managing21.be

Managing21: een blik op het heden en de toekomst van de economie.

Overnames leiden niet tot winst

Posted by managing21 on september 3rd, 2007

Amper de helft van alle fusies en overnames blijkt te lukken. Dat blijkt uit een studie van het onderzoeksbureau Boston Consulting Group (BCG). Opvallend noemen de onderzoekers het feit dat vooral opmerkelijk dure transacties een succes blijken te zijn, net zoals projecten van investeringsgroepen. Vooral in de Verenigde Staten blijken aandeelhouders van overnemende bedrijven slachtoffer te zijn van de transacties en verliezen hun pakketten aan waarde.

Uit het BCG-onderzoek blijkt dat amper 56 procent van alle overnames en fusies tussen 1992 en 2006 economisch zinvol zijn gebleken. “In veel gevallen komen volgens de onderzoekers alleen de aandeelhouders van het overgenomen bedrijf met winst uit de transactie,” aldus Manager-Magazin. “De aandeelhouders van de koper komen vaak als verliezers uit de bus. Vooral overnames van meer dan één miljard dollar draaien slecht uit, omdat twee grote bedrijven moeilijk te integreren zijn.”

Vooral Amerikaanse overnemers hebben het volgens BCG de voorbije veertien jaar zwaar te verduren gehad. De waarde van hun aandelen is tijdens die periode gemiddeld met 2,2 procent gedaald. In Europa liggen de zaken iets minder negatief, want daar is de waardedaling beperkt gebleven tot 0,2 procent. In bepaalde sectoren – zoals de autoindustrie, de chemie of de detailhandel – is daar zelfs een gemiddelde winst van bijna 1 procent.

Het volgens de onderzoekers echter opvallend dat overnames vooral rendabel blijken te zijn wanneer de transactieprijs op het eerste gezicht aan de dure kant uitvielen. “Vooral tijdens de hausseperiode van 1997 tot 2001 bleek dat het geval te zijn,” aldus nog de onderzoekers. “Wellicht werd bij dergelijke zware overnames intensief gekeken naar de economische vooruitzichten voor de toekomst en werd er niet oppervlakkig naar de prijs gekeken.”

De meerprijs die moet betaald worden, is volgens de onderzoekers in veel gevallen relatief beperkt in vergelijking met de winstvooruitzichten van het overgenomen bedrijf. “Het economisch belang van de overname en de kans om het overgenomen bedrijf verder uit te bouwen, zijn duidelijk een sleutel tot succes.” Ook investeringsgroepen blijken het daarbij goed te doen, hoewel zij veelal de naam hebben om avontuurlijke prijzen te betalen voor overnames.

Kapitaalinvesteerders hebben volgens de onderzoekers dan ook gunstiger overnames geboekt dan strategische investeerders. “Wellicht heeft dit te maken met consoliderende sectoren,” voeren ze aan. “Daar worden dikwijls stevige prijzen gevraagd, maar kapitaalinvesteerders hebben de neiging om zich uit die takken weg te houden of in te stappen voor de consolidatiegolf op gang komt. Kapitaalinvesteerders zijn echte kampioen in timing.”

Bovendien interesseren kapitaalinvesteerders zich vooral in bedrijven waar strategische investeerders uit concurrentiële overwegingen niet aan de bak kunnen komen. “Maar men mag ook niet vergeten dat kapitaalinvesteerders dikwijls bij hun overnamepogingen soms machtige bondgenoten hebben, zoals het management van het bedrijf,” wordt er opgemerkt. “De bedrijfsleiding hoopt dikwijls door een verbond met deze investeerders aan het roer te kunnen blijven. Bij een overname door een concurrent moeten ze meestal snel de plaats ruimen.”