managing21.be

Managing21: een blik op het heden en de toekomst van de economie.

Archive for augustus, 2024

Omvang cruiseschepen blijft spectaculair toenemen

Posted by managing21 on 9th augustus 2024

Sinds het begin van deze eeuw zijn de grootste klasse passagiersschepen nog in omvang verdubbeld. Daarmee willen de cruiserederijen inspelen op de groeiende vraag naar vakanties op zee, maar dit betekent wel dat de ecologische impact van deze oceaanschepen eveneens toeneemt. Dat blijkt uit een rapport van de organisatie Transport & Environment.

“De enorme passagiersschepen, die soms als cruisezillas worden omschreven, worden groter dan ooit”, merkt Inesa Ulichina, analist duurzame scheepvaart bij Transport & Environment. “Als de groei van de industrie niet vertraagt, zullen de grootste schepen midden deze eeuw in tonnage acht keer groter zijn dan de Titanic, het grootste schip op zee voordat het in 1912 na een aanvaring met een ijsberg zonk. Het aantal cruiseschepen is sinds 1970 twintig keer groter geworden. De cruisezillas van vandaag laten de Titanic eruitzien als een kleine vissersboot.”

Volgens prognoses van de sector zullen dit jaar ongeveer 35 miljoen passagiers met cruiseschepen een reis maken. Dat betekent een stijging met 6 procent tegenover het niveau dat voor de uitbraak van de covid-pandemie werd opgetekend. Die trend wordt door analisten toegeschreven aan de stijgende welvaart. Onderzoek van het bureau JP Morgan toonde in juni aan dat er nog steeds een robuuste vraag naar cruises kan worden opgemerkt. Daarbij werd tevens opgemerkt dat de cruisesector zich buiten zijn oorspronkelijke kernmarkt van babyboomers uitbreidt en steeds meer ook millennials aantrekt. 

De Icon of the Seas, het grootste cruiseschip van de wereld. – Foto: Royal Caribbean

Maar de sector laat ook een grote ecologische voetafdruk optekenen. In 2022 stootten cruiseschepen volgens berekeningen van Transport & Environment 17 procent meer koolstofdioxide uit dan drie jaar voordien. De uitstoot van methaan steeg tijdens diezelfde periode met 500 procent. Stefan Gössling, professor toerisme en klimaatverandering aan de Linnaeus University in Zweden, betoogde dat cruiseschepen een kleine rol speelden in het wereldwijde toerisme, maar voegde eraan toe dat vrijwel geen enkele vorm van toerisme energie-intensiever is dan cruises, vooral in combinatie met verplaatsingen van de passagiers naar het vertrekpunt van de reis.

Veel Europese havens worden met een toestroom van cruiseschepen geconfronteerd. Omdat bewoners daarbij vaak protesteerden over vervuiling en overtoerisme, worden cruiseschepen in sommige havens aan strengere regels onderworpen. Barcelona heeft plannen aangekondigd om zich bij Amsterdam aan te sluiten en een taks te heffen op cruisereizigers die in de haven van de stad aan wal gaan. Barcelona had eerder al besloten zijn centrale cruiseterminal te sluiten. Amsterdam heeft bekend gemaakt dat voorbeeld te zullen volgen. Venetië heeft van zijn kant aan grote cruiseschepen verboden om zijn kwetsbare lagune binnen te varen.

Maar de industrie blijft bloeien. De Icon of the Seas, het grootste cruiseschip van de wereld, werd gebouwd op de werven van Turku in Finland en werd in januari door rederij Royal Caribbean in de vaart gebracht. Het schip telt twintig dekken en omvat veertig restaurants, zeven zwembaden, een theater en een park. Het schip is 365 meter lang en kan bijna 10.000 mensen vervoeren. De Icon of the Seas wordt aangedreven door vloeibaar gas, een brandstof die minder koolstofdioxide uitstoot dan gewone scheepsbrandstof, maar wel voor grotere emissies van methaan zorgt.

“Deze studie toont de risico’s die met de groeiende industrie van het cruise-entertainment gepaard gaan”, betoogt Bryan Comer, hoofd van het maritieme programma bij de International Council on Clean Transportation (ICCT). De cruiseschepen hebben – buiten de grenzen van de bezochte havens – op het gebied van omvang weinig technische beperkingen. Omdat de vraag naar luxereizen is toegenomen, streven de rederijen met de bouw van grotere schepen schaalvoordelen na. 

De totale inkomsten die door de extra passagiers worden gegenereerd, compenseren volgens Comer ruimschoots de kosten voor de bouw van een groter schip en de aanwerving van een grotere bemanning. Bovendien wil elke rederij het grootste schip in zijn vloot hebben. Bij het begin van deze eeuw was de Voyager of the Seas van Royal Caribbean met 137.276 ton het grootste cruiseschip ter wereld. Sindsdien is de gemiddelde omvang van de tien grootste cruiseschepen in de vaart van 103.000 ton nagenoeg verdubbeld tot 205.000 ton.

Dalende uitstoot

De Cruise Lines International Association (Clia), de sectororganisatie van de cruiserederijden, wijst er in een reactie op dat de wereldwijde vloot cruiseschepen veel energiezuiniger is geworden dan in het verleden. “De gemiddelde uitstoot van een schip is de voorbije vijf jaar met 16 procent gedaald”, wordt er aangevoerd. “De overgrote meerderheid van de cruiseschepen die momenteel in dienst zijn en naar verwachting tot ver in het volgende decennium operationeel zullen blijven, behoren tot de kleinere of middelgrote klasse”, wordt er aangevoerd.

Net zoals vliegtuigen kunnen grote schepen niet op elektriciteit varen, aangezien daarvoor de batterijen aan boord te zwaar zouden zijn. Experts hebben in plaats daarvan de rederijen aanbevolen om van fossiele brandstoffen over te schakelen naar synthetische alternatieven, die met hernieuwbare energie kunnen worden aangemaakt. Om tegen het midden van de eeuw een klimaatneutraal te kunnen opereren, moet de internationale scheepvaart volgens het International Energy Agency (IEA) worden aangedreven door ammoniak (44 procent), waterstof (19 procent), biobrandstoffen (19 procent) en methanol (3 procent). Op dit ogenblik kunnen die alternatieven in de scheepvaart echter nauwelijks worden opgemerkt.

Activisten hebben cruiseschepen en superjachten bekritiseerd als verspillende luxe die volledig verboden zou moeten worden. Sommigen protesteerden in havens in Spanje, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Anderen betogen dat de industrieën zo rijk zijn dat ze het voortouw moeten nemen door broodnodige investeringen te stimuleren. “Cruiserederijen zouden zich kunnen engageren om duurzame energie aan te kopen”, erkende Gössling. “Maar dan moeten er wel bijzonder grote hoeveelheden alternatieve brandstoffen beschikbaar zijn. Om dat te bereiken moeten er zware investeringen in de uitbreiding van de capaciteit hernieuwbare energie volgen.”

