managing21.be

Managing21: een blik op het heden en de toekomst van de economie.

Airbnb registreert sterke groei in Latijns-Amerika en Asia-Pacific

Posted by managing21 on november 7th, 2025

De activiteit van het Amerikaanse bedrijf Airbnb, verhuurder van vakantieverblijven, heeft tijdens het derde kwartaal van dit jaar een aanzienlijke groei gekend. Het bedrijf voegt eraan toe ook een sterk vierde kwartaal te verwachten. Klanten boeken hun reizen immers steeds vroeger. Dat vormt een sterk contrast met de eerste maanden van dit jaar, toen velen wachtten met het plannen van hun reis vanwege de economische onzekerheid. De groei tijdens het derde kwartaal werd vooral gestuwd door een toenemende vraag in markten zoals Latijns-Amerika en Asia-Pacific.

Airbnb heeft zijn platform de voorbije jaren aangepast aan regionale markten, onder meer door nieuwe betaalopties toe te voegen en lokale marketingcampagnes te lanceren. Volgens Airbnb groeiden de boekingen in uitbreidingsmarkten het voorbije jaar twee keer sneller dan in de kernmarkten van de Verenigde Staten, Australië, Canada, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk.

Airbnb boekte tijdens het derde kwartaal van dit jaar een omzet van 4,1 miljard dollar. Dat betekende een stijging met 9,7 procent tegenover dezelfde periode vorig jaar. Het totale boekingsvolume nam met ongeveer 14 procent toe tot 22,9 miljard dollar. De nettowinst bleef ongeveer status-quo op 1,37 miljard dollar. De winst leed onder een hogere fiscale last, die samenhangt met een nieuwe Amerikaanse wetgeving, waardoor Airbnb geen gebruik meer kon maken van een belastingvoordeel dat bedrijven eerder mochten inzetten om hun totale belastingdruk te verlagen. Hierdoor moest Airbnb een bedrag van 213 miljoen dollar afschrijven.

Het bedrijf noteerde de snelste groei in Latijns-Amerika. Daar werd Airbnb geholpen door de introductie van een renteloze betalingsregeling in Brazilië. Ook in Azië liet Airbnb sterke cijfers optekenen. Het aantal binnenlandse boekingen in Japan steeg daarbij met 27 procent, terwijl het aantal nieuwe gebruikers in India met 50 procent toenam.

In Noord-Amerika groeide het aantal overnachtingen met een enkelcijferig percentage. Dat is iets sneller dan in het voorgaande kwartaal. Dat werd mede toegeschreven aan de lancering in de Verenigde Staten van de optie waarbij gebruikers de mogelijkheid kregen om de betaling van hun reservaties tot een latere datum uit te stellen. Die mogelijkheid zou reizigers aanzetten om eerder te boeken. De Amerikaanse markt blijft volgens Airbnb echter wel onder druk staan door de aanhoudende inflatie en de onzekerheid over de economie, wat consumenten ertoe brengt hun reisuitgaven te beperken.

Airbnb maakte niet bekend hoeveel boekingen afkomstig waren uit de recent geïntroduceerde dienstenaanbod, waarin klanten extra activiteiten – zoals catering, fotosessies en spabehandelingen –  kunnen boeken. Volgens Brian Chesky, topman van Airbnb, kan het drie tot vijf jaar duren voordat ervaringen en diensten een wezenlijke bijdrage leveren aan het bedrijfsresultaat. Voor het vierde kwartaal van dit jaar verwacht Airbnb een omzet tussen 2,66 miljard dollar en 2,72 miljard dollar.

Posted in toerisme | Reacties uitgeschakeld voor Airbnb registreert sterke groei in Latijns-Amerika en Asia-Pacific

Rijkste landen niet noodzakelijk het meest gezond

Posted by managing21 on november 7th, 2025

De rijkste landen ter wereld blijken niet noodzakelijk ook de gezondste naties te zijn. Dat blijkt uit nieuw internationaal onderzoek van de University of Surrey, waarin achtendertig lidstaten van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) worden vergeleken op de vooruitgang die ze boeken op het gebied van mondiale gezondheidsdoelen.

De studie toont dat enkele van de meest welvarende landen in de wereld – waaronder de Verenigde Staten en Canada – bij de realisatie van de duurzame ontwikkeling op het gebied van gezondheid – het waarborgen van een gezond leven en het bevorderen van welzijn voor iedereen – achterblijven bij kleinere economieën. Naties zoals IJsland, Japan en Noorwegen voeren de ranglijst aan, gesteund door sterke zorgsystemen en een gelijke toegang tot medische zorg.

De wetenschappers onderzochten hoe efficiënt elk land zijn gezondheidsinvesteringen omzet in resultaten zoals levensverwachting, ziektepreventie en zorgtoegankelijkheid. De uitkomsten tonen aan dat landen met goed geïntegreerde publieke gezondheidsstelsels en een sterke nadruk op preventie betere resultaten behalen per uitgegeven euro dan naties die vooral op particuliere zorg vertrouwen.

“Geld is niet alles als het gaat om nationale gezondheid,” zegt onderzoeksleider Ali Emrouznejad, professor business analytics aan de University of Surrey. “Cruciaal is daarentegen in welke mate landen hun middelen efficiënt inzetten. Staten die preventie, universele toegang en sociale gelijkheid vooropstellen, presteren doorgaans beter dan rijkere economieën die meer nadruk leggen op uitgaven dan op strategie.” Landen met sterke milieugerichte gezondheidsbeleid bleken doorgaans hogere algehele gezondheidsscores te behalen.

De bevindingen benadrukken het belang van efficiënte en rechtvaardige zorgsystemen die klimaatbestendigheid integreren in hun beleid en uitvoering. “Beleidsmakers zouden prioriteit moeten geven aan preventie, duurzaamheid en gelijke toegang, in plaats van simpelweg de zorgbudgetten te verhogen,” beklemtoont Emrouznejad. “Ons model toont welke landen het meeste halen uit hun beschikbare middelen en biedt een praktisch kompas voor regeringen die streven naar duurzame, goed presterende gezondheidsstelsels zonder verspilling van middelen.”

