managing21.be

Managing21: een blik op het heden en de toekomst van de economie.

Archive for the 'milieu' Category

Verenigd Koninkrijk neemt afscheid van  laatste steenkoolcentrale

Posted by managing21 on 3rd oktober 2024

In het Verenigd Koninkrijk wordt bij de opwekking van elektriciteit niet langer op steenkool beroep gedaan. In Ratcliffe-on-Soar (Nottinghamshire) heeft immers de laatste steenkoolcentrale van het land zijn deuren gesloten. Die gebeurtenis betekent een belangrijke mijlpaal in de geschiedenis van het Verenigd Koninkrijk, dat de geboorteplaats was van de energievoorziening door steenkoolcentrales, maar nu de eerste grote economie van de wereld is die van de sector definitief afscheid neemt.

Het Verenigd Koninkrijk was voor zijn energievoorziening 142 jaar lang afhankelijk van steenkool, een fossiele brandstof die een grote luchtverontreiniging veroorzaakt. Geen enkele andere brandstof produceert meer broeikasgassen dan steenkool. Om de impact van de energiesector op de klimaatverandering te verminderen, moet er dan ook op alternatieven worden overgeschakeld.

De centrale van Ratcliffe-on-Soar kon een jaar eerder dan oorspronkelijk voorzien worden gesloten. – Foto: Uniper

Het Verenigd Koninkrijk opende in 1882 de steenkoolcentrale van Holborn Viaduct in Londen, waarmee de straatverlichting in de Britse hoofdstad moest worden gevoed. Holborn Viaduct, gebouwd door uitvinder Thomas Edison, was de eerste steenkoolcentrale van de wereld. Lange tijd zou steenkool in het Verenigde Koninkrijk nagenoeg de enige producent van elektriciteit zijn. In het begin van de jaren negentig van de voorbije eeuw werd steenkool in die productie echter steeds meer door gas worden vervangen, maar zou toch nog twee decennia een cruciaal onderdeel van het Britse elektriciteitsnet blijven.

Nieuwere gascentrales en kernreactoren kregen een grotere functie in de Britse energievoorziening. Het gebruik van de steenkoolcentrales werd steeds duurder. De regelgeving vereiste immers dure upgrades om de vervuiling te verminderen. In 2012 genereerde steenkool in het Verenigd Koninkrijk nog steeds 39 procent van de elektriciteit. Maar naarmate de wetenschap rond klimaatverandering groeide, werd duidelijk dat de uitstoot van broeikasgassen wereldwijd moest worden verminderd. 

Als de meest vervuilende fossiele brandstof was steenkool daarbij een belangrijk doelwit. In 2008 stelde het Verenigd Koninkrijk zijn eerste wettelijk bindende klimaatdoelen vast en in 2015 maakte Amber Rudd, toenmalig Brits minister van energie en klimaatverandering, bekend dat het land binnen een periode van tien jaar zou stoppen met het gebruik van steenkool.

In 2010 genereerden hernieuwbare energiebronnen in het Verenigd Koninkrijk slechts 7 procent van de elektriciteitsvoorziening. In de eerste helft van dit jaar was dat aandeel al echter tot meer dan 50 procent – een nieuw record – gegroeid. De snelle groei van duurzame energie betekende dat steenkool eerder al voor korte periodes volledig kon worden uitgeschakeld. In 2017 werden in het Verenigd Koninkrijk de eerste steenkoolvrije dagen konden worden gemeld. De groei van hernieuwbare energiebronnen bleek zo succesvol dat de centrale van Ratcliffe-on-Soar al een jaar eerder dan oorspronkelijk voorzien kon worden gesloten.

De centrale van Ratcliffe-on-Soar, uitgebaat door het Duitse energiebedrijf Uniper, werd in 1967 opgestart. Tussen het ogenblik dat Holborn Viaduct in 1882 werd opgestart tot de sluiting van Ratcliffe-on-Soar hebben de Britse steenkoolcentrales volgens de analisten van Carbon Brief 4,6 miljard ton steenkool verbrand. Daarbij werd ook 10,4 miljard ton koolstofdioxide uitgestoten.

Romeinse baden

De afhankelijkheid van Groot-Brittannië van steenkool dateert volgens geschiedkundigen uit de tijd van het Romeinse Rijk. Daarbij wordt opgemerkt dat Romeinse veroveraars mogelijk met mijnbouw zijn gestart in de regio Nettlebridge (Somerset). De gewonnen steenkool moest worden gebruikt als brandstof voor de verwarming van de Romeinse baden en het smeden van ijzer. Maar vooral de industriële revolutie maakte van steenkool een pijler van de opkomende economische macht van Groot-Brittannië.

Dankzij een sterke bevolkingsaangroei kende ook een vraag naar steenkool in de achttiende eeuw een echte explosie. Aanvankelijk had de opkomende Britse mijnbouwindustrie moeite om aan die vraag te voldoen, maar de uitvinding van de stoommachine in 1712 ontsloot het potentieel van de overvloedige reserves van Groot-Brittannië in de steenkoolvelden van centraal Schotland, Zuid-Wales, de Midlands en Noordoost-Engeland.

Britse mijnen werden destijds vaak geteisterd door overstromingen. Maar motoren, aangedreven door steenkool, konden dat water wegpompen, waardoor toegang werd verkregen tot diepere en grotere reserves. Hierdoor kon de ontginning van steenkool sterk worden opgedreven. In het begin van de achttiende eeuw bereikte de Britse mijnbouw een niveau van ongeveer 3 miljoen ton steenkool per jaar. Tegen de jaren dertig van de negentiende eeuw was dat echter al opgelopen tot meer dan 30 miljoen ton per jaar.

In het begin van de negentiende eeuw werd steenkool aangewend voor de aanmaak van stadsgas, dat voor de straatverlichting werd gebruikt en ook diende voor de uitbreiding van de opkomende spoorwegen. In 1882 werd vervolgens de eerste steenkoolcentrale – Holborn Viaduct – in gebruik genomen.

Meer over dit onderwerp:

Posted in energie, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Verenigd Koninkrijk neemt afscheid van  laatste steenkoolcentrale

Noorwegen klaar voor massale opslag koolstofdioxide in zeebodem

Posted by managing21 on 29th september 2024

Noorwegen heeft op het eiland Oygarden officieel de terminal van zijn enorme onderzeese kluis voor koolstofdioxide geopend. Dat betekent een cruciale stap voordat het land het project Northern Lights, de eerste commerciële service voor het transport en de opslag van koolstofdioxide, lanceert. Northern Lights is een joint-venture van de olieconcerns Equinor (Noorwegen), Shell (Verenigd Koninkrijk en Nederland) en TotalEnergies (Frankrijk).

Northern Lights wil de emissies van koolstofdioxide door fabrieken in Europa in geologische reservoirs onder de zeebodem injecteren. Bedoeling is om te voorkomen dat er nog meer broeikasgassen in de atmosfeer terechtkomen. Op die manier wil het land helpen de klimaatverandering tot stilstand te brengen. De terminal is gebouwd aan de kust van de Noordzee en telt twaalf opslagtanks voor de opslag van koolstofdioxide, dat per schip uit allerlei Europese landen zal worden aangevoerd.

