managing21.be

Managing21: een blik op het heden en de toekomst van de economie.

Archive for the 'milieu' Category

Europese chocoladecrisis wordt door klimaatverandering nog verergerd

Posted by managing21 on 22nd mei 2025

De klimaatverandering en de inkrimping van het wildbestand verergeren de chocolodecrisis in de Europese Unie. Dit creëert een extreem zorgwekkend beeld voor de voedselbestendigheid. Dat blijkt uit een rapport van het Britse bureau Foresight Transitions in opdracht van de European Climate Foundation.

Cacao is een van de zes grondstoffen – naast koffie, soja, rijst, tarwe en maïs – die bijzonder kwetsbaar zijn voor milieubedreigingen. Meer dan twee derde van de voorraden van deze producten die in 2023 in de Europese Unie werden ingevoerd, was volgens Foresight Transitions immers afkomstig uit landen die niet goed voorbereid zijn op klimaatverandering. Bij cacao, tarwe en maïs kwam volgens het rapport twee derde van de import uit landen die niet meer op een intacte biodiversiteit konden rekenen.

De onderzoekers stellen dat de schade aan de voedselproductie door de klimaatverandering werd verergerd door een afname van de biodiversiteit, waardoor landbouwbedrijven minder veerkrachtig zijn geworden. “Dit zijn niet zomaar abstracte bedreigingen”, benadrukte onderzoeksleider Camilla Hyslop. “Er is nu al sprake van situaties die een schadelijke impact hebben op de bedrijven en de tewerkstelling, maar tevens een negatieve impact hebben op de beschikbaarheid en prijs van voedsel voor consumenten. Deze situaties worden steeds erger.”

De onderzoekers ontdekten dat het grootste deel van de import van de onderzochte producten afkomstig was uit landen die op het gebied van weerstand tegen de klimaatverandering en het verlies aan biodiversiteit een lage tot matige score haalden. Sommige voedselproducten toonden tegenover deze uitdagingen een bijzondere kwetsbaarheid.

De Europese Unie importeerde 90 procent van zijn maïs uit landen met een lage tot matige weerstand tegen de klimaatverandering en 67 procent uit landen met een lage tot matige weerstand tegen het verlies aan biodiversiteit. Voor cacao, een belangrijk ingrediënt in de chocolade-industrie dat niet in Europa zelf wordt verbouwd, liep de gevoeligheid voor de klimaatverandering en het verlies aan biodiversiteit verder op tot respectievelijk 96,5 procent en 77 procent.

De industrie worstelt al met stijgende suikerprijzen, die gedeeltelijk door extreme weersomstandigheden en een tekort aan cacao worden veroorzaakt. Het grootste deel van de ingevoerde cacao is afkomstig uit West-Afrikaanse landen die te kampen hebben met overlappende risico’s op het gebied van klimaatverandering en het verlies aan biodiversiteit.

Investeringen

Het rapport betoogde dat grote chocoladeproducenten zouden moeten investeren om de cacaoproducerende landen te helpen zich te beschermen tegen de klimaatverandering en het verlies aan biodiversiteit. “Dit is geen daad van altruïsme of duurzame financiering, maar eerder een essentiële risicovermindering voor toeleveringsketens”, waarschuwen de onderzoekers. “Door ervoor te zorgen dat de landbouwers in hun toeleveringsketen een eerlijke prijs voor hun producten krijgen, wordt het mogelijk om in de veerkracht van de lokale boerderijen te investeren.”

In een commentaar op het rapport gaf Paul Behrens, milieuonderzoeker aan de University of Oxford, aan dat de bevindingen een uiterst zorgwekkend beeld voor de voedselbestendigheid schetsen. “Beleidsmakers zien de Europese Unie graag als een voedselzeker gebied omdat de regio zelf een groot deel van haar voedsel produceert”, zei hij. “Maar dit rapport toont dat de Europese Unie in een aantal vitale ketens voor de voedselvoorziening kwetsbaar is voor de gevolgen van de klimaatverandering en het verlies aan biodiversiteit.

Het rapport concludeerde dat koffie, rijst en soja over het algemeen minder risico’s liepen, maar wees wel op enkele zorgwekkende hotspots. Daarbij wordt onder meer gewezen naar Oeganda, dat in 2023 een tiende van de koffie in de Europese Unie leverde, maar tegenover de klimaatverandering en het verlies aan biodiversiteit bijzonder gevoelig blijkt.

Joseph Nkandu, oprichter van de National Union of Coffee Agribusinesses and Farm Enterprises in Oeganda, pleitte voor meer toegang tot internationale klimaatfinanciering om boeren te helpen veerkrachtiger te worden om de klimaatverandering aan te pakken. “De weersomstandigheden in Oeganda zijn niet langer voorspelbaar”, voerde hij aan. “Hittegolven, langdurige droogteperiodes en onregelmatige regenval doen de Oegandese koffieplanten verwelken en schaden de productie.”

Posted in milieu, voeding & horeca | Reacties uitgeschakeld voor Europese chocoladecrisis wordt door klimaatverandering nog verergerd

Illegale handel wilde dieren in Noord-Korea bedreigt Aziatische biodiversiteit

Posted by managing21 on 12th mei 2025

De Noord-Koreaanse overheid houdt zich bezig met een onhoudbare en illegale handel in wilde dieren. Dat geldt ook voor soorten die door de eigen Noord-Koreaanse wetgeving zijn beschermd. Het fenomeen vormt een bedreiging voor het herstel van de biodiversiteit in de regio. Dat blijkt uit een studie onder leiding van wetenschappers aan het University College London (UCL).

“Noord-Korea heeft een regelgevend systeem van beschermde gebieden en soorten, maar geregeld moeten inbreuken worden vastgesteld van individuen die wilde dieren jagen en vangen voor persoonlijke consumptie of een verkoop op de zwarte markt aan afnemers uit eigen land of China”, werpen de onderzoekers op. Bovendien is de Noord-Koreaanse staat zelf betrokken bij de jacht op en de handel in bedreigde diersoorten die beschermd zijn door nationale of internationale wetgeving. Dat geldt onder meer voor de Aziatische zwarte beer, de langstaartgoral en de Euraziatische otter.”

De onderzoekers stellen dat de naleving door de Noord-Koreaanse overheid van de binnenlandse wetgeving inzake beschermde soorten een onmiddellijke prioriteit moet zijn. De wetenschappers roepen China, als een belangrijke afzetmarkt voor Noord-Koreaanse producten van wilde dieren, op om de binnenlandse vraag naar illegale wilde dieren te blijven beteugelen en diplomatieke druk uit te oefenen op zijn buurland om zich terug te trekken uit een illegale handel in wilde dieren die door de staat wordt getolereerd en gefaciliteerd.