Posted in gezondheid | Reacties uitgeschakeld voor Rijkste landen niet noodzakelijk het meest gezond

BMW maakt einde aan periode van dalende verkopen

Posted by managing21 on november 6th, 2025

De Duitse autofabrikant BMW heeft tijdens het derde kwartaal van dit jaar zijn winstmarge verhoogd. Die verbetering werd in de hand gewerkt door het feit dat bij de constructeur de uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling voor een nieuwe reeks volledig elektrische modellen voorbij is. Met deze reeks hoopt het Duitse concern de groei te kunnen stimuleren in een markt die wordt gekenmerkt door felle concurrentie in China.

De resultaten vormden een positief punt in een verder lastig kwartaal voor de Europese autofabrikanten, die worden geconfronteerd met hoge Amerikaanse invoerheffingen, goedkope Chinese concurrentie en een dreigend tekort aan halfgeleiders dat voor extra onzekerheid zorgt.

BMW boekte tijdens het derde kwartaal van dit jaar een winst van 2,3 miljard euro. De omzet bedroeg 32,3 miljard euro. Het bedrijf kon daarbij zijn operationele winstmarge van 2,3 procent tot 5,2 procent opvoeren. De marges van vorig jaar werden onderdrukt omdat remproblemen de verkopen drukten. “We hebben tijdens het derde kwartaal opnieuw bewezen dat ons bedrijfsmodel robuust en veerkrachtig is,” zei Oliver Zipse, chief executive van de BMW Group.

Na vorige maand de jaarprognose te hebben verlaagd wegens de kosten van invoerheffingen en trage groei in China, houdt BMW voor het hele jaar vast aan een winstmarge tussen 5 procent en 6 procent. Vorig jaar werd een marge van 6,3 procent gerealiseerd. De autofabrikant verwacht dat het eerste model uit de volledig elektrische serie Neue Klasse de groei vanaf volgend jaar zal stimuleren. 

Het bedrijf gaf aan inmiddels de overgang te hebben voltooid van de recordinvesteringen in zijn elektrische modellen vorig jaar. “Wij plukken nu de vruchten van onze vroege investeringen in de toekomst”, stipte Walter Mertl, financieel directeur van BMW, aan. “De piek aan die investeringen ligt inmiddels achter ons. Tijdens het vierde kwartaal kunnen verdere kostenbesparingen worden verwacht.” In Europa lopen de bestellingen voor de iX3, het eerste model uit de nieuwe reeks, volgens Zipse tot ver in het volgende jaar door.

Volgens BMW verlaagden de invoerheffingen de winstmarge van de autosector tijdens het derde kwartaal van dit jaar met ongeveer 1,75 procentpunt. Als een van de grootste auto-exporteurs vanuit de Verenigde Staten – dankzij de fabriek in Spartanburg (South Carolina) – is BMW beter gepositioneerd in de handelsspanningen met de Verenigde Staten dan merken zonder een Amerikaanse productie, zoals Audi en Porsche. Tegelijkertijd krijgt het concern te maken met Europese invoerheffingen op elektrische Mini’s die in China wordt geproduceerd.

Toenemende verkopen

BMW heeft tijdens het voorbije kwartaal een langdurige daling in de autoverkopen weten om te buigen. De Duitse autofabrikant leverde daarbij wereldwijd 588.300 voertuigen af. Dat betekende een stijging met 8,8 procent tegenover dezelfde periode vorig jaar. De verkoop van het kernmerk BMW nam met 5,7 procent toe tot 514.620 auto’s. Bij dochterbedrijf Mini werd een stijging met 37,5 procent tot 72.376 exemplaren opgetekend. Bij Rolls-Royce, de luxedochter van het Duitse concern, was er sprake van een toename met 13 procent tot 1.304 eenheden.

De sterke groei komt deels door een lage vergelijkingsbasis. Tijdens het derde kwartaal van vorig jaar moest BMW de leveringen immers tijdelijk stilleggen vanwege problemen met remonderdelen van toeleverancier Continental. Twee jaar geleden verkocht het concern in dezelfde periode 621.700 voertuigen. Dat is aanzienlijk meer dan dit jaar.

Over de eerste negen maanden van dit jaar ligt de verkoop 2,4 procent hoger dan een jaar eerder. “We zijn vooral tevreden over de sterke groei in Europa en de Amerika’s, evenals over het succes van het merk Mini,” zei Jochen Goller, verkoopdirecteur bij de BMW Group. In de Verenigde Staten leverde het concern 104.163 voertuigen af. Dat vertegenwoordigde een stijging van 25 procent tegenover het derde kwartaal van vorig jaar, ondanks de hogere invoerheffingen in de Verenigde Staten die door de regering van de Amerikaanse president Donald Trump werden ingevoerd.

In Europa steeg de verkoop met 9,3 procent tot 239.620 auto’s, terwijl in Duitsland een toename van 12,3 procent werd genoteerd tot 72.939 voertuigen. In China blijft de situatie echter uitdagend. De verkoop op de Chinese markt daalde tijdens het derde kwartaal met 0,4 procent tot 147.121 voertuigen, nadat ook tijdens het derde kwartaal van vorig jaar al een terugval met bijna 30 procent tegenover dezelfde periode het jaar voordien moest worden gemeld.

Chinese concurrentiedruk

China vormt een aanzienlijke concurrentie voor de Duitse autofabrikanten. Dat heeft Hans-Peter Kemser, directeur van BMW Hongarije, gezegd ter gelegenheid van de opening van de nieuwe fabriek van BMW in Debrecen (Hongarije). Onder premier Viktor Orbán is Hongarije uitgegroeid tot een belangrijke economische partner van China. Hongarije gaat daarmee in tegen de houding van andere landen uit de Europese Unie, die hun afhankelijkheid van de Chinese economie proberen te verminderen.

BMW start eind oktober met de serieproductie van het elektrische model iX3 in Debrecen. Daarmee wordt BMW na Audi en Mercedes-Benz de derde grote Duitse fabrikant met een Hongaarse productie in het land. “We kunnen allemaal beamen dat China een bijzonder grote uitdaging vormt’, merkte Hans-Peter Kemser op. “We moeten ook erkennen dat Chinese fabrikanten naar Europa komen. Dat is een feit.”

De Chinese producent Byd is van plan eind dit jaar de productie te starten in een nieuwe fabriek voor elektrische voertuigen in Zuid-Hongarije. Daarnaast investeert het Chinese concern 94 miljoen dollar om de productie van elektrische bussen in het land te verdrievoudigen.

