managing21.be

Managing21: een blik op het heden en de toekomst van de economie.

Archive for december, 2024

Eigenaar St Pancras wil beduidend meer passagiers door Kanaaltunnel vervoeren

Posted by managing21 on 14th december 2024

Er kunnen met treinen beduidend meer passagiers door de Kanaaltunnel reizen dan momenteel het geval is. Dat is volgens Robert Sinclair, topman van het Britse spoorbedrijf High Speed One (HS1), uit een aantal analyses gebleken. Op dit ogenblik heeft de Kanaaltunnel een capaciteit van 1.800 reizigers per uur, maar in de toekomst moeten tijdens datzelfde tijdsbestek volgens Sinclair bijna 5.000 passagiers kunnen worden vervoerd. Om dat doel te bereiken moet de capaciteit van het treinstation St. Pancras in Londen worden opgevoerd.

St Pancras is het enige internationale treinstation van het Verenigd Koninkrijk en vormt de Engelse terminal van de Eurostar, die de spoorverbinding met het Europese continent garandeert. Robert Sinclair wijst erop dat er steeds meer vraag kan worden opgetekend naar reizen met hogesnelheidstreinen. De topman van High Speed One, uitbater van het station St Pancras en de hogesnelheidslijn tussen Londen en de Kanaaltunnel, zegt dat er in heel Europa voor verbindingen met hogesnelheidstreinen geweldige kansen liggen. “Daarop wil HS1 op inspelen”, betoogde hij.

Verschillende groepen onderzoeken de lancering van nieuwe treindiensten die het Verenigd Koninkrijk en het vasteland van Europa met elkaar verbinden. Ook Eurostar, die op dit ogenblik nog altijd het monopolie op de verbinding heeft, heeft plannen om zijn activiteiten gevoelig uit te breiden. Maar St Pancras opereert bijna op volle capaciteit en is uitgegroeid tot een van de grootste obstakels voor de uitbreiding van de internationale spoorwegmarkt tussen het Verenigd Koninkrijk en continentaal Europa. 

St Pancras hoopt op termijn 5.000 reizigers per uur door de Kanaaltunnel te kunnen laten reizen. – Foto: High Speed One

Eurostar werd gedwongen om na de Brexit een derde van de treinen leeg te laten rijden. Dat had te maken met de wachtrijen die door de nieuwe paspoortcontroles werden veroorzaakt en dreigden de beperkte ruimte bij St Pancras te overweldigen. Geplande nieuwe biometrische grenscontroles van de Europese Unie dreigen het proces nog verder te compliceren. “Een studie door het bureau Active Thinking heeft nochtans uitgewezen dat een enorme capaciteitsverhoging mogelijk was zonder zware verbouwingen aan het station te moeten doorvoeren”, betoogde Sinclair.

“Door een aantal ingrepen, waaronder extra beveilingsstroken en bijkomend personeel, zou de capaciteit van St Pancras over een periode van drie tot vier jaar tot ongeveer 2.400 passagiers per uur kunnen worden opgevoerd”, gaf Sinclair nog aan. “Om de capaciteit van het station op langere termijn op 5.000 passagiers per uur te kunnen brengen, zouden wel een aantal delen van de internationale zone van St Pancras opnieuw ontworpen moeten worden.”

Dit zou onder meer inhouden dat de indeling van de beveiliging en immigratie zou worden gewijzigd en de vertrekhal met 50 procent zou worden uitgebreid. Om ruimte vrij te maken zouden bovendien passagiers ook in de trein moeten wachten in plaats van in de vertrekhal. Sinclair gaf wel toe dat de plannen alleen realiseerbaar zouden zijn indien de Franse overheid akkoord zou gaan met het inzetten van een groter aantal immigratieambtenaren. “Maar dat hebben wij niet in handen”, verklaarde hij.

Naadloze passagierservaring

Sinclair kwam in maart bij HS1 in dienst na zes jaar actief te zijn geweest op London City Airport. Die luchthaven richt zich in grote mate op zakenreizigers en werpt op een naadloze passagierservaring, waarbij reizigers slechts met een minimum aan wachttijden moeten rekening moeten houden, te kunnen aanbieden. Sinclair betoogde dat ook de geplande veranderingen op St Pancras gericht zouden zijn op het streven om een vlotte doorvoer van de reizigers te kunnen garanderen.

“Het heeft geen zin om reizigers twee uur voor het vertrek van de trein naar het station te laten komen om langs de veiligheidscontroles te passeren en hen vervolgens in de vertrekhal te laten wachten”, benadrukte Sinclair. “St Pancras is geen luchthaven, maar wel een treinstation.”

High Speed One rekent aan de operatoren van de treinen een tarief per minuut aan voor het gebruik van zijn sporen. Het bedrijf wil al lang samen met Getlink, de exploitant van de Kanaaltunnel, meer diensten tussen Londen en het Europese vasteland aanbieden. Getlink bood eerder dit jaar 50 miljoen euro aan steun om bedrijven aan te moedigen nieuwe spoordiensten door de Kanaaltunnel te openen. 

Sinclair benadrukte dat de nieuwe capaciteit in St Pancras gebruikt zou kunnen worden door Eurostar, dat heeft beloofd om tot vijftig nieuwe treinen te kopen. Maar ook een concurrerende operator zou een service kunnen opstarten. Inmiddels hebben al vijf bedrijven, waaronder de Virgin Group en Mobico, onderzocht of het mogelijk zou zijn een concurrerende dienst voor de Eurostar te lanceren. “Onze hogesnelheidslijn heeft 50 procent reservecapaciteit”, stipte Sinclair aan. “Dit betekent dat een enorm potentieel momenteel niet volledig wordt benut.”

HS1 wil de volgende weken de conclusies van de studie van Active Thinking verder analyseren. Daarna kan eventueel een gedetailleerder architectonisch ontwerp voor de geplande veranderingen in St Pancras worden besteld.

Meer over dit onderwerp:

Posted in Mobility | Reacties uitgeschakeld voor Eigenaar St Pancras wil beduidend meer passagiers door Kanaaltunnel vervoeren

Donald Trump wil meldingsplicht crashdata zelfrijdende wagens schrappen

Posted by managing21 on 14th december 2024

In de Verenigde Staten moet een einde worden gemaakt aan de wetgeving die vereist dat autofabrikanten gegevens over crashes met zelfrijdende wagens rapporteren. Dat staat volgens het persbureau Reuters in een aantal documenten over de plannen van de volgende Amerikaanse regering onder Donald Trump. Elon Musk, topman van autobouwer Tesla en een bondgenoot van Donald Trump, had zich eerder al tegen de wetgeving uitgesproken.

“Door het schrappen van de wetgeving zou de mogelijkheid van de Amerikaanse overheid om de veiligheid van zelfrijdende voertuigen te onderzoeken en reguleren, kunnen worden verlamd”, merkt Reuters op. “Musk, de rijkste persoon op de wereld, heeft in de verkiezingscampagne van Donald Trump echter meer dan 250 miljoen dollar geïnvesteerd. Het schrappen van de regelgeving zou vooral Tesla ten goede komen. Tesla heeft immers bij de Amerikaanse federale dienst voor verkeersveiligheid de meeste crashes – meer dan 1.500 incidenten – gemeld. Tesla is ook het doelwit geweest van onderzoeken van de National Highway Traffic Safety Administration (NHTSA).

De aanbeveling om de verplichte melding van de crashes te schrappen van een overgangsteam dat belast is om een autobeleid van de Amerikaanse regering uit te stippelen voor de eerste periode na het aantreden van Donald Trump als nieuwe president van de Verenigde Staten. Het overgangsteam bestempelde de regelgeving als een mandaat voor een overmate gegevensverzameling. 

