managing21.be

Managing21: een blik op het heden en de toekomst van de economie.

Archive for the 'milieu' Category

Bodemverzakking vormt langzaam voortschrijdende klimaatramp

Posted by managing21 on 25th juni 2025

Bodemverzakkingen vormen een langzaam voortschrijdende klimaatramp die al tientallen miljarden dollars aan schade heeft veroorzaakt en de potentie heeft om 1,2 miljard mensen te treffen en te leiden tot een verlies van 8 biljoen dollar aan economische output. Dat blijkt uit een rapport van het persbureau Bloomberg. Opgemerkt wordt dat bodemverzakkingen een steeds groter risico’s vormen, maar verzekeraars blijken niet enthousiast om de geleden schade te dekken.

“De winning van grondwater, de mijnbouw en aardbevingen veroorzaken eveneens verschuivingen in de bodem, maar de opwarming van de aarde vergroot de risico’s enorm”, werpt Bloomberg op. “De grond zwelt tijdens de winterperiode door regenval op en krimpt vervolgens opnieuw als de bodem door de hitte uitdroogt, waardoor scheuren in de funderingen ontstaan.”

Vanwege zijn kleirijke bodem en zijn status als het snelst opwarmende continent van de wereld is Europa voor bodemverzakkingen bijzonder kwetsbaar. De Europese Centrale Bank schat de potentiële schade door verzakking in de regio op meer dan 2,5 biljoen euro, verdeeld over alle financiële instellingen in de eurozone. Hoewel het grootste deel van het totale pakket als een laag risico wordt geclassificeerd, wordt deze zomer op het Europese continent naar verwachting bijzonder warm en droog, wat ideale omstandigheden creëert voor schade door verzakking.

De risico’s worden nog acuter door de relatief hoge bevolkingsdichtheid van Europa. Bovendien blijken gebouwen uit de jaren zeventig en tachtig van de voorbije eeuw – toen de naoorlogse hausse aan woningbouw nog volop gaande was – voor bodemverzakkingen bijzonder kwetsbaar te zijn.

Onder meer in Nederland zouden volgens een rapport van het Tinbergen Institute de volgende tien jaar meer dan 425.000 huizen met grondverzakkingen kunnen worden geconfronteerd. Opgemerkt dat de woningprijzen door bodemdaling nu al met 5 procent zijn gedaald. De reparatiekosten kunnen oplopen tot meer dan 100.000 euro per woning en worden zelden gedekt door verzekeringen. “De situatie is bijzonder urgent”, benadrukt Karsten Klein, directeur belangenbehartiging bij de Nederlandse Vereniging Eigen Huis. “Men kan onmogelijk wachten tot huizen compleet onbewoonbaar worden.”

Er is volgens Bloomberg echter sprake van een wereldwijde problematiek. “Jakarta is in tien jaar tijd meer dan 2,5 meter gezakt en Teheran daalt zelfs met 22 centimeter per jaar. In de Verenigde Staten wordt Houston het zwaarst getroffen. Jaarlijks zakt 40 procent van de Texaanse stad meer dan een halve centimeter. In Londen zullen de verschuivingen van het grondniveau volgens de British Geological Survey de volgende vijf jaar naar verwachting twee vijfde van de woningvoorraad – meer dan een miljoen huizen – treffen. Ook dit jaar zou het Verenigd Koninkrijk met een groot risico op grondverzakkingen moeten vrezen. Tussen 2019 en 2023 liepen volgens de Association of British Insurers de Britse verzekeringsclaims voor dit risico met 78 procent op. De gemiddelde uitkering kende daarbij een stijging met 40 procent.

Hoewel het Verenigd Koninkrijk een van de weinige landen ter wereld is waar verzekeraars schade door grondverzakking dekken, valt de problematiek lastig te beheersen, omdat de gevolgen door lokale omstandigheden – zoals bomen die water opzuigen – kunnen worden beïnvloed. Enkele jaren geleden had centraal Londen het meest te lijden onder grondverzakkingen, maar nu worden vooral de oostelijke wijken het zwaarst getroffen. Deze gebieden hebben een lagere bebouwingsgraad, waardoor de bodem meer aan de weersomstandigheden is blootgesteld.

Rechtbank

In Frankrijk zou volgens cijfers van de sectororganisatie France Assureurs de helft van alle eengezinswoningen tegen het einde van het decennium met grondverzakking te maken kunnen krijgen. Sinds 2016 hebben de verzekeraars in Frankrijk jaarlijks ongeveer 1 miljard euro aan claims wegens grondverzakkingen uitbetaald. Dat bedrag kende in 2022 zelfs een verdrievoudiging. Dat jaar haalden de temperaturen in Europa bijna het hoogste niveau in de geschiedenis.

Om de stijgende verliezen door natuurrampen het hoofd te bieden en huiseigenaren te beschermen, lanceerde Frankrijk in 1989 het verzekeringsprogramma CatNat, dat door de nationale overheid en de verzekeringssector wordt gedragen. Huiseigenaren worden gecompenseerd voor schade nadat hun gemeente van CatNat een certificering heeft gekregen. Anders staat het verzekeraars vrij om claims af te wijzen.

Het Franse systeem benadert een gunstig scenario voor huiseigenaren, die in de meeste andere landen weinig tot geen dekking hebben voor schade door verzakking. “Sinds de oprichting heeft het Franse systeem voor de erkenning van natuurrampen zich voortdurend aangepast aan de schade die de bevolking heeft geleden”, merkt het Franse ministerie van binnenlandse zaken op. “De criteria voor de erkenning van grondverzakkingen zijn vorig jaar verder versoepeld.”

Verzekeraar Allianz France stelt dat verzakkingen de voorbije tien jaar 60 procent van alle CatNat-schades in Frankrijk uitmaakten. Dat is bijna het dubbele van de voorbije vijftien jaar. “De trend wordt complexer door klimaatverandering”, verduidelijkte Pierre Vaysse, directeur schadeverzekeringen bij de Franse verzekeraar. “De voorspelling is dat de claims tegen het midden van deze eeuw met minstens 50 procent zullen toenemen en waarschijnlijk zullen verdubbelen.” 

Het Franse CatNat-systeem leed in 2024 een verlies van 49 miljoen euro. Dat betekende het achtste jaarlijkse tekort op rij. Het programma, wordt betaald door een nationale toeslag op verzekeringspolissen, die in januari van dit jaar met acht procentpunten werd verhoogd om rekening te houden met klimaatverandering.

Voor huiseigenaren zorgt de problematiek voor hogere verzekeringspremies, maar geen zekerheid van dekking. Er bestaat bovendien een risico dat verzekeraars kwetsbare gebieden in de steek laten, zoals is gebeurd in delen van de Verenigde Staten die gevoelig zijn voor orkanen en bosbranden. In sommige gevallen kunnen de kosten van noodzakelijke herstelling de waarde van het huis benaderen. Maar een verkoop blijkt nauwelijks een haalbare optie.

