managing21.be

Managing21: een blik op het heden en de toekomst van de economie.

Archive for the 'voeding & horeca' Category

Nestlé onthult nieuwe productiemethode om cacaoteelt te verhogen

Posted by managing21 on 21st augustus 2025

Het Zwitserse voedingsconcern Nestlé werkt aan een nieuwe techniek voor de productie van chocolade. Daarbij zou tot 30 procent meer van de cacaovrucht worden benut. Nestlé hoopt met deze nieuwe methode een antwoord te kunnen bieden aan de dalende opbrengsten waarmee de cacaoteelt door de klimaatverandering wordt geconfronteerd.

Bij de productie van chocolade wordt traditioneel uitsluitend van de bonen uit de peul gebruikgemaakt. Dit betekent dat een groot deel van de vrucht – inclusief pulp, placenta en schil – ongebruikt blijft. Dit schept een beeld van een inefficiënte teelt, waarbij een groot deel van de vrucht – die nochtans wel de vereiste smaak en voedingsstoffen bevat – wordt weggegooid.

“Onze onderzoekers ontwikkelden echter een techniek die alle delen van de vrucht benut”, geeft Nestlé aan. “Alles binnenin de peul wordt verzameld als een natte massa die vervolgens op natuurlijke wijze fermenteert, waardoor de kenmerkende chocoladesmaak vrijkomt. De verkregen massa wordt daarna gemalen, geroosterd en gedroogd tot chocoladevlokken die gebruikt kunnen worden om chocolade te maken, zonder dat de smaak onder dat proces te lijden heeft.”

Nestlé stelt dat deze nieuwe methode niet alleen de productie van afval vermindert, maar ook de boeren helpt om meer opbrengsten en waarde uit hun oogst te halen. “Nu de klimaatverandering steeds grotere invloed heeft op de wereldwijde cacaoproductie, zoeken we innovatieve oplossingen die de cacaoboeren kunnen helpen de maximale opbrengsten uit hun oogst te halen”, beklemtoont Louise Barrett, hoofd van het chocolade-ontwikkelingscentrum van Nestlé. “Hoewel dit project nog in de pilotfase zit, bekijken we momenteel hoe deze innovatie op grotere schaal zou kunnen worden toegepast.”

Slechte oogsten hebben sinds eind 2023 tot een spectaculaire stijging van de cacaoprijzen geleid. De prijzen bleven ongeveer tien jaar stabiel, maar begonnen begin 2023 te stijgen. Voor een ton cacao moest in januari 2023 op de Londense grondstoffenmarkt een bedrag van 1.900 pond (2.196 dollar) worden betaald. Een jaar later was die kost al tot 3.800 pond opgelopen. In december vorig jaar werd een recordprijs van meer dan 9.000 pond genoteerd.

De prijsstijging was het gevolg van tegenvallende oogsten in de Ivoorkust en Ghana, wereldwijd de belangrijkste producenten van cacao. Die problemen werden toegeschreven aan een ongewoon zware regenval, een uitbraak van cacaoziekte en vervolgens een grote droogte. In februari stelde een studie van de onderzoeksgroep Climate Central vast dat een overmatige hitte kan bijdragen aan een vermindering van de hoeveelheid en kwaliteit van de oogst voor cacaoboeren.

Het rapport berekende dat de klimaatverandering het voorbije decennium in Ivoorkust en Ghana tijdens het hoofdgroeiseizoen – van oktober tot maart – drie extra weken boven de grens van 32 graden Celsius – boven het optimale niveau voor cacaobomen – heeft toegevoegd. 

Door de sterke stijging van de cacaoprijzen daalde de vraag. Vanwege de hoge kosten wilden of konden de chocoladebedrijven minder grote voorraden kopen. Tegelijkertijd werden de boeren aangemoedigd om meer in de cacaoteelt – onder meer door extra arbeid, meststoffen of irrigatie – te investeren, aangezien de hoge prijzen het aantrekkelijker maakten om de productie op te drijven. Omdat de boeren meer gingen produceren en er reserves werden opgebouwd, nam de druk op de markt af, waardoor de prijzen iets daalden.

Er konden voor de eerste keer in vier jaar tijd opnieuw voorraden worden opgebouwd. Dit betekent dat er nu een zekere buffer is tegen schommelingen in oogsten of prijzen. Voor een ton cacao moet momenteel 5.600 pond worden betaald.

Posted in voeding & horeca | Reacties uitgeschakeld voor Nestlé onthult nieuwe productiemethode om cacaoteelt te verhogen

Amerikaans alcoholgebruik tot historisch dieptepunt teruggezakt

Posted by managing21 on 19th augustus 2025

In de Verenigde Staten zegt nog amper 54 procent van de volwassen bevolking alcohol te consumeren. Dat is het laagste niveau in bijna negentig jaar. Dat blijkt uit een studie van het onderzoeksbureau Gallup. Tegelijkertijd groeit het aantal Amerikanen dat gelooft dat ook een matig alcoholgebruik een slechte invloed heeft op de menselijke gezondheid. Voor het eerst is dit nu de persoonlijke opvatting van een meerderheid van de bevolking.

Tussen 1997 en 2023 rapporteerde minstens 60 procent van de Amerikanen alcohol te gebruiken. Maar vorig jaar werd een terugval tot 58 procent opgetekend. Dit jaar werd een verdere daling tot 54 procent gemeld. In de Amerikaanse geschiedenis werd voordien zelden een consumptieniveau van minder dan 60 procent gemeld. Bij de eerste peiling van Gallup in 1939 werd een niveau van 58 procent opgetekend. Nadien werd alleen nog in 1958 een dieptepunt van 55 procent geregistreerd. In 1981 werd een absoluut hoogtepunt van 71 procent genoteerd.

De opeenvolgende dalingen van de voorbije jaren komen overeen met recent onderzoek dat suggereert dat zelfs kleine hoeveelheden alcohol schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid. Dit staat haaks op eerdere aanbevelingen dat matig drinken mogelijk beschermende voordelen bood. Bij vrouwen is de daling duidelijker, want daar werd sinds 2023 een daling van 62 procent naar 51 procent opgetekend. Bij mannen was er over dezelfde periode sprake van een inkrimping van 62 procent naar 57 procent.

Jonge volwassenen waren tien jaar geleden al minder geneigd alcohol te drinken, maar die trend versnelt. In 2023 gaf nog 59 procent van de Amerikaanse jonge volwassenen aan alcohol te consumeren. Dat cijfer is nu echter tot 50 procent gedaald. Daarmee ligt hun consumptie lager dan die van middelbare en oudere volwassenen, hoewel ook bij die groepen minder mensen aangeven alcohol te drinken dan twee jaar geleden.