Vanuit de tanks zal het broeikasgas door een 110 kilometer lange lange pijpleiding naar de zeebodem worden geleid. Daar zal de koolstofdioxide op een diepte van ongeveer 2,6 kilometer voor permanente opslag in de zeebodem worden geïnjecteerd. Northern Lights zal naar verwachting volgend jaar zijn eerste voorraden koolstofdioxide in de ondergrond begraven. In eerste instantie wordt gewerkt met een opslagcapaciteit van 1,5 miljoen ton koolstofdioxide per jaar. In een tweede fase wordt – indien er een voldoende vraag wordt vastgesteld – een eventuele uitbreiding naar 5 miljoen ton per jaar voorzien.

Vanuit de terminal op Oygarden wordt het gas door pijpleidingen in de zeebodem geïnjecteerd. – Foto: Northern Lights

“Northern Lights is echt een demonstratieproject dat moet bewijzen dat de afvang en opslag van koolstofdioxide een technisch haalbare oplossing is”, benadrukte Tim Heijn, directeur van Northern Lights. “De ondergrondse opslag van koolstofdioxide is een hulpmiddel dan kan worden gebruikt om de klimaatverandering te bestrijden.”

De technologie van Carbon Capture and Storage (CCS) is complex en duur, maar wordt door het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) van de Verenigde Naties en het Internationaal Energieagentschap (IEA) bepleit. De maatregel moet vooral de uitstootvoetafdruk van industrieën  zoals cement en staal, die moeilijk kunnen worden gedecarboniseerd, verkleinen.

Volgens het internationale energieagentschap heeft de wereld momenteel slechts over een opslagcapaciteit van 50,5 miljoen ton. Dat is nauwelijks 0,1 procent van de jaarlijkse wereldwijde uitstoot van koolstofdioxide.

Om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graden Celsius ten opzichte van het niveau van het pre-industriële tijdperk, zou afvang en opslag tegen eind dit decennium een niveau van minstens één miljard ton per jaar moeten kunnen realiseren. De technologie, die zich nog in een vroeg stadium bevindt, kent een trage ontwikkeling. Dat heeft onder meer te maken met de hoge kosten van het systeem, vooral vergeleken met de bedragen die de bedrijven voor emissierechten moeten betalen.

Daarom is de afvang en opslag van koolstofdioxide sterk afhankelijk van subsidies. “Publieke steun was en zal cruciaal zijn om zulke innovatieve projecten vooruit te helpen, vooral omdat de kosten van afvang en opslag nog steeds hoger zijn dan de kosten van de uitstoot van koolstofdioixde in Europa”, benadrukt Daniela Peta, woordvoerder van het Global CCS Institute.

De Noorse overheid heeft 80 procent van de totale kosten van Northern Lights gefinancierd. Het totale bedrag van de investering is niet bekend gemaakt. Maar Northern Lights maakt deel uit van Longship, een ambitieus plan ter waarde van 30 miljard kronen ( 2,9 miljard dollar) van de Noorse overheid voor de afvang, het transport en de opslag van koolstofdioxide. De Noorse staat draagt in het project 20 miljard kronen bij. 

De Noordzee is met zijn uitgeputte velden voor de winning van olie en gas en zijn uitgebreide netwerk pijpleidingen een ideale plek om ongewenste broeikasgassen te begraven. Er zijn in Europa nog verschillende andere onderzeese opslagprojecten in ontwikkeling. Voor de kust van Denemarken bouwt het Britse chemieconcern Ineos met drieëntwintig partners het project Greensand, dat eind 2025 of begin 2026 moet worden gelanceerd.

Greenwashing

Longship omvatte aanvankelijk de oprichting van twee opslaglocaties in Noorwegen. De cementfabriek Heidelberg Materials in Brevik zal naar verwachting volgend jaar beginnen met het verschepen van de afgevangen emissies naar de locatie. Maar de stijgende kosten hebben de energiecentrale Hafslund Celsio in Oslo gedwongen zijn plannen te herzien. Northern Lights heeft ook haar eerste commerciële grensoverschrijdende contracten veiliggesteld. Het project tekende een akkoord met de Noorse kunstmestfabrikant Yara en energieconcern Orsted om koolstofdioxide te begraven van een ammoniakfabriek in Nederland en twee biomassacentrales in Denemarken.

Maar het is niet eenvoudig om deals te sluiten wanneer het emissiehandelssysteem (ETS) van de Europese Unie een betaalbare optie blijft. “Door het systeem van de emissierechten kunnen producenten van koolstofdioxide tegen betaling verder blijven uitstoten en hoeven ze geen efficiënte oplossing te zoeken”, betoogt Heijn. “Er zal pas een doorbraak kunnen worden gerealiseerd wanneer de opslag op grote schaal kan worden geïmplementeerd. Dit betekent echter dat er voldoende producenten van koolstofdioxide bereid zijn om hun opslagstrategie te veranderen.”

Een aantal milieuactivisten is echter niet overtuigd van de technologie. Daarbij hebben ze ook hun bekommernis over het risico op lekken geuit. “Northern Lights is niet anders dan greenwashing”, benadrukte Frode Pleym, hoofd van Greenpeace Noorwegen. “Het project wordt door oliebedrijven geleid. Hun doel is om olie en gas te kunnen blijven oppompen. De afvang en opslag van koolstofdioxide, de elektrificatie van platforms en een reeks aanverwante maatregelen worden door de oliesector op een cynische manier gebruikt om te voorkomen dat er iets aan hun enorme emissies wordt gedaan”, betoogde Pleym.

Die aantijgingen worden door Terje Aasland, Noors minister van energie, echter tegengesproken. “Indien er niet tot een opslag van broeikasgassen wordt overgegaan, zal er geen antwoord op de klimaatuitdagingen kunnen worden gegeven, of zullen industrieën moeten sluiten. Dit scenario is duidelijke helemaal geen wenselijk initiatief.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in energie, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Noorwegen klaar voor massale opslag koolstofdioxide in zeebodem

Uitstootvrije toekomst luchtvaart heeft onmiddellijke actie nodig

Posted by managing21 on 27th september 2024

Ondanks ambitieuze beloften van overheden en de industrie, heeft de luchtvaartsector een aanzienlijke achterstand opgelopen om tegen het midden van deze eeuw klimaatneutraal te kunnen opereren. Die kloof kan nog wel worden overbrugd, maar dan moet er onmiddellijk actie worden ondernomen. Dat is de boodschap van een studie van wetenschappers aan de Cambridge University. Het rapport omvat daarbij een vijfjarige stappenplan om de luchtvaartsector te helpen zijn klimaatambities waar te maken.

Het rapport werd ontwikkeld door de Aviation Impact Accelerator (AIA), een project onder leiding van het Whittle Laboratory van de University of Cambridge en het Cambridge Institute for Sustainability Leadership (CISL).

“Er moeten tegen het einde van dit decennium vier ingrepen worden geïmplementeerd indien de luchtvaartsector tegen het midden van deze eeuw de uitstoot van broeikasgassen wil elimineren”, werpen de onderzoekers op. In eerste instantie wordt daarbij aangestuurd op het verwijderen van condensstrepen van vliegtuigen. Verder wordt gewezen op de noodzaak van de implementatie van een beleid dat op efficiëntieverbetering is gericht.

