managing21.be

Managing21: een blik op het heden en de toekomst van de economie.

Archive for the 'energie' Category

Tesla niet langer populairste merk elektrische wagens

Posted by managing21 on 27th juli 2024

De tevredenheid van klanten over nieuwe elektrische wagens is tot een absoluut hoogtepunt gestegen, maar Tesla vormt daarop een opmerkelijke uitzondering. Dat blijkt uit een rapport van analist JD Power, gebaseerd op een enquête bij nagenoeg honderdduizend eigenaars van nieuwe elektrische wagens. Tesla voerde tot nu toe onafgebroken de ranglijst aan, maar blijft nu achter tegenover de elektrische wagens van de traditionele automerken. Elektrische wagens halen ook betere scores dan auto’s met benzinemotoren of plugin hybrides.

“De traditionele fabrikanten hebben geluisterd naar de stem van de klant“, verklaarde Frank Hanley, autospecialist bij JD Power, die ommekeer. “Deze merken lanceren voertuigen die een betere kwaliteit uitstralen en ook beter aansluiten bij de wensen van de klanten, met inbegrip van een efficiëntere aankleding van de passagiersruimte en het gebruik van materialen van hogere kwaliteit. Bovendien wordt ervoor gezorgd dat functies gemakkelijk kunnen worden geactiveerd.”

Porsche laat op het gebied van klanttevredenheid de hoogste score optekenen. – Foto: Porsche

Hanley merkte op dat klanten van de elektrische wagens van de traditionele merken meer opwinding en emotionele gehechtheid voelen voor hun voertuigen dan bij Tesla. De aantrekkingskracht van Tesla bleek het sterkst onder loyale kopers. Elektrische wagens waren in het onderzoek het meest aantrekkelijk, zelfs in vergelijking met voertuigen van alle andere brandstoftypen. Kopers van nieuwe elektrische voertuigen toonden zich vooral opgetogen over het verbeterde bereik van de batterij en betere interieurmaterialen.

Tesla haalde in het onderzoek een score van 87 procent, maar bij de andere elektrische wagens werd een totaal van 87,7 procent opgetekend. Wanneer de tevredenheid over alle voertuigtypes wordt bekeken, kan een score van 84,7 procent worden genoteerd. Benzinewagens halen een gemiddelde 84,2 procent, terwijl bij plugin hybrides een totaal van 84,1 procent wordt gemeld. 

Porsche voerde met een totaal van 89,1 procent de algemene rangschikking bij de premiummerken aan, gevolgd door Jaguar (88,6 procent), Land Rover (88,2 procent), BMW (88,1 procent) en Mercedes-Benz (87,6 procent). Bij de massamerken eindigde Mini op de eerste plaats (85,8 procent), gevolgd door Ram (85,4 procent), Kia (85,3 procent), Hyundai (84,6 procent) en GMC (84,5 procent).

JD Power merkt op dat de studie al decennialang een verband aantoont tussen de rangschikking en de doorverkoopwaarde van de voertuigen. “Enkele jaren geleden zou een rangschikking met elektrische voertuigen als lijstaanvoerder ondenkbaar zijn geweest”, merken de onderzoekers nog op. Elektrische voertuigen van reguliere merken sloegen de voorbije jaren niet zo goed aan en presteerden op het gebied van algemene tevredenheid minder goed dan vergelijkbare modellen met benzinemotoren. Maar vorig jaar bleek al dat de elektrische auto’s van de traditionele merken de kloof met Tesla aan het dichten waren.

“Een deel van het probleem is dat de kopers van een Tesla in twee categorieën uiteenvallen”, voert Hanley aan. “Enerzijds zijn er de trouwe en terugkerende kopers, die als echte Tesla-fans kunnen worden bestempeld. Maar daarnaast zijn er ook nieuwe kopers, die vaak voor de eerste keer in hun leven van een verbrandingsmotor op een elektrische aandrijving zijn overgestapt. Het lijkt erop dat Tesla op deze nieuwe kopers niet zoveel indruk maakt. Het kooppubliek van Tesla verandert. In het begin bestond het cliënteel immers vooral over chauffeurs met een grote interesse voor technologie. Door prijsverlagingen werden de wagens echter ook meer betaalbaar voor een breder publiek, waardoor ook het type van de gemiddelde koper verandert.”

“De tevredenheidsscore van Tesla laat dan ook al enkele jaren een dalende trend optekenen. “In 2020 liet Tesla nog een score van 89,6 procent noteren, maar het jaar daarop werd de daling ingezet met een totaal van 89,3 procent. Twee jaar geleden werd een verdere terugval tot 88,7 procent gemeld en vorig jaar eindigde Tesla op een quotering van 87,8 procent”, zegt Hanley nog. “Het verschil tussen trouwe fans en nieuwe kopers is bij geen enkel premiummerk groter dan bij Tesla. Er is bij de nieuwe klanten ook geen enkel specifiek aspect dat door een negatief oordeel wordt gekenmerkt. De kritiek heeft betrekking op bijna alle aspecten van de voertuig-ervaring.”

JD Power merkt nog op dat ook de elektrische wagens van BMW, Cadillac en Genesis boven het gemiddelde presteren. “Deze merken gaan met hun elektrische aandrijving absoluut de goede kant uit”, benadrukt Hanley.

Meer over dit onderwerp:

Posted in automotive, energie | Reacties uitgeschakeld voor Tesla niet langer populairste merk elektrische wagens

Chinese autofabrikanten investeren meer in onderzoek

Posted by managing21 on 25th juli 2024

Chinese fabrikanten van elektrische auto investeren in verhouding met hun omzet meer uit aan onderzoek dan hun wereldwijde concurrenten. Dat blijkt uit een analyse van de nieuwssite Consumer News and Business Channel (CNBC), gebaseerd op de winsten die vier Chinese autobouwers met een notering op de Amerikaanse beurs tijdens het eerste kwartaal van dit jaar hebben gerealiseerd.

Investeringen zijn volgens analisten een cruciale strategie om op de moordende Chinese automarkt te kunnen overleven. “Veel Chinese autofabrikanten besteden al evenveel of grotere percentages van hun omzet aan onderzoek en ontwikkeling dan hun mondiale collega’s”, benadrukt Paul Gong, autospecialist bij UBS Global. “Die percentages liggen gevoelig hoger dan in het verleden. In bepaalde gevallen liggen de Chinese bestedingen zelfs in absolute cijfers hoger dan bij hun wereldwijde collega’s.”

Software vormt een belangrijk onderdeel van de investeringen in de autosector. – Foto: Renault

Nio stond in de ranglijst op de eerste plaats. De Chinese constructeur besteedde tijdens de eerste drie maanden van dit jaar bijna 29 procent van zijn omzet aan onderzoek en ontwikkeling. “Dat is veel hoger dan Tesla, dat tijdens diezelfde periode slechts 5,4 procent aan onderzoek en ontwikkeling uitgaf. Tijdens het tweede kwartaal van het jaar viel dat cijfer nog verder terug tot 4,2 procent. Tesla staat bekend om zijn relatief lage investeringsratio.”