De daling van het alcoholgebruik lijkt volgens Gallup niet te worden veroorzaakt door een overstap naar andere genotsmiddelen, zoals recreatieve marihuana, die nu in ongeveer de helft van de Amerikaanse staten legaal is. Hoewel het marihuanagebruik hoger ligt dan tien jaar geleden, werd de voorbije vier jaar een status-quo opgetekend. “De consumptie van marihuana lijkt dan ook geen rol te hebben in de keuze om niet te drinken.”

Gezondheid

Voor de eerste keer zegt een meerderheid van 53 procent dat een matige consumptie van alcohol – een of twee dranken per dag – slecht is voor de gezondheid. Nog slechts 6 procent van de ondervraagden is van mening dat een matige consumptie van alcohol een gezondheidsvoordeel biedt, terwijl 37 procent denkt dat het geen verschil maakt. Het geloof dat matig alcoholgebruik ongezond is, groeide van 28 procent in 2018 en 39 procent in 2023 naar 45 procent vorig jaar. Tussen 2001 en 2011 geloofde ongeveer 25 procent dat alcohol een slechte invloed had op de gezondheid. Een even grote groep vermoedde tijdens diezelfde periode een gunstige impact.

Jonge volwassenen zijn ook het meest geneigd te denken dat drinken schadelijk is. In 2001 was ongeveer 30 procent van de jongeren overtuigd van de schadelijke impact van een matige alcoholconsumptie. Bij ouderen werd slechts een score van 21 procent genoteerd. Momenteel is ongeveer 66 procent van de jongeren van mening dat een matige alcoholconsumptie schadelijk is voor de menselijke gezondheid. Oudere volwassenen zijn ook nu nog minder overtuigd van die schadelijke invloed, maar hun bezorgdheid neemt langzaam toe.

Verder werd vastgesteld dat bij vrouwen 60 procent van een schadelijke invloed overtuigd is. Bij mannen valt dat cijfer terug tot 47 procent. Gallup merkt daarnaast op dat er op het gebied van etniciteit, opleiding en inkomen slechts kleine verschillen kunnen worden geregistreerd.

In de Amerikaanse alcoholconsumptie kon volgens Gallup bovendien een verschuiving worden opgemerkt. Nog slechts 24 procent van de drinkers bevestigde de voorbije vierentwintig uur alcohol te hebben geconsumeerd. Dat is een absoluut laagterecord. Anderzijds merkte 40 procent van de drinkers op dat de laatste consumptie meer dan een week geleden gebeurde. Dat is het hoogste percentage dat sinds het begin van deze eeuw kon worden gemeld.

Gemiddeld erkenden de ondervraagden de zeven dagen voordien 2,8 dranken te hebben geconsumeerd. Dat is het laagste cijfer dat sinds 1996 werd opgetekend. In 2003 werd daarbij nog een piekhoogte van 5,1 dranken per week gemeld.

Posted in voeding & horeca | Reacties uitgeschakeld voor Amerikaans alcoholgebruik tot historisch dieptepunt teruggezakt

Zuid-Amerika kan nieuw gebied voor cacaoteelt worden

Posted by managing21 on 13th augustus 2025

Een uitbreiding van het areaal naar Zuid-Amerika kan de cacaoproductie mogelijk een antwoord helpen bieden aan de problemen waarmee de sector al geruime tijd wordt geconfronteerd. Dat heeft Nicko Debenham, consulent duurzaamheid bij de World Cocoa Foundation (WCF), gezegd. Maar ook dan zullen volgens analisten nog een aantal uitdagingen blijven.

De wereldwijde cacaomarkt kampt met recordprijzen, vooral door tegenvallende oogsten in de Afrikaanse landen Ghana en Ivoorkust, die gezamenlijk voor 60 procent van de wereldwijde productie verantwoordelijk zijn. Verouderde bomen, extreme weersomstandigheden en plantenziekten hebben de productie in die landen sterk doen dalen. Er zijn volgens waarnemers een aantal Afrikaanse regio’s waar deze problemen minder ernstig zouden kunnen zijn.

Daarbij wordt onder meer naar Kameroen, ten oosten van Ghana en Ivoorkust, gewezen. Dit land heeft volgens de organisatie Mighty Earth het potentieel om zijn cacaoproductie aanzienlijk te vergroten. Momenteel vertegenwoordigt Kameroen ongeveer 5 procent van de wereldwijde cacaoproductie. 

“Er zijn enkele belangrijke verschillen tussen Kameroen en de grotere cacaoproducenten”, merkt expert Debenham op. “In Ghana en Ivoorkust wordt de cacao-opkoop grotendeels door de overheid geregeld. De boeren krijgen voor hun producten een vaste prijs, die vaak voor het begin van het oogstseizoen is vastgelegd. In Kameroen, net zoals in Nigeria, is dit systeem echter geprivatiseerd. Dit betekent dat particuliere bedrijven hun cacao rechtstreeks van de boeren kopen. Daarbij wordt de actuele marktprijs gehanteerd. Indien op de wereldmarkt met hogere prijzen wordt gewerkt, kan ook de lokale cacaoboer op grotere inkomsten rekenen.”

Daarnaast wordt er ook gewezen op de schadelijke impact van het gezwollen scheutvirus, een virale plantenziekte die cacaobomen ernstig aantast en de opbrengst verlaagt. In Ghana, Ivoorkust en andere landen uit West-Afrika komt deze ziekte veel voor. In het Centraal-Afrikaanse Kameroen is de ziekte daarentegen minder aanwezig, waardoor de productieschade kan worden beperkt.“Maar zelfs met een sterke uitbreiding van de oogst zou Kameroen onmogelijk Ghana of Ivoorkust als leidende cacaoproducent kunnen vervangen”, betoogt Nicko Debenham.

Ontbossing

Volgens Debenham ligt de grootste groeipotentie in Zuid-Amerika. Daar zouden vooral in Peru, Ecuador en Brazilië mogelijkheden kunnen worden benut. “Gezamenlijke productiestijgingen in meerdere landen kunnen de bestaande tekorten gedeeltelijk opvangen”, benadrukt Debenham. “Maar men mag niet vergeten dat Ivoorkust en Ghana samen 60 procent van de wereldwijde cacaoproductie leveren. Elke grote daling in die gebieden moet dan ook worden gecompenseerd door de resterende telers, die gezamenlijk amper 40 procent van oogst vertegenwoordigen.”

In Zuid-Amerika vormt de ziekte heksenbezem de belangrijkste uitdaging. Heksenbezem veroorzaakt een vergroeiing van de scheuten en een verkleuring van de bladeren. Hierdoor kan ook de opbrengst worden aangetast. De boosdoener is vaak een schimmel, virus, bacterie of insect. Onderzoekers werken inmiddels aan de ontwikkeling van resistent plantmateriaal. 

Waarnemers wijzen er echter op dat ook de uitbreiding van nieuwe teeltgebieden risico’s kan creëren. Might Earth verwijst daarbij naar Kameroen, waar de introductie van de cacaoproductie het bosbestand heeft verkleind. Het land heeft sinds het begin van dit decennium ongeveer 782.000 hectare bos kwijtgeraakt. Dat komt overeen met ongeveer 4,2 procent van het totale bosareaal van het land. Minstens de helft van dit verlies is gelinkt aan de cacaocultuur.

De European Union Deforestation Regulation (EUDR) verbiedt vanaf eind dit jaar weliswaar de invoer van producten uit bossen die vanaf begin 2021 werden ontgonnen werden, tenzij er sprake is van een aantoonbaar legaal project. Het is echter niet altijd eenvoudig om de exacte herkomt van de cacaobonen te traceren.

Posted in voeding & horeca | Reacties uitgeschakeld voor Zuid-Amerika kan nieuw gebied voor cacaoteelt worden

Nestlé blijft meest waardevolle voedingsmerk ter wereld

Posted by managing21 on 8th augustus 2025

Het Zwitserse concern Nestlé is het meest waardevolle voedingsmerk van de wereld. Dat blijkt uit een rapport van het bureau Brand Finance, dat de merkwaarde van Nestlé op bijna 20 miljard dollar schat. Er wordt aan toegevoegd dat de Zwitserse groep nu al voor het tiende jaar op rij de ranglijst aanvoert.

Brand Finance merkt op dat de wereldwijde voedingssector ongeveer 500.000 merken telt. “Een plaats in de top tien is dan ook een uitzonderlijke prestatie”, wordt eraan toegevoegd. Nestlé heeft volgens het bureau een merkwaarde van 19,97 miljard dollar (17,23 miljard euro). Tegenover het voorbije jaar heeft Nestlé weliswaar 4 procent aan merkwaarde ingeboet, maar de kloof met de concurrentie is bijzonder groot. Het chipsmerk Lay’s eindigt immers met een merkwaarde van 12,72 miljard dollar op een tweede plaats. Dat betekent een verschil van meer dan 7 miljard dollar.

Het rapport maakt duidelijk dat Nestlé bijzonder hoog scoort op merkbekendheid. Het bedrijf haalt daar een score van 9,7 punten op een maximum van 10 punten. Consumenten kennen het merk dus goed. Daarnaast scoort Nestlé ook goed op het gebied van begrip (7,6 punten) en geloofwaardigheid (7,4 punten), wat betekent dat de consumenten begrijpen waar Nestlé voor staat en het als een betrouwbaar merk zien.

Maar op andere vlakken zijn de scores lager. Op het gebied van betrokkenheid krijgt Nestlé slechts 5,8 punten. Consumenten voelen zich blijkbaar minder persoonlijk betrokken bij het merk. Tevens werd vastgesteld dat op het gebied van voorkeur een score van 6,3 punten werd genoteerd. Mensen kiezen dus niet automatisch voor Nestlé als hun favoriete merk. Ook bij de prijsacceptatie haalt Nestlé slechts 6,3 punten. Consumenten vinden de prijs niet altijd gerechtvaardigd en vooral prijsbewuste kopers tonen zich terughoudend.

Deze cijfers tonen volgens de onderzoekers aan dat Nestlé met een belangrijke uitdaging moet afrekenen. Het bedrijf wil zichzelf als premium merk – dus met relatief hoge prijzen – blijven positioneren, maar tegelijkertijd riskeert Nestlé om klanten kwijt te raken die gevoelig zijn voor prijs. “De balans tussen kwaliteit, merkwaarde en prijs wordt dus steeds belangrijker”, luidt het.

Lindt

De top vijf bestaat verder uit Yili (11,22 miljard dollar), Tyson (9,90 miljard dollar) en Danone (8,27 miljard dollar). Daarachter volgen: Kellogg’s (6,02 miljard dollar), Doritos (5,39 miljard dollar), Uni-President (4,99 miljard dollar), Barilla (4,98 miljard dollar) en Lindt (4,92 miljard dollar).

De Zwitserse chocolademaker Lindt slaagde er dit jaar in om een plaats in de top tien te veroveren. Lindl stond vorig jaar nog op een elfde plaats, maar zag zijn merkwaarde sindsdien met 14 procent toenemen. “Het onderzoek heeft aangetoond dat Lindt in kernmarkten zoals Duitsland, Frankrijk, Spanje, het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland op het gebied van prijsappreciatie de maximumscore van 10 punten behaalt”, geeft Brand Finance aan. “Dit is een teken dat consumenten bereid zijn om voor het premium imago van de chocolademaker meer te betalen.”

“De sterke prestaties van Lindt worden bevestigd door het oordeel van de consumenten,” zeggen de onderzoekers. “Er is immers onder meer gebleken dat 63 procent van de Britse consumenten en 56 procent van de Zwitserse verbruikers aangeven dat Lindt een duur product is, maar desondanks zijn geld waard is. Dat is het hoogste percentage dat in die landen bij de chocolademerken wordt gemeld. Ook in Duitsland deelt 57 procent deze prijsacceptatie, terwijl 60 procent Lindt met een uitstekende smaak associeert, wat het merk een duidelijke voorsprong geeft op zijn concurrenten.”

De Chinese zuivelgroep Yili behoudt zijn positie als meest waardevolle zuivelmerk ter wereld. Hiermee bevestigt het Chinese merk volgens de onderzoekers zijn status in een sector die steeds competitiever wordt. Verder wordt gewezen op de opmerkelijke vooruitgang van Cadbury, dat van een negentiende naar een dertiende plaats is gestegen. Hershey blijkt daarentegen van een vijftiende naar een zestiende plaats te dalen. Verrassend is ook dat voedingsgigant Heinz niet in de top tien of top twintig is terug te vinden. Het Amerikaanse concern steeg wel van een 29ste naar een 21ste plaats.