Onderzoeksleider Joshua Elves-Powell, professor aardrijkskunde aan het University College London, merkt op dat de wijdverbreide jacht op wilde dieren in Noord-Korea, gedreven door de economische beperkingen van de Noord-Koreaanse staat en de tekorten aan voedsel, medicijnen en basisgoederen die veel burgers ervaren, een belangrijke bedreiging vormt voor de biodiversiteit van Noord-Korea en de wijdere regio.

“China is de belangrijkste internationale markt voor de Noord-Koreaanse handel in wilde dieren, met opvallende producten zoals wild vlees, bont en lichaamsdelen voor gebruik in traditionele geneeskunde”, beklemtoonde Elves-Powell. “Een deel van deze handel schendt de verplichtingen van China als partij de Convention on International Trade in Endangered Species (Cites) en lid van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Het land moet dan ook de resolutie die de export van voedsel uit Noord-Korea verbiedt, naleven.”

Noord-Koreaanse overlopers getuigden tegenover de onderzoekers dat de Noord-Koreaanse staat wilde dieren en hun lichaamsdelen ontvangt van lokale gemeenschappen en jagers die door de staat werden goedgekeurd. Uit het onderzoek bleek tevens dat hierbij sprake is van soorten die in Noord-Korea wettelijk zijn beschermd. Deze soorten worden in Noord-Korea gebruikt, onder meer als bont voor de productie van winterkleding, maar ze zouden ook als verhandelbare grondstof worden gebruikt. Dit is in lijn met Noord-Korea’s gebruik van natuurlijke hulpbronnen zoals hout en steenkool, maar ook met de illegale handel in wapens en verdovende middelen, om inkomsten te genereren.

De studie vermeldt verder dat de Noord-Koreaanse staat wildboerderijen exploiteert, waar onder meer dieren zoals otters, fazanten, herten en Aziatische zwarte beren worden gehouden. Noord-Korea zou in de 20ste eeuw voor het eerst beren voor hun gal hebben gefokt, voordat deze praktijk zich verspreidde naar China en Zuid-Korea. Berengal in verschillende traditionele Aziatische geneeswijzen, waaronder de traditionele Koreaanse en traditionele Chinese geneeskunde, wordt gebruikt.

De productie van berengal wordt door natuurbeschermers en activisten voor dierenwelzijn breed veroordeeld. De praktijk zou de vraag naar bedreigde diersoorten immers in stand houden en het onnodig lijden van landbouwhuisdieren veroorzaken. Bovendien identificeert het rapport economische problemen als een belangrijke drijfveer voor de zwarte handel in wilde dieren in Noord-Korea. Een breed scala aan dieren wordt naar verluidt gejaagd en gevangen voor vlees, voor het gebruik in traditionele geneeskunde, ter bescherming van gewassen of vee of voor een verkoop op de zwarte markt.

Informele economie

Toen de Noord-Koreaanse economie in de jaren negentig instortte, voorafgaand aan een grote hongersnood die naar verluidt tussen de zeshonderdduizend en een miljoen mensenlevens kostte, groeide de informele economie van het land snel, doordat gewone burgers zich richtten op de koop en verkoop van goederen, waaronder wilde dieren, om in essentiële voedselbronnen te voorzien en inkomsten te genereren. Hoewel de economische omstandigheden in Noord-Korea sindsdien zijn verbeterd, vonden de onderzoekers geen bewijs dat de zwarte markt voor wilde dieren is gestopt.

“Een jager kan tegelijkertijd leveren aan de overheid en activiteiten op de zwarte markt onderhouden”, betoogde Elves-Powell. “De huid van een dier zoals een rode vos kan bijvoorbeeld aan de staat worden overgedragen, maar kan ook aan Noord-Koreaanse tussenpersonen worden verkocht om over de grens tussen Noord-Korea en China te smokkelen. De jager kan het vlees van het dier – een waardevolle voedselbron – voor zijn gezin houden of proberen zijn voorraad op de lokale markt te verkopen.”

“De grootschalige jacht op wilde dieren in Noord-Korea heeft ernstige gevolgen voor de wildpopulaties van het land”, beklemtonen de onderzoekers. “Er zijn aanwijzingen dat bijna op alle inheemse zoogdiersoorten groter dan een halve kilogram op de een of andere manier wordt gejaagd.”

Onder meer de inheemse sabelmarter was bij Noord-Koreaanse jagers bijzonder gewild vanwege zijn vacht, maar is nu waarschijnlijk praktisch uitgestorven. Er zijn soortgelijke bekommernissen over de Amoertijgers en Amoerluipaarden, terwijl ook de hertenpopulaties vermoedelijk ernstig zijn afgenomen als gevolg van overbejaging. “Indien de exploitatie in Noord-Korea een risico blijft vormen voor de populaties wilde dieren, kan het herstel van de biodiversiteit in de hele regio in gevaar worden gebracht”, beklemtonen de wetenschappers.

“De voorbije jaren hebben de populaties Amoertijgers langs de grens van Noord-Korea met China tekenen van herstel gegeven, maar ze zullen waarschijnlijk het doelwit worden van jagers als ze Noord-Korea binnenkomen”, waarschuwen de onderzoekers. “Noord-Korea zou ook een barrière kunnen vormen voor de migraties van inheemse landdieren tussen het Koreaanse schiereiland en het Aziatische vasteland.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in milieu | Reacties uitgeschakeld voor Illegale handel wilde dieren in Noord-Korea bedreigt Aziatische biodiversiteit

Vorig jaar wereldwijd bijna 600 gigawatt zonnekracht geïnstalleerd

Posted by managing21 on 9th mei 2025

Het voorbije jaar werd wereldwijd 597 gigawatt aan zonnekracht geïnstalleerd. Dat betekent een nieuw record. Tegenover het jaar voordien was er daarbij sprake van een stijging met 33 procent. Tegen het einde van dit decennium zou jaarlijks een volume van 1 terawattuur kunnen worden geïnstalleerd. Dat blijkt uit een rapport van de sectororganisatie SolarPower Europe.

Eind vorig jaar liet zonnekracht een nieuwe mijlpaal optekenen. Er kon immers worden gemeld dat er op dat ogenblik wereldwijd in totaal al 2 terawatt zonnecentrales operationeel waren. Tegen 2030 zouden de jaarlijkse installaties tot een volume van 1 terawattuur kunnen oplopen.

