managing21.be

Managing21: een blik op het heden en de toekomst van de economie.

Olieconcerns bereiden zich voor op een moeilijk jaar

Posted by managing21 on april 29th, 2025

De grootste oliemaatschappijen ter wereld bereiden zich voor op hun moeilijkste jaar sinds de pandemie. De dalende prijzen voor ruwe olie drukken op de winst en ondermijnen het vertrouwen van de beleggers. Dat hebben een aantal analisten tegenover de Britse zakenkrant Financial Times gezegd.

Opgemerkt wordt dat de grote oliemaatschappijen dit jaar voor de derde keer op rij te maken krijgen met een periode van dalende winsten, die scherp zijn gekrompen ten opzichte van de pieken die in 2022 werden opgetekend. Beleggers vragen zich af of de industrie zich de hogere dividenden en aandeleninkoopprogramma’s van de voorbije jaren kan veroorloven

De gecorrigeerde nettowinst van vijf grote westerse oliemaatschappijen – ExxonMobil, Shell, TotalEnergies, Chevron en British Petroleum (BP) – daalde tussen 2022 en 2024 met ongeveer 90 miljard dollar. De druk op de industrie is de voorbije weken aangegroeid. Het toegenomen aanbod van de Organization of Petroleum Exporting Countries (Opec) en de escalerende internationale spanningen onder de handelsoorlog van de Amerikaanse president Donald Trump hebben het beleggerssentiment ondermijnd.

De prijs van brent-olie daalde de voorbije weken kortstondig onder de 60 dollar per vat, waarbij sommige analisten voorspellen dat de prijzen in de tweede helft van 2025 meer dan een vijfde lager zullen liggen dan het gemiddelde van 81 dollar vorig jaar.

Aandeelhouders vragen zich volgens analisten af welke grote bedrijven de kostenbeheersing en balanssterkte hebben om de hogere dividenden en aandeleninkoopprogramma’s van de voorbije jaren te handhaven. ” Beleggers vragen zich af welke partij als eerste gaat bezuinigen”, beklemtoonde Biraj Borkhataria, analist bij RBC Capital Markets. “Gezien de onzekerheid in de markt zoeken beleggers naar geruststelling.”

Inmiddels heeft de Italiaanse multinational al de resultaten over het eerste kwartaal van dit jaar bekend gemaakt. “Die resultaten bieden een inzicht in de manier waarop de bedrijven op de uitdagingen reageren”, geven de analisten aan. Eni beloofde zijn uitgaven dit jaar met minstens 500 miljoen dollar te verlagen en benadrukte dat zijn kasstroom bij een olieprijs van 65 dollar per vat 2 miljard dollar – 15 procent – ??lager zou uitvallen dan verwacht.

Maar het bedrijf beloofde de aandeelhoudersuitkeringen intact te houden. Analisten van HSBC Holdings zeiden dat deze strategie aan de concurrenten van het Italiaanse concern een blauwdruk voor actie bood, maar voegde eraan toe dat niet iedereen een voldoende sterke balans had om die ambities te realiseren.

In de hele sector schalen bedrijven hun investeringen terug als reactie op de dalende olieprijs. “We verwachten nu dat de wereldwijde uitgaven voor upstream-ontwikkeling voor het eerst sinds 2020 een daling zullen vertonen”, benadrukte aldus Fraser McKay, analist bij het bureau Wood Mackenzie.

De meeste analisten verwachten voor de oliebedrijven een zwak kwartaal. “Maar de scherpste daling van de olieprijzen vond plaats na afloop van de verslagperiode”, wordt er opgemerkt. “Beleggers zullen dus het meest geïnteresseerd zijn in de vooruitzichten die de bedrijven bieden.”

Shell en ExxonMobil

Van de grote Europese bedrijven lijkt volgens de analisten Shell beter voorbereid op de tegenwind. “Wael Sawan, topman van Shell, beloofde in maart de helft van de kasstroom van het concern”, wordt er benadrukt. “Sawan kondigde ook aan dat het bedrijf zijn eigen aandelen zou kunnen blijven inkopen indien de olieprijs tot 50 dollar per vat zou dalen en gaf te kennen ook zelfs bij een prijsniveau van 40 dollar per vat zijn dividend te zullen handhaven.”

De meest kwetsbare oliegroep is volgens de analisten waarschijnlijk British Petroleum, dat onder druk staat van de activistische belegger Elliott Management. “De belofte om tussen 30 procent en 40 procent van de kasstroom aan de aandeelhouders uit te keren, was gebaseerd op een olieprijs van 71,50 dollar per vat dit jaar”, werpen de analisten op. “Elke dollar die onder dat niveau blijft, zal de winst van British Petroleum naar eigen zeggen met ongeveer 340 miljoen dollar verlagen.”

In de Verenigde Staten kunnen er volgens de analisten ook verschillen tussen ExxonMobil en Chevron worden opgemerkt. “ExxonMobil kan terugvallen op een sterke basis activa”, betoogt Jason Gabelman, analist bij TD Cowen. “Het bedrijf kan hierdoor de uitkeringen aan de aandeelhouders tot ver in 2026 handhaven. Daarentegen kan worden verwacht dat Chevron zijn vooruitzichten zal bijstellen. “Het bedrijf kondigde eerder aan een bedrag tussen 10 miljard dollar en 20 miljard dollar aandelen – afhankelijk van prijsniveaus tussen 60 dollar en 85 dollar per vat – te kunnen inkopen. Een daling van de olieprijs zou echter kunnen betekenen dat de inkoop van aandelen in de toekomst naar beneden wordt bijgesteld.”

Naast de grote oliemaatschappijen waarschuwen ook de producenten van schalie-olie en de toeleveranciers van de olievelden voor de lage marktprijzen. Onder meer Baker Hughes, Halliburton en Schlumberger hebben recent al hun bezorgdheid over de verslechterende vooruitzichten geuit.

Meer over dit onderwerp:

Posted in energie | Reacties uitgeschakeld voor Olieconcerns bereiden zich voor op een moeilijk jaar

Emissies Europese luchtvaart hoger dan voor uitbraak covid-pandemie 

Posted by managing21 on april 28th, 2025

De Europese luchtvaartmaatschappijen zullen dit jaar wellicht hogere emissies laten optekenen dan de niveaus die voor de uitbraak van de covid-pandemie werden geregistreerd. Deze evolutie maakt duidelijk dat de luchtvaartsector een zware strijd moet leveren om zijn emissies terug te dringen. Dat blijkt uit een rapport van de milieugroep Transport & Environment. Inmiddels probeert de luchtvaartsector bij de Europese Commissie soepeler regels op het gebied van leefmilieu te verkrijgen.

De uitstoot van koolstofdioxide door de vluchten van Europese luchtvaartmaatschappijen zal volgens Transport & Environment dit jaar waarschijnlijk een niveau van 195,2 miljoen ton bedragen. Dat zou een stijging met 4 procent tegenover de volumes van 2019 betekenen. Het volume zou ook hoger liggen dan de uitstoot van 187,6 miljoen ton die vorig jaar, toen de uitstoot zich bijna volledig van de covid-pandemie had hersteld, werd geregistreerd. 

De Europese luchtvaartmaatschappijen hebben zich er gezamenlijk toe verbonden om tegen 2050 de netto uitstoot van koolstofdioxide tot nul te herleiden. Die ambities moeten door een aantal nieuwe technologieën, waarbij vooral naar alternatieve brandstoffen wordt gekeken, worden gerealiseerd. Daarnaast wordt ook gerekend op de inzet van efficiëntere vliegtuigen en motoren, terwijl ook het beheer van het luchtverkeer zou moeten worden geoptimaliseerd. Tenslotte zou ook op emissiehandelssystemen beroep worden gedaan.

