managing21.be

Managing21: een blik op het heden en de toekomst van de economie.

Europese wijnindustrie krijgt ook mogelijkheden in Zweden

Posted by managing21 on augustus 6th, 2024

Zweden kan een nieuw centrum van de Europese wijnproductie worden. De klimaatverandering zorgt immers voor warmere en langere groeiseizoenen. Daarnaast wordt ook gebruik gemaakt van nieuwe druivensoorten, die in deze omgeving goed gedijen. Momenteel heeft Zweden een bescheiden wijnproductie, maar de sector hoopt dat er snel een verdere uitbreiding zal komen.

Scandinavië staat niet bekend als een eersteklas wijnregio. Een grotere droogte, een toenemende hitte en andere extreme weersomstandigheden dwingen traditionele wijnbouwgebieden echter om hun methoden te herzien. Hierdoor kent het karakter van de Zweedse wijnbouw een verschuiving. Tot nu toe bestond de sector vooral uit kleinschalige amateurs, maar er is een duidelijke transformatie merkbaar naar een industrie met groeiende ambities.

Zweden heeft een wijnalaam met een oppervlakte van 150 hectare. – Foto: Pixabay/Yves Bernardi

“De Zweedse wijnproductie geniet een duidelijk momentum”, benadrukt oenoloog Felix Åhrberg, directeur van de Kullabergs Vingård, een wijngaard met een oppervlakte van 14 hectare. Twee jaar geleden realiseerde Kullabergs Vingård een productie van meer dan 30.000 flessen. De productie omvatte vooral witte wijnen, waarvan een groot deel werd geëxporteerd naar chique restaurants in Europa en Japan. 

Wijnranken zijn goed in staat hitte en droogte te verdragen en landbouw zonder irrigatie wordt in delen van Europa traditioneel beoefend. Maar het voorbije decennium zijn de temperaturen op de planeet tot een absolute piek gestegen. Er wordt bovendien verwacht dat de opwarming van de aarde zich nog verder zal doorzetten. Dat kan een negatieve impact hebben op de wijn. Zelfs de kleinste weersveranderingen kunnen de gehaltes suiker, zuur en tannine van druiven veranderen. Gebieden die voor bepaalde druivensoorten ooit perfect geschikt waren, kunnen door de gewijzigde omstandigheden met meer uitdagingen worden geconfronteerd. Extreme hitte doet druiven sneller rijpen, wat leidt tot eerdere oogsten die de kwaliteit kunnen verminderen. Een rijpingsproces dat te lang aansleept, dreigt tot sterkere en minder evenwichtige wijnen te leiden.

De voorbije jaren zijn er in noordelijke regio’s meer wijnranken geplant. Er zijn inmiddels commerciële wijngaarden in Noorwegen, Denemarken en het westen van de Verenigde Staten. Wijnregio’s breiden zich uit naar koelere zones. Het Verenigd Koninkrijk verwacht dat zijn areaal wijnranken de volgende tien jaar zal verdubbelen, aangewakkerd door de vraag naar zijn mousserende wijnen. “Deze regio’s vormen de nieuwe grens van de wijnproductie”, benadrukt Ahrberg. “Druiven groeien het best op hun koelste grens.”

De temperaturen in het zuiden van Zweden zijn de voorbije drie decennia met ongeveer 2 graden Celsius gestegen vergeleken met de dertig jaar voordien. Het Zweedse groeiseizoen is bovendien met ongeveer twintig dagen aangegroeid.

Ziektebestendig

De wijdverbreide adoptie van nieuwe variëteiten ziektebestendige druiven is eveneens een pijler van de toenemende wijnproductie in Zweden. De meeste Zweedse wijngaarden hebben de druivensoort Solaris geplant. De Solaris werd in 1975 in Duitsland ontwikkeld, is aangepast aan het koelere klimaat en is beter bestand tegen ziekten. Hierdoor kunnen de meeste wijngaarden het gebruik van pesticiden vermijden.