In een reactie op de cijfers stelde Walburga Hemetsberger, chief executive van SolarPower Europe, dat het zonnetijdperk echt is aangebroken. “Hoewel de acceptatie van zonnekracht per regio wereldwijd verschilt, profiteert de sector van de behoefte aan flexibele, geëlektrificeerde energiesystemen die door cruciale technologieën, zoals batterijopslag, worden ondersteund”, betoogde Hemetsberger. “Besluitvormers wereldwijd moeten ervoor zorgen dat hun flexibiliteitsplannen aansluiten op de realiteit van zonnekracht en de mogelijkheden van de sector maximaliseren.”

Hoewel zonnekracht wereldwijd blijft groeien, moet volgens SolarPower Europe worden vastgesteld dat de distributie van de energiebron sterk geconcentreerd en ongelijk blijft. China installeerde het voorbije jaar 329 gigawatt aan zonnecentrales. Daarmee vertegenwoordigde het Aziatische land 55 procent van de wereldwijde installaties. “Dit jaar wordt de Chinese markt voor zonnekracht echter herschikt”, voert SolarPower Europe aan. “Hierdoor zal in 2026 met een tijdelijke daling van de wereldwijde installaties rekening moeten worden gehouden.”

India

Opmerkelijk is volgens SolarPower Europe de evolutie van de zonnekracht in India. Daar werd het voorbije jaar 30,7 gigawatt aan nieuwe zonnecentrales geïnstalleerd. “Dat vertegenwoordigde een stijging met 145 procent tegenover het jaar voordien. “India hanteert rond zonnekracht een strategie die het land positioneert als een belangrijke kracht in de energietransitie”, werpt SolarPower Europe op. “Ook de volgende jaren mag in India een sterke groei van de zonnekracht worden verwacht.” Tegen 2030 wil India voor 500 gigawatt aan hernieuwbare energie-installaties hebben. Daarvoor wil het land de volgende vijf jaar nog eens 200 gigawatt aan zonnekracht installeren.

Andere regio’s leveren een gestage, zij het minder significante groei. In Noord-Amerika en Zuid-Amerika werd een groei met 40 procent opgetekend. Ook in Europa werd een toename met 15 procent genoteerd. In het Midden-Oosten en Afrika was er daarentegen sprake van een stagnatie. Er werden in deze regio’s het voorbije jaar minder installaties geregistreerd dan het jaar voordien.

“Het behalen van de wereldwijde doelstelling om de capaciteit voor hernieuwbare energie tegen het einde van het decennium te verdrievoudigen, is mogelijk met zonnekracht”, benadrukte Sonia Dunlop, algemeen directeur van de Global Solar Council. “We hebben tot 2030 jaarlijks 1 Terawatt aan zonne-energie nodig. Er kan echter worden vastgesteld dat zonnekracht in steeds meer landen in opkomst is.”

“Er moet nu actie worden ondernomen om zich optimaal op de toekomst voor te bereiden”, gaf Dunlop nog aan. “Daarvoor moet er gewerkt worden aan intelligentere netwerken, een snellere regeling voor vergunningen, grotere investeringen in opkomende markten en een uitgebreide recrutering.”

Eind vorig jaar vertegenwoordigde zonnekracht met een totaal gïnstalleerd vermogen van 2,2 terewattuur 46 procent van de wereldwijde capaciteit voor hernieuwbare energie.

Meer over dit onderwerp:

Posted in energie, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Vorig jaar wereldwijd bijna 600 gigawatt zonnekracht geïnstalleerd

Emissievrije scheepvaart op routes door Noorse beschermde fjorden

Posted by managing21 on 8th mei 2025

In Noorwegen heeft het Storting, het nationale parlement, de eisen en het tijdschema bepaald voor de regelgeving om cruiseschepen en veerboten emissievrij te maken op routes door de fjorden die tot het werelderfgoed behoren. De eerste fase start naar verwachting in de loop van volgend jaar en zal worden voortgezet naarmate de technologie beschikbaar komt om grotere schepen emissievrij te laten varen.

In 2018 startte de Noorse Maritieme Autoriteit met de introductie van de regelgeving. De implementatie is echter vertraagd omdat de autoriteiten de reikwijdte van de regelgeving hebben gedefinieerd en hebben gewacht tot de technologie voldoende was gevorderd om de scheepvaart in stand te houden en tegelijkertijd de doelstellingen op het gebied van duurzaamheid te kunnen behalen.

“Het proces van de ontwikkeling van emissievrije eisen voor de fjorden die tot het werelderfgoed behoren, was lang en veeleisend”, benadrukte Alf Tore Sørheim, directeur-generaal voor scheepvaart en navigatie bij de Noorse Maritieme Autoriteit. “De nieuwe bepalingen zullen echter een garantie bieden voor een duidelijkheid waarop de sector lang heeft gewacht. Dit zorgt voor voorspelbaarheid en biedt de sector de kans initiatieven te nemen om aan de gestelde eisen te voldoen.”

De eerste fase wordt over acht maanden gespreid. Vanaf 1 januari 2026 moeten passagiersschepen van minder dan 10.000 brutoton voldoen aan de emissievrije eis voor de fjorden die op de Werelderfgoedlijst staan. Dit betreft onder meer de Geirangerfjord, een belangrijke bestemming voor de cruise-industrie, maar ook de Nærøyfjord, Aurlandsfjord, Sunnylvsfjord en Tafjord. Alle passagiersschepen, inclusief veerboten, moeten aan de eis voldoen, maar voor grotere schepen van minstens 10.000 brutoton worden de vereisten gefaseerd ingevoerd. Zij moeten begin 2032 emissievrij kunnen varen.

Andreas Bjelland Eriksen, Noors minister van klimaat en leefmilieu, noemt de wetgeving een belangrijke doorbraak voor de fjorden die op de lijst van het werelderfgoed van de Unesco staan. “Dit betekent een belangrijke stap in het duurzaamheidsprogramma van Noorwegen”, geeft Eriksen aan. “Bovendien weerspiegelt de nieuwe regelgeving de betrokkenheid van de toeristische sector.”

Walstroom

De Noorse autoriteiten merken op dat de emissievrije eis technologieneutraal is en geen specifieke oplossingen voorschrijft. Het is aan de exploitanten in de geviseerde fjorden om energiebronnen te gebruiken die geen koolstofdioxide (CO2) en methaan (CH2) uitstoten.