Transport & Energy roept de beleidsmakers op cruiseschepen de toegang tot zones met kwetsbare ecosystemen te ontzeggen. Bovendien wordt gevraagd dat er bij de overschakeling naar emissievrije operaties voor de cruisesector strengere regels zouden worden uitgevaardigd dan voor andere types van scheepvaart. Daarnaast werd ook een wereldwijde belasting op cruisetickets voorgesteld voor de financiering van arme landen die worstelen met een ecologische sanering van hun economieën.

Meer over dit onderwerp:

Posted in milieu, scheepvaart, toerisme | Reacties uitgeschakeld voor Omvang cruiseschepen blijft spectaculair toenemen

Moderne steden worden vooral door verticale groei gekenmerkt

Posted by managing21 on 8th augustus 2024

Moderne steden groeien vooral in de hoogte. Een horizontale uitbreiding blijft veel beperkter. Dat blijkt uit een onderzoek van wetenschappers aan de University of New Hampshire, gebaseerd op een analyse van de groei van meer dan vijftienhonderd steden over de hele wereld over een periode van dertig jaar.

Het onderzoek, gebaseerd op satellietbeelden, wijst erop dat de voorbije decennia grote aantallen mensen van het platteland naar de stad zijn verhuisd. Eerdere studies hebben tevens aangetoond dat steden doorgaans beginnen als dorpen die groter worden naarmate er nieuwe gebouwen worden neergezet. Daardoor krijgen deze nederzettingen steeds grotere grondoppervlakken en breiden ze hun grenzen uit. In de moderne tijd daarentegen heeft de stadsbevolking geleerd hogere gebouwen te plannen. Hierdoor groeien deze steden vooral naar boven.

Vooral Chinese steden hebben de voorbije decennia een sterke verticale groei getoond. – Foto: Pixabay/Herbert Bieser

“Terwijl opwaartse expansie historisch gezien beperkt was tot een handvol megasteden zoals New York en Tokio, is de wereldwijde ontwikkeling van hoogbouw de voorbije decennia aanzienlijk uitgebreid”, merken de onderzoekers op. “De snelheid waarmee steden naar buiten uitbreiden is over het algemeen sinds de jaren negentig vertraagd, terwijl de snelheid van de verticale groei toeneemt. Deze vaststellingen konden op alle continenten worden gedaan, maar vooral in Azië kon die trend sterk worden opgemerkt.”

De onderzoekers ontdekten dat de groei van de stad de voorbije decennia, zoals verwacht, een parallel verloop liet optekenen met de lokale economische ontwikkeling. Tevens werd vastgesteld dat de meeste onderzochte steden een transitie kenden, waarbij er van een horizontale groei naar een verticale groei werd overgestapt. Uiteindelijk werd over het hele onderzoek gemiddeld een grotere verticale dan horizontale groei gemeld.

De evolutie naar een verticale ontwikkeling kende vooral in grote metropolen met meer dan vijf miljoen inwoners een versnelling. In de jaren negentig van de voorbije eeuw werd slechts 7 procent van de oppervlakte van deze steden door hoogbouw ingenomen. Dat cijfer was tijdens het eerste decennium van deze eeuw opgelopen tot 9 procent, maar kende het voorbije decennium nog een verdere opstoot tot 28 procent.

“Momenteel woont wereldwijd al meer dan 56 procent van alle mensen in steden”, zeggen de wetenschappers nog. Tegen het midden van de eeuw zal dat cijfer volgens berekeningen van de World Bank tot 70 procent zijn opgelopen. Hogere gebouwen leiden echter tot een grotere bevolkingsdichtheid. Dit zal een aanzienlijke impact hebben op diverse uitdagingen, zoals de planning van openbare diensten en de strijd tegen de klimaatverandering, waarmee de stedelijke omgeving wordt geconfronteerd.”

China

“De wereldwijde stedelijke bevolking heeft sinds het begin van de jaren negentig van de voorbije eeuw nagenoeg een verdubbeling gekend”, beklemtoont onderzoeksleider Steve Frolking, emeritus hoogleraar aardwetenschappen aan de University of New Hampshire. “Dit leidt tot een behoefte aan meer transport en infrastructuur. De manier waarop steden groeien, heeft invloed op hun uitstoot van broeikasgassen, de vraag naar gespecialiseerde materialen en heeft zelfs impact op het stedelijke klimaat, waardoor microklimaten – lokale atmosferische omstandigheden die verschillen van de omliggende gebieden – ontstaan.”

“Sinds de jaren negentig van de voorbije eeuw zijn steden, vooral in snel ontwikkelende regio’s, van een horizontale groei met laagbouw overgestapt naar een verticale groei met hoogbouw”, voeren de onderzoekers aan. “Vooral Chinese metropolen zijn een voorbeeld van het stedelijk ontwerp dat door de economische ontwikkeling wordt beïnvloed. Tussen 2003 en 2014 werd er in de Chinese steden 100 miljard vierkante voet aan residentieel vastgoed gebouwd. Om dit in perspectief te plaatsen kan worden opgemerkt dat in 2018 het totale commerciële vastgoed in de Verenigde Staten een oppervlakte van 96 miljard vierkante voet besloeg.”

De onderzoekers merken nog op dat deze evoluties op het gebied van duurzaamheid in de toekomst belangrijke positieve en negatieve implicaties zullen hebben. “Dichtbevolkte gebieden met hogere gebouwen kunnen onder meer helpen om meer oppervlaktes te behouden voor de natuur, terwijl ook het totale aanbod aan beloopbaar gebied kan worden uitgebreid. De constructie van hoge gebouwen kan echter zware niveaus koolstofdioxide uitstoten en hogere energiebehoeften hebben.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in milieu, Stad | Reacties uitgeschakeld voor Moderne steden worden vooral door verticale groei gekenmerkt

Duurzame economie kan in Afrika 3,3 miljoen arbeidsplaatsen creëren

Posted by managing21 on 8th augustus 2024

Een duurzame economie kan in een aantal grote Afrikaanse landen miljoenen arbeidsplaatsen opleveren. Dat blijkt uit een rapport van het ontwikkelingsagentschap FSD Africa en het adviesbureau Shortlist, gebaseerd op een analyse in de Democratische Republiek Congo, Ethiopië, Kenia, Nigeria en Zuid-Afrika. Er wordt aan toegevoegd dat beleidsmakers en financiers moeten investeren in de opleiding van een beroepsbevolking die noodzakelijk is om de industrieën van de toekomst te bedienen.

Opgemerkt wordt dat er door duurzame ontwikkelingen tegen het einde van dit decennium op het Afrikaanse continent 3,3 miljoen arbeidsplaatsen kunnen worden gecreëerd. Er wordt aan toegevoegd dat 60 procent van de nieuwe functies, vooral in de sector van hernieuwbare energie, zullen worden voorbehouden aan geschoolde arbeidskrachten en werknemers uit de dienstensector. “Dit zal de groei van de middenklasse in landen met sectoren met een hoge groei – zoals hernieuwbare energie, e-mobiliteit, bouwindustrie en productie – kunnen stimuleren”, merken de onderzoekers op.

