managing21.be

Managing21: een blik op het heden en de toekomst van de economie.

Archive for the 'milieu' Category

Investeringen lidstaten Navo stimuleren de klimaatverandering

Posted by managing21 on 11th juli 2024

De lidstaten van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (Navo) hebben het voorbije jaar in totaal 1,34 biljoen dollar geïnvesteerd. Dat betekent een stijging met 126 miljard dollar tegenover het jaar voorzien. Dat is de conclusie van een rapport van de organisaties Transnational Institute, Tipping Point North South en Stop Wapenhandel. De onderzoekers waarschuwen daarbij dat deze militaire budgetten een negatieve impact hebben op het klimaat. Gezamenlijk zouden de lidstaten van de militaire alliantie het voorbije jaar 233 miljoen ton broeikasgassen hebben geproduceerd. Daarmee is de Navo een grotere vervuiler dan een aantal landen.

“Het onderzoek toont dat militaire uitgaven de uitstoot van broeikasgassen verhogen, cruciale financiering voor de klimaatactie afleiden en zorgen voor een consolidatie van een wapenhandel die instabiliteit voedt”, wordt in het rapport aangevoerd. “Militaire uitgaven hebben de neiging om veel energie te verbruiken. Vliegtuigen verbruiken enorme hoeveelheden fossiele brandstoffen, net zoals militaire bases en logistieke centra. Militair materieel moet bovendien regelmatig worden bediend en onderhouden om gevechtsklaar te blijven. Dat alles brengt vervuiling met zich mee. Die vervuiling ligt zelfs hoger dan de broeikasgassen die door landen zoals Colombia of Qatar worden uitgestoten.”

De militaire alliantie Nato heeft het voorbije jaar 233 miljoen ton broeikasgassen geproduceerd. – Foto: Nato

“Tegen het einde van dit decennium moeten we de uitstoot radicaal verminderen”, zegt Nick Buxton. “Maar de grootste investering die wereldwijd – zeker in de Navo – moet worden geleverd – in een beperking van de militaire uitgaven, die de milieuproblemen vaak nog verergeren. De Navo telt 32 lidstaten. Daarmee verzamelt het militaire bondgenootschap amper 16 procent van alle landen in de wereld. Vorig jaar waren die lidstaten echter gezamenlijk 55 procent van de totale militaire uitgaven ter wereld. De Verenigde Staten alleen nemen meer dan tweederde van de uitgaven van het bondgenootschap voor hun rekening.”

Klimaatakkoorden

De toegenomen militaire uitgaven van de lidstaten van de Navo zullen nog eens 31 miljoen ton broeikasgassen in de atmosfeer brengen. Dat vertegenwoordigt een stijging van ongeveer 15 procent. Dat is het equivalent van de uitstoot van 6,7 miljoen auto’s. De Verenigde Staten – wiens leger al de grootste institutionele producent van broeikasgassen in de wereld is – waren met een militaire budgetverhoging van 55 miljard dollar verantwoordelijk voor het grootste deel van de stijging, gevolgd door Polen (16 miljard dollar), het Verenigd Koninkrijk (10,9 miljard dollar) en Duitsland (10,7 miljard dollar).

“Indien alleen al de stijging van de militaire uitgaven van de Navo zou worden omgebogen naar een positieve klimaatactie, zou de minimale klimaatfinanciering voor ontwikkelingslanden, zoals voorgesteld tijdens de klimaatonderhandelingen van de Verenigde Naties dit jaar, volledig kunnen worden gedekt”, wordt in het rapport opgemerkt. “Alle strijdkrachten in de wereld produceren minstens 5,5 procent van alle vervuiling die de aarde opwarmt. Dat is meer dan de totale ecologische voetafdruk van Japan.”

Het Intergovernmental Panel on Climate Change van de Verenigde Naties zegt dat de wereld de uitstoot tegen eind dit decennium met 43 procent moet verminderen om de ambitieuzere doelen van de Klimaatakkoorden van Parijs te halen. Om dat doel te bereiken moet de militaire uitstoot volgens de onderzoekers jaarlijks met minstens 5 procent worden verminderd. “Maar de lidstaten van de Navo gaan de verkeerde kant op”, merken de onderzoekers op. “De alliantie heeft vorig jaar een blijvende toezegging gedaan om ten minste 2 procent van hun nationale budgetten in hun leger te investeren. Verwacht wordt dat tweederde van de lidstaten die doelstelling dit jaar zal halen of overtreffen, tegenover slechts zes landen drie jaar geleden.”

Veiligheid

Defensiespecialisten noemen die investeringen noodzakelijk voor de veiligheid. Maar de onderzoekers werpen op dat deze inspanningen een tol eisen van de maatschappij door de opwarming van de aarde te stimuleren en financiële middelen van klimaatfinanciering af te leiden. Indien alle leden de doelstelling van 2 procent halen, zullen ze over vier jaar evenveel extra broeikasgassen veroorzaken als de jaarlijkse productie van Rusland. De extra militaire middelen – naar schatting 2,57 miljard dollar – zouden volgens schattingen van het United Nations Environment Programme (Unep) voldoende zijn om de kosten voor klimaataanpassing van landen met een laag en middelmatig inkomen gedurende zeven jaar te dekken.

“De echte begunstigden van de oplopende defensie-uitgaven zijn de wapenfabrikanten, die van de militaire alliantie een aantal beloftes voor investeringen heeft ontvangen”, merken de onderzoekers op. “De groei van de militaire budgetten wordt niet altijd onmiddellijk in de inkomsten en winsten van wapenfabrikanten weerspiegeld, want de productie en aankoop van het materieel kan vele jaren in beslag nemen. Het voorbije jaar nam de orderportefeuille van de tien grootste wapenfabrikanten van de wereld – waaronder Lockheed Martin, RTX Corporation en Northrop Grumman, gemiddeld met meer dan 13 procent toe. Dat is een indicatie voor de aankomende recordwinsten van de sector.”

“Er wordt nog opgemerkt dat er wel enkele milieubeschermende maatregelen werden genomen om de vervuiling door de wapenindustrie in te dammen, maar vooral in de Verenigde Staten en Europa worden deze regels steeds vaker terzijde geschoven wanneer ze worden bestempeld als een belemmering voor het verhogen van de productie”, geven de onderzoekers nog aan. De Navo heeft beloofd om tegen het midden van deze eeuw klimaatneutraal te opereren. “Toch is het vergroenen van de militaire operaties geen goede optie”, wordt er nog aangevoerd. “Er bestaat geen realistische alternatieve energiebron die tegen het midden van deze eeuw fossiele brandstoffen op grote schaal kan vervangen. Het verhogen van de defensie-uitgaven creëert ook een meer gemilitariseerde wereld in een tijd waarin meer samenwerking en vrede nodig is.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in milieu, politiek, technologie | Reacties uitgeschakeld voor Investeringen lidstaten Navo stimuleren de klimaatverandering

In Europa leeft nu 12,5 procent van de bevolking in mogelijk overstromingsgebied

Posted by managing21 on 9th juli 2024

In Europa leeft 12,5 procent van de totale bevolking in een gebied dat door mogelijke overstromingen zou kunnen worden getroffen. In die risicogebieden is bovendien ook kritieke infrastructuur aanwezig. Dat is de conclusie van een rapport van het European Environmental Agency (EEA) over de impact van de klimaatverandering op de gehele watercyclus. De onderzoekers merken op dat hevige stormen de voorbije veertig jaar in Europa 5.582 slachtoffers heeft geëist. Er wordt aan toegevoegd dat het gevaar op verdere zware overstromingen op een hoog niveau blijft.