De Noorse autoriteit heeft aangegeven dat passagiersschepen biogas als alternatieve brandstof mogen gebruiken. Er wordt echter tevens opgemerkt dat het biogas daarbij tot de bunkering gescheiden moet blijven van de fossiele brandstoffen. De gebunkerde voorraden biogas moeten overeenkomen met de verwachte hoeveelheid die tijdens de reis door de fjorden zal worden verbruikt. Biogas uit het gasnet voldoet niet aan de eisen voor een gebruik in de betrokken fjorden.

De regelgeving omvat tevens de eis dat schepen waar mogelijk gebruik moeten maken van walstroom. Het Storting kondigden daarbij ook aan om walstroom te creëren in de stad Flåm. Het land trekt 100 miljoen Noorse kronen (9,5 miljoen dollar) om een walstroomproject te ondersteunen.

Noorwegen loopt in de ontwikkeling van duurzame technologieën, met onder meer accu’s voor veerboten en alternatieve brandstoffen, voorop. In 2022 gaf het kustvaartbedrijf Havila in de Geirangerfjord de eerste demonstratie van een passagiersschip dat uitsluitend op accu’s vaart. Concurrent Hurtigruten heeft eveneens conceptontwerpen voor een emissievrij passagiersschip vrijgegeven.

Meer over dit onderwerp:

Posted in milieu, scheepvaart | Reacties uitgeschakeld voor Emissievrije scheepvaart op routes door Noorse beschermde fjorden

Kritiek op klimaatinspanningen van wereldwijde luchtvaartindustrie

Posted by managing21 on 8th mei 2025

De luchtvaartindustrie faalt dramatisch in zijn pogingen om zijn rol in de klimaatcrisis aan te pakken. Dat blijkt uit een rapport van de belangengroep Call Aviation to Action, opgericht door een aantal professionals uit de luchtvaartindustrie die zich over de planeet bekommeren. De groep roept op tot een fundamentele transitie van de industrie, waarbij onder meer ook aangestuurd wordt op een controle op het aantal vliegtuigbewegingen.

Call Aviation to Action stelt dat de luchtvaartindustrie zich te optimistisch opstelt over de technologieën die voor de reductie van de emissies van de sector zouden kunnen worden ingezet. Er wordt aan toegevoegd dat de sector gevangen zit in een bedrijfsmodel dat steeds meer vliegtuigbewegingen vereist. “Het uitblijven van een significante klimaatactie in de sector kan tot de ondergang van de luchtvaartindustrie leiden”, wordt eraan toegevoegd. “Naarmate de klimaatcrisis escaleert dreigt immers een strenge regelgeving van buitenaf noodzakelijk te worden.”

“We zien het goede dat de luchtvaart kan doen, maar we zien ook dat we onze industrie opnieuw moeten uitvinden om haar positieve bijdrage aan de wereld te herstellen”, merkte Karel Bockstael, een van de oprichters van de belangengroep en tot 2022 vice-president duurzaamheid bij de Nederlandse Koninklijke Luchtvaartmaatschappij (KLM), op.

Vanwege hun internationale karakter zijn de emissies van de luchtvaart uitgesloten van de nationale plannen die landen bij het klimaatorgaan van de Verenigde Naties indienen. In plaats daarvan is de International Civil Aviation Organisation (Icao), de luchtvaartorganisatie van de Verenigde Naties, belast met de aanpak van de uitstoot van gassen die een bijdrage leveren aan de opwarming van de aarde.

“Ik ben van mening dat de Icao dramatisch heeft gefaald in die verantwoordelijkheid”, werpt Bockstael op. “De enige realisatie die de organisatie na acht jaar discussies naar voor schuift, is het programma Carbon Offsetting and Reduction Scheme for International Aviation (Corsia), die niets meer is dan een compensatie voor de groei van de luchtvaart boven een bepaalde drempel. Hiermee worden de problemen naar een andere sector geëxporteerd.” Corsia wordt als onvoldoende ambitieus en problematisch bekritiseerd en vereist nog van geen enkele luchtvaartmaatschappij om op emissiekredieten beroep te doen.

“Indien er niet wordt ingegrepen, zal de luchtvaart in 2050 ongeveer een kwart van alle emissies die door de mens worden veroorzaakt, voor zijn rekening nemen”, benadrukt Bockstael. “Dat zou echt een bijzonder schandelijke situatie zijn. We houden van de magie van vliegen, maar we vrezen dat de sector hierdoor vernietigd wordt. Dat willen wij voorkomen. We hopen dat ons initiatief een zeer grote groep professionals uit de luchtvaartsector zal helpen zich uit te spreken, want we denken dat zij de zwijgende meerderheid vormen. We moeten de stilte doorbreken en onze leiders in de sector aanmoedigen om van deze transitie deel uit te maken.” De groep zegt inmiddels al tientallen professionals uit de sector te hebben aangetrokken.

“De Icao zet zich in voor de ontwikkeling van technisch robuuste luchtvaartnormen en richtlijnen die wereldwijd kunnen worden geïmplementeerd om naar een klimaatneutrale sector te streven”, benadrukte een woordvoerder van de luchtvaartorganisatie in een reactie op de aantijgingen van Call Aviation to Action. “Als politiek neutrale normeringsinstantie geven we echter geen commentaar op de standpunten of activiteiten van specifieke externe partijen.”

De luchtvaart veroorzaakt per kilometer meer emissies van koolstofdioxide dan elke andere vorm van transport en wordt bovendien door rijke passagiers gedomineerd. De helft van alle luchtvaartemissies zijn afkomstig van 1 procent van de wereldbevolking. Ook de organisatie Climate Action Tracker zegt dat de klimaatplannen van de luchtvaart niet ver genoeg reiken.

Verdubbeling trafieken

De Icao voorspelt een verdubbeling van het aantal passagiers tegen 2042 en de sector stelt dat efficiëntere vliegtuigen, duurzame brandstoffen en Corsia de uitstoot van koolstofdioxide kunnen beheersen. De Icao wordt er door critici echter van beschuldigd door de sector te zijn gekaapt. Een aantal experts zeggen dat maatregelen om de emissies van de luchtvaart te verminderen een dergelijke verdubbeling van het verkeer nauwelijks zal kunnen compenseren. Daarbij wordt onder meer opgemerkt dat de verbeteringen in brandstofefficiëntie met een stagnatie wordt geconfronteerd.

“De impact van de luchtvaart op de klimaatverandering neemt nog steeds toe, ondanks alle ambities die de Icao op lange termijn heeft gesteld”, beklemtoonde Bockstael. “De industrie zijn klimaatdoelstellingen moet baseren op emissiebudgetten die op wetenschappelijke bevindingen zijn gesteld en het lobbyen tegen het klimaatbeleid moet stoppen. De industrie zou ook moeten erkennen dat eerlijk beheer van de wereldwijde vraag naar vliegtuigreizen deel uitmaakt van de oplossing.”

Bockstael zei dat de kosten van de technologieën voor emissiereducties de prijs van vliegtuigreizen zouden verhogen, maar dat aanvullende maatregelen, zoals uitstootbelastingen, nodig zouden kunnen zijn om het aantal passagiers op een duurzaam niveau te houden. “Dergelijke beperkingen op de vraag moeten eerlijk worden opgelegd”, beklemtoonde Bockstael. “Daarbij moet gelijke toegang worden geboden tot de luchtvaart in ontwikkelingslanden, terwijl ook moet worden tegemoet gekomen aan de behoeften van frequente reizigers in rijke landen.”

“Onze industrie heeft een upgrade nodig”, bevestigde luchtvaartingenieur Finlay Asher, eveneens lid van Safe Landing. “Er moeten nieuwe ontwerpen van vliegtuigen en luchthavens en nieuwe vormen van duurzame energie worden ontwikkeld. Het onderzoek, de ontwikkeling en de exploitatie van dit nieuwe luchtvervoersysteem zullen niet alleen meer banen creëren, maar ook de luchtvaart duurzamer, stiller, milieuvriendelijker en toegankelijker maken voor de maatschappij.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in luchtvaart & ruimtevaart, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Kritiek op klimaatinspanningen van wereldwijde luchtvaartindustrie

Mossen kunnen oude boorputten weer echte veengebieden maken

Posted by managing21 on 6th mei 2025

Met het gebruik van mossen kunnen tienduizenden boorputten van olie en gas weer in hun originele staat worden hersteld. Dat blijkt uit een onderzoek van wetenschappers aan de University of Waterloo. Gewag wordt gemaakt van een mogelijke mijlpaal in het ecologische herstel. Cruciaal blijkt dat inheems mos op de oude boorputten wordt getransplanteerd, waardoor de originele veengebieden in hun oorspronkelijke staat kunnen worden hersteld.

“De studie toonde aan dat de techniek voldoende water oplevert voor de groei van veenmos op grote delen van de boorputten”, verduidelijkt onderzoeksleider Murdoch McKinnon, milieuwetenschapper aan de University of Waterloo. “In het verleden bestonden de herstelwerkzaamheden uit het planten van bomen of grassen om beschadigde terreinen om te zetten in bosgebieden of grasland. Maar dergelijke oplossingen gaan voorbij aan de unieke rol van veengebieden bij het opslaan van koolstofdioxide en het ondersteunen van biodiversiteit.”

“De nieuwe methode herstelt de boorputten echter in de staat waarin de site zich bevond voor de winning van de olie of gas van start ging”, geeft McKinnon aan. “Het concept kan de producenten van olie en gas en de toezichthouders helpen de gevolgen op lange termijn van de winning van grondstoffen op de ecosystemen van de Canadese veenlanden beter te beperken.”

De Canadese boreale veengebieden zijn niet alleen rijk aan mossen, maar slaan ook enorme hoeveelheden koolstofdioxide op en reguleren zoetwatersystemen in het hele land. Een groot deel van deze ecosystemen zijn echter verstoord door de aanleg van meer dan 36.000 hectare aan boorplatformen en 100.000 kilometer aan toegangswegen. Deze plateaus bedekken de inheemse vegetatie onder lagen klei en zand, waardoor hun verbinding met de natuurlijke waterhuishouding wordt verbroken en nabijgelegen ecosystemen worden aangetast.

“De studie levert de eerste aanwijzingen die suggereren dat het herstel van de originele veenlandvegetatie op oude boorputten mogelijk is”, beklemtoont McKinnon. “Boorsites bedekken alle inheemse veenlandvegetatie onder lagen klei of zand, wat een negatieve invloed heeft op het vermogen van het veenland om koolstofdioxide vast te leggen en ook de beschikbaarheid van leefgebied voor wilde dieren vermindert.”

Nieuwe aanpak

In 2020 voerden onderzoekers een test uit op een gesloten boorput nabij Slave Lake in de provincie Alberta. “De strategie omvatte het gedeeltelijk verwijderen van de bovenste lagen van de bodem en het transplanteren van inheemse mossen die waren verzameld op een nabijgelegen locatie”, zeggen de onderzoekers. “Daarbij werd voor mossen zoals Aulacomnium palustre, Tomentypnum nitens en Helodium blandowii, allemaal kenmerkend voor rijke veenmoerassen, gekozen.”

“Het oppervlak van de bodem werd aangepast met gemengde topografieën. Dit bootst het natuurlijke veenlandschap na en helpt water in dalen vast te houden, wat essentieel is voor het overleven van mos. Veenmossen hebben geen wortels en interne watertransportsystemen. Hun gezondheid is volledig afhankelijk van het vocht in hun onmiddellijke omgeving.”

Op de helft van de percelen werd een laag stromulch aangebracht om verdamping te vertragen en de mossen te beschermen tegen uitdrogende wind. De onderzoekers concludeerden dat de herstelmethode het beste werkt wanneer een constante waterstroom de getransplanteerde mossen kan bereiken. Anders hadden de mossen, zelfs met toegevoegde mulch, moeite om de hydratatie, die nodig is voor fotosynthese en groei, vast te houden.

“Het behoud van veengebieden is cruciaal vanwege de rol die ze spelen bij het opslaan en verdelen van water in het landschap”. stippen de onderzoekers aan. “Bovendien zijn de veengebieden, vanwege de enorme hoeveelheden koolstofdioxide die ze kunnen opslaan, eveneens de beste keuze voor oplossingen voor klimaatverandering die op de natuur gebaseerd zijn.”

De studie markeert volgens waarnemers een keerpunt in de manier waarop wetenschappers het herstel op voormalige boorlocaties aanpakken. “Het onderzoek weerspiegelt immers een groeiend begrip dat herstel niet alleen draait om het herplanten van vegetatie”, wordt er aangevoerd. “Cruciaal daarentegen is het herstellen van de fysieke en hydrologische fundamenten die ecosystemen nodig hebben om te floreren.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in grondstoffen, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Mossen kunnen oude boorputten weer echte veengebieden maken

Landbouw in bepaalde gebieden rond Tsjernobyl wel mogelijk

Posted by managing21 on 2nd mei 2025

Na de ontploffing van de kerncentrale van Tsjernobyl in Oekraïne in 1986 werden in de omgeving een oppervlakte van duizenden hectaren ongeschikt gedacht voor landbouwactiviteiten. Gecontamineerde teelten zouden immers een gevaar voor de gezondheid hebben kunnen betekend. Maar analyses hebben uitgewezen dat die gronden veilig weer in productie zouden kunnen worden genomen. Dat blijkt uit een studie van de University of Portsmouth en het OekraÏense Institute of Agricultural Radiology.

