managing21.be

Managing21: een blik op het heden en de toekomst van de economie.

Hollywood had op andere stimulansen voor eigen filmindustrie gerekend

Posted by managing21 on mei 6th, 2025

De Verenigde Staten moeten een invoerheffing van 100 procent opleggen aan bioscoopfilms die uit het buitenland worden geïmporteerd. Dat heeft de Amerikaanse president Donald Trump aangekondigd. De ingreep moet volgens Trump de Amerikaanse filmindustrie nieuw leven inblazen. Maar de sector had daarbij zelf op een andere ondersteuning gerekend.

Donald Trump heeft aangekondigd dat hij een invoerheffing van 100 procent zal opleggen aan alle films die in het buitenland worden geproduceerd en op de Amerikaanse markt worden aangeboden. Daarmee breidt de Amerikaanse president zijn handelsoorlog naar de bioscoopsector uit om naar eigen zeggen een snelle dood van de entertainmentindustrie in Hollywood te voorkomen.

De Amerikaanse filmindustrie wordt volgens Trump met een dreigende teloorgang geconfronteerd. “Andere landen bieden allerlei stimuleringsmaatregelen om onze filmmakers en studio’s uit de Verenigde Staten weg te lokken”, benadrukte de Amerikaanse president op zijn digitale platform Truth Social. “Hollywood en vele andere gebieden in de Verenigde Staten worden hierdoor verwoest.”

De filmindustrie uit Los Angeles heeft de voorbije jaren een toenemende concurrentie opgemerkt van andere Amerikaanse staten en landen zoals Canada en het Verenigd Koninkrijk, die immers met diverse incentives filmmakers probeerden aan te moedigen producties in hun territorium op te zetten. 

Gavin Newsom, de democratische gouverneur van Californië, had voorgesteld om de filmproductie in de Amerikaanse staat met belastingvoordelen te ondersteunen. Trump overweegt in plaats daarvan naar invoerheffingen te grijpen om de internationale concurrentie te dwarsbomen. Trump benadrukte dat hij het Amerikaanse ministerie van handel en de Amerikaanse handelsvertegenwoordiger zou machtigen om onmiddellijk te beginnen met de introductie van een heffing van 100 procent op alle films die in het buitenland worden geproduceerd.

Trump benadrukte daarbij opnieuw films te willen die in de Verenigde Staten worden gemaakt. Hoewel de Amerikaanse president de ingrijpende heffingen op de invoer van een breed scala aan producten die in het land worden ingevoerd tot de maand juli heeft opgeschort – waardoor zijn ambtenaren de tijd krijgen om te proberen met landen over de hele wereld handelsovereenkomsten te sluiten – heeft hij de invoerbelastingen op een aantal specifieke sectoren, zoals de automobielindustrie en farmaceutische producten, gehandhaafd. Over de specifieke heffingen voor de filmindustrie was nog geen duidelijkheid gecreëerd.

Belastingvoordelen

Ook in de filmindustrie zelf proberen acteurs en leidinggevenden de filmproductie opnieuw naar de Verenigde Staten te brengen. Er wordt al jaren aan het beleid naar incentives gevraagd om de uittocht van de productie van films naar andere landen te stoppen. Maar daarbij werd niet voor de introductie van invoerrechten voor buitenlandse productie gepleit, maar werd wel gevraagd om aan lokale projecten belastingvoordelen toe te kennen.

“Het is niet duidelijk op welke manier een heffing zou kunnen worden toegepast op intellectueel eigendom zonder een specifieke geldwaarde”, voerden managers in de entertainmentindustrie aan. “Bovendien moet gevreesd worden dat vergeldingsmaatregelen onze belangen in het buitenland – waar films met een aanzienlijk budget vaak het grootste deel van hun inkomsten genereren – zouden schaden.”

Acteurs en crewleden zien hun kansen op werk in de Verenigde Staten al jaren slinken omdat andere landen royale belastingvoordelen bieden en lagere arbeidskosten hebben, wat vele studio’s motiveert om een delocalisatie te overwegen. De meest succesvolle film van dit jaar – A Minecraft Movie – werd in Canada opgenomen. Het nieuwe vervolg op Mission Impossible werd volledig in het Verenigd Koninkrijk en op andere buitenlandse locaties volledig opgenomen.

Gedurende het grootste deel van de twintigste eeuw werden Amerikaanse films vooral opgenomen in Los Angeles, waar eeuwenoude studio’s en nieuwe streamingbedrijven nog steeds gevestigd zijn. Maar de voorbije decennia hebben royale belastingvoordelen de bedrijven uit de sector gemotiveerd om te filmen waar de kosten het laagst zijn.

Landen zoals het Verenigd Koninkrijk en Canada subsidiëren in feite elke uitgave die wordt gedaan voor het inhuren van cast en crew, het huren van podia en het uitvoeren van visuele effecten. Vooral Londen is voor Hollywood-producties – dankzij de belastingvoordelen, een uitgebreide infrastructuur, Engelstalige crews – een bloeiend centrum geworden. Onder meer de Marvel Studios, eigendom van Disney, neemt daar twee sequels uit de reeks Avengers op. Een groeiend aantal films wordt ook in regio’s zoals Oost-Europa, waar op lagere personeelskosten beroep kan worden gedaan, opgenomen.

Het bedrag dat vorig jaar in de Verenigde Staten aan filmproducties en televisieprogramma’s met budgetten van meer dan 40 miljoen dollar werd uitgegeven, daalde volgens het onderzoeksbureau ProdPro met 26 procent ten opzichte van twee jaar voordien. Tegelijkertijd liet de markt in het Verenigd Koninkrijk en Canada een stijging optekenen, hoewel geen van beide landen de Verenigde Staten heeft ingehaald.

Verschillende Amerikaanse staten bieden ondertussen hun eigen belastingvoordelen voor filmproducties. Een daarvan is Georgia, waar de onlangs uitgebrachte film Thunderbolts van Marvel werd opgenomen. Als gevolg hiervan daalde het aantal dagen dat films, televisieseries en reclames in Los Angeles werden opgenomen in het eerste kwartaal van dit jaar met 22,4 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.

Inmiddels heeft acteur Jon Voight gezegd te werken aan talloze plannen om de Amerikaanse filmproductie te stimuleren, hoewel hij weigerde details te geven. Voight werd door in januari door Trump tot speciaal ambassadeur in Hollywood benoemd. Hij voegde eraan toe met de Amerikaanse president te bespreken op welke manier de activiteit in Hollywood het best kan worden gestimuleerd.

Schadelijk voor Verenigde Staten

Verscheidene analisten waarschuwden dat Amerikaanse heffingen op films die in het buitenland worden gemaakt, verwoestend zouden kunnen zijn voor grote Hollywood-productiecentra in landen zoals het Verenigd Koninkrijk, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland. Maar tegelijkertijd wordt opgemerkt dat ook de Amerikaanse filmindustrie en de Amerikaanse bioscoopketens hard zouden worden getroffen, waarbij studio’s waarschijnlijk veel hogere kosten zullen moeten dragen en consumenten te maken kunnen krijgen met hogere ticketprijzen.