Posted in voeding & horeca | Reacties uitgeschakeld voor Nestlé blijft meest waardevolle voedingsmerk ter wereld

Beyond Meat wil minder nadruk leggen op vleesvervangers

Posted by managing21 on 8th augustus 2025

Het Amerikaanse bedrijf Beyond Meat, producent van plantaardige vleesvervangers, heeft tijdens het tweede kwartaal van dit jaar opnieuw verliescijfers moeten melden. Ook de omzet werd met een inkrimping geconfronteerd. Het bedrijf wijst op zwakke vraag en verminderde distributie in de Amerikaanse retailmarkt en een tegenvallende verkoop aan de internationale horeca. Beyond Meat heeft daarbij een nieuwe reorganisatie aangekondigd, terwijl bovendien inspanningen worden gedaan om het merk te herpositioneren.

Beyond Meat liet tijdens het tweede kwartaal van dit jaar een omzet optekenen van 75 miljoen dollar. Dat betekende een daling met 19,6 procent tegenover dezelfde periode vorig jaar. De verkochte volumes vielen met 19 procent terug. Het bedrijf leed een nettoverlies van 33 miljoen dollar. Dat betekende weliswaar een verbetering van 4 procent tegenover het tweede kwartaal van vorig jaar, maar dat resultaat werd vooral in de hand gewerkt door positieve wisselkoersen.

Ethan Brown, chief executive van Beyond Meat, erkende dat de resultaten teleurstellend zijn. De vraag naar plantaardige vleesvervangers in de Verenigde Staten is dit kwartaal opnieuw gedaald. Consumenten blijven sceptisch over de smaak, de mate van verwerking en de prijs van deze producten. Door de aanhoudende economische onzekerheid in de Verenigde Staten letten veel consumenten meer op hun uitgaven en kiezen zij vaker voor goedkoper dierlijk vlees.

Volgens Rachel Wolff, analist van het onderzoeksbureau Emarketer, ondermijnen de toenemende bekommernissen over sterk bewerkte voedingsmiddelen de aantrekkelijkheid van Beyond Meat en soortgelijke producten. Dit leidt er volgens haar toe dat supermarkten en fastfoodketens hun bestellingen flink terugschroeven. Uit cijfers van onderzoeksbureau Spins blijkt dat de verkoop van gekoelde plantaardige vleesvervangers in de Verenigde Staten dit jaar met 17,2 procent is gedaald, terwijl bij diepvriesvarianten een daling met 8,1 procent werd gemeld.

Herpositionering

Als reactie voert Beyond Meat opnieuw een reorganisatie door. In Noord-Amerika worden 44 medewerkers ontslagen. Daarmee wordt het wereldwijde personeelsbestand met 6 procent afgeslankt. De kost van deze operatie wordt geraamd op een bedrag tussen 800.000 dollar en 1,3 miljoen dollar. Op jaarbasis verwacht het bedrijf hierdoor wel een besparing tot 7 miljoen dollar. Het bedrijf wil zijn activiteiten beter afstemmen op de huidige marktomstandigheden en de marges verbeteren. Daarmee zou tijdens het tweede kwartaal van volgend jaar opnieuw een operationele winst moeten kunnen worden geboekt.

De Amerikaanse retailmarkt bleek het zwakke punt in het kwartaalverslag van Beyond Meat. Daar werd een omzetdaling met bijna 27 procent, vooral door lagere productievolumes, gemeld. Dit moet volgens het bedrijf toegeschreven worden aan een zwakke vraag naar de productcategorie en een afname in distributiepunten. Deze ontwikkeling weerspiegelt een bredere terugval in de verkoop van plantaardige vleesvervangers in de Amerikaanse supermarkten. 

Er zijn volgens Brown meerdere elementen om deze evolutie te verklaren. In de eerste plaats maakt de relatief hoge prijs ten opzichte van rundvlees de producten van Beyond Meat minder aantrekkelijk voor prijsbewuste consumenten. Er heerst volgens Brown bovendien een hardnekkig negatief verhaal over de sector. Onder meer werd herhaaldelijk gesuggereerd dat deze producten ongezond of overdreven sterk bewerkt zouden zijn. Volgens Brown zit dat beeld inmiddels zo diep ingebakken bij consumenten dat het lastig is om dit met informatie of marketing recht te zetten. Bovendien geeft hij aan dat traditionele vleesproducten momenteel een sterke opleving doormaken, waardoor alternatieven minder ruimte krijgen.

“Onze categorie en merk hebben in de Amerikaanse supermarkten een bijzonder onrustige periode doorgemaakt”, geeft Brown aan. “De sector werd onder meer geconfronteerd met een overaanbod aan nieuwe partijen die snel weer uit de winkelrekken verdwenen. Daarnaast verloren onze producten ook ruimte in de rekken en werd het assortiment in grote ketens van koeling naar diepvries verplaatst.” Om hierop in te spelen, wil Beyond Meat zich nu richten op een beperkter aantal winkelketens met grotere impact. De bedoeling is om daar betere resultaten te behalen.

Internationaal daalde de omzet in retail met 9 procent, door een lage verkoop van burgers, worst en gehakt in Canada en een terugval van de verkoop van burgers in Europa. In de Amerikaanse foodservice steeg de omzet met 7 procent, vooral door prijsverhogingen en wijzigingen in het productaanbod. Elders was er sprake, mede door tegenvallende verkoop aan fastfoodketens, van een terugval met 26 procent.

Brown wijst erop dat plantaardige alternatieven voor vlees momenteel geen grote populariteit genieten. Hij benadrukt dat elke sector pieken en dalen kent. Plantaardig vlees maakt volgens momenteel een moeilijke periode door. “We moeten nu niet proberen om geforceerd te groeien, maar wel werken aan een stabilisering, een kostenreductie en een verbetering van de marges”, voert hij aan. “Maar de huidige opleving van vleesproducten zal opnieuw afzwakken. Dat gebeurt geleidelijk aan door onder meer nieuwe informatie, trends, of externe factoren zoals prijsdruk, droogtes of dierziektes.”

Het bedrijf wil naar eigen zeggen consumenten nu meer waar voor hun geld bieden. Onder meer verwijst Brown daarbij naar de lancering van de Beyond Ground, een plantaardig gehakt op basis van veldbonen, aardappelzetmeel, water en psylliumvezels. Volgens Brown betekent dit product voor het bedrijf een eerste stap buiten de nabootsing van vlees van runderen, varkens of kippen. Hij voegt eraan toe dat het product met enthousiasme, zij het voorlopig binnen een beperkte groep consumenten, wordt ontvangen.

De introductie van Beyond Ground markeert het begin van een merkvernieuwing. Daarbij zullen producten steeds vaker onder het merk Beyond worden verkocht. De onderneming wil daarmee minder de nadruk leggen op vleesvervangers en zich als een breder eiwit-merk profileren. Daarbij wordt gedacht aan mogelijke producten zoals hotdogs op basis van kikkererwten en worsten met linzen. “Deze opties bieden ons meer ruimte en verschuiven de focus van imitatie naar hoogwaardige plantaardige eiwitten. Het stelt ons ook in staat om bredere eiwitbehoeften van consumenten te vervullen.”