Volgens Michael Breme, directeur van Audi Hongarije, hebben westerse fabrikanten marktaandeel verloren in China, waar lokale merken inmiddels tweederde van de markt in handen hebben. “De Chinese markt is simpelweg te belangrijk om op te geven,” zei hij. “We moeten nieuwe strategieën ontwikkelen voor de lokale markten.” Ook Mercedes-Benz wil zijn marktaandeel in China behouden, aldus Zoltan Guth, hoofd externe betrekkingen bij Mercedes-Benz Hungary. Het merk wil die ambities realiseren met nieuwe of vernieuwde modellen die in de volgende jaren op de markt komen.

Meer over dit onderwerp:

Posted in automotive | Reacties uitgeschakeld voor BMW maakt einde aan periode van dalende verkopen

Europese Commissie wil grensoverschrijdende treinreizen drastisch inkorten

Posted by managing21 on november 5th, 2025

De Europese Commissie heeft een investeringsplan van 345 miljard euro gepresenteerd om de reistijd tussen Europese steden per trein met maximaal acht uur te verkorten. Het initiatief moet ervoor zorgen dat het treinvervoer binnen tien jaar een aantrekkelijk alternatief wordt voor vliegreizen binnen de Europese Unie. Het plan voorziet erin dat grote Europese steden uiterlijk in 2040 verbonden zijn door een netwerk met hogesnelheidstreinen die minstens 200 kilometer per uur rijden.

De Europese Commissie had al in 2020 als doel gesteld om het hogesnelheidsverkeer tegen eind dit decennium te verdubbelen tegen de capaciteit die in 2015 kon worden aangeboden, maar de vooruitgang blijft achter. In 2023 bleek slechts een groei met 17 procent te zijn gerealiseerd, waarbij de meeste lijnen bovendien geconcentreerd waren in de grootste lidstaten van de Europese Unie.

“Als we mensen een snelle en veilige manier bieden om te reizen, zullen burgers zonder twijfel voor de trein kiezen,” verklaarde Apostolos Tzitzikostas, Europees commissaris voor transport. “Centraal-Europa en Oost-Europa blijven echter slecht verbonden. Door een blijvende versnippering en belemmeringen is een echt geïntegreerd Europees hogesnelheidsnetwerk nog ver weg.”

Ook de spoorbedrijven zelf vormen een obstakel. Zij bemoeilijken immers pogingen van de Europese Commissie om reizigers via één aanbieder tickets voor verschillende treinmaatschappijen te laten kopen. De Europese Commissie kondigde daarom aan in 2026 wetgeving voor te stellen die de vervoerders verplicht gegevens te delen, zodat passagiers voor reizen door meerdere lidstaten één gecombineerd ticket kunnen aanschaffen.

De Community of European Railway and Infrastructure Companies (CER), die de bedrijven uit de spoorsector vertegenwoordigt, reageerde positief op de aankondiging en stelde dat het plan een revolutie kan betekenen voor de manier waarop afstanden in Europa worden ervaren.

Om de doelstellingen te bereiken, is er volgens de Europese Commissie nood aan 345 miljard euro investeringen. “Dat geld moet komen uit een meer strategische inzet van fondsen van de Europese Unie, nationale financiering – onder meer via het emissiehandelssysteem – en private investeringen”, voert de Europese Commissie aan. “Voorgesteld wordt om het budget voor de Europese vervoersinfrastructuur in de volgende zevenjarige begroting, die in 2028 ingaat, tot 51,5 miljard euro te verdubbelen, op voorwaarde dat de lidstaten en het Europees Parlement met het plan instemmen.”

Voor een netwerk waarin treinen snelheden tot minstens 250 kilometer zouden kunnen halen, zou de totale investering volgens de Europese Commissie oplopen tot 546 miljard euro. Het Chinese netwerk van hogesnelheidstreinen is ontworpen voor snelheden die ruim 100 kilometer per uur hoger liggen.

Raffaele Fitto, vicevoorzitter van de Europese Commissie, benadrukte dat de spoorsector een strategische industrie blijft waarin Europa wereldwijd nog steeds een leidende positie heeft. “Onze mondiale concurrenten verbeteren snel en we kunnen ons niet veroorloven nog een strategische sector aan Azië te verliezen,” zei hij.

Niet iedereen is echter overtuigd. Spoorexpert Jon Worth noemde het voorstel geen plan, maar een verlanglijstje. Volgens hem bevat het plan ambitieuze doelstellingen die voor 2035 en 2040 naar voor worden geschoven. “Dat is ver genoeg in de toekomst om te voorkomen dat er nu concrete maatregelen worden geëist”, benadrukte hij. “Het document spreekt wel over infrastructuurfinanciering en extra materieel, maar zonder uit te leggen hoe dat gerealiseerd moet worden. Het geheel leest als een geruststellende deken voor de spoorindustrie.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in Mobility | Reacties uitgeschakeld voor Europese Commissie wil grensoverschrijdende treinreizen drastisch inkorten

Kernafval kan revolutie in duurzame energie aandrijven

Posted by managing21 on november 5th, 2025

Kernafval, dat door zijn langdurige radioactiviteit – die duizenden jaren kan aanhouden – een groot milieuprobleem vormt, kan echter ook een duurzame route bieden voor een langdurige waterstofproductie. Dat blijkt uit een onderzoek van wetenschappers aan de University of Sharjah in de Verenigde Arabische Emiraten. Waterstof wordt momenteel beschouwd als een veelbelovende drager van duurzame energie en wetenschappers zoeken actief naar nieuwe methoden om het product aan te maken.

Wereldwijd neemt de hoeveelheid kernafval toe. Rekening houdend met verschillende niveaus van radioactiviteit, wordt geschat dat er momenteel meer dan 4 miljoen kubieke meter kernafval is opgeslagen. “Het benutten van kernafval is een nieuwe methode voor de productie van waterstof, waardoor een hardnekkig milieuprobleem in een nuttige hulpbron wordt omgezet,” stellen de onderzoekers. “Waterstof is uitgegroeid tot een veelbelovende energiedrager nu wereldwijd de behoefte aan duurzame en schone energiebronnen toeneemt.”

Het optimisme van de wetenschappers over de omzetting van kernafval in waterstof is gebaseerd op een uitgebreide analyse van bestaande innovatieve technologieën die radioactiviteit gebruiken om watermoleculen te splitsen in waterstof en zuurstof, zonder dat daarbij koolstofdioxide vrijkomt.