Onder meer efficiëntere motoren moeten de uitstoot van de luchtvaart helpen verminderen. – Foto: Rolls-Royce

Ook de regelgeving op het gebied van duurzame vliegtuigbrandstoffen zou volgens het rapport moeten worden hervormd. Tenslotte wordt ook gevraagd programma’s voor de implementering van innoverende technologieën, waaronder vliegtuigen op waterstof voor verre bestemmingen, te ontwikkelen.

De luchtvaart kan een belangrijke bijdrage leveren om de impact van de menselijke activiteit op de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, maar in het rapport wordt opgemerkt dat de aangekondigde inspanningen niet snel genoeg worden geïmplementeerd en ook niet ver genoeg reiken. “Sommige voorgestelde oplossingen, zoals een zware afhankelijkheid van biomassa voor de productie van duurzame vliegtuigbrandstoffen zonder de impact op het milieu te beheersen, zouden de crisis potentieel zelfs kunnen verergeren”, wordt er opgemerkt. “De inzet is nog nooit zo hoog geweest. Er is dringend actie nodig om een duurzame luchtvaart te realiseren.”

Cruciaal moment

Het rapport benadrukt dat deze acties onmiddellijk moeten worden opgestart en binnen een periode van vijf jaar worden voltooid, indien de luchtvaartsector tegen het midden van deze eeuw uitstootvrij wil kunnen opereren. “De luchtvaart staat op een cruciaal moment, net zoals de autoproductie op het einde van het eerste decennium van deze eeuw”, waarschuwt Rob Miller, directeur van het Whittle Lab. “Destijds concentreerden de discussies zich op biobrandstoffen als vervanging voor benzine en diesel, tot Tesla de toekomst met elektrische voertuigen helemaal omkeerde. Ons vijfjarenplan is ontworpen om dit beslissingsmoment in de luchtvaart te versnellen en de sector op een pad te zetten om tegen 2050 uitstootvrij te maken.”

“Te vaak slingeren de discussies over hoe een duurzame luchtvaart kan worden bereiken tussen overdreven optimistisch denken over de huidige inspanningen van de industrie en een onheilspellende catalogisering van de milieuproblemen van de sector”, benadrukt Eliot Whittington, directeur van het Cambridge Institute for Sustainability Leadership. “De Aviation Impact Accelerator toont dat er grote uitdagingen moeten worden overwonnen indien de luchtvaart uiteindelijk emissieloos wil opereren, maar geeft duidelijk aan dat de ontwikkeling van deze strategie ook in praktijk mogelijk is.

De onderzoekers wijzen erop dat alleen al door een eliminatie van de condensstrepen van vliegtuigen de klimaatimpact van de luchtvaart met maximaal 40 procent zou kunnen vereisen. Daarnaast moeten overheden volgens het rapport zich duidelijk engageren om de efficiëntie van de hele luchtvaartsector te verbeteren. Opgemerkt wordt dat daarbij een samenwerking met de industrie moet worden opgezet.

Bij de introductie van duurzame vliegtuigbrandstoffen zou volgens het rapport bovendien moeten worden gezocht naar alternatieven voor het gebruik van biomassa. Daarbij wordt gewezen op de mogelijkheden die door synthetische brandstoffen zouden kunnen worden geboden. Tenslotte moeten volgens de wetenschappers experimentele demonstratie-projecten van nieuwe technologieën worden opgezet, waarbij de meest veelbelovende toepassingen tegen eind dit decennium zouden moeten worden opgeschaald.

“De tweede en derde doelstelling kunnen met een minimale inzet van nieuwe technologie worden bereikt, maar vereisen robuuste en duidelijke marktsignalen en een snelle actie van het beleid”, werpen de onderzoekers nog op. “Daarentegen vereisen de eerste en vierde doelstelling onmiddellijke inspanningen om de grenzen van de luchtvaarttechnologie te verleggen en de sector vanaf eind dit decennium nieuwe kansen te bieden. Een groeiend bewustzijn en een toewijding aan actie zijn bemoedigend, maar het is essentieel om die uitgesproken bekommernissen te koppelen aan beslissende interventies om de volgende vijf jaar een geloofwaardige strategie uit te bouwen die de uitstootvrije ambities van de luchtvaart tegen midden deze eeuw zouden kunnen helpen realiseren.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in luchtvaart & ruimtevaart, milieu, Mobility | Reacties uitgeschakeld voor Uitstootvrije toekomst luchtvaart heeft onmiddellijke actie nodig

Impact elektrische wagens op tewerkstelling autosector fel overschat

Posted by managing21 on 26th september 2024

De overstap naar elektrische mobiliteit zou in de autosector mogelijk minder tewerkstelling vernietigen dan door een aantal experts eerder was voorspeld. Dat blijkt uit een onderzoek van wetenschappers aan de University of Michigan, gebaseerd op twee decennia gegevens over de tewerkstelling in de autofabrieken van Fremont (Californië), Normal (Illinois) en Orion Township (Michigan).

De fabriek is Fremont was oorspronkelijk eigendom van General Motors en Toyota, terwijl de site in Normal vroeger door Mitsubishi werd geëxploiteerd. De fabrieken werden nadien respectievelijk overgenomen door Tesla en Rivian. De fabriek in Orion Township was eigendom van General Motors, maar is momenteel niet operationeel.

“Amerikaanse autofabrieken die elektrische voertuigen op batterijen produceren, hebben meer personeel nodig dan traditionele fabrieken voor auto’s met verbrandingsmotoren”, betoogt onderzoeksleider Anna Stefanopoulou, professor technologie aan de University of Michigan. “Deze bevinding staat haaks op eerdere voorspellingen over de impact van elektrische voertuigen op de industrie.”

De productie van een elektrische Chevrolet Volt in de fabriek van General Motors in Orion Township. – Foto: General Motors/Steve Fecht

Uit het onderzoek bleek dat bij de autofabrieken in de opstartfase van de overgang naar een grootschalige productie van elektrische voertuigen het aantal arbeidskrachten in de assemblage tot wel tien keer toenam. In een van de onderzochte fabrieken, die nu al meer dan tien jaar elektrische voertuigen produceert, is het aantal werknemers dat nodig is om elk voertuig te maken, nog steeds drie keer zo hoog.

“Er is een tekort aan informatie over het verloop van de transitie in de autosector”, beklemtoont Anna Stefanopoulous. “Met de beschikbare gegevens kan echter vastgesteld worden dat het voorspelde verlies aan werkgelegenheid voor elektrische voertuigen geen werkelijkheid is geworden.”

Eerdere schattingen hadden voorspeld dat een overschakeling naar de productie van elektrische wagens de tewerkstelling in de autofabrieken met 30 procent tot 40 procent zou verminderen. Dat zou voor de autoproductie in de Verenigde Staten een verlies van minstens 200.000 arbeidsplaatsen betekenen. Een groot deel van de voorspelde afvloeiingen werden toegeschreven aan het fundamentele verschil tussen auto’s met een elektrische aandrijving en wagens met een verbrandingsmotor. Elektrische wagens hebben immers ongeveer honderd onderdelen minder dan auto’s met een verbrandingsmotor.