Afrika heeft de snelstgroeiende arbeidsbevolking van de hele wereld. – Foto: Pixabay/Leonard Mukooli

Uit het rapport blijkt nog dat de vijf onderzochte landen meer dan 20 procent van de nieuwe tewerkstelling in de duurzame sector zullen vertegenwoordigen. Ongeveer 10 procent van de gecreëerde banen zal een universitaire graad vereisen, terwijl 30 procent betrekking zal hebben op gespecialiseerde taken waarvoor een certificering of beroepsopleiding vereist is. Nog eens 20 procent van de gecreëerde arbeidsplaatsen zal administratieve functies moeten invullen. De ongeschoolde arbeid zal volgens het rapport weinig groei kennen, maar wel kansen bieden voor opwaartse mobiliteit.

“De hernieuwbare energiesector zal ongeveer 70 procent van de nieuwe banen genereren”, geeft het rapport aan. “Ongeveer 1,7 miljoen arbeidsplaatsen zullen door zonnekracht worden aangebracht. In de Democratische Republiek Congo en Ethiopië zal er vooral door waterkracht nieuwe werkgelegenheid worden gecreëerd. In de Afrikaanse landbouw zullen verder honderdduizenden mensen een nieuwe baan kunnen vinden. Meer dan de helft van die arbeidsplaatsen zal op klimaatactie en intelligente technologieën zijn gericht.”

De onderzoekers werpen op dat beleidsmakers, financiers en onderwijsinstellingen een belangrijke bijdrage aan deze nieuwe duurzame ontwikkelingen kunnen leveren. “Deze inspanningen kunnen bijdragen aan een formalisering van de Afrikaanse economieën en kunnen grote bevolkingsgroepen een toegang bieden tot stabiele systemen van beloning, sociale zekerheid en belasting”, werpt Paul Breloff, chief executive van Shortlist, op. “Deze inspanningen moeten leiden tot een efficiënte training en kunnen ervoor zorgen dat arbeidsplaatsen en vaardigheden aan de gestelde behoeftes voldoen.”

Met zijn jonge beroepsbevolking en enorme hernieuwbare energiebronnen kan Afrika volgens het rapport een sprong naar een duurzame economie doen. “Daarbij kunnen de uitstootintensieve trajecten van de geïndustrialiseerde landen worden overgeslagen”, werpen de onderzoekers op. “Wel zijn daarvoor ondersteunende beleidsmaatregelen, infrastructuur en aanzienlijke financiële investeringen, geschat op meer dan 100 miljard dollar per jaar, vereist.”

Percepties

Afrikaanse landen ervaren moeite om investeringen in hernieuwbare energie aan te trekken. Dat probleem moet vooral gelinkt worden aan de algemene perceptie dat de regio voor investeerders een aantal risico’s inhoudt. Bovendien zijn er bij veel projecten bekommernissen over de commerciële levensvatbaarheid. Het Afrikaanse continent ontvangt slechts 3 procent van de wereldwijde financiering voor duurzame energie. Om de ontwikkelingsdoelen voor klimaat en energie te halen, moeten volgens het International Energy Agency en de African Development Bank de investeringen tegen het einde van dit decennium tot meer dan 155 miljard pond per jaar verdubbelen.

“Er is in een land een basisniveau van goede vaardigheden nodig om investeerders te laten voelen dat ze in duurzame projecten stappen”, merkt Kevin Munjal, directeur ontwikkelingsimpact bij FSD Africa, op. “Deze banen zullen het risico van de investeringen verlagen. Hierdoor zal het land nieuwe investeringen kunnen aantrekken. Wanneer de geldstromen op gang komen, zullen de geplande projecten kunnen worden gerealiseerd en zal er nog meer werkgelegenheid worden gecreëerd.”

Een aantal Afrikaanse landen, vooral naties met grote reserves aan olie en gas, blijven zich verzetten tegen oproepen aan het continent om de uitstootreductie boven binnenlandse prioriteiten te stellen. Er wordt nog opgemerkt dat Afrika verantwoordelijk is voor minder dan 4 procent van de wereldwijde uitstoot van koolstofdioxide. Anderzijds moet worden vastgesteld dat 600 miljoen Afrikanen nog altijd geen toegang tot elektriciteit hebben.

“Er is uiteraard behoefte om na te denken over een rechtvaardige transitie”, erkent Munjal. “Duurzame groei biedt echter een cruciaal potentieel voor de creatie van tewerkstelling en economische groei. Hier ligt een belangrijke kans om een oplossing voor een dreigende demografische crisis te bieden. Afrika heeft de jongste en de snelstgroeiende beroepsbevolking van de hele wereld, maar die jeugd heeft tewerkstellingskansen nodig.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in derde wereld, energie | Reacties uitgeschakeld voor Duurzame economie kan in Afrika 3,3 miljoen arbeidsplaatsen creëren

Economische verliezen door natuurrampen lopen op

Posted by managing21 on 8th augustus 2024

Economische verliezen door natuurrampen bereikten tijdens de eerste helft van dit jaar een niveau van 120 miljard dollar. Dat betekende een daling met 32 miljard dollar tegenover dezelfde periode vorig jaar, maar tegenover het gemiddelde van de voorbije tien jaar liep die economische schade wel met 31 procent op. Dat blijkt uit een rapport van de Zwitserse herverzekeraar Swiss Re. Opgemerkt wordt dat de eerste helft van vorig jaar wel werd gekenmerkt door de zware aardbeving in Turkije en Syrië.

Swiss Re merkte daarbij op dat bij natuurrampen tijdens de eerste helft van dit jaar 60 miljard dollar aan verliezen door verzekeraars waren gedekt. Dat betekende een status-quo tegenover dezelfde periode vorig jaar. Tegenover het gemiddelde van de voorbije tien jaar was er echter sprake van een toename met 62 procent. Er werd aan toegevoegd dat 70 procent van die verzekerde verliezen gelinkt was aan onweersbuien. Met een schadekost van 42 procent lag dat verlies 87 procent boven het gemiddelde van de voorbije tien jaar.

Rampen die door de mens werden veroorzaakt leiden tot een verlies van 5 miljard dollar, tegenover 6 miljard dollar dezelfde periode vorig jaar. – Foto: Pixabay/Markus Distelrath

Slechts één keer leverde de eerste jaarhelft een groter gedekt verlies door onweersbuien op dan de eerste zes maanden van dit jaar. De schade door onweersbuien bleek vooral geconcentreerd in de Verenigde Staten. “De jongste jaren zijn zware onweersbuien een belangrijke oorzaak geworden van een aanzienlijke toename van verzekerde verliezen”, betoogt Balz Grollimund, hoofd catastrofe-risicobeheer bij Swiss Re. “Dit moet worden toegeschreven aan de groeiende bevolking en de hogere vastgoedwaarden in stedelijke gebieden. Maar bovendien zijn de verzekerde eigendommen kwetsbaarder voor hagelschade. Die verliezen zullen in de toekomst wellicht verder oplopen.”