Volgens het onderzoek kan kernafval de waterstofproductie aanzienlijk verbeteren door een aantal geavanceerde methoden, waaronder een katalysator-versterkte elektrolyse, methaanreforming en thermochemische cycli. Andere veelbelovende technieken omvatten stralingsversterkte elektrolysecellen, het gebruik van radioactief afval als warmtebron voor elektrolysecellen, radiolyse en vloeibare plasmafotokatalyse. 

Volgens de auteurs behoort stralingsversterkte elektrolyse tot de meest veelbelovende technologieën. Deze nieuwe methode kan de waterstofopbrengst tot tien keer verhogen ten opzichte van traditionele elektrolyse en biedt volgens de onderzoekers een snellere en efficiëntere route naar waterstofproductie uit kernafval.

Uraniumgebaseerde katalyse is volgens de onderzoekers een kostenefficiënte, zowel wat betreft materiaalbeschikbaarheid als totale kosten, oplossing. “Het gebruik van uraniumgebaseerde katalysatoren vermindert de noodzaak om zeldzame en dure metalen aan te wenden”, werpen zij op. “Hoge kosten en schaarste kunnen de urgentie vergroten om goedkopere alternatieven te ontwikkelen.” Bij uraniumgebaseerde katalyse fungeren uraniumverbindingen als katalysatoren – stoffen die chemische reacties versnellen – om waterstof uit water te produceren. Deze benadering wint aan belangstelling in wetenschappelijke kringen.

Beperkingen en uitdagingen

De onderzoekers bevelen ook twee aanvullende technologieën aan voor waterstofproductie. In eerste instantie wordt daarbij gewezen op methaanreforming met uraniumkatalysatoren, wat de ophoping van koolstof vermindert en de waterstofopbrengst verhoogt. Daarnaast wordt ook gewag gemaakt van vloeistoffase-plasmafotokatalyse, een methode die de productie van waterstof uit radioactief afvalwater verbetert.

De wetenschappers erkennen dat de betrokken technologieën met een aantal beperkingen en uitdagingen kunnen worden geconfronteerd. Daarbij wordt onder meer gewezen naar het risico op syngasverontreiniging, chemische veranderingen in de katalysator en een strenge regelgeving die de onderzoeksvoortgang belemmert. Toch benadrukken de onderzoekers de voordelen van de voorgestelde methoden. “De toepassingen verlagen de hoeveelheid radioactief afval, verminderen de behoefte aan een langdurige opslag van nucleair materiaal en bieden een stabiele aanvoer van waterstof”, zeggen ze.

De studie wijst ook op blijvende hiaten aan het licht in het onderzoek naar waterstofproductie uit kernafval. “Deze lacunes moeten in toekomstig onderzoek worden aangepakt”, werpen ze op. “Onderzoek op dit gebied blijft beperkt en versnipperd, wat de noodzaak van verdere studie onderstreept. Daarnaast vormt ook het strenge regelgevingskader rond de toegang tot radioactief materiaal en afval een belangrijke belemmering voor wetenschappers die technologieën ontwikkelen om kernafval in waterstof om te zetten. Hoewel regelgeving essentieel is, belemmeren strikte regels de innovatie.”

De auteurs roepen op tot een samenwerking tussen de verschillende sectoren. “Om technische, regelgevende en financiële obstakels in de toekomst te overwinnen, zal het cruciaal zijn om de samenwerking tussen onderzoeksinstellingen, beleidsmakers en industriële belanghebbenden te bevorderen”, voeren zij aan.

Meer over dit onderwerp:

Posted in energie, grondstoffen, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Kernafval kan revolutie in duurzame energie aandrijven

Rijke vrouwen besteden meer aan kunst uit dan hun mannelijke tegenhangers

Posted by managing21 on november 5th, 2025

Rijke vrouwen gaven vorig jaar gemiddeld 46 procent meer uit aan kunst dan hun mannelijke tegenhangers. Dat blijkt uit een rapport van Art Basel en de USB Group bij 3.100 vermogende kunstkopers in de hele wereld. Volgens de studie beheren vrouwen inmiddels meer dan een derde van het wereldwijde vermogen. Dat aandeel kent bovendien een snelle groei. Vooral Millennials en vrouwen uit de Generation Z blijken bepalend. Kunstkopers uit deze groepen gaven vorig jaar gemiddeld respectievelijk 643.700 dollar en 537.400 dollar uit aan kunst. In China en Japan liggen deze bedragen nog aanzienlijk hoger.

“De studie toont dat vrouwen niet alleen meer aan kunst besteden dan mannen, maar ook vaker werk van onbekende kunstenaars kopen”, benadrukt onderzoeker Clare McAndrew, analiste bij het bureau Arts Economics

De huidige kunstmarkt met gevestigde, dure en internationaal erkende kunstenaars wordt nog grotendeels gedomineerd door mannelijke verzamelaars uit de generatie van babyboomers en oudere liefhebbers. Door het gedrag van Millennials en Generation Z te analyseren, hopen veilinghuizen, galeries en beurzen te voorspellen welke werken de volgende generatie verzamelaars zal willen kopen. Geraamd wordt dat vrouwen wereldwijd verantwoordelijk zijn voor 32 biljoen dollar aan uitgaven. Over vijf jaar zouden vrouwen 75 procent van de discretionaire bestedingen controleren.

Ondanks geopolitieke en economische onzekerheid, handelsbeperkingen en hogere invoertarieven, bleven vermogende verzamelaars het voorbije jaar actief investeren in kunst, antiek en verzamelobjecten. Gemiddeld besteden leden uit deze bevolkingsgroep inmiddels 20 procent van hun vermogen aan kunstcollecties, tegenover 15 procent vorig jaar. Bij ultra-vermogenden met meer dan 50 miljoen dollar aan activa loopt dat cijfer zelfs op tot 28 procent. 

De gemiddelde uitgave bedroeg 438.990 dollar, verspreid over veertien werken. De babyboomers vormden weliswaar de kleinste groep, maar bleken met een gemiddeld bedrag van bijna 993.000 dollar per persoon de grootste kunstkopers te zijn, gevolgd door millennials met 523.000 dollar. Generation Z gaf daarentegen een groter percentage van zijn vermogen aan kunst uit (26 procent). In die groep zei 90 procent geërfde kunstwerken te willen behouden. Over de totale groep respondenten wilde 80 procent zijn collecties nalaten aan zijn kinderen nalaten.

