de verwachtingen tot jaarlijkse verliezen van gemiddeld 119 miljard dollar.

“Hopelijk kan de verzekeringssector deze prognoses gebruiken om zich voor te bereiden op jaren met grote verliezen en?zich daardoor ook? beter kunnen positioneren om de moeilijke periode door te kunnen maken zonder hun solvabiliteit in gevaar te brengen”, benadrukte Newbold nog.

Verisk beklemtoonde dat de toename van de verliezen verschillende oorzaken had. “Daarbij ligt de nadruk op de impact van de klimaatverandering”, verduidelijkt Newbold. “De blootstelling neemt daarbij toe naarmate de bevolking in de risicogebieden verder aangroeit. Daarnaast is er ook de inflatie, die de kosten van de wederopbouw verder doet oplopen. De klimaatverandering is momenteel in de oplopende kosten nog een bescheiden factor. Maar verwacht moet worden dat de opwarming van de aarde in de verliezen van de verzekeraars de volgende decennia een toenemend aandeel zal krijgen”. 

Secundaire gevaren

“De klimaatverandering heeft op alle atmosferische gevaren, inclusief tropische cyclonen, een invloed, maar de impact is directer en uitgesprokener bij bosbranden, overstromingen en zware onweersbuien”, voert het rapport van Verisk aan. “De effecten op bosbranden en overstromingen zijn relatief goed begrepen, maar de relatie met zware onweersbuien is wetenschappelijk minder goed vastgesteld.”

De analist wijst er daarbij dat secundaire gevaren, zoals stormen en bosbranden, weliswaar niet een even grote impact hebben als een zware orkaan of aardbeving, maar waarschuwt tegelijkertijd dat hun gecombineerde schade voor de sector een aanzienlijke uitdaging wordt.

De studie wijst er wel op dat de toename van de risico’s per regio aanzienlijke verschillen kan vertonen. Daarbij wordt erop gewezen dat de voorbije vijf jaar de sterkste toename werd genoteerd in Azië (8,2 procent), gevolgd door Europa (7,1 procent). Aan het andere eind van het spectrum bevinden zich Latijns-Amerika en Oceanië (6,7 procent).

Verder werd opgemerkt dat in de Verenigde Staten de kosten voor de wederopbouw van woningen sinds 2019 met 7,4 procent per jaar zijn gestegen. Daarentegen kon wel de inflatie enigszins worden afgeremd, waardoor de uiteindelijk kosten vorig jaar een stijging met 3,8 procent lieten registreren. Tenslotte wordt erop gewezen dat de verzekeraars in Noord-Amerika met de zwaarste uitgaven voor schadeclaims (97 miljard dollar) rekening moeten houden.

Meer over dit onderwerp:

Posted in milieu | Reacties uitgeschakeld voor Natuurrampen kosten verzekeraars jaarlijks ruim 150 miljard dollar

Bescherming leefmilieu tempert in Brazilië ook geweldmisdrijven

Posted by managing21 on 5th september 2024

Het milieubeleid dat Brazilië ruim vijftien jaar geleden adopteerde om de illegale vernietiging van het regenwoud in de Amazone in te dammen, heeft tot een opmerkelijk neveneffect geleid. Dat blijkt uit een studie van wetenschappers aan het Insper Research Institute in São Paulo en de Universität Bonn. In gebieden waar de maatregelen werden geïmplementeerd, bleek immers niet alleen de ontbossing af te nemen, maar kon ook een daling van het aantal moorden worden vastgesteld.

Het regenwoud van de Amazone wordt beschouwd als een extreem belangrijk ecosysteem. Niet alleen is het gebied de natuurlijke biotoop van een enorme verscheidenheid aan dieren en planten, maar het tropisch regenwoud slaat ook grote hoeveelheden broeikasgassen op. Illegale ontbossing vormen echter een grote bedreiging voor het gebied, want hierdoor zou de wereldwijde capaciteit voor de opslag van broeikasgassen sterk kunnen afnemen.

Een striktere bescherming van het Amazonegebied levert diverse voordelen op. – Foto: Pixabay/ncassullo

Het grootste deel van het tropisch regenwoud van de Amazone situeert zich in Brazilië en beslaat er een gebied dat bijna even groot is als de hele Europese Unie. Het is voor de Braziliaanse overheid dan ook bijzonder moeilijk om het kwetsbare ecosysteem van het regenwoud tegen een illegale aantasting te beschermen.