De duurste natuurramp die tijdens de eerste helft van dit jaar werd opgetekend, was de aardbeving die op nieuwjaarsdag in Japan werd geregistreerd. Met een kracht van 7,5 punten op de schaal van Richter trof die aardbeving de westkust van Japan, nabij het schiereiland Noto. Talrijke gebouwen stortten in en duizenden mensen zaten wekenlang zonder stroom of zuiver water. Meer dan tweehonderd mensen kwamen om het leven. De geschatte totale verliezen van de aardbeving bedroegen ongeveer 10 miljard dollar. Daarbij was er sprake van ongeveer 2 miljard dollar aan verzekerde verliezen.

Jérôme Jean Haegeli, hoofdeconoom van Swiss Re, merkt op dat de oplopende financiële verliezen aan een combinatie van factoren moet worden toegeschreven. “Daarbij moet ook gekeken worden naar de inflatie, die de bouwkosten heeft doen toenemen”, verduidelijkte Haegeli. “Met de verdere economische ontwikkeling zullen ook de risico’s op financieel verliezen toenemen.”

“Daarom is het van vitaal belang om te investeren in beschermende maatregelen, zoals de beveiliging van kwetsbare gemeenschappen tegen overstromingen of de verbetering van bouwvoorschriften om woningen tegen zware hagelbuien te beschermen”, beklemtoonde Haegeli nog. Swiss Re wees wel op een opmerkelijke factor die tijdens de eerste helft van dit jaar kon worden waargenomen. “Er moest immers gewag gemaakt worden aan een hogere frequentie van kleinere tot middelgrote rampen”, werpt de herverzekeraar op.

Onverzekerbaar

Recent gaf Swiss Re nog aan dat de verzekeringssector de impact van recente natuurrampen in Europa aanzienlijk heeft onderschat. Daarbij werd gewezen op onder meer de aardbeving in Turkije, overstromingen in Duitsland en hagelbuien in Italië. “Er moest vastgesteld worden dat de reële schade tussen 10 procent en 20 procent hoger lag dan door een aantal modellen was ingeschat.”

De onderschatting van de kosten van extreme weersomstandigheden moeten volgens Swiss Re als een sectorbreed probleem worden bestempeld. Die problemen zijn volgens de herverzekeraar te wijten aan ontoereikende gegevens over de actuele blootstelling. “De toenemende frequentie en intensiteit van extreme weersomstandigheden, veroorzaakt door de opwarming van de aarde, hebben de kosten voor de verzekeraars en herverzekeraars doen oplopen”, voert Swiss Re aan.

De Zwitserse herverzekeraar wees er verder nog op dat sommige regio’s onverzekerbaar dreigen te worden en dat in 2023 al voor het vierde jaar op rij meer dan 100 miljard dollar aan verzekerde verliezen door natuurrampen moest worden geregistreerd. “Huiseigenaren worden wereldwijd geconfronteerd met hogere verzekeringspremies of ervaren problemen om een dekking te krijgen”, verduidelijkt Swiss Re.

“Dit leidt tot discussies over de mate waarin een overheidsingrijpen nodig is om de kosten van klimaatverandering voor consumenten te beperken. Bepaalde risicovolle gebieden zijn nagenoeg onverzekerbaar geworden. Een tussenkomst van de overheid is hier nuttig en noodzakelijk.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in milieu | Reacties uitgeschakeld voor Economische verliezen door natuurrampen lopen op

Radioactiviteit moet neushoorns tegen stropers beschermen

Posted by managing21 on 8th augustus 2024

Radioactiviteit is een interessant hulpmiddel om de illegale jacht op neushoorns tegen te gaan. Dat zeggen wetenschappers van het Rhisotope Project, een Zuid-Afrikaanse organisatie die zich toelegt op de bescherming van neushoorns. De strategie van de organisatie bestaat erin om een radioactieve bron in de hoorns van de dieren in te brengen. Dit zal volgens het Rhisotope Project stropers afschrikken.

“Radioactieve hoorns zijn voor consumenten minder aantrekkelijk”, benadrukt James Larkin, professor stralingskunde aan de University of Witwatersrand in Johannesburg (Zuid-Afrika). “Hierdoor wordt de rhinoceros voor stropers ook een minder interessant doelwit. Bovendien zouden de bestraalde voorraden bij het transport in de havens met de bestaande technologieën voor stralingsdetectie kunnen worden geïdentificeerd. Dit maakt het gemakkelijker om de hoorns bij internationale trafieken te onderscheppen.”

Vorig jaar werden in Zuid-Afrika bijna vijfhonderd neushoorns door stropers gedood. – Foto: Pixabay/Uwe Günther

Het Rhisotope Project werd twee jaar geleden gelanceerd. In samenwerking met Jordan Hillis, een specialist nucleaire techniek aan de Texas A&M University, lanceerde Larkin daarbij een onderzoek naar het niveau van radioactief materiaal dat voor een neushoorn veilig zou zijn. “Het was onze eerste prioriteit te verifiëren dat de injectie van de isotopen op een veilige manier kon gebeuren”, beklemtoonde Hillis. “Uiteraard mocht de gezondheid van het dier nooit in gevaar worden gebracht, terwijl ook de unieke kenmerken van de hoorn intact moesten blijven.” 

Nadat de veiligheidstests met succes konden worden afgesloten, werd beslist om twintig zwarte en witte neushoorns in The Rhino Orphanage in de Zuid-Afrikaanse provincie Limpopo met de isotopen te injecteren. Deze dieren zullen de volgende periode specifiek worden gevolgd.

Neushoorns zijn megaherbivoren die het landschap mee helpen vormgeven. De rhinoceros is dan ook cruciaal voor zijn ecosysteem. Ook de zwarte markt, die de stroperij aanwakkert, heeft een grote impact op de samenleving. “Het beperken van de stroperij biedt dan ook aan de menselijke samenleving ondersteuning”, voeren de wetenschappers aan. De handel in wilde dieren is een van de belangrijkste elementen van de georganiseerde misdaad, samen met wapens, drugs en mensenhandel. Vaak gaan deze illegale praktijken zelfs met elkaar gepaard.”

Goud of cocaïne

“Een hoorn van de rhinoceros is op de zwarte markt het meest waardevolle product en evenaart daarbij de prijs van goud en cocaïne”, benadrukt Jessica Babich, antropoloog en operationeel directeur van het Rhisotope Project. “Wanneer we die handel kunnen verstoren, zal er hopelijk een aanzienlijke impact kunnen worden gemeten op de criminaliteit en de zwarte markt. Een neushoorn die in Zuid-Afrika wordt gestroopt, heeft effect op elke burger in de wereld. Iedereen ervaart immers de negatieve consequenties van de werking van de illegale economie.”

In Zuid-Afrika leven ongeveer 15.000 neushoorns. Vorig jaar werden in het land volgens cijfers van de overheid 499 dieren door stropers gedood. Dat betekende een stijging met 11 procent tegenover het jaar voordien. De stroperij gebeurde meestal in officiële natuurreservaten. De toediening van radioactieve stoffen is een alternatief voor andere methodes die werden toegepast om stropers te ontmoedigen.