Veranderende smaken

Het rapport toont dat babyboomers vooral schilderijen kopen, terwijl Millennials en Generation Z een bredere smaak hebben. Millennials besteedden het meest aan decoratieve kunst, design en juwelen. Generation Z gaf gemiddeld het meest uit in categorieën zoals handtassen – gelijk aan de babyboomers – klassieke auto’s, boten, privéjets en sneakers. Gemiddeld werd 19.440 dollar besteed aan tweedehands schoenen.

Ondanks de instorting van de nft-markt blijft digitale kunst populair. Er werd immers vastgesteld dat 23 procent van de vermogende burgers van plan is om digitale kunst te kopen, tegenover 19 procent vorig jaar. Bij Generation Z ligt dat cijfer op 26 procent. Toch blijven schilderijen het populairst. Het onderzoek gaf aan dat 48 procent van de respondenten het volgende jaar een schilderij wil kopen, gevolgd door sculpturen (37 procent). Naast de babyboomers toont Generation Z de grootste kooplust, want in die categorie zegt 40 procent van plan te zijn een sculptuur te kopen. Daarmee realiseert Generation Z een hogere score dan Generation X of de millennials.

Deze voorkeuren voor schilderijen en sculpturen blijft ook overeind wanneer naar het geslacht van de kopers wordt gekeken. Bij de vrouwelijke respondenten zegt 41 procent van plan te zijn om schilderijen te kopen, terwijl 22 procent de aankoop van een sculptuur in gedachten heeft. Bij mannen lopen die cijfers op tot respectievelijk 54 procent en 40 procent. Vrouwen toonden meer interesse in fotografie, installaties, textielkunst en digitale kunst dan hun mannelijke tegenhangers. Opmerkelijk genoeg bestaat 15 procent van de collecties van vermogende vrouwen uit digitale kunst, tegenover slechts 11 procent bij mannen.

In 2024 gaven vermogende vrouwen 46 procent meer uit aan kunst dan mannen. Dat geldt vooral bij de millennials en Generation Z. Bij de millennials besteden vrouwen gemiddeld 643.700 dollar per jaar, terwijl seksegenotes uit de Generation Z aan een besteding van 537.000 dollar komen. Dat is telkens meer dan het dubbele van hun mannelijke leeftijdsgenoten. In China besteedden millennial vrouwen zelfs gemiddeld 3,9 miljoen dollar aan kunst. In Japan wordt daarbij gewag gemaakt van een bedrag van ruim 1 miljoen dollar..

“Vrouwen worden een bijzonder invloedrijke demografische groep,” zegt McAndrew. “China is altijd een opvallende markt, maar wanneer een trend zich jaar na jaar herhaalt, is er duidelijk sprake van een evolutie. Er kunnen daarbij enkele uitzonderlijke hoge uitgaven – vooral onder vrouwen in China, Japan en Brazilië – worden geregistreerd.”

Eerdere rapporten vonden geen verband tussen het geslacht van verzamelaars en de voorkeur voor vrouwelijke kunstenaars. In dit rapport wordt die koppeling wel gemaakt. Gemiddeld bestaat 49 procent van de collecties van vrouwen uit werk van vrouwelijke kunstenaars, tegenover 40 procent bij mannen. In Japan en de Verenigde Staten loopt dat aandeel verder op tot respectievelijk 54 procent en 55 procent.

Risicogedrag

In tegenstelling tot het stereotype dat vrouwen minder risicobereid zouden zijn, blijkt uit het rapport dat zij juist vaker werken van onbekende kunstenaars kopen. In 2025 zei 55 procent van de vrouwen regelmatig werk van onbekende kunstenaars te kopen, tegenover 44 procent van de mannen. Nochtans noemt 52 procent van alle respondenten zulke aankopen als risicovol beschouwt.

Studies tonen dat vrouwen vaak als meer risicomijdend worden gezien, maar dat komt deels door de gevolgen die zij ervaren wanneer iets mislukt, verduidelijkt McAndrew. “Verzamelaars – ongeacht het gender – blijken meer risico’s te mijden bij kunst dan bij financiële beleggingen. Als iemand een mislukt kunstwerk koopt, is dat sociaal gênant. Dat verklaart wellicht waarom veel kopers zich beperken tot bekende namen.”

De meerderheid van de aankopen vond plaats bij galerieën en handelaren (83 procent). Aankopen op veilingen kenden echter een sterke daling. In 2023 werd daar nog een niveau van 74 procent opgetekend, maar dit is dit jaar naar 49 procent teruggezakt. Jongere verzamelaars maken minder gebruik van traditionele platforms en kopen liever rechtstreeks van kunstenaars.

Het onderzoek toonde dat 63 procent van de vermogenden dit jaar direct bij een kunstenaar aankochten. Dat betekent een sterke stijging tegenover een cijfer van 27 procent dat in 2023 werd opgetekend. De meeste aankopen gebeurden in kunstenaarsateliers (43 procent), gevolgd door opdrachten (37 procent) en aankopen via Instagram (35 procent). “Verkoop direct van kunstenaars vertegenwoordigt inmiddels ongeveer 20 procent van de totale uitgaven,” zegt McAndrew. “Dat is een aanzienlijk volume en wijst op een groeiende voorkeur onder verzamelaars om rechtstreeks bij kunstenaars te kopen.”

McAndrew ziet in de conclusies tekenen van een stabilisatie in de markt. “Het is bemoedigend dat 40 procent van de respondenten van plan is kunst te kopen,” zegt ze. “Er zijn pockets van sterke activiteit. Onder meer Brazilië toont een sterke activiteit. Er zijn meer kopers dan verkopers, wat kan wijzen op herstel. Het is geen aankondiging van een nieuwe boom, maar wel van stabiliteit.”