“Om het probleem aan te pakken, publiceerde de Braziliaanse regering in 2007 een lijst met locaties waar prioritair beschermende acties moesten worden ondernomen”, verduidelijkt onderzoeksleider Gustavo Magalhães de Oliveira, expert biodiversiteit aan het  Institute for Food and Resource Economics (ILR) van de Universität Bonn. “Hieronder vielen een aantal gemeenten waar de ontbossing bijzonder snel vorderde. De Braziliaanse overheid houdt deze gebieden nauwlettend in het oog en neemt verschillende maatregelen om de milieuwetgeving te verbeteren en illegale ontbossing te voorkomen.”

Eerdere wetenschappelijke studies hebben al aangetoond dat het hanteren van zwarte lijst een efficiënte strategie vormt. In de betrokken gebieden blijkt het verlies aan bossen immers aanzienlijk te zijn afgenomen. Maar uit het nieuwe onderzoek bleek nog een bijkomend voordeel. “De illegale ontginning van bosgebieden gaat meestal gepaard met een toename van gewelddadige activiteit, onder meer omdat de eigendomsrechten over deze gebieden over het algemeen slecht zijn gedefinieerd”, benadrukt Oliveira. Een strengere aanpak van milieumisdrijven zou dan ook het geweld in de betrokken regio’s moeten terugdringen.”

De onderzoekers zeggen daarbij inderdaad een duidelijk verband te hebben kunnen vaststellen. “Wanneer een gemeente op de lijst werd geplaatst, kon een duidelijke daling van het aantal geweldsmisdrijven met dodelijke afloop worden opgemerkt”, stippen de onderzoekers. “Over alle betrokken regio’s kon in het aantal moorden een gemiddelde daling met 17 procent worden geregistreerd. Dit effect trad echter niet onmiddellijk op, maar kon pas na enkele jaren worden opgetekend.”

Georganiseerde misdaad

Er zijn volgens de onderzoekers duidelijke redenen waarom geweld tegen mensen en de natuur met elkaar zijn verbonden. “Gewelddadige acties worden op illegale markten vaak gebruikt om controle te krijgen over hulpbronnen met slecht gedefinieerde eigendomsrechten”, voert Oliveira aan. “In dit geval hanteren gewetenloze landrovers (grileiros) gewelddadige methoden en corruptie om grote gebieden in beslag te nemen, bossen te kappen en het land vervolgens te verkopen. Daardoor komen ze in conflict met groepen die ook belangen of daadwerkelijke eigenaars van die gronden – zoals inheemse volkeren – vertegenwoordigen.”

De maatregelen van de overheid vergroten echter het risico dat potentiële overtreders lopen om betrapt en gesanctioneerd te worden. “Door dit afschrikwekkende effect is de kans kleiner dat criminelen proberen zich op een illegale manier van gebieden meester te maken”, werpen de onderzoekers op. “Ook de gewelddadige conflicten, die vaak aan illegale landonteigening voorafgaan, nemen hierdoor af. Hulp aan de natuur helpt daarmee ook mensen.”

Dit goede nieuws wordt echter overschaduwd door recentere ontwikkelingen. De voorbije jaren is het aantal moorden in het Amazonegebied weer aanzienlijk gestegen. “De zakelijke kansen op illegale markten hebben machtige maffiagroepen gemotiveerd om steeds vaker in het Braziliaanse Amazonegebied voet aan de grond te zetten”, werpen de onderzoekers nog op. “Ze doen daarbij beroep op hun specifieke gewoontes, waarbij geweld wordt gebruikt om economische doelen te bereiken. De maatregelen die het leefmilieu moeten beschermen, kunnen helaas het geweld dat door deze georganiseerde misdaadgroepen wordt veroorzaakt, niet helemaal elimineren.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in grondstoffen, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Bescherming leefmilieu tempert in Brazilië ook geweldmisdrijven

Armere mensen in Europa grootste slachtoffer van extreme hitte

Posted by managing21 on 4th september 2024

Mensen uit de lagere inkomenscategorieën lopen een groter risico om bij hittegolven te overlijden. Dat blijkt uit een onderzoek van wetenschappers aan de Instituto de Salud Carlos III in Madrid, gebaseerd op een analyse van de impact van extreem hoge temperaturen op de bevolking van zeventien districten van de Spaanse hoofdstad.