“Die methodes, zoals het vergiftigen of afsnijden van de hoorns, hebben echter weinig resultaat opgeleverd”, getuigt Arrie Van Deventer, oprichter van het The Rhino Orphanage. Het radioactieve materiaal blijft minstens vijf jaar in de hoorns opspoorbaar. Dat vertegenwoordigt volgen Larkin een belangrijke kostenbesparing tegenover operaties waarbij de hoorns worden afgesneden en die elke achttien maanden moeten worden herhaald.

In de toekomst is het volgens Babich de bedoeling dat het project deze methode commercialiseert om neushoorns ook in reservaten of op privéterrein te beschermen. Verder hoopt men de technologie ook bij andere populaire doelwitten van de stropers, zoals schubdieren, te kunnen repliceren. Maar het Rhisotope Project wil nog een aantal andere projecten opzetten. Onder meer zullen daarbij vrouwelijke hygiëneproducten worden verstrekt aan schoolgaande meisjes. Verder zullen op scholen tuinen worden aangelegd om verse voeding te kunnen aanbieden, terwijl ook watervoorziening voor lokale gemeenschappen wordt verzorgd.

Meer over dit onderwerp:

Posted in milieu | Reacties uitgeschakeld voor Radioactiviteit moet neushoorns tegen stropers beschermen

Nissan gebruikt witte lak om auto’s koel te houden

Posted by managing21 on 8th augustus 2024

De Japanse autobouwer Nissan heeft een afkoelende witte verf, die warmte reflecteert, ontwikkeld. De verf is in staat om de buitenkant van een auto met 12 graden Celsius af te koelen. In het interieur van de wagen zou een afkoeling met 5 graden Celsius worden geboden. Dat heeft Nissan bekendgemaakt. De ontwikkeling vormt onderdeel van een inspanning die het bedrijf – net zoals de auto-industrie in het algemeen – doet om de efficiëntie van auto’s te verhogen te midden van toenemende zorgen over duurzaamheid in een opwarmend klimaat.

Nissan wil met de nieuwe ontwikkeling een oplossing zoeken voor de onvermijdelijke hitte die gewoonlijk gepaard gaat met het parkeren van een auto in de hete zon, zodat ook het gebruik van de airconditioning zou kunnen worden verminderd. “Mijn droom is om koelere auto’s te creëren zonder energie te verbruiken,” motiveerde Susumu Miura, manager van het laboratorium geavanceerde materialen in het Nissan Research Center, het onderzoek. “Dit is vooral belangrijk in het tijdperk van de elektrische voertuigen, waar de belasting van de airconditioning tijdens de zomer een aanzienlijke impact kan hebben op de laadstatus van de batterij.”

De toepassing met de koelende lakken wordt uitgetest op de luchthaven Haneda in Tokio. – Foto: Nissan

Nissan introduceerde de verf, die zes keer dikker is als de typische autolak, in november vorig jaar op de Tokyo International Air Terminal op Haneda Airport. In samenwerking met het energietechnologie-bedrijf Radi-Cool bracht Nissan zijn koelende verf aan op de voertuigen van de luchthavenservice. Er werd daarbij een proefproject van twaalf maanden aangekondigd. Miura hoopt dat Nissan de ontwikkeling ook bij commerciële voertuigen zal toepassen.

De technologie van koelende verf is door de drang naar klimaatbewuste voertuigen steeds aantrekkelijker geworden. Ook Toyota experimenteert met verf die de temperatuur binnenin de wagen kan verlagen. Drie jaar geleden introduceerde een team van ingenieurs van de Purdue University de witste witte verf van de wereld, waarbij meer dan 98 procent van het zonlicht kan worden gereflecteerd. Een jaar later ontwikkelde datzelfde team een ??dunnere versie van de verf die vliegtuigen, auto’s en spaceshuttles kan coaten.

De sleutel tot de efficiëntie van de koelende verf van Nissan wordt door twee onderdelen aangereikt. In eerste instantie heeft de verf de eigenschap om nabij-infrarood licht, dat er normaal voor zorgt dat normale verf warmte absorbeert, te reflecteren. Daarnaast worden ook elektromagnetische golven gecreëerd om de warmte af te weren. “De toepassing heeft licht van verschillende golflengtes gecombineerd”, verklaarde Shu Yang, professor materiaalkunde aan de University of Pennsylvania, de werking van de verf.

“De verf van Nissan kan worden vergeleken met zonnebrandcrème, die ultraviolette stralen zowel absorbeert als reflecteert”, werpt Shu Yang op. “Zelfs de materialen in de verf vertonen overeenkomsten met zonnebrandcrème, zoals titaniumoxide, de basisverbinding in een groot aantal koeltechnologieën die warmte reflecteren. Hoewel de lak een witte kleur heeft, is dat niet het gevolg van een pigment dat aan de verf is toegevoegd, maar wel het resultaat van de structurele delen die worden gebruikt om de verf zelf te maken.”

Onbekende factoren

Hoewel meer autofabrikanten reflecterende witte verf als koeloplossing introduceren, blijven er nog veel onbeantwoorde vragen over de manier waarop de technologie in de toekomst kan worden verbeterd. “Milieubewuste chauffeurs zullen hierdoor voorlopig steeds voor een witte auto moeten kiezen”, betoogde Shu Yang. “De koelende verf blijft immers altijd wit. De actieve bestanddelen van de lak hebben immers een optimale grootte om licht en warmte te reflecteren. Maar uiteindelijk zal wellicht gepoogd worden een efficiënte doorschijnende verf te ontwikkelen om kleurrijke pigmenten te coaten.”

Maar Shu Yang merkt op dat hierbij nog met veel onbekende factoren moet worden rekening gehouden. “Zelfs na de ontwikkeling van koelende verf zijn er nog steeds te veel wetenschappelijke onbekenden over de manier waarop bepaalde kleuren warmte reflecteren en absorberen. Hoewel de algemene wetenschappelijke regel te kennen geeft dat warmte door lichte kleuren wordt gereflecteerd en door donkeren kleuren geabsorbeerd, moeten er nog steeds anomalieën, zoals het dieppaarse aubergine, worden vastgesteld.”

Critici waarschuwen echter dat zelfs technologische ontdekkingen en verbeteringen aan deze technologieën slechts een beperkt aantal oplossingen voor de klimaatverandering bieden. De realisatie van verbindingen zoals bariumsulfaat, vereist immers mijnbouw en extractie, wat hogere emissies van koolstofdioxide oplevert.

Jeremy Munday, hoogleraar elektrotechniek aan de University of California, betoogde dat het verven van auto’s met reflecterende witte lakken slechts een druppel op een gloeiende plaat betekent in de strijd tegen de impact van broeikasgassen die in de atmosfeer worden gepompt en daar worden vastgehouden. “Dit is voor het klimaatprobleem absoluut geen oplossing op de lange termijn”, betoogde Munday. “Op korte termijn kan wel gewag worden gemaakt van een toepassing die het probleem kan helpen beperken en onder controle te krijgen.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in automotive, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Nissan gebruikt witte lak om auto’s koel te houden

Nederlandse gereguleerde cannabis voldoet niet aan vereisten

Posted by managing21 on 7th augustus 2024

De gereguleerde cannabis die in Nederland in een pilootproject werd geproduceerd, beantwoordt niet aan de verwachtingen die werden gesteld. Dat blijkt uit een rapport van David van Weel, de Nederlandse minister van justitie. Opgemerkt werd dat er zowel op het gebied van hoeveelheid, kwaliteit en diversiteit problemen dienden te worden gemeld. Mogelijk zal deze vaststelling de looptijd van het pilootproject te verlengen.