Posted in media & cultuur | Reacties uitgeschakeld voor Rijke vrouwen besteden meer aan kunst uit dan hun mannelijke tegenhangers

Kwartaalwinst autobouwer Ferrari overtreft de verwachtingen

Posted by managing21 on november 5th, 2025

De Italiaanse sportwagenfabrikant Ferrari heeft tijdens het derde kwartaal van dit jaar een winst van 670 miljoen euro geboekt. Dat betekende een stijging met 5 procent tegenover dezelfde periode vorig jaar. Daarmee scoorde Ferrari beter dan algemeen werd verwacht. Hogere prijzen voor modellen uit de reeksen SF90 XX en 12Cilindri compenseerden de impact van Amerikaanse importheffingen. Ook de toegenomen mate van personalisatie – extra afwerkingen die klanten apart betalen – droeg bij aan het resultaat. Het aantal geleverde voertuigen steeg anderzijds met slechts 0,5 procent.

“Onze prijszettingskracht komt niet doordat we simpelweg de prijs van hetzelfde product verhogen,” zei Benedetto Vigna, chief executive van Ferrari. “We maken onze producten steeds rijker en innovatiever.” Door het positieve resultaat liep ook de waarde van het aandeel van de Italiaanse autobouwer verder op. Hierdoor recupereerde Ferrari een gedeelte van het verlies dat volgde op de negatief ontvangen langetermijnstrategie die vorige maand werd gepresenteerd. Ferrari heeft momenteel een marktwaarde van ongeveer 67 miljard euro. Daarmee is de Italiaanse constructeur de meest waardevolle Europese autofabrikant.

De kwartaalomzet van de Italiaanse constructeur steeg met 7 procent tot 1,77 miljard euro. Voor het hele jaar wordt op een omzet van 7,1 miljard euro gerekend. Volgens Antonio Picca Piccon, financieel directeur van Ferrari, stonden de marges onder druk, omdat de meeste auto’s die naar de Verenigde Staten werden verscheept, niet behoorden tot de modellen waarop eerder dit jaar prijsverhogingen waren toegepast om de Amerikaanse importheffingen te compenseren. “Dit leidde bij een constante wisselkoers tot een margedaling, vooral zichtbaar in het derde kwartaal,” verduidelijkte Piccon.

Ferrari had in april aangekondigd dat sommige modellen in de Verenigde Staten door invoerheffingen van 27,5 procent tot 10 procent duurder zouden worden. Inmiddels is die verhoging teruggebracht tot maximaal 5 procent, nadat de importheffing op Europese auto’s is verlaagd tot 15 procent. “In de Verenigde Staten loopt de business gewoon door,” benadrukte Vigna. 

Analisten van Jefferies merkten op dat de gemiddelde verkoopprijs van een Ferrari tijdens het derde kwartaal met 5,1 procent steeg. Dit had een positieve invloed op de winstcijfers, ondanks een vertraging in de levering van de serie Daytona Spéciale en in afwachting van de eerste leveringen van de nieuwe F80. Ferrari bevestigde zijn vooruitzichten voor het volledige jaar. Er wordt daarbij gewag gemaakt van een verwachte jaarwinst van minstens 2,72 miljard euro.

Sinds Ferrari op 9 oktober zijn Capital Markets Day had georganiseerd, verloren de aandelen van de constructeur bijna een vijfde van hun waarde. Vele investeerders bleken teleurgesteld over de financiële doelstellingen op lange termijn, waarbij Ferrari zich volgens hen te behoudend had opgesteld.

Ferrari leverde in het kwartaal 3.401 auto’s af. De afzet lag daarmee slechts 18 exemplaren hoger dan tijdens het derde kwartaal van vorig jaar. De verkopen in Europa, het Midden-Oosten en Azië stegen met 2 procent, terwijl de leveringen aan de Amerika’s onder invloed van de invoerheffingen in de Verenigde Staten met 2 procent daalden door de Amerikaanse invoerheffingen.

Volgens Tom Naryan, analist bij de Royal Bank of Canada, zal het aandeel van Ferrari de volgende periode waarschijnlijk een hoger rendement opleveren dan de meeste andere Europese autofabrikanten. Volgens hem kan het aandeel van Ferrari op middellange termijn een waarde van 460 euro halen, tegenover een actueel niveau van ruim 355 euro.

Posted in automotive | Reacties uitgeschakeld voor Kwartaalwinst autobouwer Ferrari overtreft de verwachtingen

Russen slaan door sancties recordhoeveelheden goud in

Posted by managing21 on oktober 31st, 2025

Russen kopen sinds de inval in Oekraïne in een hoog tempo goud. De westerse sancties en beperkingen op buitenlandse valutatransacties hebben het edelmetaal een populair middel gemaakt om een vermogen te beschermen. Dat blijkt uit een rapport van het bureau Al Banyan Tree Research, waarin wordt gemeld dat Russische burgers sinds begin 2022 in totaal 282 ton goud – in de vorm van goudstaven, munten en sieraden – hebben aangekocht. Dat is meer dan de goudreserves van verschillende grote Europese economieën, zoals Spanje (281,5 ton) en Oostenrijk (279,9 ton).

Alleen al dit jaar zullen Russen volgens Al Banyan Tree Research naar verwachting 62,2 ton goud kopen. In 2024 bereikte de aankoop een record van 73,7 ton. In 2023 en 2023 was er sprake van respectievelijk 71,2 ton en 60,7 ton. In 2021 werd een aankoop van 46,8 ton geregistreerd. In 2020 was nog een volume van 34,8 ton gemeld.

“Particulieren investeerden traditioneel vooral in vastgoed en vreemde valuta, maar na de beperkingen door de internationale sancties werd valuta een minder handige manier om spaargeld te behouden”, benadrukte Dmitry Kazakov, analist bij BCS Global Markets in Moskou. “Sinds 2022 is de vraag naar goud daarom sterk toegenomen.”

De Russische regering moedigt deze trend aan, onder meer voor de ondersteuning van de binnenlandse goudproducenten die door westerse sancties zijn getroffen. Rusland is met een jaarlijkse productie van meer dan 300 ton de tweede grootste goudproducent ter wereld. Het land heeft moeite om nieuwe afzetmarkten te vinden sinds Rusland werd uitgesloten van de London Bullion Market Association en andere westerse beurzen die de wereldwijde handelsnormen bepalen.

De Russische goudexport is sinds de invasie in Oekraïne bijna gehalveerd. In 2021 werd nog een export van 302 ton opgetekend. Na de uitbraak van de oorlog viel die uitvoer terug. Vorig jaar was er nog sprake van 166 ton. Al Banyan Tree Research verwacht dat de uitvoer dit jaar nog eens met 16 procent zal dalen tot 139 ton. Om de binnenlandse vraag te stimuleren, schafte de regering in 2022 de btw-heffing op goudstaven voor particulieren af. Die maatregel heeft de retailverkoop van goud aanzienlijk aangejaagd.

