managing21.be

Managing21: een blik op het heden en de toekomst van de economie.

Duurzame diëten tonen economische en culturele verschillen

Posted by managing21 on augustus 5th, 2024

De lidstaten van de Europese Unie integreren de uitdagingen van de klimaatverandering steeds vaker in hun voedingsrichtlijnen, maar economische en culturele verschillen tussen de landen staan ??nog steeds een algehele consensus over duurzame en gezonde diëten in de weg. Dat zeggen wetenschappers aan de Universidad de Alcalá (Spanje).

Recent nog heeft ook Oostenrijk zijn voedingsrichtlijnen bijgewerkt, waarbij ook specifieke aandacht werd gevraagd voor de impact van de klimaatverandering en aanbevelingen voor vegetariërs werden gedaan. Oostenrijk is echter niet het enige land dat duurzaamheid en gezondheid in evenwicht probeert te brengen bij de ondersteuning die aan burgers wordt geboden bij de keuze van voedselopties. Duitsland, Denemarken, Nederland, Spanje en Zweden hebben de voorbije jaren soortgelijke stappen gezet.”

Deze aanpak is in lijn met de visie van World Health Organization (WHO). Tedros Adhanom Ghebreyesus, directeur-generaal van de internationale gezondheidsorganisatie, stuurde in december vorig jaar de recente Klimaatconferentie in Dubai aan op een overschakeling naar meer plantaardige diëten. De Food & Agriculture Organization (FAO) meldde dat inmiddels meer dan honderd landen nationale voedingsrichtlijnen hebben ontwikkeld om gezonde eetpatronen te promoten.

Plantaardige voeding vormt een belangrijke pijler van een duurzaam en gezond dieet. – Foto: Pixabay/Spencer Wing

“Hoewel alle lidstaten van de Europese Unie aanbevelingen rond klimaat en voeding hebben gedaan, blijken er vaak verschillen in de nationale visie op duurzaamheid en consumptie, vaak beïnvloed door lokale voedselculturen en tradities”, merkt Manuel Franco, epidemioloog aan de Universidad de Alcalá, op. “Het voedingsgedrag heeft niet alleen veel te maken met cultuur en gastronomie, maar ook met de maatschappij en de economie waarin we leven.”

Bij het opstellen van voedingsrichtlijnen komt volgens Franco een spanning tussen verschillende parameters – onder meer economie, gezondheid en duurzaamheid – naar boven. “Dit leidt tot politieke beslissingen waarbij soms aan specifieke aspecten prioriteit wordt verleend”, merkt hij op. Deze verschillen kunnen onder meer in de richtlijnen voor consumptie worden aangetroffen. In Oostenrijk wordt slechts één portie vis per week gesuggereerd, maar in Spanje, de grootste visproducent van de Europese Unie, worden minstens drie porties per week aanbevolen. Het zou dan ook niet acceptabel zijn – zowel cultureel als economisch – om aan Spanjaarden te vragen om uit het oogpunt van duurzaamheid minder vis te consumeren.

“Ook op het gebied van alcohol blijken aanzienlijke verschillen”, betoogt Franco. “Griekenland maakte daarbij in 2017 nog gewag van een mediterraan dieet waarin ook voor een matige wijnconsumptie plaats werd gemaakt. Soms worden beslissingen alleen genomen op basis van gezondheid, maar soms krijgen cultuur en gastronomie voorrang op de wetenschap.”

Plantaardig

Wel kan volgens Franco in de herziene voedingsrichtlijnen van de lidstaten vaak een een sterkere nadruk op plantaardige opties, ten koste van vlees en zuivelproducten, worden opgetekend. “Inspanningen om de inname van dierlijke producten te verminderen zijn op het vlak van gezondheid en leefmilieu betekent een enorme stap voorwaarts”, beklemtoont de epidemioloog.

De herziene aanbevelingen van Oostenrijk adviseren om vlees en vis te beperken tot één maaltijd per week. Eventueel zou van beide nog een extra portie per week mogelijk zijn. Dit komt neer op 32,25 gram vlees per dag. In landen zoals Finland, Frankrijk en Polen liggen die aanbevolen portie echter twee keer hoger. Ook Duitsland heeft in maart zijn richtlijnen bijgewerkt om plantaardige voeding sterk te bevoordelen en waarbij aangeraden wordt om de consumptie van vlees te beperken. In Nederland werd in 2015 aanbevolen om de consumptie van vlees te beperken of te vermijden.

Italië hanteert op dat vlak een gematigder aanpak. In de Italiaanse richtlijnen van 2018 wordt opgemerkt dat een aantal dierlijke producten nog steeds noodzakelijk zijn om voedingstekorten te voorkomen. Zweden riep 2015 op om de consumptie van vlees te beperken, maar stelde zich gematigder op tegenover het verbruik van zuivelproducten. “Boter heeft op het leefmilieu een grotere impact dan oliën, maar kan tegelijkertijd bijdragen tot een rijk agrarisch landschap en het behoud van een grotere biodiversiteit”, werd er daarbij opgemerkt.

Naarmate de voedingsrichtlijnen evolueren, wordt het volgens Franco cruciaal dat ook de maatschappij die nieuwe trends volgt. De epidemioloog stipte aan dat investeringen in overheidsaanbestedingen, onder meer in schoolkantines, de gemakkelijkste manier zijn om gezonde en duurzame diëten dichter bij burgers te brengen. Het World Wildlife Fund Europe riep eveneens op tot een groter aantal publieke maatregelen om milieuvriendelijke diëten te stimuleren. De organisatie schoof daarbij een aantal praktische stappen, zoals prijsverlagingen voor plantaardige producten en het verbeteren van de etikettering van de promotie van dierenwelzijn, naar voor.

“Een beleid dat alleen op bewustwording vertrouwt, zal geen gedragswijziging generen”, betoogde de natuurvereniging. “Politici moeten hun verantwoordelijkheid nemen en mogen die opdracht niet alleen maar naar de burgers doorschuiven.”

Franco zelf benadrukte bij het streven naar duurzaamheid ook het aspect van sociale rechtvaardigheid. Hij wees er daarbij op dat de beste voedselopties voor alle burgers, ongeacht hun economische en sociale status, toegankelijk moeten zijn. “Diëten en ziektes die met voedingsgewoonten zijn verbonden, worden nog altijd met ongelijkheid geconfronteerd en zijn aan sociale klassen gelinkt.

Meer over dit onderwerp: