managing21.be

Managing21: een blik op het heden en de toekomst van de economie.

Europese defensiebedrijven kijken naar kansen op beursgang

Posted by managing21 on november 19th, 2025

Verschillende grote Europese defensiebedrijven bereiden een beursgang voor. Daarmee probeert de defensie-industrie te profiteren van de sterke interesse van beleggers in militaire activiteiten, die dit jaar in de sector tot een scherpe koersstijging heeft geleid. De Britse metaalbewerker Doncasters Group, de Frans-Duitse tankbouwer KNDS Group en het Tsjechische defensiebedrijf Czechoslovak Group (CSG) behoren volgens analisten tot een aantal ondernemingen die een beursgang zouden overwegen.

De mogelijke beursnoteringen volgen op een toestroom van beleggers naar Europese defensie-gerelateerde beursintroducties die sinds 2024 konden worden opgemerkt. Aandelen van de Franse fabrikant van nachtzichtapparatuur Exosens, de Duitse maker van tanktransmissies Renk en het Poolse Arlen konden bij hun beursdebuut een stijging melden. “Bijna elke belegger besteedt veel tijd aan de defensiesector,” benadrukte Andreas Bernstorff, hoofd kapitaalmarkten bij BNP Paribas. “Er is veel aandacht voor de nieuwe bedrijven die naar de markt komen.”

De aandelen van Europese defensiebedrijven zijn dit jaar sterk gestegen. Europa heeft zich immers geëngageerd om zijn uitgaven aan defensie op te drijven, onder meer onder druk van de oproep van de Verenigde Staten, die hun Europese bondgenoten hebben opgeroepen zelf verantwoordelijkheid te nemen voor de eigen veiligheid. In juni spraken de 32 lidstaten van de Navo af om de uitgaven aan defensie tot 5 procent van hun bruto binnenlandse product te verhogen. Dat betekende een aanzienlijke stap ten opzichte van de eerdere doelstelling van 2 procent.

De index Europe Stoxx Aerospace and Defence heeft sinds de Russische invasie in Oekraïne in 2022 meer dan een verdrievoudiging gekend, waarbij meer dan de helft van deze stijging in 2025 kon worden opgetekend. De index presteert sinds het begin van het jaar beter dan zowel de S&P 500 als de Nasdaq Composite.

Gareth McCartney, analist bij de UBS Group, wijst erop dat beleggers steeds vaker investeren in sectoren die van de overheden grotere budgetten ter beschikking krijgt. Dat Europese landen hun defensiebudgetten fors verhogen, zien investeerders als een betrouwbare aanwijzing dat er voor defensiebedrijven een langdurige groei en nieuwe opdrachten zullen komen. Dat maakt de sector aantrekkelijker voor kapitaal.

McCartney voegt eraan toe dat Europese landen niet alleen grotere uitgaves doen, maar hun defensiebudgetten ook anders inrichten. Er wordt immers meer nadruk gelegd op moderne technologie, defensie-technologie, de productie van munitie en materiaal en gezamenlijke Europese programma’s. “Die verschuiving creëert nieuwe marktkansen en fungeert als een katalysator voor de huidige investeringsgolf”, stelde Gareth McCartney.

Hoge waarderingen

De aandelen van de Europese defensiesector zijn momenteel zo populair zijn dat hun waarderingen zelfs hoger liggen dan die van de grote Amerikaanse technologiebedrijven. Beleggers in Europese defensie-aandelen betalen inmiddels ongeveer 34 keer de jaarlijkse winst van de betrokken bedrijven. Dat is uitzonderlijk hoog voor deze sector en ligt zelfs hoger dan wat doorgaans wordt betaald voor de gevestigde Amerikaanse technologiebedrijven, die traditioneel nochtans de hoogste waarderingen hebben.

“De race naar een beursnotering is in wezen opportunistisch”, betoogde Nick Cunningham, analist bij Agency Partners. “Gezien de enorme koersstijgingen van beursgenoteerde sectorgenoten, is defensie een industrie die voor beleggers zeer verleidelijk is geworden.”

Bedrijven die een beursgang overwegen, hebben bovendien reden tot optimisme. De duikbootbouwer ThyssenKrupp Marine Systems (TKMS), zag bij zijn beursdebuut in Frankfurt in oktober de koers van zijn aandeel met 35 procent stijgen. Ondanks een lichte terugval noteert het aandeel nog altijd 20 procent boven de introductieprijs. Ook de aandelen van Renk, dat in februari 2024 naar de beurs ging, zijn dit jaar met 235 procent gestegen. Exosens, dat in juli 2024 debuteerde, heeft over dezelfde periode een waardestijging met meer dan 130 procent laten optekenen.

Beleggers zetten daarnaast steeds meer in op de mogelijkheid dat Europese defensie-startups op termijn naar de markt zullen worden gebracht omdat de originele investeerders naar een exit zoeken. Europa telt inmiddels enkele defensie-startups – waaronder de makers van drones Helsing, Quantum Systems en Tekever – met een unicorn-status van meer dan 1 miljard euro.

“Ik verwacht dat we een selectieproces zullen ervaren, waarbij enkele bedrijven uitgroeien tot grote en duurzame ondernemingen,” betoogde Alex Ferrara, partner bij investeerder Bessemer, die in bedrijven in de sector investeert. Nicholas Nelson, partner bij defensie-investeerder Archangel, waarschuwde echter dat een groot deel van de Europese technologie-leiders niet naar de beurs zullen komen. “Waarschijnlijker is dat een zeer klein aantal een notering zal krijgen, terwijl de rest door Amerikaanse of Europese strategische kopers of door grote investeerders zal worden overgenomen.”

Posted in industrie | Reacties uitgeschakeld voor Europese defensiebedrijven kijken naar kansen op beursgang

Japanse bedrijven versoepelen vestimentaire regels

Posted by managing21 on november 18th, 2025

Onder druk van een krappe arbeidsmarkt versoepelen in Japan steeds meer ondernemingen de vestimentaire regels voor hun medewerkers. Dat blijkt uit een rapport van het persbureau Reuters. Met een soepeler houding willen de bedrijven bij potentiële werknemers interesse wekken om hun vacatures te kunnen invullen. Twee derde van de Japanse bedrijven zegt inmiddels dat het personeelstekort een ernstige impact heeft op hun bedrijfsvoering.