In Frankrijk hebben een aantal gemeenten, die in totaal 72.000 slachtoffers vertegenwoordigen, de nationale overheid voor de rechter gedaagd. Maar er wordt nog steeds op een proces gewacht. De overheid heeft nog geen experts gestuurd om de lokale schade te beoordelen. De Franse gemeenten willen desnoods hun dossier voorleggen aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

Posted in milieu | Reacties uitgeschakeld voor Bodemverzakking vormt langzaam voortschrijdende klimaatramp

Cyanobacteriën vormen bouwmateriaal dat koolstofdioxide opslaat

Posted by managing21 on 25th juni 2025

Onderzoekers aan de Eidgenössische Technische Hochschule Zürich ontwikkelen een levend materiaal dat actief koolstofdioxide uit de atmosfeer onttrekt. Het materiaal omvat fotosynthetische cyanobacteriën, die biomassa en vaste mineralen vormen. Op die manier kan koolstofdioxide op twee verschillende manieren worden gebonden. De onderzoekers spreken daarbij van een bouwmateriaal, dat driedimensionaal kan worden geprint, dat de ecologische voetafdruk van gebouwen en infrastructuur kan helpen verkleinen.

De Zwitserse wetenschappers streven naar de creatie van levende materialen die nuttige eigenschappen verkrijgen dankzij het metabolisme van micro-organismen. Daarbij worden conventionele materialen gecombineerd met bacteriën, algen en schimmels. “Hierdoor kan onder meer worden gezocht naar mogelijkheden om koolstofdioxide uit de lucht te binden door middel van fotosynthese”, stipt onderzoeker Mark Tibbitt, professor macromoleculaire engineering aan de ETH Zürich, aan.

Het team heeft nu aangekondigd fotosynthetische bacteriën – cyanobacteriën – stabiel in een printbare gel te hebben kunnen verwerken. Dat leidde tot de ontwikkeling van een materiaal dat leeft, groeit en actief koolstofdioxide uit de lucht haalt. “Het materiaal kan worden gevormd met behulp van 3D-printing en heeft naast koolstofdioxide alleen zonlicht en kunstmatig zeewater met direct beschikbare voedingsstoffen nodig om te groeien”, beklemtoont Tibbitt.

“Als bouwmateriaal zou dit product in de toekomst kunnen helpen om koolstofdioxide direct in gebouwen op te slaan”, betoogt Tibbitt. “Bijzonder is bovendien dat het levende materiaal veel meer koolstofdioxide kan absorberen dan door organische groei kan binden. Dit komt doordat het materiaal de koolstofdioxide niet alleen in biomassa, maar ook in de vorm van mineralen – een bijzondere eigenschap van deze cyanobacteriën – kan opslaan.”

“Cyanobacteriën behoren tot de oudste levensvormen ter wereld”, verduidelijken de onderzoekers. “Ze zijn bijzonder efficiënt in fotosynthese en kunnen zelfs het zwakste licht gebruiken om uit koolstofdioxide en water biomassa te produceren.”

Tegelijkertijd veranderen de bacteriën hun chemische omgeving buiten de cel als gevolg van fotosynthese, waardoor vaste carbonaten – zoals kalk – neerslaan. Deze mineralen vormen een extra koolstofput en slaan – in tegenstelling tot biomassa – koolstofdioxide in een stabielere vorm op.”

Coating

“We benutten dit vermogen specifiek in ons materiaal”, stippen de Zwitserse wetenschappers aan. “Er is ook een praktisch neveneffect. De mineralen zetten zich immers in het materiaal af en versterken het mechanisch. Op die manier verharden de cyanobacteriën langzaam de aanvankelijk zachte structuren.”

“Laboratoriumtests toonden aan dat het materiaal gedurende 400 dagen continu koolstofdioxide bindt. Het grootste deel daarvan – ongeveer 26 milligram koolstofdioxide per gram materiaal – wordt in minerale vorm gecreëerd. Dit is aanzienlijk meer dan veel biologische benaderingen en vergelijkbaar met de chemische mineralisatie van gerecycled beton, waarbij sprake is van ongeveer 7 milligram koolstofdioxide per gram materiaal.”

De drager die de levende cellen herbergt, is een hydrogel die wordt gecreëerd door verbonden polymeren met een hoog watergehalte. Het team van Tibbitt zorgde er daarbij voor dat polymeernetwerk het licht, koolstofdioxide, water en voedingsstoffen kan transporteren en de cellen zich gelijkmatig binnenin kunnen verspreiden zonder het materiaal te verlaten. Om ervoor te zorgen dat de cyanobacteriën zo lang mogelijk leven en efficiënt blijven, hebben de onderzoekers ook de geometrie van de structuren geoptimaliseerd, waarbij met behulp van 3D-printprocessen het oppervlak werd vergroot, de lichtpenetratie werd verhoogd en de voedingsstroom werd bevorderd.

“Op deze manier konden we structuren creëren die lichtpenetratie mogelijk maken en voedingsvloeistof passief door het lichaam verspreiden via capillaire krachten”, beklemtoonden de onderzoekers. “Dankzij dit ontwerp konden de ingekapselde cyanobacteriën meer dan een jaar productief blijven.

De onderzoekers beschouwen hun levende materiaal als een energiezuinige en milieuvriendelijke aanpak die koolstofdioxide uit de atmosfeer kan binden en bestaande chemische processen voor koolstofvastlegging kan aanvullen. “In de toekomst willen we onderzoeken op welke manier het materiaal kan worden gebruikt als coating voor gevels om koolstofdioxide te binden gedurende de gehele levenscyclus van een gebouw”, verduidelijkte Tibbitt.

De wetenschappers wijzen er wel op dat er nog een lange weg moet worden afgelegd vooraleer van een commerciële toepassing gewag kan worden gemaakt, maar inmiddels hebben een aantal collega’s uit de architectuur hebben het concept al opgepakt en op experimentele wijze de eerste interpretaties gerealiseerd.

Op de Architectuurbiënnale in Venetië toonde Andrea Shin Ling, medewerkster van de ETH Zürich, met de installatie Picoplanktonics een platform voor biofabricage dat levende structuren met functionele cyanobacteriën op architectonische schaal kan printen. Ling gebruikte de geprinte structuren als levende bouwstenen om twee boomstamachtige objecten te bouwen, waarvan de grootste ongeveer drie meter hoog is. Dankzij de cyanobacteriën kunnen deze objecten elk tot 18 kilogram koolstofdioxide. Dat is ongeveer evenveel als een twintig jaar oude dennenboom in de gematigde zone.

Op de 24ste Triënnale van Milaan onderzoekt het project Dafne’s Skin – een samenwerking tussen de Maeid Studio en Dalia Dranseike – bovendien de mogelijkheden van levende materialen voor toekomstige bouwlagen. Dafne’s Skin toont een constructie die met houten dakspanen is bedekt en waar micro-organismen zorgen voor de vorming van een diepgroene patina die het hout in de loop der tijd verandert. “Dit teken van verval wordt een actief proces dat koolstofdioxide bindt en de esthetiek van microbiële processen benadrukt”, benadrukken de initiatiefnemers.