De herpositionering van het merk wordt de volgende maanden gefaseerd ingevoerd. Volgens Brown doet deze reset echter niets af aan het vertrouwen in de toekomst. “De huidige hindernissen tijdelijk”, werpt hij op. “Onze kostenstructuur zal verbeteren naarmate het bedrijf aan schaalgrootte wint. Wanneer de volumes verder stijgen, zullen onze systemen efficiënter worden en moeten het berijf in staat zijn om op prijsgebied met vlees te concurreren.”

Posted in retail, voeding & horeca | Reacties uitgeschakeld voor Beyond Meat wil minder nadruk leggen op vleesvervangers

Zwitserse kaasmakers vrezen voor afzet op Amerikaanse markt

Posted by managing21 on 7th augustus 2025

Zwitserse kaasproducenten houden hun hart vast nu de Verenigde Staten een invoertarief van 39 procent aankondigen op Zwitserse kazen. De onverwachte beslissing van de Amerikaanse president Donald Trump dreigt een flinke klap uit te delen aan de export van populaire kazen zoals Gruyère en Emmentaler.

De maatregel komt voor Zwitserland als een donderslag bij heldere hemel, zeker omdat de regering dacht een akkoord te hebben bereikt over een veel lager tarief. Zwitserse bedrijven hadden zelfs al toegezegd te investeren in de Amerikaanse markt.

De Verenigde Staten zijn een belangrijke afzetmarkt voor Zwitserse kaas. Volgens Zwitserse douanegegevens was 11 procent van de kaasexport van het land voor de Amerikaanse markt bestemd. Bij Gruyère, het vlaggenschip van de Zwitserse kaasindustrie, loopt dat aandeel op tot ongeveer 33 procent.

Producenten van Zwitserse kaas zeggen de impact van de aangekondigde heffingen onmiddellijk te hebben gevoeld. Vele producenten zouden door bezorgde Amerikaanse klanten zijn benaderd om nog bestellingen te plaatsen voordat de invoerheffingen van kracht werden. “De heffing is enorm”, getuigen de Zwitserse kaasproducenten. “Gruyère is al een nicheproduct met een hoge prijs. Amerikaanse consumenten die zich de aankoop van de kaas nog kunnen veroorloven, zullen voor het product nu nog meer moeten betalen.”

Vertegenwoordigers van de Zwitserse kaasindustrie stellen dat de hoge kwaliteit en de gecontroleerde productie van Zwitserse kazen zoals Gruyère en Emmentaler hun prijs rechtvaardigen en werpen op dat de invoerrechten decennia van merkopbouw en internationaal vertrouwen in gevaar brengen. Gruyère is beschermd onder de Zwitserse en Europese wetgeving als een product met een gecontroleerde herkomstbenaming, wat betekent dat de kaas aan strikte productievoorschriften moet voldoen en afkomstig moet zijn uit een aangewezen regio.

Hoewel de sector onderzoekt of het marktaandeel in andere landen kan worden vergroot om het dreigende verlies in de Verenigde Staten enigszins te compenseren, lijkt een oplossing niet gemakkelijk te zullen worden gevonden. “Een markt zoals de Verenigde Staten kan niet van de ene op de andere dag worden vervangen”, merken de producenten op. De producenten hebben inmiddels al wel een aantal maatregelen genomen. De productie van Gruyère is al met 3 procent teruggeschroefd, de marketingbudgetten worden verhoogd en de verkopers bereiden zich voor op Amerikaanse prijsstijgingen.

Volgens de sectororganisatie Interprofession du Gruyère zou de jaarlijkse export naar de Verenigde Staten – die op dit ogenblik ongeveer 4.000 ton bedraagt – mogelijk met een kwart kunnen dalen. “Dat zou een omzetverlies van 15 miljoen Zwitserse frank (ongeveer 18,6 miljoen dollar) kunnen betekenen”, betoogt Olivier Isler, directeur van de sectororganisatie. “Dit is een harde klap. We dachten dat Zwitserland tot de minst belaste landen zou behoren, maar uiteindelijk zijn we terechtgekomen in de categorie met de hoogste tarieven.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in voeding & horeca | Reacties uitgeschakeld voor Zwitserse kaasmakers vrezen voor afzet op Amerikaanse markt

Amerikaanse invoerheffingen sturen Indonesische garnalen naar China

Posted by managing21 on 6th augustus 2025

In Indonesië dreigt onder meer de export van garnalen zwaar door de invoerheffingen in de Verenigde Staten te worden getroffen. De invoerheffingen zouden de export met bijna één derde kunnen doen dalen. De Indonesische garnalen-telers kijken inmiddels echter naar onder meer China om de dreigende daling te compenseren.

Oorspronkelijk had de Amerikaanse president Donald Trump aangekondigd om op de import van goederen uit Indonesië een belasting van 32 procent te zullen heffen. Dat tarief kon door onderhandelingen uiteindelijk tot 19 procent worden gereduceerd, maar ook dat dreigt de Indonesische garnalentelers onder grote druk te zetten.

“Nu de Verenigde Staten druk uitoefent op de Indonesische export, is iedereen op zoek naar nieuwe kansen om te diversifiëren en minder afhankelijk te worden van de Amerikaanse markt”, betogen vertegenwoordigers van de Indonesische garnalentelers. De Verenigde Staten zijn veruit de grootste afzetmarkt voor Indonesische garnalen en kochten vorig jaar 60 procent. De export van Indonesische garnalen naar de Verenigde Staten haalde vorig jaar een waarde van 1,68 miljard dollar.

Volgens Andi Tamsil, voorzitter van de Indonesische vereniging van garnalentelers, kunnen de nieuwe heffingen de export dit jaar met 30 procent doen dalen, waardoor het inkomen van een miljoen werknemers in gevaar komt. “Zelfs na de overeenkomst in juli stellen veel Amerikaanse klanten hun aankopen nog uit”, benadrukte Budhi Wibowo, voorzitter van een Indonesische koepelorganisatie voor visserijbedrijven. De nieuwe tarieven zetten Indonesië op een achterstand tegenover Ecuador – de grootste producent van kweekgarnalen ter wereld – dat in de Verenigde Staten slechts een invoerheffing van 15 procent betaalt.

