managing21.be

Managing21: een blik op het heden en de toekomst van de economie.

Lage olieprijzen kunnen oorlogskas van Vladimir Poetin ondermijnen

Posted by managing21 on april 14th, 2025

Een recente daling van de olieprijzen, veroorzaakt door de handelsoorlog van de Amerikaanse president Donald Trump, begint de oorlogskas van zijn Russische collega Vladimir Poetin uit te putten. Indien de prijs voor ruwe olie op het huidige niveau blijft, zou de Russische begroting – die voor ongeveer uit olie en gas bestaat – dit jaar mogelijk wel 2,5 procent lager kunnen uitvallen dan verwacht. Dat heeft de Britse zakenkrant Financial Times gemeld. De lage olieprijzen zouden Rusland kunnen dwingen om meer te lenen, de niet-militaire uitgaven te verlagen of de resterende reserves aan te spreken.

“De gemiddelde prijs van ruwe olie uit de Oeral is, na de aankondiging van de invoerheffingen door de Amerikaanse president Donald Trump en de onverwachte zet van de Organization of the Petroleum Exporting Countries (Opec) om de productie te verhogen, tot het laagste niveau in bijna twee jaar gedaald”, voert Anastasia Stognei, correspondent Rusland van de Financial Times, aan. 

Stognei wijst erop dat ruwe olie uit de Oeral donderdag werd verhandeld voor een prijs van ongeveer 50 dollar per vat. Rusland heeft zijn begroting voor dit jaar echter gebaseerd op basis van een prijs van 69,70 dollar per vat. De prijsdaling verhoogt de druk op de Russische economie, die na de oorlog-gerelateerde uitgaven naar verwachting dit jaar zal vertragen. Rusland heeft al een deel van zijn staatsinvesteringsfonds gebruikt om de economie te ondersteunen na de gevolgen van de grootschalige aanval op Oekraïne. Het toegankelijke deel van het Russisch staatsinvesteringsfonds slinkt.

“In een zeldzame erkenning van de economische onzekerheid hebben Russische functionarissen hun bezorgdheid geuit over de daling van de olieprijzen”, werpt Stognei op. Daarbij verwijst ze naar eerdere uitspraken van Dmitri Peskov, woordvoerder van de Russische regering. Die had immers toegegeven dat de daling van de olieprijzen op de begrotingsinkomsten van Rusland een grote impact kan hebben. Peskov maakte daarbij gewag van een extreem volatiele situatie, die hij gespannen en emotioneel geladen noemde.

De verschuiving toont volgens Stognei tevens hoe de tarievenoorlog van Trump indirect de Russische economie schaadt. Er waren nochtans recent toenaderingspogingen tussen de Amerikaanse president en zijn Russische tegenhanger Poetin. Trump had daarbij ook beloofd om de economische betrekkingen tussen beide landen nieuw leven in te blazen als onderdeel van de onderhandelingen om de oorlog in Oekraïne te beëindigen. Maar dat leverde de Russische oliesector uiteindelijk weinig baten.”

De olieprijzen bleven immers, ondanks de aankondiging van een pauze van negentig dagen in het ingrijpende tariefprogramma, dalen. Elvira Nabiullina, directeur van de Russische centrale bank, had al voor de berichtgeving over die pauze dat aanhoudende handelsoorlogen meestal leiden tot een wereldwijde economische vertraging en mogelijk een lagere vraag naar de export van Russische energie

“Indien de olieprijzen zich rond het huidige niveau bevinden, zou Rusland dit jaar ongeveer een biljoen roebel kunnen verliezen, wat overeenkomt met 2,5 procent van de verwachte begrotingsinkomsten”, berekende Sofya Donets, hoofdeconoom bij het bureau T-Investments uit Moskou. “Dit zou betekenen dat de groei van het Russische bruto binnenlandse product met een vertraging van 0,5 procent rekening zou moeten houden.” Toch zou het volgens Janis Kluge, expert Rusland bij de Duitse Stiftung Wissenschaft und Politik (SWP), enkele maanden duren voordat de lagere olieprijzen in de Russische begrotingsinkomsten doorwerken.

“De Russische economie draait al op volle toeren en de groei – grotendeels aangewakkerd door overheidsuitgaven in verband met oorlog – zal naar verwachting vertragen”, geeft Anastasia Stognei aan. “Officiële prognoses wijzen erop dat er dit jaar in Rusland sprake zou kunnen zijn van een groei tussen 1 procent en 2,5 procent. De voorbije twee jaar kon een groei van ongeveer 4 procent worden gemeld. Dat maakt het onwaarschijnlijk dat de Russische staat de dalende olie-inkomsten met middelen uit andere bronnen zou kunnen compenseren. De oorlog van Rusland tegen Oekraïne sleept inmiddels al vier jaar aan en het vermogen van de Russische regering om de economie te ondersteunen, neemt af.”

Westerse sancties

Sinds 2020 is het liquide deel van het Russische staatsinvesteringsfonds – ook bekend als het nationale welzijnsfonds – volgens Stognei met twee derde gedaald. “Indien die middelen worden gebruikt om een ??oplopend begrotingstekort te dekken, zal het fonds mogelijk tegen het einde van dit jaar zijn uitgeput”, benadrukt Benjamin Hilgenstock, expert macro-economie en strategie aan de Kyiv School of Economics. “Of het Russische regime hier iets aan kan doen, afgezien van pijnlijke bezuinigingen op niet-oorlogsgerelateerde uitgaven, is een andere vraag.”

“Verder blijven ook ongeveer 340 miljard dollar aan reserves van de Russische centrale bank onder westerse sancties bevroren, waardoor de manoeuvreerruimte sterk wordt beperkt”, verduidelijkt Stognei. “Nu het welzijnsfonds slinkt, kan de Russische regering worden gedwongen om de uitgaven te verlagen. Dit zou een verschuiving betekenen ten opzichte van de verhogingen in oorlogstijd. Economen waarschuwen dat eventuele bezuinigingen waarschijnlijk op niet-militaire begrotingsposten, zoals sociale uitgaven, zullen neerkomen.”

“Indien de olieprijs zich stabiliseert op een bijzonder laag niveau, zal Rusland waarschijnlijk meer belasting moeten heffen op exportbedrijven om een ??deel van de inkomstendaling te compenseren”, suggereerde Oleg Kuzmin, hoofdeconoom bij Renaissance Capital. “Na belastingaanpassingen en schuldfinanciering zal Rusland uiteindelijk bezuinigingen moeten overwegen.”

De Russische regering zou ook kunnen proberen op de internationale markt meer schulden aan te gaan. “De staatsschuld ligt momenteel immers lager dan 30 procent van het bruto binnenlandse product”, beklemtoonde Hilgenstock. “Naar internationale maatstaven is dat een laag niveau. Maar voor veel buitenlandse investeerders blijven Russische obligaties giftig. In eigen land richtten banken zich op de kredietverstrekking aan de private sector, maar tonen ze weinig interesse in de financiering van tekorten. Er kunnen dan ook ernstige beperkingen voor de Russische economie worden vooropgesteld, maar een plotselinge ineenstorting moet niet worden verwacht.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in energie | Reacties uitgeschakeld voor Lage olieprijzen kunnen oorlogskas van Vladimir Poetin ondermijnen

Heropstart steenkoolcentrales Verenigde Staten heeft geen enkele zin

Posted by managing21 on april 14th, 2025

In de Verenigde Staten heeft president Donald Trump vier decreten uitgevaardigd om de ontginning en het verbruik van steenkool nieuw leven in te blazen. Experts waarschuwen echter dat ook die bemoeienissen van de Amerikaanse overheid de sector geen toekomst meer kunnen bieden. De ontginning van steenkool is volgens hen immers niet alleen schadelijk voor het leefmilieu en de menselijke gezondheid, maar vertegenwoordigt ook een achterhaalde en onrendabele industrie.