Meer over dit onderwerp:

Posted in grondstoffen, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Cyanobacteriën vormen bouwmateriaal dat koolstofdioxide opslaat

Defensie en vrachtvervoer bieden vliegende taxi’s zekere toekomst

Posted by managing21 on 24th juni 2025

Kansen in defensie, noodhulp en vrachtvervoer zouden de volgende jaren kunnen bijdragen aan de realisatie van vliegende taxi’s, nadat de sector onlangs steun heeft gekregen van de regering van de Amerikaanse president Donald Trump. Dat hebben een aantal vertegenwoordigers van de sector op de Paris Airshow gezegd.

Donald Trump droeg toezichthouders recent op de certificering voor de ontwikkeling van elektrische vliegtuigen met verticale start en landing (evtols) te versnellen. Die maatregelen diende de Verenigde Staten op het gebied van technologie een voorsprong op Azië te bezorgen. Dat presidentiële besluit gaf een nieuwe impuls aan een sector, die de voorbije periode moeite had om critici en toezichthouders te overtuigen. “Vliegende taxi’s worden met heel wat tegenwind geconfronteerd”, beklemtoonde Kyle Clark, oprichter en chief executive van Beta Technologies, op de show. “Maar de potentiële voordelen zijn reëel.

Er heerst vaak een idee dat vliegende taxi’s – die al decennialang in voorspellingen over de toekomst aan bod komen – alleen voor een rijk publiek zijn geschikt. Op die manier zou de sector nooit een rendabele activiteit kunnen ontwikkelen. Maar dat is volgens de sector een verkeerde inschatting. Fabrikanten benadrukken dat een inzet voor medische noodhulpdiensten, vrachtvervoer en defensie zouden kunnen helpen, omdat ze in deze sectoren een goedkoper en geluidsarmer alternatief bieden voor helikopters.

Agility Prime

De bedrijven Beta, Joby Aviation en Archer Aviation nemen deel aan het programma Agility Prime van de Amerikaanse luchtmacht, dat gericht is op de ontwikkeling van technologieën voor autonome hybride vliegtuigen. Joby en Archer hebben eerder militaire contracten getekend ter waarde van respectievelijk 131 miljoen dollar en 142 miljoen dollar.

“We hebben twee vliegtuigen op  de luchtmachtbasis Edwards en we zijn dankbaar voor alle steun en lessen die we daaruit hebben geleerd”, beklemtoonde JoeBen Bevirt, oprichter en chief executive van Joby Aviation. “We denken dat er op defensiegebied ongelooflijke kansen liggen.” Ook Beta maakt gewag van contracten met het Amerikaanse ministerie van defensie ter waarde van honderden miljoenen dollars.

De drie bedrijven beklemtoonden dat het order van Trump een grote rol speelde in het verbeteren van de vooruitzichten van de sector. Sean Duffy, Amerikaans minister van transport, heeft op de Paris Airshow de oprichting van een alliantie tussen de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland om de certificering van evtols wereldwijd te stroomlijnen.

De publieke bezorgdheid over geautomatiseerde rijsystemen in de autosector suggereert dat er nog grote stappen moeten worden gezet vooraleer ook volledig geautomatiseerde vliegtuigen op een grotere acceptatie kunnen rekenen. “Zodra de vliegtuigen in handen van de klanten zijn, zal de businesscase van de sector duidelijk zijn”, merkte Clark daarbij op. Hij voegde eraan toe dat evtols passagiers van de Hamptons naar JFK Airport in New York had gevlogen met slechts 7 dollar aan elektriciteit.

“Vliegende taxi’s richten zich op een andere markt”, gaf Clark aan. “Een vliegende taxi is niet bedoeld om één keer in de week gebruikt te worden, maar moet drie, vier, tien keer per dag kunnen worden ingezet en waarbij de voordelen van een elektrische aandrijving kunnen worden benut.”

Posted in luchtvaart & ruimtevaart, milieu, Mobility | Reacties uitgeschakeld voor Defensie en vrachtvervoer bieden vliegende taxi’s zekere toekomst

Wereldwijde investeringen in energie bereiken recordhoogte van 3,3 biljoen dollar

Posted by managing21 on 7th juni 2025

De wereldwijde energiesector zal dit jaar een bedrag van 3,3 biljoen dollar investeren, Dat betekent een nieuw record, gedreven door een toename van de uitgaven aan duurzame energie, ondanks economische onzekerheid en geopolitieke spanningen. Dit blijkt uit een rapport van het International Energy Agency.

Verwacht wordt dat technologieën in hernieuwbare energiebronnen, kernenergie en opslag dit jaar 2,2 biljoen dollar aan investeringen zullen aantrekken. De investeringen in olie, aardgas en steenkool zouden dit jaar naar verwachting een niveau van 1,1 biljoen dollar bereiken. De stijging van de uitgaven aan duurzame energie sluit aan bij de bredere trend die wereldwijd wordt waargenomen, aangezien de meeste naties – waaronder olierijke landen in het Midden-Oosten – doelstellingen voor een klimaatneutrale hebben gesteld.

“Te midden van de geopolitieke en economische onzekerheden die de vooruitzichten voor de energiesector vertroebelen, blijkt energiezekerheid een belangrijke motor achter de groei van de wereldwijde investeringen dit jaar tot een recordbedrag van 3,3 biljoen dollar, aangezien landen en bedrijven zich proberen te beschermen tegen een breed scala aan risico’s”, beklemtoonde Fatih Birol, directeur van het International Energy Agency, in een commentaar op het rapport.

“De snel veranderende economische en handelssituatie betekenen dat sommige investeerders een afwachtende houding aannemen ten aanzien van de goedkeuring van nieuwe energieprojecten, maar op de meeste gebieden hebben we nog geen significante gevolgen voor bestaande projecten gezien”, gaf Birol nog aan.

Elektriciteit leidt

Het rapport merkt op dat de investeringstrends in de sector duidelijk wijzen op het begin van het elektrotijdperk, met een snelle stijging van de vraag vanuit de industrie, koeling, elektrische mobiliteit, datacenters en kunstmatige intelligentie. Tien jaar geleden lagen de investeringen in fossiele brandstoffen 30 procent hoger dan in de opwekking van elektriciteit, netwerken en opslag. Dit jaar echter zullen de investeringen in elektriciteit – 1,5 biljoen dollar – naar verwachting zo’n 50 procent hoger liggen dan het totale bedrag dat wordt uitgegeven aan de marktintroductie van olie, aardgas en steenkool.

In april wees een ander rapport van het International Energy Agency eveneens op de groeiende vraag naar elektriciteit wereldwijd, gedreven door de snelle uitrol van artificiële intelligentie en datacenters. Destijds stelde het agentschap dat het elektriciteitsverbruik van datacenters die gebruikmaken van artificiële intelligentie tegen 2030 naar verwachting een verdubbeling zal kennen tot 945 terawattuur, wat nieuwe uitdagingen creëert voor de energiezekerheid en de doelstellingen voor de uitstoot van koolstofdioxide. Er werd aan toegevoegd dat het elektriciteitsverbruik van datacenters sinds 2019 jaarlijks met 12 procent is gestegen en inmiddels 1,5 procent van de wereldwijde consumptie van elektriciteit vertegenwoordigt.