“Ongeveer 15 procent van de industriële faciliteiten in Europa bevindt zich in mogelijke uiterwaarden”, legt Aleksandra Kazmierczak, expert klimaat en gezondheid bij het European Environmental Agency. “Infrastructuur zoals waterzuiveringsinstallaties bevindt zich verder stroomafwaarts. Meer dan een derde daarvan in Europa bevindt zich op uiterwaarden.” Er wordt aan toegevoegd dat ook 11 procent van de Europese ziekenhuizen in risicogebieden is gesitueerd.

Overstromingsgebieden omvatten ook kritieke infrastructuur. – Foto: Pixabay/Patrick Behn

Omdat ze de concentratie van verontreinigende stoffen verhogen, vormen droogte en hittegolven voor de waterkwaliteit tevens een belangrijke bedreiging. “Deze cumulatieve gebeurtenissen vormen een probleem voor de toegang tot water voor de bevolking en beïnvloeden bovendien de koelsystemen van kerncentrales en de landbouw”, waarschuwt Kazmierczak. “Twee jaar geleden hebben we bijvoorbeeld, vooral in Zuid-Afrika, een daling gezien in de productie van maïs en olijfolie. De verliezen als gevolg van droogte in de landbouw, de watervoorziening en energiesector worden geschat op ongeveer 9 miljard euro per jaar.”

Complex problemen

“Europa is jammerlijk genoeg niet voorbereid op de toekomst”, zegt benadrukt Višnar Malinovská, onderdirecteur van het Directorate-General for Climate Action van de Europese Commissie, die daarbij gewag maakte van een complex probleem, dat een aantal systemische oplossingen nodig heeft. Daarbij merkt het rapport op dat Europa over de middelen beschikt die nodig zijn om de problemen nu te bestrijden.

“Er is alvast één maatregel die gemakkelijk kan worden doorgedrukt”, wordt in het rapport aangevoerd. “In gebieden die door klimaatgerelateerde gebeurtenissen, zoals overstromingen, gevaar lopen, zouden nieuwe ontwikkelingen moeten worden vermeden. Daarnaast kan ook gegrepen worden naar een aantal oplossingen die door de natuur zijn geïnspireerd. Onder meer kunnen daarbij bomen worden geplant of kan andere begroeiing worden gebruikt om regenwater vast te houden, maar ook zou gekozen kunnen worden om behandeld water te hergebruiken.”

Daarnaast pleit het rapport voor een grotere rol voor de technologie, onder meer in de vorm van een groter toezicht en de uitbouw van systemen voor vroegtijdige waarschuwing. “Zonder snelle en systematische actie om de maatschappelijke veerkracht te vergroten, zullen de gevolgen voor de gezondheid van het veranderende klimaat door overstromingen, droogtes en verminderde waterkwaliteit verergeren”, wordt in het rapport naar voor gebracht.

“Onze samenleving is sterk blootgesteld aan klimaatrisico’s zoals overstromingen, waterschaarste en slechte waterkwaliteit”, merkt Višnar Malinovská op. “Hoewel de bedreigde gebieden vaak over waterkeringen beschikken, kunnen de veiligheidsniveau grote verschillen laten optekenen. Overstromingen leiden niet alleen tot sterfgevallen en verwondingen, maar veroorzaken ook stress, wat vaak resulteert in posttraumatische stressstoornis en langere gevolgen voor de geestelijke gezondheid, zoals depressies, voor de getroffen bevolking. Overstromingen kunnen ook vervuiling veroorzaken. Naar schatting 650.000 gecombineerde riooloverstortingen in heel Europa verslechteren de waterkwaliteit als gevolg van hevige regenval.”

Malinovská wijst er verder op dat nu ook al 30 procent van de bevolking in Zuid-Europa met een permanente waterschaarste wordt geconfronteerd. “Dat kan leiden tot rantsoenering en andere mogelijke beperkingen, die in sommige regio’s al van kracht zijn”, merkt ze op. “Indien de voorraden opdrogen, moet met onvermijdelijke prijsstijgingen rekening worden gehouden. Al die problemen kunnen van invloed zijn op het vermogen van armere of grotere huishoudens om in hun hygiëne-behoeften te voorzien.”

“Bovendien bevorderen langdurige periodes van droog en warm weer de verspreiding van bosbranden”, beklemtoont Malinovská. “Dat is opnieuw vooral het geval in Zuid-Europa, maar in toenemende mate ook in andere regio’s. Bosbranden brengen niet alleen het directe gezondheidsrisico van het vuur met zich mee, want de blootstelling aan de schadelijke chemicaliën in de rook van natuurbranden heeft zowel acute als langdurige gevolgen voor de gezondheid.”

“De kwaliteit van het drinkwater en het zwemwater, hoewel over het algemeen zeer goed, loopt eveneens gevaar. Stijgende temperaturen van de lucht en het water bevorderen de groei van ziekteverwekkers, waardoor het risico op overdraagbare ziekten toeneemt. Een laag waterdebiet tijdens droge periodes kan resulteren in hogere concentraties van verontreinigende stoffen en farmaceutische producten, waardoor een dure afvalwaterzuivering nodig zal zijn. Bovendien kan de bloei van cyanobacteriën in voedselrijke wateren tijdens droge en warme periodes de waterkwaliteit in gevaar brengen.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in milieu | Reacties uitgeschakeld voor In Europa leeft nu 12,5 procent van de bevolking in mogelijk overstromingsgebied

Cyanobacteriën vormen basis van duurzame bouwmaterialen

Posted by managing21 on 9th juli 2024

Het is mogelijk om op basis van cyanobacteriën biogene bouwmaterialen te vervaardigen. Dat blijkt uit een onderzoek van wetenschappers aan het Fraunhofer Institute for Ceramic Technologies and Systems (IKTS) en het Fraunhofer Institute for Electron Beam and Plasma Technology (FEP). De onderzoekers merken op dat de bacteriën zich vermenigvuldigen zich in een voedingsoplossing, aangedreven door fotosynthese. Wanneer aggregaten en vulstoffen zoals zand, basalt of hernieuwbare grondstoffen worden toegevoegd, worden rotsachtige solide structuren geproduceerd. In tegenstelling tot de traditionele betonproductie genereert dit proces geen koolstofdioxide, wat schadelijk is voor het milieu. In plaats daarvan wordt de koolstofdioxide gebonden in het materiaal zelf.

“De bouwindustrie heeft een belangrijk probleem”, voeren de onderzoekers aan. “Cement – het hoofdbestanddeel van beton en misschien wel het meest gebruikte bouwmateriaal van deze tijd – is slecht voor het klimaat. De uitstoot van koolstofdioxide bij de productie van cement is erg hoog. Volgens het Duitse Umweltbundesamt (UBA) was de cementproductie in 2018 alleen al in Duitsland verantwoordelijk voor de uitstoot van ongeveer 20 miljoen ton koolstofdioxide. Dat komt overeen met ongeveer 10 procent van alle industriële emissies. Het is echter mogelijk om met een milieuvriendelijke, biologisch geïnduceerde methode biogene bouwmaterialen te produceren. Niet alleen stoot het proces zelf geen koolstofdioxide uit, maar het schadelijke gas wordt gebruikt voor het proces zelf en vervolgens gebonden in het materiaal.”

De huidige bouwsector heeft een bijzonder grote ecologische voetafdruk. – Foto: Pixabay/Dimitris Vetsikas

De kern van de nieuwe methode wordt door cyanobacteriën, voorheen bekend als blauwalgen, gevormd. Deze bacterieculturen zijn in staat tot fotosynthese. Als licht, vocht en temperatuur op elkaar inwerken, vormen ze structuren die bekend staan als stromatolieten van kalksteen. Deze rotsachtige biogene structuren bestaan al 3,5 miljard jaar in de natuur, wat getuigt van de veerkracht en duurzaamheid van dit biologische proces. Net als toen wordt koolstofdioxide uit de atmosfeer gevangen als onderdeel van het mineralisatieproces en vervolgens gebonden in het biogene gesteente. De Duitse wetenschappers, onder leiding van Matthias Ahlhelm en Ulla König zijn er met hun project BioCarboBeton nu in gelukt om dit natuurlijke proces met een technologische methode na te bootsen.