Uit het onderzoek bleek dat hittegolven slechts in drie districten een impact op de lokale sterftecijfers hadden. In de betrokken districten bleek het gezinsinkomen echter onder het Spaanse gemiddelde te liggen. “Er is hier sprake van een duidelijke logica”, betoogde onderzoeksleider Julio Diaz Jiménez, professor volksgezondheid aan het Instituto de Salud Carlos III. “De gevolgen van een hittegolf zijn veel erger wanneer men met verschillende mensen in een kamer zonder airconditioning woont dan wanneer men in een villa met toegang een zwembad en airconditioning leeft.”

De onderzoekers stelden vervolgens vast dat hetzelfde fenomeen in heel Spanje dezelfde conclusie moest worden getrokken. “Bij kwetsbaarheid voor hittegolven is het inkomensniveau de belangrijkste factor”, betoogde Jiménez. “Mensen met een lager inkomen hebben vaak moeite om toegang te krijgen tot een kwalitatief hoogstaande huisvesting. Deze bevolkingsgroep woont vaak in overvolle, slecht geventileerde huizen die tegen de hitte weinig bescherming bieden.”

De voorbije zomer leverde in vele landen opnieuw absolute recordtemperaturen op. – Foto: Pixabay/Olga Ozik

“Bovendien hebben armere mensen meer moeite om toegang tot een adequate gezondheidszorg te krijgen, waardoor ze meer kans hebben op aandoeningen die verergerd kunnen worden door extreme hitte. Deze bevolkingscategorie werkt vaak ook in sectoren zoals de landbouw of de bouwindustrie, waar men geregeld aan hoge temperaturen wordt blootgesteld. Zelfs wanneer er airconditioning beschikbaar is, zal deze groep minder gemakkelijk geneigd zijn van de installatie gebruik te maken. Mensen uit lagere inkomenscategorieën kunnen de gebruikskosten immers vaak niet dragen.”

Eerder dit jaar waarschuwde Save the Children in een rapport dat in Spanje een op drie kinderen woonden in een huis dat niet koel gehouden kon worden. “Dit probleem zou een enorm schadelijke invloed kunnen hebben op de mentale en fysieke gezondheid van meer dan twee miljoen kinderen”, betoogde de organisatie.

Extreem urgent

“In de Verenigde Staten is de blootstelling van de bevolking aan hittegolven al langer een gespreksonderwerp”, benadrukt de klimaatspecialist Yamina Saheb. “Maar in Europa – een continent dat veel sneller opwarmt dan andere delen van de wereld – is het gesprek traag op gang gekomen.”

Saheb wees op een recent onderzoek waaruit bleek dat warm weer, aangewakkerd door koolstofvervuiling, vorig jaar in Europa aan bijna 50.000 mensen het leven kostte. “Er moet een duidelijk signaal gegeven worden dat de probleem een extreem urgent karakter heeft”, beklemtoonde de klimaatspecialiste.

De voorbije jaren zijn hittegolven op het Europese continent heter, langer en frequenter geworden. “De beleidsmakers moeten beseffen dat energiearmoede in de zomer een groot probleem is”, werpt Saheb op. “De toegang tot koeling moet als een recht worden erkend. Dat vereist een compleet nieuwe benadering, want tot nu toe heeft koeling de status van consumptiegoed. De toegang tot koeling wordt door het inkomen bepaald. Dat vergroot de ongelijkheid.”

“Mensen uit lagere inkomensklasse hebben ook minder kans om zelf te bepalen in welke regio ze zullen wonen”, betoogt Alby Duarte Rocha, docente milieuplanning aan de Technische Universität Berlin. “Vaak leven zij dan ook in gebieden die door asfalt worden gedomineerd en hebben minder toegang tot groene ruimtes en bosgebieden, die in staat zijn de stedelijke hitte op een natuurlijke wijze te koelen. Mensen met een hoger inkomen hebben daarentegen een bovengemiddelde toegang tot deze ruimtes.”