Japanse bedrijven versoepelen al een twintigtal jaar geleidelijk hun kledingvoorschriften. De aanzet kwam met de campagne Cool Biz die door het Japanse ministerie van leefmilieu in 2005 werd gelanceerd. Daarbij werden werknemers aangemoedigd om hun jas en stropdas af te leggen, zodat tijdens de zomer de kosten van de airconditioning zouden kunnen worden beperkt.

Sindsdien zijn de zomerse dresscodes bij de Japanse bedrijven steeds informeler geworden. In vele supermarkten zijn uniformen niet langer verplicht, terwijl taxichauffeurs ook niet meer standaard witte handschoenen dragen. Inmiddels wordt steeds vaker ook op het gebied van haardracht en nagelversiering een grotere vrijheid toegestaan.

Die trend werd drie jaar geleden gelanceerd door het bedrijf Don Quijote, onderdeel van de Pan Pacific International Group. Don Quijote stelt dat inmiddels bijna een kwart van de werknemers felgekleurd haar heeft. Nog anderen hebben hun haar bruin geverfd. In totaal zou al 55 procent van de medewerkers niet langer zwart haar hebben. Onder meer de drogisterijketen Fuji Yakuhin en de groep Tokyu Store, exploitant van meerdere supermarkten, hebben de traditionele beperkingen op het gebied haarkleuren, kapsels, accessoires, nagellak en piercings teruggeschroefd.

De jongste versoepelingen op het gebied van haarkleur, nagellak en accessoires vinden vooral plaats bij kleinere bedrijven, die door het personeelstekort harder worden geraakt dan de grotere ondernemingen en minder ruimte hebben om concurrerende lonen te bieden. Toch hebben ook enkele grote, beursgenoteerde bedrijven dit jaar hun voorschriften aangepast. Onder meer Japan Airlines kondigde recent aan dat werknemers voortaan sneakers mogen dragen. Daarmee volgde de luchtvaartmaatschappij het vervoerbedrijf en prijsvechter Skymark Airlines.

Personeelstekort

Japan is een snel vergrijzend land met een beperkte immigratie. Het land zag zijn beroepsbevolking sinds de piek in 1995 met 16 procent krimpen. Dat heeft geleid tot hevige concurrentie om personeel. Volgens de enquête van Reuters geeft twee derde van de Japanse bedrijven aan dat het tekort grote gevolgen heeft voor hun activiteiten. Het tekort was ook de belangrijkste oorzaak van faillissementen tussen begin april en eind september dit jaar. In die periode steeg volgens Tokyo Shoko Research het aantal faillissementen tot het hoogste niveau in twaalf jaar. Daardoor hebben jonge mensen – in elk geval voor deeltijds werk – meer onderhandelingsruimte.

Uit een onderzoek van het vacatureplatform Mynavi in april blijkt dat tweederde van de studenten vindt dat ze bij een bijbaan hun eigen uiterlijk moeten kunnen bepalen. Een derde heeft een sollicitatie teruggetrokken vanwege regels die door een mogelijke werkgever op het gebied van kleding of uiterlijk werden opgelegd.

“Studenten zoeken niet alleen werkervaring of inkomen”, benadrukt Shota Miyamoto, onderzoeker bij Mynavi. “Ze lijken een extra waarde – een gevoel van vrijheid of comfort te willen – te willen ervaren.” Wel merkt hij op dat studenten dit niet in dezelfde mate verwachten van fulltime banen.

Hoewel Japan zich iets soepeler opstelt, blijven sommige vormen van persoonlijke expressie die in de westerse wereld gebruikelijk zijn – zoals meerdere piercings of gezichtspiercings – voor veel bedrijven nog een stap te ver. Werknemers met tatoeages, traditioneel geassocieerd met de yakuza, moeten deze doorgaans bedekken om klanten niet af te schrikken. De nieuwste veranderingen hebben bovendien nog weinig invloed op veel traditionele grote Japanse bedrijven. Onder meer Sumitomo Mitsui Banking zegt geen officiële regels te hebben over haardracht of nagellak, maar binnen het bedrijf geldt wel dat persoonlijke styling geen opschudding mag veroorzaken.

Posted in human resources | Reacties uitgeschakeld voor Japanse bedrijven versoepelen vestimentaire regels

Minder neerslag bedreigt groot deel van de wereldwijde cacaoteelt

Posted by managing21 on november 18th, 2025

Niet alleen het Amazonegebied wordt verstoord door menselijke activiteiten. De aantasting van het uitgestrekte Congobekken, bekend als de tweede long van de wereld, eist zijn tol in heel Afrika. Het probleem bedreigt bovendien de teelt van cacao, een van de meest verhandelde gewassen ter wereld. Dat blijkt uit een studie van Zero Carbon Analytics, waarbij gekeken werd op welke manier de afnemende neerslag de cacao-oogst in negen producerende landen kan verstoren. 

Het Congobekken, dat zich uitstrekt over zes landen in Centraal-Afrika, is na het Amazonegebeid het grootste tropische regenwoud ter wereld en vormt een cruciale koolstofput. Het beïnvloedt zelfs weerpatronen tot in Ivoorkust, op een afstand groter dan die tussen Dublin en Moskou. Tijdens de top Cop30 is er opnieuw financiering toegezegd voor het gebied. Frankrijk wil 2,5 miljard dollar ophalen voor de bestrijding van de gevolgen van de ontbossing, die verder reiken dan de lokale ecosystemen en een brede gordel van buurlanden treffen.

Een rapport van Zero Carbon Analytics wijst op een massale aantasting van het Congobekken. Bomen blijken er in een steeds sneller tempo te verdwijnen. Hierdoor wordt nu al de neerslag in delen van West-Afrika al ernstig beïnvloed”, zegt onderzoeksleider Joanne Bentley, moleculair ecoloog bij Zero Carbon Analytics. “Dat brengt een van de meest waardevolle exportgewassen van de regio in gevaar. Het regensysteem heeft de wereldwijde cacao-industrie decennialang ondersteund, maar die milieudienst begint nu uiteen te vallen.”