Verschillende toepassingen

“In de eerste stap om biomassa te produceren, worden de lichtgevoelige cyanobacteriën gekweekt in een voedingsoplossing”, werpen de onderzoekers op. “De intensiteit en kleur van de gebruikte lichtbron beïnvloeden de bacteriële fotosynthese en het metabolisme. Om ervoor te zorgen dat de bacteriële oplossing een mineralisatie kan ondergaan om stromatoliet-achtige structuren te produceren, worden calciumbronnen zoals calciumchloride toegevoegd. Vervolgens wordt een mengsel van hydrogels en verschillende vulstoffen, zoals diverse soorten zand, gecreëerd. Extra koolstofdioxide wordt toegevoegd om het proces te ondersteunen.”

Het bacteriële mengsel wordt geroerd tot het punt van homogeniteit en krijgt dan structuur door het over te brengen in bijvoorbeeld mallen. De mallen moeten bij voorkeur doorzichtig zijn,  zodat de processen van bacteriële stofwisseling en fotosynthese door kunnen gaan. De daaropvolgende mineralisatie leidt tot de uiteindelijke stolling. Het bacteriële mengsel kan ook worden gevormd door spuiten, schuimen, extrusie of additieve vervaardiging, waardoor het de vorm krijgt waarin de laatste stadia van mineralisatie plaatsvinden.

Als alternatief kunnen ook poreuze substraten worden gemaakt en vervolgens met de cyanobacterie-cultuur worden behandeld. “De vaste structuur die zich ontwikkelt, is tijdens het proces nog steeds poreus, zodat er licht naar binnen valt en de koolstofdioxide-fixatie wordt aangestuurd door de mineralisatie van kalksteen”, verduidelijkt Ahlhelm. “We kunnen het proces stoppen door het licht en vocht te verwijderen of de temperatuur te veranderen. Op dat moment sterven alle bacteriën gewoon af. Het resultaat is een vast product op basis van biogeen calciumcarbonaat en vulstoffen dat onder meer als baksteen kan worden gebruikt. De biogebaseerde bouwmaterialen die van cyanobacteriën zijn gemaakt, bevatten geen giftige stoffen.”

Een van de doelen van het project BioCarboBeton is het bepalen van de mogelijke eigenschappen van de biogene materialen die kunnen worden geproduceerd en het opschalen van de processen. De onderzoekers denken daarbij al na over een circulair procesontwerp. De koolstofdioxide zou onder meer afkomstig kunnen zijn van industriële afvalgassen. Basalt en mijnafval zouden gebruikt kunnen worden als calciumbron, maar dat geldt ook voor melkresten van zuivelbedrijven. Naast zand kunnen ook bouwafval of hernieuwbare bronnen als vulmiddel worden gebruikt.

De Duitse wetenschappers merken op dat de technologie voor verschillende toepassingen kan worden gebruikt. “Dankzij de gerichte selectie van vulstoffen en het beheer van de parameters kunnen producten worden gemaakt voor een groot aantal verschillende toepassingen”, werpen de onderzoekers op. “Potentiële toepassingen zijn onder meer  isolatiemateriaal, baksteen, bekistingsvulling en zelfs mortel of stucwerk dat uithardt of verhardt nadat het is aangebracht.”

De uiteindelijke bedoeling van BioCarboBeton is om fabrikanten in staat te stellen de milieuvriendelijke bouwmaterialen op biologische basis in de benodigde volumes, snel en kosteneffectief te produceren. Ahlhelm en König zeggen absoluut in het proces te geloven. “Onze methode laat het enorme potentieel zien dat door de biologisatie-technologie kan worden ontsloten. In het algemeen biedt BioCarboBeton een kans om een grote stap te zetten in de richting van een circulaire economie in de bouwsector en daarbuiten.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in grondstoffen, immobiliën & constructie, milieu, Stad | Reacties uitgeschakeld voor Cyanobacteriën vormen basis van duurzame bouwmaterialen

Wenen voor derde jaar op rij bekroond tot meest leefbare stad van de wereld

Posted by managing21 on 7th juli 2024

Wenen was ook het voorbije jaar de meest leefbare stad van de wereld. Dat blijkt uit de Global Liveability Index van The Economist Intelligence Unit (EIU), waarin de leefbaarheid van 173 steden uit de hele wereld werd bestudeerd. Met Kopenhagen op een tweede plaats en Zürich op een derde plek bestaat de top drie volledig uit West-Europese steden. Genève eindigde op een zesde plaats, waardoor West-Europa in de top tien nog altijd het sterkst is vertegenwoordigd. Toch moet volgens de onderzoekers worden opgemerkt dat de Europese regio op het gebied van leefbare steden steeds meer zijn dominantie moet opgeven.

Wenen heeft de ranglijst van de meest leefbare steden het voorbije decennium sterk gedomineerd. De Oostenrijkse hoofdstad kwam nu al voor het derde jaar op rij als laureaat uit de bus. De voorbije tien jaar behaalde Wenen bovendien acht keer de eerste plaats. Er kwam in die dominantie alleen een onderbreking tijdens de covid-pandemie, toen vele Weense musea en restaurants hun deuren sloten.

Wenen is op tien jaar tijd acht keer tot de meest leefbare stad van de wereld verkozen. – Foto: Pixabay/Edgar Winkler

In het rapport werd opgemerkt dat Wenen nog steeds een onovertroffen combinatie biedt van een sterke stabiliteit, een goede infrastructuur, een hoge kwaliteit in het onderwijs en de gezondheidszorg, maar ook een groot aanbod biedt aan cultuur en amusement. In vier van de vijf categorieën uit het onderzoek – gezondheidszorg, onderwijs, infrastructuur en stabiliteit – haalt Wenen een score van 100 procent. Alleen op het gebied van cultuur en leefmilieu bleef de Oostenrijkse hoofdstad onder het maximum. Door een gebrek aan grote sportevenementen werd hier slechts een score van 93,5 procent behaald

In het algemeen wordt gesteld dat de leefbaarheid van de steden het voorbije jaar nog een bescheiden groei heeft laten optekenen. “In een aantal steden in de geavanceerde markten was er wel sprake van een terugval op het gebied van stabiliteit en infrastructuur, maar dat kon worden gecompenseerd door een aantal structurele verbeteringen op het gebied van gezondheid en onderwijs in verschillende ontwikkelingslanden”, beklemtonen de onderzoekers. Ook geopolitieke risico’s hadden een negatieve impact.

De top vijf van de meest leefbare steden bestaat naast de drie West-Europese metropolen ook nog uit Melbourne (Australië) en Calgary (Canada). De rest van de top tien omvat naast Genève verder ook nog Sydney (Australië), Vancouver (Canada), Osaka (Japan) en Auckland (Nieuw-Zeeland). Daarbij blijkt dat West-Europa en Asia-Pacific elk vier vertegenwoordigers in de top tien hebben. De steden uit het gebied Asia-Pacific laten ook een sterke vertegenwoordiging in de top twintig blijken. In Australië moest echter een opmerking gemaakt worden voor de infrastructuur van het land. Dat heeft te maken met een aanhoudende vastgoedcrisis, waardoor veel steden met groot tekort aan huurwoningen worden geconfronteerd.

Conflicten

In het Midden-Oosten en Noord-Afrika moet een gemengd beeld worden gemeld. Door het conflict tussen Israël en Hamas is Tel Aviv in de rangschikking met twintig eenheden tot een 112de plaats teruggevallen. Geen enkele andere stad in de ranglijst heeft een zwaardere achteruitgang moeten melden. “Hoewel het conflict de stabiliteit van de regio zwaar heeft ondermijnd, kon een belangrijke vooruitgang worden gemeld in de kwaliteit van het onderwijs en de gezondheidszorg in een groot aantal lidstaten van de Gulf Cooperation Council”, wordt er nog opgemerkt. “Hierdoor is de algemene leefbaarheid van de regio’s toch nog gestegen. De sterkste vooruitgang werd geboekt door steden uit de Verenigde Arabische Emiraten (Abu Dhabi, Dubai) en Saudi-Arabië (Riyadh, Jeddah en Al Khobar). Ondanks de geboekte vooruitgang, is deze regio echter ook het gebied waar de minst leefbare steden – Algiers (Algerije), Tripoli (Libië) en Damascus (Syrië) – kunnen worden teruggevonden.

Honolulu was met een 32ste plaats de meest leefbare stad van de Verenigde Staten. Brussel haalde in de rangschikking een score van 91,4 procent en viel daarmee van een 30ste naar een 35ste plaats terug. Wereldwijd kenden slechts zes andere locaties een grotere achteruitgang. “De Brusselse terugval wordt toegeschreven aan de instabiliteit waarmee de Belgische hoofdstad wordt getroffen”, wordt er opgemerkt. Daarbij moet worden gewezen op onder meer ontwrichtende demonstraties, zoals de boerenprotesten waarbij enkele gewelddadige botsingen met de politie plaatsvonden en de Europese wijk meerdere keren moest worden afgesloten toen honderden tractoren de wijk binnenreden.”

Nog wordt opgemerkt dat in de ranglijst vooral op het gebied van stabiliteit een achteruitgang diende te worden gemeld. “Door de toenemende frequentie van protesten hebben de West-Europese steden hierbij de grootste verliezen moeten melden”, geeft het rapport aan. “Onder meer hierdoor behoorden vijf Duitse steden – München, Hamburg, Stuttgart, Berlijn en Düsseldorf – tot de gebieden waar de grootste daling aan leefbaarheid moest worden geregistreerd.” Door de aanhoudende oorlog in Oekraïne raakt Kiev momenteel ook niet weg bij de tien steden die op het gebied van leefbaarheid de slechtste score van de wereld laten optekenen.

Meer over dit onderwerp:

Posted in gezondheid, milieu, Stad | Reacties uitgeschakeld voor Wenen voor derde jaar op rij bekroond tot meest leefbare stad van de wereld

Madrid ziet flamenco als een wapen tegen hoge zomertemperaturen

Posted by managing21 on 5th juli 2024

De Spaanse hoofdstad Madrid zal deze zomer op de heetste uren van de dag gratis flamencoshows aanbieden in musea met airconditioning. Op die manier wil de overheid de toeristen aanmoedigen om beschutting tegen de hitte te zoeken. Dat heeft Marta Rivera de la Cruz, Madrileens schepen voor cultuur en toerisme, aangekondigd. Tijdens de zomermaanden klimmen de temperaturen in Madrid geregeld tot boven de grens van 40 graden Celsius.

De la Cruz herinnerde eraan dat Spanje in 2023 het op één na warmste jaar in zijn geschiedenis beleefde. Vorig jaar ontving Madrid tijdens de maanden juli en augustus ruim 1,6 miljoen toeristen. De hoge temperaturen vormen echter een bedreiging voor de gezondheid van de bezoekers. Daarom wil Madrid hen de mogelijkheid bieden om tijdens de heetste uren van de dag bescherming en afkoeling te vinden. “Tijdens de ochtend zijn de temperaturen in Madrid nog draaglijk, maar om drie uur in de namiddag lopen zelfs in het centrale Retiro Park de temperaturen hoog op.  De beste plekken om te schuilen zijn locaties die van airconditioning – zoals musea, bioscopen en bibliotheken – zijn voorzien, 

Spaanse flamenco-concerten moeten de toeristen tegen de hitte helpen beschermen. – Foto: Pixabay/Dimitris Vetsikas

“Om toeristen te overtuigen bescherming tegen de hitte te zoeken, zullen de drie belangrijkste musea van Madrid – het Prado, het Reina Sofia en het Thyssen – en de Royal Collections Gallery naast het koninklijk paleis tijdens de maanden juli en augustus elke dag tussen drie en vijf uur in de namiddag gratis flamencoshows aanbieden”, stipte De la Cruz nog aan. “Tijdens de shows zijn internationaal bekende artiesten, zoals Yolanda Osuna en Eduardo Guerrero, aanwezig. Openbare bibliotheken zullen ook humoristische monologen presenteren en in de vroege middag concerten aanbieden, terwijl bioscopen verlaagde tarieven zullen aanbieden voor vertoningen in de loop van de dag. De maatregel zal ook geen extra energieverbruik met zich meebrengen, want deze locaties zijn toch al voorzien van airconditioning.”

Records

Spanje werd in 2017 ten nadele van de Verenigde Staten de tweede meest populaire toeristische bestemming van de wereld. Alleen Frankrijk kon nog meer toeristen aantrekken, maar sindsdien heeft Spanje een gedeelte van de achterstand ingehaald. Frankrijk ontving vorig jaar 100 miljoen toeristen. Dat betekende een stijging met 7 miljoen bezoekers tegenover het jaar voordien. In Spanje was er vorig jaar sprake van een totaal van 85 miljoen toeristen. Dat weerspiegelde een stijging met 13 miljoen bezoekers tegenover het jaar voordien. Het toerisme vertegenwoordigt in Spanje tussen 12 procent en 13 procent van het bruto binnenlandse product. Buitenlandse bezoekers gaven in Spanje vorig jaar 108 miljard euro uit.

Maar de hete zomers, ten gevolge van de opwarming van de aarde, dreigen een verdere Spaanse opmars te hinderen. De problemen werden onlangs nog extra duidelijk door een aantal overlijdens in Griekenland, met inbegrip van de Britse televisie-persoonlijkheid Michael Mosley, die aan de hitte moesten worden toegeschreven. Daarnaast verhoogt het warmere weer ook het risico op natuurbranden. Landen in het zuiden van Europa zoeken dan ook naar strategieën om de impact van de opwarming van het klimaat op te vangen.

Spanje kende vorig jaar in totaal zeven hittegolven. Volgens het Spaanse weerbureau Agencia Estatal de Meteorología (Aemet) zijn de hittegolven in het land sinds het midden van de jaren zeventig van de voorbije eeuw met drie dagen per decennium verlengd. Elk decennium is daarbij ook de temperatuur met 2,7 graden Celsius gestegen.

Meer over dit onderwerp:

Posted in milieu, toerisme | Reacties uitgeschakeld voor Madrid ziet flamenco als een wapen tegen hoge zomertemperaturen

Wereldwijde luchtvracht heeft uitstoot op vijf jaar met kwart verhoogd

Posted by managing21 on 1st juli 2024

Het voorbije jaar hebben de vervoerders van luchtvracht ongeveer 300.000 vluchten meer uitgevoerd dan vijf jaar geleden. Dat vertegenwoordigt een stijging met bijna 30 procent. Dat blijkt uit een analyse van de belangenorganisatie Stand.earth. Er wordt aan toegevoegd dat de uitstoot van broeikasgassen door de vluchten over dezelfde periode met 25 procent is toegenomen. De Verenigde Staten zouden verantwoordelijk zijn voor ruim 40 procent van de uitstoot.