Tesla heeft veel meer wagens met zelfrijdende technologieën in het verkeer dan zijn concurrenten. – Foto: Tesla

“Er kon niet achterhaald worden welke rol Musk eventueel heeft gespeeld bij het opstellen van de aanbevelingen van het transitieteam”, merkt Reuters op. “Er is ook niets geweten over de kans dat het schrappen van de meldingsplicht door de Amerikaanse regering zal worden doorgevoerd.” Ook de Alliance for Automotive Innovation, een sectororganisatie die de meeste grote autofabrikanten vertegenwoordigt, had al aangegeven dat de regelgeving een overdreven belasting voor de sector betekende. Tesla is van die alliantie geen lid.

Uit cijfers blijkt dat tot en met half oktober dit jaar bij de National Highway Traffic Safety Administration 45 dodelijke crashes met autonome voertuigen werden gemeld. Bij veertig ongevallen bleek een voertuig van Tesla te zijn betrokken. Volgens de instelling zijn gegevens over dergelijke ongevallen cruciaal voor de evaluatie van de veiligheid van opkomende technologieën voor zelfrijdende wagens. “Zonder die gegevens is het bijzonder moeilijk om meer duidelijkheid te krijgen over crashpatronen die veiligheidsproblemen zouden kunnen aanwijzen”, wordt er opgemerkt.

De meldingsplicht werd in 2021 ingevoerd. Sindsdien heeft de Amerikaanse dienst voor verkeersveiligheid naar eigen zeggen gegevens van meer dan 2.700 crashes ontvangen en geanalyseerd. Er wordt aan toegevoegd dat de gegevens aanleiding hebben gegeven tot tien onderzoeken bij zes bedrijven. Daarnaast waren er negen terugroepacties, waarbij vier verschillende bedrijven waren betrokken.

Naast een afschaffing van de meldingsplicht geeft het overgangsteam aan de Amerikaanse regering aan te bevelen om de regelgeving voor autonome voertuigen te liberaliseren en basisregels in te voeren om de ontwikkeling van de industrie mogelijk te maken. Elon Musk had in oktober van dit jaar al opgeroepen om een federaal goedkeuringsproces voor autonome voertuigen in te voeren. Hij beklaagde zich daarbij over een lappendeken van wetten van individuele staten, waartussen het volgens Musk bijzonder moeilijk is om te manoeuvreren. Hij kondigde toen aan om zich voor een wijziging van de regelgeving te zullen inspannen.

Misleidend

Tesla is een van de meest prominente autofabrikanten die functies voor geavanceerde bestuurdersassistentie – zoals Autopilot en Full Self-Driving – ontwikkelt. De programma’s werden tijdens een aantal rechtszaken al intensief onder de loep genomen. Er werd ook door het Amerikaanse ministerie van justitie ook een strafrechtelijk onderzoek gestart naar de vraag of Tesla de zelfrijdende capaciteiten van zijn voertuigen heeft overdreven, waardoor investeerders mogelijk zou kunnen zijn misleid en consumenten eventueel konden worden geschaad.

“Tesla verzet zich tegen de meldingsplicht en betoogt dat de National Highway Traffic Safety Administration de verzamelde gegevens presenteert op een manier die de consument over de veiligheid van de autofabrikant misleidt”, voert Reuters aan. “De voorbije jaren heeft de top van Tesla zich al gebogen over de noodzaak om te pleiten voor het schrappen van de meldingsplicht. Maar omdat de administratie van huidig president Joe Biden zich over de maatregel enthousiast opstelde, concludeerden de managers van Tesla uiteindelijk dat een bestuurswissel nodig zou zijn om de meldingsplicht te laten schrappen.”

Tesla vindt de meldingsplicht onrechtvaardig. “Het bedrijf van Elon Musk zegt betere gegevens te rapporteren dan andere autofabrikanten”, merkt Reuters op. “Maar hierdoor lijkt het volgens Tesla alsof het merk verantwoordelijk is voor een buitensporig aantal crashes met zelfrijdende wagens.”

De Amerikaanse dienst voor verkeersveiligheid waarschuwt echter dat de verkregen gegevens niet mogen worden gebruikt om de veiligheid van de verschillende autofabrikanten met elkaar te vergelijken, aangezien omdat verschillende bedrijven op een uiteenlopende manier informatie over crashes verzamelen.

Bryant Walker Smith, hoogleraar verkeerswetgeving aan de University of South Carolina, benadrukt dat Tesla in realtime crashgegevens verzameld. “Dit is bij andere constructeurs niet het geval”, betoogde Smith. “Tesla rapporteert waarschijnlijk ook een veel groter deel van zijn incidenten dan andere autofabrikanten. Tesla heeft bovendien waarschijnlijk ook een hogere frequentie van crashes met zelfrijdende auto’s omdat het bedrijf meer voertuigen met deze technologieën op de weg heeft en zijn bestuurders deze systemen vaker inschakelen. Dit betekent dat de voertuigen van Tesla vaker met gecompliceerde situaties worden geconfronteerd.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in automotive, technologie | Reacties uitgeschakeld voor Donald Trump wil meldingsplicht crashdata zelfrijdende wagens schrappen

Europese Unie zal uitstootregels voor autosector niet versoepelen

Posted by managing21 on 13th december 2024

De Europese Commissie heeft geen enkele intentie om het beleid over de uitstoot van het wagenpark in de Europese Unie bij te sturen. De regels voor de uitstoot van koolstofdioxide door het autoverkeer zal niet worden versoepeld. Dat heeft Wopke Hoekstra, Europees Commissaris voor klimaat, gezegd. Verscheidene autogroepen, politieke partijen en overheden hadden nochtans recent op een versoepeling aangestuurd.

Onder meer de Europese Volkspartij (EVP), de grootste politieke fractie in het Europese parlement, heeft een campagne gelanceerd om de Europese klimaatwetgeving te versoepelen. De fractie schaarde zich daarmee achter een aantal autofabrikanten en regeringen van lidstaten, die eerder ook al hadden gevraagd om de regelgeving af te zwakken.

De Europese autosector dreigt met een aanzienlijke banenverlies te kunnen worden geconfronteerd. – Foto: Audi

De betrokkenen hopen dat de Europese autosector zich op die manier gemakkelijker zou kunnen herstellen. De Europese autoproductie maakt een moeilijke periode door. Er worden in de sector mogelijk duizenden arbeidsplaatsen bedreigd. Dat is het gevolg van een zwakke vraag, de Chinese concurrentie en de tegenvallende verkopen van elektrische wagens.

De Europese Volkspartij vraag dat de autofabrikanten een verlichting krijgen van de uitstootlimieten die voor volgend jaar waren vastgelegd. In het algemeen wordt verwacht dat vele autocontructeurs er niet zullen in lukken om die limieten te halen. De European Automobile Manufacturers Association (Acea) wees erop dat de sector mogelijk 15 miljard euro aan boetes zou kunnen krijgen omdat de doelstellingen van volgend jaar niet zouden worden gehaald. Die boetes zouden de mogelijkheden voor investeringen ernstig kunnen uithollen.

Volgens de Europese Volkspartij zou bij de evaluatie over de emissiegrenzen met een gemiddelde van drie jaar moeten worden gerekend. Autoconstructeurs die hun limieten volgend jaar dreigen te missen, zouden hierdoor de twee volgende jaren hun achterstand in te halen en op die manier alsnog een boete vermijden. 

De partij wil ook dat de Europese Unie afstapt van zijn plannen om vanaf 2035 de verkoop van nieuwe auto’s met verbrandingsmotoren te verbieden. Volgens de Europese Volkspartij mag dat verbod niet gelden voor motoren die op alternatieve brandstoffen – biobrandstoffen, hernieuwbare brandstoffen of synthetische brandstoffen – draaien. Ook zou volgens de partij rekening moeten gehouden worden met de inzet van plugin hybrides, wagens die minder uitstoot veroorzaken, maar niet elimineren. 