Maar luchtvaartmaatschappijen hebben geklaagd dat duurzame vliegtuigbrandstof te duur is en er bovendien onvoldoende voorraden worden geproduceerd. De luchtvaartbedrijven hebben recent bij de Europese Unie dan ook aangedrongen om een aantal milieuregels te versoepelen. De brandstofbedrijven worden door de Europese Unie verplicht om aan de luchtvaartsector steeds meer kunstmatige brandstoffen te leveren. De topmanagers van vier van de grootste luchtvaartmaatschappijen in de regio, waaronder Ryanair en Lufthansa, voeren echter aan dat die verplichting waarschijnlijk zal moeten uitgesteld.

Dit jaar moet 2 procent van de brandstoffen voor de Europese luchtvaart door synthetische bronnen worden geleverd. Dit niveau was volgens de sector haalbaar, maar een stijging tot 6 procent in 2030 zou volgens de maatschappijen onmogelijk zijn. Daarbij wordt gewezen naar de huidige productieniveaus en de beperkte investeringen die de grote oliebedrijven voor nieuwe brandstoffen reserveren. In het Verenigd Koninkrijk zou tegen 2030 zelfs het gebruik van 10 procent duurzame brandstoffen worden vereist.

De toplui van de luchtvaartmaatschappijen hebben ook aangedrongen om de belangrijkste prijssystemen voor emissies die de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk hebben vastgelegd te versoepelen en in lijn te brengen met een goedkopere wereldwijde norm. De Europese Unie merkt echter op dat het toenemend aantal vluchten de noodzaak van actie onderstreept om de klimaatdoelstellingen te halen. Daarbij werd benadrukt dat de luchtvaart meer inspanningen moet leveren om die doelstellingen te halen.

Explosieve toename

Luchtvaartmaatschappijen produceren ongeveer 4 procent van de totale emissies van broeikasgassen die in de Europese Unie worden geproduceerd. De stijging die Transport & Environment registreerde, moet worden toegeschreven aan het feit dat sinds het einde van de covid-pandemie het aantal vliegtuigreizen explosief is toegenomen. Luchtverkeersleider Eurocontrol heeft vastgesteld dat het luchtverkeer in veel lidstaten van de Europese Unie inmiddels al tot boven het niveau van 2019 is gestegen. “Verwacht mag worden dat het aantal vluchten binnen heel Europa in de eerste helft van dit jaar het niveau van 2019 zal overtreffen”, wordt er opgemerkt.

De Europese Unie herziet momenteel de reikwijdte van zijn platform voor emissiehandel, het belangrijkste instrument voor emissiereductie dat binnen het eigen gebied wordt gebruikt. Het systeem brengt momenteel aan de luchtvaartmaatschappijen alleen kosten in rekening voor de emissies van vluchten binnen Europa. Vluchten buiten de regio vallen in plaats daarvan onder de internationale compensatieregeling van het Carbon Offsetting and Reduction Scheme for International Aviation (Corsia), dat echter voor vervuiling veel minder in rekening brengt.

Dit betekent dat de meest vervuilende langeafstandsvluchten op verre bestemmingen voor hun uitstoot van koolstofdioxide minder betalen dan kortere vluchten binnen Europa. De route met de grootste uitstoot was vorig jaar de verbinding tussen Londen en New York. Daarbij zou 1,4 miljoen ton koolstofdioxide zijn geproduceerd.

Indien Corsia niet wordt versterkt, zou de Europese Commissie naar eigen zeggen eventueel kunnen voorstellen om de reikwijdte van het Emissions Trade System uit te breiden naar vluchten die vanuit de Europese Unie naar andere bestemmingen vertrekken. Analisten hebben echter al gewaarschuwd dat deze aanpak waarschijnlijk op felle weerstand van landen zoals de Verenigde Staten zou stuiten. Transport & Environment schatte dat de uitbreiding van het Europese systeem voor emissiehandel naar alle vluchten de luchtvaartmaatschappijen vorig jaar ongeveer 7,5 miljard euro zou hebben gekost.

Krisztina Hencz, manager luchtvaartbeleid bij Transport & Enviromnemt, benadrukte dat de herziening van de emissiemarkten in de Europese Unie een kans bood om een maas in de wet te dichten en de markt naar de uitstoot van de volledige luchtvaart uit te breiden . “De sector blijft de werkelijke kosten van zijn vervuiling ontwijken”, gaf Hencz aan.

Airlines4Europe, de belangenvereniging van de luchtvaartindustrie, beklemtoonde dat de Europese industrie voorop loopt in de decarbonisatie van de sector. “Er mag dan wel aandacht worden gevestigd op de vraag om de Europese luchtvaartmaatschappijen nog strengere beperkingen op te leggen, maar dit draagt weinig bij tot de vermindering van de uitstoot van de wereldwijde luchtvaart”, benadrukten woordvoerders van Airlines4Europe. “Bovendien groeit op die manier het risico dat het Europese leiderschap op het gebied van duurzame luchtvaart wordt ondermijnd.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in luchtvaart & ruimtevaart, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Emissies Europese luchtvaart hoger dan voor uitbraak covid-pandemie 

Economische zorgen kunnen resultaten luchtvaartmaatschappijen drukken

Posted by managing21 on april 28th, 2025

In de loop van de volgende weken presenteren de Europese luchtvaartmaatschappijen hun resultaten over het eerste kwartaal van dit jaar. Daarbij zal eventueel rekening moeten worden gehouden met een groeiende bekommernis dat de economische onzekerheid de vraag naar reizen zou kunnen vertragen en de winst zou kunnen bedreigen. Dat kan onder meer worden afgeleid uit een onderzoek van de European Travel Commission, waaruit blijkt dat Europeanen voor de volgende zomer minder reisplannen maken.

De resultaten over het eerste kwartaal van het jaar bieden de luchtvaartmaatschappijen vooruitzichten over het lucratieve zomerseizoen. Maar uit het onderzoek van de European Travel Commission blijkt dat de huidige onzekere economische context vele Europese reizigers om zich voorzichtig op te stellen. Vooral Generation Z zou zijn reisplannen mogelijk drastisch kunnen terugschroeven.

“Voor Europese luchtvaartmaatschappijen ligt het grootste risico in de vraag en de omzet per reiziger”, stopt Ruairi Cullinane, analist bij RBC Bank, in een commentaar op de resultaten van het onderzoek. “De lagere brandstoffen zouden daarentegen op de resultaten een positief effect moeten hebben.”

De aarzeling bij de Europese consumenten is het eerste teken van een mogelijke vertraging in de vraag naar reizen sinds het einde van de covid-pandemie. Sindsdien werd met een aanhoudend groeiende vraag naar reizen rekening gehouden. Dat leidde voor een groot deel van de luchtvaartsector tot een sterke winstgroei.

De wereldwijde economische instabiliteit, veroorzaakt door de dreigementen met invoerheffingen van de Amerikaanse president Donald Trump, leidt echter tot een toenemende angst voor een recessie in Europa. Velen maken zich zorgen dat de uitgaven van de consumenten en reizigers onder deze dreiging zouden kunnen lijden. Analisten erkennen dat het risico op een verschuiving in de vraag weliswaar aanwezig was, maar beklemtonen dat er nog geen sprake is van een aanzienlijke daling in de interesse. “De vraag-indicatoren staan ??niet allemaal op rood”, benadrukte Cullinane.

Bij de kwartaalresultaten van de Europese luchtvaartmaatschappijen verwachten de analisten enige impact van de latere Paasdatum, waardoor immers een belangrijke periode voor de winsten van de luchtvaartmaatschappijen naar een latere periode in het boekjaar wordt verschoven. De luchtvaartmaatschappijen hebben weliswaar nog geen duidelijk negatieve resultaten opgemerkt, maar volgens het onderzoek van de European Travel Commission in bij Generation Z de interesse in een reis tussen april en september van dit jaar met ongeveer 10 procent is gedaald tegenover dezelfde periode vorig jaar.