“De toename van de luchtvracht is een nieuwe bedreiging voor het klimaat en de menselijke gezondheid”, merkt onderzoeker Devyani Singh op. “Vervoerders moeten hun afhankelijkheid van luchtvracht beëindigen en hun trafieken verschuiven naar uitstootarme transporttypes zoals de scheepvaart en het spoorvervoer. Luchtvracht stoot naar schatting immers tachtig keer meer koolstofdioxide uit dan een verzending met een schip of vrachtwagen. Luchtvracht is daardoor één van de meest uitstootintensieve transportmethodes.

Amazon heeft de uitstoot van luchtvracht op vijf jaar tijd verdubbeld. – Foto: Amazon

De onderzoekers schrijven de scherpe stijging van de luchtvracht toe aan verschuivingen in de internationale economie na de uitbraak van de covid-pandemie en hernieuwde verwachtingen van de consumenten op het gebied van e-commerce, waar een snelle verzending de standaard is geworden. Daarbij wordt erop gewezen dat Amazon Prime inmiddels wereldwijd door meer dan 200 miljoen mensen wordt gebruikt.

Verstoringen in toeleveringsketen

Opgemerkt wordt dat luchtvracht voor de uitbraak van de covid-pandemie vooral voor bederfbare goederen, tijdgevoelige leveringen en luxe artikelen. Verstoringen in de toeleveringsketen veroorzaakt door de covid-pandemie, hebben echter geleid tot een ongekende toename van het aantal niet-bederfelijke en minder waardevolle goederen die per luchtvracht werden vervoerd. Volgens de onderzoekers zijn er twee redenen voor de toegenomen uitstoot.

Voor de uitbraak van de pandemie werd vracht vaak vervoerd in het ruim van passagiersvliegtuigen. De daling van de vraag naar internationale vliegreizen voor het vervoer van personen tijdens de pandemie heeft bovendien geleid tot een uitbreiding van de vloot vrachtvliegtuigen. Dat fenomeen is na de pandemie echter niet opnieuw gedaald, ook al is het transport van goederen in het ruim van passagiersvliegtuigen opnieuw hersteld.

De onderzoekers merken op dat luchtvracht het voorbije jaar een uitstoot van 93,8 miljoen ton koolstofdioxide heeft veroorzaakt. Dat vertegenwoordigde een stijging met 25 procent tegenover vijf jaar geleden. De uitstoot van de vracht in het ruim van passagiersvliegtuigen heeft inmiddels bijna 90 procent bereikt van het niveau dat vijf jaar geleden werd genoteerd.

FedEx en United Parcel Service (UPS)  waren vorig jaar verantwoordelijk voor 24,7 procent van de totale uitstoot van de sector. Anderzijds blijkt Amazon een van de snelste groeiers in het vervoer van luchtvracht. Die maatschappij heeft zijn uitstoot op vijf jaar tijd verdubbeld. Er wordt geraamd dat 99,8 procent van de vliegtuigbrandstof wordt geproduceerd uit fossiele brandstoffen, waarbij de opschaling van uitstootarme alternatieve als een ver vooruitzicht wordt bestempeld. Onderzoek vorig jaar voorspelde dat het wereldwijde pakketvolume eind dit decennium zou kunnen toenemen tot 800 miljard pakketten per jaar, vergeleken met 315 miljard eenheden twee jaar geleden. Er wordt aan toegevoegd dat de sector een robuuste groei laat noteren.

Transparanter

Stand.earth werpt op dat luchtvaartmaatschappijen transparanter moeten worden over de impact van hun activiteiten, zodat ze het consumentengedrag zouden kunnen beïnvloeden. Daarbij vraagt de organisatie dat de maatschappijen prognoses over de toename van de trafieken en uitstoot zouden publiceren, waarbij ook een tijdlijn zou moeten worden aangegeven voor de adoptie van oplossingen om hun emissies te reduceren. “De grote drie vertegenwoordigers van de sector – UPS, Fedex en Amazon – hebben een bijzondere verantwoordelijkheid jegens aandeelhouders en klanten om de kwaliteit en reikwijdte van hun emissierapportage te verbeteren”, wordt er opgemerkt.

Naast een overstap naar de scheepvaart en het spoorvervoer, zou ook de elektrificatie van de vliegtuigen een optie kunnen zijn, hoewel wordt opgemerkt dat deze doelstellingen nog jaren op zich zullen laten wachten. Er wordt aan toegevoegd dat bedrijven niet voldoende hebben geïnvesteerd in de ontwikkeling en adoptie van deze technologie. Ook duurzame vliegtuigbrandstof zou een oplossing kunnen helpen bieden, maar volgens Stand.earth rijzen daarbij verschillende problemen. “Deze optie biedt de industrie meer ruimte om zijn huidige praktijken te verlengen”, wordt er opgemerkt. “Alternatieve brandstoffen dragen in werkelijkheid bovendien weinig bij tot het terugdringen van de uitstoot.”

“Een overstap naar alternatieve brandstoffen levert slechts een beperkte daling van de emissies op”, wordt er nog opgemerkt. “Bovendien vergen biobrandstoffen belangrijke oppervlaktes landbouwgrond op, waardoor het alaam voor de productie van voedsel dreigt in te krimpen. Synthetische brandstoffen en e-fuels bieden het grootste potentieel om de uitstoot te verminderen, maar de technologie moet nog verder worden verfijnd om als een efficiënte oplossing te kunnen worden beschouwd.”

Stand.earth wijst erop dat eind dit decennium een belangrijke deadline betekent voor de wereldwijde inspanningen om de uitstoot te beperken. “Veel bedrijven hebben retorische toezeggingen gedaan om de uitstoot in de tweede helft van het decennium te verminderen, maar hun activiteiten op het vlak van luchtvracht tonen dat er weinig vooruitgang is geboekt”, voert de organisatie aan.

Meer over dit onderwerp:

Posted in luchtvaart & ruimtevaart, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Wereldwijde luchtvracht heeft uitstoot op vijf jaar met kwart verhoogd

Wereld registreert toenemend aantal rechtszaken rond klimaatdossiers

Posted by managing21 on 30th juni 2024

Sinds het midden van het voorbije decennium zijn wereldwijd ongeveer 230 klimaatgerelateerde rechtszaken tegen bedrijven en sectororganisaties aangespannen. De meeste rechtszaken die tot nu toe al werden afgerond, bleken op een succes voor de klagende partijen te zijn geëindigd. Dat blijkt uit een analyse van het Grantham Research Institute on Climate Change and the Environment. Er wordt aan toegevoegd dat het aantal klachten ook snel toeneemt. Twee derde van de onderzochte dossiers werd immers na de start van dit decennium ingediend. 

Een van de snelst groeiende types van rechtszaken heeft betrekking op climate-washing, waarbij bedrijven ervan worden beschuldigd een verkeerde voorstelling van zaken te geven van hun voortgang op weg naar milieudoelstellingen. Uit de analyse bleek dat vorig jaar 47 dossiers rond climate-washing werden ingediend.

Klimaatgeschillen kunnen op de waarde van bedrijven wegen. – Foto: Pixabay/Catazul

“Omdat de klimaatcommunicatie van bedrijven en sectoren steeds meer onder de loep wordt genomen, worden er bij de rechtbanken ook alsmaar vaker dossiers rond climate-washing ingediend”, voeren de onderzoekers aan. “Dat leidt ook vaak tot positieve uitkomsten voor de partijen die de klachten aanhangig hebben gemaakt. Sinds het midden van het voorbije decennium werden 140 dossiers rond climate-washing beoordeeld. Van dat pakket werden al 77 klachten officieel afgerond, waarbij 54 uitspraken in het voordeel van de eisers werden gedaan.