De effecten van het probleem zijn volgens Bentley verstrekkend. “Wanneer factoren zoals koolstofopslag, biodiversiteit, waterdiensten, hittebescherming en temperatuurbuffering verdwijnen, kunnen belangrijke economische risico’s ontstaan”, werpt de ecoloog op. De bevindingen van de studie suggereren dat de ontbossing de regenval in de cacaogordel van West-Afrika tijdens de cruciale groeiseizoenen met wel 20 procent kan verminderen. Dit bedreigt de opbrengsten die verantwoordelijk zijn voor driekwart van de wereldwijde cacaovoorraden.

De cacaoprijzen zijn de voorbije jaren sterk gestegen nadat ziekten en extreme weersomstandigheden – gedreven door de klimaatverandering – in Ivoorkust en Ghana de oogsten hebben doen instorten. Hierdoor bereiken de cacaoprijzen recordhoogtes. Een chocoladereep van 100 gram werd in sommige delen van Europa 35 procent duurder. Hierdoor is ook de consumentenvraag verzwakt.

Regenwouden reguleren neerslag via evapotranspiratie. Bomen pompen daarbij grondwater omhoog en geven dit via hun bladeren af, waardoor wolken ontstaan en een zelfversterkende cyclus van regenval in stand blijft. De bomen van het Congobekken genereren tot 83 procent van de lokale neerslag – meer dan in het Amazonegebied – waardoor het bos vochtig blijft en continue regenval wordt ondersteund. Seizoenswinden voeren dit vocht westwaarts en leveren bijna een vijfde van de neerslag in West-Afrika, met inbegrip van Ivoorkust en Ghana, het hart van de wereldwijde cacaoproductie.

Wanneer bossen verdwijnen, verzwakt ook dit neerslagsysteem. De ontbossing vermindert niet alleen de vochtproductie, maar verandert ook regionale windpatronen, waardoor de moesson in West-Afrika verzwakt. Het Congobekken verloor sinds het begin van deze eeuw al ongeveer 10 procent van zijn boombedekking. Het tempo van de ontbossing neemt bovendien toe door kleinschalige landbouw, houtkap en houtskoolproductie.

Meer dan de helft van de bomen staat in de Democratische Republiek Congo, die vorig jaar meer dan 1,2 miljoen hectare bos verloor. Als het huidige tempo aanhoudt, kan tegen 2050 ongeveer 27 procent van het bos verdwijnen. Een dergelijke evolutie kan volgens wetenschappers waarschuwen dat de regio over een kritisch kantelpunt kan worden geduwd, met aanhoudend drogere omstandigheden, zowel lokaal als in West-Afrika.

Europa

Cacao is in tropische regio’s een van de gewassen die het meest van neerslag afhankelijk zijn. De teelt gebeurt vrijwel volledig door kleinschalige boeren in vochtige equatoriale zones en is afhankelijk van regen. Bij droogte keldert de opbrengst. Zero Carbon Analytics verwacht dat de cumulatieve verliezen tegen het midden van deze eeuw kunnen oplopen tot 1,6 miljoen ton in Ivoorkust (ongeveer 80 procent van de huidige productie), plus 866.000 ton in Ghana, 377.000 ton in Nigeria en 205.000 ton in Kameroen. 

Cacao vertegenwoordigt ongeveer een derde van de exportinkomsten in Ivoorkust en meer dan de helft van de landbouwexport in buurlanden, waardoor hun economieën zeer kwetsbaar zijn. De prijsimpact zou mondiaal zijn. Volgens de studie kan de cacaoprijs in 2050 oplopen tot 68,10 dollar per kilogram. Dat is bijna zes keer meer dan eind dit decennium. Ontbossing zou verantwoordelijk zijn voor ongeveer 40 procent van die stijging. Zonder een verder verlies aan bossen zou de prijs in 2050 dichter bij 41 dollar liggen. 

Europa, de grootste cacao-importeur van de wereld, zou een groot deel van de extra kosten dragen. Als de invoervolumes gelijk blijven, zou de ontbossing in 2050 alleen al 33,8 miljard dollar per jaar toevoegen aan de invoerkosten van de Europese Unie. In totaal zouden de extra kosten tot ongeveer 256 miljard dollar kunnen oplopen. Dat betekende bijna het dubbele van de wereldwijde marktwaarde die de cacao-industrie vorig jaar vertegenwoordigde.

Niet alle onderzoekers zijn het eens over de omvang van die risico’s. Dominic Moran, professor hulpbronneneconomie aan de University of Edinburgh, zegt dat dergelijke ramingen mogelijk onderschatten op welke manier boeren en de cacao-industrie zich aan een veranderend klimaat kunnen aanpassen. “Het uitgangspunt is dat het gewas blijft staan waar het staat, vervolgens zwaar wordt getroffen door droogte en er geen substitutie plaatsvindt,” zegt hij. “Dat is discutabel, want de meeste gewassen worden uiteindelijk op een andere locatie verbouwd. Boeren zullen hun activiteiten diversifiëren.”

Sommige grote chocoladeproducenten passen hun strategie al aan. Gewezen wordt naar onder meer naar Barry Callebaut, producent van hoogwaardige chocolade en cacaoproducten. Het bedrijf verloor tijdens de cacaocrisis vorig jaar 20 procent van zijn beurswaarde, maar investeert in nieuwe gebieden buiten West-Afrika, vooral in Latijns-Amerika, waar de neerslag stabieler is en de opbrengsten minder wisselvallig blijken.

Onderzoekers van Zero Carbon Analytics stellen echter dat de grootste dreiging in de timing schuilt. Hun analyse wijst uit dat de impact tot het begin van het volgend decennium beheersbaar blijft, maar na 2040 sterk zal toenemen omdat de neerslagsystemen verder verzwakken en de rol van het Congobekken als regionale vochtbron ineenstort. Bovendien zou voorkomen aanzienlijk goedkoper zijn dan niets doen.