“Het is economisch gezien niet langer zinvol om steenkoolcentrales te onderhouden of te bouwen”, werpen verschillende experts op. “Het streven van Donald Trump naar een heropleving van de productie en het gebruik van steenkool in de Verenigde Staten is vergezocht en wellicht nutteloos.”

De nieuwe decreten van Trump geeft het Amerikaanse ministerie van binnenlandse zaken de opdracht om miljoenen hectaren openbare terreinen voor de ontginning van steenkool beschikbaar te maken. Het Amerikaanse ministerie van energie kreeg bovendien de opdracht om te onderzoeken of steenkool gebruikt kan worden om elektriciteit te leveren aan datacenters, die door de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie een grote behoefte aan energie zullen hebben.

“Maar er is weinig kans dat de Verenigde Staten opnieuw sterk afhankelijk van steenkool zullen worden”, betoogde Ryna Cui, onderzoeksdirecteur van het Center for Global Sustainability aan de University of Maryland. “De infrastructuur van de energiesector is niet meer op steenkool afgesteld. Bovendien zal steenkool niet kunnen optornen tegen opkomende technologieën. In de Verenigde Staten wordt steenkool voornamelijk gebruikt voor de opwekking van elektriciteit, maar de capaciteit voor elektriciteitscentrales op basis van steenkool de voorbije decennia echter afgenomen.”

“In 2011 vertegenwoordigde steenkool nog meer dan 40 procent van de totale Amerikaanse elektriciteitsopwekking”, benadrukte Cui. “In 2016 was dat percentage tot ongeveer 16 procent gedaald. De belangrijkste oorzaak van de daling van het steenkoolgebruik is de economische concurrentie met goedkopere en schonere brandstoffen, zoals aardgas en hernieuwbare energiebronnen. Steenkoolcentrales zijn economisch niet langer rendabel en de decreten van Donald Trump zullen niets veranderen aan de fundamentele onderliggende marktdynamiek. Aardgas en hernieuwbare energiebronnen zijn kosteneffeciënter geworden dan steenkool.”

De meeste Amerikaanse steenkoolcentrales zijn aan het einde van hun levensduur en het is economisch gezien weinig zinvol om deze sites te blijven exploiteren. De bouw van nieuwe steenkoolcentrales gaat gepaard met hoge economische en financiële risico’s. De installaties zouden tientallen jaren in bedrijf moeten blijven, maar dat heeft de markt tot nu toe vermeden. De typische levensduur van een steenkoolcentrale is ongeveer veertig tot zestig jaar, maar het is heel onduidelijk dat de decreten van Trump lang van kracht zullen blijven. “De decreten zouden de levensduur van de bestaande steenkoolcentrales enigszins kunnen verlengen en de productie de volgende jaren kunnen opvoeren, maar het is onwaarschijnlijk dat er nieuwe infrastructuur zal worden gebouwd”, opperde Cui.

Meest vervuilende brandstofbron

Zonder nieuwe investeringen in centrales in de Verenigde Staten zal volgens de experts de binnenlandse vraag naar steenkool waarschijnlijk blijven dalen. “De bestaande Amerikaanse steenkoolcentrales zijn immers verouderd en er zouden aanzienlijke investeringen moeten worden gedaan om de installaties operationeel te houden”, gaf Cui aan. “Waarom zouden de Verenigde Staten in de 21ste eeuw willen investeren in een brandstofbron uit de 19de eeuw? Deze maatregelen zijn om verschillende redenen compleet onlogisch.”

Steenkool is niet alleen de meest vervuilende brandstofbron, maar ook het delven van het product blijft een gevaarlijke activiteit. “Steenkool is dan ook schadelijk voor zowel de menselijke gezondheid als het leefmilieu”, stipte Cui aan. “De zware ecologische voetafdruk en de bedreiging voor de menselijke gezondheid zijn al een aantal redenen waarom steenkool als energiebron wereldwijd wordt afgebouwd. In 2024 werd het Verenigd Koninkrijk de eerste grote economie die steenkool de rug toekeerde. Toen sloot dat land immers zijn laatste steenkoolcentrale.”

“De regering van Donald Trump kan nutsbedrijven niet dwingen om vuilere, duurdere brandstoffen te kopen terwijl ze die producten niet willen”, voerde Rob Jackson, milieuwetenschapper aan Stanford University en voorzitter van het Global Carbon Project, aan. “Ook een stortvloed aan decreten zal de steenkoolindustrie niet redden.”

Ook het Institute for Energy Economics and Financial Analysis stelde dat het heropenen van gesloten steenkoolcentrales economisch niet langer haalbaar zou zijn. “De decreten van Trump zouden de sluiting van steenkoolcentrales kunnen vertragen en de herstart van 102 recent gesloten sites kunnen aanmoedigen”, merkt het intsituut op. “Het is echter waarschijnlijk dat slechts enkele centrales zullen worden heropgestart. Naarmate de steenkoolcentrales ouder worden, stijgen immers ook hun onderhoudskosten. Dit verhoogt op zijn beurt de opwekkingskosten.”

Het instituut stelde verder dat Trump met de decreten bovendien de realiteit negeert dat veel operationele centrales onder hun maximale capaciteit draaien. De Amerikaanse steenkoolcentrales vertegenwoordigen iminder dan 20 procent van de elektriciteitsproductie in de Verenigde Staten, tegenover 50 procent bij het begin van deze eeuw. De bestaande centrales leveren ongeveer 40 procent van de tijd elektriciteit aan het net.

Het rapport merkte op dat de meeste nutsbedrijven inmiddels op goedkopere en efficiëntere methoden voor elektriciteitsopwekking – waaronder zonnekracht, windenergie en batterijen – zijn overgestapt. “Het investeren van belastinggeld in de heropening van steenkoolcentrales met onbepaalde onderhoudsbehoeften en onvoorspelbare toekomstige prestaties is – economisch of anderszins gezien – geen goed idee.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in energie, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Heropstart steenkoolcentrales Verenigde Staten heeft geen enkele zin

Streaming biedt ook onafhankelijke muzikanten grotere kans op succes

Posted by managing21 on april 11th, 2025

Dankzij streaming kunnen artiesten in de muziekindustrie meer geld verdienen dan ooit voordien. Dat heeft Charlie Hellman, wereldwijd directeur muziek bij het streamingplatform Spotify, gezegd. Bovendien heeft streaming er volgens hem ook voor gezorgd dat ook onafhankelijke muzikanten een grotere kans op succes hebben. Daarnaast blijken bij de succesvolle muziek ook veel meer talen te zijn vertegenwoordigd dan in het verleden.

Op Spotify kunnen een aantal interessante trends worden opgemerkt. Enerzijds zijn er veel meer muzikanten actief dan in het verleden, maar een steeds kleiner percentage artiesten lijkt met streaming financieel succes te behalen. Maar een rapport van Spotify toont dat een groter aantal artiesten dankzij het streamingplatform meer verdiensten heeft kunnen verzamelen dan in het verleden.