Sommigen beweren dat Generatie Z gevoeliger is voor hogere kosten, maar consumenten uit deze leeftijdsgroep die wel een reis boeken, hebben vaak een hoger budget dan de meeste van hun leeftijdsgenoten. “De voorbije jaren is Generation Z over het algemeen voorzichtiger geweest met zijn reisplannen”, betoogde Eduardo Santander, chief executive van de European Travel Commission.

“De leeftijdsgroep plant minder reizen dan oudere generaties”, werpt Santander op. “Daarbij moet ook een lichte daling in het aantal plezierreizen worden opgemerkt. Meer Europeanen reizen voor specifieke evenementen.” Het totaal aantal geplande reizen voor de periode tussen april en september dit jaar is bij het algemene Europese publiek met 3 procent gedaald tegenover dezelfde periode vorig jaar. Bij vrijetijdsreizen is er echter sprake van een daling met 8 procent.

Ryanair had gewaarschuwd dat de ticketprijzen deze zomer mogelijk een bescheiden groei zouden laten optekenen, maar er werd aan toegevoegd dat dit de verliezen van vorig jaar mogelijk niet zou kunnen goedmaken. Air France-KLM gaf aan te overwegen om de tarieven voor economy class te verlagen in een poging om de transatlantische reizen te stimuleren. Europeanen boeken al minder reizen naar de Verenigde Staten sinds de Amerikaanse president Donald Trump in januari aan een tweede ambtstermijn begon. Daarbij wordt vaak gewezen naar bekommernissen over politieke risico’s en mogelijke immigratieproblemen.

Klimaat

Bronnen binnen de Europese luchtvaartindustrie stellen dat de internationale vraag onmiddellijk na de invoering van de vergaande invoerheffingen door Donald Trump begin april enigszins was afgenomen, waarbij sommige potentiële passagiers zich terugtrokken totdat de politieke onzekerheid was afgenomen. Maar analisten werpen op zich over de resultaten van de luchtvaartmaatschappijen nog niet al te veel zorgen te maken.

“Het beleid van de luchtvaartmaatschappijen is momenteel op een matige capaciteitsgroei gericht”, werpt Stephen Furlong, analist bij het bureau Davi, op. “Tegelijkertijd is de vraag voldoende robuust om redelijke rendementen voor luchtvaartmaatschappijen te handhaven.” Dudley Shanley, analist bij het bureau Goodbody, wijs er wel op dat beleggers bijzonder gefocust zijn op mogelijke overloopeffecten van de zwakke ticketprijzen in Noord-Amerika naar de interne Europese markt.

Extreme weersomstandigheden en stijgende temperaturen zorgen eveneens voor een verschuiving in de vraag. Daarbij is de interesse in reizen naar het zuidelijke Middellandse Zeegebied tijdens de zomer tegenover dezelfde periode vorig jaar met 8 procent gedaald. Toch blijven Italië en Spanje bij de Europese reizigers tot de populairste bestemmingen in de regio te behoren. Ongeveer 28 procent van alle Europese toeristen reist liever naar mildere klimaten om hoge temperaturen te vermijden. De interesse in reizen naar Noord-Europa en Oost-Europa kent een jaarlijkse groei.

“Omdat klimaatverandering de reisbeslissingen beïnvloedt, zouden toeristische bedrijven in warmere gebieden hun programma’s moeten aanpassen”, werpen de onderzoekers op. “Daarbij zouden tijdens de warmste periodes van dag binnenactiviteiten moeten worden gepromoot. Bovendien zouden marketing en verkoop zich om het mildere tussenseizoen moeten richten.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in luchtvaart & ruimtevaart, toerisme | Reacties uitgeschakeld voor Economische zorgen kunnen resultaten luchtvaartmaatschappijen drukken

Chinese autobouwer Byd neemt grootste autoschip ter wereld in gebruik

Posted by managing21 on april 26th, 2025

De Chinese autofabrikant Byd en scheepsbouwer China Merchants hebben het grootste autoschip ter wereld in de vaart gebracht. De Byd Shenzhen, ontworpen door het bureau Deltamarin, kan immers 9.200 auto’s – verdeeld over zestien dekken – vervoeren. Daarmee klopt de Byd Shenzhen het vorige record van de Höegh Aurora, die in augustus vorig jaar werd opgeleverd en een capaciteit van 9.100 wagens had. Het schip dreigt echter zijn titel weer snel te moeten afstaan. Voor volgend jaar wordt immers een autoschip met een capaciteit van 9.300 wagens aangekondigd.

De Byd Shenzhen maakt deel uit van een klasse van vier schepen en markeert verschillende belangrijke ontwikkelingen die in de sector worden opgemerkt. Twee schepen worden gebouwd op de Nanjing Shipyard en twee op  de Jiangsu Shipyard. Het nieuwe schip, met een draagvermogen van 16.300 ton, is tevens voorzien van diverse technologieën om de efficiëntie te verhogen. Het schip wordt aangedreven door vloeibaar aardgas en is uitgerust met bijzonder efficiënte, energiezuinige hoofdmotoren die een snelheid van 19 knopen mogelijk maken.

De BYD Shenzhen moet in eerste instantie de Braziliaanse markt bedienen. – Foto: Byd

Het schip is verder uitgerust met een verdampingscondensor, een coating die de weerstand verkleint en de kiel beschermt tegen de aangroei van mosselen, algen of andere organismen. Daarnaast is ook een batterijpakket, met een vermogen van één megawatt, geïnstalleerd. Het autoschip is bovendien geschikt om van walstroom gebruik te maken.

Byd kondigde in 2022 plannen aan om een ??vloot autotransporters te lanceren ter ondersteuning van de wereldwijde omzetgroei en toeleveringsketen. Het bedrijf kondigde aan ongeveer 687 miljoen dollar te investeren in de ontwikkeling van een vloot van acht autotransporters. Het eerste schip van dat order was de Byd Explorer, die in januari vorig jaar werd opgeleverd. In december vorig jaar volgden de Byd Changzhou en de Byd Hefei, de eerste Pure Car and Truck Carrier (PCTC) van het bedrijf. Deze drie schepen hadden een capaciteit van 7.000 wagens.

De lancering van het grootste autoschip ter wereld valt volgens analisten echter op een ogenblik dat de Chinese productie van elektrische wagens steeds meer weerstand ondervindt. De Europese Unie besloot in oktober vorig jaar om invoerheffingen op te leggen aan de Chinese fabrikanten invoerheffingen, die immers van oneerlijke Chinese overheidssubsidies zouden hebben genoten en tot een mogelijke verstoring van de markt zouden kunnen leiden. In de Verenigde Staten worden eveneens plannen gemaakt om invoerheffingen op te leggen aan elke auto die in het buitenland is geproduceerd en op de Amerikaanse markt wordt ingevoerd.

Brazilië

Byd verkoopt momenteel geen voertuigen in de Verenigde Staten, maar is al wel tot het grootste elektrische autobedrijf van de wereld uitgegroeid. Het voorbije jaar rapporteerde het bedrijf een buitenlandse verkoop van 417.200 eenheden en in het eerste kwartaal van dit jaar werden er meer dan 25.000 eenheden naar het buitenland verscheept.

De nieuwe Byd Shenzhen zal in eerste instantie een verbinding moeten verzorgen met Brazilië, volgens Byd één van de snelst groeiende markten voor elektrische auto’s in de wereld. Byd verkocht vorig jaar in Brazilië 75.700 wagens. Dat betekende een stijging met 328 procent tegenover het jaar voordien.

De sector van het autotransport heeft de voorbije jaren een sterke groei doorgemaakt. Dit heeft bij de scheepsbouwers tot recordorders, terwijl ook de omvang van de schepen is toegenomen. De Byd Shenzhen zal zijn titel als grootste autoschip van de wereld dan ook wellicht niet lang kunnen dragen. Wallenius Wilhelmsen wil volgend jaar een schip met een capaciteit van 9.300 voertuigen in de vaart brengen. Ook dit schip is met een aantal innovaties, waaronder de mogelijkheid om methanol als belangrijkste brandstof te gebruiken.