China is de grootste importeur van garnalen ter wereld, maar Indonesië leverde traditioneel liever aan de Verenigde Staten, waar immers hogere prijzen kunnen worden aangerekend. Voor de introductie van de Amerikaanse invoerheffingen ging slechts 2 procent van de Indonesische garnalen-export naar China. Nu werkt de sector echter hard om zijn producten op de Chinese markt te promoten. In juni reisde al een Indonesische delegatie naar Guangzhou om importeurs, restauranteigenaren en ecommerce-platforms te ontmoeten. Meer bezoeken staan gepland.

“China importeert ongeveer één miljoen ton garnalen per jaar”, werpen de Indonesische garnalentelers op. “Het zou bijzonder interessant zijn om een gedeelte van die markt te kunnen veroveren.” Volgens Budhi Wibowo kan Indonesië daarnaast inzetten op markten in het Midden-Oosten, Zuid-Korea, Taiwan en de Europese Unie. Daarbij wordt erop gewezen dat Indonesië inmiddels dicht bij een vrijhandelsakkoord met de Europese Unie staat.

Posted in voeding & horeca | Reacties uitgeschakeld voor Amerikaanse invoerheffingen sturen Indonesische garnalen naar China

Oude bomen en vergrijzende boeren wegen op aanvoer palmolie

Posted by managing21 on 5th augustus 2025

In Maleisië staan de producenten van palmolie voor een belangrijk dilemma. Vele boeren worden immers geconfronteerd met verouderende plantages, maar beslissen om het vervangen van de oude bomen uit omdat ze geen inkomsten willen verliezen gedurende de periode dat nieuwe exemplaren moeten groeien. Hierdoor dreigt de productie van palmolie in Maleisië drastisch te zullen slinken, waardoor de prijzen van het product voor miljarden consumenten over de hele dreigen op te lopen.

Producenten moeten ermee rekening houden dat nieuwe bomen pas drie tot vijf jaar na de aanplanting vruchten beginnen te dragen. Het kan nog een aantal extra jaren duren om een maximale opbrengst te breiden. De overheidssubsidies om herbeplanting te stimuleren zijn niet meer zo royaal als vroeger en blijken vaak onvoldoende om tijdelijk in het levensonderhoud van de boerenfamilies te voorzien.

Palmolie vertegenwoordigt meer dan de helft van de wereldwijde productie van plantaardige olie. Maleisië en Indonesië hebben in de wereldwijde aanvoer van palmolie een gezamenlijk aandeel van 85 procent. Na decennia met een stijgende productie bevindt de markt zich nu echter op een kantelpunt. De gezamenlijke export uit beide landen dreigt sterk te vertragen door de stagnerende productie, terwijl Indonesië bovendien meer palmolie inzet voor de productie van biodiesel.

Hoewel de financiële markten de vertraging al hebben ingecalculeerd, groeit het bewijs dat plantages van kleinschalige boeren er slechter aan toe zijn dan gedacht. Oude, minder productieve bomen worden vaak niet vervangen, wat het aanbod verder onder druk zet. Kleine boeren bezitten ongeveer 40 procent van alle plantages in Maleisië en Indonesië, waardoor hun rol in de toeleveringsketen cruciaal is. Geraamd wordt dat de gezamenlijke export van beide landen de volgende vijf jaar met mogelijk 20 procent zou kunnen dalen.

“De productie door de kleine boeren wordt mogelijk overschat, omdat de staat van de bomen en het tempo van herbeplanting slechter zijn dan de officiële cijfers doen vermoeden”, merken experts op. Het areaal met bomen die de leeftijd van twintig jaar zijn gepasseerd en daarmee voorbij hun productieve hoogtepunt zijn geraakt, blijkt snel te groeien. Uitstel van herbeplanting en hogere verplichtingen voor biodiesel in Indonesië betekenen dat de export van de twee producenten verder zal teruglopen.

Experts schatten dat meer dan de helft van de bomen op Maleisische kleinschalige plantages ver voorbij hun piekproductie zijn. Dat aandeel ligt beduidend hoger dan het aandeel van 37 procent dat door de Maleisische overheid wordt aangegeven.

“De toevoer van palmolie wordt krapper”, zeggen de experts. “Dit is niet alleen een probleem in Maleisië, maar ook in Indonesië. Hoewel de Indonesische palmindustrie jonger is, zullen ook daar binnen vijf jaar dezelfde problemen opduiken.”

In Indonesië was in oktober vorig jaar slechts 10 procent gerealiseerd van de doelstellingen die in 2016 naar voor werden geschoven om over een periode van tien jaar 2,5 miljoen hectare te herbeplanten. Inmiddels is ruim een derde van de oliepalmen – zowel bij kleine boeren als op industriële plantages – op of voorbij de productieve leeftijd. Volgend jaar zal het areaal met bomen ouder dan 21 jaar volgens het Indonesische staatsbedrijf Riset Perkebunan Nusantara (RPN) met 11 procent toenemen.

Inkrimping

Op basis van schattingen van sectororganisaties in beide landen kan de gezamenlijke export tegen 2030 tot ongeveer 37 miljoen ton dalen. Daarmee zou de productie tegenover vorig jaar met een vijfde zijn ingekrompen. Voor Indonesië wordt zelfs een daling van bijna een derde verwacht.

Wereldwijd zal de vraag naar palmolie tegen het midden van deze eeuw met 50 miljoen ton toenemen. Dat vertegenwoordigt een jaarlijkse productiegroei van minstens 2 procent. Maar door verouderde bomen en een trage herbeplanting ligt de verwachte groei op slechts 1,5 procent per jaar. Dit vormt een schril contrast met de decennia van explosieve groei in het verleden. De krapper wordende markt voor palmolie drijft ook de prijzen van alternatieven op basis van onder meer soja, raapzaad en zonnebloemen op. 

De prijsverhouding tussen palmolie en sojaolie is in korte tijd omgeslagen. In 2023 was palmolie gemiddeld nog 160 dollar per ton goedkoper dan sojaolie. Voor klanten betekende palmolie op dat ogenblik de goedkopere optie. Maar vorig jaar was palmolie al gemiddeld 39 dollar per ton duurder worden dan sojaolie. Door de krapte op de markt is palmolie binnen de sector alvast tijdelijk een premiumproduct geworden, terwijl het product traditioneel een goedkope plantaardige olie vertegenwoordigde.

Uit interviews met een aantal kleinschalige Maleisische boeren blijkt dat de meesten hun bomen niet vervangen zolang de prijzen hoog zijn. Vele boeren hebben immers geen ander inkomen en stellen de herbeplanting dan ook zo lang mogelijk uit. De kleinschalige plantages werden meestal in de jaren negentig van de voorbije eeuw en het begin van deze eeuw aangelegd, waardoor het areaal nu ongeveer 25 jaar oud is en eigenlijk vervangen moeten worden.

Maar niet alleen de plantages verouderen, ook bij de boeren moet er een duidelijke vergrijzing worden vastgesteld. De kinderen van de palmolieboeren zijn in veel gevallen naar de stad uitgeweken, waardoor ook de nodige arbeidskracht ontbreekt. De herbeplantingsgraad in Maleisië ligt al jaren op ongeveer 2 procent. Dat is amper de helft van het overheidsdoel. Zelfs met een overheidssubsidie voor de helft van de kosten, schuwen veel boeren extra leningen. In Indonesië zijn de subsidies verdubbeld, maar bureaucratische hindernissen maken het moeilijk het geld te ontvangen.

Posted in grondstoffen, voeding & horeca | Reacties uitgeschakeld voor Oude bomen en vergrijzende boeren wegen op aanvoer palmolie

Spaanse exporteurs van zwarte olijven lijden onder Amerikaanse importheffing

Posted by managing21 on 30th juli 2025

De Spaanse export van zwarte olijven, die al zwaar was getroffen door eerdere Amerikaanse handelsbeperkingen, wordt opnieuw onder zware druk gezet. Volgens de Spaanse producenten van zwarte olijven kan er inmiddels gewag worden gemaakt van een gerichte, protectionistische aanpak die hun Amerikaanse tegenhangers bevoordeelt tegenover de buitenlandse concurrentie. Er wordt aan toegevoegd dat inmiddels het voortbestaan van de Spaanse producenten in het gedrang komt.

Door het recente handelsakkoord tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten, moeten de Spaanse producenten van zwarte olijven op de invoer op de Amerikaanse markt een heffing van 15 procent betalen. De maatregel komt bovenop een importheffing van meer dan 30 procent die sinds 2018 van kracht is en die ertoe heeft geleid dat het Spaanse aandeel in de verkoop van zwarte olijven op de Amerikaanse markt van 49 procent in 2017 tot amper 19 procent in 2024 is teruggevallen.

Hoewel de nieuwe heffing van 15 procent lager uitvalt dan de eerder gevreesde belasting van 30 procent, wordt de maatregel binnen de sector gezien als een genadeklap. “In tegenstelling tot groene olijven en olijfolie, die buiten schot blijven, worden zwarte olijven opnieuw specifiek geraakt”, wordt er opgemerkt.

Er wordt aan toegevoegd dat de impact van de heffingen niet op zichzelf staat. Spanje kampte immers met een extreme droogte, wat tijdens de piek van de oogsten leidde tot het verlies van circa 400.000 werkshiften op een totaal van 2,5 miljoen eenheden. De combinatie van klimaatschokken en invoerheffingen veroorzaakte een dramatische terugval van 70 procent in de Amerikaanse import van Spaanse zwarte olijven.

Om het hoofd boven water te houden, moest de sector zich heruitvinden. Sommige exporteurs schakelden over op de verkoop van groene olijven, die in de Verenigde Staten minder handelsbarrières kennen, terwijl anderen zich op nieuwe markten in Europa, Azië en het Midden-Oosten richten. Productinnovatie werd soms ingezet als overlevingsstrategie, met nieuwe varianten, zoals olijven die met zalm of kaas worden gevuld en consumenten in andere regio’s moesten aanspreken.

Toch wisten enkele grotere spelers zich gedeeltelijk te herstellen. Onder meer slaagde Agro Sevilla er met behulp van juridische stappen en lobbywerk in om haar specifieke tarief van 31 procent naar 10 procent te verlagen, nadat Amerikaanse claims over buitensporige subsidies van de Europese Unie konden worden weerlegd. De uitvoer van zwarte olijven naar de Verenigde Staten kent bij Agro Sevilla sindsdien opnieuw een voorzichtige groei, al blijft de sector als geheel kwetsbaar.

Een opmerkelijk keerpunt in het verhaal is de overname van Bell-Carter Foods – een Amerikaanse producent die eerder zelf voor importheffingen pleitte – door de Spaanse groep Aceitunas Guadalquivir. Deze overname stelde de Spaanse bedrijven in staat om indirect op de Amerikaanse markt terug te keren. Omdat ze met lage binnenlandse opbrengsten worden geconfronteerd, importeren Amerikaanse producenten Spaanse producten voor een verdere lokale verwerking. Hierdoor kunnen de Amerikaanse importheffingen gedeeltelijk worden omzeild.

Gevolgen duidelijk

Volgens de Asociación de Exportadores de Aceitunas de Mesa (Asemesa), de Spaanse organisatie van exporteurs van zwarte olijven, zijn de gevolgen van de invoerheffingen duidelijk. “Voor de introductie van de heffingen waren er op de Amerikaanse markt vijfentwintig Spaanse exporteurs van zwarte olijven actief”, voert de organisatie aan. “Momenteel zijn er nog amper vier grote exporteurs overgebleven. Deze consolidatie bewijst de zware tol die kleine en middelgrote partijen betalen in een speelveld vol geopolitieke risico’s en handelsbarrières.”

De Amerikaanse overheid rechtvaardigde de tarieven als steun voor binnenlandse productie, maar importcijfers vertellen een ander verhaal. De invoer van tafelolijven naar de Verenigde Staten steeg tussen 2017 en 2024 met 40 procent, waarbij landen zoals Egypte, Portugal en Turkije als nieuwe toeleveranciers werden opgemerkt. Terwijl de Spaanse export van zwarte olijven kromp, nam de uitvoer van groene olijven naar de Verenigde Staten met 18 procent toe. Dit betekent een licht herstel dat de verliezen echter niet volledig compenseert.

Het Spaanse ministerie van landbouw schat dat het land sinds de invoering van de heffingen ongeveer 240 miljoen euro aan exportinkomsten op zwarte olijven is misgelopen. Dat vertegenwoordigt bijna een derde van de totale exportwaarde van de meest recente oogst.

“De Spaanse sector voor zwarte olijven is daarmee een pijnlijk voorbeeld van de langdurige gevolgen van geopolitieke handelsmaatregelen”, merken analisten op. “De link tussen invoerheffingen en de inkrimping van de getroffen sectoren is evident. Protectionisme beperkt niet alleen de toegang tot de Amerikaanse markt, maar leidt ook tot banenverlies, marktconcentratie en gedwongen koerswijzigingen.”