Xpeng volgde in de rangschikking met een score van 20 procent op een tweede plaats, gevolgd door Li Auto (11 procent) en Byd (8,5 procent). Byd liet daarbij echter een investering van 1,47 miljard dollar in onderzoek optekenen, tegenover een bedrag van 1,15 miljard dollar bij Tesla.

De onderzoekers merken echter wel op dat het minder duidelijk is of die hogere uitgaven aan research zich op lange termijn kunnen vertalen in een sterker concurrentievermogen. “Nio moet al jaren verlies leiden en ziet pas de jongste maanden een toename in de verkopen van zijn duurdere modellen”, geven ze aan. Paul Gong waarschuwde er daarbij voor dat de verhouding tussen de omzet en de uitgaven aan onderzoek geen definitieve maatstaf voor technologische innovatie vormen.

Hevige concurrentiestrijd

In de Chinese autosector woedt momenteel een hevige concurrentiestrijd. “Bedrijven moeten op kwaliteit concurreren”, wierp Feng Shen, vice-president van Nio, op. “Bedrijven die op kwaliteitsgebied niet kunnen wedijveren, hebben weinig toekomst.” Shen verduidelijkte daarbij dat Nio concrete stappen heeft gezet om de productkwaliteit te verbeteren, waarbij vooral werd ingezet op nieuwe technologie en vooruitstrevende toepassingen in de voorraadketen, waarbij hij onder meer wees naar de bouw van een tweede fabriek in Hefei, waar Nio naast tweeduizend werknemers ook 756 robots in de autoproductie inzet.

Belangrijk daarbij is volgens William Li, chief executive van Nio, om in elke fase van de productie een digitalisering door te drukken. “Wanneer het digitale systeem over meerdere leveranciers-niveaus heen kan worden geïntegreerd, kunnen ook gemakkelijker problemen worden geïdentificeerd.”

Zeekr, onderdeel van de groep Geely die op de beurs van Hongkong staat genoteerd, investeerde tijdens het eerste kwartaal van dit jaar 13 procent van zijn omzet aan onderzoek en ontwikkeling. Ren Xiangfei, vice-president onderzoek bij Geely, beklemtoonde dat de groep zowel de hardware als de software voor elektrische auto’s verder wil verfijnen, maar voegde eraan toe dat vooral software voor een grotere differentiatie kan zorgen, zowel op het gebied van bestuurdersassistentie en entertainment als op het vlak van veiligheid.

Ren merkte op dat elektrische wagens een groter aantal functies kunnen ondersteunen. “Dat is te wijten aan het feit dat deze voertuigen een grotere batterij hebben dan de traditionele wagen met verbrandingsmotoren”, wierp hij op. “Hiermee wordt ook het nieuwe concept van de software-gedefinieerde auto gecreëerd.”

Analisten merken nog op dat de fabrikanten van elektrische auto’s zich in de toekomst zich op het gebied van batterijen en software zullen onderscheiden. “Dit zijn twee categorieën die door respectievelijk Catl en Huawei worden gedomineerd”, benadrukt Jing Liu, docent financiën aan de Cheung Kong Graduate School of Business. “Het is onwaarschijnlijk dat een bedrijf een beter product kan afleveren dan gespecialiseerde leveranciers. Dit betekent echter ook dat het uiteindelijk voor autofabrikanten moeilijk is om op te vallen in een markt waar consumenten gemakkelijk tussen merken kunnen wisselen.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in automotive, energie | Reacties uitgeschakeld voor Chinese autofabrikanten investeren meer in onderzoek

Autofabrikanten grijpen terug naar verbrandingsmotoren

Posted by managing21 on 25th juli 2024

Autofabrikanten worden geconfronteerd met een aanzienlijke overcapaciteit voor de productie van elektrische voertuigen. Dat probleem is het gevolg van de afnemende vraag, waardoor veel constructeurs terugkeren naar ontwikkelingsplannen voor auto’s met verbrandingsmotoren. Dat heeft Laurent Favre, chief executive van de Franse toeleverancier OPmobility, gezegd.

“Amerikaanse, Duitse en Franse autofabrikanten produceren elektrische wagens op een niveau dat momenteel tussen 40 procent en 45 procent onder de aanvankelijke verwachtingen ligt, betoogt Laurent Favre. “Dit betekent dat de capaciteit die door onze klanten en door onszelf wordt opgezet, voortdurend moet worden aangepast. We passen de manier waarop we met onze klanten werken aan.”

Elektrische wagens doen momenteel vele autobouwers twijfelen. – Foto: Ford Motor

De verschuiving naar elektrische voertuigen in Europa is gestagneerd door de hoge prijzen en de afschaffing van subsidies door een aantal regeringen. De tegenslag zet bedrijven zoals Mercedes-Benz Group ertoe aan hun verkoopdoelstellingen voor elektrische wagens op te schuiven, terwijl fabrikanten van batterijen eveneens hun projecten herzien. Het rimpeleffect van de vertragende verschuiving verspreidt zich over de sector. 

Daarbij wordt gewezen naar onder meer Stellantis, dat een einde maakt aan de productie van elektrische wagens in de fabriek van Mirafiori, in de buurt van Turijn. Ook raakte bekend dat Volkswagen onlangs een procedure startte waardoor de Duitse groep mogelijk zal overgaan tot de sluiting van een fabriek in België waar de elektrische Audi Q8 e-tron wordt geproduceerd. Verder werd aangekondigd dat de Franse toeleverancier Valeo voor twee fabrieken een koper zoekt. In de Verenigde Staten benadrukte Ford Motor 3 miljard dollar te zullen investeren in de bouw van Super Duty F-serie, een bijzonder winstgevende pickup truck, in zijn fabriek van Ontario in Canada.

“Er kan ook een hernieuwde interesse worden opgemerkt voor hybrides en plugin hybrides,” benadrukte Favre. “Een aantal van onze klanten, met name in de Verenigde Staten, was al van plan om onmiddellijk van klassieke voertuigen met verbrandingsmotoren naar elektrische voertuigen over te schakelen, maar hebben te kennen gegeven zich op de ontwikkeling van plugin hybrides te richten.”

OPmobility, het voormalige Plastic Omnium, zelf bevestigde dinsdag zijn doelstellingen voor het hele jaar, hoewel Favre zei voorzichtig te blijven over de vooruitzichten voor de volgende maanden. “Er is nog veel onzekerheid over de volumes en de ontwikkeling van de markt,” benadrukte Favre. “Men mag daarbij niet vergeten dat de verschuiving naar elektrische aandrijving door regelgevende instanties werd opgelegd, maar niet werd gegenereerd door de vraag van de consumenten.”

Plugin hybrides

Uit een rapport van analyst Pricewaterhouse Coopers (PwC), gebaseerd op een onderzoek in eenentwintig landen, blijkt dat elektrische voertuigen, met inbegrip van de verschillende hybride types, tijdens het tweede kwartaal van dit jaar een aandeel van 37 procent hadden in de wereldwijde autoverkoop, tegenover 30 procent dezelfde periode vorig jaar. De verkoop van elektrische wagens liet daarbij een stijging met 21 procent optekenen. De verkoop van auto’s met verbrandingsmotoren liep tijdens diezelfde periode met 9 procent terug.

