Handvol bedrijven verantwoordelijk voor helft van wereldwijde uitstoot koolstofdioxide
Posted by managing21 on januari 21st, 2026
Slechts 32 producenten van fossiele brandstoffen waren in 2024 verantwoordelijk voor de helft van de wereldwijde uitstoot van kooldioxide die de klimaatcrisis aanjaagt, terwijl het jaar voordien nog 36 bedrijven die emissies voor hun rekening namen. Dat blijkt uit een rapport van de belangengroep Carbon Majors, onder leiding van de denktank InfluenceMap.
Saudi Aramco was de grootste staatsgecontroleerde vervuiler, terwijl ExxonMobil de grootste beursgenoteerde uitstoter was. Critici beschuldigen de leidende bedrijven uit de industrie van de fossiele brandstoffen ervan het klimaatbeleid te saboteren en aan de verkeerde kant van de geschiedenis te staan, maar wijzen er tegelijk op dat emissiegegevens ook steeds vaker worden gebruikt om bedrijven aansprakelijk te stellen.
Staatsbedrijven vormden zeventien van de twintig grootste uitstoters. Volgens het rapport onderstreept dit fenomeen de politieke obstakels bij het aanpakken van de opwarming van de aarde. De zeventien betrokken ondernemingen staan onder controle van landen die zich tijdens de klimaattop Cop30 van de Verenigde Naties in december hebben verzet tegen een voorgestelde uitfasering van fossiele brandstoffen, waaronder Saudi-Arabië, Rusland, China, Iran, de Verenigde Arabische Emiraten en India. Meer dan tachtig andere landen steunden de uitfasering.
Saudi Aramco was verantwoordelijk voor de uitstoot van 1,7 miljard ton koolstofdioxide, grotendeels afkomstig van geëxporteerde olie. Als Saudi Aramco een land zou zijn, zou het de vijfde grootste producent van koolstofdioxide ter wereld zijn, net achter Rusland. De productie van fossiele brandstoffen bij ExxonMobil leidde tot de uitstoot van 610 miljoen ton koolstofdioxide, waarmee het bedrijf de negende grootste vervuiler zou zijn, vóór Zuid-Korea.
Na een tijdelijke daling tijdens de coronapandemie is de verbranding van fossiele brandstoffen weer toegenomen, waardoor de mondiale uitstoot jaarlijks nieuwe records bereikt. Om de doelstelling van het Akkoord van Parijs – maximaal 1,5 graden opwarming – te halen, zou de uitstoot in 2030 met 45 procent moeten zijn gedaald, een doel dat inmiddels als onhaalbaar wordt gezien. Volgens experts blijft het echter cruciaal om de overschrijding te beperken, omdat elke fractie van een graad extra opwarming de klimaateffecten voor gemeenschappen verergert.
Emmett Connaire, analist bij InfluenceMap, benadrukt dat de mondiale uitstoot elk jaar steeds sterker geconcentreerd raakt bij een kleiner wordende groep grote producenten, terwijl de totale productie blijft groeien. Recente fusies in de oliesector zijn onder meer de overname van Pioneer Natural Resources door ExxonMobil en de overname van Hess door Chevron.
Tzeporah Berman, woordvoerder van het Fossil Fuel Non-Proliferation Treaty Initiative, voegt eraan toe dat deze analyse een harde realiteit onderstreept. “Een machtige, geconcentreerde groep fossiele-brandstofbedrijven domineert niet alleen de mondiale uitstoot, maar ondermijnt actief klimaatbeleid en verzwakt de ambitie van overheden”, beklemtoonde Berman.
Het initiatief wil internationale samenwerking tot stand brengen om de uitbreiding van fossiele brandstoffen te stoppen en een rechtvaardige overgang weg van steenkool, olie en gas te starten. Volgens Berman is een bijeenkomst in april in Colombia van de 80 landen die een uitfasering steunen een belangrijke stap in de richting van een duurzame toekomst.
Christiana Figueres, voormalig klimaatchef van de Verenigde Naties, betoogde dat de nieuwste resultaten van de studie opnieuw tonen dat grote uitstoters aan de verkeerde kant van de geschiedenis staan. “Terwijl wereldwijd bijna twee keer zoveel wordt geïnvesteerd in duurzame energie en elektrificatie als in fossiele brandstoffen, houden de grote producenten van fossiele brandstoffen vast aan verouderde, vervuilende producten”, wierp Figueres op. “Maar data bieden een instrument voor de groeiende meerderheid die zich verenigt rond wetenschappelijk onderbouwde oplossingen en verantwoording.”
De studie lag aan de basis van recente analyses die de uitstoot van degrootste producenten van fossiele brandstoffen ter wereld rechtstreeks koppelden aan tientallen dodelijke hittegolven die anders vrijwel onmogelijk zouden zijn geweest. Andere studies gebruikten de data om economische schade door extreme hitte, ter waarde van biljoenen dollars, toe te schrijven aan individuele bedrijven.
De database wordt ook ingezet in rechtszaken, zoals het geding tussen Lliuya en het Duitse energieconcern RWE, maar ook bij superfondswetten in New York en Vermont die grote producenten van fossiele brandstoffen verplichten te betalen voor projecten ter bescherming van burgers tegen klimaatimpact zoals overstromingen en extreme hitte.
Ook Rebecca Brown, hoofd van het Center for International Environmental Law, beklemtoonde dat het bewijs zich opstapelt. “Het Internationaal Gerechtshof en rechtbanken wereldwijd leggen steeds vaker het verband tussen de productie van fossiele brandstoffen en klimaatvernietiging”, gaf Brown aan. “Daarmee wordt duidelijk dat grote vervuilers fossiele brandstoffen moeten uitfaseren en moeten betalen. Als de feiten helder zijn en de wet duidelijk is, moet verantwoording volgen.”