“Hoewel bedrijven met diversificatie en innovatie van veerkracht blijk geven, maakt de nieuwe tariefverhoging duidelijk dat structurele schade blijft doorwerken”, wordt er aan toegevoegd. “De Spaanse dominantie op de Amerikaanse markt lijkt voorgoed aangetast. Tegelijkertijd blijkt het Amerikaanse protectionisme weinig effectief in het versterken van de eigen productiecapaciteit, wat duidt op een forse kloof tussen politieke bedoelingen en economische werkelijkheid.”

Posted in voeding & horeca | Reacties uitgeschakeld voor Spaanse exporteurs van zwarte olijven lijden onder Amerikaanse importheffing

Markt topwijnen biedt kansen voor verzamelaars

Posted by managing21 on 27th juli 2025

De markt voor topwijnen zit in een diepe dip. In de voorbije twee jaar is een index van de honderd meest gewilde flessen – samengesteld door handelsplatform Liv-ex – met bijna 21 procent gedaald. De handel in de wijnen van Bordeaux en Bourgogne, die ooit sterk presteerde, is stilgevallen, mede door de zwakke oogst van het voorbije jaar en een afnemende interesse in nieuwe wijnreleases.

Toch is er volgens insiders weer enige beweging zichtbaar. “In juni zagen we plotseling een aantal flinke bestellingen binnenkomen,” zegt Miles Davis, consultant bij Vinum Fine Wines in Londen. “De scherpe prijsdalingen lijken kopers opnieuw te activeren, al blijkt daarbij hun gedrag veranderd te zijn.”

Waar verzamelaars vroeger jonge wijnen kochten om jaren te bewaren in de hoop op een hogere opbrengst, kiezen veel kopers nu voor direct drinkbare, gerijpte flessen. “De welgestelden kopen nu om te drinken, niet om op te slaan,” zegt Nick Pegna, wijnexpert van het veilinghuis Sotheby’s. “De ervaring is belangrijker geworden dan de investering.”

Tot 2020 leek er geen vuiltje aan de lucht. Warme oogstjaren en betere technologieën bezorgden de Europese wijnmakers een gouden tijdperk. Tijdens de pandemie werd er door thuisblijvende liefhebbers massaal ingekocht, wat leidde tot een laatste prijspiek.

Daarna volgde de ontnuchtering. De oorlog in Oekraïne deed de grondstofprijzen stijgen, terwijl de centrale banken de rente verhoogden en de vraag naar luxeproducten zoals kwaliteitswijn opdroogde. Vooral Bordeaux en Bourgogne kregen harde klappen. Bordeaux daalde 23 procent in waarde, terwijl bij Bourgogne zelfs een daling met 27 procent moest worden geregistreerd.

“We worden met de zwakste wijnmarkt in jaren geconfronteerd”, beklemtoonde Stephen Browett, voorzitter van de Britse wijnhandelaar Farr Vintners. “Anders dan tijdens de financiële crisis van 2008 – toen belastingverlagingen in Hongkong een nieuwe Aziatische koopgolf veroorzaakten – is er nu geen duidelijke katalysator voor herstel. Kopers hebben de macht, maar niemand hoeft per se wijn te kopen.”

Drinken in plaats van speculeren

Topwijnen zijn niet alleen duur om te kopen, maar ook om te bewaren. “In het Verenigd Koninkrijk lopen de opslagkosten voor een fles wijn – exclusief belastingen – op tot 1,50 pond per jaar”, merkt de Britse krant Financial Times op. “Voor verzamelaars met grote voorraden kan dat in de duizenden ponden lopen, wat bijzonder pijnlijk wordt indien de de marktwaarde van het product daalt.”

“Bijzonder zorgdwekkend is de brede omvang van de crisis”, benadrukken de analisten van Liv-ex. “Niet alleen Bordeaux is geraakt, want ook Italiaanse en Californische topwijnen verliezen terrein. Toch zijn er ook kansen. Dit is immers een goed moment om – vooral bij de wijnen van Bordeaux – koopjes te vinden. Het neerwaarts risico is immers beperkt.”

Een opvallend slachtoffer van de marktvertraging is het zogenoemde en primeur-systeem in Bordeaux, waarbij wijn al voor botteling wordt verkocht. Omdat nieuwere jaargangen vaak duurder zijn dan oudere, afgeprijsde flessen, laten veel kopers deze voorverkoop links liggen.

Chloe Ashton, analist bij wijncurator 1275 Collections, wijst erop dat ervaren klanten nu liever kiezen voor oudere wijnen die direct drinkbaar zijn. “Zeldzame jaargangen zoals Mouton Rothschild 1982 en minder populaire jaren zoals 1983 of 1995 winnen aan populariteit”, benadrukte Ashton. “Er is geen vaste regel meer voor goede jaargangen. De algemene kwaliteit is de voorbije tien tot vijftien jaar aanzienlijk verbeterd.”

Toch blijft de vraag waar de toekomstige kopers vandaan moeten komen. In de Verenigde Staten en Azië ligt de interesse lager dan voorheen. Volgens Shaun Bishop, analist van JJ Buckley Fine Wines in Californië, kopen de klanten weliswaar minder wijnen, maar opteren daarbij wel voor het betere marktsegment. “De onzekerheid over Amerikaanse importheffingen maakt hen huiverig voor buitenlandse flessen met onduidelijke eindprijzen”, merkt Bishop op. “De klanten zoeken producten die op voorraad zijn en onmiddellijk gedronken kunnen worden.”

Ook in Hongkong, ooit het epicentrum van de Aziatische wijnhausse, zijn de voorkeuren verschoven. Paulo Pong, topman van Altaya Wines merkt daarbij op dat de klanten daar nog steeds van Bordeaux houden, maar geen behoefte meer hebben aan jonge flessen om te laten rijpen. “Bourgogne is daarentegen populairder geworden,” merkt hij op. “Vooral witte topwijnen uit dorpen zoals Puligny-Montrachet en Chassagne-Montrachet genieten een grote interesse. Producenten zoals Coche-Dury en Colin-Morey zijn nauwelijks aan te slepen.”

De marktsituatie biedt volgens de analisten echter een gunstige tijd voor koopjesjagers. “Na jaren van prijsstijgingen is de waarde van topwijnen eindelijk weer genoeg gedaald om bij de verzamelaars opnieuw interesse te wekken”, voeren zij aan. “Of de prijzen echter ooit weer de oude pieken bereiken, is daarentegen een heel andere vraag. Maar voor wie van wijn houdt – om te drinken, niet om te speculeren – is dit wellicht het perfecte moment om in te stappen.”

Posted in voeding & horeca | Reacties uitgeschakeld voor Markt topwijnen biedt kansen voor verzamelaars