“Dit fenomeen zou gedeeltelijk door een groene gentrificatie kunnen worden verklaard”, betoogde Duarte Rocha. “Gebieden met meer vegetatie zijn meer in trek zijn dan dichtbevolkte locaties met grote betonpartijen. Het resultaat is echter dat mensen met een lager inkomen vaak uit de koelste delen van de stad worden verdreven.” Duarte Rocha riep beleidsmakers en politici op om verkoeling te zien als een dienst die moet worden verleend, vergelijkbaar met openbaar vervoer of straatvegen. Hij stuurde daarbij aan op maatregelen zoals het planten van bomen of het installeren van groene gevels van gebouwen, met de nadruk op gebieden waar deze ruimtes ontbreken.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in gezondheid, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Armere mensen in Europa grootste slachtoffer van extreme hitte

Europese landbouwlobby erkent noodzaak om consumptie vlees te verminderen

Posted by managing21 on 4th september 2024

De Europese voedselindustrie en landbouwsector erkennen de noodzaak om de consumptie van vlees te verminderen. Dat is de conclusie van een rapport van de Europese Commissie over de toekomst van de landbouw. In het rapport wordt opgeroepen om een dringende, ambitieuze en haalbare verandering in de landbouw en de voedingsindustrie door te voeren. Tevens wordt erkend dat Europeanen meer dierlijke eiwitten eten dan wetenschappers aanbevelen.

Er wordt aan toegevoegd dat er steun nodig is om het dieet weer in evenwicht te brengen met plantaardige eiwitten. Daarbij wordt gewezen naar een betere vorming, een strengere aanpak van de marketing en vrijwillige overnames van boerderijen in regio’s waar intensief vee wordt gehouden.

In het rapport wordt tevens de nadruk gelegd op een noodzaak van een grondige heroverweging van subsidies. Tegelijkertijd wordt aangestuurd op de creatie van een rechtvaardig transitiefonds om boeren te helpen duurzame praktijken te hanteren en gerichte financiële steun voor partijen die daarbij met moeilijkheden worstelen. Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, stelde dat de resultaten van de studie zouden bijdragen aan een geplande visie voor landbouw die ze tijdens de eerste honderd dagen van haar nieuwe mandaat zal presenteren.

Europeanen moeten minder vlees op hun dieet zetten. – Foto: mah

Von der Leyen benadrukte daarbij dat alle betrokken partijen hetzelfde doel delen. “Alleen wanneer de boeren van hun land kunnen leven, zullen ze in duurzamere praktijken investeren”, stipte ze aan. “Maar ook wanneer alle partijen samen hun klimaatdoelstellingen halen, zullen de boeren pas in staat zijn om hun brood te blijven verdienen.”

De veehouderij is een van de grootste oorzaken van de klimaatverandering en de vernietiging van natuurlijke habitats, maar Europese leiders hebben tot nu toe weinig moeite gedaan om diëten met veel vlees en melk in te ruilen tegen volkoren granen en plantaardige eiwitbronnen. Het rapport stelde geen doelen voor de vleesproductie, zoals het uitdunnen van kuddes, maar riep op tot steun om te helpen bij de verandering van eetgewoonten, zoals het uitdelen van gratis schoolmaaltijden, meer gedetailleerde etiketten en belastingverlagingen op gezonde en duurzame voedselproducten.

Agustín Reyna, de directeur-generaal van het Bureau Européen des Unions de Consommateurs (Beuc), erkende te wensen dat de aanbevelingen van het rapport over vee en dierenwelzijn gedurfder waren, maar prees de algehele visie van de studie. “Consumenten zijn bereid hun rol te spelen in de transitie, maar ze hebben hulp nodig”, zei hij.

De landbouworganisatie Copa-Cogeca riep op tot snelle en coherente acties, maar wees wel er wel op dat er waakzaamheid moet blijven over de plaats van de veehouderij. De European Council of Young Farmers zei dat het rapport niet altijd aansloot bij het verhaal, maar prees de uitkomst van de dialoog als een welkom contrast met de sfeer tijdens het vorige mandaat en een solide basis voor toekomstig werk.

De Europese Commissie zegt de bedoeling te hebben omstandigheden te creëren waarin landbouw en natuurbescherming hand in hand kunnen gaan. Peter Strohschneider, voorzitter van de Strategic Dialogue on the Future of Agriculture van de Europese Commissie wees erop dat de landbouwproductie en het milieubeleid steeds meer verstrikt zijn geraakt in een situatie waarin alle partijen verliezen.