Arbeidsplaatsen

De Europese autosector heeft nochtans al belangrijke stappen gezet om de overstap naar een duurzame aandrijving te kunnen maken. Een duurzaam wegverkeer vormt een belangrijke pijler van de ambities van de Europese Unie om tegen midden deze eeuw uitstootvrij te worden. Maar in Duitsland bereidt de Christlich Demokratische Union (CDU), onderdeel van de Europese Volkspartij, zich voor op de volgende nationale verkiezingen, die in februari volgend jaar worden georganiseerd. De problemen van de Duitse autosector kunnen in de verkiezingsstrijd een belangrijke factor worden.

Jens Gieseke, een Duits parlementslid van de Europese Volkspartij, benadrukte dat zijn fractie een realistische benadering van de duurzame transitie vraagt. Hij wees erop dat er inspanningen moeten worden gedaan om de Europese autosector, die veertien miljoen arbeidsplaatsen vertegenwoordigt, te steunen. Er zijn al bij diverse partijen uit de sector en diens toeleveranciers – waaronder Volkswagen, Ford, Bosch, Valeo en Michelin – ontslagen gemeld.

Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie en eveneens lid van de Europese Volkspartij, heeft beloofd persoonlijk de leiding te zullen nemen over een nieuw initiatief om de Europese autosector bij zijn transitie naar een duurzame toekomst te helpen.

Wopke Hoekstra, nochtans zelf ook lid van de Europese Volkspartij, benadrukte echter dat de Europese Commissie geen enkele intentie heeft om de klimaatwetgeving aan te passen. “De klimaatregels zijn nodig om de de wettelijk bindende emissiedoelstellingen van Europa te halen”, benadrukte hij. “Bovendien bieden de regels aan de Europese bedrijven een voorspelbaar investeringsklimaat.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in automotive, milieu, Mobility | Reacties uitgeschakeld voor Europese Unie zal uitstootregels voor autosector niet versoepelen

San Francisco is wereldwijd primus in stedelijke mobiliteit

Posted by managing21 on 13th december 2024

San Francisco is de metropool die het beste is voorbereid op de toekomst van stedelijke mobiliteit. Dat blijkt uit een rapport van het Oliver Wyman Forum en de University of Berkeley, gebaseerd op een analyse van zeventig metropolen over de hele wereld. San Francisco dankt volgens de onderzoekers zijn eerste plaats aan het feit dat de adoptie van elektrische voertuigen en andere innovaties op het gebied van hightech in de stad de afhankelijkheid van privéwagens overschaduwde.

Andere steden in de top vijf – waaronder Parijs, München en Amsterdam – werden gekenmerkt door robuuste systemen van openbaar vervoer en sterke universiteiten die succesvol samenwerken met de particuliere sector. Singapore, dat op de derde plaats eindigde, verlengde zijn incentives op het vlak van belastingteruggave voor een vroege adoptie van elektrische wagens tot volgend jaar en kent een grote verkeersveiligheid, met weinig verkeersdoden en een beperkt fileprobleem.

San Francisco heeft zich technologisch het best voorbereid op de toekomst van de stedelijke mobiliteit. – Foto: Pixabay

Op het gebied van duurzame mobiliteit bleek Helsinki de eerste plaats te bekleden. “Hierdoor lijken duurzame inspanningen in Europa hun vruchten af ??te werpen”, voeren de onderzoekers aan. “In deze categorie viel slechts één stad in de top tien – Hongkong – buiten Europa.” Op het vlak van openbaar vervoer bekleedde Singapore de eerste plaats.

De onderzoekers merken op dat innovaties in technologie, zoals het gebruik van kunstmatige intelligentie en luchtvaart, inmiddels een grotere impact hebben op de mobiliteit van steden dan vijf jaar geleden met de analyse van start werd gegaan. “De opkomst van zelfrijdende wagens en vliegende taxi’s in de stedelijke omgeving, zorgt er ook voor een grotere impact van innoverende technologieën”, benadrukt onderzoeksleider Alexandre Bayen, professor elektrotechniek en computerwetenschappen aan de University of Berkeley.

De grote focus op technologie en innovatie dit jaar verschoof de beoordelingen ten gunste van Amerikaanse steden, die goede prestaties lieten optekenen, ondanks een achterstand op het vlak van openbaar vervoer en infrastructuur voor fietsers en voetgangers. San Francisco eindigde op het gebied van openbaar vervoer pas op een 24ste plaats, terwijl de stad op het vlak van duurzame mobiliteit als 18de werd gerangschikt. Daarentegen haalde San Francisco veel punten voor de adoptie van elektrische voertuigen en de uitbouw van infrastructuur voor luchttaxi’s. Op dezelfde manier steeg New York op één jaar tijd van een twaalfde naar een achtste plaats. Ook Boston en Los Angeles konden zich in de top vijftien plaatsen.

Internationale evenementen

Een andere factor die een langdurig effect heeft op stedelijke mobiliteit en de scores van sommige steden heeft verhoogd, is de voorbereiding op internationale sportevenementen. Parijs, dat in de algemene rangschikking op de tweede plaats eindigde,, breidde een van zijn metrolijnen uit voor de Olympische Spelen, terwijl Volocopter tijdens de sluitingsceremonie van het evenement in Versaille met zijn luchttaxi een testvlucht uit. In Los Angeles, waar over vier jaar de volgende editie van de Olympische Spelen wordt georganiseerd, worden inspanningen gedaan om de stad autovrij te maken. Daarvoor wordt geïnvesteerd in een nieuw lightrail-verbinding, snelle busbanen en uitbreidingen van de metro. 

Tegelijkertijd onderzoeken verschillende Amerikaanse steden investeringen in duurzaam transport voor het wereldkampioenschap voetbal dat in 2026 in de Verenigde Staten wordt georganiseerd. Onder meer werd aangekondigd dat Dallas op zoek is naar een financiering voor de uitbouw van een vloot elektrische autobussen voor het vervoer van de toeschouwers.

Onderaan in de index staan veel steden uit Afrika en Latijns-Amerika. “Deze metropolen boekten weinig vooruitgang met de adoptie van elektrische voertuigen en de voorbereiding op de digitale transformatie”, benadrukte analist Guillaume Thibault, partner bij Oliver Wyman. “Verschillende steden onderaan de index hebben ook onvoldoende haltes voor het openbaar vervoer om het voor hun burgers gemakkelijk te maken om zich te verplaatsen.”

De onderzoekers beklemtonen wel dat de analyse niet bedoeld is om met een beschuldigende vinger naar sommige steden te wijzen. “Steden met een lage ranking hebben een hoog investeringspotentieel, met de mogelijkheid om projecten – zoals nieuwe spoorlijnen en oplaadstations voor elektrische voertuigen – te financieren”, benadrukte Bayen.

Er wordt nog op gewezen dat er in alle steden – inclusief de metropolen die bovenaan in de rangschikking zijn terug te vinden – nog ruimte voor verbetering aanwezig is. Onder meer wordt benadrukt dat San Francisco nog inspanningen zou kunnen doen om de investeringen in het openbaar vervoer op te voeren, terwijl ook de lokale fietsinfrastructuur voor verbetering vatbaar zou zijn.

Meer over dit onderwerp:

Posted in Mobility, Stad | Reacties uitgeschakeld voor San Francisco is wereldwijd primus in stedelijke mobiliteit

Subsidies basis voor strijd om investeerders in duurzame technologieën

Posted by managing21 on 12th december 2024

Door de versnelling van de wereldwijde zoektocht naar hernieuwbare energie, zullen de massale subsidies van de Verenigde Staten, Europa en China om hun marktaandeel in de sector veilig te stellen, ook voor de investeerders aanzienlijke gevolgen hebben. Dat blijkt uit een aantal getuigenissen van marktanalisten die door de Britse zakenkrant Financial Times werden verzameld.