Analisten hadden echter ook vragen over de manier waarop de heffingen in de praktijk zou kunnen werken, aangezien films nu vaak wereldwijd op streaming-platforms worden gedistribueerd en geen fysiek product zijn dat de grens overgaat wanneer ze in Amerikaanse bioscopen worden vertoond. De analisten benadrukten tevens dat vrije handel voor de wereldwijde filmindustrie enorm economisch belangrijk is voor de Verenigde Staten, waar arbeid en faciliteiten duurder zijn. “Aangezien het meeste geld buiten de Verenigde Staten wordt verdiend, zouden wederzijdse tarieven enorm schadelijk zijn”, waarschuwden ze.

“De sector van de Amerikaanse film en televisie genereerde twee jaar geleden een handelsoverschot van 15,3 miljard dollar op een export van 22,6 procent”, benadrukte de Motion Picture Association. “De industrie heeft een groter handelsoverschot dat de telecommunicatie, het transport, de gezondheidszorg en de verzekeringssector.”

Toch hebben de Verenigde Staten de voorbije twee decennia in een wereldwijde strijd met landen in Europa en Azië terrein verloren om filmmakers aan te trekken met royale belastingvoordelen die een ??deel van de productiekosten kunnen compenseren. Het voorbije jaar daalde de productie in Groot-Los Angeles met 5,6 procent. Alleen in 2020 werden er nog minder opnames gemaakt. Toen werd de sector echter getroffen door de wereldwijde covid-pandemie.

In het Verenigd Koninkrijk kon de productie vorig jaar daarentegen een stijging met een derde tot 5,6 miljard pond melden. Daarbij was bijna twee derde van de totale uitgaven aan Britse filmproducties van vijf grote Amerikaanse studies en drie grote Amerikaanse streaming-platforms – Netflix, Apple en Amazon – afkomstig. Californië biedt de productie van films en televisie zelf een belastingvoordeel van 330 miljoen dollar per jaar. Gavin Newsom, gouverneur van Californië, wil dat bedrag echter tot 750 miljoen dollar per jaar uitbreiden.

Meer over dit onderwerp:

Posted in media & cultuur | Reacties uitgeschakeld voor Hollywood had op andere stimulansen voor eigen filmindustrie gerekend

Mossen kunnen oude boorputten weer echte veengebieden maken

Posted by managing21 on mei 6th, 2025

Met het gebruik van mossen kunnen tienduizenden boorputten van olie en gas weer in hun originele staat worden hersteld. Dat blijkt uit een onderzoek van wetenschappers aan de University of Waterloo. Gewag wordt gemaakt van een mogelijke mijlpaal in het ecologische herstel. Cruciaal blijkt dat inheems mos op de oude boorputten wordt getransplanteerd, waardoor de originele veengebieden in hun oorspronkelijke staat kunnen worden hersteld.

“De studie toonde aan dat de techniek voldoende water oplevert voor de groei van veenmos op grote delen van de boorputten”, verduidelijkt onderzoeksleider Murdoch McKinnon, milieuwetenschapper aan de University of Waterloo. “In het verleden bestonden de herstelwerkzaamheden uit het planten van bomen of grassen om beschadigde terreinen om te zetten in bosgebieden of grasland. Maar dergelijke oplossingen gaan voorbij aan de unieke rol van veengebieden bij het opslaan van koolstofdioxide en het ondersteunen van biodiversiteit.”

“De nieuwe methode herstelt de boorputten echter in de staat waarin de site zich bevond voor de winning van de olie of gas van start ging”, geeft McKinnon aan. “Het concept kan de producenten van olie en gas en de toezichthouders helpen de gevolgen op lange termijn van de winning van grondstoffen op de ecosystemen van de Canadese veenlanden beter te beperken.”

De Canadese boreale veengebieden zijn niet alleen rijk aan mossen, maar slaan ook enorme hoeveelheden koolstofdioxide op en reguleren zoetwatersystemen in het hele land. Een groot deel van deze ecosystemen zijn echter verstoord door de aanleg van meer dan 36.000 hectare aan boorplatformen en 100.000 kilometer aan toegangswegen. Deze plateaus bedekken de inheemse vegetatie onder lagen klei en zand, waardoor hun verbinding met de natuurlijke waterhuishouding wordt verbroken en nabijgelegen ecosystemen worden aangetast.

“De studie levert de eerste aanwijzingen die suggereren dat het herstel van de originele veenlandvegetatie op oude boorputten mogelijk is”, beklemtoont McKinnon. “Boorsites bedekken alle inheemse veenlandvegetatie onder lagen klei of zand, wat een negatieve invloed heeft op het vermogen van het veenland om koolstofdioxide vast te leggen en ook de beschikbaarheid van leefgebied voor wilde dieren vermindert.”

Nieuwe aanpak

In 2020 voerden onderzoekers een test uit op een gesloten boorput nabij Slave Lake in de provincie Alberta. “De strategie omvatte het gedeeltelijk verwijderen van de bovenste lagen van de bodem en het transplanteren van inheemse mossen die waren verzameld op een nabijgelegen locatie”, zeggen de onderzoekers. “Daarbij werd voor mossen zoals Aulacomnium palustre, Tomentypnum nitens en Helodium blandowii, allemaal kenmerkend voor rijke veenmoerassen, gekozen.”

“Het oppervlak van de bodem werd aangepast met gemengde topografieën. Dit bootst het natuurlijke veenlandschap na en helpt water in dalen vast te houden, wat essentieel is voor het overleven van mos. Veenmossen hebben geen wortels en interne watertransportsystemen. Hun gezondheid is volledig afhankelijk van het vocht in hun onmiddellijke omgeving.”

Op de helft van de percelen werd een laag stromulch aangebracht om verdamping te vertragen en de mossen te beschermen tegen uitdrogende wind. De onderzoekers concludeerden dat de herstelmethode het beste werkt wanneer een constante waterstroom de getransplanteerde mossen kan bereiken. Anders hadden de mossen, zelfs met toegevoegde mulch, moeite om de hydratatie, die nodig is voor fotosynthese en groei, vast te houden.

“Het behoud van veengebieden is cruciaal vanwege de rol die ze spelen bij het opslaan en verdelen van water in het landschap”. stippen de onderzoekers aan. “Bovendien zijn de veengebieden, vanwege de enorme hoeveelheden koolstofdioxide die ze kunnen opslaan, eveneens de beste keuze voor oplossingen voor klimaatverandering die op de natuur gebaseerd zijn.”

De studie markeert volgens waarnemers een keerpunt in de manier waarop wetenschappers het herstel op voormalige boorlocaties aanpakken. “Het onderzoek weerspiegelt immers een groeiend begrip dat herstel niet alleen draait om het herplanten van vegetatie”, wordt er aangevoerd. “Cruciaal daarentegen is het herstellen van de fysieke en hydrologische fundamenten die ecosystemen nodig hebben om te floreren.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in grondstoffen, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Mossen kunnen oude boorputten weer echte veengebieden maken

Landbouw in bepaalde gebieden rond Tsjernobyl wel mogelijk

Posted by managing21 on mei 2nd, 2025

Na de ontploffing van de kerncentrale van Tsjernobyl in Oekraïne in 1986 werden in de omgeving een oppervlakte van duizenden hectaren ongeschikt gedacht voor landbouwactiviteiten. Gecontamineerde teelten zouden immers een gevaar voor de gezondheid hebben kunnen betekend. Maar analyses hebben uitgewezen dat die gronden veilig weer in productie zouden kunnen worden genomen. Dat blijkt uit een studie van de University of Portsmouth en het OekraÏense Institute of Agricultural Radiology.

Sinds de ramp in Tsjernobyl werd in grote gebieden in Noord-Oekraïne een verbod op landbouw ingevoerd. Een gebied van 4.200 vierkante kilometer rond de getroffen kerncentrale werd als de Chernobyl Exclusion Zone aangeduid. Dat gebied blijft nog steeds onbewoond en vormt momenteel een van de grootste natuurreservaten van Europa. Een tweede gebied van 2.000 vierkante kilometer werd als de Zone of Obligatory Resettlement aangeduid. Dat gebied werd nooit volledig verlaten. De zone biedt onderdak aan duizenden mensen en heeft scholen en winkels, maar er zijn geen officiële investeringen of grondgebruik toegestaan.

Sinds de jaren negentig beweren wetenschappers in Oekraïne en daarbuiten dat het land weer veilig gebruikt kan worden, ondanks besmetting met radioactief cesium en strontium. Maar complexe politieke omstandigheden hebben ertoe geleid dat het gebied officieel verlaten blijft. Dat heeft een aantal boeren er echter niet van weerhouden het heft in eigen handen te nemen en in sommige gebieden met een onofficiële productie te beginnen. De nieuwe studie bevestigt dat deze boeren gelijk hadden en in de meeste gebieden gewassen veilig kunnen worden verbouwd.

Met behulp van een testlocatie van 100 hectare in de regio Zjytomyr ontwikkelden de onderzoekers een protocol om de besmettingsniveaus te evalueren en de opname van radioactieve stoffen door gangbare gewassen zoals aardappelen, granen, maïs en zonnebloemen te voorspellen. Door het analyseren van bodemmonsters en het meten van de externe gammastraling, bevestigden de onderzoekers dat de effectieve stralingsdosis voor landarbeiders ruim onder de nationale veiligheidsdrempel van Oekraïne ligt en aanzienlijk lager blijft dan de niveaus achtergrondstraling die wereldwijd van nature voorkomen.

Voedselzekerheid

“De bevindingen tonen aan dat er met de juiste monitoring en naleving van de Oekraïense voedselveiligheidsvoorschriften, veel gewassen veilig kunnen worden verbouwd in deze voorheen beperkte zones”, benadrukt onderzoeksleider Jim Smith, professor milieukunde aan de University of Portsmouth. “Dit onderzoek is van aanzienlijk belang voor de gemeenschappen die door de ramp in Tsjernobyl zijn getroffen. Sinds 1986 is er veel misinformatie over de stralingsrisico’s van Tsjernobyl, wat een negatieve impact heeft gehad op mensen die nog steeds in verlaten gebieden wonen.”

“We hebben nu een gevalideerde, wetenschappelijk onderbouwde aanpak om waardevolle landbouwgrond weer in officiële productie te brengen en tegelijkertijd de veiligheid voor zowel consumenten als werknemers te garanderen”, werpt Smith nog op. Het team hoopt dat dit protocol als een wereldwijd model kan dienen voor andere regio’s die met langdurige radioactieve besmetting hebben te maken.

Met een zorgvuldige implementatie en betrokkenheid van de gemeenschap kan Oekraïne volgens Smith veilig tot 20.000 hectare landbouwgrond terugwinnen, waardoor een positieve impuls aan de voedselzekerheid en plattelandsontwikkeling kan worden gegeven. “Het gaat hier niet alleen om Tsjernobyl”, beklemtoont Jim Smith. “Het gaat erom wetenschap en bewijs toe te passen om ervoor te zorgen dat mensen beschermd worden en dat land niet onnodig verloren gaat.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in gezondheid, landbouw, milieu, politiek | Reacties uitgeschakeld voor Landbouw in bepaalde gebieden rond Tsjernobyl wel mogelijk

New York bestudeert optimale routes voor bezorgrobots

Posted by managing21 on mei 2nd, 2025

Voor bezorgrobots zijn niet alle trajecten even evident. Een beoordelingssysteem van potentiële routes kan de echter robots helpen om de optimale weg naar hun bestemming te kiezen. Dat blijkt uit een studie van wetenschappers aan de Cornell University (Manhattan), die voor de bezorgrobots een beoordelingssysteem voor elke straat in New York City hebben opgesteld.

“Bezorgrobots kunnen met heel wat uitdagingen worden geconfronteerd”, benadrukt onderzoeksleider Wendy Ju, docent informatiewetenschappen aan de Cornell University. “Sommige trajecten vertonen oneffenheden, terwijl andere routes met een grote drukte aan voetgangers of fietsers worden geconfronteerd. Een beoordelingssysteem voor de verschillende trajecten kan daarvoor echter een oplossing bieden.”

Nog nooit eerder zou een dergelijk beoordelingssysteem zijn opgesteld. “De toepassing zou stedenbouwkundigen en roboticabedrijven kunnen helpen bij de planning van toekomstige robotinzet die de bestaande trottoirs niet verstoort”, werpt Wendy Ju op. “Een robotability score kan voor deze partijen een belangrijke hulpinstrument vormen.”

In een aantal steden, universiteitscampussen en luchthavens worden momenteel al bezorgrobots ingezet. Maar die apparaten blijken zich daarbij door een onvriendelijke omgeving te moeten manoeuvreren. Geïnspireerd door scores voor beloopbaarheid en toegankelijkheid in wijken, ontwikkelden de onderzoekers de robotability score om in één omschrijving een weergave te bieden van de verschillende factoren die op de robotnavigatie van invloed zijn.

De robotbaarheidsscore omvat vierentwintig kenmerken, maar de onderzoekers selecteerden voor hun analyse in New York City slechts negentien factoren. Zes kenmerken – voetgangersdichtheid, dynamiek van de menigte, voetgangersstroom, kwaliteit van het trottoir, straatbreedte en dichtheid van straatmeubilair – vormden bijna de helft van de score. 

De onderzoekers merken op dat New York City de perfecte locatie was voor de ontwikkeling van de score. Er kon daarbij immers beroep worden gedaan op de website NYC OpenData, die een brede waaier gegevens over de Amerikaanse metropool aanbieden. De database bevat informatie zoals de breedte en conditie van het trottoir, samen met de locaties van bushaltes, fietspaden en kiosken. De onderzoekers gebruikten ook ongeveer acht miljoen dashcambeelden die eind 2023 in de stad werden verzameld om het verkeer van voertuigen, fietsen en voetgangers in te schatten.

Toegepast op de hele stad bleken gebieden met de hoogste scores 4,3 keer meer geschikt voor de trafieken van bezorgrobots dan de trajecten met de laagste score. Daarbij werd ook vastgesteld dat de spitsuren de verschillen tussen gebieden met hoge en lage scores nog vergroot. “Zelfs tijdens spitsuren hebben de bezorgrobots in gebieden met een hoge score geen probleem om over lege trottoirs te rijden.”

In de toekomst willen de wetenschappers ook een aantal andere functies, zoals realtime weerberichten en de intensiteit van het voetgangersverkeer, in de score integreren. “Net zoals scores voor de beloopbaarheid en toegankelijkheid van stedelijke gebieden aan ontwikkelaars en stedenbouwkundigen de mogelijkheid geboden om de leefbaarheid van wijken te optimaliseren, kan ook de robotability score aan de lokale gemeenschap een meerwaarde bieden”, stippen de onderzoekers aan. “We beweren niet dat de steden voor robots moeten worden gebouwd, maar wel proberen we de stedelijke omgeving door de lens van een robot te bekijken.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in Stad, technologie | Reacties uitgeschakeld voor New York bestudeert optimale routes voor bezorgrobots

Ferrari duldt geen externe leveranciers strategische onderdelen

Posted by managing21 on mei 1st, 2025

De Italiaanse sportwagenbouwer Ferrari zal belangrijke onderdelen voor zijn voertuig altijd intern blijven ontwikkelen. Dat heeft Benedetto Vigna, chief executive van Ferrari, gezegd in een reactie op berichten over een mogelijke samenwerking tussen de Italiaanse constructeur en de Chinese groep Leapmotor, fabrikant van elektrische wagens.

De speculaties over een mogelijke samenwerking tussen Ferrari en Leapmotor vonden hun basis in een oproep van Zhu Jiangming, de topman van Leapmotor, die een selfie van hemzelf met Vigna op zijn sociale media-account had geplaatst. In een commentaar bij het beeld had Zhu gezegd te hopen dat er tussen de twee bedrijven meer communicatie en samenwerking zou komen.

Vigna, een voormalig topman in de sector van de microchips, bracht tijdens zijn zakenreizen naar China dit jaar twee keer een bezoek aan Leapmotor gebracht. Daarbij had hij opgemerkt aan zijn eerdere werkervaringen, vooral in de sector van de elektrische auto’s, veel vrienden over de hele wereld te overgehouden.

Analisten wijzen erop dat de geruchten over een mogelijke samenwerking mogelijk zouden zijn ingegeven door de band die zowel Leapmotor als Ferrari met de Frans-Italiaans-Amerikaanse Stellantis Group hebben. Stellantis nam anderhalf jaar geleden voor een bedrag van 1,5 miljard euro een belang van ongeveer 20 procent in Leapmotor.

Daarmee werd het westerse concern de grootste externe aandeelhouder van de Chinese autobouwer. Bovendien verwierf Stellantis het exclusieve recht op de verkoop van de wagens van Leapmotor op de markten buiten China. Ook Ferrari heeft met Stellantis een historische band. De Italiaanse sportwagenbouwer is weliswaar volledig onafhankelijk van het Frans-Italiaans-Amerikaans concern, maar was tot 2015 onderdeel van de groep Fiat Chrysler, die inmiddels tot de Stellantis Group behoort. Exor, de holding van de Fiat-familie Agnelli, heeft een belang in zowel Stellantis als Ferrari.

In een reactie over een mogelijke samenwerking met Leapmotor betoogde Vigna echter dat Ferrari weliswaar een aantal Chinese leveranciers heeft, maar hij benadrukte dat die bedrijven geen strategische producten aan de Italiaanse constructeur leveren. Eerder had ook Leapmotor al duidelijk gemaakt dat er met Ferrari momenteel geen gesprekken worden gevoerd.

Uniek

Vigna beklemtoonde ook nog dat Ferrari geen platforms, technologische architecturen die de basis kunnen vormen voor verschillende automodellen, ontwikkelt. “De auto’s van Ferrari zijn uniek en zijn niet op een platform gebaseerd”, betoogde de topman van de Italiaanse autobouwer. “Ferrari koopt geen platforms van externe partners. De ontwikkeling van strategische componenten zal altijd in eigen beheer blijven.”

Vigna voegde eraan toe dat Ferrari voor niet-strategische componenten al samenwerkingen heeft uitgebouwd met Chinese, Europese, Amerikaanse, Japanse en andere Aziatische partners. Hij wees er daarbij op dat onder meer elektromotoren en assen door Ferrari als essentiële onderdelen voor zijn elektrische auto’s worden bestempeld. Dat geldt echter niet voor accupakketten.

Ferrari heeft inmiddels ook zijn nieuwe model 296 Speciale voorgesteld. Met dat model breidt Ferrari zijn hybride-gamma verder uit. De auto is gebaseerd op de Ferrari 296 die in 2021 werd gelanceerd, maar nu het einde van zijn levenscyclus nadert. De leveringen starten naar verwachting in het eerste kwartaal van volgend jaar. De 296 Speciale zal tegen een prijs van 407.000 euro op de markt worden gebracht. Voor een cabriolet-versie zal een bedrag van 462.000 euro worden gevraagd.

Enrico Galliera, directeur marketing van Ferrari, stelde dat er bij de klanten al een grote belangstelling voor de 296 Speciale kan worden opgemerkt. Klanten die de voorbije vijf jaar met een officiële dealer van Ferrari contact hebben gehad, krijgen voorrang bij het plaatsen van bestellingen. “Hoewel de 296 Speciale geen gelimiteerde serie vertegenwoordigt, blijft Ferrari de exclusiviteit van het model behouden door de levenscyclus van de wagen korter te houden dan een periode van vier tot vijf jaar die voor de andere types van de Italiaanse sportwagenbouwer worden gehanteerd”, beklemtoonde Galliera.

Meer over dit onderwerp:

Posted in automotive | Reacties uitgeschakeld voor Ferrari duldt geen externe leveranciers strategische onderdelen

Voor voorzitter Toyota moet sportwagen altijd een benzinemotor hebben

Posted by managing21 on april 30th, 2025

Een sportwagen moet worden uitgerust met een benzinemotor die veel lawaai maakt. Dat heeft Akio Toyoda, voorzitter van de Japanse autobouwer Toyota, in een gesprek met het magazine Automotive News gezegd. Akio Toyoda zegt weliswaar open te staan voor het idee van een elektrische auto, maar voegt eraan toe de voorkeur te geven aan de geur van benzine en een lawaaierige motor.

Het is bijna twee jaar geleden dat Toyota zijn elektrische sportwagen FT-Se aan het publiek voorstelde, maar dat concept moet zich nog altijd tot een productiemodel ontwikkelen. Er komt voorlopig echter geen versie die in het dagelijkse verkeer kan worden ingezet. Voorzitter Akio Toyoda wil zich immers vooral richten op prestatiegerichte auto’s met verbrandingsmotoren.

“Mijn definitie van een sportwagen omvat de geur van benzine en een lawaaierige motor”, beklemtoonde Toyoda. De voorzitter van het Japanse concern geeft toe dat er binnen Toyota personen zijn die een leuke elektrische auto nastreven, maar hij zegt liever vast te houden aan de vertrouwde verbrandingsmotoren.

Toyoda was zelf als autopiloot actief en werpt op dat het niet spannend is om met elektrische auto’s te racen. Hij merkt daarbij op dat een batterij van een elektrische wagen op een circuit niet langer dan een uur meegaat. Toyoda stelt dat de huidige accutechnologie niet voldoet en voegt eraan dat races met elektrische wagens een wedstrijd van laadtijden of batterijwissels zouden worden. In uithoudingsraces zijn elektrische wagens volgens hem zeker nog niet haalbaar.

Toyoda heeft al eerder zijn terughoudendheid geuit ten aanzien van de volledige overname door elektrische auto’s. Iets meer dan een jaar geleden zei de voorzitter dat elektrische auto’s nooit meer dan 30 procent van de wereldwijde verkoop zouden uitmaken. Sean Hanley, vice-president marketing van Toyota Australië, benadrukte eerder ook al dat verbrandingsmotoren en handgeschakelde transmissiesystemen nog heel lang zullen blijven bestaan omdat het bedrijf weet dat die technologie de autoliefhebbers nog altijd bekoort.

Betaalbaar massamerk

Toyoda is al lang een voorstander van verbrandingsmotoren, zowel voor het dagelijkse woon-werkverkeer als voor prestatiegerichte sectoren. Bovendien gelooft hij nog steeds dat het bedrijf nog een belangrijke hindernis moet overwinnen bij de bouw van een selectie elektrische auto’s die passen bij mantra van Toyota om betaalbare, hoogwaardige auto’s aan zijn klanten te leveren.

“Toyota is een massamerk en moet dan ook over betaalbaarheid – ook bij elektrische wagens – nadenken.” Eerder al had hij benadrukt dat elektrische auto’s als een set met infrastructuur worden geleverd. Eerder had hij ook al aangegeven dat veel klanten van Toyota wonen in delen van de wereld waar weinig toegang tot elektriciteit is.

Toyoda gaf verder aan van mening te zijn dat auto’s met een benzinemotor zeker zullen blijven bestaan. “Over de toekomst van de benzinemotor zullen niet de wettelijke waarden of de politieke macht, maar wel de klanten en de markt beslissen”, stipte hij aan. 

Toyoda verdedigde tevens de interesse van Toyota in hybride wagens. “Koolstofdioxide is voor de autosector de belangrijkste uitdaging”, merkte hij op. “Tijdens de productieperiode hebben 27 miljoen hybride wagens dezelfde impact als 9 miljoen elektrische wagens op de weg. Maar indien Toyota 9 miljoen elektrische wagens in Japan zou hebben geproduceerd, zou de uitstoot van koolstofdioxide zijn verhoogd in plaats van verlaagd. Dit komt omdat Japan voor zijn elektriciteit afhankelijk is van thermische energiecentrales.”

Toch heeft de Japanse autoconstructeur zijn inspanningen op het gebied van emissievrije wagens opgevoerd door zijn assortiment elektrische wagens wereldwijd uit te voeren. Hideaki Iida, projectmanager van de Gazoo Racing Design Group, vertelde dat er na 2026 een productieversie van de FT-Se op de markt zou worden gebracht. Fumihiko Hazama, hoofdingenieur van de auto, stelde dat de FT-Se met vierwielaandrijving wordt ontworpen. Daarbij zou op elke as een elektromotor worden geplaatst. De elektromotoren zullen naar verluidt werken met een accupakket van de volgende generatie, wat een sprint van vanuit stilstand naar 100 kilometer per uur in drie seconden en een topsnelheid van 250 kilometer per uur mogelijk maakt.

Maar voordat Toyota zich meer op elektrische sportwagens toespitst, wordt er nog gewag gemaakt van een vloot wagens met benzinemotoren. Het bedrijf heeft al gezegd dat de Supra ook na de huidige generatie zal blijven bestaan ??en inmiddels ook een mogelijke terugkeer van de Celica of de MR2 gewag gemaakt. Bovendien wordt algemeen aangenomen dat de nieuwe racewagen GT3 de basis zou vormen voor een nieuwe sedan.

Meer over dit onderwerp:

Posted in automotive, energie, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Voor voorzitter Toyota moet sportwagen altijd een benzinemotor hebben

Kentekenplaten auto’s brengen bevestiging van achteruitgang insectenpopulaties

Posted by managing21 on april 30th, 2025

Ook in het verkeer kunnen duidelijke aanwijzingen worden gevonden voor de dalende insectenpopulaties. Dat blijkt uit een jaarlijks onderzoek van het Kent Wildlife Trust en Budlife, gebaseerd op een onderzoek naar meer dan vijfentwintigduizend autoritten die in het Verenigd Koninkrijk worden uitgevoerd. Daarbij bleken op de kentekenplaten van de auto’s elk jaar minder verpletterde insecten teruggevonden te kunnen worden.

“Oudere bestuurders hebben al ervaren dat het aantal verpletterde insecten op de auto al geruime tijd een daling vertoont”, merkt Lawrence Ball, expert conservatie bij de Kent Wildlife Trust. “Onderzoek heeft aangetoond dat het aantal verpletterde insecten op de kentekenplaten sinds 2021 met 63 procent is gedaald.” Daarbij wordt wel opgemerkt dat de afname het voorbije jaar een vertraging heeft vertoond. In 2022 was er een daling met 28 procent geregistreerd, maar het jaar nadien was er zelfs sprake van een achteruitgang met 44 procent. Vorig jaar bleef de daling echter tot 8 procent beperkt.

“Deze enorme afname van het aantal verpletterde insecten op een dergelijk korte periode is echt alarmerend”, benadrukte Lawrence Ball nog. “Het is zeer waarschijnlijk dat we de cumulatieve effecten zien van zowel een natuurlijk uitsterven op lange termijn als een afname op korte termijn, mogelijk in verband met het extreme klimaat in het Verenigd Koninkrijk de voorbije jaren.”

Consequenties

De resultaten van de studie tonen dat de insectenpopulaties in alle regio’s van het Verenigd Koninkrijk een daling vertonen. De scherpste daling was merkbaar in Schotland, waar tussen 2021 en 2024 een afname met 65 procent werd geregistreerd, gevolgd door Wales (64 procent), Engeland (62 procent) en Noord-Ierland (55 procent). Wetenschappelijk onderzoek naar andere goed bestudeerde insecten in Groot-Brittannië, zoals vlinders en motten, heeft eveneens een sterke recente daling aan het licht gebracht.

Andrew Whitehouse, ecoloog bij Buglife, benadrukte dat deze gegevens van Bugs Matter suggereren dat de hoeveelheid vliegende insecten in het landschap opnieuw is afgenomen. “De gevolgen zijn mogelijk verstrekkend en hebben niet alleen consequenties voor de gezondheid van de natuur, maar ook voor een groot aantal essentiële diensten die de natuur aan de mens biedt”, beklemtoonde Whitehouse. 

“Menselijke activiteiten blijven een enorme impact hebben op de natuur”, stipte hij nog aan. “Verlies en schade aan leefgebieden, het gebruik van pesticiden, vervuiling en klimaatverandering dragen allemaal bij aan de afname van insecten. De maatschappij moet de waarschuwingssignalen van een ecologische ineenstorting ter harte nemen en dringend actie ondernemen om de natuur te herstellen.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in milieu | Reacties uitgeschakeld voor Kentekenplaten auto’s brengen bevestiging van achteruitgang insectenpopulaties

Wereldwijde kunstmarkt maakt periode van transitie door

Posted by managing21 on april 30th, 2025

De kunstmarkt maakt een periode van transitie door. Handelaars blijken niet duidelijk te weten op welke manier ze aan de behoeften van nieuwe verzamelaars moeten voldoen. Dat blijkt uit een rapport van de online kunstmarktplaats Artsy, gebaseerd op een enquête bij nagenoeg vierhonderd galeriehouders en kunsthandelaren in zestig landen en twaalfhonderd verzamelaars die het voorbije jaar minstens één kunstwerk hebben gekocht. Indien 2024 voor de kunstmarkt het jaar van de afrekening was, lijkt volgens de onderzoekers 2025 een jaar met een gemengde boodschap te worden.

Uit het onderzoek bleek dat meer dan 75 procent van de ondervraagden de economische onzekerheid als een grote uitdaging bestempelde, terwijl 60 procent zich zorgen maakte over het veranderend gedrag van de verzamelaars en een dalende vraag. “Maar hoewel galeriehouders aangeven jongere en beginnende verzamelaars te willen aantrekken, wijzen hun tactieken op een gebrek aan uitvoering of misschien wel betrokkenheid”, werpt Artsy op.

Het rapport maakt duidelijk dat 43 procent van de ondervraagden aangaf dit jaar meer te willen investeren in online verkoop, maar slechts 19 procent omschrijft zichzelf als koploper in de adoptie van nieuwe technologie. Meer dan de helft van de respondenten erkende vorig jaar geen verbeteringen in transparantie te hebben doorgevoerd. 

De enquête bracht tevens aan het licht dat bijna 60 procent van de verzamelaars het voorbije jaar online kunst heeft gekocht, waarbij 73 procent aangaf evenveel of meer te hebben gekocht in vergelijking met het jaar voordien. Onder jongere verzamelaars – onder de leeftijdsgrens van 37 jaar – blijkt online kopen zelfs nog gebruikelijker. In deze categorie getuigde 71 procent een online aankoop te hebben gedaan, terwijl 80 procent zijn online uitgaven tegenover het jaar voordien op hetzelfde niveau hield of verhoogde. Toch vermeldt slechts 44 procent van de galeriehouders prijzen voor alle beschikbare werken op hun websites, terwijl 25 procent nog steeds vereist dat potentiële kopers naar de prijs informeren.

Artsy concludeert dat verzamelaars meer dan ooit online kunst aankopen, maar voegt eraan toe dat veel galeriehouders het internet nog steeds als een showroom en een educatieve ruimte beschouwen, maar niet als een transparante en transactionele marktplaats gebruiken. “Maar zelfs hier zijn er barsten te bekennen”, zegt Artsy. “Vastgesteld werd dat 46 procent van de verzamelaars aangeeft educatieve content van de galerijen – zij het kunstgeschiedenis, technieken of marktcontext – te waarderen. Toch zegt slechts 15 procent van de galerijen dat dit soort interactie tot de ervaringen behoort waarop verzamelaars het meest positief reageren.”

“De prijs blijft een ander punt van wrijving”, merkt Artsy nog op. “Er moest worden vastgesteld dat 78 procent van de verzamelaars zegt te hebben geaarzeld om een ??kunstwerk te kopen omdat de vraagprijs hun budget zou overschrijden. Bovendien heeft 52 procent van de transactie afgezien omdat ze het kunstwerk te duur vonden, terwijl 32 procent erkende niet zeker te weten of het de vraagprijs wel waard was. Desondanks bepalen de meeste galeries hun prijzen nog steeds op basis van de reputatie van de kunstenaar (75 procent), gevolgd door de grootte en het medium (63 procent). Slechts 45 procent verwijst naar de marktvraag. Verzamelaars vertrouwen daarentegen op prijsvergelijkingen, waarbij 54 procent naar vergelijkbare werken kijkt en 41 procent veilingresultaten raadpleegt.”

Locatie

Galerijen overschatten volgens Artsy mogelijk ook de rol van geografie. Gebleken is immers dat 57 procent van de handelaars zegt zich in 2025 te richten op internationale kopers, waarschijnlijk in de hoop de zwakke vraag in eigen land te compenseren. Maar voor verzamelaars is de locatie nog steeds een pijnpunt. Slechts 16 procent van de ondervraagde consumenten beweert dat hun lokale kunstmarkt volledig aan hun behoeften voldoet.

“Die discrepantie onderstreept een andere spanning”, werpt Artsy op. “Galeries willen hun bereik vergroten, maar verzamelaars voelen zich vaak onderbediend, zelfs in hun eigen stad. De gemiddelde afstand tussen koper en verkoper op Artsy is nu meer dan 4.000 kilometer. Dit suggereert dat het zwaartepunt van de markt steeds grenzelozer wordt, maar ook minder persoonlijk en zonder duidelijke richtlijnen moeilijker te navigeren.”

“Voor een industrie die gebouwd is op relaties, is die discrepantie opvallend”, werpt Artsy op. “De meeste verzamelaars vertelden dat ze toegang achter de schermen en exclusieve previews waarderen. Galeries waren het daarmee eens, maar blijven zich richten op kunstbeurzen en traditionele expositie-modellen die vaak bestaande klanten bedienen, maar niet op nieuwe kopers is voorzien.”

Artsy wijst er nog op dat verkopen op openbare veilingen het voorbije jaar met 25 procent zijn gedaald. Die terugval droeg bij tot een daling van de totale wereldwijde kunstverkoop tot 57,5 miljard dollar. “De dalende opbrengsten van de veilingen hebben de galerijen aangezet inspanningen te doen om hun omzet te verhogen”, geeft Artsy aan. “De kunstmarkt zit momenteel in een transitie vast. Men is er zich van bewust wat er gaat komen, maar men is onzeker op welke manier op die ontwikkelingen kan worden ingespeeld.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in media & cultuur | Reacties uitgeschakeld voor Wereldwijde kunstmarkt maakt periode van transitie door

Chinese autofabrikanten stellen ambities voor Europese markt bij

Posted by managing21 on april 29th, 2025

Chinese autofabrikanten die uitbreiden naar Europa worden gedwongen hun ambities op korte termijn bij te stellen. Invoerheffingen hebben immers productlanceringen vertraagd en Chinese elektrische voertuigen minder betaalbaar gemaakt. Dat heeft analist Matthias Schmidt tegenover de Britse zakenkrant Financial Times bevestigd.