Ook in Nederland is de teelt en verkoop van cannabis officieel nog altijd verboden. Er wordt echter een gedoogbeleid gehanteerd. De Nederlandse overheid werkt momenteel echter aan een kader om de sector te regulariseren. Dat leidde midden juni tot de lancering van een pilootproject waarbij een groep van tien telers werd geselecteerd om gereguleerde cannabis aan tien gemeentes te leveren. De erkende telers dienden aan drie eisen – hoeveelheid, kwaliteit en diversiteit – te voldoen om een ??goede wekelijkse levering aan de coffeeshops te garanderen.

Nederland hoopt de handel en consumptie van cannabis te kunnen regulariseren. – Foto: Pixabay/Chuck Herrera

Maar de meeste telers blijken moeite te ervaren om te voldoen aan de productienormen die door de autoriteiten werden gesteld. Hierdoor blijkt dat de coffeeshops nog niet volledig en continu kunnen bevoorraden. Vastgesteld werd dat er momenteel slechts drie telers in staat zijn om de coffeeshops te bevoorraden, maar ook zij bleken niet in staat om aan alle gestelde eisen te voldoen. Twee telers zouden verwachten om in de loop van deze zomer met de leveringen te kunnen beginnen. De resterende vijf telers zouden daarmee echter pas in de eerste helft van volgend jaar van start gaan.

Het is de bedoeling dat de telers per week minstens 570 kilogram wiet en 160 kilogram hasj leveren. Daarnaast dient er ook een minimale voorraad van 6.800 kilogram wiet en 2.000 kilogram hasj worden gegarandeerd. Vanaf midden september zou daarbij alleen nog gereguleerde producten mogen worden geleverd. Er bleken echter al snel problemen te rijzen. Daarbij moest vooral worden vastgesteld dat de eigenaars van de coffeeshops zich ontevreden toonden over de kwaliteit en kwantiteit van hasj, die ver onder de maat zou blijven. Over de kwaliteit van de cannabis bleken de uitbaters van de coffeeshops redelijk tevreden. Ook over de diversiteit van de producten bleken er klachten.

Opgemerkt wordt dat er wellicht een langere overgangsfase nodig blijkt om de productie te verbeteren, zodat coffeeshops in het experiment uiteindelijk in staat zullen zijn om alleen nog gereguleerde cannabis te verkopen. Het is nog niet duidelijk wanneer de nieuwe fase van het experiment kan starten. Eerst moet het immers duidelijk zijn of er binnenkort meer telers met de leveringen kunnen beginnen. Ook de productie van deze nieuwe telers moet nog door de uitbaters van de coffeeshops worden gecontroleerd.

Georganiseerde misdaad

De Nederlandse politie adopteerde in de jaren zeventig van de voorbije eeuw tegenover de consumptie van kleine hoeveelheden cannabis een gedoogbeleid. De productie en de levering van cannabis wordt echter niet getolereerd. Dit betekent dat producenten en verkopers verdoken moeten opereren. Hierdoor is de sector echter het doelwit geworden van de georganiseerde misdaad, maar dat had eveneens tot gevolg dat de Nederlandse overheid weinig greep op de markt had. Dat had ook gevolgen voor de volksgezondheid, want het is bijzonder moeilijk om op die illegale markt controles op de kwaliteit uit te voeren.

Een productie met gereguleerde telers en verkopen moet voor dat probleem een oplossing bieden. Het pilootproject met gereguleerde cannabis ging in december vorig jaar van start in de steden Breda en Tilburg. Hierdoor konden telers van cannabis voor de allereerste keer legaal opereren. Half juni werd het proefproject uitgebreid met de steden Almere, Arnhem, Groningen, Heerlen, Maastricht, Nijmegen, Voorne aan Zee en Zaanstad. Voorzien is dat het pilootproject tot 2028 doorloopt.

De Nederlandse hoofdstad Amsterdam werd echter van het experiment uitgesloten. Er werd wel een wetsvoorstel ingediend om de wijk Amsterdam-Oost in het project op te nemen, maar dat werd begin maart dit jaar door de Nederlandse Tweede Kamer verworpen. Een aantal rechtse politici ondernamen daarbij ook een poging om het volledige pilootproject af te voeren, maar op die vraag ging de Tweede Kamer niet in.

Het Nederlandse experiment met de gereguleerde verkoop van cannabis, komt op een ogenblik dat er in verscheidene Europese landen interesse groeit om het nationale cannabisbeleid te hervormen. Eind februari zette Duitsland daarbij een belangrijke stap door het gebruik van cannabis voor recreatief gebruik te legaliseren. Duitsland werd daarmee na Malta en Luxemburg de derde lidstaat van de Europese Unie die tot een legalisering van de consumptie van cannabis is overgegaan. Duitsland is eveneens van plan een pilootprogramma voor een gecontroleerde verkoop van cannabis op te starten. Ook Zwitserland heeft onlangs een eigen programma voor een gecontroleerde verkoop van cannabis gelanceerd.

Meer over dit onderwerp:

Posted in gezondheid | Reacties uitgeschakeld voor Nederlandse gereguleerde cannabis voldoet niet aan vereisten

Voorzichtige Amerikaanse consument zet druk op toeristisch zomerseizoen

Posted by managing21 on 7th augustus 2024

Voorzichtige Amerikaanse consumenten zullen het toeristische zomerseizoen onder druk zetten. Daardoor zal de sector minder inkomsten boeken. Dat heeft het verhuurplatform Airbnb gezegd bij de presentatie van zijn kwartaalcijfers. Airbnb zegt daarbij zelf voor het lopende kwartaal een omzet tussen 3,67 miljard dollar en 3,73 miljard dollar te verwachten.

Tegenover het derde kwartaal vorig jaar zou het bedrijf daarmee een groei tussen 8 procent en 10 procent laten optekenen. Vorig kwartaal was er nog een groei met 11 procent.  Analisten hadden voor het lopende kwartaal gewag gemaakt van 3,84 miljard dollar inkomsten.

Het zomerseizoen levert toeristische bedrijven traditioneel een piekomzet op. “Maar dit keer zal het zomerseizoen op het gebied van boekingen minder goed presteren dan het vorige kwartaal”, merkt Brian Chesky, chief executive van Airbnb, op. “Er zijn daarbij een aantal signalen dat de vraag bij Amerikaanse reizigers in een dalende curve zit. Bovendien lopen de last-minute boekingen op. Dit betekent dat de consumenten zich voorzichtiger opstellen en minder bereid zijn om plannen op lange termijn te maken.”