Posted in voeding & horeca | Reacties uitgeschakeld voor Minder neerslag bedreigt groot deel van de wereldwijde cacaoteelt

Noors staatsfonds overweegt investering in grote defensiebedrijven

Posted by managing21 on november 14th, 2025

Getroffen door de oorlog in Oekraïne en de wisselende uitspraken van de Amerikaanse president Donald Trump over de verdediging van Europa, overweegt Noorwegen om zijn staatsfonds (Oljefondet) van 2,1 biljoen dollar – het grootste ter wereld – vanaf 2027 opnieuw te laten investeren in grote defensiebedrijven. Daarmee zou een einde komen aan een verbod dat meer dan twintig jaar van kracht was. Noorwegen, een land met 5,6 miljoen inwoners, is geen deel van de Europese Unie en deelt een grens met Rusland in het Arctische gebied. 

Een dergelijke wijziging zou het fonds in staat stellen belangen te nemen in veertien defensiebedrijven met een gezamenlijke beurswaarde van ongeveer 1 biljoen dollar. Momenteel mag het fonds daar niet in investeren vanwege ethische richtlijnen, omdat de bedrijven onderdelen produceren voor kernwapens. Op 4 november stemde het Noorse parlement in met een herziening van de ethische richtlijnen, die sinds 2004 gelden.

De bedrijven die mogelijk weer toegankelijk worden voor het fonds zijn Lockheed Martin, Boeing, Airbus, BAE Systems, Safran, Thales, BWX Technologies, Northrop Grumman, Fluor, General Dynamics, Huntington Ingalls Industries, Jacobs Solutions, L3Harris Technologies en Larsen & Toubro.

Aandelen van defensiebedrijven, ooit gemeden door beleggers die zich door duurzame doelstellingen lieten leiden, worden inmiddels breder geaccepteerd omdat Rusland de oorlog in Oekraïne voortzet en Europese landen hun uitgaven voor landsverdediging verhogen onder druk van regering van de Amerikaanse president Donald Trump. De veranderde veiligheidscontext maakt defensiebedrijven bovendien tot potentieel lucratieve investeringen.

“Vrijheid is belangrijker dan duurzaamheid,” beklemtoonde Knut Kjaer, tussen 1998 en 2007 de eerste directeur van het Oljefondet. “Europa moet zichzelf kunnen verdedigen tegen Russische agressie. Waarom zouden we niet investeren in wapens? Noorwegen koopt zelf wapens van dezelfde bedrijven waarin het fonds niet mag investeren.”

Een aanpassing van de richtlijnen zou ertoe kunnen leiden dat ook andere investeerders die zich op duurzaamheid toespitsen, hun koers wijzigen, net zoals in 2016 gebeurde toen het Oljefondet besloot niet langer te werken met bedrijven die 30 procent van hun omzet uit steenkool halen. Inmiddels benoemde het Noorse ministerie van financiën een commissie die de richtlijnen moet herzien. Die commissie komt in oktober 2026 met aanbevelingen, waarover het parlement in juni 2027 zal stemmen.

Dilemma

Net zoals Kjaer wijst ook de Noorse regering erop zelf al een directe klant te zijn van een aantal van deze defensiebedrijven. “Enerzijds vinden we het ethisch aanvaardbaar grote bedragen aan defensiebedrijven te betalen, maar anderzijds zouden we het onethisch vinden om veel kleinere bedragen aan rendement uit diezelfde bedrijven te ontvangen,” zei Jens Stoltenberg, Noors minister van financiën Jens Stoltenberg en voormalig topman van de Navo, eind vorige maand in het Noorse parlement.

In het mandaat van de commissie benadrukt het ministerie een dilemma. Noorwegen koopt gevechtsvliegtuigen van Lockheed en fregatten van BAE Systems, maar besloot twintig jaar geleden dat het Oljefondet niet in deze bedrijven mocht beleggen. “Sindsdien zijn zowel de betrokkenheid van deze bedrijven bij wapenproductie als de veiligheidssituatie veranderd”, voeren woordvoerders van de Noorse regering aan. “Kernwapens vormen een fundamenteel onderdeel van de afschrikstrategie van de Navo, waarvan Noorwegen deel uitmaakt.”

De Noorse minderheidsregering van Labour kan rekenen op voldoende steun in het parlement voor een aanpassing van de richtlijnen. “We kunnen kernwapens afkeuren, maar ze maken deel uit van de strategie van de Navo en wij zijn lid van dat samenwerkingsverband”, benadrukte Hans Andreas Limi, fractieleider van de oppositiepartij Fremskrittspartiet. “Het is dus moeilijk de logica te zien van een investeringsverbod. Ook Ine Eriksen Soereide, leider van de conservatieve partij Høyre, pleitte eerder dit jaar al voor een dergelijke verandering.

Niet iedereen vindt echter dat een fonds om welvaart voor toekomstige generaties Noren veilig te stellen, zou moeten investeren in bedrijven die bijdragen aan de productie van massavernietigingswapens.

“We hebben gehoord dat het paradoxaal zou zijn dat Noorwegen niet mag investeren in bedrijven waarmee we verder gewoon handel drijven,” gaf Kirsti Bergstø, leider van de Socialistische Linkse Partij, vorige maand in de Noorse parlement aan. “Maar is dat echt zo? Is er werkelijk geen groot verschil tussen het kopen van materieel dat ons land nodig heeft en bijvoorbeeld investeren in kernwapens?”

Binnen het Oljefondet doet een ethische raad aanbevelingen over aandelen waarin niet zou mogen worden belegd. Ola Mestad, tussen 2010 en 2014 voorzitter van de ethische raad, stelt dat de richtlijnen moeten worden aangepast aan de geopolitieke realiteit. “We moeten in staat zijn de ethische richtlijnen zo te herzien dat ze erkennen dat we ons in een periode vóór een oorlog bevinden, of tussen twee oorlogen”, beklemtoonde Mestad. “De uitsluitingen van wapens moeten op een andere manier worden bekeken.”

Volgens analisten betekent dit gegeven ook dat Noorwegen voorzichtiger moet zijn bij beslissingen om internationale bedrijven uit te sluiten, omdat de gevolgen daarvan nu schadelijker kunnen zijn. Recent besloot het parlement dergelijke desinvesteringen tijdelijk op te schorten. “In een nieuwe realiteit van meer gepolitiseerde markten moeten we alerter zijn op het risico dat we worden verwaterd, dat kapitaalcontroles worden ingevoerd, dat onze activa worden geconfisqueerd of dat ze worden ingezet in een financiële wapenwedloop, waardoor we misschien honderd jaar moeten wachten op ons rendement,” betoogde Kjaer.