Er kon de voorbije periode een snelle opkomst worden opgemerkt van elektrische voertuigen die in China worden geproduceerd. Deze wagens konden immers met lage prijzen en geavanceerde software uitpakken. De opmars van de Chinese constructeurs heeft echter zowel in de Verenigde Staten als de Europese Unie tot protectionistische maatregelen geleid. De Europese Unie heeft vorig jaar een heffing van 45 procent opgelegd op de invoer van elektrische voertuigen uit China. De Amerikaanse markt blijft voor Chinese autofabrikanten in wezen gesloten.

De extra kosten hebben de concurrentiekracht van vele Chinese autofabrikanten verzwakt. Vele Chinese constructeurs ondervinden bovendien problemen bij de uitbreiding van hun distributienetwerken. “De moeilijkheden werden in onze oorspronkelijke planning zeker onderschat”, erkende William Li, chief executive van de Chinese autobouwer Nio. “Maar we blijven vastbesloten om onze aanwezigheid in Europa geleidelijk uit te breiden.”

Ondanks hun uitgesproken ambities blijft het marktaandeel van Chinese merken in Europa en het Verenigd Koninkrijk nog steeds bijzonder beperkt. Matthias Schmidt berekende dat Chinese constructeurs in de Europese autoverkoop tijdens de eerste twee maanden van dit jaar een aandeel van slechts 4,3 procent hadden. Onlangs waarschuwde Zhu Jiangming, chief executive van Leapmotor, dat de gecombineerde invoerrechten van 30,7 procent en 10 procent verzendkosten de concurrentiekracht van het bedrijf op de Europese markt aanzienlijk hebben beïnvloed.

Stellantis kocht vorig jaar een belang van 20 procent in Leapmotor in een historische deal, waarbij de elektrische auto’s van de Chinese startup bij de dealers van Fiat en Peugeot in Europa werden verkocht. “Maar die samenwerking heeft al een grote tegenslag geleden”, merkt de Financial Times op. “Eind maart maakte Stellantis immers bekend om de productie van het model T03 van Leapmotor in Polen stop te zetten. Een officiële reden voor die beslissing werd niet meegegeven.”

Polen was een van de lidstaten van de Europese Unie die vóór de invoerrechten stemden nadat de Europese Commissie tot de conclusie was gekomen dat elektrische auto’s die in China werd geproduceerd, onterecht door de regering van het Aziatische land werden gesubsidieerd. Leapmotor zou zich nu op een productie in Europa toespitsen. Mogelijk zou het Chinese bedrijf daarmee in het tweede of derde kwartaal van volgend jaar van start gaan. “De invoerheffingen, die de onterechte subsidies moeten compenseren, lijken de penetratie van Chinese elektrische auto’s op de Europese markt te hebben afgeremd”, geeft Schmidt daarbij aan. Merken zoals Xpeng en Byd blijken wel met nieuwe modellen het Europese continent te betreden.

Voor de introductie van de invoerheffingen hadden Chinese constructeurs in de verkoop van nieuwe elektrische wagens op de Europese markt een aandeel van 50 procent. Sinds de invoering van de belasting is dat aandeel naar 30 procent gezakt. 

Uitbreidingsplannen

Nio streeft ernaar om tegen het einde van het jaar een nieuwe kleine elektrische auto onder zijn submerk Firefly in meer dan vijf Europese landen te lanceren. Het model werd eerder deze maand al in China gelanceerd, maar Nio worstelt met de uitbreiding van zijn lokale dealernetwerk in Europa en heeft onlangs een model voor directe verkoop aan consumenten wegens zwakke Europese resultaten laten varen. Li zei dat het mogelijk is om in één maand 100 showrooms in China te openen, maar “het bereiken van datzelfde tempo in Europa is een veel grotere uitdaging, met kosten die onze verwachtingen ver overtreffen”.

Desondanks zetten sommige Chinese groepen hun uitbreidingsplannen voort. Byd vertelde te verwachten verwacht dat de Europese Unie dit jaar ongeveer 20 procent van de totale uitvoer van het merk zou vertegenwoordigen, tegenover 15 procent vorig jaar. Tevens kondigde Byd aan dit jaar in Hongarije met een productie van start te zullen gaan. De groeivooruitzichten worden vooral door hybride modellen gedreven. Dit type voertuigen is immers niet aan invoerheffingen van de Europese Unie onderworpen en zal naar verwachting ongeveer de helft van de totale uitvoer van Byd vertegenwoordigen.

Ook Zeekr, dochteronderneming van Geely, relativeerde de impact van de Europese invoerheffingen op zijn concurrentievermogen. “In sommige landen worden hoge invoertarieven gehanteerd, maar dat is geen probleem, want de situatie is voor iedereen gelijk”, benadrukte Mars Chen, vice-president van Zeekr. Het Chinese bedrijf – dat inmiddels vestigingen heeft in Zweden, Nederland en Noorwegen – wil tegen het einde van het jaar naar negen Europese markten – waaronder Duitsland, Zwitserland en Denemarken – uitbreiden.

China probeert inmiddels ook de banden met de Europese Unie te herstellen. Met onderhandelingen op hoog niveau zou China een oplossing voor de Europese invoertarieven willen vinden. Ola Källenius, topman van de Duitse autobouwer Mercedes-Benz, gaf aan te verwachten dat beide partijen daarbij tot een rechtvaardige en intelligente oplossing zouden komen. “Mercedes-Benz staat open voor concurrentie op een gelijk speelveld”, benadrukte hij.

Meer over dit onderwerp:

Posted in automotive | Reacties uitgeschakeld voor Chinese autofabrikanten stellen ambities voor Europese markt bij

Europa moet investeringen in ruimtevaart opvoeren

Posted by managing21 on april 29th, 2025

Europa moet zijn investeringen in ruimtevaart opvoeren om zijn autonomie van de Verenigde Staten te kunnen blijven waarborgen. Dat heeft Josef Aschbacher, directeur-generaal van het European Space Agency (ESA), tegenover de Britse krant The Guardian gezegd. Volgens Aschbacher zijn investeringen in de ruimte essentieel om in een onstabiel geopolitiek landschap het behoud van de levenskwaliteit te garanderen.

De terugkeer van Donald Trump als president van de Verenigde Staten heeft ook voor Europa belangrijke gevolgen gehad. Europese politieke leiders hebben hun banden met de Verenigde Staten bijgesteld. Bovendien zijn de Europese uitgaven voor defensie sterk gestegen. Daarbij wordt gewag gemaakt van een keerpunt in de veiligheid van het continent. Maar dat hernieuwde verlangen naar zelfredzaamheid zou volgens analisten ook tot in de ruimte kunnen reiken.

“De Europese drang naar een grotere autonomie betekent dat het continent ook zijn investeringen in ruimtetechnologie moet opvoeren”, werpt Josef Aschbacher op. “Er zijn veel domeinen in de ruimte waar Europa zijn autonomie wil vergroten. Het is overduidelijk dat een grotere onstabiele geopolitieke situatie de behoefte aan een sterkere autonomie oproept. De situatie verandert drastisch.”