Dit jaar heeft de Europese Unie de Net-Zero Industry Act aangenomen. Die regelgeving heeft tot doel om investeringen in zonnekracht, windenergie en andere duurzame technologieën aantrekkelijker te maken. De wetgeving verlicht de bureaucratie en versnelt de goedkeuring van projecten. Europa wil met het initiatief tegen eind dit decennium 50 miljoen ton aan opslagcapaciteit voor koolstofdioxide uitbouwen. Daarbij worden interessante initiatieven van de industrie met belangrijke subsidies ondersteund. Dat heeft diverse bedrijven al aangezet om actie te ondernemen.

Vermogensbeheerder Invesco beklemtoonde dat deze nieuwe wetgeving een belangrijke stimulans worden voor de duurzame energiesector. “Hierdoor zal Europa meer fabrikanten van duurzame producten aantrekken”, beklemtoonde Invesco. “De 375 miljard euro die de Net Zero Industry Act beschikbaar stelt aan subsidies, belastingkredieten, directe investeringen en leningen zullen helpen om bedrijven aan te zetten in duurzame toepassingen te investeren.”

Vooral offshore windenergie zou mogelijk door Donald Trump worden geviseerd. – Foto: Vestas

Het initiatief benadrukt volgens de analisten hoe graag de Europese Unie op het gebied van hernieuwbare energie tegenover de inspanningen die de Verenigde Staten en China terzake de voorbije jaren hebben gedaan, een inhaalbeweging wil maken. De Europese Unie toonde zich ook niet gelukkig met de Inflation Reduction Act die de regering van de Verenigde Staten twee jaar geleden heeft ingevoerd. Gevreesd werd immers dat het subsidiepakket van 368 miljard dollar uit die regelgeving duurzame bedrijven en investeringen uit de Europese regio zou weglokken. Er volgden oproepen tot wederkerige maatregelen.

De Net Zero Industry Act heeft tot doel dat bedrijven uit de Europese Unie tegen eind dit decennium 90 procent van de binnenlandse vraag van de regio naar batterijen voor elektrische voertuigen zouden dekken. “Naast een reactie op de Verenigde Staten is de wet een poging van de Europese Unie om een massale invoer van Chinese elektrische voertuigen op zijn markt te voorkomen”, benadrukte Marco Siddi, onderzoeker bij het Finse Institute of International Affairs.

China

De snelle ontwikkeling van elektrische voertuigen in China, die door de nationale overheid zwaar werden gesubsidieerd, heeft concurrenten over de hele wereld geschokt. Chinese fabrikanten van elektrische batterijen hebben subsidies aangeboden gekregen die meer dan 50 procent van de kosten van het product kunnen bedragen. In oktober boekte Byd, de grootste Chinese fabrikant van elektrische voertuigen, voor de eerste keer een hogere kwartaalomzet dan zijn Amerikaanse rivaal Tesla. Dit bewijst  hoe competitief de Aziatische grootmacht is geworden. “In Europa is het vrij duidelijk dat het niet alleen om subsidies gaat, maar ook om de bescherming van de eigen industrie”, zegt Siddi. “De Chinese centrale planning voor duurzame subsidies kan door Europa niet gemakkelijk worden gerepliceerd.”

Ook de Verenigde Staten worden door een complex regelgevend overheidsapparaat gekenmerkt. Het land geniet echter ook van een bloeiende aandelenmarkt en een ecosysteem voor durfkapitaalinvesteringen dat duurzame technologiebedrijven kan laten groeien. Volgens Sidi is het subsidiesysteem in de Europese Unie enigszins ingewikkelder dan in de Verenigde Staten.  

De uitdagingen voor Europa worden nog groter door de terugkeer van Donald Trump als president van de Verenigde Staten. “Aan de ene kant zou Trump een deel van de subsidies voor duurzame energie uit 2022 kunnen terugdraaien”, voeren de analisten aan. “Maar een volledige intrekking van de Inflation Reduction Act is onwaarschijnlijk.” In augustus spoorden achttien republikeinse congresleden Mike Johnson, de republikeinse voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, aan de belastingvoordelen van de wet te behouden en waarschuwden dat een volledige intrekking zware gevolgen zou kunnen hebben.

Het echte probleem voor de Europese Unie is daarentegen de dreiging van de importheffingen die Donald Trump wil opleggen. “Dit kan de planning van de bedrijven verstoren”, beklemtoont Janka Oertel, directeur van het Aziatische departement bij de European Council on Foreign Relations. “Midden tussen een grote onzekerheid zullen bedrijven een afwachtende houding moeten aannemen. Dit vertraagt ??investeringen, bedrijfsuitbreidingen en uiteindelijk de decarbonisatie. Het is een patstelling die de concurrentiekracht van de Europese bedrijven vertraagt. Wachten is geen goede positie, maar iedereen is bang om de verkeerde zet te doen.”

Vooral subsidies voor windenergie zouden door het aantreden van de nieuwe Amerikaanse regering in het gedrang kunnen komen. “De verkiezingsoverwinning van Trump heeft de aandelen van Europese windbedrijven onmiddelijk geraakt”, benadrukt Oertel. “Trump beloofde tijdens zijn verkiezingscampagne dat hij na zijn aantreden de subsidies voor de offshore windindustrie onmiddellijk te schrappen. De aandelen van Vestas, een Deens fabrikant van windturbines, daalden tot het laagste punt in vijf jaar.

“Als de Chinese concurrenten in staat zijn om te profiteren van de verzwakkende positie van de Europese fabrikanten van windmolens en daadwerkelijk turbines kunnen leveren, zal het voor de Europese Unie bijzonder moeilijk worden om een industriële basis in windenergie te behouden.”

Meer over dit onderwerp:

 

Posted in energie, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Subsidies basis voor strijd om investeerders in duurzame technologieën

Reisindustrie heeft impact covid-pandemie helemaal verteerd

Posted by managing21 on 11th december 2024

De wereldwijde reisindustrie heeft zich inmiddels van de covid-pandemie volledig hersteld. Dat blijkt uit een rapport van sectororganisatie UN Tourism. Opgemerkt wordt dat de internationale aankomsten tijdens de eerste negen maanden van dit jaar al teruggekeerd waren tot 98 procent van de niveaus die tijdens dezelfde periode in 2019 – voor de uitbraak van de pandemie – werden opgetekend. De resterende kloof zal volgens UN Tourism nog voor het einde van dit jaar zijn gedicht.

Opgemerkt wordt dat de meeste regio’s in de wereld de terugval door de covid-pandemie inmiddels al minstens hebben ongedaan gemaakt. Dat geldt vooral voor het Midden-Oosten, waar de internationale aankomsten tijdens de eerste negen maanden van 2024 met 29 procent zijn gestegen tegenover dezelfde periode vijf jaar geleden. De groei in de regio in die periode werd vooral geleid door een toename van bezoekers naar Qatar en Saoedi-Arabië, waar een toename met respectievelijk 141 procent en 61 procent werd gemeld.

Afrika en Europa hebben zich met een toename van respectievelijk 6 procent en 1 procent volgens UN Tourism eveneens volledig hersteld. Ook toeristische bestemmingen in Noord-Amerika en Zuid-Amerika hebben inmiddels al 97 procent van hun vroegere trafieken kunnen herstellen. In Asia-Pacific blijft het herstel voorlopig beperkt tot 85 procent, aangezien de regio nog steeds de last draagt ??van de langzame terugkeer van Chinese reizigers.

In Qatar heeft het toerisme zich het sterkst van de covid-pandemie hersteld. – Foto: Pixabay

Hoewel de internationale toeristische trafieken in Asia-Pacific momenteel enigszins achter blijven tegenover de wereldwijde trends, moet volgens UN Tourism worden verwacht dat de regio in de volgende decennia het epicentrum zal worden van de groei in het wereldwijde toerisme.

Volgens cijfers van Airports Council International Asia-Pacific and Middle East zal het aantal vliegtuigpassagiers in minder dan twee decennia ruimschoots een verdubbeling kennen. Vorig jaar werden er wereldwijd 8,69 miljard internationale reizigers geregistreerd. Tegen 2042 zal er volgens de verwachtingen echter sprake zijn van 19,49 miljard reizigers per jaar.