Onder meer systemen voor de transmissie, koeling en uitslaat zijn in een elektrische wagen immers niet noodzakelijk. Bovendien is ook het ontwerp van de aandrijflijn van elektrische wagens veel eenvoudiger. Verwacht werd dan ook dat door de overstap naar elektrische wagens in die divisies banen verloren zouden gaan. “Maar de bevindingen tonen het tegenovergestelde”, betoogt Stefanopoulous.

James Hackett

Er zijn volgens de onderzoekers verschillende factoren die waarschijnlijk een bijdrage leveren aan het hoger aantal medewerkers in de assemblage van de elektrische wagens. “In de eerste plaats moet er geïnvesteerd worden in de ontwikkeling van nieuwe productietechnologieën”, benadrukt Stefanopoulos. “Vaak is er daarbij ook meer arbeid nodig om de systemen te verbeteren en verder op punt te stellen.”

“Daarnaast moet er ook gewezen worden op de hogere complexiteit van de voertuigen. Bedrijven die naar de productie van elektrische voertuigen overstappen, beginnen meestal met de ontwikkeling van premium modellen, die met de meest geavanceerde functies en technologieën zijn uitgerust. Tenslotte moet ook worden vastgesteld dat een aantal fabrikanten de kosten van outsourcing willen verlagen en daarom meer activiteiten in eigen beheer willen uitvoeren. Door deze verticale integratie op één centrale locatie meer werknemers samengebracht.”

Het voorspelde banenverlies van 30 procent wordt vaak toegeschreven aan prognoses die door James Hackett, de voormalige president en chief executive van Ford, in 2017 naar voor werden geschoven. “Dit is een cijfer dat door veel grote namen in de auto-industrie is herhaald”, betogen de onderzoekers. “Maar wanneer een grondiger evaluatie wordt gemaakt, moet worden vastgesteld dat niemand echt analyses heeft gemaakt van fabrieken die daadwerkelijk naar de productie van elektrische wagens zijn overgestapt.”

“Onze studie toont duidelijk dat het aantal assemblagemedewerkers in de fabrieken in veel gevallen is toegenomen”, werpen de onderzoekers op. “Exacte conclusies over de situatie in de productie van de onderdelen konden daarentegen nog niet worden getrokken. Hier zal de uiteindelijke tewerkstelling afhangen van de locaties waar de productie van batterijcellen zal worden voorzien.”

De fabriek van Tesla in Fremont bood volgens de onderzoekers de langste productie-periode om de impact van elektrische wagens op de werkgelegenheid te analyseren. “Er kunnen uit de conclusies van die fabriek belangrijke lessen worden geleerd”, benadrukte Gabriel Ehrlich, directeur van het Research Seminar in Quantitative Economics van de University of Michigan. “De fabriek draait nu tien jaar en de bedrijfsleiding heeft duidelijk de arbeidsefficiëntie kunnen verbeteren. Maar het tempo van de verbetering geeft aan dat het tot vijftien jaar kan duren voordat de productie van elektrische wagens het niveau van de auto’s met verbrandingsmotoren kunnen evenaren. Dit zal een langzaam proces vergen, waarbij gemeenschappen, bedrijven en werknemers de tijd krijgen om zich aan te passen.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in automotive, energie, milieu, Mobility | Reacties uitgeschakeld voor Impact elektrische wagens op tewerkstelling autosector fel overschat

Autoproductie moet gebruik duurzaam staal drastisch opvoeren

Posted by managing21 on 21st september 2024

Slechts vier van de zeventien grote autofabrikanten die hun wagens in Europa en Noord-Amerika verkopen, hebben toegezegd om tegen eind dit decennium in hun productie gebruik te zullen maken van staal dat op een duurzame manier werd vervaardigd. Dat blijkt uit een rapport van de International Council on Clean Transportation (ICCT). Die voorraad vertegenwoordigt naar schatting 2 procent van het wereldwijde staal dat door de grote autofabrikanten wordt gebruikt. Wanneer ook rekening wordt gehouden met toezeggingen om staal met een lagere uitstoot te gebruiken, loopt dat aandeel op tot 4 procent.

“De autosector kan een cruciale rol vervullen in de sanering van de staalproductie, één van de vuilste industrieën uit de wereldwijde economie”, benadrukte onderzoeksleider Marta Negri, expert duurzame productie bij de International Council of Clean Transportation. “Wanneer de autofabrikanten zich engageren om bij hun productie gebruik te maken van fossielvrij staal, zal de ecologische impact van die industrie sterk afnemen. Hun vraag kan een krachtig signaal afgeven aan de staalindustrie, maar de huidige commitments zijn verre van voldoende.”

Ford Motor is een van de weinige autoproducenten die zich hebben geëngageerd om op het gebruik van duurzaam staal over te stappen. – Foto: Ford Motor

De onderzoekers wijzen erop dat de staalindustrie verantwoordelijk is voor 7 procent van de wereldwijde broeikasgasemissies. Autofabrikanten behoren tot de grootste afnemers van staal en kunnen volgens Negri dan ook een transformatie in die industrie stimuleren. “Hun keuzes kunnen de sterk vervuilende impact van de staalproductie dan ook aanzienlijk beperken”, werpt de onderzoeker op. “De traditionele staalsector maakt in zijn productie gebruik van steenkool. Een verschuiving naar fossielvrije technologieën, zoals duurzame waterstof en hernieuwbare energie, kan de uitstoot van broeikasgassen bij de productie van staal voor personenwagens met 95 procent verminderen. Deze keuze zou bovendien de kosten van de autoproductie met minder dan 1 procent doen stijgen.”

Het Internationaal Energieagentschap voorspelt dat de staalsector wereldwijd de uitstoot van broeikasgassen tegen eind dit decennium met 25 procent moet verminderen om tegen het midden van deze eeuw klimaatneutraal te kunnen opereren. De autoproducenten maken momenteel nagenoeg uitsluitend gebruik van leveranciers die per ton staal meer dan twee ton koolstofdioxide uitstoten.

Kostprijs

Negri herinnert eraan dat de autofabrikanten momenteel nog altijd sterk afhankelijk zijn van staalproducenten die met steenkool werken en die door een grote uitstoot van broeikasgassen worden gekenmerkt. In Europa leidt het gebruik van conventionele methoden om staal te produceren voor een doorsnee voertuig tot 1,4 ton aan emissies. In de Verenigde Staten loopt dat cijfer verder op tot 1,9 ton. Een volledige overgang naar fossielvrij staal zou deze emissies tot minder dan 0,1 ton kunnen terugbrengen.

“Een overstap op fossielvrij staal zou slechts een minimale impact hebben op de prijs van voertuigen”, benadrukken de onderzoekers. “Tegen een kost van amper 100 euro tot 200 euro per voertuig kunnen autofabrikanten de uitstoot van koolstofdioxide in hun toeleveringsketen aanzienlijk verminderen. Die kost ligt veel lager dan de prijs van een aangepaste laklaag. Een overstap naar fossielvrij staal moet dan ook worden gezien als een win-winsituatie, die immers zowel het leefmilieu als de industrie baten zou opleveren.”

Uit het rapport blijkt dat alleen General Motors, Ford Motor, Mercedes-Benz en Volkswagen hebben aangegeven van fossielvrij staal gebruik te maken. Wanneer ook gewag wordt gemaakt van een staalproductie met gereduceerde emissies, komen daar ook nog Volvo Cars en BMW bij.