Vorig jaar hadden op Spotify bijna 12 miljoen artiesten muziek geplaatst. Dat betekende een stijging met 2 miljoen eenheden tegenover het jaar voordien. Daarbij bleken echter amper 71.200 artiesten, ongeveer 0,6 procent van de totale populatie, dankzij het platform meer dan 10.000 dollar te hebben verdiend.

Spotify wijst er echter naar andere cijfers. “In 2017 bleken amper 7.400 artiesten op het streamingplatform een bedrag van minstens 50.000 dollar te hebben verdiend”, benadrukt het bedrijf. “Die groep was vorig jaar echter al met 200 procent uitgebreid tot 22.100 artiesten. Bovendien bleken vorig jaar 2.940 muzikanten op Spotify meer dan 500.000 dollar te hebben verdiend. Dat betekende een stijging met 205 procent tegenover zeven jaar voordien.”

Er wordt aan toegevoegd dat slechts 235.000 artiesten op het platform tot nu toe meer dan tien songs hebben uitgebracht en gemiddeld minstens tienduizend maandelijkse luisteraars hebben. “Dat zijn twee belangrijke indicatoren om professionele en opkomende artiesten te omschrijven”, geeft Spotify aan. In deze groep genereerde vorig jaar 30.3 procent meer dan 10.000 dollare aan royalties, terwijl bijna 10 procent meer dan 50.000 dollar aan inkomsten genereerde.”

“Het is duidelijk dat er momenteel veel meer artiesten actief zijn en zinvol geld kunnen verdienen dan in enig ander tijdperk van de muziekindustrie”, benadrukt Charlie Hellman. “We moeten deze trend volhouden. Daarnaast is het ook niet slecht dat er momenteel ook miljoenen meer hobbyisten of aspirant-artiesten op het platform actief zijn. In het verleden konden deze personen hun muziek zelfs niet met anderen delen.”

Duurzaam succes

Hellman benadrukt het grote aantal hobbyisten die muziek op het platform uitbrengen. “Meer dan 66 procent van de 12 miljoen artiesten die met Spotify samenwerken, heeft op het platform niet meer dan tien songs geüpload”, merkt hij op. “Men hoeft zich echter geen zorgen te maken over de verhouding tussen hobbyisten en professionals. Wat echt belangrijk is voor een gezond ecosysteem, is dat het absolute aantal duurzame professionele artiesten groei. Op dat vlak zijn de gegevens onweerlegbaar. Het voorbije jaren haalden op Spotify meer artiesten een bedrag van 100.000 dollar dan tien jaar geleden.”

In totaal betaalde Spotify vorig jaar een bedrag van 10 miljard dollar uit aan de muziekindustrie, verdeeld over muzieklabels, muziekuitgevers, onafhankelijke distributeurs, rechtenorganisaties en collectieve beheersorganisaties. Dat bedrag lag ongeveer 1 miljard dollar hoger dan het jaar voordien. Tegenover tien jaar voordien was er zelfs sprake van een toename met 9 miljard dollar.

“In 2014 bereikte de muziekindustrie een dieptepunt”, verduidelijkte Hellman. “Men twijfelde er toen aan of streaming de sector wel een oplossing kon aanbieden. Volgens hen moest Spotify een groter deel van zijn inkomsten aan de artiesten uitkeren. In plaats daarvan heeft Spotify zich gericht op het vergroten van de taart door een groter aantal luisteraars voor de muziek te laten betalen. Omdat we die taart groter hebben kunnen maken, hebben we onze uitbetalingen op tien jaar met 900 procent kunnen laten groeien. Sinds zijn oprichting in 2008 heeft Spotify aan de houders van muziekrechten al bijna 60 miljard dollar uitgekeerd.”

“Er is het voorbije decennium een verbluffende groei geweest in de uitbetalingen aan de rechtenhouders, gedreven door de wereldwijde groei van streaming”, merkt Hellman op. “Het dieptepunt van 2014 was niet te wijten aan een gebrek aan goede muziek, maar wel bleek de muziek niet te verpakken op een manier die de wereld ertoe aanzette te betalen. Spotify heeft sindsdien miljarden dollar in onderzoek en ontwikkeling geïnvesteerd om de meest boeiende dienst te creëren, terwijl nog eens miljarden dollar aan marketing werden besteed om de wereld te overtuigen een muziekabonnement te betalen.”

“Die investeringen hebben ongelooflijke resultaten opgeleverd, niet alleen voor ons, maar voor elke individuele partij uit de muziekindustrie”, betoogt Hellman. “Naarmate Spotify erin lukt om zijn eigen omzet te laten groeien, worden ook meer inkomsten gegenereerd voor labels, uitgevers, artiesten en songwriters. Nog geregeld wordt beweerd dat streaming de muziek heeft gedevalueerd, maar wanneer men de waarde van de sector meet volgens de betalende gebruikers, blijken die aantijgingen compleet verkeerd.”

“Streaming heeft de waarde van muziek integendeel enorm verhoogd. Dat vindt men ook terug in de enorme bedragen die momenteel worden besteed aan de aankoop van muziekcatalogi. Het gaat om dezelfde muziek als tien jaar geleden, maar die is nu veel waardevoller omdat het publiek er meer waarde aan hecht en ervoor betaalt.”

“Voor de muzikanten heeft streaming bovendien belangrijke belemmeringen weggenomen”, geeft Hellman nog aan. “Miljoenen mensen hebben nu de tools om hun kunst wereldwijd te delen. Hoewel er van een hevige concurrentie sprake is – dat is trouwens altijd al het geval geweest – is het aantal succesvolle artiesten jaar na jaar dramatisch toegenomen.”

“Het aantal muzikanten dat meer dan 10.000 dollar, 100.000 dollar en 1 miljoen dollar aan royalties heeft verzameld, is de voorbije zeven jaar verdrievoudigd”, beklemtoont Hellman. “Die aantallen kunnen de volgende tien jaar nog eens verdrievoudigen. De diensten voor muziekstreaming hebben momenteel gezamenlijk meer dan 500 miljoen betalende luisteraars via alle muziekstreamingdiensten. Als de industrie samenwerkt om één miljard betalende abonnees of zelfs meer te bereiken, zal dat zich direct vertalen in meer inkomsten, waardoor meer artiesten al die mijlpalen kunnen behalen.”

Oorspronkelijk gaf Spotify aan dat artiesten een bedrag van ongeveer 1 miljoen dollar konden betalen met 4 miljoen tot 5 miljoen maandelijkse luisteraars of met 20 miljoen tot 25 miljoen maandelijkse streams. “Maar de factor die daadwerkelijk de inkomsten bepaalt, is het aandeel van de individuele artiest in het totale aantal streams. Een muzikant die 1 procent van het aantal streams vertegenwoordigt, krijgt ook 1 procent van het totale aantal royalties”, verduidelijkt Hellman. “In 2024 genereerde een artiest die een aandeel van één miljoenste had in het totale aantal streams, ontving gemiddeld meer dan 10.000 dollar. Dat is tien keer meer dan tien jaar geleden, toen een aandeel van één miljoenste slechts 1.000 dollar opleverde.”

Geen economie van hits

Hellman wijst er nog op dat 80 procent van de artiesten die vorig jaar meer dan 1 miljoen dollar aan royalties genereerden, had geen nummer dat in de Spotify Global Daily Top 50 was terug te vinden. “Dit betekent dat onafhankelijke muzikanten, werk dat niet tot de mainstream behoort en nichegenres in de nieuwe streaming-economie allemaal kunnen floreren”, beklemtoont hij. “Mensen denken vaak dat streaming een economie van hits is, maar dat is niet het geval.”

“Meer dan 80 procent van de artiesten die vorig jaar meer dan 1 miljoen dollar aan royalties opstrijken, was tijdens die periode actief aan het toeren. Het gaat dus om actieve artiesten die momenteel aan hun carrière werken. Succes in het streaming-tijdperk draait niet om succesnummers die de hitlijsten aanvoeren of om oude catalogi. Het gaat om het opbouwen van een loyale fanbase die steeds terugkomt.”

Spotify merkt nog op dat onafhankelijke artiesten en labels het voorbije jaar samen meer dan 5 miljard dollar aan royalties genereerden. Dat is ongeveer de helft van het totale bedrag dat Spotify aan de industrie uitbetaalt. “Er zijn simpelweg meer wegen naar succes dan voorheen”, merkt Hellman daarbij op. “Vergeleken met het cd-tijdperk zijn er meer successen bij onafhankelijke muzikanten. In zijn glorietijd kon de grootste platenzaak de muziek van enkele duizenden artiesten herbergen. Dat was trouwens alleen weggelegd voor muzikanten met de middelen om daar te komen. Men moest echt investeren om muziek op te nemen, fysiek te laten produceren en wereldwijd te distribueren. Dat onafhankelijke artiesten de helft van de betaalde royalties bij de grootste muziekretailer van de wereld zouden incasseren, was toen ondenkbaar. Vandaag de dag bouwen deze artiesten duurzame carrières op, bereiken ze een wereldwijd publiek en doorbreken ze barrières.”

Bij de artiesten die vorig jaar meer dan 1.000 dollar aan royalty’s op Spotify genereerden, verzamelde meer dan de helft het grootste deel van die inkomsten bij luisteraars buiten hun eigen land. “Dit bewijst de globalisering van de muziek”, voert Hellman aan. “Luisteraars van tegenwoordig, vooral jongeren, trekken zich niets aan van rigide genres en staan ??open voor nieuwe geluiden. De 1.450 artiesten die vorig jaar meer dan 1 miljoen dollar genereerden, brachten muziek in zeventien verschillende talen. Dat is heel opmerkelijk. Tien of twintig jaar geleden, toen de industrie vooral op de Verenigde Staten en de Europese Unie was gericht, was dit absoluut niet het geval. De artiesten die vorig jaar minstens 100.000 dollar aan royalties verdienden, vertegenwoordigden zelfs meer dan vijftig verschillende talen.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in media & cultuur | Reacties uitgeschakeld voor Streaming biedt ook onafhankelijke muzikanten grotere kans op succes

Elektrische voertuigen niet altijd zegen voor emissies en klimaat

Posted by managing21 on april 10th, 2025

De overstap naar elektrische voertuigen zal de uitstoot van koolstofdioxide niet verminderen, tenzij landen hun elektriciteitsnetten duurzamer maken. Dat blijkt uit een studie van wetenschappers aan de University of Auckland in Nieuw-Zeeland en de University of Xiamen in China, gebaseerd op data die gedurende vijftien jaar in zesentwintig landen werden verzameld.

“Het heeft weinig zin om een elektrische wagen te kopen als het voertuig wordt opgeladen met elektriciteit die door fossiele brandstoffen wordt opgewekt”, werpen de onderzoekers op. “Sterker nog, wanneer naar de uitstoot van koolstofdioxide wordt gekeken, kan een elektrische auto meer kwaad dan goed doen.”

Uit het onderzoek bleek dat een intensiever gebruik van elektrische wagens in verband gebracht diende te worden met een hogere uitstoot van koolstofdioxide. “Er is een duidelijke reden voor deze verrassende vaststelling”, betogen de onderzoekers Stephen Poletti en Simon Tao. “In een aantal landen worden elektrische auto’s immers nog steeds aangedreven door elektriciteit die wordt opgewekt door de verbranding van fossiele brandstoffen zoals steenkool of olie. Er kon door de adoptie van elektrische voertuigen dan ook wereldwijd geen significante vermindering van de uitstoot van koolstofdioxide worden vastgesteld.”

“Het tegendeel moest zelfs worden vastgesteld”, beklemtonen Poletti en Tao. “De adoptie van elektrische voertuigen bleek aan een toename van de uitstoot van koolstofdioxide worden gekoppeld. Deze bevinding lijkt contra-intuïtief, want ze ondermijnt de conventionele opvatting dat elektrische auto’s tot een reductie van de emissies van koolstofdioxide bijdragen. Onze analyse maakt dan ook duidelijk dat de milieuvoordelen van elektrische auto’s afhankelijk zijn van de types energiebronnen die bij de opwekking van elektriciteit in een land worden gebruikt.”

“Wanneer elektrische auto’s worden opgeladen met elektriciteit uit steenkoolcentrales, kunnen ze indirect bijdragen aan hogere emissies dan moderne wagens op benzine of diesel”, zeggen de wetenschappers. “Dat geldt vooral wanneer naar de volledige levenscyclus, van productie tot afvalverwerking, wordt gekeken.”

Het onderzoek suggereert dat de adoptie van elektrische voertuigen pas zal bijdragen aan de vermindering van de emissies van koolstofdioxide wanneer het wereldwijde aandeel van hernieuwbare bronnen in de opwekking van elektriciteit ongeveer 48 procent heeft bereikt. Hernieuwbare energie – vooral opgewekt uit wind, zon en water – vertegenwoordigde in 2023 echter slechts iets meer dan 30 procent van de totale wereldwijde opwekking van elektriciteit. “Er moet dus nog een lange weg worden afgelegd”, stippen de wetenschappers aan. “Elektrische voertuigen worden vaak gezien als een wondermiddel tegen klimaatverandering, maar deze resultaten tonen dat dit niet het geval is als de gebruikte elektriciteit geen duurzaam karakter heeft.”

Niet in isolatie

“Het onderzoek bewijst dat de decarbonisatie van het transport niet in isolatie kan gebeuren”, werpen Poletti en Tao op. “Elektrische voertuigen zijn slechts zo duurzaam als het elektriciteitsnet waarop ze worden aangesloten. Het overheidsbeleid zou dan ook gericht moeten worden op de versterking van de acceptatie en integratie van hernieuwbare energiebronnen zoals zonnekracht en waterenergie. Dit kan worden bereikt door ambitieuze doelstellingen voor hernieuwbare energie te stellen en adequate subsidies, zoals fiscale voordelen, aan producenten en consumenten van hernieuwbare energie te verstrekken.”

De onderzoekers beklemtonen dat investeringen in intellectuele netwerken en transmissienetwerken de efficiëntie en betrouwbaarheid van de levering van hernieuwbare energie kunnen verhogen. “Het beleid zou gemeenschapsgerichte projecten voor hernieuwbare energie moeten ondersteunen, wat de publieke acceptatie van installaties voor hernieuwbare energie kan vergroten”, betogen Poletti en Tao.

Verder stellen de onderzoekers dat ook de afschaffing van subsidies voor fossiele brandstoffen en het implementeren van heffingen op de uitstoot van koolstofdioxide de ontwikkeling van hernieuwbare energie zou kunnen stimuleren. “De acceptatie van elektrische voertuigen kan landen helpen om hun klimaatdoelstelling te halen, op voorwaarde dat voor de aandrijving van die vloot op duurama elektriciteit beroep wordt gedaan”, beklemtonen Poletti en Tao nog.

Uit het onderzoek bleek verder dat ook economische groei, innovatie op het gebied van duurzame technologieën, het gebruik van hernieuwbare energie en de bevolkingsdichtheid een impact op de emissies kunnen hebben. “Economische groei verhoogt de emissies, terwijl innovatie op het gebied van milieuvriendelijke technologie en bevolkingsdichtheid – in de vorm van compactere steden – kan helpen de uitstoot te verlagen. Het gebruik van hernieuwbare energie bleek het belangrijkste emissie-verlagende effect te hebben.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in automotive, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Elektrische voertuigen niet altijd zegen voor emissies en klimaat

Kunstmatige intelligentie verdubbelt dit decennium elektriciteitsverbruik datacenters

Posted by managing21 on april 10th, 2025

Het elektriciteitsverbruik van datacenters zal tegen het einde van dit decennium meer dan verdubbelen, gedreven door toepassingen van kunstmatige intelligentie (AI). Deze toepassingen zullen nieuwe uitdagingen creëren voor de energiezekerheid en de doelstellingen voor de reductie van de uitstoot van koolstofdioxide. Dat blijkt uit een rapport van het International Energy Agency (IEA).

Er wordt aan toegevoegd dat kunstmatige intelligentie tegelijkertijd mogelijkheden kan creëren om efficiënter elektriciteit te produceren en te verbruiken.

Datacenters namen vorig jaar ongeveer 1,5 procent van het wereldwijde elektriciteitsverbruik voor hun rekening. Deze consumptie heeft sinds het begin van dit decennium echter jaarlijks een toename met 12 procent gekend. Generatieve artificiële intelligentie vereist immers een kolossale rekenkracht voor de verwerking van informatie die in gigantische databases is verzameld. 

De Verenigde Staten, Europa en China vertegenwoordigen momenteel samen ongeveer 85 procent van het wereldwijde elektriciteitsverbruik door datacenters. Grote technologiebedrijven erkennen steeds meer hun groeiende behoefte aan elektriciteit. Google tekende vorig jaar een overeenkomst om elektriciteit te verkrijgen van kleine kernreactoren om zijn aandeel in de markt van de artificiële intelligentie te vergroten. Microsoft gaat energie gebruiken uit nieuwe reactoren van de kerncentrale op Three Mile Island. Amazon tekende vorig jaar eveneens een overeenkomst om kernenergie te gebruiken voor zijn datacenters.

In het huidige tempo zullen datacenters volgens het rapport van het internationale energiebureau in 2030 ongeveer 3 procent van de wereldwijde energie verbruiken. Geraamd wordt dat het elektriciteitsverbruik van datacenters in 2030 ongeveer 945 terawattuur (TWH) zal bedragen. “Dit is iets meer dan de totale elektriciteit die Japan op dit ogenblik jaarlijks verbruikt”, wordt er aangevoerd. “Kunstmatige intelligentie is, naast de groeiende vraag naar andere digitale diensten, de belangrijkste motor achter deze groei.”

Een datacenter van 100 megawatt kan volgens het rapport evenveel elektriciteit verbruiken als 100.000 huishoudens. “De energie die nodig is voor de nieuwe datacenters die al in aanbouw zijn, zal echter twee miljoen huishoudens van energie kunnen voorzien”, wordt eraan toegevoegd.

Hernieuwbare bronnen

Het internationale energiebureau stelde dat kunstmatige intelligentie de energiesector het volgende decennium kan transformeren, door de vraag naar elektriciteit vanuit datacenters wereldwijd te laten toenemen en tegelijkertijd aanzienlijke kansen te creëren om de kosten te verlagen, het concurrentievermogen te verbeteren en de uitstoot te verminderen.

“Momenteel levert steenkool ongeveer 30 procent van de energie die nodig is om datacenters van elektriciteit te voorzien, maar hernieuwbare energiebronnen en aardgas zullen hun aandeel vergroten vanwege hun lagere kosten en ruimere beschikbaarheid in belangrijke markten”, wordt in het rapport aangevoerd.

De groei van datacenters zal onvermijdelijk de uitstoot van koolstofdioxide door de consumptie van elektriciteit verhogen. Momenteel is daarbij tot nu toe sprake van een jaarlijks volume van 180 miljoen ton, maar tegen 2035 zou dat cijfer tot 300 miljoen ton kunnen oplopen. Het aandeel van de datacenters in de totale wereldwijde uitstoot van koolstofdioxide, die vorig jaar een volume van 41,6 miljard ton behaalde, blijft wel beperkt.

In de hoop om China op het gebied van kunstmatige intelligentie voor te blijven, heeft de Amerikaanse president Donald Trump de oprichting van een National Council for Energy Dominance, die de elektriciteitsproductie moet stimuleren, aangekondigd.

Meer over dit onderwerp:

 

Posted in energie, technologie | Reacties uitgeschakeld voor Kunstmatige intelligentie verdubbelt dit decennium elektriciteitsverbruik datacenters

Chinese automarkt vertoont onevenwichtige economische groei

Posted by managing21 on april 10th, 2025

China is in de autoproductie wereldwijd een snelgroeiende macht. Dat is vooral te danken aan de toenemende interesse die wereldwijd in elektrische wagens kan worden opgemerkt. Maar achter dit optimistisch verhaal gaat volgens analisten van Bloomberg een onevenwichtige Chinese economische groei schuil. Productiecentra die afhankelijk zijn van buitenlandse autofabrikanten blijven immers achter bij steden waar populaire binnenlandse merken zoals Byd gevestigd zijn.

“Geen enkele stad toont beter hoe snel het tij kan keren dan Guangzhou, waar de autoproductie ongeveer een kwart van de economische productie vertegenwoordigt”, merken de analisten op. “Guangzhou is de hoofdstad van Guangdong, de rijkste provincie van het land. De stad was vijf jaar op rij de grootste autoproducent van het land, gesteund door de joint ventures van het staatsbedrijf Guangzhou Automobile Group met Toyota Motor en Honda Motor. Guangzhou herbergde bovendien eveneens een fabriek van Nissan Motor, dat een joint venture heeft Dongfeng Motor.”

“Dat veranderde allemaal vorig jaar, toen de autoproductie in Guangzhou met 20 procent daalde tot 2,5 miljoen exemplaren, omdat Chinese automobilisten buitenlandse merken vermeden”, stippen de analisten aan. “Door de crisis verloor Guangzhou zijn leidende positie in de Chinese autoproductie aan het nabijgelegen Shenzhen, waar het hoofdkantoor van de binnenlandse autobouwer Byd is gevestigd. De productie in Shenzhen steeg vorig jaar met meer dan 65 procent tot 2,9 miljoen voertuigen.”

De contrasterende omstandigheden van de steden hebben hun respectievelijke economieën beïnvloed. De groei van het bruto binnenlands product (bbp) van 2,1 procent in Guangzhou vorig jaar was de traagste van de negentien grootste Chinese steden qua productie en minder dan de helft van die van Shenzhen. “Bij de transitie naar elektrische auto’s zullen sommige plaatsen en mensen onvermijdelijk achterblijven”, verduidelijkt David Hart, expert klimaat en energie bij de Council on Foreign Relations. “De overstap naar duurzamere auto’s, die naar verwachting omvangrijker zal zijn dan andere industriële scharnierpunten, zal winnaars en verliezers kennen. “Dat geldt niet alleen geografisch, maar zal ook binnen bedrijven en beroepen kunnen worden opgemerkt.”