“Een groot deel van die groei zal naar verwachting uit Asia-Pacific komen”, werpt de sectororganisatie op. De volgende twintig jaar zal wellicht meer dan een derde van de nieuwe reizigers uit drie landen – China, India en Indonesië – komen. Toeristische bedrijven breiden zich in de regio agressief uit. Daarmee bereidt de sector zich voor op de reislust van miljoenen mensen die naar verwachting in het volgende decennium tot de middenklasse zullen treden.”

Alan Watts, president van de hotelgroep Hilton Asia-Pacific, gaf daarbij aan dat de keten in Asia-Pacific momenteel duizend hotels exploiteert. Oorspronkelijk was dat streefdoel pas voor volgend jaar naar voor geschoven. “Hilton heeft in de regio momenteel 200.000 slaapkamers ter beschikking”, benadrukte hij. “Bovendien zijn er nog eens 915 bijkomende hotels – in verschillende stadia van constructie – in aanbouw.”

Chinese toeristen

In november kondigde Hilton een overeenkomst aan om 150 hotels van het concept Spark by Hilton – dat zich op de hogere economy-sector wil focussen – in India te openen. Ook in Vietnam heeft Hilton een overeenkomst gesloten voor de opening van veertien hotels uit die klasse. “De opkomst van de reizigers uit de hogere economy-sector voedt de onderkant van de piramide”, beklemtoonde Watts.

Marriott International opende in november de eerste vestigingen van zijn concept Four Points Flex by Sheraton in Japan. Volgens Anthony Capuano, chief executive van Marriott, zou de groep nog voor het einde van dit jaar in Japan nog eens twaalf nieuwe hotels volgens die formule openen.

Wel wordt opgemerkt dat het wereldwijde herstel door de langzame terugkeer van twee types reizigers – Chinese toeristen en zakenlui – wordt gedwarsboomd. Volgens Watts blijken echter ook die twee categorieën zich – zij het met verschillende snelheden – te herstellen. “Vooral bij de zakenreizigers is er van een sterke heropleving sprake. Op uitzondering van China waren de boekingtrends voor zakenreizigers tijdens de eerste helft van dit jaar – vooral voor Zuidoost-Azië – absoluut geweldig. Volgend jaar mag nog op een verder herstel worden gerekend.”

“De eerste helft van dit jaar werd gekenmerkt door een laag consumentenvertrouwen”, beklemtoonde Watts. “Maar de toegenomen interesse in reizen tijdens de tweede jaarhelft zal gevolgen hebben voor boekingen voor Asia-Pacific die in 2025 mogen worden verwacht. Dat geldt vooral voor Japan, Korea en Zuidoost-Azië. Anderzijds zal het wellicht tot 2026 duren vooraleer opnieuw Chinese toeristen in grote aantallen naar de Verenigde Staten en Europa zullen reizen.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in toerisme | Reacties uitgeschakeld voor Reisindustrie heeft impact covid-pandemie helemaal verteerd

Europese autobouwers wacht wellicht nog een moeilijk jaar

Posted by managing21 on 11th december 2024

De grote autoconcerns hebben dit jaar een zware tijd doorgemaakt en weinigen verwachten dat de situatie volgend jaar gevoelig zal verbeteren. Dat blijkt uit rapporten van verschillende analisten. Er wordt opgemerkt dat de sector ook volgend jaar op belangrijke uitdagingen zal blijven botsen. De vraag van diverse Europese autobouwers om een soepeler overheidsbeleid, wordt echter op gemengde reacties onthaald.

In het rapport wordt opgemerkt dat de autofabrikanten dit jaar met een belangrijke reeks uitdagingen werden geconfronteerd. Gewag wordt daarbij gemaakt van betaalbare modellen, een vertraagde uitrol van oplaadpunten, de intense concurrentie uit China, strengere emissieregels en het vooruitzicht van gerichte importheffingen in de Verenigde Staten. “Tegen deze achtergrond zal de industrie zich schrap moeten zetten voor een hobbelig parcours volgend jaar”, voeren de analisten aan. “Helaas zal de industrie waarschijnlijk opnieuw een jaar van volatiliteit en tegenwind in alle regio’s tegemoet gaat.”

“De uitdagingen voor de Europese autofabrikanten lijken niet te stoppen”, benadrukt Julia Poliscanova, autospecialist bij onderzoeker Transport & Environment. “De situatie oogt behoorlijk somber. De Europese autosector loopt achter op het gebied van elektrificatie. De producten van de Europese constructeurs zijn gewoon niet zo goed als hun Chinese concurrentie. Daaraan hebben echter alleen de Europese autofabrikanten zelf schuld aan. De autoverkoop in Europa blijft onder de niveaus die voor de uitbraak van de covid-pandemie werd opgetekend. Daarin hebben ook de hogere rentetarieven een aandeel.”

De Europese autobouwers worden met een zware concurrentie van Chinese rivalen geconfronteerd. – Foto: Mercedes-Benz

Een aantal traditionele Europese autobouwers hebben hun bezorgdheid geuit over de volgende aanscherping van de emissieregels, vooral omdat de vraag naar elektrische voertuigen afneemt. De limiet van de Europese Unie voor gemiddelde emissies voor de verkoop van nieuwe voertuigen zal vanaf volgend jaar naar verwachting tot 93,6 gram per kilometer dalen. Dat betekent een daling van 15 procent ten opzichte van de basislijn van 110,1 gram per kilometer die in 2021 werd opgelegd. Een overschrijding van deze limieten kan tot forse boetes leiden. 

De European Automobile Manufacturers Association (Acea) heeft de Europese Unie al opgeroepen om de sancties voor volgend jaar te verlagen. De sectororganisatie zei eind november dat er actie nodig is om de industrie verder te ondersteunen, verwijzend naar de trage vraag naar elektrische voertuigen en een verslechterend economisch klimaat. Woordvoerders van de Europese Unie hadden eerder al aangegeven dat de Europese Commissie gevoelig is voor de uitdagingen waarmee de industrie wordt geconfronteerd.”

Volgens Julia Poliscanova is het echt frustrerend om te horen dat sommige partijen de Europese Commissie oproepen om haar emissieregelgeving te versoepelen. “De tegenwind voor de sector heeft geen enkele band met emissiebeperkingen”, merkt Julia Poliscanova op. “Een versoepeling van die normen gaat hen niet helpen om in China of andere landen meer auto’s te verkopen. De emissieregels zijn echter van cruciaal belang om de constructeurs concurrerender te maken en sneller op duurzame toepassingen te laten overstappen. Er moet druk worden gezet op de autoconstructeurs – zelfs wanneer dit ten koste gaat van een deel van hun hogere winstmarges op de korte termijn – om producten te maken die in de toekomst levensvatbaar zijn.”

“Een uitstel van de boetes zou eenzelfde effect hebben als een volledige afschaffing van de regelgeving”, betoogde Poliscanova. “Dit zou echter alleen maar een uitstel van een onvermijdelijk lot – de ondergang van de Europese industrie – betekenen. Europa loopt nu al achter met de elektrificatie. Een uitstel van de emissiebeperkingen zal de sector nog een grotere achterstand tegenover de rest van de wereld bezorgen. Ik begrijp niet hoe een uitstel van de emissiebeperkingen de autosector zou kunnen helpen de transitie naar een duurzame mobiliteit te realiseren.”

De aandelen van de vijf grootste Europese autobouwers werden dit jaar in het algemeen met een daling geconfronteerd. Stellantis moest sinds begin van dit jaar al 37 procent van zijn beurswaarde inleveren, gevolgd door Volkswagen (23 procent) en BMW (21 procent). Renault kon daarentegen een winst van 19 procent melden, in de hoop dat de Franse constructeur in vergelijking met zijn concurrenten slechts relatief beperkt aan de Chinese en Amerikaanse markten zou zijn blootgesteld.