Ongeveer 52,4 procent van de activa van het fonds – ongeveer 1 biljoen dollar – is belegd in de Verenigde Staten, verspreid over aandelen, obligaties en vastgoed. In september liet het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken weten bijzonder verontrust te zijn over het besluit van het Oljefondet om uit Caterpillar te stappen vanwege het gebruik van materieel van de onderneming door Israëlische autoriteiten in Gaza en de bezette Westelijke Jordaanoever.

Posted in financiën, industrie | Reacties uitgeschakeld voor Noors staatsfonds overweegt investering in grote defensiebedrijven

Airbnb wil zich in Spanje meer op landelijke bestemmingen focussen

Posted by managing21 on november 14th, 2025

Vakantieverhuurder Airbnb zal zich in Spanje de volgende drie jaar investeren in de promotie van bestemmingen in het binnenland. Daarmee hoopt het bedrijf in te kunnen spelen op de groeiende vraag naar plattelandstoerisme. Grote steden voeren in Spanje, na Frankrijk de populairste toeristische bestemming ter wereld, tegelijkertijd strengere beperkingen in voor de verhuur op korte termijn.

Steden zoals Barcelona zijn van plan om tegen 2028 alle verhuur op korte termijn te verbieden, terwijl onder meer de Balearen en Madrid onder de nieuwe regelgeving toeristische platforms hebben verplicht om het aantal vermeldingen terug te dringen.

Airbnb heeft nu verklaard zijn lokale strategie aan te passen en zegt van plan te zijn om 50 miljoen dollar te investeren in de promotie van Spaanse dorpen en in de uitbreiding van het aanbod van accommodaties op het platteland..

Ook de Spaanse overheid heeft een campagne gelanceerd om landelijke bestemmingen onder de aandacht te brengen. Die aanpak heeft de bedoeling om een deel van de 94 miljoen internationale toeristen die vorig jaar vooral stranden en grote steden bezochten, naar andere regio’s in het land te leiden. Tot nu toe wordt deze verschuiving vooral gedreven door binnenlandse reizigers die op zoek zijn naar goedkopere vakanties in eigen land.

Volgens Airbnb trekken landelijke bestemmingen in Spanje minder bezoekers dan in Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. In Italië zouden landelijke bestemmingen zelfs twee keer meer bezoekers kunnen verwelkomen dan in Italië. Het platform verwacht dat de belangstelling in aanloop naar de zonsverduistering van 2026 zal toenemen. Dat fenomeen zal immers vanuit verschillende rurale gebieden in Spanje goed zichtbaar zijn.

Bijna een derde van de toeristen in Spanje kiest voor een verblijf met een huur op korte termijn. In mei van dit jaar stonden in Spanje 1,43 miljoen woningen geregistreerd als een locatie voor vakantieverhuur. Dat cijfer weerspiegelde een daling met 6 procent tegenover de zomer van vorig jaar. Die daling is te wijten aan de introductie van strengere regels die werden uitgevaardigd om de Spaanse woningcrisis te verlichten.

Airbnb stelt dat sommige regio’s in Spanje zouden kunnen profiteren van minder strikte regels voor toeristische verhuur. Het bedrijf voert daarbij aan dat minder dan 1 procent van de Spaanse gemeenten meer dan 100.000 inwoners telt, maar tegelijkertijd vertegenwoordigen deze locaties 40 procent van de Spaanse bevolking en een groot deel van het toerisme. “Het toerisme in Spanje is sterk geconcentreerd,” zegt Jaime Rodríguez de Santiago, algemeen directeur voor Spanje en Portugal bij Airbnb. “We zijn gewend geraakt aan deze hyperconcentratie, maar toch blijft dit fenomeen een anomalie.”

Posted in toerisme | Reacties uitgeschakeld voor Airbnb wil zich in Spanje meer op landelijke bestemmingen focussen

Crisis bij Porsche drukt op winst grootste aandeelhouder

Posted by managing21 on november 14th, 2025

Een crisis bij autofabrikant Porsche (Porsche AG) heeft de resultaten van de Porsche Holding (Porsche SE), de grootste aandeelhouder van de Duitse constructeur, tijdens de eerste negen maanden van dit jaar onder druk gezet. De aangepaste winst na belastingen daalde met meer dan een derde. Dat hebben woordvoerders van de Porsche Holding bevestigd.

De Porsche Holding, gecontroleerd door de families Porsche en Piëch, bezit 12,5 procent van autofabrikant Porsche. Het grootste deel van de overige aandelen is in handen van de Volkswagen Group. De Porsche Holding is tevens de grootste investeerder in Volkswagen en bezit 31,9 procent van de aandelen en 53,3 procent van de stemrechten in het Duitse autoconcern. In de periode van januari tot en met september rapporteerde de Porsche Holding een aangepaste winst na belastingen van 1,6 miljard euro (1,87 miljard dollar). Dat betekende een daling met 36 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.

Volgens het bedrijf werd het resultaat significant beïnvloed door problemen bij de automerken Volkswagen en Porsche, die dit jaar te maken hebben met miljarden euro extra kosten. Porsche stelde de introductie van een nieuw elektrisch model uit en probeert de dalende vraag in China op te vangen.

Johannes Lattwein, financieel directeur bij de holding, benadrukte echter dat Porsche SE zijn financieringsstructuur heeft verbeterd, waardoor het bedrijf volgens hem beter bestand is tegen de uitdagende omstandigheden waarmee de auto-industrie momenteel wordt geconfronteerd. De nettoschuld van de groep daalde in de eerste negen maanden met 3 procent tot 5 miljard euro.

De holding handhaafde zijn verwachting voor het volledige jaar, ondanks een winstwaarschuwing die in september vanwege een strategische heroriëntatie bij de autobouwer werd gelanceerd. Het concern onderzoekt investeringsmogelijkheden in defensie om de portfolio te diversifiëren, met het oog op de groeiende overheidsuitgaven die in de militaire sector worden verwacht.