Er wordt nog opgemerkt dat vorig jaar ruim dertig dossiers werden behandeld waarbij bedrijven werden aangeklaagd wegens inbreuken tegen het principe dat de vervuiler de kosten van de pollutie betaalt en waarbij ondernemingen aansprakelijk worden gesteld voor de klimaatschade die aan de hoge uitstoot van broeikasgassen is te wijten. Daarnaast werden ook zes dossiers ingediend rond geldstromen naar activiteiten die de realisatie van klimaatdoelstellingen belemmeren.

Verenigde Staten

De Verenigde Staten bleken verantwoordelijk voor de overgrote meerderheid van de rechtszaken die het voorbije jaar werden aangespannen. In totaal werden het voorbije jaar 129 Amerikaanse dossiers gemeld. Het Verenigd Koninkrijk eindigde met 24 gedingen op de tweede plaats, gevolgd door Brazilië met 10 rechtszaken. Verder werden in Panama en Portugal voor de eerste keer klimaatdossiers behandeld. Dit betekent dat inmiddels 55 landen klimaatdossiers hebben ingediend. Daarbij moet worden vastgesteld dat steeds meer rechtszaken in het zuidelijke deel van de wereld is gesitueerd. Die regio vertegenwoordigt inmiddels 8 procent van alle ingediende dossiers.

Terwijl het merendeel van de rechtszaken rond het klimaat nog steeds tegen overheden wordt aangespannen, wordt een toenemend aantal dossiers tegen bedrijven neergelegd, waardoor er een onevenwicht is ontstaan tussen de Verenigde Staten en de rest van de wereld. Berekend werd dat in andere landen 40 procent van de dossiers betrekking had op bedrijven. In de Verenigde Staten bleek dat cijfer echter tot amper 15 procent terug te vallen. 

De onderzoekers merken op dat in een aantal dossiers al sprake was van blijvende gevolgen hebben op het binnenlandse klimaatbeheer, maar werpen op dat de implicaties op de lange termijn, onder meer in klachten wegens climate-washing, onduidelijk blijven.

Een rapport dat vorig jaar door het United Nations Environment Programme (Unep) en het Sabin Center for Climate Change Law aan de Columbia University werd gepubliceerd, benadrukte het belang van rechtszaken voor klimaatactie over de hele wereld. “Klimaatgeschillen zijn een onmiskenbaar belangrijke trend geworden in de manier waarop belanghebbenden de klimaatactie en verantwoordingsplicht willen bevorderen”, zegt Andy Raine, hoofd  internationaal milieurecht bij de Unep.

Recht op zuiver leefmilieu

Een van de meest prominente rechtszaken het voorbije jaar was de uitspraak in Montana, waarin een rechter oordeelde ten gunste van de aantijgingen van een aantal jonge inwoners van Montana, die beweerden dat overheidsfunctionarissen door de promotie van fossiele brandstoffen inbreuk hadden gemaakt op hun recht op een zuiver en gezond leefmilieu.

Recent heeft het Britse Hooggerechtshof een baanbrekende uitspraak gedaan waarin wordt geoordeeld dat de emissie-impact van het verbranden van steenkool, olie en gas moet worden meegewogen in bouwaanvragen voor nieuwe winning-projecten, nadat een lokale campagnevoerder zich had verzet tegen het besluit van de provincieraad van Surrey om een bouwvergunning te verlenen voor de aanleg van een olieboorput bij Horse Hill.

Rechtszaken tegen bedrijven zijn minder ingeburgerd, maar hebben toch wel enig succes geboekt bij het veranderen van het gedrag van ondernemingen. Onder meer Shell, de Nederlandse Koninklijke Luchtvaartmaatschappij (KLM) en de Australische oliemaatschappij Santos werden al het doelwit van een rechtszaken. Vorig jaar bleek uit een rapport van de London School of Economics and Political Science dat dossiers rond klimaatgeschillen of ongunstige rechterlijke uitspraken de waarde van bedrijven op de aandelenmarkt met gemiddeld 0,41 procent verminderden.

Meer over dit onderwerp:

Posted in milieu | Reacties uitgeschakeld voor Wereld registreert toenemend aantal rechtszaken rond klimaatdossiers

Oorlog in Oekraïne weegt ook zwaar op het wereldwijde klimaat

Posted by managing21 on 29th juni 2024

De klimaatkosten van de eerste twee jaar van de oorlog die Rusland tegen Oekraïne voert, lagen hoger dan de gezamenlijke jaarlijkse emissies van broeikasgassen van 175 landen. Naast het toenemende dodental en verregaande vernielingen zorgt het geweld daarmee voor een aanzienlijke verscherping van de mondiale klimaatcrisis. Dat is de conclusie van een rapport van het  Initiative on Greenhouse Gas Accounting of War (IGGAW). Volgens de studie heeft de Russische invasie in Oekraïne het equivalent van een uitstoot van minstens 175 ton koolstofdioxide gegenereerd. Het rapport is de meest uitgebreide analyse die tot nu toe over de klimaatkosten van conflicten is gemaakt. Het is ook de eerste keer dat herstelbetalingen zijn berekend voor oorlogsgerelateerde klimaateffecten.

“De oorlogsvoering heeft ook voor het klimaat zware gevolgen”, voeren de onderzoekers aan. “Er is niet alleen een toename van de uitstoot als gevolg van de directe oorlogsvoering, maar er moet ook rekening worden gehouden met de emissies van branden, de noodzaak voor de luchtvaart om vluchten om te leiden, een gedwongen migratie en lekken die door militaire aanvallen op de infrastructuur voor fossiele brandstoffen worden veroorzaakt. Bovendien moet ook gekeken worden naar de toekomstige emissies door de wederopbouw.

Rusland schaadt niet alleen Oekraïne, maar ook het mondiale klimaat. – Foto: Pixabay/Lukas Johnns

De emissies van de oorlogsvoering in Oekraïne bestaan vooral uit koolstofdioxide, lachgas en zwavelhexafluoride (SF6), het krachtigste broeikasgas. Die uitstoot komt overeen met de emissies die 90 miljoen auto’s op benzine een jaar lang produceren. Dit niveau ligt ook hoger dan de uitstoot van naties zoals Nederland, Venezuela en Koeweit twee jaar geleden.

“Historisch gezien hebben regeringen weinig rekening gehouden met de klimaatkosten van de oorlogsvoering en van het militair-industriële complex in bredere zin”, werpen de onderzoekers op. “Officiële gegevens zijn uiterst fragmentarisch of zelfs compleet onbestaande ??als gevolg van militaire geheimhouding en de beperkte toegang tot de frontlinies voor onderzoekers. De economische kosten van de broeikasgassen, die mondiale gevolgen zullen hebben, zijn nog minder goed bekend. Uit berekeningen kan nu echter worden afgeleid dat de Russische Federatie tijdens de eerste vierentwintig maanden van de oorlog in Oekraïne met een klimaatfactuur van 32 miljard dollar wordt geconfronteerd.”

Compensaties

De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties heeft al aangekondigd dat Rusland voor zijn oorlogsvoering aan Oekraïne compensaties moet betalen. Dat heeft de Raad van Europa aangezet een register van de veroorzaakte schade op te stellen, waarin ook de emissies van broeikasgassen zullen worden opgenomen. Bevroren Russische activa zouden kunnen worden gebruikt om de kosten te betalen. De schatting van de herstelbetalingen is gebaseerd op een rapport waarin de sociale kosten van de emissies van koolstofdioxide zijn berekend op een bedrag van 185 dollar per ton.

“Rusland schaadt Oekraïne, maar ook ons ??klimaat”, geeft onderzoeksleider Lennard de Klerk aan. “Deze conflictkoolstof is aanzienlijk en zal wereldwijd voelbaar zijn. De Russische Federatie zou hiervoor moeten betalen. Het betreft hier een schuld die Rusland verschuldigd is aan Oekraïne en de landen in het mondiale zuiden, die het meest te lijden zullen hebben onder de klimaatschade.”