De onderzoekers betogen verder dat de autofabrikanten verscheidene opties kunnen overwegen om de emissies van het staalgebruik in hun productie te verminderen. “Daarbij moeten de autobouwers duidelijk hun wil tonen om op milieuvriendelijk staal over te stappen”, wordt er opgemerkt. “De autobouwers kunnen daarbij met de staalfabrikanten specifieke aankoopovereenkomsten ondertekenen. Tevens kan er worden geïnvesteerd in bedrijven die fossielvrije staalcapaciteit ontwikkelen, terwijl de constructeurs zich ook bij duurzame industriële initiatieven, zoals SteelZero of de First Movers Coalition, kunnen aansluiten.”

Daarnaast kunnen de autobouwers er volgens de onderzoekers voor zorgen dat hun voertuigen gemakkelijker kunnen worden gerecycleerd. Onder meer zou daarbij het voertuigontwerp op een optimale recyclage van staal kunnen worden afgesteld. Daarnaast zou een grotere transparantie over de intensiteit van de staalemissies en de recyclage moeten worden verstrekt, waarbij onder meer van de staalproducenten een ecologisch rapport zou kunnen worden gevraagd. Tenslotte zouden de auto’s lichter moeten worden gemaakt door de hoeveelheid staal in de voertuigen te verminderen.

Er wordt aan toegevoegd dat de beleidsmakers deze verschuiving kunnen ondersteunen met financiële prikkels voor verdere investeringen in duurzame technologieën die momenteel tot een hogere kostprijs zouden leiden. Daarnaast zou de overheid volgens de onderzoekers een quotum voor duurzaam staal kunnen opleggen, terwijl tevens zou kunnen worden vereist dat het ontwerp van de voertuigen op een optimale recyclage is gericht.

Meer over dit onderwerp:

Posted in automotive, grondstoffen, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Autoproductie moet gebruik duurzaam staal drastisch opvoeren

Drugshandel gedijt uitstekend in beschermde leefgebieden jaguar

Posted by managing21 on 20th september 2024

De drugshandel bedreigt grote delen van het leefgebied van de jaguar in Midden-Amerika. Dit leidt tot aanzienlijke conflicten tussen de War on Drugs van de Verenigde Staten en de natuurbescherming. Dat is de conclusie van een onderzoek van wetenschappers aan de University of Alabama. De onderzoekers roepen daarbij op alternatieven te zoeken voor een gemilitariseerde actie tegen de drugshandel.

“In de Meso-Amerikaanse Biologische Corridor (MBC), een cluster van beschermde gebieden in Mexico en Centraal-Amerika, kruisen de internationale inspanningen op het gebied van natuurbescherming en de strijd tegen de drugshandel elkaar op onverwachte manieren”, benadrukt onderzoeksleider Nicholas Magliocca, professor geografie aan de University of Alabama. “De strijd tegen de internationale cocaïnesmokkel, geleid door de Verenigde Staten, drijft drugshandelaars steeds meer naar beschermde gebieden om nieuwe smokkelroutes uit te bouwen.”

De jaguar is een paraplusoort die een doorsijpelend effect van natuurbehoud vertegenwoordigt. – Foto: Pixabay

Magliocca wijst er daarbij op dat deze activiteiten van de drugshandelaars tot een verdere vernietiging van het leefmilieu leiden. “Maar op deze locaties worden ook de grootste concentraties jaguars, een bedreigde diersoort, in Midden-Amerika aangetroffen”, werpt de wetenschapper op. Jaguars zijn een paraplusoort die een doorsijpelend effect van natuurbehoud vertegenwoordigt. Omstandigheden waarin jaguars kunnen gedijen, ondersteunen immers tegelijkertijd talloze andere soorten. Een groot deel van het leefgebied van de jagaur bevindt zich in de Meso-Amerikaanse Biologische Corridor.”

De Meso-Amerikaanse Biologische Corrido is het belangrijkste beschermingsmechanisme in de regio en vertegenwoordigt meer dan 500 miljoen dollar aan internationale financiering. Deze investeringen in de bescherming van de populatie jaguars en andere iconische soorten wordt bedreigd omdat drugshandelaren – net zoals de dieren – afgelegen en dunbevolkte gebieden verkiezen voor hun activiteiten.

Ontbossing

“Wanneer een drugshandel door de wetshandhaving wordt stopgezet, gaan de criminelen al snel op zoek naar alternatieve trajecten”, beklemtoont Nicholas Magliocca. “De drugshandel heeft naar schatting in de ontbossing van Centraal-Amerika een aandeel van 14 procent tot 30 procent. Drugshandelaren ruimen terreinen op voor gebouwen, wegen en landingsbanen. Vaak nemen ze bovendien een hele veehouderij mee, waardoor ze de controle over het gebied in handen houden en een dekmantel en witwasplatform voor hun illegale activiteiten vinden.”

“Jaguars in beschermde gebieden en corridors bleken bovendien een groter risico met clandestiene activiteiten te worden geconfronteerd dan soortgenoten die in zones zonder bescherming leven”, geeft de wetenschapper aan. “In Centraal-Amerika wordt volgens ramingen 69 procent van de leefgebieden van jaguar door de drugshandel bedreigd. Door deze ruimtes kunnen de narco-traffickers mensen, geld en drugs verplaatsen. De veeteelt vergroot in beschermde gebieden bovendien ook het risico op conflicten tussen mens en dier. Jaguars jagen op vee en worden dan ook vaak door boeren gedood om de kuddes te beschermen.”

Volgens Magliocca moeten de kosten van de huidige tactieken in de strijd tegen de drugshandel worden afgewogen tegen conventionele beschermingsoperaties. “Er is hier duidelijk sprake van een kluwen van twee belangrijke, maar moeilijke problemen”, erkent de wetenschapper. “Maar de beleidsmakers moeten wel beseffen dat een verderzetting van de huidige aanpak van de vervolging van de drugshandelaars niet werkt. Investeringen in beschermingsstrategieën die op de lokale gemeenschap zijn gericht, vormen een veelbelovende optie.”

De wetenschapper geeft toe dat duidelijke oplossingen op dit ogenblik mogelijk nog niet beschikbaar zijn, maar in landen met beperkte middelen en machtige criminele organisaties zijn inheemse organisaties volgens hem efficiënter in het beheer van beschermde gebieden. “Een directe financiering en investeringen in inheemse en lokale gemeenschappen bieden mogelijk de beste en financieel meest efficiënte manier om zowel de kosten van de illegale drugshandel in te dammen.”

“Er moet een volledig overzicht worden gegeven van de nevenschade van het drugsbeleid van de Verenigde Staten”, merkt Magliocca nog op. “Indien deze factoren worden meegerekend, zullen de ramingen van de kosten van de Amerikaanse War on Drugs sterk oplopen.” De nieuwe studie bouwt verder op eerder onderzoek van Magliocca naar de verschuivingen in het landgebruik onder invloed van de strijd tegen de drugshandel.