Met dat schip maakt ook de nieuwe Shaper Class van Wallenius Wilhelmsen zijn debuut. De schepen worden tevens gebouwd om op ammoniak over te schakelen zodra dit product beschikbaar komt als maritieme brandstof. De eerste zes schepen van de Shaper Class zullen elk een capaciteit hebben van 9.300 eenheden. In november vorig jaar kondigde Wallenius Wilhelmsen echter acht schepen uit de klasse naar een capaciteit van 11.300 voertuigen te zullen uitbreiden. In totaal zouden momenteel veertien schepen uit de Shaper Class bij de Jingling Shipyard van China Merchants in bestelling zijn.

Meer over dit onderwerp:

Posted in automotive, scheepvaart, transport & logistiek | Reacties uitgeschakeld voor Chinese autobouwer Byd neemt grootste autoschip ter wereld in gebruik

Diepzeemijnbouw genereert aanzienlijke ecologische en economische risico’s

Posted by managing21 on april 25th, 2025

Diepzeemijnbouw gaan niet alleen gepaard met aanzienlijke ecologische, sociale en economische risico’s die verstrekkende gevolgen kunnen hebben voor kustgemeenschappen en kleine eilandstaten, maar zal waarschijnlijk ook voor het bedrijfsleven, waaronder verzekeraars en investeerders, negatieve gevolgen hebben. Dat blijkt uit een studie van de University of British Columbia en de Dona Bertarelli Philanthropy.

Diepzeemijnbouw zal volgens het rapport naar verwachting de negatieve impact op de ecologische indicatoren met 13 procent verhogen. “Dit betekent een bijzonder significante weerslag”, werpt onderzoeksleider Rashid Sumaila, hoogleraar aan het Institute for the Oceans and Fisheries (IOF) en de School of Public Policy and Global Affairs (SPPGA) van de University of British Columbia, op. “Daarbij moet vooral gekeken worden naar de toegenomen kwetsbaarheid van de kust, vervuiling en een verlies aan biodiversiteit.”

“De risico’s die samenhangen met diepzeemijnbouw reiken veel verder dan de loutere milieudegradatie”, werpt Sumaila aan. “De activiteiten vormen een aanzienlijk gevaar voor mariene ecosystemen, kustgemeenschappen en inheemse gemeenschappen, maar vormen ook voor bedrijven, vooral voor de verzekeringssector, een bedreiging.”

“De potentiële aansprakelijkheden die inherent zijn aan de activiteiten van diepzeemijnbouw vereisen een herziening van de huidige verzekeringsmodellen”, verduidelijkt Sumaila. “Onze analyse gaf aan dat de toegenomen risicofactoren zullen leiden tot een gevoelige stijging van de economische risico’s. Daarbij moet rekening worden gehouden met een geschatte toename van 11 procent aan bedreigingen. Onder meer contractbreuk, in de hand gewerkt door de ongunstige impact, kan daarbij een rol spelen. Dit kan grote gevolgen hebben voor verzekeraars.”

De onderzoekers wijzen erop dat de klimaatverandering – onder meer door een stijgende zeespiegel, meer frequente orkanen en extreme weersomstandigheden – de verzekeringsmarkt in kustgebieden al heeft verstoord. “Denk bijvoorbeeld aan locaties zoals Florida, waar de kust steeds kwetsbaarder wordt voor orkanen, een stijgende zeespiegel en overstromingen”, verduidelijken de wetenschappers. “Verzekeraars trekken zich uit deze risicogebieden terug. Als het overstromingsrisico in een regio met 11 procent stijgt, zou dat op verzekeraars een afschrikwekkend effect hebben. Dat is ook bij de impact van diepzeemijnbouw het geval.”

“We hebben ook de onverwachte impact van rampen met olie of gas op het mariene milieu ervaren”, stippen de onderzoekers nog aan. “Het ongeval met de olietanker Exxon Valdez in Alaska in 1989 had verwoestende gevolgen voor het lokale milieu en leidde ertoe dat Exxon miljarden dollars aan schoonmaakkosten en schadevergoedingen moest betalen. De ramp met het boorplatform Deepwater Horizon in de Golf van Mexico in 2010 wordt bestempeld als een van de grootste milieurampen in de wereldgeschiedenis en heeft ook nu nog steeds gevolgen voor het gebied. Bovendien heeft British Petroleum (BP), de uitbater van Deepwater Horizon, door de ramp miljarden dollar economische kosten moeten dragen. Omwonenden blijven ook lijden onder aanhoudende gezondheidsproblemen.”

Kleine eilandstaten

“De rampen met de Exxon Valdez en Deepwater Horizon gebeurden in ontwikkelde landen”, werpen de onderzoekers op. “Op kleine eilandstaten, die zich dichter in de nabijheid bevinden van de gebieden waar diepzeemijnbouw zou worden gestart, kan die invloed wellicht nog veel groter zijn. Veel eilandstaten krijgen onder de invloed van de klimaatverandering al te maken met een uittocht van particuliere verzekeraars. De klimaatverandering heeft immers tot hogere risicoscores geleid. Een dekking door een verzekeraar is daardoor extreem duur of zelfs helemaal onbeschikbaar geworden.”

“Het vertrek van de particuliere verzekeraars dwingt de overheden vaak om staatsgesteunde verzekeringen met een beperkte dekking aan te bieden. In een dergelijk scenario kan een hoge risicoscore een negatieve invloed hebben op de kredietwaardigheid van een land, waardoor de kredietkosten stijgen. Dit maakt het voor kleine eilandstaten moeilijker om internationale financiering te verkrijgen om infrastructuurprojecten op te zetten of plannen voor een adaptatie aan de klimaatverandering te realiseren.”

“Visserij en toerisme – voor veel kleine eilandstaten belangrijke economische sectoren – zijn eveneens rechtstreeks met de stabiliteit van het leefmilieu verbonden. Indien de risicoscores stijgen als gevolg van klimaatbedreigingen of een aantasting van het ecosysteem door diepzeemijnbouw, kunnen bedrijven verliezen lijden. Dit kan op zijn beurt leiden tot instabiliteit van de werkgelegenheid, ontmoediging van investeringen, beperkingen op de financiële groei en economische instabiliteit.”

Professor Sumaila wijst er daarbij op dat de geplande activiteiten op het gebied van diepzeemijnbouw momenteel in grote mate op de Clarion-Clipperton Zone in de Stille Oceaan. “Deze zone is wereldwijd een van de belangrijkste gebieden voor de tonijnvisserij”, voert hij aan. “De stijgende oceaantemperatuur zorgen er nu al voor dat verscheidene tonijnsoorten oostwaarts migreren, waardoor de vangst binnen de exclusieve economische zones van de eilandstaten in de Stille Oceaan afneemt. Deze landen zouden daarbij tegen 2050 een potentieel economisch verlies van mogelijk 140 miljoen dollar per jaar moeten vrezen.”

“Diepzeemijnbouw kan sedimentpluimen, geluidsoverlast en lichtvervuiling veroorzaken en kan leiden tot het lozen van water met hogere concentraties metalen”, geeft professor Sumaila aan. “Dit kan de habitats van tonijn verstoren en hun migratiepatronen veranderen, wat een verwoestend effect zou hebben op de duurzaamheid van de tonijnvisserij en de economische veerkracht van de eilandstaten.”

De studie pleit voor een verschuiving naar strategieën voor een circulaire economie, zoals een verbeterde recycling en een stedelijke mijnbouw, die duurzame alternatieven voor diepzeemijnbouw zouden kunnen bieden. “Deze benaderingen zouden de risico’s voor alle betrokken partijen kunnen verminderen”, benadrukken de wetenschappers. “Het zou immers mogelijk zijn om de ecologische en economische onzekerheden van de diepzeemijnbouw te verminderen.”