Toch is onduidelijk hoeveel van het aangekochte goud daadwerkelijk in Rusland blijft. Sommige Russen zouden volgens Kazakov hun goudbezit immers naar het buitenland hebben verplaatst als extra zekerheid. De Russische regering werkt volgens Aleksej Moisejev, Russisch vice-minister van financiën, intussen aan nieuwe regels om de uitvoer van goud door particulieren tot maximaal 100 gram per persoon te beperken. “Goud heeft tegenwoordig gedeeltelijk de functies die contant geld vroeger had”, benadrukte Kazakov. “Dat houdt helaas ook witwassen en drugshandel in.”



Posted in financiën | Reacties uitgeschakeld voor Russen slaan door sancties recordhoeveelheden goud in

Toenemende maanmissies vergen grotere coördinatie ruimteverkeer

Posted by managing21 on oktober 31st, 2025

De toenemende interesse voor missies naar de maan maakt het nodig om tijdig na te denken over een coördinatie van de activiteiten in de sector. Dat moet de veiligheid van de betrokken missies garanderen. Dat staat in een rapport van wetenschappers aan het Georgia Institute of Technology in de Amerikaanse stad Atlanta.

“De belangstelling voor de maan is groot”, stippen de onderzoekers Mariel Borowitz en Brian Gunter aan. “De voorbije twee jaar zijn er twaalf pogingen gedaan om missies naar de maan te sturen. Bijna de helft van die initiatieven werden door particuliere bedrijven genomen. Met zoveel activiteit is het belangrijk om tijdig na te denken over coördinatie en veiligheid.”

“Voor sommigen lijkt die bezorgdheid wellicht voorbarig”, verduidelijken Borowitz en Gunter. “In de volgende jaren zijn immers naar schatting tussen tien tot twintig missies naar de maan gepland. Dat is aanzienlijk minder dan de duizenden satellieten die rond de aarde opereren. Bovendien is het gebied rond de maan, het cislunaire ruimtegebied, bijzonder uitgestrekt. Dit gebied strekt zich immers uit van de geostationaire baan rond de aarde tot aan de maan. Dat gebied is ongeveer tweeduizend keer groter dan de baan rond de aarde. Die omvang lijkt erop te wijzen dat een grotere drukte rond de maan voorlopig geen probleem hoeft te zijn.”

“Missies kiezen echter vaak uit een beperkt aantal stabiele banen rond de maan, waardoor de uitgestrektheid van de cislunaire ruimte misleidend kan zijn,” betogen Borowitz en Gunter. “Daarnaast kunnen de meeste sensoren die ruimtevaartuigen volgen, objecten op een dergelijke afstand niet consequent detecteren of monitoren, mede door de schittering van de maan zelf. Die onzekerheid, gecombineerd met de hoge kosten van maanmissies, zorgt ervoor dat de operatoren hun ruimtevaartuigen sneller verplaatsen om een mogelijke botsing – ook als de kans daarop klein is – te vermijden.”

Uit onderzoek blijkt dat door de populariteit van bepaalde banen en de onzekerheid over de exacte locatie van ruimtevaartuigen, potentiële botsingen verrassend snel een probleem kunnen worden. “Simulaties tonen dat met amper vijftig satellieten in een baan rond de maan, elk ruimtevaartuig gemiddeld vier keer per jaar zou moeten manoeuvreren om een mogelijke botsing te voorkomen”, wordt er opgemerkt. “Dit brengt aanzienlijke kosten met zich mee, zowel qua brandstofverbruik als een mogelijke verstoring van de activiteiten van de missies. Indien de huidige trend zich voortzet, kan dat aantal satellieten binnen tien jaar worden bereikt.”

Toenemende drukte

Rapporten over de huidige operaties van ruimtevaartuigen in een baan rond de maan lijken die bevinding te ondersteunen. In 2023 meldde de Indiase ruimtevaartorganisatie Isro dat haar ruimtesonde Chandrayaan-2 in vier jaar tijd drie keer moest manoeuvreren, terwijl er gedurende die periode slechts zes ruimtevaartuigen rond de maan cirkelden. Een betere monitoring en coördinatie tussen verschillende ruimtevaartagentschappen kunnen helpen om een congestie te voorkomen en de noodzaak tot frequente koersaanpassingen te verminderen.

“Het monitoren van de cislunaire ruimte is ook voor de nationale veiligheid van belang”, zeggen de onderzoekers nog. “Meerdere naties beschikken over wapens die satellieten kunnen vernietigen en sommige experts vrezen dat dergelijke wapens in de cislunaire ruimte zouden kunnen worden geplaatst om een detectie te ontwijken.”

De Amerikaanse Space Force voert op dat vlak onderzoek uit. De Verenigde Staten beschikken momenteel over beperkte mogelijkheden om het gebied te volgen. “Het ontwikkelen van deze capaciteit – bekend als cislunar space domain awareness – zou een nationale prioriteit moeten zijn”, zeggen de onderzoekers. “Een betere monitoring zou het Amerikaanse leger in staat moeten stellen om activiteiten in het betrokken gebied te observeren, inlichtingen te verzamelen en mogelijke dreigingen te beoordelen.

Verschillende onderzoeksprogramma’s werken aan oplossingen op dit gebied. Het Air Force Research Laboratory financiert het programma Oracle, dat meerdere systemen ontwikkelt voor een verbetering van de Amerikaanse mogelijkheden om de cislunaire ruimte te volgen. De eerste lancering van een Oracle-satelliet staat voor 2027 gepland. De satelliet zal op het zogenaamde Lagrangepunt – een positie tussen aarde en maan waar de zwaartekracht van beide objecten elkaar in evenwicht houdt – worden geplaatst. Objecten die zich in de cislunaire ruimte bevinden en vanaf de aarde niet zichtbaar zijn, kunnen vanop dit punt worden gedetecteerd.

“Het verbeteren van de monitoring is echter slechts een deel van de oplossing”, waarschuwen Mariel Borowitz en Brian Gunter. “Organisaties die missies naar de maan sturen – zowel overheden als bedrijven – zullen de locaties van hun operationele ruimtevaartuigen moeten delen en samenwerken om voorspelde botsingen te vermijden.