“Solaris kan in Zweden als een nationale druivensoort worden bestempeld”, zeggen de oenologen Emma Berto en Romain Chichery, wijnmakers bij de Thora Vingård op het Zweedse schiereiland Bjäre. “Zweden kent minder extreme klimaatincidenten dan in Frankrijk, waar warmere winters ervoor kunnen zorgen dat druivenranken vroege knoppen produceren die gevoelig zijn voor vorst, en hevige hagelbuien een jaar werk in minuten kunnen vernietigen. In Zweden is er ook meer kans om te experimenteren dan in landen, zoals Frankrijk, die door tradities en regelgevingen worden gedomineerd.”

Maar werken in koelere en vochtigere omstandigheden betekent wel dat nieuwe methoden moesten worden gehanteerd. Terwijl wijngaarden in warme klimaten hun druiven zouden beschermen met een dikker bladerdak, moet in een koeler klimaat een tegenovergestelde strategie worden gehanteerd. Bladeren worden van de onderkant van de plant geplukt om meer zonlicht bij de druiven te laten komen en de luchtvochtigheid te verminderen.

“Traditionele wijnlanden zoals Italië, Griekenland en Spanje zullen door de klimaatverandering met nieuwe problemen moeten afrekenen”, zegt ook de Spaanse wijnspecialist Iban Tell Sabate”, eveneens actief op de Kullabergs Vingård. “In die regio’s is niet voldoende water beschikbaar, terwijl de winters te warm zijn. Met de opwarming van de aarde zit de Zweedse wijnbouw in een goede positie. De Zweedse wijnen zijn ook van uitstekende kwaliteit.”

Experts wijzen er wel op dat de jonge Zweedse wijnindustrie nog een oplossing moet zoeken om zijn product bij consumenten over de hele wereld te krijgen. “In tegenstelling tot Frankrijk en andere traditionele wijnlanden is er voor de sector in Zweden geen steun van de overheid”, voeren zij aan. “Wijnmakerijen worden streng gereguleerd en kunnen vanwege het Zweedse staatsmonopolie op de verkoop van alcohol niet rechtstreeks aan de consumenten verkopen. De Zweedse overheid ziet de mogelijkheden van de wijnindustrie nog niet. Politici zijn niet geïnteresseerd omdat ze alcohol nog steeds als een maatschappelijk probleem zien.”

De wijnmakers hopen dat die opinie zal veranderen naarmate de wijngaarden uitbreiden. Hoewel het Zweedse areaal wijnranken snel groeit, is er nog altijd sprake van een oppervlakte van ongeveer 150 hectare. Dat is bijzonder bescheiden in vergelijking met grote wijnlanden zoals Spanje (bijna 1 miljoen hectare) en Frankrijk (meer dan 800.000 hectare).

Meer over dit onderwerp:

Posted in voeding & horeca | Reacties uitgeschakeld voor Europese wijnindustrie krijgt ook mogelijkheden in Zweden

Duitse autofabrikanten somberder over onmiddellijke toekomst

Posted by managing21 on augustus 5th, 2024

De Duitse autofabrikanten laten tegenover de onmiddellijke toekomst een groeiend pessimisme optekenen. De winstvooruitzichten voor het lopende jaar worden naar beneden bijgesteld. Dat blijkt uit een rapport van het Duitse Institut für Wirtschaftsforschung (Ifo Institute). De toenemende somberheid wordt toegeschreven aan de afnemende verkopen van elektrische voertuigen en een tegenvallende verkoop in China.

De zakelijke verwachtingen van de Duitse autosector daalden in juli tot een niveau van min 18,3 punten. Daarmee wordt de stemming bij de Duitse autofabrikanten steeds somberder. Tijdens de maand juni werd immers een niveau van min 9,5 punten opgetekend. Verschillende Duitse autofabrikanten hebben de voorbije weken ook tegenvallende financiële resultaten moeten rapporteren.

Een verbod op verbrandingsmotoren zou volgens Oliver Zipse een verkeerde keuze zijn. – Foto: BMW Group

De Duitse autosector worstelt met een afnemende vraag naar elektrische voertuigen. Dat is een aanzienlijke tegenvaller, want de fabrikanten hebben de voorbije jaren miljarden euro geïnvesteerd in de ontwikkeling van de technologie. De industrie staat ook onder druk in China. Ook daar loopt de verkoop, te wijten aan een toenemende crisis in de binnenlandse verkoop, verder achteruit. “De autosector glijdt verder af in een crisis”, gaf Anita Wölfl, analist bij het Ifo Institute, in een commentaar aan. “Ook de volgende maanden mag er wellicht geen significante verbetering worden verwacht.”