Meer over dit onderwerp:

Posted in gezondheid, handel, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Drugshandel gedijt uitstekend in beschermde leefgebieden jaguar

Luchtvervuiling fijnstof in Europa en China afgenomen

Posted by managing21 on 16th september 2024

In Europa en China kon het voorbije jaar de luchtvervuiling door fijnstof worden teruggedrongen. Dat heeft vooral te maken met een pollutie die met menselijke activiteiten in verbrand kan worden gebracht. Dat blijkt uit een rapport van de World Meteorological Organization (WMO), gebaseerd op data van het Amerikaanse ruimtevaartbureau Nasa en de Copernicus Atmosphere Monitoring Service van de Europese Unie. Beklemtoond wordt daarbij dat luchtkwaliteit en klimaatverandering nauw met elkaar verbonden zijn.

Fijnstof met een omvang van maximaal 2,5 micrometer (PM 2.5) kan bij een langere inademing een ernstig gezondheidsrisico vormen. Het stof is immers klein genoeg om in de bloedbaan van de mens terecht te komen. Dit fijnstof is afkomstig van menselijke activiteiten zoals de verbranding van fossiele brandstoffen, transport en industrie, naast bosbranden en woestijnstof dat door de wind wordt verspreid. Inmiddels zouden wereldwijd negen op tien mensen sterk vervuilde lucht inademen.

“De gegevens maken duidelijk dat de aanwezigheid van fijnstof in China en Europa de voorbije twintig jaar is gedaald”, benadrukt Lorenzo Labrador, een wetenschapper bij de World Meteorological Organization (WMO). 

Luchtvervuiling en klimaatverandering gaan vaak hand in hand. – Foto: Pixabay

“Klimaatverandering en luchtkwaliteit kunnen niet los van elkaar worden behandeld”, benadrukte Ko Barrett, secretaris-generaal van de meteorologische organisatie. “Beide problemen moeten dan ook samen worden aangepakt. “De chemicaliën die verantwoordelijk zijn voor luchtvervuiling, worden meestal tegelijk met broeikasgassen uitgestoten. Een vicieuze cirkel van klimaatverandering, bosbranden en luchtvervuiling heeft een steeds negatievere impact op de menselijke gezondheid, de ecosystemen en de landbouw.”

In het rapport wordt nog opgemerkt dat de aanwezigheid van fijnstof in India en sommige regio’s van Zuidoost-Azië boven het wereldwijde gemiddelde ligt. Dat fenomeen moet worden toegeschreven aan menselijke en industriële activiteiten. In China en Europa bleven de cijfers echter onder het wereldwijde gemiddeld. “We denken vaak dat de afname van de vervuiling in Europa en China het rechtstreekse resultaat is van de inspanningen die in deze landen worden gedaan om de emissies terug te dringen. Dit is een weinig verrassende bevinding, want deze trend kon al bij de eerste editie van het rapport drie jaar geleden worden vastgesteld.”

Ook in Noord-Afrika en het Arabische Schiereiland konden lagere emissies van fijnstof worden gemeld. In de Verenigde Staten liet de luchtvervuiling een status quo optekenen. “Bosbranden in Noord-Amerika zorgden vorig jaar echter voor uitzonderlijk sterke emissies in vergelijking met de twee voorbije decennia”, stipt Labrador aan. 

Trend wordt verdergezet

Luchtvervuiling veroorzaakt jaarlijks meer dan 4,5 miljoen vroegtijdige overlijdens en leidt tot hoge economische en ecologische kosten. De luchtkwaliteit beïnvloedt anderzijds de gezondheid van het ecosysteem, omdat luchtverontreinigende stoffen uit de atmosfeer naar het aardoppervlak zakken. De afzet van stikstof, zwavel en ozon vermindert de diensten – zoals zuiver water, biodiversiteit en de opvang van koolstofdioxide – die door natuurlijke ecosystemen worden geleverd.

“Dit rapport heeft op vorig jaar betrekking”, beklemtoonde Ko Barrett nog. “De eerste acht maanden van dit jaar hebben een voortzetting van die trends getoond. Daarbij verhogen intense hitte en aanhoudende droogtes het risico op bosbranden en luchtvervuiling. Door de klimaatverandering zullen we dit scenario steeds vaker tegenkomen. Interdisciplinaire wetenschap en onderzoek zijn de sleutel tot het vinden van oplossingen.”

Fijnstof heeft niet alleen een grote impact op de gezondheid, maar ook op de landbouw. ??Het probleem kan de productiviteit van gewassen verminderen in gebieden waar het maximaliseren van de opbrengst nochtans van cruciaal belang is om de bevolking te voeden. Wereldwijde hotspots kunnen worden teruggevonden in landbouwgebieden in Centraal-Afrika, China, India, Pakistan en Zuidoost-Azië.

Data uit China en India geven aan dat fijnstof de opbrengst van gewassen in sterk vervuilde gebieden met wel 15 procent kan verminderen. Fijnstof vermindert de hoeveelheid zonlicht die het bladoppervlak bereikt en blokkeert fysiek de delen van bladeren die de uitwisseling van waterdamp en koolstofdioxide met de atmosfeer reguleren. De landbouw draagt echter zelf ook ??in grote mate bij tot de productie van fijnstof. Dat gebeurt door het verbranden van stronken, het aanbrengen van kunstmest en pesticiden, de grondbewerking, de oogsten en het opslaan en gebruiken van mest.

Daarnaast moesten er het voorbije jaar over de hele wereld intense bosbranden worden geregistreerd. Die kunnen door verschillende verschillende oorzaken worden aangestoken. Daarbij wordt gewezen naar het landbeheer, maar ook naar accidentele of bewuste brandstichting. Maar ook de klimaatverandering heeft hier een indirecte rol door de frequentie en intensiteit van hittegolven te vergroten en droogte te verlengen. Deze omstandigheden vergroten het risico en de waarschijnlijkheid dat bosbranden zich verspreiden, wat op zijn beurt een grote impact heeft op de luchtkwaliteit.

Meer over dit onderwerp:

Posted in milieu | Reacties uitgeschakeld voor Luchtvervuiling fijnstof in Europa en China afgenomen

Slechts één categorie elektrische wagens wint op Europees markt

Posted by managing21 on 16th september 2024

In Europa kende de verkoop van elektrische wagens de eerste zeven maanden van dit jaar nog altijd een toename. Niet in alle marktsegmenten echter kon die groei zich doorzetten. Vooral de verkoop van volledig elektrische premium compacte suv-modellen heeft een sterke stijging laten optekenen. Dat blijkt uit een rapport van marktonderzoeker Dataforce. Vooral de Duitse constructeurs BMW en Mercedes blijken van die evolutie te profiteren.

De verkoop van premium compacte elektrische suv-modellen heeft tijdens de eerste zeven maanden in de Europese Unie een stijging 44 procent gekend tegenover dezelfde periode vorig jaar. Dat leverde vooral de Duitse autobouwers Mercedes en BMW voordelen op. De sterkste prestatie werd daarbij door de BMW iX1 opgetekend. De verkoop van dat model liet tijdens de eerste zeven maanden van dit jaar een toename met 54 procent tot bijna 30.000 exemplaren optekenen. De Volvo EX40 eindigde op de tweede plaats. De modellen EQA en EQB van Mercedes volgden respectievelijk op een derde en vierde plaats. De verkoop van de Mercedes EQB liet daarbij een stijging met bijna 50 procent optekenen.