Terwijl defensiebedrijven zoals Rheinmetall goed gevulde orderportefeuilles hebben, kampt de Duitse automobielindustrie met een dure overgang naar elektrische voertuigen, een felle concurrentie uit China, Amerikaansen invoerheffingen en schokken in de toeleveringsketen.

Posted in automotive | Reacties uitgeschakeld voor Crisis bij Porsche drukt op winst grootste aandeelhouder

London opnieuw uitgeroepen tot beste stedelijke bestemming van de wereld

Posted by managing21 on november 13th, 2025

Londen is opnieuw uitgeroepen tot beste stedelijke bestemming van de wereld. De Britse hoofdstad gaat in de rangschikking New York en Parijs vooraf. Dat blijkt uit een studie van de bureaus Resonance en Ipsos. Opgemerkt wordt dat er een sterke vraag naar stedelijke bestemmingen kan worden opgemerkt. Londen werd voor het elfde achtereenvolgende jaar tot beste stad van de wereld verkozen. De rest van de top tien bestaat uit Tokio, Madrid, Singapore, Rome, Dubai, Berlijn en Barcelona.

Uit het onderzoek bleek dat Londen op het gebied van welvaart de hoogste score van alle steden behaalde. Op het gebied van aantrekkelijkheid eindigde de Britse hoofdstad op een tweede plaats. Op het vlak van leefbaarheid eindigde Londen als derde. Verder merken de onderzoekers op dat New York blijft investeren in culturele infrastructuur, grote stedelijke ontwikkelingsprojecten en wereldwijde aantrekkingskracht, ondanks veranderingen in het Amerikaanse politieke sentiment die de perceptie beïnvloeden. Parijs wordt omschreven als een stad die floreert met een focus op de toekomst tegen een historische achtergrond.

De Verenigde Staten hebben in de top honderd van beste steden ter wereld de meeste vertegenwoordigers. In totaal werden in die top honderd negentien Amerikaanse bestemmingen genoteerd, gevolgd door Duitsland (8) en China (7). De onderzoekers wijzen er echter op dat Amerikaanse steden zich door tegenwind – met een versneld klimaatimpact, een snelle adoptie van artificiële intelligentie, druk op infrastructuur en een tijdperk van fracties in het globalisme – moeten navigeren.

Hierdoor moeten kapitaalstromen, talentbewegingen en merkimago worden geherdefinieerd. “Stedelijke bosbranden, extreme hitte, waterschaarste en eisen rond de energietransitie zijn niet langer uitzonderingen, maar kerncriteria voor ontwikkeling, risicobeheer en locatiekeuze,” stippen de onderzoekers aan.

Internationaal reizen herstelt zich ongelijk. De regio Azië-Pacific groeit snel, terwijl de belangstelling voor Amerikaanse bestemmingen is afgenomen. Inkomende bezoeken uit markten zoals China, Japan en het Verenigd Koninkrijk blijven in veel belangrijke steden achter bij de cijfers van 2019.

Ondanks deze uitdagingen versterken toonaangevende steden hun klimaatbestendigheid, halen zij geavanceerde productie terug naar eigen bodem, verdiepen zij de samenwerking tussen universiteiten en industrie op het gebied van onderzoek en ontwikkeling (vooral in AI en schone technologie), investeren zij in multimodale verbindingen en ontwikkelen zij culturele districten met aantrekkingskracht – terwijl ze de dynamiek van ecosystemen, digitale betrokkenheid en klimaatrisico’s nauwgezet monitoren.

“Met gepolariseerde percepties – toenemende zorgen over immigratie, groeiende nostalgie en tegenreacties op ‘Brand America’ – moeten Amerikaanse steden de kloof tussen imago en prestaties dichten,” aldus Jason McGrath, EVP en hoofd U.S. Corporate Reputation bij Ipsos, de partner voor het Best Cities-onderzoek. “De beste steden ter wereld zullen winnen door veiligheid, leefbaarheid en kansen op de grond te bewijzen – en dat bewijs duidelijk te communiceren naar bewoners en bezoekers.”

Het rapport wijst echter ook op een aantal opkomende risico’s en prioriteiten waarmee steden wereldwijd worden geconfronteerd. Daarbij wordt onder meer gewag gemaakt van klimaatgerelateerde uitdagingen, de energietransitie en een ongelijkmatig herstel van het toerisme na het einde van de covid-academie. Veranderingen in wereldwijde percepties en geopolitieke druk worden genoemd als aanvullende factoren die de stedelijke concurrentiekracht beïnvloeden.  

“Voor leiders die de stedelijke omgeving van morgen vormgeven – of het nu gaat om kapitaalallocatie, locatiekeuze, infrastructuurontwikkeling of bestemmingsmarketing – biedt dit rapport meer dan ranglijsten”, benadrukte Chris Fair, chief executive van Resonance. “Het rapport levert strategische inzichten, risicobeoordelingen en een routekaart naar de steden en kansen die het volgende decennium van wereldwijde groei zullen definiëren.”  

“We zijn verheugd te horen dat Londen opnieuw tot beste stad ter wereld is uitgeroepen”, betoogde Chris Carter-Chapman, directeur evenementen bij WTM London. Londen staat bekend als een wereldwijd knooppunt voor innovatie, deals en strategische samenwerkingen. Die status zorgt ervoor dat de Britse hoofdstad de ideale locatie is voor de vormgeving van de toekomst van reizen.”  

Sterk stedelijk toerisme  

Uit het rapport blijkt eveneens dat stedentrips in opmars zijn. Internationaal toerisme in grote steden presteert beter dan het nationale gemiddelde en keert daarmee de voorkeur voor landelijke bestemmingen tijdens de pandemie om. In vergelijking met 2019 zullen de vijftig grootste stedelijke bestemmingen ter wereld naar verwachting dit jaar bijna 25 procent meer internationale bezoekers ontvangen, tegenover een groei van 5 procent voor alle bestemmingen in landen. De top honderd vertoont vergelijkbare prestaties. Verwacht wordt dat die trend zich het volgende decennium verder zal zetten.  