Uit het rapport van het Ifo Institute blijkt dat de capaciteitsbenutting in de industrie tot ongeveer 78 procent is gedaald. Dat niveau situeert zich 9 procentpunt onder het gemiddelde op lange termijn. Die achteruitgang moet worden verklaard door de beslissing van autofabrikanten zoals de VW Group om de productie in hun dure fabrieken te verminderen. Meer dan 43 procent van de ondervraagde autobedrijven klaagt momenteel over een gebrek aan orders. In april werd hier nog een score van 29 procent geregistreerd.

De verslechterende stemming heeft zowel betrekking op de huidige bedrijfssituatie als op de verwachtingen voor de volgende zes maanden. De score voor de actuele situatie liet in juni nog een niveau van plus 3,2 punten optekenen, maar inmiddels is er sprake van een totaal van min 6,8 punten. Voor de volgende zes maanden werd in juni nog een niveau van min 21,3 punten gemeld, maar dat is inmiddels verder tot 29,1 punten weggezakt. Bovendien laten de exportverwachtingen van de Duitse autofabrikanten een niveau van min 16,8 punten registreren. Dat betekent een daling met ruim 13 punten tegenover de maand juni.

China is voor de grote Duitse autofabrikanten de belangrijkste afzetmarkt. Wanneer die regio tekenen van zwakte vertoont, neemt dan ook de druk op de constructeurs toe. BMW gaf eerder al te kennen dat zijn verkoop in China tijdens de eerste helft van dit jaar met ongeveer 4 procent was gedaald tegenover dezelfde periode vorig jaar. Daarmee liet BMW echter wel betere prestaties optekenen dan zijn concurrenten Volkswagen en Mercedes-Benz. BMW gaf ook aan te verwachten dat de economie in China zich naar verwachting vanaf het derde kwartaal zal stabiliseren. Concurrenten Mercedes en Porsche maken daarentegen gewag van een aanhoudende tegenwind.

Plannen bijstellen

Door de vertragende verkopen van elektrische wagens, hebben de Duitse fabrikanten van luxewagens allemaal hun plannen voor de verdere introductie van de technologie moeten bijstellen. Zowel Audi, Mercedes-Benz, BMW en Audi hebben aangekondigd meer in verbrandingsmotoren te investeren, ook al blijven ze zich voor de verdere toekomst op elektrische wagens richten.

Bij de voorstelling van de kwartaalcijfers van de BMW Group had Oliver Zipse, topman van het Duitse autoconcern, ook bedenkingen bij het duurzaamheidsbeleid dat de Europese Unie tegenover de autosector hanteert. “De meest efficiënte bijdrage aan de klimaatbescherming wordt gevormd door maatregelen die in het heden worden doorgevoerd”, merkte Zipse op. “Om dit te kunnen bereiken moet er vooral worden gezorgd dat synthetische brandstoffen zo snel mogelijk op grote schaal worden geproduceerd. Deze duurzame brandstoffen zouden de klimaatimpact van het bestaande wagenpark van de Europese Unie – meer dan 250 miljoen voertuigen – onmiddellijk verbeteren.

“Voorlopig moet vooral worden vastgesteld dat synthethische brandstoffen als politiek instrument worden ingezet in het debat over het verbod op verbrandingsmotoren vanaf het midden van volgend decennium”, betoogde Zipse nog. “Op dit moment wijst alles erop dat de Europese Commissie op zoek is naar een valse oplossing, waarbij het verbod op verbrandingsmotoren wordt verzacht door een veronderstelde toelating van synthetische brandstoffen.”