In het rapport wordt wel opgemerkt dat een groot deel van de groei die de verkoop van elektrische wagens recent heeft laten optekenen, kan worden toegeschreven aan de afzet van plugin hybrides in China, die tijdens het tweede kwartaal van dit jaar een stijging met 98 procent registreerden tegenover dezelfde periode vorig jaar. China liet daarbij voor de eerste keer in de geschiedenis tijdens één kwartaal een verkoop van meer dan één miljoen exemplaren noteren.

Uit het rapport blijkt verder nog dat de export van Chinese autobouwers dit jaar een groei met 57 procent zal tonen. De verkoop van wagens met een exclusief elektrische aandrijving laat in China volgens de analisten een groei met 13 procent optekenen. De verkoop van plugin hybrides en elektrische wagens met een range extender toont een verdubbeling tot één miljoen eenheden. Daarnaast wordt opgemerkt dat elektromobiliteit een verdere wereldwijde groei kent, in toenemende mate door plugin hybrides, gedragen. Het rapport wijst er ook op dat de verkoop van zuiver elektrische wagens in Duitsland voor het derde kwartaal op rij een inkrimping heeft laten optekenen.

Meer over dit onderwerp:

Posted in automotive, energie, Mobility | Reacties uitgeschakeld voor Autofabrikanten grijpen terug naar verbrandingsmotoren

Pech bij elektrische wagens heeft nauwelijks iets met batterij te maken

Posted by managing21 on 24th juli 2024

Pech heeft bij elektrische wagens nagenoeg even weinig te maken met een lege batterij als een lege tank bij voertuigen met verbrandingsmotoren. Dat blijkt uit een rapport van de American Automobile Association (AAA). Hieruit moet volgens de Amerikaanse automobilistenbond worden afgeleid dat alvast een aantal bekommernissen over elektrische voertuigen overbodig lijken.

In juni van dit jaar bleek bij amper 1,4 procent van de defecten bij elektrische wagens sprake te zijn van een lege batterij, tegenover 1,6 procent tijdens dezelfde maand vorig jaar. Daarmee wordt een trend verder gezet die al geruime tijd kan worden opgemerkt. Midden vorig decennium bleek nog 8 procent van alle oproepen die de Amerikaanse automobilistenbond voor hulp bij elektrische wagens ontving, betrekking op een lege batterij te hebben. Dat cijfer was vijf jaar geleden echter al tot 4,6 procent teruggevallen en daalde drie jaar geleden verder tot 2,8 procent.

Pech heeft bij elektrische wagens zelden met de batterij te maken. – Foto: Pixabay/Markus Roider

Tussenkomsten over een lage batterij bij elektrische voertuigen komen volgens de automobilistenbond inmiddels dicht in de buurt van de cijfers die bij wagens met verbrandingsmotoren voor een lege tank kunnen worden opgetekend. “In juni van dit jaar bleek bij 1 procent van de tussenkomsten bij de voertuigen op benzine of diesel, de auto zonder brandstof te zijn gevallen”, voert Edmund King, voorzitter van de American Automobile Association, aan. “Ook bij elektrische wagens zullen de tussenkomsten voor een lege batterij in de toekomst tot het niveau van 1 procent verder dalen.”

“De bezorgdheid over het opladen van de batterij die bij vele chauffeurs van elektrische wagens kan worden vastgesteld, lijkt dan ook ongegrond”, merkt Edmund King op. “De daling van het aantal oproepen, ondanks het toenemend aantal elektrische wagens in het verkeer, kan worden toegeschreven aan de vooruitgang in de technologie voor de batterijen voor elektrische wagens en aan een verbeterde betrouwbaarheid en beschikbaarheid van oplaadstations.”

De Amerikaanse automobilistenbond moet naar eigen zeggen gemiddeld achtduizend keer per dag bij pech tussenkomen. “Maar slechts vijf tot zes wagens blijken problemen met de batterij te melden”, werpt King op. “In de meeste gevallen blijkt de batterij van het voertuig zelfs niet helemaal leeggelopen te zijn, maar is het oplaadniveau tot een niveau teruggezakt dat bij de eigenaar twijfels rijzen over de kans om alsnog een nabijgelegen oplaadstation te bereiken.”

Accurate informatie

“We begrijpen dat vele chauffeurs aarzelen om op een elektrisch voertuig over te stappen”, geeft King nog aan. “Er is immers sprake van een enorme verandering, maar het is belangrijk dat hun beslissingen op accurate informatie zijn gebaseerd. Wanneer de bestuurders eenmaal de overstap hebben gemaakt, zal de overgrote meerderheid niet meer naar het verleden met de verbrandingsmotor terugblikken.”

Wagens met een verbrandingsmotor en voertuigen met een elektrische aandrijving worden door een heel verschillende technologische architectuur gekenmerkt, maar vaak blijken de twee categorieën met dezelfde types defecten geconfronteerd te worden. “De tussenkomsten hebben vooral betrekking op de banden en de wielen”, verduidelijkt King. “Daarnaast blijken er vaak ook problemen met de traditionele accu.”

De batterij vormt bij vele chauffeurs een belangrijke drempel om voor een elektrische wagen te kiezen. Niet alleen wordt er vaak opgekeken tegen de langere oplaadtijden, maar ook wordt veelvuldig gewezen naar een ongerustheid over de actieradius van de batterij, waardoor het bereik van de elektrische auto veel kleiner is dan bij een voertuig met een verbrandingsmotor. Vooral bij verdere verplaatsingen steekt die ongerustheid vaak de kop op.

Edmund King wijst er daarbij op in een elektrische wagen een toer van 1.500 mijl door Groot-Brittannië te hebben gemaakt en daarbij op geen enkel ogenblik bereikvrees heeft ervaren. “Eenzelfde initiatief drie jaar geleden, veroorzaakte veel meer stress”, benadrukte hij. “Er waren toen immers nog veel minder oplaadstations beschikbaar, terwijl ze ook veel minder betrouwbaar waren.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in automotive, energie, Mobility | Reacties uitgeschakeld voor Pech bij elektrische wagens heeft nauwelijks iets met batterij te maken

Beluga-walvissen laten vergunningen voor oliewinning in Alaska blokkeren

Posted by managing21 on 21st juli 2024

Een federale rechter in Alaska heeft de verkoop van leases voor de winning van olie en gas in het Cook Inlet Bassin opgeschort. De rechter zegt problemen te hebben ontdekt in de milieustudie die aan de verkoop is voorafgegaan. Opgemerkt werd dat de impact van de geluidshinder van de schepen op de beluga-walvissen in het winningsgebied, onvoldoende werd onderzocht. De beluga is in de Verenigde Staten een beschermde soort.

De verkoop van de leases was oorspronkelijk door de regering van de Amerikaanse president Joe Biden toegestaan. De uitspraak van dinsdagavond wordt gezien als een overwinning voor de milieuverenigingen, die bezwaar hadden gemaakt tegen de opname van eerder geannuleerde leases voor de winning van olie en gas in de Inflation Reduction Act, die anderhalf jaar werd aangenomen. De federale rechtbank oordeelde dat de Amerikaanse regering met de verkoop de wet had overtreden.