De BMW iX1 was met bijna 30.000 exemplaren het meest populaire exemplaar bij de premium elektrische compacte suv-modellen. – Foto: BMW Group

“In het marktsegment van de premium compacte suv-modellen hebben elektrische auto’s nu een aandeel van 25 procent”, benadrukte Dataforce. “Daarmee ligt de penetratie van elektrische wagens in dat segment bijna twee keer zo hoog als op de totale Europese automarkt, waar elektrische modellen een aandeel van 14 procent laten optekenen.”

Dataforce merkt op dat de verkoop van elektrische wagens in Europa alleen maar in het premium-gamma een stijging laat optekenen. Op de volledige Europese markt voor elektrische wagens diende tijdens de eerste zeven maanden van dit jaar immers een daling worden gemeld. Die daling werd echter sterk in de hand gewerkt door een zware terugval in Duitsland, dat wel de grootste Europese markt voor elektrische compacte suv-modellen blijft.

Frankrijk was in datzelfde segment de grootste markt voor plugin hybrides. Op deze markt hebben volle hybrides daarentegen nauwelijks een impact. Bij de plugin hybrides werd de Europese markt tijdens de eerste zeven maanden van dit jaar door de BMW X1, de Mercedes GLA, de Audi Q3 Sportback en de Range Rover Evoque aangevoerd.

Verontrustend signaal

Dataforce merkt verder op dat de verdere ontwikkeling van de verkoop onder meer kan afhangen van de impact van de heffingen die de Europese Unie op de import van elektrische wagens uit China heeft aangekondigd. Die heffingen zouden de getroffen auto’s beduidend duurder kunnen maken. Vooral de Smart #1, Smart #3 en de Zeekr X zouden getroffen kunnen worden. Al die modellen worden door de Geely Group op de markt gebracht.

“De aanhoudende trend van het stagnerend marktaandeel van elektrische auto’s op batterijen is zowel voor de industrie als de beleidsmakers een uiterst verontrustend signaal”, merkt de European Automobile Manufacturers Association (Amea) in dat verband op. “De automobielindustrie van de Europese Unie heeft miljarden euro geïnvesteerd in elektrificatie om voertuigen op de markt te brengen. De andere noodzakelijke ingrediënten voor deze transitie zijn echter niet aanwezig, terwijl ook het concurrentievermogen van de Europese Unie afneemt.”

“Als gevolg hiervan is de transitie naar klimaatneutraliteit een grote uitdaging, waarbij een groeiende bezorgdheid moet worden opgemerkt over de doelstellingen die voor de emissiereductie van de sector werd gesteld”, werpt de sectororganisatie op. “De Europese Unie mankeert nog steeds de cruciale voorwaarden voor de massale acceptatie van emissievrije auto’s en bestelwagens. De oplaadinfrastructuur moet snel verder worden uitgebouwd. Dat geldt ook voor de capaciteit voor de opslag van waterstof. Verder moet een concurrerende productieomgeving worden gecreëerd, terwijl duurzame energie op een betaalbare manier moet worden aangeboden. Ook de veilige levering van grondstoffen, waterstof en batterijen moet worden gegarandeerd.”

“Mario Draghi benadrukte in zijn recent Competitiveness Report nog dat de automobielsector een belangrijk voorbeeld van een gebrek aan planning binnen de Europese Unie, waarbij een klimaatbeleid wordt toegepast zonder ook een geschikt industrieel beleid naar voor te schuiven”, wordt er nog beklemtoond. “Deze ambitieuze transitie kan nergens ter wereld door de industrie alleen worden uitgevoerd. Dat is al helemaal niet mogelijk wanneer er geen consistente beleidsmaatregelen worden genomen om het concurrentievermogen van de automobielsector te behouden en de opname van emissievrije voertuigen in de Europese Unie te vergemakkelijken.”

“De leden van Acea zijn volledig toegewijd aan de klimaatdoelen van Parijs”, zegt de sectororganisatie nog. “Het is echter duidelijk dat de transitie beter beheersbaar moet worden gemaakt. Een inhoudelijke en holistische herziening van de uitstootregelgeving zal van cruciaal belang zijn voor de realisatie van de een vooruitgang die de gestelde ambities kan waarmaken, waarbij desnoods ook actie kan worden ondernomen.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in automotive, energie, milieu, Mobility | Reacties uitgeschakeld voor Slechts één categorie elektrische wagens wint op Europees markt

Energievoorziening Europese Unie voor meer dan helft hernieuwbaar

Posted by managing21 on 16th september 2024

Tijdens de eerste helft van dit jaar werd meer dan de helft van de energievoorziening van de Europese Unie uit hernieuwbare bronnen gehaald. Dat heeft Kadri Simson, Europees commissaris voor energie, aangekondigd. Tegelijkertijd waarschuwde dat slechts een minderheid van de lidstaten van de Europese Unie al een klimaatplan op lange termijn heeft ingediend.

“De Europese Unie is nu goed toegerust om haar doelstellingen op het gebied van klimaatneutraliteit te halen”, vertelde Kadri Simson. “De Europese Unie heeft meer dan de helft van haar energie opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen. Dit betekent dat hernieuwbare energie voor de Europese Unie belangrijker is geworden dan fossiele brandstoffen. Vooral wind en water hebben een sterke bijdrage geleverd aan de groei van de Europese hernieuwbare energieproductie.”

Windkracht is in de Europese Unie na kernenergie de belangrijkste bron van elektriciteit. – Foto: Orsted

Ook de afnemende vraag naar energie deed het aandeel van hernieuwbare bronnen toenemen. In 2022 vertoonde het primaire energieverbruik van de Europese Unie een nieuwe neerwaartse trend. Daarbij werd een daling met 4,1 procent opgetekend. “Toch moeten de inspanningen op het gebied van energie-efficiëntie verder worden opgevoerd om in de Europese Unie tegen eind dit decennium het energieverbruik met 11,7 procent te verminderen”, merken experts op. “Verdere verbeteringen zijn dan ook nodig. Dat geldt onder meer voor de elektrificatie van verwarmingsapparatuur en het tempo van de renovatie van gebouwen.”

“Daarnaast zijn er ook versterkte inspanningen nodig om de hoge energieprijzen aan te pakken”, wordt er opgemerkt. “Dit is essentieel om het concurrentievermogen van de industrie in de Europese Unie te verbeteren en om investeringen in de geïntegreerde infrastructuurnetwerken, die essentieel zijn voor de elektrificatie van de Europese economie, te versterken.”

Geloofwaardigheid

Na kernenergie is windkracht in de Europese Unie nu de belangrijkste bron van elektriciteit en heeft daarmee gas naar de derde plaats teruggewezen. “De Europese Unie heeft op het gebied van hernieuwbare energie een sterke prestatie geleverd”, beklemtoonde energie-expert Jan Rosenow. “Wind en zon hebben nieuwe hoogten bereikt en hebben voor de eerste keer fossiele brandstoffen in de Europese elektriciteitsmix ingehaald”, verduidelijkte ze uit. “Dit bezorgt de Europese Unie ook de geloofwaardigheid om internationale inspanningen voor hernieuwbare energiebronnen te leiden.”