Volgens het rapport zijn de uitgaven aan uitstootarme energieopwekking de voorbije vijf jaar bijna verdubbeld. Dat is vooral te danken aan de verdere doorbraak van zonnekracht. Het agentschap voorspelde dat de investeringen in zonnekracht, zowel op grote schaal als op daken, naar verwachting dit jaar een niveau van 450 miljard dollar zullen bedragen. Daarmee tekent deze sector voor de grootste investeringspost in de wereldwijde energie-investeringen.

“Door de felle concurrentie tussen de leveranciers en de extreem lage kosten worden geïmporteerde zonnepanelen, vaak gecombineerd met batterijen, een belangrijke drijfveer voor energie-investeringen in veel opkomende naties en ontwikkelingslanden”,  gaf het bureau nog aan. De investeringen in batterijopslag nemen ook snel toe en bereiken dit jaar een niveau van meer dan 65 miljard dollar.

In het rapport wordt verder opgemerkt dat de kapitaalstromen naar kernenergie de voorbije vijf jaar eveneens met 50 procent zijn gegroeid en naar verwachting dit jaar rond de 75 miljard dollar zullen bedragen. De Verenigde Staten en het Midden-Oosten vertegenwoordigden verder bijna de helft van de toename van de definitieve investeringsbeslissingen voor aardgas. Als de investeringen in de opvang en opslag van koolstofdioxide volgens plan verlopen, zullen volgens de studie de uitgaven in deze sector tegen 2027 meer dan vertienvoudigen ten opzichte van het huidige niveau.

Projecten voor brandstoffen met lage emissies zijn echter bijzonder gevoelig voor beleidsmatige onzekerheid. “Sommige waterstofprojecten zijn de voorbije twaalf maanden geannuleerd of uitgesteld, maar er is nog steeds een pijplijn van goedgekeurde projecten die in 2025 ongeveer 8 miljard dollar aan investeringen vereisen. Dat betekent bijna een verdubbeling tegenover het niveau van vorig jaar.

Elektriciteitsnetten

In het rapport wordt verder opgemerkt dat de investeringen in elektriciteitsnetten – die inmiddels een niveau van 400 miljard dollar per jaar hebben bereikt – geen gelijke tred houden met de uitgaven voor opwekking en elektrificatie. “Om de elektriciteitszekerheid te handhaven, zouden de investeringen in de netten tegen het begin van het volgende decennium gelijk moeten zijn aan de uitgaven voor opwekking van elektriciteit”, voert het agentschap aan. “Dit wordt echter belemmerd door lange vergunningsprocedures en krappe toeleveringsketens voor transformatoren en kabels.”

Het rapport meldde verder dat lagere olieprijzen en verwachtingen rond de vraag wellicht zullen leiden tot de eerste daling van de investeringen in de upstream oliesector sinds de covid-crisis in 2020 wereldwijd toesloeg. “De verwachte daling van 6 procent wordt vooral veroorzaakt door een scherpe inkrimping van de uitgaven aan Amerikaanse schalie-olie”, voert het agentschap aan.

“De investeringen in nieuwe installaties voor vloeibaar aardgas (LNG) vertonen daarentegen een sterke opwaartse trend, aangezien nieuwe projecten in de Verenigde Staten, Qatar, Canada en elders zich voorbereiden op een ingebruikname. De markt voor vloeibaar gas zal volgens het rapport tussen 2026 en 2028 de grootste capaciteitsgroei in zijn geschiedenis kennen..

Volgens het agentschap blijven de bestedingspatronen in de energiesector wereldwijd bijzonder ongelijkmatig. Veel ontwikkelingslanden, vooral in Afrika, zouden moeite ervaren om kapitaal voor energie-infrastructuur te mobiliseren. Het rapport voegde eraan toe dat Afrika slechts 2 procent van de wereldwijde investeringen in duurzame energie voor zijn rekening neemt, ondanks het feit dat het continent 20 procent van de wereldbevolking vertegenwoordigt.

“Om de financieringskloof in Afrikaanse landen en andere opkomende naties en ontwikkelingslanden te dichten, moet de internationale publieke financiering worden opgeschaald en strategisch worden ingezet om grotere hoeveelheden privaat kapitaal aan te trekken”, waarschuwt het agentschap.

Het agentschap merkt daarbij wel op dat de trends in energie-investeringen in India en Brazilië bij de opkomende naties en ontwikkelingslanden opvallen. “Het mobiliseren van internationale financiering voor investeringen in duurzame energie in opkomende naties en ontwikkelingslanden zal moeten worden gecombineerd met de ontwikkeling van binnenlandse kapitaalmarkten”, waarschuwt het agentschap.

China is met ruime marge wereldwijd de grootste investeerder in energie. Tien jaar geleden had het land in de wereldwijde investeringen in duurzame energie een aandeel van 25 procent, maar dat is inmiddels tot bijna 33 procent opgelopen.

Meer over dit onderwerp:

Posted in energie, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Wereldwijde investeringen in energie bereiken recordhoogte van 3,3 biljoen dollar

Franse volksvertegenwoordiging stemt voor afschaffing lage-emissiezones

Posted by managing21 on 3rd juni 2025

In Frankrijk groeit de beweging om de lage-emissiezones, die tijdens de eerste ambtstermijn van president Emmanuel Macron werd ingevoerd om de vervuiling in steden te verminderen, weer af te schaffen. Ook de Franse Nationale Vergadering heeft zich nu achter de afschaffing van de zones geschaard. De maatregel kreeg steeds meer kritiek. De lage-emissiezones troffen immers vooral burgers die zich niet konden veroorloven een milieuvriendelijker voertuig te kopen.

De motie voor de afschaffing van de lage-emissiezones werd ingediend door Pierre Meurin, een parlementslid van de extreemrechtse Rassemblement National en werd door enkele organisaties voor automobilisten gesteund. Uiteindelijk beslisten 98 parlementsleden om de motie van Meurin te steunen. Er werden 51 tegenstemmen geteld. Ook enkele parlementsleden van de partij van Emmanuel Macron schaarden zich achter de motie.

De beslissing om de lage-emissiezones af te schaffen was ook een persoonlijke overwinning voor schrijver Alexandre Jardin, die de beweging Les #Gueux had opgericht en betoogde dat ecologie een sport voor de rijken is geworden. Hij wees er daarbij op dat een aantal onthoudingen wellicht vooral was ingegeven door het feit dat de betrokken parlementsleden vreesden voor een confrontatie met hun achterban indien ze tegen de afschaffing zouden hebben gestemd.

De lage-emissiezones werden in 2019 ingevoerd in vijftien van de meest vervuilde steden van Frankrijk. Begin dit jaar volgde een uitbreiding naar elk stedelijk gebied met meer dan 150.000 inwoners. De lage-emissiezones werden daardoor verboden gebied voor wagens die voor 1997 werden geregistreerd. Andere wagens hebben een sticker met het opschrift Crit’Air nodig om in de lage-emissiezones te mogen rijden. De zwaarste beperkingen zijn in de meest vervuilde steden, Parijs en Lyon, opgelegd, maar ook Montpellier en Grenoble.