De beluga is in de Verenigde Staten een beschermde soort. – Foto: Pixabay/mjimages

De nieuwe wet belooft grote en voortdurende investeringen in klimaatmaatregelen, die naar verwachting de uitstoot van de Verenigde Staten tegen eind dit decennium met 40 procent zullen verminderen en de groei van de industrie voor de opwekking van duurzame energie zullen ondersteunen. De federale rechtbank oordeelde dat de impact van de geluidshinder van de schepen op de beluga-walvissen niet goed heeft beoordeeld. Verder werd gemeld dat het agentschap ook onterecht een algemene beoordeling voor de beluga-walvissen en andere zeezoogdieren had afgegeven. “De verschillende soorten moesten afzonderlijk worden bekeken”, gaf de rechter aan.

Aanvullend milieuonderzoek

De verkoop had bijna een miljoen acres van de federale wateren van Alaska beschikbaar gemaakt voor een mogelijke ontginning van olie en gas. Het geviseerde gebied is lange tijd een toneel geweest voor confrontaties tussen oliemaatschappijen en milieuactivisten. Er wordt wel op gewezen dat de verkoop van de leases door de rechtbank niet volledig ongeldig werd verklaard. Er is slechts sprake van een opschorting in afwachting van een aanvullend milieuonderzoek naar de specifieke kwesties die de rechtbank aan de orde had gesteld. Onder druk van overbevissing zijn er in het Cook Inlet Bassin nog minder dan driehonderd beluga-walvissen overgebleven.

Eerder deze maand maakte ConocoPhillips bekend juridische stappen te hebben ondernomen tegen het verbod van de Amerikaanse regering op olieboringen in een aanzienlijk deel van de National Petroleum Reserve (NPR) in Alaska. Het bedrijf beweerde dat de regel in strijd is met een federale wet die de ontwikkeling van olie in het gebied verplicht stelt. Daarmee ging de onderneming in tegen de beslissing van het Amerikaanse ministerie van binnenlandse zaken, die in april van dit jaar de ontginning van gas en olie in 40 procent van het National Petroleum Reserve blokkeert.

Deze stap maakt deel uit van de inspanningen van het ministerie om leefgebieden van wilde dieren en de levenswijze van inheemse gemeenschappen te beschermen. Vertegenwoordigers van de oliesector, waaronder ook bedrijven met bestaande leases in het reservaat, stellen echter dat de regel de ontwikkeling belemmert in een gebied dat van oudsher is toegewezen aan energiebronnen.

Inmiddels overweegt de Amerikaanse regering vergunningen voor nieuwe boorprojecten in de National Petroleum Reserve nog meer te beperken. Het Bureau of Land Management van het Amerikaanse ministerie van binnenlandse zaken kondigde een openbaar onderzoek aan om uit te zoeken of het aangewezen zou zijn om in het gebied, dat in totaal 23 miljoen acres groot is, nieuwe zones aan te duiden waar de booractiviteit zou moeten worden verboden. Dit zou nieuwe exploraties naar olie in het westelijk noordpoolgebied aanzienlijk kunnen belemmeren.

“We hebben de verantwoordelijkheid om het westelijke Noordpoolgebied te beheren op een manier die recht doet aan de ruimschoots veertig inheemse gemeenschappen die voor hun levensonderhoud van de hulpbronnen in het reservaat afhankelijk blijven”, benadrukte Tracy Stone-Manning, directeur van het Bureau of Land Management. “Door het snel veranderende klimaat zijn deze beveiligde gebieden steeds belangrijker voor de beweging van de kariboes en de gezondheid van de kuddes, maar ook voor andere wilde dieren, trekvogels en inheemse planten.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in energie, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Beluga-walvissen laten vergunningen voor oliewinning in Alaska blokkeren

Laadstations kunnen zich opmaken voor sterke groei

Posted by managing21 on 21st juli 2024

De uitbreiding van het wereldwijde netwerk oplaadstations voor elektrische voertuigen zal zich verder doorzetten, ondanks de uitdagingen die de sector op korte termijn, zoals het handelsconflict tussen Europa en China en de mogelijke gevolgen van een tweede presidentschap van Donald Trump in de Verenigde Staten, zal moeten verwerken. Dat blijkt uit een rapport van Bloomberg New Energy Finance (BNEF).

“De markt voor elektrische voertuigen bevindt zich op een keerpunt”, merken de onderzoekers op. “De verkoopsgroei vertraagt en sommige autofabrikanten beslissen hun investeringen te heroriënteren. Dat heeft ook zijn impact op de wereldwijde netwerken oplaadstations. Een toename van de verkoop van elektrische voertuigen heeft op de sector van oplaadstations een domino-effect. De elektriciteit die nodig is om laadstations te voeden zal de volgende kwarteeuw met een factor dertig toenemen.”

Tegen het midden van deze eeuw moet ongeveer 774 miljard dollar in openbare laadinstallaties voor elektrische wagens worden geïnvesteerd. – Foto: Afax Power

Bloomberg voorspelt dat over twintig jaar de miljoenen laders voor elektrische voertuigen over de hele wereld meer zullen verbruiken dan de volledige consumptie van elektriciteit die vorig jaar in de Verenigde Staten werd opgetekend. “Openbare oplaadnetwerken zullen meer dan 40 procent van die vraag vertegenwoordigen”, wordt er aangevoerd. “Een reeks bedrijven is begonnen met het uitrollen van infrastructuur. China loopt weliswaar ver voorop, maar Europa en de Verenigde Staten beginnen in een hoger tempo te installeren.”

“Die operatie vertoeft echter nog altijd in zijn beginfase”, stipt Bloomberg aan. “Tegen het midden van deze eeuw moet ongeveer 774 miljard dollar in openbare netwerken worden geïnvesteerd. Dat is niet bepaald weinig, vooral omdat de toenemende concurrentie en uitdagingen op het gebied van winstgevendheid de belangstelling van investeerders doet afnemen. Naarmate de industrie volwassener wordt, zullen sommige bedrijven bloeien, terwijl andere ondernemingen mogelijk ten onder zullen gaan.”

Bloomberg merkt op dat een belangrijk deel van de huidige investeren in openbare netwerken voor snelladers zullen worden gereserveerd. “In veel markten zullen die installaties de autoverkopen overtreffen”, wordt in het rapport beklemtoond. “Dat is goed nieuws voor automobilisten, want er verschijnen langs de snelwegen en in stedelijke gebieden steeds meer opladers die de batterij van een elektrische auto in ongeveer twintig minuten tot 80 procent kunnen opladen.”

Onder meer in Frankrijk blijkt de beschikbaarheid van ultrasnelle laadstations aanzienlijk te zijn verbeterd. “Drie jaar geleden werd daar één station per 290 voertuigen geteld”, berekende Bloomberg. “Eind vorig jaar was er echter al één station per 77 wagens. Een gelijkaardig verhaal kon worden opgetekend in Nederland, Noorwegen en Duitsland, waar er drie jaar geleden één laadstation voor 133 wagens werd geteld, maar eind vorig jaar was dat aantal gedaald tot 95 voertuigen. In China, dat bij het invoeren van elektrische voertuigen voorop loopt, wordt inmiddels al een dichtheid van 17 elektrische wagens per ultrasnel laadstation geregistreerd.”

Toenemende concurrentie

Maar Bloomberg waarschuwt tegelijkertijd dat vooral in Europa en China de toenemende concurrentie op de sector weegt. “Een aantal investeerders heeft ervoor gekozen om zich uit de sector terug te trekken, om te vermijden dat ze nog langer verliezen zouden moeten dragen omdat de laadstations minder vaak worden gebruikt dan oorspronkelijk was geraamd”, getuigt het rapport. 

Daarbij wordt nog opgemerkt dat de wereldwijde markten de volgende jaren een verschillende evolutie zullen laten optekenen. “In China werden vorig jaar 432.000 snelladers geïnstalleerd”, zegt Bloomberg. “Dat tempo lag dertig keer hoger dan het aantal nieuwe installaties in de Verenigde Staten, maar zal dit decennium met meer dan een vijfde vertragen. In Europa zal tegenover het aantal installaties van vorig jaar een versnelling met ongeveer 20 procent moeten worden gerealiseerd. In de Verenigde Staten zal voor een verdrievoudiging moeten worden gezorgd.”

De installaties van nieuwe oplaadstations is volgens Bloomberg echter slechts één van verscheidene uitdagingen waarmee de sector wordt geconfronteerd. “De exploitanten moeten ook hun inspanningen op het vlak van betrouwbaarheid, efficiëntie en locatieselectie verdubbelen om klanten te overtuigen”, geeft het rapport aan. “Partijen die onvoldoende financiële steun hebben om periodes van een beperkt gebruik te doorstaan, dreigen failliet te gaan. Hun beste locaties zullen door concurrenten met een grotere financiële draagkracht worden opgepikt.”

Er wordt aan toegevoegd dat technologische ontwikkelingen de markt in de toekomst kunnen veranderen. “Zodra er meer elektrische wagens met een vermogen van 350 kilowatt kunnen worden opgeladen, zullen er veel minder opladers nodig zijn”, wordt er verduidelijkt. “De komst van draadloze oplaadtoepassingen en autonome voertuigen zou de infrastructuur ook wel eens voortijdig kunnen afschrijven. Net zoals autofabrikanten zal ook de sector van oplaadinfrastructuur dus een goed evenwicht moeten vinden in deze relatief nieuwe industrie.Er zal nog geruime tijd kapitaal geïnvesteerd moeten worden, maar niet elke implementatie zal een succes blijken te zijn.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in automotive, energie, milieu, Mobility | Reacties uitgeschakeld voor Laadstations kunnen zich opmaken voor sterke groei

Hernieuwbare bronnen leveren 85 procent nieuwe elektriciteit

Posted by managing21 on 20th juli 2024

Het voorbije jaar werd wereldwijd 473 gigawatt aan capaciteit voor duurzame elektriciteit geïnstalleerd. Daarmee vertegenwoordigden duurzame bronnen bijna 86 procent van alle nieuwe elektriciteitscapaciteit die vorig jaar wereldwijd werd aangelegd. Dat blijkt uit een rapport van het International Renewable Energy Agency (Irena). De cijfers betekenen volgens het rapport een duidelijke indicatie van de snelle opkomst van windenergie en zonnekracht.

“Hernieuwbare energie produceert wereldwijd nog altijd minder elektriciteit dan fossiele brandstoffen,” werpt Irena op. “Maar de duurzame sector laat daarbij wel een bouwtempo optekenen dat veel hoger ligt dan de constructie van energie die niet op basis van hernieuwbare bronnen wordt opgewekt. Elektriciteit geleverd door hernieuwbare energiebronnen – geleverd door onder meer water, zon en wind – is de voorbije decennia geleidelijk toegenomen, maar de jongste jaren is dat tempo snel opgevoerd. De installatie van duurzame elektriciteit lag het voorbije jaar bijna 54 procent hoger dan het jaar voordien. Tegenover vier jaar geleden was er zelfs sprake van een verdubbeling.

De wereldwijde capaciteit aan duurzame elektriciteit nam vorig jaar met 14 procent toe. – Foto: Ørsted

“Sinds het begin van vorig decennium steunt de capaciteitsgroei van de duurzame elektriciteit vooral op de uitbouw van windenergie en zonnekracht”, benadrukte Irena nog. “De kloof met de installatie van nieuwe energie uit fossiele bronnen bleek daarbij veel groter dan de jaren voordien. Vooral zonnekracht heeft snel aan populariteit gewonnen. Alleen al vorig jaar liet die sector voor bijna 346 gigawatt aan nieuwe capaciteit optekenen. Dat vertegenwoordigde ongeveer 63 procent van de totale capaciteit die het voorbije jaar aan het wereldwijde elektriciteitsnet werd toegevoegd.”

Irena meldde daarbij dat duurzame bronnen vorig jaar 43 procent van de wereldwijde elektriciteitscapaciteit vertegenwoordigen, terwijl in de elektriciteitsproductie een aandeel van 30 procent werd gehaald. “Samen met de opkomst van hernieuwbare bronnen is er een vertraging opgetreden in de bouw van energiecentrales met fossiele brandstoffen”, merkt Irena op. “Bovendien worden er meer installaties op fossiele brandstoffen buiten gebruik gesteld.” Daarbij wordt onder meer verwezen naar de Verenigde Staten, waar 98 procent van de energiecapaciteit die werd afgekoppeld, op basis van steenkool en aardgas bleek te werken.

Afrika

Er wordt echter benadrukt dat de duurzame elektriciteitsbronnen niet op schema liggen om de doelstellingen te halen die tijdens de COP28 vorig jaar in Dubai werden vastgelegd en waarbij gestipuleerd werd dat de capaciteit hernieuwbare energiebronnen tegen het einde van dit decennium moest worden verdrievoudigd. Om die doelstelling te halen, moet de hernieuwbare capaciteit elk jaar met 16,1 procent groeien, maar vorig jaar kon slechts een toename met 14 procent worden gemeld. Zelfs wanneer de installatie van hernieuwbare energiebronnen de volgende zeven jaar aan het huidige tempo wordt verdergezet, zal de wereld 13,5 procent verwijderd blijven van de doelstelling om de duurzame elektriciteit tot 1,2 terawatt te verdrievoudigen.

Bruce Douglas, chief executive van de Global Renewables Alliance, wees daarbij op de onevenwichtigheden in het wereldwijde beeld over de recente records in de ontplooiing van hernieuwbare energie. “De groei gaat niet alleen onvoldoende snel, maar situeert zich niet altijd op de locaties waar de behoefte het grootst is.” Verwezen wordt daarbij naar Afrika, waar de hernieuwbare energie een groei met amper 3,5 procent liet optekenen, tegenover 12 procent in Zuid-Amerika en 9 procent in Azië en Noord-Amerika.