De belangstelling in de ruimtevaart neemt toe. De wereld bevindt zich midden in een tweede ruimterace, waarbij overheden en particuliere bedrijven profiteren van enorme ontwikkelingen op het gebied van satellieten, sensoren en raketten. Analisten spreken van een industrie van 1 biljoen dollar. Daarmee zou de ruimtevaart in omvang vergeleken kunnen worden met een omvang die vergelijkbaar is met de huidige luchtvaartsector, waarbij gewag gemaakt wordt van een verwachte bloei op het gebied van aardobservatie, communicatie en zelfs toerisme.

De verhoging van de militaire uitgaven die onder impuls van de Amerikaanse president Donald Trump tot stand is gekomen, zou een verdere impuls kunnen geven, aangezien strijdkrachten naar de beste spionageapparatuur speuren. Daarnaast heeft de ruimtevaart ook een belangrijke wetenschappelijke doelstelling.

Vragen rond samenwerking

Voor de Europese ruimtewetenschap is een nauwe samenwerking met de Verenigde Staten al decennialang van cruciaal belang. De Esa werkt samen met Amerikaanse collega’s aan projecten voor onder meer het International Space Station, de ruimtetelescoop James Webb en het programma Artemis, dat opnieuw astronauten naar de maan moet brengen. De Esa beschikt dit jaar over een werkingsbudget van 7,7 miljard euro. De Amerikaanse National Aeronautics and Space Administration (Nasa) kan voor dit jaar echter terugvallen op een budget van 25,4 miljard dollar.

De terugkeer van Donald Trump als Amerikaans president roept echter vragen op over de voortzetting van die samenwerking. Daarvoor worden verschillende elementen aangevoerd. In eerste instantie is er de beslissing van de Amerikaanse regering om de Nasa zware bezuinigingen op te leggen. Daarnaast is er ook de invloed van miljardair en ondernemer Elon Musk, die met Spacex een leidinggevende factor in de ruimtevaart is geworden. Musk is echter ook adviseur van Donald Trump en kan hierdoor een aanzienlijke invloed uitoefenen op het Amerikaanse ruimtevaartbeleid, wat tot mogelijke belangenconflicten kan leiden.

Elon Musk heeft onder meer het maanprogramma Artemis bekritiseerd en geeft de voorkeur aan bemande missies naar de planeet Mars. Daarnaast zoeken de Europese landen ook alternatieven voor Starlink, een netwerk van internet-satellieten dat door Spacex in een lage baan om de aarde wordt uitgebouwd. Starlink biedt betrouwbare internettoegang op afgelegen locaties en is sinds de Russische aanval een onmisbaar onderdeel geworden van de militaire communicatie van Oekraïne.

Aschbacher zegt wel geen commentaar te leveren op de interne politiek van de Verenigde Staten en de partijen die deze beslissingen zouden moeten beïnvloeden. Hij werpt wel op dat de Esa met een van de geplande werkzaamheden, waaronder de bouw van het ruimteveer Orion voor het vervoer van astronauten, verder gaat. Hij voegde eraan toe vertrouwen in te hebben dat de Verenigde Staten met Europa aan het Artemis-programma, met inbegrip van de ontwikkeling van een ruimtehaven in een baan om de maan, zal blijven samenwerken.

“Als er veranderingen plaatsvinden en onze Amerikaanse partners hun plannen wijzigen, zijn we natuurlijk klaar voor een alternatief programma”, betoogde Aschbacher. “Als gevolg daarvan zullen we zeker onze autonomie en onze capaciteit versterken. Maar dat is vandaag niet aan de orde. Het originele samenwerkingsakkoord blijft van kracht.” De Esa overweegt echter ook een samenwerking met andere landen die deel van een alternatieve strategie zouden kunnen uitmaken. Daarbij zouden onder meer Australië, de Verenigde Arabische Emiraten en India volgens Aschbacher veelbelovende partners van Europa kunnen worden.

Nieuwe partners

Europa was na de uitfasering van de draagraketten Ariane 5 en de Vega C van het bedrijf Arianespace voor lanceringen in het kader van het navigatiesysteem Galileo van Spacex afhankelijk. Dat probleem werd pas beëindigd nadat vorig jaar de draagraket Ariane 6 van Arianaspece zijn eerste vlucht maakte. De Esa probeert nu meer partners voor lanceringen aan te trekken, waarbij de nadruk wordt gelegd op herbruikbare raketten om de kostenbesparingen van Spacex te evenaren.

Onder meer wordt gewerkt aan de bouw van de raketmotor Prometheus, die al over enkele jaren gelanceerd zou moeten kunnen worden. Andere Europese partijen uit de private sector, zoals de Duitse startup Rocket Factory Augsburg, nemen eveneens aan het project deel.

Indien alles volgens plan verloopt, zouden bovendien ook lanceringen vanuit het Verenigd Koninkrijk kunnen worden gepland. Hiermee zou de afhankelijkheid van de ruimtehaven van de Esa in Kourou in het Zuid-Afrikaanse Frans-Guyana verdwijnen. Aschbacher benadrukte dat de ontwikkeling van Britse ruimtehavens, vooral op de Shetland Islands, een welkome ontwikkeling zou zijn. De Esa is geen organisatie van de Europese Unie. Dit betekent dat de Brexit de Britse deelname aan de activiteiten van de Esa niet heeft belemmerd, al was er wel een onderbreking in de Britse deelname aan Copernicus, het programma voor klimaatsatellieten.

De hoofdopdracht van de Esa bestaat in een vreedzame verkenning van de ruimte, maar analisten werpen op dat een aantal militaire toepassingen het voor de organisatie gemakkelijker zouden kunnen maken om later dit jaar meer financiering te verkrijgen van de lidstaten te krijgen, die zich haasten om zich te herbewapenen en een oplossing te vinden voor de kloof die de Verenigde Staten heeft achtergelaten.

Aschbacher erkende dat ruimtevaarttechnologieën een fundamentele rol zullen spelen om vele veiligheidseisen van de Europese regering te kunnen invullen, maar benadrukte vooral voortdurende investeringen in wetenschap te willen nastreven. “Daarbij kan een vergelijking worden gemaakt met het fundamenteel onderzoek waarmee wetenschappers tijdens de covid-pandemie met verbazingwekkende snelheid vaccins tegen het virus konden ontwikkelen”, betoogde hij.

“De investeringen in de ruimtevaart in Europa moeten toenemen om ervoor te zorgen dat het gebied zijn levensstandaard en de levensstandaard voor zijn inwoners kan handhaven”, beklemtoonde Aschbacher. “De wetenschap is een bijzonder sterke kant van Europa. “Wetenschap vormt de reden waarom economische vooruitgang en economische ontwikkeling kunnen plaatsvinden of zich sneller kunnen manifesteren.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in luchtvaart & ruimtevaart | Reacties uitgeschakeld voor Europa moet investeringen in ruimtevaart opvoeren