Wapen tegen Macron

De lage-emissiezones zijn in Frankrijk een wapen geworden voor de tegenstanders van president Macron. Tijdens de presidentiële verkiezingscampagnes van 2022 had Marine Le Pen, de kandidate voor het extreemrechtse Rassemblement National, de maatregel veroordeeld. Haar communistische tegenhanger had gewaarschuwd dat het initiatief voor een sociale bom zou zorgen.

Laurent Wauquiez, leider van Les Républicains in het Franse parlement, benadrukte dat de afschaffing van de lage-emissiezones de Franse burgers van een verstikkende en bestraffende ecologie zou bevrijden. Clémence Guetté, vertegenwoordiger van het uiterst linkse La France Insoumise, wees erop dat een duurzaam beleid niet op de rug van de arbeidersklasse mocht worden opgelegd.

De Franse regering probeerde de goedkeuring van de motie nog te voorkomen door een aantal beperkingen te versoepelen. De zones in Parijs en Lyon zouden echter wel worden behouden. Agnès Pannier-Runacher, minister voor duurzame transitie, wees er daarbij op dat luchtvervuiling in Frankrijk de oorzaak is van bijna 40.000 vroegtijdige sterfgevallen per jaar en beklemtoonde dat de lage-emissiezones hebben geholpen om die tol te verlagen. Het amendement werd echter met een ruime meerderheid verworpen.

Les Écologistes en de Parti Socialiste stemden voor het behoud van de lage-emissiezones. Volgens Anne Souyris, parlementslid van Les Écologistes, waarschuwde dat de afschaffing honderdduizenden mensen het leven zouden kosten. Gérard Leseul, vertegenwoordiger van Le Parti Socialiste, betoogde dat de stemming een negatief signaal afgaf, aangezien de nadruk op de noodzakelijke vermindering van de luchtvervuiling werd weggenomen.

De afschaffing van de lage-emissiezones zal naar verwachting door de Franse Senaat worden goedgekeurd, maar moet vervolgens nog in een breder wetsvoorstel in de Nationale Vergadering worden gestemd. Vervolgens moet de afschaffing ook nog worden goedgekeurd door de Franse Constitutionele Raad, wat echter niet gegarandeerd is.

Posted in automotive, gezondheid, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Franse volksvertegenwoordiging stemt voor afschaffing lage-emissiezones

Productie duurzame vliegtuigbrandstof kent dit jaar verdubbeling

Posted by managing21 on 2nd juni 2025

Er zal dit jaar wereldwijd 2 miljoen ton duurzame vliegtuigbrandstof worden geproduceerd. Dat heeft Willie Walsh, directeur-generaal van de International Air Transport Association (Iata) aangekondigd. Walsh wees er daarbij nog op dat het succes van programma’s voor de reductie van koolstofdioxide voor de internationale luchtvaart cruciaal is. Er zijn volgens hem bovendien voldoende overheidsmaatregelen nodig om de inspanningen voor een decarbonisatie te realiseren.

Met een verwacht volume van 2 miljoen ton zal de productie van duurzame vliegtuigbrandstof volgens Walsh dit jaar een verdubbeling laten optekenen tegenover vorig jaar. Maar tegelijkertijd wees hij erop dat een voorraad van 2 miljoen ton dit jaar slechts 0,7 procent van het totale brandstofverbruik door de luchtvaart zal uitmaken.

Het gebruik van duurzame vliegtuigbrandstoffen is de voorbije jaren steeds prominenter geworden, aangezien de meeste landen doelstellingen hebben vastgesteld om een klimaatneutrale status te bereiken. “Hoewel het bemoedigend is dat de productie van duurzame vliegtuigbrandstoffen een verdubbeling zal kennen, blijft het aandeel van de sector in het totale brandstofverbruik van de luchtvaart nog altijd bijzonder beperkt”, waarschuwde Walsh.

“Maar zelfs dat relatief kleine aandeel zal wereldwijd 4,4 miljard dollar aan de brandstofrekening van de vliegtuigmaatschappijen toevoegen”, gaf Walsh nog aan. “Het tempo van de vooruitgang bij het opvoeren van de productie en het behalen van efficiëntie om kosten te verlagen, moet dan ook worden versneld.”

Corsia

Walsh stelde verder dat voldoende overheidsmaatregelen, waaronder de implementatie van een efficiënt beleid, nodig zullen zijn om de verhoopte emissiereducties te kunnen realiseren. Hij voegde eraan toe dat het succes van het Carbon Offsetting and Reduction Scheme for International Aviation (Corsia) cruciaal is voor het compenseren van de uitstoot van broeikasgassen in de luchtvaartsector.

In het kader van Corsia, een initiatief van de International Civil Aviation Organization, moeten vliegtuigexploitanten emissie-paketten kopen en annuleren om de toename van de uitstoot van koolstofdioxide te compenseren. “Het bevorderen van de productie van duurzame vliegtuigbrandstoffen vereist een toename van de productie van hernieuwbare energie”, benadrukte de Iata. “Die vormt immers de basis voor de winning van de duurzame vliegtuigbrandstoffen. Daarnaast moet ook het beleid ervoor zorgen dat de duurzame brandstoffen een passend deel van de productie van hernieuwbare energie krijgt toegewezen.”

De grootste voorraden duurzame brandstoffen worden momenteel naar Europa gekanaliseerd. De Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk maken sinds het begin van dit jaar een gedeeltelijk gebruik van duurzame brandstoffen in de luchtvaart verplicht. “Onacceptabel genoeg zijn de kosten van deze duurzame vliegtuigbrandstoffen voor luchtvaartmaatschappijen in Europa inmiddels verdubbeld”, beklemtoont de Iata. “Dat heeft te maken met de nalevingskosten die de producenten en leveranciers in rekening brengen.”

Verwacht wordt dat de Europese regelgeving de vliegtuigmaatschappijen zal verplichten om dit jaar 1 miljoen ton duurzame vliegtuigbrandstoffen aan te kopen. “Tegen de huidige marktprijzen zal die aankoop de vliegtuigmaatschappijen 1,2 miljard dollar kosten”, verduidelijkt de Iata. “De nalevingskosten zullen naar schatting echter nog eens 1,7 miljard dollar extra uitgaven bovenop de marktprijzen vergen. Met dat bedrag had de sector de uitstoot van koolstofdioxide nog eens met 3,5 miljoen ton kunnen verminderen. In plaats van het gebruik van duurzame brandstoffen te bevorderen, hebben de Europese mandaten het product echtet vijf keer duurder gemaakt dan conventionele vliegtuigbrandstof.”