Professor Sumaila wijst er nog op dat recent een proces is ontwikkeld om bijna al het lithium uit gebruikte accu’s van elektrische voertuigen te recycleren. “Dit is een voorbeeld van een alternatieve technologie die zouden helpen voldoen aan de groeiende vraag naar cruciale materialen en tegelijkertijd de ecologische en sociale risico’s van de activiteit drastisch zouden kunnen verminderen”, beklemtoont hij.

“Circulaire oplossingen kunnen de efficiëntie in het gebruik van hulpbronnen maximaliseren, de levenscyclus van materialen verlengen en het hergebruik van gebruikte metalen bevorderen. Deze aanpak zal niet alleen de vraag naar nieuwe mineralen verminderen, maar zal ook de hoeveelheid afval minimaliseren. Dit zal helpen om de totale ecologische voetafdruk van het grondstoffenverbruik aanzienlijk verminderen.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in grondstoffen | Reacties uitgeschakeld voor Diepzeemijnbouw genereert aanzienlijke ecologische en economische risico’s

Verenigde Staten willen diepzeemijnbouw stimuleren

Posted by managing21 on april 25th, 2025

De Verenigde Staten willen de ontginning van de zeebodem stimuleren. Daarvoor heeft de Amerikaanse president Donald Trump een decreet ondertekend. Het initiatief moet de Amerikaanse productie van nikkel, koper en andere cruciale mineralen – die op grote schaal in de economie worden gebruikt – opvoeren. Op die manier zouden de Verenigde Staten de Chinese dominantie bij de ontginning van mineralen willen doorbreken. Er heerst nochtans heel wat verzet tegen een ongebreidelde ontginning van de zeebodem.

Het decreet beoogt de mijnbouw in zowel Amerikaanse als internationale wateren een impuls te geven. Bepaalde regio’s van de oceanen bevatten naar schatting grote hoeveelheden polymetallische knollen, aardappelvormige gesteenten die gevuld zijn met grondstoffen voor elektrische voertuigen en elektronica. Volgens een woordvoerder van de Amerikaanse regering bevindt zich in de nationale wateren van het land naar schatting meer dan 1 miljard ton polymetallische knollen, die gevuld zijn met mangaan, nikkel, koper en andere cruciale mineralen.

“De ontginning van de polymetallische knollen zou het Amerikaanse bruto binnenlandse product in tien jaar tijd met 300 miljard dollar kunnen verhogen en 100.000 banen kunnen creëren”, werpt de woordvoerder op. “We willen dat Verenigde Staten in de ontginning van deze mineralen een voorsprong op China verwerft.”

Het nieuwe decreet moet leiden tot het verstrekken van vergunningen voor ontginningen langs het Amerikaanse buitenste continentale plateau. Verder wordt de Amerikaanse regering opgedragen een rapport uit te brengen met een overzicht van gebieden die voor een potentiële exploratie van de zeebodem in aanmerking zouden komen. Daarbij zouden de Verenigde Staten ook samen met hun bondgenoten moeten kijken naar manieren om grondstoffen in internationale wateren te delen. Elk land kan diepzeemijnbouw toestaan ??in zijn eigen territoriale wateren, tot ongeveer 200 zeemijl uit de kust. 

Verdeelde reacties

Verschillende bedrijven hebben al interesse laten blijken in een ontginning van polymetallische knollen in de Amerikaanse wateren. Impossible Metals heeft de Amerikaanse regering recent verzocht een commerciële veiling te starten voor toegang tot afzettingen van nikkel, kobalt en andere kritieke mineralen voor de kust van Amerikaans-Samoa. Andere bedrijven die interesse in de sector tonen zijn onder meer The Metals Company, JSC Yuzhmorgeologiya Rusland, Blue Minerals (Jamaica), China Minmetals en Marawa Research and Exploration (Kiribati).

Diepzeemijnbouw roept echter verdeelde reacties op. Voorstanders van de ontginning van de zeebodem de behoefte aan grootschalige mijnbouwactiviteiten op land, die bij de lokale bevolking vaak impopulair blijken, zou verminderen. Milieugroeperingen roepen daarentegen op tot een volledig verbod op diepzeemijnbouw. Zij waarschuwen dat industriële activiteiten op de oceaanbodem onomkeerbaar verlies aan biodiversiteit kunnen veroorzaken.

De International Seabed Authority, opgericht in het kader van de Convention on the Law of the Sea van de Verenigde Naties, zoekt al geruime tijd naar een wettelijk kader om de diepzeemijnbouw in internationale wateren te reguleren. Er moeten echter nog veel meningsverschillen – onder meer over de acceptabele niveaus van milieuschade die door de activiteit kan worden veroorzaakt – worden opgelost. De conventie voor de bescherming van de zee werd door de Verenigde Staten trouwens nog steeds niet geratificeerd.

De Amerikaanse toegang tot cruciale mineralen is de voorbije maanden sterk gedaald. China heeft de export van een aantal cruciale mineralen immers beperkt. Dit heeft op zijn beurt de druk op de Amerikaanse regering opgevoerd om de binnenlandse mijnbouw te stimuleren. De Amerikaanse regering heeft recent de vergunningverlening voor tien mijnbouwprojecten in de Verenigde Staten versneld en een verkort goedkeuringsproces ingevoerd voor mijnbouwprojecten op federaal grondgebied. De Amerikaanse regering heeft ook aangekondigd de bouw van een van de grootste kopermijnen van het land te zullen goedkeuren.

Meer over dit onderwerp:

Posted in grondstoffen | Reacties uitgeschakeld voor Verenigde Staten willen diepzeemijnbouw stimuleren

Duitse herbewapening markeert industriële verschuiving

Posted by managing21 on april 25th, 2025

In Duitsland wordt een belangrijke industriële verschuiving merkbaar. Terwijl de automobielconstructie, de machinebouw en de chemische sector met een inkrimping worden bedreigd, biedt de wapenindustrie nieuwe mogelijkheden. Dat zegt Patricia Nelson, Duits correspondent van de Britse zakenkrant Financial Times.

“In december vorig jaar maakte het defensieconcern KNDS Group, tien jaar geleden ontstaan uit een fusie van het Duitse bedrijf Krauss-Maffei Wegmann met de Franse onderneming Nexter Systems, bekend om in de Oostduitse stad Görlitz de oude treinfabriek van Alstom over te nemen”, merkt Patricia Nelson op. “Het defensieconcern gaf aan op de site onderdelen voor gevechtstanks en gevechtsvoertuigen te zullen produceren.”

Daarmee kon een gedeelte van de lokale tewerkstelling worden gered. Net zoals veel andere fabrikanten in West-Europa besliste Alstom immers de productie te verplaatsen naar landen met lagere arbeidskosten. Alstom had in Görlitz ongeveer zevenhonderd werknemers. Na de overname door de KNDS Group zouden er nog een 350-tal arbeidsplaatsen overnemen.

“De overname van een treinfabriek door een defensiebedrijf is tekenend voor de industriële verschuiving waarmee Duitsland wordt geconfronteerd”, werpt Nelson op. “De productie in de meest energie-intensieve sectoren van Duitsland is tegenover 2021 met 20 procent gedaald.” Dat tijdstip vertegenwoordigde immers een cruciale ontwikkeling voor de Duitse economie. Eén jaar later zou Rusland immers zijn oorlog tegen Oekraïne lanceren en verloor Duitsland zijn toegang tot goedkoop aardgas.

“Sindsdien zijn families in heel Duitsland eraan gewend geraakt om bedrijven uit de autoconstructie, de machinebouw en de chemische industrie te zien wankelen en verdwenen ook veel goedbetaalde banen die generaties lang de inkomsten van gezinnen garandeerden”, geeft Nelson nog aan. “Voor veel inwoners van het voormalige communistische Oost-Duitsland markeert de huidige malaise de tweede golf van desindustrialisatie die ze sinds de hereniging van het land in 1990 hebben moeten verwerken.”