De toeristische zomer wordt gekenmerkt door voorzichtige Amerikaanse reizigers. – Foto: Pixabay/Petya Stoycheva

Airbnb heeft de voorbije kwartalen inspanningen gedaan om zijn kernservice te perfectioneren, terwijl ook initiatieven werden genomen om de groei te versnellen nadat de reissector door de covid-pandemie, met reisbeperkingen en lockdowns, zwaar was getroffen. Het bedrijf maakte nu echter bekend zijn activiteiten verder te willen uitbreiden. Daarbij zou Airbnb vooral denken aan aanverwante reisservices en vakantiediensten.

“In oktober zal Airbnb een nieuw cohosting-platform lanceren”, benadrukte Chesky. “Die service moet zich richten op een doelgroep die verblijfsruimte ter beschikking heeft, maar geen tijd heeft om als gastheer op te treden. Hierdoor moet Airbnb in staat zijn om een nieuwe inventaris te ontsluiten. Maar ook daarna zullen nog nieuwe initiatieven volgen.

Volgend jaar volgt een dienst die grote evenementen – zoals internationale sportevenementen en festivals – kan ondersteunen. Op langere termijn zal ook aan de introductie van generatieve kunstmatige intelligentie worden gewerkt. Daarmee zal Airbnb een actievere rol in het zoekproces van de klant kunnen opnemen, waarbij de voorkeuren van de gebruiker kunnen worden geanalyseerd om onder meer reisroutes uit te stippelen.

Omzet

Airbnb boekte tijdens het tweede kwartaal van dit jaar een omzet van 2,75 miljard dollar. Dat betekende een stijging met 11 procent tegenover dezelfde periode vorig jaar. Dat betekent wel een vertraging tegenover het eerste kwartaal van dit jaar, toen een omzetstijging met 18 procent kon worden gemeld. Dit fenomeen moet volgens Airbnb worden toegeschreven aan de timing van Pasen en de schrikkeldag die dit jaar in het eerste kwartaal viel. De omzetgroei was in sterke mate aan het aantal overnachtingen, dat wereldwijd opnieuw opliep. Tijdens het voorbije kwartaal werden bij Airbnb in totaal 125,1 miljoen overnachtingen geregistreerd. 

Daarentegen bleef de stijging van de gemiddelde dagtarieven volgens het bedrijf beperkt. Hierdoor liepen de winstmarges terug. Airbnb boekte tijdens het tweede kwartaal van dit jaar een nettowinst van 555 miljoen dollar. Dat was 15 procent minder dan dezelfde periode vorig jaar. De gecombineerde waarde van alle boekingen die tijdens het tweede kwartaal werden geregistreerd steeg met 11 procent tot 21,2 miljard dollar. Het bedrijf zegt in alle markten een groei te hebben gerealiseerd. De sterkste prestaties werden opgetekend in Asia-Pacific en Latijns-Amerika.

Ellie Mertz, financieel directeur van Airbnb, beklemtoonde dat het bedrijf zijn marketing-investeringen tijdens de tweede helft van dit jaar wil verhogen. Dat moet Airbnb toelaten een sterkere aanwezigheid uit te bouwen in markten waar het bedrijf tot nu toe minder goed is kunnen doordringen. Het bedrijf heeft vorig jaar een kwaliteitslabel ingevoerd en sindsdien werden naar eigen zeggen al meer dan 200.000 inferieure aanbiedingen uit zijn adressenbestand te hebben geweerd.

Meer over dit onderwerp:

Posted in toerisme | Reacties uitgeschakeld voor Voorzichtige Amerikaanse consument zet druk op toeristisch zomerseizoen

Royal Mail richt zich voortaan op recyclage e-waste

Posted by managing21 on 7th augustus 2024

In het Verenigd Koninkrijk boort de Royal Mint, producent van de nationale muntstukken, een nieuwe bron aan voor de winning van goud. Om zijn goudvoorraden aan te vullen, heeft het Britse staatsbedrijf immers beslist om elektronisch afval (e-waste) te verwerken. Daarvoor werd in Llantrisant, in het zuiden van Wales, een grote industriële fabriek opgetrokken. In de installaties van die fabriek zal het goud uit oude printplaten van computers en andere elektronische apparatuur te halen. 

Elektronisch afval – van oude telefoons en computers tot televisietoestellen – vormt een snelgroeiend probleem. Uit cijfers van de Verenigde Naties blijkt dat twee jaar geleden in totaal 62 miljoen ton elektronisch afval werd weggegooid. Volgens ramingen zal de berg elektronisch afval tegen het einde van dit decennium nog worden verdrievoudigd.

Jaarlijks wordt meer dan 60 miljoen ton elektronisch afval weggegooid. – Foto: Pixabay

In Llantrisant worden ingezamelde stapels printplaten verhit om de verschillende componenten te verwijderen. Vervolgens wordt de reeks losgemaakte spoelen, condensatoren, pinnen en transistoren op een transportband gezeefd, gesorteerd, gesneden en in blokken gesneden. Daarbij worden alle onderdelen met goud geselecteerd en vervolgens naar een chemische installatie op de site afgevoerd. Daarna wordt het goud in een chemische oplossing gegoten. Nadat die oplossing wordt gefilterd, blijft een gouden poeder over. Tenslotte wordt dat poeder in een oven verhit, waardoor goudklompen worden gevormd.”

“De Royal Mint richt zich in Llantrisant op stedelijke mijnbouw”, werpt Inga Doak, hoofd duurzaamheid van het Britse staatsbedrijf, op. “We recupereren een afvalproduct dat door de maatschappij wordt geproduceerd. Uit dat restproduct wordt vervolgens het goud gehaald om opnieuw te kunnen worden verwerkt.” Doak merkt daarbij op dat de economie steeds meer de waarde van deze eindige grondstof begint op te merken.

“De traditionele processen voor de winning van goud zijn bijzonder energie-intensief”, verduidelijkt Leighton John, operationeel directeur van de Royal Mint. “Daarbij wordt beroep gedaan op extreem giftige chemicaliën die slechts één keer kunnen worden gebruikt. Bij die processen wordt ook gebruikgemaakt van smelters die bijzonder veel energie consumeren. Bij het nieuwe procédé verloopt het chemisch proces echter bij kamertemperatuur. Daarvoor is slechts weinig energie nodig, terwijl de gebruikte chemische producten kunnen worden gerecupereerd. Het goud kan bovendien snel worden gewonnen.”

Grote aanvoer

De Royal Mail kan voor het nieuwe productieproces op de aanvoer van grote voorraden rekenen. Volgens een rapport van de Verenigde Naties is het Verenigd Koninkrijk per hoofd van de bevolking na Noorwegen de grootste producent van technologie-afval ter wereld. “Het is de bedoeling om jaarlijks meer dan 4.000 ton elektronisch afval te verwerken”, zegt Leighton John. “Traditioneel wordt dit afval naar het buitenland verscheept, maar die export is nu niet langer noodzakelijk. Daardoor wordt ook een aanzienlijk financieel verlies vermeden.” Vierduizend ton e-waste zou tot 450 kilogram goud moeten opleveren. Die voorraad heeft aan de huidige tarieven een waarde van 27 miljoen pond. 