In het rapport worden drie bronnen van de uitstoot onderkend. In eerste instantie is er sprake van de emissies die rechtstreeks aan de militaire activiteiten zijn gelinkt. Daarbij wordt gewag gemaakt van onder meer de brandstof die door de Russische troepen wordt verbruikt. Dat volume loopt tot nu toe al op tot 35 miljoen ton emissies en is daarmee de grootste bron van de uitstoot van broeikasgassen door de oorlogsvoering van Rusland in Oekraïne. Daarnaast is er ook de productie van explosieven, munitie en verdedigingsstellingen die door beide landen langs de frontlinies zijn opgetrokken en de brandstof die door bondgenoten wordt verbruikt om militaire uitrusting te leveren. Al deze activiteiten vertegenwoordigen samen een derde van de totale emissies die door de oorlog in Oekraïne worden veroorzaakt.

Nog een derde moet worden toegeschreven aan de enorme hoeveelheden staal en beton die nodig zullen zijn om de beschadigde en vernielde scholen, huizen, bruggen, fabrieken en waterinstallaties te reconstrueren. Er heeft al enige wederopbouw plaatsgevonden en in sommige gevallen zijn de vervangen bouwwerken opnieuw vernietigd. De omvang van de impact van deze emissies op lange termijn zal afhangen van de vraag of bij de wederopbouw traditionele, koolstof-intensieve technieken worden gebruikt of er daarentegen voor moderne duurzamere technieken en materialen zal worden gekozen. Het laatste deel van de emissies wordt veroorzaakt door branden, het omleiden van commerciële vliegtuigen, aanvallen op de energie-infrastructuur en de ontheemding van bijna zeven miljoen Oekraïners en Russen.

Sinds de invasie zijn de landschapsbranden aan beide zijden van de grens in omvang en intensiteit toegenomen. In de analyse worden 1 miljoen hectare verschroeide velden en bossen aan de oorlogsvoering gelinkt. Dit vertegenwoordigt 13 procent van de totale kosten die door de emissies van de oorlog worden veroorzaakt. De meeste branden waren dicht bij de frontlinies gesitueerd, maar kleine vuurhaarden liepen over het hele grondgebied van Oekraïne uit de hand omdat boswachters, brandweerlieden en uitrusting elders moesten worden ingezet. Bijna 40 procent van de 4.216 Oekraïense brandweerwagens is beschadigd.

Energie-infrastructuur

“Rusland richtte zich doelbewust op de energie-infrastructuur, vooral tijdens de eerste maanden van de oorlog, waardoor grote lekken van krachtige broeikasgassen ontstonden”, zeggen de onderzoekers nog. “Het methaan dat na de vernietiging van de pijpleidingen van Nord Stream 2 in zee terechtkwam, genereerde ongeveer 14 miljoen ton koolstofdioxide. Er wordt aangenomen dat nog eens 40 ton zwavelhexafluoride – het equivalent aan ongeveer 1 miljoen ton koolstofdioxide – in de atmosfeer is gelekt als gevolg van Russische aanvallen op het Oekraïense hoogspanningsnet. Zwavelhexafluoride wordt gebruikt om elektrische schakelapparatuur te isoleren en draagt tot de opwarming van het klimaat bijna 23.000 keer meer bij dan koolstofdioxide.

Verder is het brandstofverbruik van de internationale luchtvaart explosief gestegen omdat Europese en Amerikaanse commerciële luchtvaartmaatschappijen uit het Russische luchtruim zijn geweerd, terwijl Australische en enkele Aziatische luchtvaartmaatschappijen uit voorzorg omslachtige routes hebben genomen. De extra kilometers hebben minstens 24 miljoen ton koolstofdioxide gegenereerd. De gedwongen verplaatsing van mensen – die wegvluchten voor de gevolgen van het oorlogsgeweld of dienstplicht – heeft bijna 3,3 miljoen ton koolstofdioxide gegenereerd, zo blijkt uit de analyse. Hierin zit de transportgerelateerde uitstoot vervat van meer dan 5 miljoen Oekraïners die hun toevlucht zoeken in Europa, naast miljoenen intern ontheemden en Russen die Rusland ontvluchten.

“De analyse biedt de meest actuele en grondige momentopname van de gevolgen die de Russische invasie voor het klimaat heeft en helpt tevens een duidelijker beeld te geven over de milieukosten van conflicten”, zegt Ruslan Strilets, Oekraïens minister van milieubescherming en natuurlijke hulpbronnen van Oekraïne. “Het rapport zal een essentieel onderdeel vormen van het geding over herstelbetalingen die we tegen Rusland aan het opbouwen zijn.”

Over het algemeen worden de klimaatgevolgen van oorlog en bezetting slecht begrepen. Grotendeels dankzij de druk van de Verenigde Staten blijft de rapportage van militaire emissies vrijwillig. Bij de UN Framework Convention on Climate Change (UNFCCC) dienen slechts vier landen – bovendien onvolledig – gegevens over hun militaire uitstoot in. Uit een recent onderzoek is echter gebleken dat militairen jaarlijks bijna 5,5 procent van de mondiale uitstoot van broeikasgassen voor hun rekening nemen. Dat is meer dan het gezamenlijk deel van de luchtvaart en scheepvaart.

Dit maakt de ecologische voetafdruk van de mondiale militaire sector – zelfs zonder rekening te houden met conflictgerelateerde emissie-stijgingen – groter dan de impact van alle landen, op uitzondering van de Verenigde Staten, China en India. “De Russische invasie in Oekraïne heeft geleid tot een stijging van de militaire uitgaven, vooral in Europa, waardoor de vraag naar explosieven, staal en andere emissie-intensieve materialen is toegenomen”, stippen de onderzoekers aan. “Dit zal onvermijdelijk leiden tot een grotere militaire uitstoot, waar echter onvoldoende rekening mee wordt gehouden.”

“De nieuwe monetaire schatting van de klimaatschade benadrukt de belangrijke rol van de uitstoot van broeikasgassen die door conflicten worden veroorzaakt”, beklemtoont Linsey Cottrell, specialist milieubeleid bij het Conflict and Environment Observatory. “We hebben dan ook dringend een internationale overeenstemming nodig over de manier waarop conflicten en militaire emissies worden gemeten en aangepakt.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in milieu, politiek | Reacties uitgeschakeld voor Oorlog in Oekraïne weegt ook zwaar op het wereldwijde klimaat

Cafeïne kan lekken in stelsels voor stormafvoer verraden

Posted by managing21 on 28th juni 2024

Cafeïne, een vervuilende stof die in huishoudens veel voorkomt en niet op een gewone manier in het leefmilieu kan worden teruggevonden, kan eventueel worden gebruikt om mogelijke bronnen van lekkages in afvalwatersystemen te vinden. Dat blijkt uit een onderzoek van wetenschappers aan de Hiroshima University in Japan, die van juni 2022 tot mei 2023 tijdens droge periodes een of twee keer per maand water uit de stormafvoeren van zes stedelijke afwateringsgebieden verzamelden.

“Ontwikkelde landen zoals Japan worden geregeld geconfronteerd met afvalwatersystemen – ontworpen om schadelijke verontreinigende stoffen uit de systemen voor de afvoer van stormwater te houden – die aan veroudering en aftakeling lijden”, zegt onderzoeksleider Noriatsu Ozaki, professor milieuwetenschappen aan de Graduate School of Advanced Science and Engineering van de Hiroshima University. “Hierdoor kunnen verontreinigende stoffen in lokale waterstelsels terechtkomen. De speurtocht naar een lek in de afvalwatersystemen, die vaak ver onder de grond liggen, kan echter een uitdaging zijn. Conventionele methodes kunnen lekken over het hoofd zien en zijn niet in staat om lekken stroomafwaarts te detecteren.”