De groei wordt gedreven door een herstel van zakenreizen, een toenemende toeristische belangstelling voor cultuur en evenementen en verbeterde luchtverbindingen. Verwacht wordt dat de bezoekersaantallen van de vijftig grootste stedelijke bestemmingen tegen 2032 een stijging met meer dan 40 procent zullen vertonen. Tegelijkertijd zou het landelijk toerisme een toename met ongeveer 33 procent vertonen.

Verwacht wordt dat Dubai en Bangkok bij de grote metropolen de volgende vijf jaar de grootste groei in vrijetijdstoerisme zullen kennen. Die bestemmingen zouden zich aan een stijging met 50 procent mogen verwachten. Een sterke toename wordt ook verwacht voor New York en Los Angeles (30 procent) en Londen, Istanbul en Tokio (ruim 20 procent). Bij de kleinere steden zouden ook Tunis en Sydney een groei met 50 procent kunnen registreren, gevolgd door Lima en Kaapstad (40 procent).

Posted in Stad, toerisme | Reacties uitgeschakeld voor London opnieuw uitgeroepen tot beste stedelijke bestemming van de wereld

Wereldwijde wijnproductie blijft beperkt door klimaatschokken

Posted by managing21 on november 13th, 2025

De wereldwijde wijnproductie is in 2025 licht gestegen, maar blijft voor het derde opeenvolgende jaar onder het gemiddelde. Wijnbouwers kregen opnieuw te maken met extreme en wisselvallige weersomstandigheden. Dat blijkt uit een rapport van de Internationale Organisatie voor Wijnbouw en Wijn (OIV).

Volgens de eerste schattingen van de OIV bedraagt de wereldwijde wijnproductie dit jaar 232 miljoen hectoliter (mhl), een stijging van 3 procent ten opzichte van 2024, maar nog steeds 7 procentonder het gemiddelde van de afgelopen vijf jaar.

“Als we kijken naar de oorzaken van de lagere productie in de afgelopen drie jaar, dan ligt de belangrijkste factor echt bij de klimaatvariaties die we in beide hemisferen hebben gezien,” zei OIV-directeur-generaal John Barker. “Sommige regio’s kregen te maken met hitte en droogte, gevolgd door stortregens of onverwachte vorst. Dat dit nu het derde jaar op rij gebeurt, is opvallend.”

In Europa noteerde Frankrijk zijn kleinste oogst sinds 1957, terwijl de Spaanse productie daalde tot het laagste niveau in dertig jaar. Italië herwon de positie van grootste wijnproducent ter wereld dankzij een productiestijging van 8 procent, geholpen door gunstige weersomstandigheden.

De Verenigde Staten, de vierde wijnproducent wereldwijd, zullen naar verwachting 21,7 miljoen hectoliter produceren — een stijging van 3 procent ten opzichte van 2024, maar nog altijd ver onder de historische pieken en 9 procent onder het vijfjarig gemiddelde.

In het zuidelijk halfrond steeg de productie met 7 procent na drie jaren van daling, vooral dankzij Zuid-Afrika, Australië, Nieuw-Zeeland en Brazilië. Die toename compenseerde de terugval in Chili, maar de totale productie bleef 5 procent onder het gemiddelde, aldus de OIV.

De beperkte groei van de wereldwijde wijnproductie zal waarschijnlijk bijdragen aan een stabilisering van de voorraden, tegen de achtergrond van zwakke vraag in volwassen markten, dalende consumptie in China en voortdurende onzekerheid in de wereldhandel, zei Barker. “Een lage productie kan erg lastig zijn voor individuele producenten en regio’s, maar vanuit macro-economisch perspectief is het positief, omdat productie en consumptie zo beter in balans blijven”, verklaarde hij.

De OIV zal haar schattingen later dit jaar bijwerken.



Posted in voeding & horeca | Reacties uitgeschakeld voor Wereldwijde wijnproductie blijft beperkt door klimaatschokken

Tesla overweegt megafabriek voor chips artificiële intelligentie

Posted by managing21 on november 7th, 2025

Autobouwer Tesla overweegt de bouw van een gigantische chipfabriek voor de productie van semiconductors voor kunstmatige intelligentie. Dat heeft Elon Musk, topman van Tesla, tijdens de algemene vergadering van de aandeelhouders van het bedrijf, gezegd. Musk maakte daarbij gewag van een eventuele samenwerking met chipfabrikant Intel.

Tesla werkt aan de ontwikkeling van zijn vijfde generatie chips voor artificiële intelligentie, bedoeld om de ambities van het bedrijf op het gebied van autonoom rijden te ondersteunen. Musk lichtte tegenover de aandeelhouders de mogelijke productieplannen toe. “Misschien gaan we iets doen met Intel,” betoogde hij. “We hebben nog geen overeenkomst getekend, maar het is waarschijnlijk de moeite waard om gesprekken te voeren.”

Intel, dat zelf chipfabrieken bezit, loopt achter op concurrent Nvidia in de ontwikkeling van semiconductors voor artificiële intelligentie achter op Nvidia. Recentelijk verwierf de Amerikaanse overheid een belang van 10 procent in Intel, dat op zoek is naar externe klanten voor zijn nieuwste productietechnologie.

Musk benadrukte dat Tesla momenteel samenwerkt met Taiwan Semiconductor Manufacturing Company (TSMC) en Samsung. De chips voor artificiële intelligentie worden gebruikt voor de systemen die Tesla voor autonoom rijden heeft ontwikkeld. Daartoe hoort onder meer de software voor Full Self-Driving. Momenteel produceert Tesla chips van de vierde generatie.

Volgens Musk zouden enkele eenheden voor autonome mobiliteit van de vijfde generatie volgend jaar kunnen worden gebouwd. Een grootschalige productie zou echter pas in 2027 mogelijk zijn. De daaropvolgende chips voor autonome mobiliteit van de zesde generatie zouden van dezelfde fabrieken gebruikmaken, maar zouden daarbij wel voor een verdubbeling van de capaciteit zorgen. Een grootschalige productie zou vanaf midden 2028 kunnen worden opgezet.