“De aandelen van de autobouwers moeten wereldwijd met problemen afrekenen”, wordt in een rapport van Deutsche Bank aangevoerd. “Helaas moet worden gevreesd dat de sector in alle regio’s waarschijnlijk opnieuw een jaar van volatiliteit en tegenwind tegemoet gaat. Er moet rekening worden gehouden met ongunstige maatregelen in de Verenigde Staten, verdere herstructureringen in Europa, een beperkte vraag buiten China en lagere prijzen.”

Goedkopere modellen

Ook Rico Luman, autospecialist bij de Nederlandse ING Bank, stelt zich weinig optimistisch op over de onmiddellijke toekomst van de Europese autobouwers. “Vanuit financieel oogpunt zal de situatie wellicht niet beter worden, want elektrische wagens zijn uiteindelijk minder winstgevende modellen. De autobouwers richten zich veel meer op conventionele hybrides en ook op plugin hybrides, die wel grotere winstmarges beloven. Wanneer de constructeurs meer elektrische wagens moeten afzetten, zal de winstgevendheid verder worden aangetast.”

Verschillende grote autofabrikanten van Europa onthulden op het Autosalon van Parijs in oktober een reeks goedkope elektrische voertuigen. Op die manier hoopten de Europese constructeurs opnieuw beslag te kunnen leggen op een deel van het marktaandeel dat nu in handen is van Chinese merken. Destijds werd gehoopt dat de nieuwe modellen voor de Europese autosector een keerpunt zouden kunnen betekenen.

Volgens Horst Schneider, autospecialist bij Bank of America, zou enige speelruimte van de Europese wetgevers mogelijk nodig kunnen zijn om de autofabrikanten volgend jaar te steunen, ook al hebben de bedrijven ruimschoots tijd gehad om zich op de nieuwe emissievoorschriften voor te bereiden.

“De meeste autofabrikanten – misschien op uitzondering van BMW en Stellantis – hebben in de omzet naar duurzame technologieën achterstand opgelopen”, benadrukte Schneider. “De VW Group wordt met de grootste kloof geconfronteerd. Het Duitse concern is immers de grootste autofabrikant van de regio en is het meest aan verbrandingsmotoren blootgesteld. De lancering van elektrische voertuigen leverde minder positieve resultaten op dan verwacht. Maar ook Renault staat onder druk.”

“Eigenlijk staan alle fabrikanten van auto’s voor de massamarkten, behalve Stellantis, onder druk”, gaf Schneider nog aan. “De elektrische voertuigen zijn immers nog steeds duurder – tussen 20 procent en 25 procent – dan modellen met verbrandingsmotoren. De consument heeft vooral goedkopere elektrische voertuigen nodig. Die types worden in de loop van volgend jaar gelanceerd. Sommige autofabrikanten zeggen dat het niet echt nodig is om de doelstellingen te verlagen, maar wellicht is het over het algemeen goed om de autofabrikanten meer tijd te geven. Er kan bij de consument immers nog geen voldoende acceptatie van elektrische wagens worden opgemerkt.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in automotive, Mobility | Reacties uitgeschakeld voor Europese autobouwers wacht wellicht nog een moeilijk jaar

Drones en robots zorgen voor revolutie in wegenonderhoud

Posted by managing21 on 11th december 2024

In Europa vormt het wegennet de ruggengraat van de economie. Maar om optimaal te kunnen functioneren, moet dat netwerk geregeld worden hersteld, onderhoud en uitgebreid. Dergelijke werken zorgen echter vaak voor belangrijke verkeershinder, waarbij niet zelden ook de veiligheid van de wegenwerkers in het gedrang komt. Innoverende technologieën kunnen volgens het European Science Communication Institute (ESCI) die problemen echter grotendeels uit de wereld helpen.

“Het grootste deel van de Europese wegeninfrastructuur is kort na het einde van de Tweede Wereldoorlog aangelegd en nadert dan ook het einde van zijn levensduur”, wordt er opgemerkt. “Daarom is een uitgebreid onderhoud van de wegen steeds meer essentieel. De toenemende verkeersvolumes en meer frequente wegwerkzaamheden resulteren bovendien in files, een vertraagd goederenvervoer en grotere veiligheidsrisico’s voor de wegenwerkers.

Dit alles legt een enorme druk op overheden en wegbeheerders. Autoriteiten voor snelwegen staan ??steeds meer onder druk om kosteneffectieve technologieën te vinden die de tijd die wegwerkers nodig hebben om ter plaatse te zijn, minimaliseren. Het onderzoeksproject Omicron van het European Science Communication Institute kondigde in dat kader de ontwikkeling van een modulair robotplatform, dat verschillende taken op het gebied van wegonderhoud kan uitvoeren, aan. Opgemerkt wordt dat het robotplatform onder meer veiligheidsbarrières en verkeerslichten kan installeren, verkeerskegels kan verzamelen, scheuren in de weg kan dichten en wegbeschildering met behulp van lasers kan verwijderen.

Wegenwerken zorgen vaak voor verkeersproblemen en kunnen de veiligheid in het gedrang brengen. – Foto: Pixabay/WikimediaImages

In de toekomst kunnen wegenwerkers bij het uitvoeren van hun opdracht gebruik maken van augmented reality en virtual reality gebruiken om het robotplatform op veilige afstand te besturen. “Het platform biedt een absoluut nieuwe ervaring”, getuigde Daniele Bulli, technicus bij wegbeheerder Autostrade per L’Italia. “Wegenwerken worden voor het personeel veel veiliger, aangezien de activiteit vanop afstand kan worden gestuurd. Hierdoor hoeven de wegenwerkers zich minder dicht bij het verkeer begeven om herstellingen of onderhoud uit te voeren.”

De initiatiefnemers van Omicron betogen dat in het kader van het project ook krachtige digitale hulpmiddelen werden ontwikkeld om de besluitvorming over prioritaire problemen te ondersteunen. “Deze prioriteiten worden bepaald op basis van gedetailleerde gegevens van de inspectie-technologieën.” Onder meer wordt gewezen naar dronetechnologie, die op een veilige manier wegeninfrastructuur zoals bruggen en tunnels veilig te scannen om mogelijke problemen, zoals minuscule scheuren, te identificeren.

“Dankzij het gebruik van satellietnavigatie en andere technologieën om drones te synchroniseren, kunnen inspecties veel efficiënter worden uitgevoerd”, benadrukt Álvaro Caballero, professor automatisering aan de Universidad de Sevilla. “Inspecties die ooit uren of dagen duurden, kunnen nu in een fractie van de tijd – vaak amper enkele minuten – worden voltooid. Dit vermindert de verkeershinder en het risico voor werknemers.” Bovendien zouden drones en onbemande voertuigen door telematisch toezicht het verkeer kunnen regelen zonder opstoppingen te veroorzaken.

“De degradatie van het wegennet vergroot het risico op ongevallen en verhoogt de onderhoudskosten, waardoor frequente interventies nodig zijn die vaak resulteren in verkeersstoringen en verhoogde koolstofemissies”, merken medewerkers van Omicron op. “Maar in de toekomst zullen wegen niet langer worden hersteld of onderhouden door werknemers die aan ongevallen kunnen worden blootgesteld, maar wel door robots. Dankzij telematisch toezicht kunnen daarbij opstoppingen worden vermeden. Door de hogere efficiëntie is er daarbij ook sprake van belangrijke kostenbesparingen.”

De onderzoekers merken op dat virtuele realiteit en digitale tweelingen belangrijke hulpinstrumenten kunnen worden om inspecties te plannen en uit te voeren. “Virtual reality kan worden gebruikt om scenario’s voor interventies op het gebied van wegenwerken te visualiseren, waardoor planners en ingenieurs hun impact op de veiligheid kunnen beoordelen”, benadrukt Themis Anastasiou, professor automatisering aan de Universiteit van Patras. “Deze functionaliteit is vooral cruciaal in gevallen waarin interventies worden uitgevoerd met behulp van industriële robots en de werknemer het robotsysteem effectief moet kunnen besturen en ermee moet kunnen communiceren. Virtuele technologie kan tijdens de uitvoeringsfase bovendien ook teleoperatie-activiteiten ondersteunen.”