Cijfers tonen bovendien aan dat minder dan 18 procent van de hernieuwbare capaciteit die vorig jaar werd gecreëerd, zich in Azië (met uitzondering van China), Zuid-Amerika, Afrika en het Midden-Oosten bevindt, ondanks het feit dat deze regio’s samen bijna tweederde van de wereldbevolking vertegenwoordigen. Verder wordt opgemerkt dat de trage groei in Afrika geen weerspiegeling vormt van het enorme potentieel dat het continent op het gebied van hernieuwbare energie te bieden heeft. Afrikaanse leiders hebben vorig jaar beloofd om de capaciteit aan hernieuwbare energie tegen eind dit decennium ruim te vervijfvoudigen tot 300 gigawatt.

Douglas voegt eraan toe dat de financiering verreweg de grootste uitdaging is om duurzame energie in het zuidelijke deel van de wereld te realiseren. “Afrika heeft de voorbije  twintig jaar minder dan 2 procent van de wereldwijde investeringen in hernieuwbare energie ontvangen”, benadrukte hij. “Dat is niet acceptabel. Wanneer landen geen financiering voor hernieuwbare energie ontvangen, dreigen ze ook belangrijke voordelen op het gebied van economische ontwikkeling, de creatie van werkgelegenheid en de verbeterde toegang tot betaalbare energie te missen.”

Irena geeft wel aan dat er nog tijd is om de achterstand in te halen. “In de Verenigde Staten zorgen de belastingvoordelen van de Inflation Reduction Act al voor een toename van de productie van hernieuwbare energie”, wordt er aangevoerd. “Trends wijzen er bovendien op dat de prijzen van hernieuwbare energie blijven dalen. Dat betekent goed nieuws indien de wereld het hoge tempo van de installatie van hernieuwbare energie wil bereiken dat nodig is om de uitstoot van het elektriciteitsnet te verminderen.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in energie, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Hernieuwbare bronnen leveren 85 procent nieuwe elektriciteit

Amerikaanse steenkooltransporten op twintig jaar tijd ruimschoots gehalveerd

Posted by managing21 on 19th juli 2024

Het voorbije jaar werd in de Verenigde Staten tussen de steenkoolmijnen en de krachtcentrales nog een transport van 422 miljoen ton voorraden opgetekend. Dat betekende een daling met 8 procent tegenover het jaar voordien. Dat blijkt uit cijfers van de Energy Information Administration van de Amerikaanse regering. Tegenover het begin van het vorige decennium, toen een jaarlijks transport van 957 miljoen ton werd genoteerd, is er zelfs sprake van ruimschoots een halvering. De terugval moet worden toegeschreven aan de inkrimping van het aandeel van steenkool in de Amerikaanse elektriciteitsopwekking.

Het transport van steenkool in de Verenigde Staten breidde het voorbije jaar een vervolg aan een trend die de voorbije twee decennia kon worden opgetekend. Maar experts zeggen te verwachten dat deze trend zich dit jaar zal omkeren, waarbij opnieuw meer steenkool zal worden ingezet voor het opwekken van Amerikaanse elektriciteit. Volgend jaar zou er vervolgens opnieuw een inkrimping worden genoteerd tot het niveau van vorig jaar.

Verwacht wordt dat Amerikaanse krachtcentrales dit jaar opnieuw meer steenkool zullen verbruiken. – Foto: Peabody Energy

In het rapport wordt nog opgemerkt dat er weliswaar een sterk verband kan worden opgemerkt tussen het verbruik en het vervoer van steenkool, maar toch kunnen de twee metingen van jaar tot jaar verschillen. “Het voorbije jaar verscheepten Amerikaanse steenkoolproducenten 35 miljoen ton (9 procent) meer dan Amerikaanse energiecentrales verbruikten”, wordt er aangevoerd. “De overtollige leveringen verhoogden vorig jaar de voorraadniveaus in de Amerikaanse elektriciteitscentrales met 48 procent. Hierdoor kenden de leveringen begin dit jaar een inkrimping. In 2021 en 2022 daarentegen lagen de leveringen 59 miljoen ton lager dan het verbruik. Hierdoor daalden de voorraden tot minder dan 100 miljoen ton.”

Voor het vervoer van de steenkool naar de elektriciteitcentrale wordt in de Verenigde Staten vooral beroep gedaan op het spoorwegtransport. Het voorbije jaar namen de spoorwegen 73 procent van alle vervoer van Amerikaanse steenkool voor hun rekening. “Omdat veel elektriciteitscentrales zich ver van de steenkoolmijnen bevinden, hebben de spoorwegen aangetoond de meest efficiënte transportwijze te zijn”, wordt er opgemerkt. “Dat is te danken aan het uitgebreide spoorwegnet dat in de Verenigde Staten is aangelegd.”

Na de trein is het binnenschip in de Verenigde Staten de belangrijkste transportwijze voor het vervoer van steenkool (12 procent), gevolgd door transportbanden (9 procent) en vrachtwagens (7 procent). Daarbij wordt opgemerkt dat er vaak ook sprake is van een gecombineerd vervoer, waarbij het grootste deel van de reis met de trein wordt afgelegd, waarna de voorraden vervolgens op een binnenschip of vrachtwagens worden geladen om het laatste traject tot de krachtcentrales af te werken. Het voorbije jaar werd 9 procent van het treinvervoer met een tweede transportwijze gecombineerd.

Duurder aardgas

De Energy Information Administration (EIA) zegt in een ander rapport te verwachten dat de Verenigde Staten tijdens de tweede helft van dit jaar meer elektriciteit zullen opwekken uit hernieuwbare bronnen en steenkool. Dat moet volgens het rapport worden toegeschreven aan de stijgende vraag naar elektriciteit en de oplopende prijzen voor aardgas. Voorspeld wordt dat de prijzen voor aardgas tijdens de tweede helft van dit jaar ongeveer 36 procent hoger zullen liggen dan de voorbije zes maanden. 

Deze prijsstijging zal naar verwachting leiden tot een daling van de elektriciteitsproductie uit aardgas, de belangrijkste aanvoerder van grondstoffen voor de opwekking van Amerikaanse elektriciteit. “Bijgevolg zullen hernieuwbare energiebronnen en steenkool de kloof moeten dichten om te voldoen aan de toegenomen vraag naar elektriciteit, die naar verwachting tijdens de tweede helft van dit jaar ongeveer 2 procent hoger zal liggen dan tijdens dezelfde periode vorig jaar”, merkt Joe DeCarolis, topman van de Energy Information Administration, op. “De toename van de vraag naar elektriciteit, gecombineerd met een dalende aardgasproductie, creëert een kloof tussen de behoefte en de productie van elektriciteit.”