Een programma van het Amerikaanse ruimtevaartbureau Nasa dat zich richt op het volgen en analyseren van het verkeer rond de maan, draagt bij aan die inspanningen. “Het programma vergelijkt gegevens van verschillende operators over de huidige en toekomstige posities van hun ruimtevaartuigen om mogelijke naderingen te signaleren”, zeggen de onderzoekers. “In de toekomst kan dit type coördinatie, in combinatie met observaties van systemen zoals Oracle, de veiligheid verbeteren.”

Naties en bedrijven die missies plannen, kunnen bovendien vooraf afstemmen om te voorkomen dat hun ruimtevaartuigen te dicht bij elkaar opereren. Het Outer Space Treaty – een reeks basisprincipes uit het vroege ruimtevaarttijdperk – verplicht naties om schadelijke interferentie met de activiteiten van andere partijen te vermijden, maar geeft geen richtlijnen over de manier waarop dat in de praktijk moet gebeuren. Het United Nations Committee on the Peaceful Uses of Outer Space stelde in februari van dit jaar een werkgroep samen om dergelijke problemen aan te pakken.

Posted in luchtvaart & ruimtevaart | Reacties uitgeschakeld voor Toenemende maanmissies vergen grotere coördinatie ruimteverkeer

Bouwgolf nieuwe datacenters bedreigt Amerikaanse klimaatdoelen

Posted by managing21 on oktober 31st, 2025

In de Verenigde Staat dreigt een bouwgolf van datacenters, aangedreven door fossiele brandstoffen en bedoeld om de snelle ontwikkeling van kunstmatige intelligentie te ondersteunen, de toch al wankele Amerikaanse klimaatdoelen te ondermijnen. Dat blijkt uit een rapport van het Center for Biological Diversity.

De massale uitbreiding van datacenters, die grotendeels zouden worden aangedreven door gas uit fracking, zou volgens het rapport verantwoordelijk kunnen zijn voor 10 procent van de totale Amerikaanse broeikasgasuitstoot en 44 procent van de uitstoot uit de energiesector die volgens de Amerikaanse nationale klimaatdoelstelling voor 2035 nog toelaatbaar is. Verwacht wordt dat datacenters tegen 2030 meer dan 12 procent van het Amerikaanse elektriciteitsverbruik zullen vertegenwoordigen.

Om de nationale klimaatdoelstelling – die door voormalig president Joe Biden werd vastgesteld en onder de voorwaarden van het Akkoord van Parijs van kracht blijft – te halen, zouden andere de andere sectoren hun emissiereducties met 60 procent moeten opvoeren, zodat de toename van de vervuiling door de energie uit fossiele brandstoffen voor de datacenters zou kunnen worden gecompenseerd.

De wereldwijde klimaatplannen blijven ver achter bij de actie die nodig is om de temperatuurstijging te beperken. De regering van de Amerikaanse president Donald Trump zou volgens het Center for Biological Diversity de vooruitgang van deze klimaatactie ondermijnen en inzetten op een snelle uitbreiding van datacenters voor de ontwikkeling van artificiële intelligentie, waarbij vooral beroep wordt gedaan op gas en steenkool.

“Donald Trump is vastbesloten om de onverzadigbare markt voor artificiële intelligentie te voeden met vervuilende fossiele brandstoffen die wereldwijd schade aanrichten,” benadrukt Jean Su, directeur energie en rechtvaardigheid bij het Center for Biological Diversity. “Dit rapport toont hoe de Verenigde Staten op het punt staan een explosie van emissies van vervuilende datacenters te veroorzaken, waardoor de afhankelijkheid van fossiele energie verder wordt verstevigd, terwijl juist een snelle afbouw nodig is.”

Grootste vervuiler

De Verenigde Staten zijn volgens het rapport binnen de sector van artificiële intelligentie de grootste klimaatvervuiler. Het land heeft de hoogste concentratie van datacenters in de hele wereld. “Indien de verwachte groei van artificiële intelligentie volledig zou worden aangedreven door hernieuwbare energie, zou dat slechts leiden tot 4 procent van de emissies uit de energiesector en een verwaarloosbaar aandeel in de totale uitstoot die de Verenigde Staten binnen de doelstellingen voor 2035 zouden mogen genereren”, stipt het rapport aan.

“Het gebruik van gas en steenkool voor de uitbreiding van datacenters zou de afhankelijkheid van vervuilende energiebronnen verder versterken, met negatieve gevolgen zoals luchtvervuiling, hittegolven en zware stormen”, wordt er aangevoerd. “Dit staat haaks op de afspraak die tijdens de klimaattop van 2023 in Dubai werd gemaakt om af te stappen van fossiele brandstoffen.”Dat is volgens het rapport onverenigbaar met de klimaatdoelstellingen die de Verenigde Staten voor 2035 naar voor hebben geschoven.

“Het voeden van datacenters met fossiele brandstoffen vergroot de huidige klimaatcrisis tot een kolossaal probleem,” betoogt John Fleming, onderzoeker bij het Climate Law Institute van het Center for Biological Diversity. “Een boom aan datacenters die door gas wordt aangedreven, zal elke kans om onze klimaatdoelen te halen tenietdoen en de toekomst van de planeet in gevaar brengen. Voor zover een uitbreiding van datacenters noodzakelijk is, zou die uitsluitend met klimaatvriendelijke, hernieuwbare energie moeten worden aangedreven.”

Het rapport pleit voor duidelijke regels – zowel op nationaal als internationaal niveau – om de enorme uitstoot van datacenters te beperken. Dit omvat onder meer de introductie van de vereiste dat bij de aanvraag van vergunningen het publiek belang moet worden aangetoond. Bovendien zou voor de aandrijving van datacenters in de Verenigde Staten het gebruik van lokale en gedistribueerde hernieuwbare energie en opslagcapaciteit moeten worden geëist.

Het rapport roept de United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC) bovendien op om de uitstoot van artificiële intelligentie in nationale klimaatrapportages op te nemen en aanvullende mechanismen te overwegen om de klimaatimpact van de activiteit tot nul terug te brengen.

Posted in milieu, technologie | Reacties uitgeschakeld voor Bouwgolf nieuwe datacenters bedreigt Amerikaanse klimaatdoelen