Deze verschuiving naar de afvalsector betekent een grote verandering voor de Royal Mint, die al meer dan duizend jaar de officiële muntfabrikant van het Verenigd Koninkrijk is. Maar nu het gebruik van contant geld afneemt, vormt e-waste voor het overheidsbedrijf een nieuwe manier om inkomsten te genereren en arbeidsplaatsen te redden. “We dienden onze activiteiten te diversifiëren”, verduidelijkt Anne Jessopp, chief executive van de Royal Mint. “Aangezien er nu minder mensen nodig zijn om munten te maken, was het eigenlijk een ideale gelegenheid om medewerkers naar de verwerking van e-waste over te plaatsen. Op die manier konden we de tewerkstelling van de betrokkenen redden.” 

Het goud wordt in eerste instantie gebruikt voor de vervaardiging van sieraden. In een later stadium zullen de gewonnen voorraden ook worden gebruikt voor de productie van herdenkingsmunten. De Royal Mint zoekt ook naar mogelijkheden voor de andere materialen – waaronder aluminium, koper, tin en staal – die uit de printplaten worden gehaald. De printplaten zelf zouden mogelijk kunnen worden vermalen en in de bouwindustrie gebruikt.

Meer over dit onderwerp:

Posted in grondstoffen, industrie, Jewellery, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Royal Mail richt zich voortaan op recyclage e-waste

Groene landelijke ring kan stedelijk hitte-eiland temperen

Posted by managing21 on 7th augustus 2024

Een groene ring rondom een stad heeft het potentieel om het effect van het stedelijk hitte-eiland te verminderen. De operatie zou de temperaturen in het stadscentrum met meer dan een halve graad Celsius kunnen afkoelen. Dat blijkt uit een onderzoek van wetenschappers aan de School of Architecture van de Southeast University in Nanjing (China), gebaseerd op een analyse van de temperaturen die gedurende twintig jaar in dertig Chinese steden werden opgetekend.

De klimaatverandering zorgt over de hele wereld voor meer frequente en intense hittegolven, maar de impact op de steden is nog zwaarder. Dat heeft te maken met het urban heat effect, dat de warmte in stedelijke gebieden vasthoudt. Hierdoor worden de stadscentra warmer dan het omringende buitengebied. De studie van de Chinese wetenschappers stelde vast dat een ring van landelijke zones rond een agglomeratie de stedelijke temperatuur kan verlagen.

Parken kunnen helpen om stadskernen af te koelen. – Foto: Pixabay/Zsolt Tóth

Een buffer die minstens de helft van de breedte van de stad beslaat, kan het grootste verkoelende effect hebben. “Om de landbedekking te optimaliseren en de intensiteit van de stedelijke hitte-eilanden te verminderen, is het aangewezen om stukken landelijk gebied samen te voegen, rond de stad meer bosgebied aan te leggen en misschien minder, maar wel grotere meren te creëren”, merkt onderzoeksleider Miao Yang, docente stedenbouw aan de Southeast University, op. 

“Eerdere inspanningen om het effect van het urban heat island aan te pakken, hebben zich vooral gericht op strategieën die oplossingen binnen de stadsgrenzen zoeken”, verduidelijkt. “Aangezien stedelijk land echter vaak beperkt is, moet naar andere oplossingen worden gezocht. Daarbij blijkt dat veranderingen in het landgebruik buiten het bebouwde gebied een groot verschil kan maken voor de temperaturen in het stadscentrum.”

Stedelijke hittekoepel

De temperaturen in steden liggen consequent hoger dan in het omliggende platteland. Dat heeft te maken met de neiging van de stedelijke infrastructuur om warmte vast te houden. Dicht op elkaar gepakte gebouwen en oppervlakken die warmte absorberen, zoals beton, verhogen het risico op de creatie van een urban heat island. Ook menselijke activiteiten, zoals verplaatsingen met de auto, dragen bij tot de vorming van deze stedelijke hitte-eilanden. In Londen liggen de temperaturen tijdens de zomer overdag 3 graden Celsius hoger dan op het omliggende landelijk gebied. Tijdens de nacht loopt dat verschil op tot 5 graden Celsius.

Natuurlijke landschappen, zoals bomen of waterpartijen, kunnen daarentegen de omgevingstemperaturen door schaduw en waterverdamping verlagen. De toevoeging van meer groene ruimtes in een stad kan tot een afkoeling leiden, maar aangetoond is dat die effecten zonder een significante en goed verdeelde dekking over het algemeen beperkt zijn. “Stedelijk gebied lijkt vaak te kostbaar en beperkt om strategieën voor de beheersing van de temperaturen te ontwikkelen”, stippen de onderzoekers aan.

Hogere temperaturen in steden leiden tot de vorming van een hittekoepel, die in oppervlakte ongeveer twee keer zo groot is als het bebouwde stadsgebied. Door die koepel circuleert warmere en koudere lucht. Vanuit het landelijk gebied binnen die koepel stroomt koelere lucht naar het stadscentrum, terwijl de warmere lucht vanuit het bebouwde gebied naar de rand van de koepel drijft om afgekoeld te worden.

De onderzoekers geven nog aan dat stedelijke hitte-eilanden ook het effect van de hittegolven, die door de klimaatverandering frequenter en intensiever worden, verergeren. Dat kan de gezondheid van de wereldwijde stadsbevolking, die op ongeveer 4,5 miljard mensen wordt geschat, ondermijnen. “Stadsbewoners worden door het effect van het urban heat island tijdens de zomer vatbaarder voor hitte-gerelateerde ziektes en overlijdens”, merken de wetenschappers op.

In de steden is vegetatie vaak schaars, maar is in het buitengebied meestal overvloediger aanwezig. De onderzoekers merken op dat de locatie en het type van rurale landbedekking de temperatuur in de stad kunnen beïnvloeden. Daarbij blijkt dat de omvang en de fragmentatie van deze rurale de meest cruciale factoren vormen en elk het potentieel hebben om de temperaturen in de stad met 0,5 graden Celsius te verlagen. Opgemerkt wordt dat grotere, minder gefragmenteerde stukken landelijk land een groter verkoelend effect hebben. Een optimale combinatie van de twee factoren kan de temperatuur in de stad dan ook met 1 graad Celsius doen dalen.

De wetenschappers stelden verder vast dat de beste verkoelende effecten afkomstig zijn van een landelijke ring die zich binnen een straal van 10 kilometer tot 15 kilometer van de stadsgrens bevindt. Dit gebied bevindt zich binnen de hittekoepel, wat betekent dat de luchtstroom en warmte-uitwisseling op deze afstanden het meest effectief zijn.

De studie richtte zich op Chinese metropolen met een oppervlakte van meer dan 200 vierkante kilometer en één groot stadscentrum. Hoewel de meeste geselecteerde steden – waaronder Shanghai, Wuhan en Chengdu – een subtropisch moessonklimaat kennen, gelden de conclusies van de studie volgens de onderzoekers ook voor andere klimaatzones.

Meer over dit onderwerp:

Posted in gezondheid, milieu, Stad | Reacties uitgeschakeld voor Groene landelijke ring kan stedelijk hitte-eiland temperen