Daarom biedt de historische herbewapening van Duitsland volgens Nelson een bescheiden lichtpunt in een land waar sinds het begin van de covid-pandemie in de industrie bijna een kwart miljoen banen zijn verdwenen. “Octavian Ursu, burgemeester van Görlitz, zei dat andere steden binnenkort een soortgelijke industriële transitie zouden kunnen kennen als de regio waarin zijn kiesdistrict is gesitueerd”, stipt Nelson aan. “Nu er grote investeringen naar herbewapening vloeien, is het volgens Ursu waarschijnlijk dat dit soort veranderingen op industriële locaties zal blijven plaatsvinden.”

De Duitse defensie-uitgaven zijn sinds 2020 met bijna 80 procent gestegen en bereikten vorig jaar een volume van meer dan 90 miljard euro. “De Duitse inspanningen op het gebied van herbewapening zullen de concurrentie tussen wapenfabrikanten voor het aantrekken van geschoolde arbeidskrachten alleen maar aanwakkeren”, geeft Nelson aan.

“Rheinmetall, Diehl Defence, Thyssenkrupp Marine Systems en de MBDA Group – vier defensiebedrijven met een sterke aanwezigheid in Duitsland – hebben de voorbije drie jaar samen meer dan 16.500 werknemers aangeworven. Dat betekende een toename van meer dan 40 procent. De concerns zijn van plan om tegen 2026 nog eens ongeveer 12.000 extra aanwervingen te doen.”

Florian Hohenwarter, operationeel directeur van de KNDS Group, beklemtoonde dat het bedrijf voor de site in Görlitz had gekozen omdat de fabriek al beschikte over de hoogopgeleide specialisten die in staat zijn om de hoogste kwaliteit componenten voor de tanks en gevechtsvoertuigen te produceren. Onder meer gespecialiseerde lassers zouden in de sector bijzonder zijn gegeerd.

“Het vinden en opleiden van de juiste mensen zal een belangrijke uitdaging zijn voor defensiebedrijven die willen opschalen”, beklemtoonde Benjamin Heelan, analist bij Bank of America. “Steeds meer bedrijven richten zich daarbij op werknemers uit krimpende sectoren zoals de autosector.”

Lokale economieën

Nelson wijst er nog op dat lucratieve overheidscontracten beursgenoteerde wapenbedrijven ertoe hebben aangezet om dividenden aanzienlijk te verhogen. Rheinmetall zou daarbij gewag maken van een verhoging met 42 procent. Bij Hensoldt, fabrikant van radars en sensoren, zou er sprake zijn van een stijging met 25 procent. Ook Renk, fabrikant van transmissiesystemen voor gevechtstanks, zou zijn dividend met 40 procent opschroeven.

Dergelijke stappen zullen volgens Nelson waarschijnlijk de druk aanwakkeren om in lokale economieën te herinvesteren. “Wanneer er Duits belastinggeld wordt gebruikt voor de nationale veiligheid, moeten er ook banen in Duitsland worden gecreëerd”, betoogde Armin Papperger, chief executive van Rheinmetall.

Rheinmetall heeft ook al interesse getoond om eventueel een aantal overbodige autofabrieken over te nemen. Daarbij werd onder meer al gekeken naar een fabriek van Volkswagen in Osnabrück, die binnenkort de deuren zou sluiten. Rheinmetall wil immers snel zijn productiecapaciteit uitbreiden om een orderportefeuille van 55 miljard euro te kunnen verwerken. Tegelijkertijd is Volkswagen van plan om zijn productie te halveren. Rheinmetall heeft samen met Hensoldt, ook toegezegd ongeveer driehonderd ontslagen werknemers van Continental en Bosch – twee van Duitslands grootste toeleveranciers van de autoconstructie – over te nemen.

“De interesse van de defensiebedrijven recupereren echter slechts een fractie van de tienduizenden banen die in de automobielindustrie verdwijnen”, waarschuwt Nelson op. “De Europese autofabrikanten bereiden zich immers voor op de impact van lagere verkopen.”

Michael Kretschmer, premier van de Duitse deelstaat Saksen, verwelkomde de opstart van een tankproductie in Görlitz. “De technologieën die in de toekomst in Görlitz zullen worden geproduceerd, zullen Europa beschermen”, voerde hij aan. “Dit is voor de stad een enorme kans en kan goede banen en een zekere tewerkstelling bieden.”

Axel Drescher, vertegenwoordiger van de vakbond IG Metall, beklemtoonde het behoud van banen toe te juichen, maar had ook vragen bij de duurzaamheid van dit type tewerkstelling. “Eigenlijk moet worden gehoopt dat de productie van tanks slechts van korte duur zal zijn”, merkte hij op. “Hopelijk komen de oorlogen snel ten einde, maar dat brengt limieten aan de duurzaamheid van de tewerkstelling in de sector.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in industrie | Reacties uitgeschakeld voor Duitse herbewapening markeert industriële verschuiving

Wetenschappelijke missie Nasa door budgetbeperking in gedrang

Posted by managing21 on april 24th, 2025

Een belangrijk deel van de toekomstige werking van de Amerikaanse National Aeronautics and Space Administration (Nasa) dreigt in het gedrang te komen. Dat is het gevolg van de zware budgetbeperkingen die Donald Trump, president van de Verenigde Staten, aan het Amerikaanse ruimtevaartbureau wil opleggen. Vooral het wetenschappelijk onderzoek bij de Nasa zou door de besparingen zwaar worden getroffen. Verschillende wetenschappers en politici hebben hun al bekommernis over de besparingen geuit. De voorstellen van Donald Trump moeten door het Amerikaanse Congres echter nog wel worden behandeld.

De Amerikaanse regering zou het budget van de Nasa voor volgend jaar aanzienlijk willen verlagen. Daarbij zou de financiering voor wetenschappelijk onderzoek worden gehalveerd. Onder meer de lancering van de hightech Nancy Grace Roman Telescope zou door de besparingen worden geschrapt. Ook een aantal andere planetaire verkenningsmissies zouden worden ingeperkt. Daarnaast zou ook het Goddard Space Flight Center – een vooraanstaand onderzoekslaboratorium van de Nasa in Greenbelt (Maryland) – mogelijk worden gesloten.

Er is in de wetenschappelijke en politieke wereld echter al heel wat onrust gerezen over de mogelijke budgetbeperkingen voor het Amerikaanse ruimtevaartbureau. “Dit is een ontwikkeling die de wetenschappelijke taak van de Nasa op de rand van de afgrond dreigt te brengen”, waarschuwde Casey Dreier, hoofd ruimtevaartbeleid van de Planetary Society. In Maryland wierpen de democratische politici Chris Van Hollen, Steny Hoyer en Glenn Ivey op dat het Amerikaanse Congres zich wellicht tegen de bezuinigingen zal verzetten.

De politici voegden eraan toe dat het inperken van het wetenschappelijk onderzoek bij de Nasa uiteindelijk China, dat zijn ruimtevaartprogramma heeft versneld, ten goede zal komen. Ook Bill Nelson, voormalig directeur van de Nasa, waarschuwde dat de Amerikaanse overheid met dit soort initiatieven het Amerikaanse ruimtevaartbureau in een diep dal brengen. “Wanneer de wetenschappelijke activiteit van de Nasa wordt geëlimineerd, zal ook het hele exploratie-programma van het ruimtevaartbureau ten gronde worden gericht. Dat zal ook gevolgen hebben voor de Amerikaanse bemande ruimtevaart.” Elon Musk, topman van het ruimtevaartbedrijf Spacex, noemde in een reactie de geplande bezuinigingen verontrustend.