“Wanneer de aardgasprijzen stijgen, zullen de nutsbedrijven naar goedkopere alternatieven op zoek gaan”, stipt DeCarolis aan. “Gezien de aanzienlijke toename van hernieuwbare capaciteit die de voorbije jaren kon worden opgetekend, kan worden verwacht dat hernieuwbare energiebronnen – vooral zonnekracht – de leemte in de energiemix grotendeels zal opvullen. Daarnaast zullen nutsbedrijven de rest van het jaar waarschijnlijk steenkool gebruiken als een minder dure bron van brandstof.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in energie, grondstoffen, scheepvaart, transport & logistiek | Reacties uitgeschakeld voor Amerikaanse steenkooltransporten op twintig jaar tijd ruimschoots gehalveerd

Schoolbussen grootste virtuele elektriciteitsnet van Verenigde Staten

Posted by managing21 on 18th juli 2024

Een half miljoen schoolbussen kunnen in de Verenigde Staten samen een grote krachtcentrale vormen, waarbij energie aan het elektriciteitsnet kan worden teruggegeven. Dat blijkt uit een rapport van Zum, leverancier van elektrische schoolbussen, dat een overeenkomst heeft gesloten met het Oakland Unified School District en het energiebedrijf Pacific Gas & Electric. In de samenwerking is voorzien dat overtollige energie in de batterijen van de elektrische bussen tijdelijk zouden kunnen worden opgeslagen, in afwachting van een grotere vraag of hogere prijsniveaus.

In de Verenigde Staten zouden er naar schatting 500.000 schoolbussen door elektrificatie een belangrijke energiebron kunnen worden. De bussen zijn het grootste systeem voor massavervoer van de Verenigde Staten, maar staan tijdens de piekuren in de energievraag in de late namiddag grotendeels stil. Hierdoor zou elektriciteit in de batterijen van de bussen kunnen worden opgeslagen om op een opportuun moment opnieuw aan het elektriciteitsnet kunnen worden afgegeven. Wel wordt opgemerkt dat het concept nog in zijn kinderschoenen staat.

Vloten schoolbussen kunnen voor de elektriciteitsmarkt belangrijke factor worden. – Foto: Zum

Zum, dat vierduizend scholen in de hele Verenigde Staten voorziet van leerlingenvervoer met elektrische bussen, heeft een overeenkomst gesloten met het Oakland Unified School District om de energie die in de batterijen van de voertuigen zijn opgesloten, terug te verkopen aan het elektriciteitsnet van Californië. Oakland is het eerste schooldistrict in de Verenigde Staten dat zijn bussen – vierenzeventig in totaal – volledig elektrisch laat rijden, maar zal nu ook als eerste het concept van vehicle-to-grid in twee richtingen uittesten. De bussen nemen niet alleen elektriciteits af van het net, maar kunnen de energie in hun batterijen in omgekeerde richting ook op het net injecteren.

Zum schat dat jaarlijks 2,1 gigawattuur energie vanuit de batterijen terug naar het Californische elektriciteitsnet kan worden gestuurd. Bedoeling daarbij is om tienduizend elektrische schoolbussen in te zetten. Daarbij zou elk jaar 300 gigawattuur energie beschikbaar zijn voor het elektriciteitsnet beschikbaar zijn. “San Francisco Unified en Los Angeles Unified, veel grotere districten dan Oakland, zullen naar verwachting volgen”, merkt Zum op. Zum werkt ook samen met schooldistricten in Californië, Colorado, Connecticut, Illinois, Maryland, Massachusetts, Missouri, Nebraska, Pennsylvania, Tennessee, Texas, Washington, Utah en Virginia.

Er zijn in het hele land pilots opgestart om met schoolbussen virtuele krachtcentrales uit te bouwen. “Maar nu is het tijd om verder te gaan dan pilots en duurzaamheidsoplossingen op grote schaal in te zetten”, omschreef Ritu Narayan, chief executive van Zum, de beslissing van het bedrijf om met Oakland Unified samen te werken. “De schoolbus is de grootste batterij op wielen. Het voertuig heeft vier tot zes keer meer vermogen dan een Tesla. De 27 miljoen leerlingen die twee keer per dag van en naar school worden gebracht, vormen het grootste systeem voor massatransport van het land. De bussen rijden momenteel vooral op diesel, waardoor er van een grote uitstoot gewag moet worden gemaakt.”

Volgens het samenwerkingsakkoord zal Pacific Gas and Electric aan de uitbaters van de busvloot de kans bieden om elektriciteit voor hun dagelijkse kerntaak – het verplaatsen van leerlingen – af te nemen op ogenblikken dat de energieprijzen lager liggen, terwijl energie op het net kan worden teruggeleverd wanneer de nutsbedrijven voor de energie hogere prijzen betalen. Narayan voerde daarbij aan dat de schoolbus ideaal bedrijfsmiddel is om te worden geëlektrificeerd. “Het is immers mogelijk om het lokale gebruikspatroon buiten de piekuren te voorspellen”, benadrukt Narayan.

Veelbelovende opportuniteiten

EV Connect, aanbieder van oplossingen voor het opladen van elektrische voertuigen, zei dat het schoolbusmodel een van de meest veelbelovende opportuniteiten is op het gebied van bidirectioneel gebruik van batterijen voor elektrische voertuigen. “Eén van de grootste uitdagingen is om nutsbedrijven zover te krijgen dat ze een vooraf bepaald tariefschema opstellen, waardoor de eigenaars van de batterijen inkomsten kunnen genereren”, benadrukte Ram Ambatipudi, senior vice president of business development bij EV Connect.

“Er moeten heel wat voorwaarden zijn vervuld om het model efficiënt te laten functioneren”, beklemtoonde Ambatipudi. Er moet een wisselwerking worden opgezet tussen  de hardware van het oplaadstation, het softwaremanagement van het station, de teruglevering aan het elektriciteitsnet en het economische voordeel dat door het nutsbedrijf wordt uitbetaald. Die marktontwikkelingen moeten nog op peil worden gebracht.”

Elektrische schoolbussen zijn momenteel twee tot drie keer duurder dan traditionele exemplaren. Het model van een teruglevering van energie aan het elektriciteitsnet is onderdeel van het economische plan om de transporttechnologie op termijn rendabeler te maken voor de eigenaars van de voertuigen. Het idee lijkt in sommige opzichten op de manier waarop eigenaren van zonnekracht-systemen op de daken in sommige markten energie terugleveren aan het elektriciteitsnet, maar de voorbije jaren is er tegen het concept een groeiende weerstand geweest. 

Bij bussen is er echter één belangrijk verschil. De bussen zijn niet in gebruik tijdens de belangrijkste momenten van de dag waarop het elektriciteitsnet grotere volumes moet leveren, terwijl bovendien de bussen tijdens de daluren kunnen opladen. Veel eigenaars van zonnekracht verkochten de energie van hun dakinstallaties terug aan het net wanneer er minder nood was aan leveringen. Er is ook sprake van een logische economie. De eigenaars van autobussen laden de voertuigen op tijdens de goedkoopste perioden, zodat ze overtollige energie kunnen toewijzen om terug te verkopen aan het net wanneer de volumes de hoogste economische waarde heeft.