De aanbevelingen van het rapport omvatten een hervorming van de subsidies voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid, die een derde van het totale budget van de Europese Unie uitmaken. Daarbij wordt aan de landbouwers echter een financiële tegemoetkoming geboden volgens de omvang van de boerderij en niet op basis van de reële behoefte aan steun.

Bemoedigend

Milieugroeperingen en een aantal wetenschappers hebben echter betoogd dat deze regeling prioriteit geeft aan de vleesproductie en milieuschade stimuleert. In april concludeerde een onderzoek in het tijdschrift Nature Food dat de Europese Unie vervuilende diëten kunstmatig goedkoop had gemaakt door vier keer meer budgetten vrij te maken voor het houden van dieren dan voor het kweken van planten.

Ariel Brunner, directeur van Birdlife Europe, vond het bemoedigend te zien dat de lobby van de landbouwsector de noodzaak van verandering in de sector steunde. “Dit is een overwinning voor onze boeren, ons leefmilieu en onze toekomst, op voorwaarde dat politici de moed en integriteit hebben om volgens de aanbevelingen te handelen”, wierp Brunner op

De aanbevelingen voor de vermindering van de emissies van broeikasgassen binnen de landbouw richten zich op technologische oplossingen zoals nieuw voeder en een beter beheer van mest. Het rapport riep de beleidsmakers tevens op om de agrovoedingssector als een cruciale entiteit te definiëren, de financiële steun voor de activiteit te vergroten en de landbouw een voorkeursbehandeling te geven.

Wetenschappers hebben op het politieke debat rond landbouw en natuur, dat soms gepaard ging met gewelddadige protesten in Europese hoofdsteden, wel kritiek geuit. Daarbij werd volgens hen immers met verkeerde informatie gewerkt. 

Marco Contiero, hoofd landbouwbeleid bij Greenpeace, zei dat de onderhandelingen bijzonder gepolariseerd waren begonnen, maar tot een constructieve betrokkenheid van bijna alle partijen hebben geleid. “Als we uit de gebruikelijke staat van confrontatie en onevenwichtige, ongefundeerde verklaringen worden gehaald, is het duidelijk dat de verschillende partijen het over een groot aantal kwesties eens kunnen worden”, wierp hij op.

Meer over dit onderwerp:

Posted in landbouw, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Europese landbouwlobby erkent noodzaak om consumptie vlees te verminderen

Zwitserland wil ideeën om munitie uit meren te bergen

Posted by managing21 on 31st augustus 2024

Zwitserland wil een grote voorraad ongebruikte munitie uit zijn meren verwijderen. Gevreesd wordt immers dat het wapenmateriaal uiteindelijk aanzienlijke schade aan het ecosysteem van de meren zal toebrengen. De Zwitserse overheid heeft nu een competitie uitgeschreven voor de beste strategie om de munitie naar de oppervlakte te halen en naar een veiliger bestemming af te voeren.

Zwitserland is sinds 1815 officieel neutraal en heeft daarbij een verdedigingsstrategie van gewapende neutraliteit aangenomen. Alle Zwitserse mannen moeten militaire dienst doen om indien nodig een groot leger te onderhouden. Geregeld worden er ook militaire oefeningen gehouden. Hierdoor is ongebruikte munitie over het hele land verspreid. Zwitserland heeft ook grote reserves aan wapens en munitie opgebouwd om bij een eventuele aanval zijn neutraliteit te verdedigen.

Ook in de Vierwaldstättersee werden tonnen ongebruikte munitie gedumpt. – Foto: Pixabay/Jozsef Farago

Wanneer die militaire reserves het einde van hun levensloop hadden bereikt, moet voor dat overbodige materiaal echter een oplossing worden gevonden. Het Zwitserse leger besliste om die voorraden in verschillende bergmeren te dumpen. Dat leek destijds de veiligste manier om de munities te verwijderen. Dit betekent echter dat er inmiddels op de bodem van de Vierwaldstättersee, de Thunersee, en Brienzersee en het Lac de Neuchâtel duizenden tonnen munitie liggen. Het Lac de Neuchâtel werd door de Zwitserse luchtmacht ook gebruikt voor bombardement-oefeningen.