“Dit benadrukt het probleem met de implementatie van mandaten voordat er voldoende marktomstandigheden zijn gecreëerd en voordat er waarborgen zijn getroffen tegen de introductie van onredelijke marktpraktijken die de kosten van de decarbonisatie opdrijven”, betoogt Walsh. “Het verhogen van de kosten van de energietransitie, die nu al worden geschat op maar liefst 4,7 biljoen dollar, mag niet het doel of resultaat van het decarbonisatiebeleid zijn. Europa moet beseffen dat haar aanpak niet werkt en dient een andere oplossing te vinden.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in energie, luchtvaart & ruimtevaart, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Productie duurzame vliegtuigbrandstof kent dit jaar verdubbeling

Geen enkel energieproject loopt groter investeringsrisico dan kerncentrales

Posted by managing21 on 25th mei 2025

In de energiesector wordt de bouw van kerncentrales met het hoogste investeringsrisico geconfronteerd. Zonnekracht gaat daarentegen met de kleinste risico’s gepaard. Dat blijkt uit een onderzoek van wetenschappers aan het Institute for Global Sustainability van de Boston University, gebaseerd op een analyse van 662 projecten in 83 landen. De projecten werden tussen 1936 en 2024 uitgevoerd en vergden een totale investering van 1.358 miljard dollar.

Het onderzoek wees uit dat infrastructuurprojecten in de energiesector in meer dan 60 procent van de gevallen de geplande bouwkosten overtroffen. Verder werd vastgesteld dat de aanleg bovendien gemiddeld 40 procent langer duurt dan gepland. Er is daarbij sprake van een gemiddelde vertraging van ongeveer twee jaar.

Kerncentrales kenden de hoogste kostenoverschrijdingen en vertragingen. De bouwkosten overtroffen de ramingen met gemiddeld 102,5 procent. Dat kwam overeen met een meerkost van gemiddeld 1,56 miljard dollar. Waterkracht stond op een tweede plaats met een overschrijding van 36,7 procent, gevolgd door geothermische energie (20,7 procent).

Verder in de rangschikking volgen koofstofdioxide (14,9 procent), bio-energie (10,7 procent), waterstof (6,4 procent) en windenergie (5,2 procent). De kleinste overschrijdingen werden opgetekend bij zonnekracht en transmissie-infrastructuur, waar gemiddeld met een meerkost van respectievelijk 2,2 procent en 3,6 procent rekening zou moeten worden gehouden.

Daarnaast bracht het onderzoek aan het licht dat bij de verschillende technologieën ook variaties in de bouwvertragingen moesten worden gemeld. Ook hier zorgde kernenergie, met een gemiddelde vertraging van 35 maanden, voor de grootste uitdagingen, gevolgd door waterkracht (27 maanden) en geothermische projecten (11 maanden). Ook hier liet de bouw van photovoltaïsche installaties de beste prestaties optekenen. Vele projecten konden zelfs voor de geplande einddatum worden opgeleverd. Bij vertragingen was er slechts sprake van een gemiddelde van één maand.

Kleinere projecten

De studie concludeerde dat projecten met een capaciteit van meer dan 1.561 megawatt te maken hebben met aanzienlijk hogere risico’s op kostenstijgingen, terwijl kleinere, modulaire projecten rond hernieuwbare energie de financiële risico’s kunnen verlagen en de prognoses kunnen verbeteren. Zodra de bouwvertragingen de grens van 87,5 procent overschreden, moest volgens het rapport met een sterke kostenstijging rekening worden gehouden.

“De studie toont duidelijk dat uitstootarme energiebronnen zoals windenergie en zonnekracht niet alleen een enorme meerwaarde bieden voor het klimaat en de energiezekerheid, maar ook financiële voordelen, zoals minder bouwrisico’s en een kleinere kans op vertragingen, opleveren”, geeft onderzoeksleider Benjamin Sovacool, professor milieukunde en directeur van het Institute for Global Sustainability, aan. “Het is verder bewijs dat dergelijke technologieën een scala aan onderschatte en ondergewaardeerde maatschappelijke en economische waarde hebben.”

“Het is belangrijk om een inzicht te verwerven in de oorzaken van de budgetovertredingen en vertragingen bij de realisatie van energieprojecten en de tijdstippen waarop dat omslagpunt optreedt”, beklemtonen de onderzoekers nog. “Opvallend daarbij zijn de schaalnadelen van een aantal grote projecten, waarbij ontwikkelingen met een capaciteit van meer dan 1.561 megawatt een aanzienlijk hoger risico op kostenstijgingen laten zien. Dit suggereert dat de aanpak van grootschalige energie-infrastructuurplanning mogelijk moet worden heroverwogen, vooral nu miljarden dollars worden geïnvesteerd in wereldwijde inspanningen om de uitstoot van koolstofdioxide te verminderen.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in energie, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Geen enkel energieproject loopt groter investeringsrisico dan kerncentrales

Europese chocoladecrisis wordt door klimaatverandering nog verergerd

Posted by managing21 on 22nd mei 2025

De klimaatverandering en de inkrimping van het wildbestand verergeren de chocolodecrisis in de Europese Unie. Dit creëert een extreem zorgwekkend beeld voor de voedselbestendigheid. Dat blijkt uit een rapport van het Britse bureau Foresight Transitions in opdracht van de European Climate Foundation.

Cacao is een van de zes grondstoffen – naast koffie, soja, rijst, tarwe en maïs – die bijzonder kwetsbaar zijn voor milieubedreigingen. Meer dan twee derde van de voorraden van deze producten die in 2023 in de Europese Unie werden ingevoerd, was volgens Foresight Transitions immers afkomstig uit landen die niet goed voorbereid zijn op klimaatverandering. Bij cacao, tarwe en maïs kwam volgens het rapport twee derde van de import uit landen die niet meer op een intacte biodiversiteit konden rekenen.

De onderzoekers stellen dat de schade aan de voedselproductie door de klimaatverandering werd verergerd door een afname van de biodiversiteit, waardoor landbouwbedrijven minder veerkrachtig zijn geworden. “Dit zijn niet zomaar abstracte bedreigingen”, benadrukte onderzoeksleider Camilla Hyslop. “Er is nu al sprake van situaties die een schadelijke impact hebben op de bedrijven en de tewerkstelling, maar tevens een negatieve impact hebben op de beschikbaarheid en prijs van voedsel voor consumenten. Deze situaties worden steeds erger.”

De onderzoekers ontdekten dat het grootste deel van de import van de onderzochte producten afkomstig was uit landen die op het gebied van weerstand tegen de klimaatverandering en het verlies aan biodiversiteit een lage tot matige score haalden. Sommige voedselproducten toonden tegenover deze uitdagingen een bijzondere kwetsbaarheid.

De Europese Unie importeerde 90 procent van zijn maïs uit landen met een lage tot matige weerstand tegen de klimaatverandering en 67 procent uit landen met een lage tot matige weerstand tegen het verlies aan biodiversiteit. Voor cacao, een belangrijk ingrediënt in de chocolade-industrie dat niet in Europa zelf wordt verbouwd, liep de gevoeligheid voor de klimaatverandering en het verlies aan biodiversiteit verder op tot respectievelijk 96,5 procent en 77 procent.