Verspilling belastingsgeld

De geplande bezuinigingen maken deel uit van het plan van de regering van Donald Trump om de federale uitgaven te verminderen. In fiscaal jaar 2024 bedroeg de totale financiering van Nasa ongeveer 0,36 procent van het totale nationale budget. Het begrotingsplan is een concept voor fiscaal jaar 2026 dat zal worden herzien voordat het ter goedkeuring aan het Amerikaans Congres wordt voorgelegd. Het Office of Management and Budget heeft inmiddels al het conceptbudget naar de Nasa gestuurd.

Volgens het begrotingsplan zou de totale financiering van Nasa volgend jaar dalen tot ongeveer 20 miljard dollar. Dat zou een besparing met ongeveer 20 procent betekenen tegenover het budget van vorig jaar. Het grootste deel van dat verlies zou worden gevoeld bij het Science Mission Directorate van de Nasa, dat toezicht houdt op de wetenschappelijke missies van het Amerikaanse ruimtevaartbureau. De Nasa is inmiddels al begonnen met een personeelsinkrimping, terwijl ook een aantal kantoren zullen worden gesloten.

Een aantal waarnemers merkt op dat het nieuwe voorstel het einde zou betekenen voor miljarden dollars aan lopende en toekomstige missies. Het budget van het Science Mission Directorate zou van 7,3 miljard dollar tot 3,9 miljard dollar worden teruggebracht. Het budgetvoorstel zou een lange lijst van planetaire en astronomische missies schrappen. Het astrofysica-budget van de Nasa zou van 1,5 miljard dollar tot 487 miljoen dollar worden herleid. Bij de planetaire wetenschappen zou een daling van 2,7 miljard dollar naar 1,9 miljard dollar moeten worden doorgevoerd. Bij de aardwetenschappen zou er sprake zijn van inkrimping van 2,2 miljard dollar naar 1,03 miljard dollar.

“De geplande besparingen beëindigen onnodig een aantal functionele, productieve wetenschappelijke missies en annuleert nieuwe missies die momenteel in ontwikkeling zijn, waardoor miljarden belastinggeld wordt verspild”, waarschuwde Casey Dreier. “Dit is noch efficiënt, noch slim budgetteren.” De ruimtetelescopen Hubble en Webb – geroemd om hun lange lijst van ontdekkingen en verbluffende beelden van het heelal – zouden wel ondersteund blijven, maar er zouden geen andere telescopen meer worden gefinancierd.

Dat geldt ook voor de Nancy Grace Roman Telescope, die is ontworpen om verre sterrenstelsels en verre planeten te bestuderen vanuit een orbitale buitenpost op ongeveer 1,6 miljoen kilometer van de aarde. De hardware van de nieuwe ruimtetelescoop staat klaar en wordt geïntegreerd en getest in het Goddard Space Flight Center. De lancering van de Nancy Grace Roman Telescope is voor september volgend jaar voorzien.

Ook het Goddard Space Flight Center wordt zwaar bedreigd. “De sluiting van dat centrum zou voor de Verenigde Staten een enorm verlies betekenen”, gaf senator Chris Van Hollen aan. “De activiteiten van het Goddard Space Flight Center vormen de basis voor alle andere projecten die de Verenigde Staten in de ruimte uitvoeren. Uiteindelijk zal ook het Amerikaanse leiderschap op het gebied van technische innovatie en wetenschappelijk onderzoek worden ondermijnd.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in luchtvaart & ruimtevaart | Reacties uitgeschakeld voor Wetenschappelijke missie Nasa door budgetbeperking in gedrang

Recordprijzen gouden hebben dubbele impact op markten

Posted by managing21 on april 23rd, 2025

Op de goudmarkten is de impact van de dreigende handelsoorlogen bijzonder goed te voelen. Dat geldt onder meer voor Dubai, waar gouden sieraden van 22 karaat een traditioneel geschenk vormen voor bruiloften en religieuze aangelegenheden of als een familiebelegging worden beschouwd. Maar nu de goudprijzen recordhoogtes bereiken, zijn er volgens analisten van het persbureau Reuters duidelijke tekenen van verandering zichtbaar. Daarbij zouden kopers zich nu meer richten op diamanten en lichtere gouden sieraden.

De Amerikaanse importheffingen en een aantal andere factoren hebben de vraag naar goud als belegging aangewakkerd. “Maar de situatie voor gouden sieraden ligt anders”, benadrukte Andrew Naylor, expert Midden-Oosten bij de World Gold Council (WGC). “In markten zoals Dubai creëren deze evoluties een tweeledig effect. Enerzijds ziet men een grotere interesse in goud als veilige haven, terwijl de hoge prijzen anderzijds de vraag naar sieraden temperen.”

Die stelling wordt door verkopers en kopers in de Gold Souk van Dubai bevestigd. Winkeliers merken op dat er door de hoge prijzen voor goud nagenoeg geen potentiële klanten zijn. Ook mogelijke kopers wijzen naar de hoge goudprijzen en zeggen vaak hierdoor vaker voor diamanten te kiezen.

Dubai is al minstens tachtig jaar een trekpleister voor goudkopers. Vooral handelaars uit Iran en India zijn in het emiraat actief. In beide landen heerst immers de traditie om sieraden van 22 karaat aan te kopen als investering of versiering. Maar terwijl de goudprijs vorig jaar met 27 procent steeg, daalde de vraag naar gouden sieraden in de Verenigde Arabische Emiraten met ongeveer 13 procent. Dat is meer dan de wereldwijde terugval met 11 procent die werd opgetekend.

“De vraag naar sieraden zou dit jaar verder onder druk kunnen komen ??in belangrijke regio’s als de goudprijzen hoog of volatiel blijven”, geeft de World Gold Council aan. “Prijsschommelingen – meer dan prijsniveaus – bepalen in toenemende mate het consumentengedrag. Dat is zeker het geval in India.” Verschuivingen in het Indiase aankoopgedrag hebben op markten in de Golfregio, zoals de Verenigde Arabische Emiraten, vaak een belangrijke weerslag.

Goldman Sachs gaf in zijn prognoses recent nog aan dat de goudprijs tegen eind dit jaar naar 3.700 dollar per ounce zou kunnen stijgen. Er werd zelfs opgemerkt dat de prijzen mogelijk tot 4.500 dollar zouden kunnen oplopen. “Hogere goudprijzen zullen waarschijnlijk de vraag naar sieraden dempen”, verduidelijkte Russ Mould, directeur beleggingen bij analisten AJ Bell. “Dit geeft nog eens aan dat hoge prijzen de beste remedie tegen hoge prijzen kunnen vormen.”

Artificiële diamanten

Een teken van bezuinigingen is volgens Reuters de opkomst van artificiële diamanten, die in laboratoria zijn vervaardigd. India exporteerde vorig jaar voor 171 miljoen dollar artificiële diamanten naar de Verenigde Arabische Emiraten. Dat betekende een stijging met bijna 57 procent tegenover twee jaar voordien.

De Indiase export van geslepen en gepolijste diamanten naar de Verenigde Arabische Emiraten steeg tussen april en november vorig jaar met 3,7 procent. De Verenigde Arabische Emiraten stonden in de rangschikking van de grootste diamant-invoerders ter wereld twee jaar geleden op een derde plaats. India, Zuid-Afrika en België behoren tot de belangrijkste handelspartners van de Verenigde Arabische Emiraten.

Hoewel het land twee jaar geleden op het gebied van omzet slechts 1,5 procent van de wereldwijde markt voor diamanten sieraden vertegenwoordigde, zal er volgens analist Grand View Research tot het eind van dit decennium een jaarlijkse groei met 5,9 procent mogen worden verwacht. Tegen 2030 zou er sprake zijn over een markt van bijna 2 miljard dollar. Dit overtreft de wereldwijde groeiverwachting van 4,5 procent en maakt de Verenigde Arabische Emiraten tot de snelstgroeiende markt in het Midden-Oosten en Afrika. 