Sinds de ramp in Tsjernobyl werd in grote gebieden in Noord-Oekraïne een verbod op landbouw ingevoerd. Een gebied van 4.200 vierkante kilometer rond de getroffen kerncentrale werd als de Chernobyl Exclusion Zone aangeduid. Dat gebied blijft nog steeds onbewoond en vormt momenteel een van de grootste natuurreservaten van Europa. Een tweede gebied van 2.000 vierkante kilometer werd als de Zone of Obligatory Resettlement aangeduid. Dat gebied werd nooit volledig verlaten. De zone biedt onderdak aan duizenden mensen en heeft scholen en winkels, maar er zijn geen officiële investeringen of grondgebruik toegestaan.

Sinds de jaren negentig beweren wetenschappers in Oekraïne en daarbuiten dat het land weer veilig gebruikt kan worden, ondanks besmetting met radioactief cesium en strontium. Maar complexe politieke omstandigheden hebben ertoe geleid dat het gebied officieel verlaten blijft. Dat heeft een aantal boeren er echter niet van weerhouden het heft in eigen handen te nemen en in sommige gebieden met een onofficiële productie te beginnen. De nieuwe studie bevestigt dat deze boeren gelijk hadden en in de meeste gebieden gewassen veilig kunnen worden verbouwd.

Met behulp van een testlocatie van 100 hectare in de regio Zjytomyr ontwikkelden de onderzoekers een protocol om de besmettingsniveaus te evalueren en de opname van radioactieve stoffen door gangbare gewassen zoals aardappelen, granen, maïs en zonnebloemen te voorspellen. Door het analyseren van bodemmonsters en het meten van de externe gammastraling, bevestigden de onderzoekers dat de effectieve stralingsdosis voor landarbeiders ruim onder de nationale veiligheidsdrempel van Oekraïne ligt en aanzienlijk lager blijft dan de niveaus achtergrondstraling die wereldwijd van nature voorkomen.

Voedselzekerheid

“De bevindingen tonen aan dat er met de juiste monitoring en naleving van de Oekraïense voedselveiligheidsvoorschriften, veel gewassen veilig kunnen worden verbouwd in deze voorheen beperkte zones”, benadrukt onderzoeksleider Jim Smith, professor milieukunde aan de University of Portsmouth. “Dit onderzoek is van aanzienlijk belang voor de gemeenschappen die door de ramp in Tsjernobyl zijn getroffen. Sinds 1986 is er veel misinformatie over de stralingsrisico’s van Tsjernobyl, wat een negatieve impact heeft gehad op mensen die nog steeds in verlaten gebieden wonen.”

“We hebben nu een gevalideerde, wetenschappelijk onderbouwde aanpak om waardevolle landbouwgrond weer in officiële productie te brengen en tegelijkertijd de veiligheid voor zowel consumenten als werknemers te garanderen”, werpt Smith nog op. Het team hoopt dat dit protocol als een wereldwijd model kan dienen voor andere regio’s die met langdurige radioactieve besmetting hebben te maken.

Met een zorgvuldige implementatie en betrokkenheid van de gemeenschap kan Oekraïne volgens Smith veilig tot 20.000 hectare landbouwgrond terugwinnen, waardoor een positieve impuls aan de voedselzekerheid en plattelandsontwikkeling kan worden gegeven. “Het gaat hier niet alleen om Tsjernobyl”, beklemtoont Jim Smith. “Het gaat erom wetenschap en bewijs toe te passen om ervoor te zorgen dat mensen beschermd worden en dat land niet onnodig verloren gaat.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in gezondheid, landbouw, milieu, politiek | Reacties uitgeschakeld voor Landbouw in bepaalde gebieden rond Tsjernobyl wel mogelijk

Voor voorzitter Toyota moet sportwagen altijd een benzinemotor hebben

Posted by managing21 on 30th april 2025

Een sportwagen moet worden uitgerust met een benzinemotor die veel lawaai maakt. Dat heeft Akio Toyoda, voorzitter van de Japanse autobouwer Toyota, in een gesprek met het magazine Automotive News gezegd. Akio Toyoda zegt weliswaar open te staan voor het idee van een elektrische auto, maar voegt eraan toe de voorkeur te geven aan de geur van benzine en een lawaaierige motor.

Het is bijna twee jaar geleden dat Toyota zijn elektrische sportwagen FT-Se aan het publiek voorstelde, maar dat concept moet zich nog altijd tot een productiemodel ontwikkelen. Er komt voorlopig echter geen versie die in het dagelijkse verkeer kan worden ingezet. Voorzitter Akio Toyoda wil zich immers vooral richten op prestatiegerichte auto’s met verbrandingsmotoren.

“Mijn definitie van een sportwagen omvat de geur van benzine en een lawaaierige motor”, beklemtoonde Toyoda. De voorzitter van het Japanse concern geeft toe dat er binnen Toyota personen zijn die een leuke elektrische auto nastreven, maar hij zegt liever vast te houden aan de vertrouwde verbrandingsmotoren.

Toyoda was zelf als autopiloot actief en werpt op dat het niet spannend is om met elektrische auto’s te racen. Hij merkt daarbij op dat een batterij van een elektrische wagen op een circuit niet langer dan een uur meegaat. Toyoda stelt dat de huidige accutechnologie niet voldoet en voegt eraan dat races met elektrische wagens een wedstrijd van laadtijden of batterijwissels zouden worden. In uithoudingsraces zijn elektrische wagens volgens hem zeker nog niet haalbaar.

Toyoda heeft al eerder zijn terughoudendheid geuit ten aanzien van de volledige overname door elektrische auto’s. Iets meer dan een jaar geleden zei de voorzitter dat elektrische auto’s nooit meer dan 30 procent van de wereldwijde verkoop zouden uitmaken. Sean Hanley, vice-president marketing van Toyota Australië, benadrukte eerder ook al dat verbrandingsmotoren en handgeschakelde transmissiesystemen nog heel lang zullen blijven bestaan omdat het bedrijf weet dat die technologie de autoliefhebbers nog altijd bekoort.