Ondanks deze vooruitgang blijft er volgens Europees commissaris Simson blijft er op het gebied van geloofwaardigheid een belangrijk probleem. “Op het gebied van klimaatplanning op lange termijn moet er nog een lange weg worden afgelegd”, wierp Simson op. “Deze plannen zijn essentieel om de vooruitgang van de Europese klimaatdoelstellingen tegen het eind van dit decennium te volgen. Ik dring er bij de lidstaten dan ook echt op aan om hun ontbrekende planning voor energie en klimaat in te dienen.”

De lidstaten van de Europese Unie dienden uiterlijk eind juni van dit jaar hun klimaatplannen bij de Europese Commissie indienen. “Hoewel die deadline al lang is gepasseerd, blijken tot nu toe slechts tien lidstaten hun dossiers te hebben ingediend.”

Gevreesd moet worden dat de ontbrekende plannen een tekort aan klimaatactie verbergen. Vooral op het gebied van transport, gebouwen, landbouw en de natuurlijke opvang van broeikasgassen moeten de inspanningen aanzienlijk worden versneld en in sommige gevallen zelfs helemaal een andere richting worden uitgestuurd”, benadrukte Charly Heberer, klimaatadviseur bij de milieuvereniging Germanwatch.

Meer over dit onderwerp:

Posted in energie, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Energievoorziening Europese Unie voor meer dan helft hernieuwbaar

Emissies van methaan laten nieuwe recordniveaus optekenen

Posted by managing21 on 13th september 2024

De emissies van methaan door menselijke activiteiten zijn de voorbije twee decennia met 20 procent gestegen. Bovendien blijkt de toename van de uitstoot de jongste jaren te versnellen. Dat blijkt uit een rapport van de Australische Commonwealth Scientific and Industrial Research Organisation (Csiro). De resultaten van de studie doen twijfels ontstaan over het succes van de doelstellingen die door overheden over de hele wereld naar voor zijn geschoven om een dreigende ??klimaatramp af te wenden.

Methaan is een van de drie belangrijkste broeikasgassen die bijdragen aan klimaatverandering. Het gas blijft slechts enkele decennia in de atmosfeer en verdwijnt dan ook sneller dan zijn tegenhangers, koolstofdioxide en lachgas. Maar op die korte termijn levert methaan wel de belangrijkste bijdrage tot de opwarming van de aarde. Het gas houdt immers meer warmte in de atmosfeer dan de andere broeikasgassen.

De wereldwijde veestapel is één van de belangrijkste bronnen van methaanemissies. – Foto: Pixabay

“Er moest tussen 2020 en 2022 bij de uitstoot van methaan een versnelde toename worden vastgesteld”, benadrukt Pep Canadell, directeur van het Global Carbon Project van de Csiro. “In 2021 werd daarbij een absolute recordhoogte geregistreerd. “Dit betekent dat de methaanconcentraties in de atmosfeer inmiddels 2,6 keer hoger liggen dan de niveaus die in het midden van de achttiende eeuw, voor de aanvang van het industriële tijdperk, werden genoteerd.”

Verschillende sectoren leveren een bijdrage aan de wereldwijde uitstoot van methaan. De belangrijkste bron blijkt de landbouw, die in de emissies van het broeikasgas door menselijke activiteiten een aandeel van 40 procent heeft. Daarna volgen de fossiele brandstoffen (34 procent), vast afval en afvalwater (19 procent) en de verbranding van biomassa en biobrandstoffen (7 procent). De vijf belangrijkste producenten van antropogeen methaan waren in 2020 China (16 procent), India (9 procent), de Verenigde Staten (7 procent), Brazilië (6 procent) en Rusland (5 procent). De Europese Unie en Australazië hebben daarentegen de methaanuitstoot de voorbije twee decennia kunnen verminderen.

Als de toenemende trend van de antropogene methaanuitstoot zich wereldwijd blijft doorzetten, dreigen de doelstellingen van de Global Methane Pledge echter in gevaar te komen. De internationale gemeenschap heeft in dat programma de toezegging gedaan om de methaanuitstoot tegen het einde van dit decennium met 30 procent te verminderen. De Global Methane Pledge is door 158 landen ondertekend, maar tot nu toe hebben China, India en Rusland geweigerd zich aan te sluiten.

Warmste jaar

De alarmerende bevindingen van het Global Carbon Project worden verder ondersteund door de aankondiging dat 2023 met een ruime marge het warmste jaar uit de geschiedenis is geworden. Dat ging gepaard met intense bosbranden, zware hittegolven en een massale afname van de ijskap op de zuidpool. De wereldwijde oppervlaktetemperatuur was dat jaar gemiddeld 1,35 graden warmer dan voor de start van het industriële tijdperk. Geschat wordt dat antropogene methaanuitstoot bijdraagt ??aan ongeveer 0,5 graden van die opwarming.

Om de voorwaarden van de Klimaatakkoorden van Parijs, die de opwarming van de aarde willen beperken tot minder dan 2 graden Celsius boven het niveau dat voor de aanvang van het industriële tijdperk werd genoteerd, moeten de antropogene methaanuitstoot tegen het midden van deze eeuw met 45 procent dalen tegenover het niveau dat in 2019 werd geregistreerd.

Om de methaanuitstoot van de landbouwsector aan te pakken, moet vooral naar verbeterde praktijken in het landbeheer worden gekeken. Daarbij moet onder meer aandacht worden besteed aan het verbeteren van de efficiëntie van de dierlijke productie, het verstrekken van voederadditieven die enterisch methaan – ontstaan bij de fermentatie in de pens van herkauwers – verminderen en het kweken van dieren die minder methaan produceren.

Methaan mengt zich in de atmosfeer snel met zuurstof en produceert daarbij koolstofdioxide en water. Koolstofdioxide is daarentegen een veel stabielere molecule en blijft duizenden jaren in de atmosfeer, waarbij het broeikasgas warmte vasthoudt, tot het door de oceanen en planten wordt opgenomen. Door de combinatie van een korte levensduur met een extreme potentie blijkt methaan een uitstekend doelwit voor de inspanningen om de klimaatverandering snel aan te pakken.

Tijdens de eerste decennium van deze eeuw kenden de methaanemissies een vertraging. Dit werd volgens analisten wellicht veroorzaakt door een combinatie van de verminderde emissies van fossiele brandstoffen en chemische veranderingen in het vermogen van de atmosfeer om methaan af te breken. Sindsdien is de uitstoot van methaan echter enorm toegenomen. Bij de antropogene emissies van methaan werd er de eerste twee decennia een jaarlijkse groei tussen 50 miljoen ton en 60 miljoen ton geregistreerd. Dat betekende een stijging tussen 15 procent en 20 procent.

Dit betekent echter niet dat de hoeveelheid methaan in de atmosfeer met dezelfde hoeveelheid toeneemt, aangezien het gas voortdurend wordt afgebroken. Tijdens het eerste decennium van deze eeuw nam de hoeveelheid methaan in de atmosfeer met 6,1 miljoen ton per jaar toe. Het daaropvolgende decennium was er sprake van een jaarlijkse gemiddelde toename met 20,9 miljoen ton. In 2020 werd er echter al een toename met 42 miljoen ton gemeld. Sindsdien zijn de groeicijfers nog versneld.

Meer over dit onderwerp:

Posted in milieu | Reacties uitgeschakeld voor Emissies van methaan laten nieuwe recordniveaus optekenen