De verandering komt op een bijzonder gevoelig moment. De Chinese economie raakt steeds meer onder druk ??door de impact van de brede invoerrechten van de Amerikaanse president Donald Trump, die zich over verschillende sectoren verspreidt. Tegelijkertijd worden de exportvooruitzichten geschaad door strafheffingen die in de Verenigde Staten en Europa worden opgelegd aan de invoer van elektrische wagens die in China zijn geproduceerd. Omdat Chinese consumenten nog steeds een sterke voorkeur voor binnenlandse merken behouden, staan ??functionarissen in steden met een grote afhankelijkheid van buitenlandse autofabrikanten onder druk om de economische gevolgen te beperken.

De moeilijkheden in Guangzhou hebben volgens de analisten echter ook te maken met pure pech. “Toyota en Nissan werden in het begin van deze eeuw gezien als pioniers op het gebied van elektrische en hybride auto’s”, verduidelijken ze. “Maar ze lieten het opkomende succes van modellen zoals de Prius en de Leaf in de steek en zijn, samen met Honda, verdrongen door een golf van Chinese autofabrikanten zoals Byd.”

Ondertussen zijn verschillende elektrische autofabrikanten die de sector in Guangzhou steunden, aan het wankelen. De meest opvallende is China Evergrande New Energy Vehicle Group, dat in 2019 nog volmondig beweerde op korte termijn naast Tesla te zullen opereren. Nu heeft het bedrijf de productie gestaakt en staat het op de rand van faillissement. De fabrieknvan Evergrande in het district Nanshan ligt er grotendeels verlaten bij.

De rol van de stad als provinciehoofdstad heeft de stad boven minder wendbaar gemaakt dan het nabijgelegen Shenzhen, dat door zijn status als speciale economische zone is bevrijd van de bureaucratische lasten die gepaard gaan met het opstarten van industrieën. Byd vestigde zich in 1995 in Shenzhen als batterijfabrikant, richtte in 2003 een autodivisie op en bracht twee jaar later zijn eerste auto uit. Vorig jaar overtrof de omzet van Byd de grens van 100 miljard doolar en haalde daarmee grotere verkoop dan Tesla.

Gelijkaardige scenario’s

Hoewel de problemen in Guangzhou het meest opvallende voorbeeld zijn van de economische klap die een langzame overstap naar elektrische auto’s met zich meebrengt, herhaalt dat scenario zich in andere autocentra in China. Changchun, de hoofdstad van de provincie Jilin, is de thuisbasis van de autofabrikant FAW Group, die joint ventures heeft met Toyota en Volkswagen. De stad was in 2020 na Guangzhou de grootste autoproducent, maar zakte in 2023 naar een vijfde plaats. Vorig jaar daalde de productie in de autosector van Changchun met 3,8 procent. 

Omdat de tegenwind in de sector waarschijnlijk aanhoudt, wordt verwacht dat joint ventures tussen Chinese bedrijven en buitenlandse fabrikanten de capaciteit tegen eind dit decennium met nog eens 10 miljoen voertuigen zullen verminderen. “Dit brengt een gezamenlijke winst van 20 miljard dollar in gevaar”, beklemtoonde Paul Gong, hoofd van China Auto Research bij de UBS Group. “Deze steden hebben allemaal hun eigen problemen. Bij Guangzhou heeft de teloorgang van de Japanse merken een impact gehad die slechts gedeeltelijk door de productietoename van Xpeng en GAC Motor kon worden gecompenseerd. Voor een provincie als Jilin is de afhankelijkheid van joint ventures met buitenlandse autofabrikanten nog groter.”

Guangzhou probeert de autosector wel nieuw leven in te blazen. Vorig jaar werd Sun Zhiyang, een veteraan uit de autosector die twintig jaar voor de staatsonderneming FAW Group werkte, tot burgemeester benoemd. Guangzhou investeert ook in toekomstgerichte technologieën zoals zelfrijdende wagens. WeRide en Pony.AI, twee bedrijven die in zelfrijdende technologieën zijn gespecialiseerd, hebben in de stad hun hoofdkantoor ingericht.

Vooral de druk op GAC Motor neemt toe. Dat bedrijf vertegenwoordigt immers 75 procent van de totale autoproductie in Guangzhou. Nadat de leveringen vorig jaar met 20 procent waren gedaald, beloofde het bedrijf een vernieuwing. GAC Motor is van plan om binnen een tijdsbestek van drie jaar tweeëntwintig elektrische modellen te lanceren en werkt ook samen met Huawei Technologies aan een nieuw intelligent automerk. Tegelijkertijd versnellen Toyota, Honda en Nissan hun overstap naar elektrische auto’s en verminderen ze de productie van verbrandingsmotoren in China. 

Meer over dit onderwerp:

Posted in automotive | Reacties uitgeschakeld voor Chinese automarkt vertoont onevenwichtige economische groei

Inheemse groepen krijgen grotere controle over Chileense lithium-productie

Posted by managing21 on april 8th, 2025

In Chili willen inheemse gemeenschappen een grotere inspraak in de exploitatie van de omvangrijke lithium-voorraden van de Atacamawoestijn. Daarover werden gesprekken aangeknoopt met een joint-venture van de bedrijven Codelco en Sociedad Química y Minera (SQM). Dat hebben de twee ondernemingen aangekondigd. De Atacamawoestijn omvat een kwart van de wereldwijde lithium-reserves.

Het Chileense staatsbedrijf Codelco, de grootste koperproducent van de wereld, heeft met Sociedad Química y Minera een overeenkomst gesloten rond de winning van lithium in de Atacamawoestijn, een zoutvlakte die zich uitstrekt over een van de droogste gebieden in de wereld. Door de overeenkomst zal de Chileense overheid een aandeel krijgen in de productie van lithium, een metaal dat cruciaal is voor de batterijen van elektrische voertuigen.

De gesprekken met de Lickanantay, de inheemse gemeenschappen die in het Atacamagebied wonen, werden in maart opgestart en zouden tegen het einde van dit jaar moeten worden afgerond. Bedoeling zou zijn om een model te creëren dat de Lickanantay een actieve rol geeft in de nieuwe onderneming. De Lickanantay merken daarbij op dat ervoor gezorgd moet worden dat Codelco en SQM zich bij de winning van het lithium aan hun ecologische beloftes houden. Daarbij wordt vooral gewezen naar de beloftes om het waterverbruik te beperken.

“De bedoeling is dat niet alleen de bedrijven mogen beslissen wat er op het grondgebied van de lokale gemeenschappen mag gebeuren”, beklemtoonde Sergio Cubillos, leider van de gemeenschap van Peine. De betrokkenheid van inheemse groepen zou mogelijk tot duurdere milieunormen kunnen leiden, waardoor een negatieve impact op de winst zou moeten worden gevreesd. Anderzijds zou de samenwerking wel een grotere aantrekkingskracht kunnen hebben op wereldwijde klanten, die zich immers steeds meer op ethische mijnbouw richten om aan de eisen van aandeelhouders te voldoen en protesten te helpen voorkomen.

De mijnbouwsector kijkt naar de milieuprotesten die twee jaar geleden in Panama oprezen, waarna de lokale overheid besliste om de kopermijn First Quantum Minerals te sluiten. “De bedrijven hebben zich gerealiseerd dat een onderbreking van de productie duidelijk een schadelijk effect heeft”, beklemtoonde Yermin Basques, leider van de Toconao-gemeenschap.

Basques zegt te streven naar een regelmatige dialoog met de leiding van de ondernemingen. “Hiermee kunnen we deelnemen aan de discussie over de werking van het technologische extractieproces, de bescherming van de watervoorziening en een ontwikkeling van een ontginning met een minimale impact op het leefmilieu”, gaf Basques aan. “Daarentegen is het niet de bedoeling in het bestuur van de ondernemingen te zetelen, aangezien de lokale gemeenschappen in de zakelijke beslissingen geen stem willen hebben.”