Betaalbaar massamerk

Toyoda is al lang een voorstander van verbrandingsmotoren, zowel voor het dagelijkse woon-werkverkeer als voor prestatiegerichte sectoren. Bovendien gelooft hij nog steeds dat het bedrijf nog een belangrijke hindernis moet overwinnen bij de bouw van een selectie elektrische auto’s die passen bij mantra van Toyota om betaalbare, hoogwaardige auto’s aan zijn klanten te leveren.

“Toyota is een massamerk en moet dan ook over betaalbaarheid – ook bij elektrische wagens – nadenken.” Eerder al had hij benadrukt dat elektrische auto’s als een set met infrastructuur worden geleverd. Eerder had hij ook al aangegeven dat veel klanten van Toyota wonen in delen van de wereld waar weinig toegang tot elektriciteit is.

Toyoda gaf verder aan van mening te zijn dat auto’s met een benzinemotor zeker zullen blijven bestaan. “Over de toekomst van de benzinemotor zullen niet de wettelijke waarden of de politieke macht, maar wel de klanten en de markt beslissen”, stipte hij aan. 

Toyoda verdedigde tevens de interesse van Toyota in hybride wagens. “Koolstofdioxide is voor de autosector de belangrijkste uitdaging”, merkte hij op. “Tijdens de productieperiode hebben 27 miljoen hybride wagens dezelfde impact als 9 miljoen elektrische wagens op de weg. Maar indien Toyota 9 miljoen elektrische wagens in Japan zou hebben geproduceerd, zou de uitstoot van koolstofdioxide zijn verhoogd in plaats van verlaagd. Dit komt omdat Japan voor zijn elektriciteit afhankelijk is van thermische energiecentrales.”

Toch heeft de Japanse autoconstructeur zijn inspanningen op het gebied van emissievrije wagens opgevoerd door zijn assortiment elektrische wagens wereldwijd uit te voeren. Hideaki Iida, projectmanager van de Gazoo Racing Design Group, vertelde dat er na 2026 een productieversie van de FT-Se op de markt zou worden gebracht. Fumihiko Hazama, hoofdingenieur van de auto, stelde dat de FT-Se met vierwielaandrijving wordt ontworpen. Daarbij zou op elke as een elektromotor worden geplaatst. De elektromotoren zullen naar verluidt werken met een accupakket van de volgende generatie, wat een sprint van vanuit stilstand naar 100 kilometer per uur in drie seconden en een topsnelheid van 250 kilometer per uur mogelijk maakt.

Maar voordat Toyota zich meer op elektrische sportwagens toespitst, wordt er nog gewag gemaakt van een vloot wagens met benzinemotoren. Het bedrijf heeft al gezegd dat de Supra ook na de huidige generatie zal blijven bestaan ??en inmiddels ook een mogelijke terugkeer van de Celica of de MR2 gewag gemaakt. Bovendien wordt algemeen aangenomen dat de nieuwe racewagen GT3 de basis zou vormen voor een nieuwe sedan.

Meer over dit onderwerp:

Posted in automotive, energie, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Voor voorzitter Toyota moet sportwagen altijd een benzinemotor hebben

Kentekenplaten auto’s brengen bevestiging van achteruitgang insectenpopulaties

Posted by managing21 on 30th april 2025

Ook in het verkeer kunnen duidelijke aanwijzingen worden gevonden voor de dalende insectenpopulaties. Dat blijkt uit een jaarlijks onderzoek van het Kent Wildlife Trust en Budlife, gebaseerd op een onderzoek naar meer dan vijfentwintigduizend autoritten die in het Verenigd Koninkrijk worden uitgevoerd. Daarbij bleken op de kentekenplaten van de auto’s elk jaar minder verpletterde insecten teruggevonden te kunnen worden.

“Oudere bestuurders hebben al ervaren dat het aantal verpletterde insecten op de auto al geruime tijd een daling vertoont”, merkt Lawrence Ball, expert conservatie bij de Kent Wildlife Trust. “Onderzoek heeft aangetoond dat het aantal verpletterde insecten op de kentekenplaten sinds 2021 met 63 procent is gedaald.” Daarbij wordt wel opgemerkt dat de afname het voorbije jaar een vertraging heeft vertoond. In 2022 was er een daling met 28 procent geregistreerd, maar het jaar nadien was er zelfs sprake van een achteruitgang met 44 procent. Vorig jaar bleef de daling echter tot 8 procent beperkt.

“Deze enorme afname van het aantal verpletterde insecten op een dergelijk korte periode is echt alarmerend”, benadrukte Lawrence Ball nog. “Het is zeer waarschijnlijk dat we de cumulatieve effecten zien van zowel een natuurlijk uitsterven op lange termijn als een afname op korte termijn, mogelijk in verband met het extreme klimaat in het Verenigd Koninkrijk de voorbije jaren.”

Consequenties

De resultaten van de studie tonen dat de insectenpopulaties in alle regio’s van het Verenigd Koninkrijk een daling vertonen. De scherpste daling was merkbaar in Schotland, waar tussen 2021 en 2024 een afname met 65 procent werd geregistreerd, gevolgd door Wales (64 procent), Engeland (62 procent) en Noord-Ierland (55 procent). Wetenschappelijk onderzoek naar andere goed bestudeerde insecten in Groot-Brittannië, zoals vlinders en motten, heeft eveneens een sterke recente daling aan het licht gebracht.

Andrew Whitehouse, ecoloog bij Buglife, benadrukte dat deze gegevens van Bugs Matter suggereren dat de hoeveelheid vliegende insecten in het landschap opnieuw is afgenomen. “De gevolgen zijn mogelijk verstrekkend en hebben niet alleen consequenties voor de gezondheid van de natuur, maar ook voor een groot aantal essentiële diensten die de natuur aan de mens biedt”, beklemtoonde Whitehouse. 

“Menselijke activiteiten blijven een enorme impact hebben op de natuur”, stipte hij nog aan. “Verlies en schade aan leefgebieden, het gebruik van pesticiden, vervuiling en klimaatverandering dragen allemaal bij aan de afname van insecten. De maatschappij moet de waarschuwingssignalen van een ecologische ineenstorting ter harte nemen en dringend actie ondernemen om de natuur te herstellen.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in milieu | Reacties uitgeschakeld voor Kentekenplaten auto’s brengen bevestiging van achteruitgang insectenpopulaties

Emissies Europese luchtvaart hoger dan voor uitbraak covid-pandemie 

Posted by managing21 on 28th april 2025

De Europese luchtvaartmaatschappijen zullen dit jaar wellicht hogere emissies laten optekenen dan de niveaus die voor de uitbraak van de covid-pandemie werden geregistreerd. Deze evolutie maakt duidelijk dat de luchtvaartsector een zware strijd moet leveren om zijn emissies terug te dringen. Dat blijkt uit een rapport van de milieugroep Transport & Environment. Inmiddels probeert de luchtvaartsector bij de Europese Commissie soepeler regels op het gebied van leefmilieu te verkrijgen.