De industrie worstelt al met stijgende suikerprijzen, die gedeeltelijk door extreme weersomstandigheden en een tekort aan cacao worden veroorzaakt. Het grootste deel van de ingevoerde cacao is afkomstig uit West-Afrikaanse landen die te kampen hebben met overlappende risico’s op het gebied van klimaatverandering en het verlies aan biodiversiteit.

Investeringen

Het rapport betoogde dat grote chocoladeproducenten zouden moeten investeren om de cacaoproducerende landen te helpen zich te beschermen tegen de klimaatverandering en het verlies aan biodiversiteit. “Dit is geen daad van altruïsme of duurzame financiering, maar eerder een essentiële risicovermindering voor toeleveringsketens”, waarschuwen de onderzoekers. “Door ervoor te zorgen dat de landbouwers in hun toeleveringsketen een eerlijke prijs voor hun producten krijgen, wordt het mogelijk om in de veerkracht van de lokale boerderijen te investeren.”

In een commentaar op het rapport gaf Paul Behrens, milieuonderzoeker aan de University of Oxford, aan dat de bevindingen een uiterst zorgwekkend beeld voor de voedselbestendigheid schetsen. “Beleidsmakers zien de Europese Unie graag als een voedselzeker gebied omdat de regio zelf een groot deel van haar voedsel produceert”, zei hij. “Maar dit rapport toont dat de Europese Unie in een aantal vitale ketens voor de voedselvoorziening kwetsbaar is voor de gevolgen van de klimaatverandering en het verlies aan biodiversiteit.

Het rapport concludeerde dat koffie, rijst en soja over het algemeen minder risico’s liepen, maar wees wel op enkele zorgwekkende hotspots. Daarbij wordt onder meer gewezen naar Oeganda, dat in 2023 een tiende van de koffie in de Europese Unie leverde, maar tegenover de klimaatverandering en het verlies aan biodiversiteit bijzonder gevoelig blijkt.

Joseph Nkandu, oprichter van de National Union of Coffee Agribusinesses and Farm Enterprises in Oeganda, pleitte voor meer toegang tot internationale klimaatfinanciering om boeren te helpen veerkrachtiger te worden om de klimaatverandering aan te pakken. “De weersomstandigheden in Oeganda zijn niet langer voorspelbaar”, voerde hij aan. “Hittegolven, langdurige droogteperiodes en onregelmatige regenval doen de Oegandese koffieplanten verwelken en schaden de productie.”

Posted in milieu, voeding & horeca | Reacties uitgeschakeld voor Europese chocoladecrisis wordt door klimaatverandering nog verergerd

Illegale handel wilde dieren in Noord-Korea bedreigt Aziatische biodiversiteit

Posted by managing21 on 12th mei 2025

De Noord-Koreaanse overheid houdt zich bezig met een onhoudbare en illegale handel in wilde dieren. Dat geldt ook voor soorten die door de eigen Noord-Koreaanse wetgeving zijn beschermd. Het fenomeen vormt een bedreiging voor het herstel van de biodiversiteit in de regio. Dat blijkt uit een studie onder leiding van wetenschappers aan het University College London (UCL).

“Noord-Korea heeft een regelgevend systeem van beschermde gebieden en soorten, maar geregeld moeten inbreuken worden vastgesteld van individuen die wilde dieren jagen en vangen voor persoonlijke consumptie of een verkoop op de zwarte markt aan afnemers uit eigen land of China”, werpen de onderzoekers op. Bovendien is de Noord-Koreaanse staat zelf betrokken bij de jacht op en de handel in bedreigde diersoorten die beschermd zijn door nationale of internationale wetgeving. Dat geldt onder meer voor de Aziatische zwarte beer, de langstaartgoral en de Euraziatische otter.”

De onderzoekers stellen dat de naleving door de Noord-Koreaanse overheid van de binnenlandse wetgeving inzake beschermde soorten een onmiddellijke prioriteit moet zijn. De wetenschappers roepen China, als een belangrijke afzetmarkt voor Noord-Koreaanse producten van wilde dieren, op om de binnenlandse vraag naar illegale wilde dieren te blijven beteugelen en diplomatieke druk uit te oefenen op zijn buurland om zich terug te trekken uit een illegale handel in wilde dieren die door de staat wordt getolereerd en gefaciliteerd.

Onderzoeksleider Joshua Elves-Powell, professor aardrijkskunde aan het University College London, merkt op dat de wijdverbreide jacht op wilde dieren in Noord-Korea, gedreven door de economische beperkingen van de Noord-Koreaanse staat en de tekorten aan voedsel, medicijnen en basisgoederen die veel burgers ervaren, een belangrijke bedreiging vormt voor de biodiversiteit van Noord-Korea en de wijdere regio.

“China is de belangrijkste internationale markt voor de Noord-Koreaanse handel in wilde dieren, met opvallende producten zoals wild vlees, bont en lichaamsdelen voor gebruik in traditionele geneeskunde”, beklemtoonde Elves-Powell. “Een deel van deze handel schendt de verplichtingen van China als partij de Convention on International Trade in Endangered Species (Cites) en lid van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Het land moet dan ook de resolutie die de export van voedsel uit Noord-Korea verbiedt, naleven.”

Noord-Koreaanse overlopers getuigden tegenover de onderzoekers dat de Noord-Koreaanse staat wilde dieren en hun lichaamsdelen ontvangt van lokale gemeenschappen en jagers die door de staat werden goedgekeurd. Uit het onderzoek bleek tevens dat hierbij sprake is van soorten die in Noord-Korea wettelijk zijn beschermd. Deze soorten worden in Noord-Korea gebruikt, onder meer als bont voor de productie van winterkleding, maar ze zouden ook als verhandelbare grondstof worden gebruikt. Dit is in lijn met Noord-Korea’s gebruik van natuurlijke hulpbronnen zoals hout en steenkool, maar ook met de illegale handel in wapens en verdovende middelen, om inkomsten te genereren.

De studie vermeldt verder dat de Noord-Koreaanse staat wildboerderijen exploiteert, waar onder meer dieren zoals otters, fazanten, herten en Aziatische zwarte beren worden gehouden. Noord-Korea zou in de 20ste eeuw voor het eerst beren voor hun gal hebben gefokt, voordat deze praktijk zich verspreidde naar China en Zuid-Korea. Berengal in verschillende traditionele Aziatische geneeswijzen, waaronder de traditionele Koreaanse en traditionele Chinese geneeskunde, wordt gebruikt.

De productie van berengal wordt door natuurbeschermers en activisten voor dierenwelzijn breed veroordeeld. De praktijk zou de vraag naar bedreigde diersoorten immers in stand houden en het onnodig lijden van landbouwhuisdieren veroorzaken. Bovendien identificeert het rapport economische problemen als een belangrijke drijfveer voor de zwarte handel in wilde dieren in Noord-Korea. Een breed scala aan dieren wordt naar verluidt gejaagd en gevangen voor vlees, voor het gebruik in traditionele geneeskunde, ter bescherming van gewassen of vee of voor een verkoop op de zwarte markt.