Basques voegt eraan toe dat de dialoog met Codelco en SQM soms gespannen was, maar zegt wel dat de twee partijen nu een manier hebben gevonden om samen te werken. “Dat is gedeeltelijk te danken aan het feit dat de bedrijven de noodzaak van steun van de gemeenschap erkenden, nadat vorig jaar de logistiek van SQM door protesten in de war was geschopt. We hebben specifieke kennis van het grondgebied en de lokale watervoorraden. Bovendien hebben wij de macht om de zoutvlakte te sluiten indien dat noodzakelijk zou blijken.”

In de joint venture heeft Codelco een belang van 50 procent plus één aandeel. Een voorstel voor de uitbating van de lithium-voorraden werd door de joint venture aan de Atacama Indigenous Council (CPA), die achttien gemeenschappen omvat, voorgelegd. In de loop van de volgende twee of drie maanden zal verder aan een definitief voorstel worden gewerkt.

Verkiezingen

De joint venture wil de productie de volgende vijfendertig jaar met 33 procent verhogen. Het project vormt onderdeel van een belangrijke verschuiving in de Chileense lithium-productie, nadat de linkse president Gabriel Boric plannen aankondigde om over te stappen naar een model waarbij de productie door de staat zou worden gestuurd en de inheemse rechten als een prioriteit worden beschouwd. Een aantal leiders van de lokale gemeenschappen streven naar een snelle overeenkomst met de joint venture. De ambtsperiode van Boric loopt immers nog tot maart volgend jaar en gevreesd wordt dat een eventuele opvolger zou kunnen kiezen voor een andere strategie, waarin de belangen van de inheemse bevolking mogelijk minder prioriteit zouden krijgen. 

Boric kan zich geen kandidaat stellen voor een tweede opeenvolgende ambtstermijn als Chileens president. De meeste presidentskandidaten van de oppositiepartijen moeten hun standpunt over de lithium-winning nog naar voren brengen. De conservatieve politica Evelyn Matthei, één van de kanshebbers op een verkiezingsoverwinning, beklemtoonde de ontwikkeling van de mijnbouw te steunen, de lithium-productie van Chili te willen stimuleren en ernaar te streven om de volledige bevolking, inclusief de inheemse inheemse gemeenschappen, van de opbrengsten van de sector te willen laten profiteren.

Chili heeft de grootste bewezen lithium-reserves van de wereld en is na Australië ook de grootste producent van het mineraal. “In Canada en Australië nemen inheemse groepen soms een belangrijke rol in het milieubeheer, maar in Latijns-Amerika zijn dergelijke praktijken zeldzaam”, zeggen experts.

Maar een samenwerking biedt de bedrijven volgens anderen ook een aantal voordelen. “Dialoog biedt SQM een gemakkelijker pad om zijn activiteiten voort te zetten”, merkt  Seth Goldstein, een analist bij Morningstar Research Services, op. “Vele aandeelhouders en klanten – zoals de Europese autofabrikanten – zullen immers wellicht positief op de overeenkomst met de inheemse groepen reageren.” SQM heeft in de regio al een aantal sociale projecten gerealiseerd, zoals de installatie van zonnepanelen, het aanbieden van tandheelkundige zorgen en het verstrekken van landbouwtrainingen.

Meer over dit onderwerp:

Posted in automotive, grondstoffen, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Inheemse groepen krijgen grotere controle over Chileense lithium-productie

Amerikaanse autoverkoop verliest dit jaar bijna 2 miljoen exemplaren

Posted by managing21 on april 8th, 2025

Indien de wereldwijde handelsoorlog escaleert, zou de autoverkoop in de Verenigde Staten en Canada dit jaar met 1,8 miljoen voertuigen kunnen dalen. Bovendien zou de sector gedurende tien jaar met een stagnatie rekening moeten houden. Dat blijkt uit een rapport van het bureau Telemetry.

“In een scenario zonder handelsconflicten en een sterke economische groei, zouden in de Verenigde Staten en Canada de volgende tien jaar ongeveer 24,6 miljoen nieuwe wagens worden verkocht”, wordt in het rapport verduidelijkt. “Maar wanneer tijdens die periode de aangekondigde invoerheffingen van de Amerikaanse president Donald Trump gehandhaafd blijven, zou die afzet met ongeveer 7 miljoen eenheden kunnen inkrimpen.”

Donald Trump heeft de import van auto’s uit Mexico en Canada met een belasting van 25 procent gesanctioneerd. Autofabrikanten die aan de voorwaarden van het United States-Mexico-Canada Agreement (USMCA) voldoen, kunnen echter op tegemoetkomingen rekenen. 

De invoerheffingen hebben verscheidene autofabrikanten onder druk gezet om hun productie aan te passen. Onder meer kondigde General Motors aan de productie in zijn fabriek in Indiana te verhogen. Stellantis, het moederconcern van onder meer de autobouwers Ram en Jeep, besliste anderzijds de productie in twee fabrieken in Mexico en Canada stil te leggen. Dit heeft echter ook gevolgen voor vijf fabrieken van de groep in de Verenigde Staten die met de twee getroffen sites verbonden zijn. 

Verder hebben een aantal autofabrikanten, waaronder Ford Motor en Stellantis, meer incentives aangeboden bij de aankoop van een nieuwe wagen. Op die manier trachten de autobouwers de bekommernissen van de consumenten over de impact van de heffingen op de verkoopprijzen van auto’s weg te nemen.

Problematische betaalbaarheid

Analisten hebben al aangevoerd dat aanhoudende heffingen de verkoopprijzen van auto’s met duizenden dollars zullen verhogen. Eenzelfde geluid viel ook bij de autofabrikanten op te vangen. “De betaalbaarheid van een auto is voor de consumenten al een groot probleem”, merkte Sam Abuelsamid, onderzoeker bij Telemetry, op. De analisten wijzen erop dat nieuwe auto’s in de Verenigde Staten inmiddels bijna 50.000 dollar kosten. Bovendien zijn de Amerikaanse rentetarieven op autokredieten sinds de uitbraak van de covid-pandemie gestegen.

“Nu de verkoop daalt, zal de sector met ontslagen worden geconfronteerd”, benadrukt Abuelsamid. “Mogelijk zal weliswaar een deel van de buitenlandse autoproductie naar de Verenigde Staten verhuizen, maar ook dat zal niet voldoende zijn om het verlies aan werkgelegenheid door de hogere kosten en de lagere verkopen te compenseren.”

Hoewel de groei van de verkoop van elektrische voertuigen de voorbije jaren is vertraagd, verwacht Telemetry dat die technologie over tien jaar de belangrijkste aandrijflijn van de hele wereld zal zijn geworden. Daarbij wordt een verkoop van 40,5 miljoen exemplaren in het vooruitzicht gesteld. In een scenario zonder handelsconflicten en een sterke economische groei, zal de verkoop van elektrische wagens in de Verenigde Staten en Canada een verkoop van 8,8 miljoen exemplaren halen. Die trend zal volgens het bureau worden aangewakkerd door de introductie van superieure technologieën, waardoor elektrische voertuigen met een groter bereik steeds gangbaarder worden.