De uitstoot van koolstofdioxide door de vluchten van Europese luchtvaartmaatschappijen zal volgens Transport & Environment dit jaar waarschijnlijk een niveau van 195,2 miljoen ton bedragen. Dat zou een stijging met 4 procent tegenover de volumes van 2019 betekenen. Het volume zou ook hoger liggen dan de uitstoot van 187,6 miljoen ton die vorig jaar, toen de uitstoot zich bijna volledig van de covid-pandemie had hersteld, werd geregistreerd. 

De Europese luchtvaartmaatschappijen hebben zich er gezamenlijk toe verbonden om tegen 2050 de netto uitstoot van koolstofdioxide tot nul te herleiden. Die ambities moeten door een aantal nieuwe technologieën, waarbij vooral naar alternatieve brandstoffen wordt gekeken, worden gerealiseerd. Daarnaast wordt ook gerekend op de inzet van efficiëntere vliegtuigen en motoren, terwijl ook het beheer van het luchtverkeer zou moeten worden geoptimaliseerd. Tenslotte zou ook op emissiehandelssystemen beroep worden gedaan.

Maar luchtvaartmaatschappijen hebben geklaagd dat duurzame vliegtuigbrandstof te duur is en er bovendien onvoldoende voorraden worden geproduceerd. De luchtvaartbedrijven hebben recent bij de Europese Unie dan ook aangedrongen om een aantal milieuregels te versoepelen. De brandstofbedrijven worden door de Europese Unie verplicht om aan de luchtvaartsector steeds meer kunstmatige brandstoffen te leveren. De topmanagers van vier van de grootste luchtvaartmaatschappijen in de regio, waaronder Ryanair en Lufthansa, voeren echter aan dat die verplichting waarschijnlijk zal moeten uitgesteld.

Dit jaar moet 2 procent van de brandstoffen voor de Europese luchtvaart door synthetische bronnen worden geleverd. Dit niveau was volgens de sector haalbaar, maar een stijging tot 6 procent in 2030 zou volgens de maatschappijen onmogelijk zijn. Daarbij wordt gewezen naar de huidige productieniveaus en de beperkte investeringen die de grote oliebedrijven voor nieuwe brandstoffen reserveren. In het Verenigd Koninkrijk zou tegen 2030 zelfs het gebruik van 10 procent duurzame brandstoffen worden vereist.

De toplui van de luchtvaartmaatschappijen hebben ook aangedrongen om de belangrijkste prijssystemen voor emissies die de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk hebben vastgelegd te versoepelen en in lijn te brengen met een goedkopere wereldwijde norm. De Europese Unie merkt echter op dat het toenemend aantal vluchten de noodzaak van actie onderstreept om de klimaatdoelstellingen te halen. Daarbij werd benadrukt dat de luchtvaart meer inspanningen moet leveren om die doelstellingen te halen.

Explosieve toename

Luchtvaartmaatschappijen produceren ongeveer 4 procent van de totale emissies van broeikasgassen die in de Europese Unie worden geproduceerd. De stijging die Transport & Environment registreerde, moet worden toegeschreven aan het feit dat sinds het einde van de covid-pandemie het aantal vliegtuigreizen explosief is toegenomen. Luchtverkeersleider Eurocontrol heeft vastgesteld dat het luchtverkeer in veel lidstaten van de Europese Unie inmiddels al tot boven het niveau van 2019 is gestegen. “Verwacht mag worden dat het aantal vluchten binnen heel Europa in de eerste helft van dit jaar het niveau van 2019 zal overtreffen”, wordt er opgemerkt.

De Europese Unie herziet momenteel de reikwijdte van zijn platform voor emissiehandel, het belangrijkste instrument voor emissiereductie dat binnen het eigen gebied wordt gebruikt. Het systeem brengt momenteel aan de luchtvaartmaatschappijen alleen kosten in rekening voor de emissies van vluchten binnen Europa. Vluchten buiten de regio vallen in plaats daarvan onder de internationale compensatieregeling van het Carbon Offsetting and Reduction Scheme for International Aviation (Corsia), dat echter voor vervuiling veel minder in rekening brengt.

Dit betekent dat de meest vervuilende langeafstandsvluchten op verre bestemmingen voor hun uitstoot van koolstofdioxide minder betalen dan kortere vluchten binnen Europa. De route met de grootste uitstoot was vorig jaar de verbinding tussen Londen en New York. Daarbij zou 1,4 miljoen ton koolstofdioxide zijn geproduceerd.

Indien Corsia niet wordt versterkt, zou de Europese Commissie naar eigen zeggen eventueel kunnen voorstellen om de reikwijdte van het Emissions Trade System uit te breiden naar vluchten die vanuit de Europese Unie naar andere bestemmingen vertrekken. Analisten hebben echter al gewaarschuwd dat deze aanpak waarschijnlijk op felle weerstand van landen zoals de Verenigde Staten zou stuiten. Transport & Environment schatte dat de uitbreiding van het Europese systeem voor emissiehandel naar alle vluchten de luchtvaartmaatschappijen vorig jaar ongeveer 7,5 miljard euro zou hebben gekost.

Krisztina Hencz, manager luchtvaartbeleid bij Transport & Enviromnemt, benadrukte dat de herziening van de emissiemarkten in de Europese Unie een kans bood om een maas in de wet te dichten en de markt naar de uitstoot van de volledige luchtvaart uit te breiden . “De sector blijft de werkelijke kosten van zijn vervuiling ontwijken”, gaf Hencz aan.

Airlines4Europe, de belangenvereniging van de luchtvaartindustrie, beklemtoonde dat de Europese industrie voorop loopt in de decarbonisatie van de sector. “Er mag dan wel aandacht worden gevestigd op de vraag om de Europese luchtvaartmaatschappijen nog strengere beperkingen op te leggen, maar dit draagt weinig bij tot de vermindering van de uitstoot van de wereldwijde luchtvaart”, benadrukten woordvoerders van Airlines4Europe. “Bovendien groeit op die manier het risico dat het Europese leiderschap op het gebied van duurzame luchtvaart wordt ondermijnd.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in luchtvaart & ruimtevaart, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Emissies Europese luchtvaart hoger dan voor uitbraak covid-pandemie