Daarbij kan ook aan digitale tweelingen een belangrijke functie worden toegewezen. “In plaats van voortdurend wegen te bezoeken om de slijtage te meten, kan op een complete en gedetailleerde digitale weergace van de wegeninfrastructuur beroep worden gedaan”, verduidelijkt Ander Ansuategui-Cobo, coördinator robotica bij het gespecialiseerde bedrijf Tekniker. “Een digitale tweeling is een virtuele replica die alle relevante aspecten van de geometrie, staat en werking van de weg omvat, waardoor een uitgebreide analyse en geïnformeerde besluitvorming mogelijk wordt gemaakt.”

“De aanleg van wegen en het onderhoud van de infrastructuur kunnen een aanzienlijke ecologische en economische voetafdruk genereren”, werpt Rafael Martinez-Moriano, onderzoeker bij Eiffage Infrastructures, op. “Deze activiteit moet in de toekomst duurzamer worden georganiseerd. Het hergebruik van herwonnen verhardingsmaterialen en afgeschreven rubber is een duurzame en kosteneffectieve oplossing voor de bouw en het onderhoud van de wegensector.”

Verbeterde veiligheid

“Het modulaire robotplatform maakt een aanpassing aan verschillende behoeften en bewerkingen mogelijk, met behulp van een gemeenschappelijke basisstructuur om verschillende gespecialiseerde gereedschappen te vervoeren en te bedienen”, beklemtoonde Ansuategi-Cobo. “Hierdoor zal het platform in staat zijn om zowel veiligheidsbarrières en bewegwijzering te vervangen en te installeren, kegels te plaatsen en verwijderen, signalisatie en verlichting te reinigen als de verwijdering van 

Onder deze taken zal het acties uitvoeren zoals het vervangen en installeren van veiligheidsbarrières en bewegwijzering, het plaatsen en verwijderen van kegels, het reinigen van signalering en verlichting, het verwijderen van horizontale markeringen en het dichten van scheuren in het wegdek.”

“De automatisering van deze taken kan leiden tot een grotere efficiëntie in het wegenonderhoud, dat momenteel volledig handmatig wordt uitgevoerd. Door gevaarlijke taken te automatiseren, zoals het plaatsen van veiligheidsbarrières of het afdichten van scheuren, wordt de blootstelling van werknemers aan risicovolle situaties, zoals wegverkeer, aanzienlijk verminderd. Het robotplatform kan deze handelingen veiliger en consistenter uitvoeren.”

Om de kostprijs en de ecologische voetafdruk van de werken verder te minimaliseren, wordt volgens de vertegenwoordigers van Omicron ook gewerkt aan de ontwikkeling van materialen voor ultradunne lagen voor de verharding van het asfalt. “Hierdoor kan het verbruik van nieuwe materialen en de uitvoeringstijden van het onderhoud minimaliseren”, geeft Rafael Martínez-Moriano aan. “Daarbij wordt gebruik gemaakt van gerecycleerde materialen bij de productie van hoogwaardige en duurzame asfaltverhardingen.”

“Door het benutten van innovatieve technologieën en het hanteren van duurzamere benaderingen, slagen we erin de impact op het leefmilieu te verminderen en efficiëntere en kosteneffectievere wegenaanleg te bevorderen”, geeft Martinez-Mariano aan. “Dit leidt tot een grotere efficiëntie in het gebruik van hulpbronnen en omvat zowel economische als ecologische voordelen, naast het vergroten van de verkeersveiligheid en het verhogen van het comfort van de weggebruiker.”

“Dit soort projecten kan op de maatschappij een positieve impact hebben”, concludeert Ansuategi-Cobo. “Hierdoor kan immers niet alleen de wegeninfrastructuur worden verbeterd en de verkeersveiligheid worden gewaarborgd, maar wordt het ook mogelijk om de operationele efficiëntie van het onderhoud te optimaliseren, werkgelegenheid te genereren in nieuwe gespecialiseerde gebieden en technologische innovatie in infrastructuurbeheer te bevorderen. Samen bevorderen deze bijdragen een veiligere, efficiëntere en duurzamere wegomgeving, terwijl ze tevens de innovatie en digitale transformatie in de sector stimuleren.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in Mobility, technologie, transport & logistiek | Reacties uitgeschakeld voor Drones en robots zorgen voor revolutie in wegenonderhoud

Stiptheid is voor vele Europese treinmaatschappijen belangrijk probleem

Posted by managing21 on 10th december 2024

Trenitalia is de beste treinmaatschappij van Europa. Daarentegen levert Eurostar in de regio de minst goede prestaties. Dat is de conclusie van een rapport van de organisatie Transport & Environment (T&E), die de Europese spoorwegmaatschappijen beoordeelde op factoren zoals ticketprijzen, stiptheid en bereidheid om restituties te geven. De onderzoekers merken daarbij op dat slechts elf exploitanten een stiptheidspercentage van meer dan 80 procent haalden.

Transport & Environment wijst erop dat de trein een milieuvriendelijker transport kan aanbieden dan vliegtuigen en auto’s, maar daarvan toch niet echt de vruchten kan plukken. “Op veel routes kiezen vakantiegangers voor het vliegtuig, dat vaak goedkopere tarieven kan aanbieden”, merken de onderzoekers op. “Bovendien vinden veel forenzen aan de auto betrouwbaarder te vinden dan de trein.”

“De consument toont interesse om met de trein te reizen, maar velen worden weerhouden omdat de tickets te duur zijn of omdat het spoorvervoer niet betrouwbaar blijkt”, werpt onderzoeksleider Victor Thévenet, spoorwegexpert bij Transport & Environment, op. “Uit de resultaten van de studie blijkt dat de spoorwegmaatschappijen in staat moeten zijn om betere prestaties te leveren. Overheden zouden hen bovendien moeten helpen om het aanbod te maximaliseren.”

Trenitalia haalde in de studie van Transport & Environment een score van 77 procent. – Foto: Pixabay/Erich Westendarp

De studie kwam tot de conclusie dat de Italiaanse groep Trenitalia de meest kwalitatieve services aanbiedt. Het Italiaanse spoorbedrijf haalde een score van 77 procent. Daarbij blonk Trenitalia vooral uit met speciale tarieven en kortingen (100 procent), het boekingsbeleid (83 procent), de passagiersbeleving (89 procent) en het aanbod nachttreinen (90 procent). De Zwitserse SBB Group eindigde op de tweede plaats, gevolgd door het Tsjechische RegioJet, de ÖBB Holding uit Oostenrijk en de Groupe SNCF uit Frankrijk.

Thévenet schreef de hoge scores voor Trenitalia toe aan de aanhoudende concurrentie met rivaal Italo op het Italiaanse hogesnelheidsnet, wat beide exploitanten heeft gedwongen om een ??betere service te bieden. De onderzoeker prees ook de investeringen die Zwitserland in zijn spoorweginfrastructuur doet en die de SBB Groupe aan de titel van de stipste spoorwegmaatschappij van Europa hebben geholpen.

Voor de Eurostar, die verbindingen tussen Londen en diverse Europese hoofdsteden aanbiedt, was Transport & Environment minder lovend. Eurostar kreeg in de studie een quotatie van 47 procent. De slechtste scores werden behaald op het gebied van ticketprijzen (21 procent), betrouwbaarheid (46 procent) en het fietsbeleid (0 procent). Vastgesteld werd dat treintickets per kilometer bij de Eurostar op vergelijkbare routes bijna twee keer duurder zijn dan de gemiddelde Europese tarieven. Daarbij wordt erop gewezen dat de drie duurste spoorwegmaatschappijen in Europa geheel of gedeeltelijk in het Verenigd Koninkrijk opereren. Ook Hellenic Train uit Griekenland en Ouigo uit Frankrijk lieten lage scores optekenen.