Meer over dit onderwerp:

Posted in automotive | Reacties uitgeschakeld voor Amerikaanse autoverkoop verliest dit jaar bijna 2 miljoen exemplaren

Wereld moet dringend in nieuwe uraniummijnen investeren

Posted by managing21 on april 8th, 2025

De wereld moet dringend substantiële investeringen doen in het delven van uranium om te voldoen aan de stijgende vraag naar kernenergie. Dat blijkt uit een rapport van het Nuclear Energy Agency en het International Atomic Energy Agency, waarin de renaissance van de kernenergie wordt benadrukt.

Indien de kernenergie een hoge groei kent – waarbij ervan wordt uitgegaan dat de nucleaire capaciteit tot het midden van deze eeuw zal blijven toenemen en vervolgens op een hoog niveau blijft – zullen volgens het rapport de huidige uraniumbronnen in de jaren tachtig van deze eeuw zijn opgebruikt.

“Hoewel er voldoende uraniumbronnen beschikbaar zijn om deze groei te ondersteunen, zullen investeringen in nieuwe technologieën voor de exploratie, de winning en verwerking van de nucleaire brandstof essentieel zijn om aan de vraag te voldoen”, wordt in het rapport aangevoerd. “Er moeten onmiddellijk inspanningen worden geleverd om ervoor te zorgen dat er op de middellange termijn voldoende uraniumvoorraden beschikbaar blijven.”

Nationale overheden en grote bedrijven kijken steeds meer naar kernenergie als een uitstootarme en betrouwbare energiebron. De Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Zuid-Korea hebben beloofd de wereldwijde capaciteit voor kernenergie tegen midden van deze eeuw te verdrievoudigen. Bedrijven zoals Microsoft en Amazon verhogen eveneens hun investeringen in de nucleaire sector, want ze rekenen op de technologie als ondersteuning voor de bouw van nieuwe krachtige datacentra die zijn ontworpen om systemen van kunstmatige intelligentie te laten draaien.

Nieuw tijdperk

Het International Energy Agency gaf in januari van dit jaar al te kennen dat kernenergie een nieuw tijdperk was ingegaan. Daarbij werd opgemerkt dat de interesse in de sector tot het hoogste niveau sinds de oliecrisis van de jaren zeventig van de voorbije eeuw is gestegen. “Sinds het begin van dit decennium zijn de jaarlijkse investeringen in kernenergie met bijna 50 procent gestegen”, wordt er aangevoerd.

“Toch moet de stijgende vraag gepaard gaan met nieuwe investeringen in de ontginning van uranium, dat in kernbrandstof wordt gebruikt”, werpt het rapport op. “Onder het verwachte scenario van een hoge groei, zal de wereldwijde nucleaire capaciteit tegen het midden van deze eeuw met 130 procent toenemen in vergelijking met de niveaus die in 2022 werden opgetekend. Maar zelfs dit is waarschijnlijk een onderschatting, omdat het scenario alleen naar het overheidsbeleid en gegevens tot begin 2023 rekening heeft gehouden, vooraleer ook onder bedrijven en beleidsmakers een nieuwe toename van de interesse kon worden opgemerkt.”

Cijfers uit de industrie hebben gewaarschuwd dat westerse energiebedrijven door de stijgende vraag een toenemend risico op een tekort aan uranium kunnen lopen. Daarbij wordt verwezen naar Kazachstan, wereldwijd de grootste producent van uranium. Dat land, dat in 2022 in de wereldwijde productie van uranium een aandeel had van 43 procent, had de voorbije jaren een grotere afzet in Rusland en China dan in de Verenigde Staten en Europa. Kazachstan produceerde in 2022 meer uranium dan de gecombineerde ontginning van Canada, Namibië, Australië en Oezbekistan, die de rest van de top vijf uraniumproducenten van de wereld uitmaken. 

Het rapport telde begin 2023 bijna 8 miljoen ton aan geïdentificeerde winbare uraniumbronnen, die deze eeuw uitgeput zouden kunnen raken. Er bestonden echter ook aanvullende, minder goed onderzochte uraniumvoorraden. De onderzoekers verwachten dat investeringen in exploraties ook voorraden zullen blootleggen die momenteel niet bekend zijn. Tenslotte wordt opgemerkt dat kernreactoren niet alleen afhankelijk zijn van nieuwe ontginningen uranium, maar ook van secundaire bronnen, zoals materiaal dat bij overheden en nutsbedrijven is opgeslagen, gebruik maken.

Meer over dit onderwerp:

Posted in energie | Reacties uitgeschakeld voor Wereld moet dringend in nieuwe uraniummijnen investeren

Luchthavens verlagen uitstoot koolstofdioxide met meer dan 1 miljoen ton

Posted by managing21 on april 7th, 2025

Luchthavens die bij de Airports Council International (ACI) zijn aangesloten, hebben het voorbije jaar hun uitstoot van koolstofdioxide wereldwijd met meer dan één miljoen ton verminderd tegenover het jaar voordien. Daarbij blijken nu ook vijftien luchthavens het hoogste categorie van duurzaamheid – niveau vijf – hebben bereikt.

Het programma Airport Carbon Accreditation van de Airports Council International – dat de uitstoot van de luchthavens wil helpen verminderen – omvat inmiddels 558 luchthavens, verdeeld over 87 landen. Daarbij wordt opgemerkt dat deze luchthavens op één jaar tijd hun uitstoot van koolstofdioxide met 1.037.292 ton koolstofdioxide hebben verminderd tegenover het jaar voordien. Dat vertegenwoordigde een daling met 14,8 procent. Daarbij bleken 70 luchthavens voor het eerst aan het programma deel te nemen, terwijl 132 locaties naar een hoger niveau van het emissiebeheer konden doorgroeien.

Verder bleek dat 51,5 procent van alle vliegtuigpassagiers in de wereld op zijn reis passeerde langs een luchthaven die aan het programma Airport Carbon Accreditation deelneemt. Tevens bleken vijftien luchthavens inmiddels het hoogste niveau van duurzaamheid te hebben bereikt. Dit betekent dat de uitstoot van koolstofdioxide tot nul werd geleid bij de activiteiten die de luchthavenbeheerders onder controle hebben, gekoppeld aan een engagement voor een volledige decarbonisatie tegen het midden van de eeuw.

“Nu de wetenschap geen twijfel meer laat bestaan ??over het feit dat de opwarming van de aarde versnelt en dat klimaatactie een topprioriteit moet blijven, is het verheugend om te kunnen vaststellen dat het verminderen van de emissies van koolstofdioxide echt is ingebed in luchthavenbeheer over de hele wereld”, voert Olivier Jankovec, directeur-generaal van ACI Europe, aan. “Voor het vijftiende jaar op rij heeft Airport Carbon Accreditation de resultaten van het voorgaande jaar overtroffen, met een indrukwekkende groei van de deelname in alle regio’s en substantiële besparingen aan de uitstoot van koolstofdioxide.”

Dit was ook de eerste volledige rapportageperiode waarbij de meest duurzame luchthavens binnen de Airport Carbon Accreditation toegang tot niveau vijf zouden kunnen krijgen. “Dit toont een stapsgewijze verandering in leiderschap op klimaatgebied”, beklemtoont Jankovec. Deze luchthavens moeten niet alleen de emissies onder eigen controle elimineren, maar moeten ook actief overgaan tot inspanningen die de opwarming van de aarde tegengaan. Dit betekent dat ze moeten deelnemen aan initiatieven die de klimaatverandering tegengaan.

Meer over dit onderwerp:

Posted in luchtvaart & ruimtevaart, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Luchthavens verlagen uitstoot koolstofdioxide met meer dan 1 miljoen ton