“Zelfs in het meest gunstige scenario voor chipproductie bij onze leveranciers, zullen er onvoldoende voorraden worden geproduceerd”, benadrukte Musk. “Daarom denk ik dat Tesla misschien een terafabriek moeten bouwen. Die infrastructuur kan vergeleken worden met een gigafabriek, maar zal wel een veel grotere omvang hebben. Ik zie geen andere manier om toegang krijgen tot het aantal chips dat we nodig hebben. We zullen waarschijnlijk een gigantische chipfabriek moeten bouwen.”

Details over de bouw van een dergelijke fabriek gaf Musk niet, maar hij meldde dat de productie ten minste 100.000 waferstarts per maand – een maat voor de output van een halfgeleiderfabriek – zou bedragen. De chip zal volgens Musk goedkoop en energiezuinig zijn en zal worden geoptimaliseerd voor de eigen software van Tesla. De chip zou ongeveer drie keer minder elektriciteit verbruiken dan de Blackwell van Nvidia. Bovendien zouden ook de productiekosten tien keer lager liggen.

Posted in automotive | Reacties uitgeschakeld voor Tesla overweegt megafabriek voor chips artificiële intelligentie

Internationale bescherming kan illegale handel in haaienvinnen niet afremmen

Posted by managing21 on november 7th, 2025

Ondanks meer dan tien jaar internationale inspanningen om de handel in bedreigde haaiensoorten te beperken, blijft de illegale trafiek in haaienvinnen wereldwijd op grote schaal doorgaan. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van wetenschappers aan de Florida International University (FIU) en het Mote Marine Laboratory & Aquarium, gebaseerd op een analyse van bijna 20.000 monsters van haaienvinnen die tussen 2014 en 2021 op de markten werden verzameld.

De studie voert aan dat vinnen van vier van de vijf haaien­soorten die onder de regels van de Convention on International Trade of Endangered Species (Cites) vallen, op markten in Hongkong – het wereldwijde centrum van de verkoop van haaienvinnen – nog steeds in grote aantallen te vinden zijn. Sinds de invoering van de handelsbeperkingen in 2014 is er in de sector nochtans nauwelijks een legale handel gerapporteerd.

“Er is een enorme kloof tussen de gemaakte afspraken en de reële situatie”, betoogde onderzoeker Diego Cardeñosa, marine bioloog aan Global Forensic and Justice Center van de Florida International University en het Institute of Environment. “DNA-bewijs toont duidelijk aan dat deze beschermde soorten nog steeds in alarmerende aantallen op de wereldwijde markten belanden. Er worden zeventig keer meer vinnen van oceanische witpunthaaien en tien keer meer van hamerhaaien gevonden dan op basis van legale rapportages werd verwacht.”

In 2013 erkenden landen de ernst van het probleem en legden zij tijdens een bijeenkomst van Cites handelsbeperkingen op aan vijf bijzonder bedreigde soorten die in de handel belangrijk zijn. De lijst heeft betrekking op drie grote soorten hamerhaaien (de gescandeerde, gladde en grote hamerhaai), de haringhaai en de oceanische witpunthaai. De regels bepaalden dat alle handel moest worden gerapporteerd, waarbij landen bovendien moeten aantonen dat de vangsten niet bedreigend zijn voor het voortbestaan van de soort.

“Sinds de beslissing van Cites in 2014 is er nauwelijks legale handel gemeld of goedgekeurd, wat logisch is gezien de slechte toestand van deze populaties in het wild,” werpt Demian Chapman, directeur van het Shark and Rays Conservation Research Program bij het Mote Marine Laboratory & Aquarium, op. “Op basis van die cijfers zouden we slechts bijzonder weinig vinnen van deze soorten in Hongkong mogen aantreffen. Ondanks de zeer beperkte legale handel bleken vinnen van gescandeerde, gladde en grote hamerhaaien en van oceanische witpunthaaien nochtans elk jaar opnieuw aanwezig te zijn.”

Handhaving

“Onze bevindingen tonen dat wereldwijde handelsregels een krachtig middel kunnen zijn, maar hun efficiëntie hangt af van een daadwerkelijke handhaving door landen,” beklemtoont Chapman. “We zien een duidelijk bewijs dat de wetgeving heel vaak wordt genegeerd. De illegale handel vindt nog altijd op grote schaal plaats.”

De betrokken haaiensoorten staan sinds 2013 op de lijst van Cites, waarbij is gestipuleerd dat de internationale handel alleen is toegestaan wanneer de transacties legaal, traceerbaar en duurzaam zijn. Toch heeft 81 procent van de landen die haaienvinnen exporteren nog nooit enige handel in deze soorten gemeld, wat wijst op aanhoudende illegale uitvoer.

De International Union for Conservation of Nature and Natural Resources (IUCN) beschouwt de hamerhaaien en oceanische witpunthaaien respectievelijk als ernstig bedreigd en kwetsbaar. De voortdurende exploitatie dreigt de populaties echter nog dichter bij uitsterven te brengen. Het genetische speurwerk van het onderzoeksteam wijst uit dat de illegale handel zich over meerdere continenten uitstrekt en diverse grote visserijnaties omvat. Volgens de onderzoekers hebben onder meer Spanje, Taiwan, de Verenigde Arabische Emiraten, de Filipijnen, Ghana en Brazilië in deze handel een belangrijke rol.

“Wij naderen een kantelpunt,” waarschuwt Cardeñosa. “Als de vangst en handel van deze haaien niet aanzienlijk worden teruggebracht, zullen deze soorten verdwijnen. Dat zou een groot verlies zijn van toppredatoren in onze oceanen, met ernstige en onvoorspelbare gevolgen voor het ecosysteem en uiteindelijk ook voor de mens.”

De onderzoekers pleiten voor een striktere toepassing van de Cites-regels, een strengere handhaving en transparantie in de handel en een uitbreiding van genetische monitoring binnen de toeleveringsketen. “Inzicht in het probleem is een belangrijke stap naar een eventuele oplossing,” beklemtoont Chapman. “Cites beschikt over interne mechanismen om illegale handel aan te pakken. In december zal ook worden besloten of de wereldwijde handel in de oceanische witpunthaai geheel wordt verboden. We zijn op het punt beland waarop dergelijke strengere maatregelen noodzakelijk zijn.”

Posted in milieu, voeding & horeca | Reacties uitgeschakeld voor Internationale bescherming kan illegale handel in haaienvinnen niet afremmen