“Schoolbussen vormen het laaghangende fruit van het terugverdienmodel op de elektriciteitsmarkt”, geeft Ambatipudi aan. “Er is niet alleen sprake van een typische dagcyclus, want ook tijdens de zomermaanden staan de bussen grotendeels stil. Dan kunnen deze bussen steevast worden opgeladen wanneer de elektriciteit de laagste prijs laten optekenen, terwijl de batterijen weer kunnen worden ontladen wanneer er nood is aan extra voorraden.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in energie, milieu, Mobility | Reacties uitgeschakeld voor Schoolbussen grootste virtuele elektriciteitsnet van Verenigde Staten

Ultrafijn stof bedreigt gezondheid omwonenden van luchthavens

Posted by managing21 on 16th juli 2024

Hoge concentraties van ultrafijn stof dat vrijkomt bij de verbranding van vliegtuigbrandstof vormen een gezondheidsrisico voor 52 miljoen mensen die rond de drukste luchthavens van Europa wonen. Dat blijkt uit een rapport van de milieugroep Transport & Environment. Ultrafijn stof, dat ongeveer duizend keer kleiner is dan een menselijk haar, komt vrij bij het opstijgen en landen van vliegtuigen. Transport & Environment roept op tot een betere monitoring van het product en het vastleggen van reductiedoelstellingen voor ultrafijn stof.

Door zijn minuscule afmetingen dringt ultrafijn stof gemakkelijk door tot in menselijke weefsels en er zijn steeds meer aanwijzingen dat deze deeltjes schadelijk zijn voor de gezondheid. Toch blijft ultrafijn stof grotendeels ongereguleerd. “Tientallen miljoenen Europeanen worden blootgesteld aan verhoogde gezondheidsrisico’s door ultrafijn stof in de luchtvaart”, merken de onderzoekers op. “Gelukkig kan het terugdringen van het luchtverkeer en het verbeteren van de kwaliteit van vliegtuigbrandstof het probleem op korte termijn verminderen, wat voor het klimaat bijkomende voordelen kan opleveren.”

Vliegtuigen produceren bij het opstijgen en landen heel wat ultrafijn stof. – Foto: Amsterdam Airport Schiphol

Het onderzoek was gebaseerd op een analyse van de concentratieniveaus van ultrafijn stof rond de luchthaven Schiphol in Amsterdam, gebaseerd op basis van gegevens die zijn verzameld door het Nederlandse Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Transport & Environment extrapoleerde de bevindingen vervolgens naar de tweeëndertig drukste luchthavens van Europa. Het onderzoek wees uit dat 52 miljoen mensen die in een straal van twintig kilometer rond de betrokken luchthavens wonen als gevolg van hoge concentraties ultrafijn stof het risico op ernstige gezondheidsproblemen lopen.

Belangrijke bijdrage

In een straal van vijf kilometer rond de luchthaven Schiphol vonden de onderzoekers concentraties tussen vierduizend en dertigduizend eenheden ultrafijn stof per kubieke centimeter. In de stadscentra was er sprake van concentraties tussen drieduizend en twaalfduizend eenheden per kubieke meter. “Dit benadrukt de belangrijke bijdrage van luchthavens aan de vervuiling met ultrafijn stof”, benadrukt Transport & Environment.

In februari registreerde Airparif, een instituut dat de luchtkwaliteit in de regio Parijs bewaakt, concentraties van 23.000 delen ultrafijn stof per kubieke centimeter op de luchthaven Charles de Gaulle bij Parijs. Opgemerkt werd dat de buitensporige concentraties van ultrafijn stof in verband met het luchtverkeer het meest opmerkelijk waren binnen een straal van vijf kilometer rond het vliegveld, maar werden overtroffen door andere bronnen van ultrafijn stof verder dan 10 kilometer.

De blootstelling aan ultrafijn stof kan met de ontwikkeling van ernstige en langdurige gezondheidsproblemen – waaronder ademhalingsproblemen, cardiovasculaire effecten en zwangerschapsproblemen –  in verband worden gebracht. Gewag wordt gemaakt van 280.000 gevallen van hoge bloeddruk, 330.000 gevallen van diabetes en 18.000 gevallen van dementie in Europa. “Ultrafijn stof is vooral zorgwekkend omdat ze diep doordringen in het menselijk lichaam en zijn aangetroffen in het bloed, de hersenen en de placenta”, voeren de onderzoekers aan. “De World Health Organization had het meer dan vijftien jaar geleden al over een verontreinigende stof die steeds zorgwekkender wordt.”

“Het gebruik van vliegtuigbrandstof van betere kwaliteit kan de concentratie van ultrafijn stof echter wel met 70 procent verminderen”, wordt in het rapport aangevoerd. “De hoeveelheid ultrafijn stof die door vliegtuigen wordt uitgestoten, hangt grotendeels af van de samenstelling van de brandstof. Naarmate de brandstof een zuiverder karakter heeft, wordt bij de verbranding minder vervuiling gebruikt.”

Eenvoudige oplossing

“De brandstof wordt gereinigd door een proces dat hydrotreatment wordt genoemd”, verduidelijkt Transport & Environment. “Dit proces wordt al tientallen jaren gebruikt om zwavel uit brandstoffen voor auto’s en schepen te verwijderen en kost minder dan vijf eurocent per liter brandstof. Maar de normen voor vliegtuigbrandstof zijn nooit verbeterd, hoewel hierdoor de luchtvervuiling rond de luchthavens aanzienlijk kan worden verminderd. Andere maatregelen om ultrafijn stof te verminderen en de luchtkwaliteit te verbeteren zijn het terugdringen van het luchtverkeer en de exponentiële groei van de luchtvaart, samen met het gebruik van duurzame technologieën zoals synthetische brandstoffen en klimaatneutrale vliegtuigen.”

“Het gebeurt niet vaak dat een alarmerend probleem dat miljoenen mensen treft, vrij eenvoudig en tegen lage kosten kan worden teruggedrongen”, benadrukt Carlos Lopez de la Osa, technisch manager luchtvaart bij Transport & Environment. “Vuile dampen die door vliegtuigen worden veroorzaakt, kunnen drastisch worden verminderd wanneer de brandstof zuiverder wordt gemaakt. De sector gaat prat op geavanceerde technologie en zogenaamd efficiënte vliegtuigen, maar blijft brandstoffen gebruiken die een verwoestende impact hebben op de gezondheid van miljoenen Europeanen. Het is tijd dat de Europese Unie kwaliteitsnormen voor vliegtuigbrandstof vaststelt in het belang van het klimaat en de gezondheid van mensen.”

Ultrafijn stof maakt deel uit van de emissies van vliegtuigen die niet aan de productie van koolstofdioxide zijn gelinkt en die onder meer veel andere andere giftige stoffen – zoals stikstofoxiden en zwaveldioxide – omvatten. “Hoewel deze verontreinigende stoffen niet binnen het bereik van deze studie vallen, hebben ze ook bekende gezondheidseffecten die bovenop de eerder beschreven effecten komen”, wordt in het rapport aangevoerd. “Deze emissies hebben ook een schadelijk effect op het klimaat, waardoor de bijdrage van de luchtvaart aan de opwarming van de aarde minstens twee keer zo zwaar is dan algemeen wordt gedacht. Het terugdringen van de uitstoot van ultrafijn stof door middel van kwalitatief betere vliegtuigbrandstof zou niet alleen goed zijn voor de mensen die in de buurt van luchthavens wonen, maar ook voor de planeet.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in energie, luchtvaart & ruimtevaart, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Ultrafijn stof bedreigt gezondheid omwonenden van luchthavens