Informele economie

Toen de Noord-Koreaanse economie in de jaren negentig instortte, voorafgaand aan een grote hongersnood die naar verluidt tussen de zeshonderdduizend en een miljoen mensenlevens kostte, groeide de informele economie van het land snel, doordat gewone burgers zich richtten op de koop en verkoop van goederen, waaronder wilde dieren, om in essentiële voedselbronnen te voorzien en inkomsten te genereren. Hoewel de economische omstandigheden in Noord-Korea sindsdien zijn verbeterd, vonden de onderzoekers geen bewijs dat de zwarte markt voor wilde dieren is gestopt.

“Een jager kan tegelijkertijd leveren aan de overheid en activiteiten op de zwarte markt onderhouden”, betoogde Elves-Powell. “De huid van een dier zoals een rode vos kan bijvoorbeeld aan de staat worden overgedragen, maar kan ook aan Noord-Koreaanse tussenpersonen worden verkocht om over de grens tussen Noord-Korea en China te smokkelen. De jager kan het vlees van het dier – een waardevolle voedselbron – voor zijn gezin houden of proberen zijn voorraad op de lokale markt te verkopen.”

“De grootschalige jacht op wilde dieren in Noord-Korea heeft ernstige gevolgen voor de wildpopulaties van het land”, beklemtonen de onderzoekers. “Er zijn aanwijzingen dat bijna op alle inheemse zoogdiersoorten groter dan een halve kilogram op de een of andere manier wordt gejaagd.”

Onder meer de inheemse sabelmarter was bij Noord-Koreaanse jagers bijzonder gewild vanwege zijn vacht, maar is nu waarschijnlijk praktisch uitgestorven. Er zijn soortgelijke bekommernissen over de Amoertijgers en Amoerluipaarden, terwijl ook de hertenpopulaties vermoedelijk ernstig zijn afgenomen als gevolg van overbejaging. “Indien de exploitatie in Noord-Korea een risico blijft vormen voor de populaties wilde dieren, kan het herstel van de biodiversiteit in de hele regio in gevaar worden gebracht”, beklemtonen de wetenschappers.

“De voorbije jaren hebben de populaties Amoertijgers langs de grens van Noord-Korea met China tekenen van herstel gegeven, maar ze zullen waarschijnlijk het doelwit worden van jagers als ze Noord-Korea binnenkomen”, waarschuwen de onderzoekers. “Noord-Korea zou ook een barrière kunnen vormen voor de migraties van inheemse landdieren tussen het Koreaanse schiereiland en het Aziatische vasteland.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in milieu | Reacties uitgeschakeld voor Illegale handel wilde dieren in Noord-Korea bedreigt Aziatische biodiversiteit

Vorig jaar wereldwijd bijna 600 gigawatt zonnekracht geïnstalleerd

Posted by managing21 on 9th mei 2025

Het voorbije jaar werd wereldwijd 597 gigawatt aan zonnekracht geïnstalleerd. Dat betekent een nieuw record. Tegenover het jaar voordien was er daarbij sprake van een stijging met 33 procent. Tegen het einde van dit decennium zou jaarlijks een volume van 1 terawattuur kunnen worden geïnstalleerd. Dat blijkt uit een rapport van de sectororganisatie SolarPower Europe.

Eind vorig jaar liet zonnekracht een nieuwe mijlpaal optekenen. Er kon immers worden gemeld dat er op dat ogenblik wereldwijd in totaal al 2 terawatt zonnecentrales operationeel waren. Tegen 2030 zouden de jaarlijkse installaties tot een volume van 1 terawattuur kunnen oplopen.

In een reactie op de cijfers stelde Walburga Hemetsberger, chief executive van SolarPower Europe, dat het zonnetijdperk echt is aangebroken. “Hoewel de acceptatie van zonnekracht per regio wereldwijd verschilt, profiteert de sector van de behoefte aan flexibele, geëlektrificeerde energiesystemen die door cruciale technologieën, zoals batterijopslag, worden ondersteund”, betoogde Hemetsberger. “Besluitvormers wereldwijd moeten ervoor zorgen dat hun flexibiliteitsplannen aansluiten op de realiteit van zonnekracht en de mogelijkheden van de sector maximaliseren.”

Hoewel zonnekracht wereldwijd blijft groeien, moet volgens SolarPower Europe worden vastgesteld dat de distributie van de energiebron sterk geconcentreerd en ongelijk blijft. China installeerde het voorbije jaar 329 gigawatt aan zonnecentrales. Daarmee vertegenwoordigde het Aziatische land 55 procent van de wereldwijde installaties. “Dit jaar wordt de Chinese markt voor zonnekracht echter herschikt”, voert SolarPower Europe aan. “Hierdoor zal in 2026 met een tijdelijke daling van de wereldwijde installaties rekening moeten worden gehouden.”

India

Opmerkelijk is volgens SolarPower Europe de evolutie van de zonnekracht in India. Daar werd het voorbije jaar 30,7 gigawatt aan nieuwe zonnecentrales geïnstalleerd. “Dat vertegenwoordigde een stijging met 145 procent tegenover het jaar voordien. “India hanteert rond zonnekracht een strategie die het land positioneert als een belangrijke kracht in de energietransitie”, werpt SolarPower Europe op. “Ook de volgende jaren mag in India een sterke groei van de zonnekracht worden verwacht.” Tegen 2030 wil India voor 500 gigawatt aan hernieuwbare energie-installaties hebben. Daarvoor wil het land de volgende vijf jaar nog eens 200 gigawatt aan zonnekracht installeren.

Andere regio’s leveren een gestage, zij het minder significante groei. In Noord-Amerika en Zuid-Amerika werd een groei met 40 procent opgetekend. Ook in Europa werd een toename met 15 procent genoteerd. In het Midden-Oosten en Afrika was er daarentegen sprake van een stagnatie. Er werden in deze regio’s het voorbije jaar minder installaties geregistreerd dan het jaar voordien.

“Het behalen van de wereldwijde doelstelling om de capaciteit voor hernieuwbare energie tegen het einde van het decennium te verdrievoudigen, is mogelijk met zonnekracht”, benadrukte Sonia Dunlop, algemeen directeur van de Global Solar Council. “We hebben tot 2030 jaarlijks 1 Terawatt aan zonne-energie nodig. Er kan echter worden vastgesteld dat zonnekracht in steeds meer landen in opkomst is.”

“Er moet nu actie worden ondernomen om zich optimaal op de toekomst voor te bereiden”, gaf Dunlop nog aan. “Daarvoor moet er gewerkt worden aan intelligentere netwerken, een snellere regeling voor vergunningen, grotere investeringen in opkomende markten en een uitgebreide recrutering.”

Eind vorig jaar vertegenwoordigde zonnekracht met een totaal gïnstalleerd vermogen van 2,2 terewattuur 46 procent van de wereldwijde capaciteit voor hernieuwbare energie.

Meer over dit onderwerp:

Posted in energie, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Vorig jaar wereldwijd bijna 600 gigawatt zonnekracht geïnstalleerd