Cafeïne kan helpen om mogelijke bronnen van lekkages in afvalwatersystemen te vinden. – Foto: Pixabay/Makalu

“Lange tijd werden afvalwater en stormafvoer gecombineerd om rioolsystemen te creëren”, geeft Ozaki aan. “Het probleem van een gecombineerde riooloverstort tijdens regenbuien is al langer bekend. Daarom werd het systeem een vijftigtal jaar geleden gewijzigd, waardoor het rioolwater van de stormafvoer kon worden gescheiden. Maar zelfs bij de nieuwere, gescheiden rioleringssystemen wordt de mogelijkheid van rioollekkage als gevolg van verouderde pijpleidingen een probleem. De oudste stelsels bevinden zich inmiddels al vijftig jaar in de grond.”

Tijdens de studie werd naar meerdere frequente huishoudelijke chemicaliën – waaronder geurstoffen die vaak worden aangetroffen in zepen, wasmiddelen en cosmetica – gezocht. Tevens speurden de onderzoekers naar de aanwezigheid van cafeïne en benzofenon, een veelgebruikt ingrediënt voor zonnebrandcrème. “Deze verbindingen worden in Japan consequent in huishoudelijk afvalwater aangetroffen”, zegt Ozaki. “Bovendien werden ook drie polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s), die vaak worden gebruikt als indicatoren voor de vervuiling van de atmosfeer en de stedelijke omgeving, gemeten.”

Duidelijke verschillen

In 80 procent van de stalen bleken polycyclische aromatische koolwaterstoffen aanwezig. Bij de meeste geurstoffen werden scores tussen 60 procent en 82 procent gemeld. Benzofenon werd in 100 procent van de stalen regenwater teruggevonden. Bij plaswater werd een score van 90 procent aangegeven. “Koolwaterstoffen en benzofenon waren in het regenwater en plaswater echter zo overvloedig aanwezig dat het bijzonder moeilijk is om de bron van verhoogde niveaus van deze chemische verbindingen in de stormafvoeren te onderscheiden om lekken te identificeren.”

“Bij de geurstoffen bleek er wel een significanter verschil, maar vooral de verontreiniging met cafeïne toonde een duidelijk verschil voor het regenwater en plaswater, de stormafvoeren en het huiselijk rioolwater”, verduidelijkte Ozaki. “Regenval wordt weinig tot niet gekenmerkt door de aanwezigheid van cafeïne in het afvoersysteem. De bron van eventuele cafeïne in de afvoer kan worden toegeschreven aan huishoudelijk afvalwater. Cafeïne zou in theorie gemakkelijk kunnen worden gebruikt om lekken in de watersystemen te suggereren.”

De Japanse onderzoekers geven aan in de toekomst meer inzicht te willen verwerven in de vervuiling die door deze lekken wordt veroorzaakt. “We willen de omvang van de mogelijke vervuiling van openbare waterstelsels – zoals rivieren, meren of kustgebieden – door de lekken verduidelijken”, stipte Ozaki aan. “Ten slotte willen we een diagnostische technologie ontwikkelen om de lekkage op de locatie, met behulp van sporen van organische chemicaliën als indicator, aan te geven.”

Meer over dit onderwerp:

 


Posted in milieu | Reacties uitgeschakeld voor Cafeïne kan lekken in stelsels voor stormafvoer verraden

Sediment van rivieren kan tot grensoverschrijdende problemen leiden

Posted by managing21 on 28th juni 2024

Vele riviergebieden worden door verschillende landen gedeeld. Dat kan echter tot aanzienlijke problemen leiden. Dat is de conclusie van een onderzoek van wetenschappers aan de Griffith University in Australië, waarbij wereldwijd ongeveer 1.050 grensoverschrijdende stroomgebieden werden geïdentificeerd. De onderzoekers voeren daarbij aan dat internationale overeenkomsten de problemen met gedeelde hulpbronnen beter kunnen aanpakken en tot een betere samenwerking en coördinatie tussen internationale buren kunnen leiden.

“Er is een duidelijke ongelijkheid tussen stroomafwaartse en stroomopwaartse landen die eenzelfde stroomgebied delen”, werpen de onderzoekers Caitlin Kuempel en Andres Felipe Suarez-Castro, wetenschappers aan het Australian Rivers Institute van de Griffith University. “Internationale overeenkomsten kunnen de problemen met gedeelde hulpbronnen beter aanpakken en kunnen oproepen tot een betere samenwerking en coördinatie tussen deze internationale buren.

Meer dan 85 procent van de landen kennen een grensoverschrijdend stroomgebied. – Foto: Pixabay/Jay Curley

“Bij grensoverschrijdende stroomgebieden – waarbij meerdere landsgrenzen kunnen worden overschreden – kan het sediment in een land stroomopwaarts de buurlanden stroomafwaarts bereiken”, verduidelijken Kuempel en Suarez-Castro. “Grensoverschrijdende stroomgebieden zijn wereldwijd wijdverspreid, waarbij sommige stroomgebieden meer dan dertien landen doorkruisen.”

In totaal werden stroomgebieden in 226 landen onderzocht. Meer dan 85 procent van die landen werden door een grensoverschrijdend stroomgebied gekenmerkt. In achtenvijftig landen hadden alle stroomgebieden een grensoverschrijdend karakter. “Dit benadrukt de noodzaak van sterke management-partnerschappen om de kosten en baten van acties over de landsgrenzen heen te delen”, stippen de onderzoekers aan.

Meer dan 500 miljoen ton

In de landen met grensoverschrijdende stroomgebieden werd meer dan 70 procent van de sedimenten geproduceerd in een andere natie dan het land waar het sediment werd afgezet. Er werd nog aan toegevoegd dat in 41 procent van de onderzochte landen het sediment uit deze stroomgebieden de kustgebieden kunnen bereiken. “Hier kunnen verontreinigende stoffen opnieuw over onzichtbare geografische grenzen, zoals exclusieve economische zones, reizen”, beklemtonen Kuempel en Suarez-Castro. In 118 landen waar materiaal van het land naar de zee wordt afgevoerd, bleek meer dan 10 procent van het sediment dat de kust bereikte, ook de exclusieve economische zone van een andere natie binnen te dringen.

“We ramen dat meer dan 500 miljoen ton van het sediment dat in kustwateren vrijkomt – 36 procent van de totale massa – door meerdere exclusieve economische zones is gereisd”, werpen de onderzoekers op. “Dit maakt duidelijk dat de praktijken van landgebruik in het ene land stroomafwaarts gevolgen kunnen hebben in een ander nationaal territorium. Dit onderzoek spitste zich uitsluitend toe op het beheer van stroomgebieden, maar de resultaten van de studie maken duidelijk dat grensoverschrijdende milieuproblemen zich over ecosystemen uitstrekken, waar complexe problemen over verschillende politieke en regelgevende grenzen kunnen worden gecreëerd.”

“Wanneer men mondiale overeenkomsten rond natuurbescherming wil laten slagen, zouden regeringen en instellingen over deze grenzen heen moeten coördineren en samenwerken”, verduidelijken Kuemel en Suarez-Castro nog. “Mogelijk kan het Kunming-Montreal Global Biodiversity Framework van de Convention on Biological Diversity worden ingezet om oplossingen voor complexe uitdagingen op het gebied van gedeelde hulpbronnen te ondersteunen en te stimuleren en om specifieke doelstellingen voor instandhouding – die kunnen worden gebruikt om actie op gang te brengen en te financieren – zou kunnen worden gebruikt.

Meer over dit onderwerp:

Posted in milieu | Reacties uitgeschakeld voor Sediment van rivieren kan tot grensoverschrijdende problemen leiden