Eurostar merkte in een reactie op dat het bedrijf zijn boekingservaring en fietsbeleid had bijgewerkt sinds de gegevens waren verzameld en een service opnieuw had gelanceerd om last-minute tarieven te kopen tegen gereduceerde prijzen. Eurostar voegde eraan toe geen automatische terugbetalingen voor vertragingen aan te bieden omdat het bedrijf de klanten wilde laten kiezen welk type compensatie ze zouden willen ontvingen.

“We zijn ervan overtuigd dat bij een nieuwe editie van het onderzoek, Eurostar beduidend hogere scores zou halen”, benadrukte een woordvoerder van het spoorbedrijf. “Eurostar heeft dit jaar een recordaantal passagiers vervoerd. We verwachten dat dit aantal verder zal blijven toenemen naarmate we in onze services blijven investeren.”

Vervuiling

Europa heeft een uitgebreid spoorwegnetwerk, maar passagiers raken bij reizen door verschillende landen vaak door het gefragmenteerde ticketsysteem gefrustreerd. De Europese Commissie plant volgend jaar de introductie van een vereenvoudigd systeem, waarbij ook langere reizen door één enkel ticket kunnen worden gedekt. In geval van vertragingen blijven daarbij ook de rechten van de reiziger behouden.

“Het is mogelijk om spoordiensten te bouwen en te exploiteren op een manier die aan de consument goedkope, populaire, milieuvriendelijke reizen aanbieden en aan de behoeften van de meeste reizigers voldoen”, benadrukte Malcolm Morgan, professor transport aan de University of Leeds, in een reactie op de studie.

In Europa kost een verplaatsing met de trein volgens een studie van de milieugroep Greenpeace ongeveer twee keer zoveel als een verplaatsing met een vliegtuig op dezelfde route. “Daarbij wordt gebruik gemaakt van enorme belastingvoordelen, die de reiziger aanmoedigen de planeet op te warmen terwijl hij naar zijn vakantiebestemming vliegt”, verduidelijkte Greenpeace daarbij.

Morgan wijst er echter op dat het groter gebruik van spoorwegen er niet zullen in slagen om de grootste vervuilingsbron van de luchtvaart – vluchten op verre bestemmingen – te stoppen. “Onderzoek heeft uitgewezen dat meer dan 40 procent van de vliegreizen vanaf Britse luchthavens een alternatieve verplaatsing met het spoor heeft”, benadrukt hij. “Toch bleken die verplaatsingen slechts 14 procent van de totale luchtvaartemissies in het Verenigd Koninkrijk te vertegenwoordigen.”

“De trein kan voor veel mensen en een groot aantal bestemmingen een goede oplossing zijn”, verduidelijkt Morgan. “Maar uiteindelijk maakt dat op het gebied van emissies geen enorm verschil. Het kleine aantal mensen dat met het vliegtuig naar verre bestemmingen vliegt, is voor het grootste deel van de uitstoot verantwoordelijk.”

Uit de studie blijkt nog dat de Belgische NMBS Group met een algemene score van 61 procent in de rangschikking van Transport & Environment op een twaalfde plaats eindigde. Op het gebied van stiptheid eindigde het Belgische spoorbedrijf na de Zwitserse SBB Group op een tweede plaats. Op het gebied van compensaties en het fietsbeleid bekleedde de NMBS Group zelfs de eerste plaats. Daarentegen werd op het gebied van de reizigersbeleving slechts een score van 27 procent behaald. Dat heeft vooral te maken met een gebrek aan wifi aan boord van de treinen.

Deutsche Bahn bood op het gebied van stiptheid volgens het rapport de slechtste prestaties. Ook Comboios uit Portugal en Snälltåget uit Zweden lieten zich op dat vlak ongunstig opvallen.

Meer over dit onderwerp:

Posted in Mobility, transport & logistiek | Reacties uitgeschakeld voor Stiptheid is voor vele Europese treinmaatschappijen belangrijk probleem

Topman BMW ziet geen reden om Europese emissieregels uit te stellen

Posted by managing21 on 9th december 2024

Er is geen enkele reden om de strengere emissie-doelstellingen van de Europese Unie, die volgend jaar van kracht worden, uit te stellen. Dat heeft Oliver Zipse, chief executive van de Duitse autobouwer BMW Group, in een gesprek met het magazine Automobilwoche gezegd. Zipse voegde eraan toe dat alvast BMW op de nieuwe regelgeving voorbereid is.

Vanaf 2025 verlaagt de Europese Unie de gemiddelde emissies die nieuwe voertuigen in het verkeer mogen produceren. Autofabrikanten dreigen met hoge boetes te worden geconfronteerd indien ze zich niet aan de nieuwe regels houden. Een aantal landen hebben, samen met de European Automobile Manufacturers Association (Acea), opgeroepen om de doelstellingen uit te stellen of te versoepelen. Gewaarschuwd daarbij werd dat de autofabrikanten door de afnemende vraag naar elektrische auto’s moeilijkheden zouden ervaren om de vooropgestelde normen te halen.

Oliver Zipse benadrukt dat BMW klaar is voor de strengere Europese uitstootregels. – Foto: BMW Group

Oliver Zipse, chief executive van de BMW Group, merkte echter op geen enkele reden voor een uitstel te zien. “We zijn al sinds 2019 op de hoogte van de nieuwe doelstellingen die volgend jaar worden ingevoerd”, betoogde Zipse. “We zien geen reden om de emissiedoelstellingen voor volgend jaar uit te stellen.” Hij voegde eraan toe dat BMW in de aanloop naar de nieuwe regelgeving zijn ontwerpen al heeft aangepast.

Hybrides

Zipse beklemtoonde dat de vermindering van de emissies niet alleen gerealiseerd kunnen worden door een sterkere verkoop van elektrische wagens, maar merkte op dat ook hybride voertuigen een belangrijke kunnen leveren om de doelstellingen te halen.

Volgens de nieuwe regels moet de gemiddelde uitstoot van nieuwe personenauto’s die in Europese Unie worden verkocht met 19 procent dalen. Tot nu toe wordt een uitstoot van 116 gram koolstofdioxide per kilometer toegelaten. Vanaf volgend jaar moet dat niveau tot minder dan 93,6 gram worden teruggebracht.

Zipse bekritiseerde echter de beslissing van de Europese Commissie om de verkoop van auto’s met motoren op fossiele brandstoffen in de Europese Unie tegen 2035 geleidelijk af te schaffen. “Een dergelijk beleid beperkt succesvolle technologieën, maar creëert niet voldoende investeringen in nieuwe ontwikkelingen en technologieën om de klimaatdoelen van Europa te bereiken”, waarschuwde hij.

Het autoconcern Stellantis heeft zich eveneens tegen het uitstellen van de nieuwe doelstellingen uitgesproken. Ook daar wordt gewezen op de inspanningen die werden gedaan om zich op de deadline voor te bereiden.

Net zoals andere Duitse fabrikanten wordt de BMW Group met dalende winsten geconfronteerd. Westerse fabrikanten worstelen immers met hoge productiekosten, terwijl tegelijkertijd met een zwakke vraag – vooral op de belangrijke Chinese markt – moet worden afgerekend. Desalniettemin toonde Zipse zich optimistisch over de toekomst en vooral over de verkoop van elektrische voertuigen, ondanks het feit dat op sommige markten recent een afnemende vraag moet worden vastgesteld. “Elektrische mobiliteit blijft de volgende jaren onze sterkste groeimotor”, beklemtoonde Zipse.

Meer over dit onderwerp:

Posted in automotive, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Topman BMW ziet geen reden om Europese emissieregels uit te stellen