Een van de gevolgen van de recente handelsspanningen met de Verenigde Staten is volgens een aantal diamant-exporteurs uit India de versnelde discussie over het vinden van alternatieve markten en productiecentra. “Als de spanningen over een langere periode aanhouden zouden bedrijven er onder meer kunnen worden aangezet om een deel van hun Indiase productie naar het buitenland – waaronder de Verenigde Arabische Emiraten – naar het buitenland te verplaatsen”, voeren ze aan.

Shamlal Ahamed, directeur internationale activiteiten bij retailer Malabar Gold & Diamonds, betoogde nog dat de stijging van de verkoop van artificiële diamanten sieraden in de Verenigde Arabische Emiraten meer te maken leek te hebben met design-voorkeuren dan met prijzen. Daarbij stelde hij optimistisch te blijven over de vraag naar gouden sieraden. “Hoewel prijsbewuste kopers wellicht wachten op een dip, leert onze ervaring dat dergelijke dalingen vaak van korte duur zijn en dat kopers zich snel aanpassen aan nieuwe prijsniveaus”, betoogde Ahamed.

Meer over dit onderwerp:

Posted in grondstoffen | Reacties uitgeschakeld voor Recordprijzen gouden hebben dubbele impact op markten

Westerse autofabrikanten plannen comeback in China met lokale knowhow

Posted by managing21 on april 22nd, 2025

Westerse autofabrikanten hebben een opmerkelijke strategie uitgewerkt om in China de strijd met binnenlandse rivalen aan te gaan. Dat blijkt uit de modellen die de westerse constructeurs voor de Shanghai International Automobile Exhibition hebben geselecteerd. Daarbij wordt nieuwe software gelanceerd in voertuigen die met lokale partners worden geproduceerd.

De westerse autofabrikanten doen grote inspanningen om in China, de grootste automarkt van de wereld, een comeback te maken. “De Shanghai Autoshow wordt daarbij voor de herziene strategieën van de westerse constructeurs een eerste echte test”, geeft Gloria Li, expert in de Chinese automarkt voor de Britse zakenkrant Financial Times, aan. “Volkswagen, Toyota en andere fabrikanten hebben er daarbij voor gekozen om modellen voor de Chinese markt ook in China zelf te ontwikkelen. Daarmee willen de westerse constructeurs consumenten die zijn overgestapt op goedkopere en technologisch geavanceerde elektrische voertuigen van Chinese merken, terugwinnen.”

De Duitse autobouwer Mercedes-Benz zal later dit jaar zijn elektrisch model CLA in China lanceren. Dat voertuig heeft als centraal brein een besturingssysteem dat met het lokale researchteam is ontwikkeld. De auto zal volgens de autobouwer een verbeterde actieradius, snellere laadtijden en geavanceerdere autonome mogelijkheden hebben. “We hebben op dit moment veel vertrouwen in onze technologie en intelligentie”, benadrukte Magnus Östberg, directeur software bij Mercedes-Benz. “Het wordt een strijd om de cijfers, waarbij de grootste actieradius aan het langste eind kan trekken. Maar we zullen met de CLA vooraan ??in die concurrentiestrijd staan.”

Bij concurrent BMW wordt de lancering van de elektrische Neue Klasse aangekondigd. Die wagen wordt vanaf volgend jaar in China geproduceerd met medewerking van zijn lokale researchafdeling en designteam, waarbij de Duitse autobouwer ook een samenwerking heeft met zijn technologiepartners Alibaba en Huawei.

“Het is tijd om te kijken of de buitenlandse autofabrikanten goede elektrische auto’s hebben gemaakt”, beklemtoonde ook Li Yanwei, een expert van de China Automobile Dealers Association. Buitenlandse constructeurs hadden tijdens de eerste twee maanden van dit jaar in de Chinese autoverkoop een aandeel van 31 procent. Dat is minder dan de helft van het aandeel van 64 procent dat de buitenlandse merken in 2020 op de Chinese automarkt hadden. Volgens het adviesbureau Automobility uit Shanghai heeft Volkswagen zijn lang aangehouden titel als bestverkochte merk op de Chinese merk inmiddels al aan Geely en Byd moeten afstaan.

Elektrische voertuigen en plugin hybrides vertegenwoordigen 45 procent van de Chinese verkoop van nieuwe auto’s. “Sommige westerse autofabrikanten hebben toegegeven dat het onwaarschijnlijk is dat ze hun dominantie in China ooit zullen herwinnen, maar toch willen de autofabrikanten hun positie graag herbouwen, vooral nu de escalerende economische oorlog tussen China en de Verenigde Staten de industrie verder onder druk zet”, werpt Gloria Li op.

Om die doelstelling te bereiken, hebben vele westerse constructeurs gegrepen naar partnerschappen met Chinese bedrijven om de lokale technologische kennis te kunnen benutten en sneller te kunnen reageren op Chinese consumenten. “Dat is een echo van de strategie die de Chinese bedrijven in de jaren tachtig van de voorbije eeuw hanteerden om van hun westerse rivalen te leren”, stipt Li nog aan.

Audi presenteert daarbij tijdens de Shanghai Autoshow het eerste productiemodel van zijn nieuwe, uitsluitend in China verkrijgbare submerk, zonder het iconische logo met de vier ringen. Het model maakt gebruik van een voertuigplatform dat Audi samen met zijn Chinese partner Saic heeft ontwikkeld en dat gericht is op jongere lokale consumenten. Het bedrijf zal op de Shanghai Autoshow ook nog achttien andere modellen presenteren. “Vorig jaar hebben we belangrijke stappen gezet om ons toekomstig succes in China veilig te stellen”, beklemtoonde Gernot Döllner, chief executive van Audi. “Nu tonen we dat Audi in China presteert.”

Andere benadering

Paul Gong, analist bij UBS, wees erop dat de internationale autofabrikanten joint ventures met hun Chinese partners vroeger gebruikten als verkoopkanalen voor hun modellen. “Maar nu zijn er steeds meer constructies waarbij de Chinese autofabrikanten een modelontwerp aanleveren”, beklemtoonde hij.

Een voorbeeld hiervan is de Mazda EZ-6, een elektrische sedan gebouwd op de zelfontwikkelde aandrijflijn-architectuur van partner Changan. Dat geldt ook voor de Toyota bZ3X, een elektrische sportieve terreinwagen van 15.000 dollar die is ontwikkeld met behulp van het elektrische platform van het Chinese staatsbedrijf GAC Motor. Het voertuig deelt ook meer dan 40 procent van zijn componenten met de Aion V van GAC Motor.

Toyota en vooral zijn luxemerk Lexus hebben de moeilijke marktomstandigheden beter doorstaan. De Japanse constructeur verkocht vorig jaar in China 1,8 miljoen wagens. Dat betekent slechts een daling van 8 procent ten opzichte van de piekverkoop die in 2021 werd gerealiseerd. Toch maakt ook Toyota de overstap naar een nieuwe strategie voor de Chinese markt. De Japanse constructeur geeft immers veel meer macht aan de Chinese regionale technologische leiding, vergroot de lokale bronnen voor onderzoek en ontwikkeling en leunt meer op de joint venture-partners FAW Group en GAC Motor.

“In plaats van dat Japanners auto’s voor de Chinese chauffeurs maken, zullen het juist meer Chinezen zijn die wagens voor Chinese klanten produceren”, had Yoichi Miyazaki, financieel directeur van Toyota, al gezegd. “We willen een stap verder gaan in die richting. Binnen twee tot drie jaar kunnen we deze auto’s aan het publiek tonen.”

Voor het dochtermerk Lexus wil Toyota in China echter een sterke controle blijven behouden. In februari kondigde de Japanse constructeur aan om voor Lexus in Shanghai een fabriek voor de constructie van batterijen en elektrische auto’s te zullen bouwen. Dit zal in China pas de derde autofabriek zijn die volledig in handen is van een buitenlandse autofabrikant.

Meer over dit onderwerp:

Posted in automotive | Reacties uitgeschakeld voor Westerse autofabrikanten plannen comeback in China met lokale knowhow