Een evaluatie in 2005 maakte duidelijk dat alle mogelijke bergingstechnieken gevaren zouden kunnen houden voor zowel het ecosysteem als het bergings-personeel. Tot nu tot waren veel wetenschappers van mening dat het achterlaten van de munitie de veiligste manier zou zijn om te werk te gaan. Ook bij het Britse bedrijf Zetica, gespecialiseerd in het verwerken van niet-ontplofte munitie, is die mening toegedaan. “Wanneer de munitie niet onmiddellijk gevaarlijk is of niet op een schadelijke manier dreigt te degraderen, lijkt een dumping op de bodem van de meren nog altijd de beste oplossing”, betoogt Mike Sainsbury, directeur van Zetica.

Het Zwitserse ministerie van defensie biedt echter nu 50.000 Zwitserse frank (bijna 5.000 euro) aan prijzengeld aan partijen die de beste drie ideeën bedenken om de munitie veilig te bergen. “De ondergedompelde munitie is bedekt met een fijne sedimentlaag van maximaal twee meter dik”, stipt een woordvoerder van het Zwitserse leger aan. “Als de sedimenten tijdens het bergen worden opgewoeld, kan dit leiden tot zuurstofverlies, dat op deze diepte slechts in kleine hoeveelheden beschikbaar is. Als gevolg daarvan zou  het ecosysteem van het meer kunnen worden beschadigd.

“Naast het slechte zicht onder water en de explosiegevaren vormen de waterdiepte, de stroming, de afmetingen (tussen 4 millimeter en 20 centimeter en tussen 0,4 gram en 50 kilogram) en de staat van de ondergedompelde munitie een extra uitdaging. De meeste componenten bestaan ??uit ijzer en zijn magnetisch, maar bepaalde ontstekers zijn vervaardigd uit niet-magnetisch koper, messing of aluminium. Al deze factoren vormen grote uitdagingen voor een milieuvriendelijke recuperatie van de munitie.” Het materiaal bevindt zich op dieptes tussen zeven en meer dan tweehonderd meter onder het wateroppervlak.

Miljarden francs

De bergingsoperatie zal naar verwachting miljarden francs kosten. De Zwitserse geoloog Marcos Buser, die de overheid over dit onderwerp adviseerde, schreef tien jaar geleden een onderzoekspaper waarin hij waarschuwde voor de gevaren van de stortplaatsen. “De munitie brengt twee risico’s met zich mee”, betoogde hij. “Ten eerste is er, ondanks het feit dat het materiaal onder water ligt, nog steeds een explosiegevaar. In veel gevallen heeft het leger nagelaten om de lonten te verwijderen voordat de munitie werd gedumpt. Dan is er nog de verontreiniging van water en bodem – er is een reële kans dat het zeer giftige TNT het water en het sediment in de meren kan vervuilen.”

Het is niet de eerste keer dat het Zwitserse leger met zijn munitie in problemen komt. Het bergdorp Mitholz werd in 1947 getroffen door een enorme explosie van 3.000 ton munitie die het leger in de berg boven het dorp had opgeslagen. Negen mensen kwamen daarbij om en het dorp werd verwoest. Drie jaar geleden onthulde het leger dat een resterende voorraad van 3.500 ton niet-ontplofte munitie wellicht niet veilig was en moest worden verwijderd. Voor de inwoners van Mitholz betekende dit dat ze hun woning tijdens de bergingsoperatie tot wel tien jaar moesten verlaten.

Er zijn ook problemen gerezen over de beslissing van de Zwitserse regering om tijdens de Koude Oorlog explosieve ladingen onder zijn bruggen en tunnels aan te brengen, om bij een invasie tot ontploffing te kunnen brengen. Sommige bruggen moesten echter snel worden ontmijnd omdat moderne vrachtwagens het risico liepen een explosie te veroorzaken. 

Recent onthulde het leger dat meldingen van burgers over vondsten van niet-ontplofte munitie in het Zwitserse platteland vorig jaar met 12 procent waren toegenomen tegenover het jaar voordien. Zelfs op de gletsjers, die nu terugtrekken door de gevolgen van klimaatverandering, onthult het smeltende ijs in de bergen gebruikte en scherpe munitie die is overgebleven van trainingen die tientallen jaren geleden plaatsvonden.

Meer over dit onderwerp:

Posted in industrie, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Zwitserland wil ideeën om munitie uit meren te bergen