“Als er niets wordt gedaan om de introductie van deze duurzame brandstoffen te versnellen en een praktisch gebruik mogelijk te maken, zal er gewag moeten worden gemaakt van een opzettelijk verbod op voertuigen met een verbrandingsmotor”, waarschuwde Zipse nog. “Wij blijven geloven dat een regelrecht verbod op verbrandingsmotoren een vergissing is. BMW verdedigt dan ook openlijk zijn hoogrendementsmotoren en plugin hybride technologie.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in automotive, Mobility | Reacties uitgeschakeld voor Duitse autofabrikanten somberder over onmiddellijke toekomst

Chinese software mag niet meer in Amerikaanse zelfrijdende wagens

Posted by managing21 on augustus 5th, 2024

Verwacht wordt dat het gebruik van Chinese software in autonome en geconnecteerde wagens in de Verenigde Staten snel zal worden verboden. Verwacht wordt dat de Amerikaanse regering daarbij Chinese software niet langer zou toelaten in auto’s met zelfrijdende technologie van het derde niveau. Dit zou ook betekenen dat autonome wagens van Chinese fabrikanten niet op Amerikaanse wegen zouden mogen worden getest. Ook voertuigen met Chinese geavanceerde communicatietechnologie zou van de Amerikaanse wegen worden verbannen.

Volgens het voorstel van de Amerikaanse regering moeten autofabrikanten en leveranciers de herkomst van hun software voor geconnecteerde of geavanceerde autonome voertuigen verifiëren. Daarbij zou moeten gegarandeerd worden dat de technologie niet werd ontwikkeld in een buitenlandse natie die een mogelijke bedreiging, zoals China, zou kunnen vormen.

Een robotaxi van de Chinese autofabrikant WeRide. – Foto: WeRide

Het Amerikaanse ministerie van handel gaf recent aan van plan te zijn om in augustus nieuwe regels voor geconnecteerde voertuigen uit te vaardigen Daarbij zouden beperkingen worden opgelegd aan bepaalde software die in China en andere potentieel vijandige landen is gemaakt. 

Een woordvoerder van het ministerie maakte daarbij gewag van een bezorgdheid over de nationale veiligheidsrisico’s die verbonden zouden kunnen worden aan de technologieën die voor geconnecteerde voertuigen zijn ontwikkeld. Het Amerikaanse Bureau of Industry and Security zou overgaan tot een publicatie van een regelgeving die zich op mogelijk malafide systemen in het voertuig zouden richten. De industrie zou daarbij ook de kans krijgen om de voorstellen te beoordelen en opmerkingen in te dienen.

In een reactie heeft het Chinese ministerie van buitenlandse zaken te kennen gegeven de Verenigde Staten aan te sporen om de wetten van de markteconomie en de principes van eerlijke concurrentie te respecteren. Er wordt aan toegevoegd dat Chinese auto’s wereldwijd een grote populariteit hebben verworven omdat ze aan een zware marktconcurrentie waren blootgesteld en een grote technologische innovativiteit tentoonspreiden.

Overleg

Het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken heeft terzake een overleg georganiseerd met ambtenaren uit de Verenigde Staten, Australië, Canada, de Europese Unie, Duitsland, India, Japan, Zuid-Korea, Spanje en het Verenigd Koninkrijk. Zelfrijdende technologie van het derde niveau omvat toepassingen waarmee chauffeurs achter het stuur een aantal activiteiten, zoals het gebruik van een smartphone of het bekijken van een film, kunnen uitvoeren, maar alleen onder bepaalde beperkte voorwaarden.

In november vorig jaar sloegen een aantal Amerikaanse politici alarm over Chinese bedrijven die gevoelige gegevens verzamelden en verwerkten tijdens het testen van autonome voertuigen in de Verenigde Staten. Daarbij werden ook een aantal Chinese bedrijven – Baidu, Nio, WeRide, Didi Chuxing, Xpeng, Inceptio, Pony.ai, AutoX, Deeproute.ai en Qcraft – geïnterpelleerd. Opgemerkt werd dat Chinese fabrikanten in de twaalf maanden tot en met november 2022 in Californië met hun wagens meer dan 450.000 mijl hadden rondgereden.

In juli vorig jaar zei Pete Buttigieg, de Amerikaanse minister van transport, zich zorgen te maken over de bedreiging die Chinese fabrikanten van autonome voertuigen in de Verenigde Staten voor de nationale veiligheid zouden kunnen vormen. Daarbij werd erop gewezen dat geconnecteerde voertuigen de technologie zou gebruiken om inzittenden te bespioneren of de controle over het voertuig over te nemen. “De nationale veiligheidsrisico’s van de Chinese technologie zijn behoorlijk groot”, voerde Gina Raimondo, Amerikaans minister van handel, aan. “We hebben besloten om actie te ondernemen, want dit is een bijzonder ernstige kwestie.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in automotive | Reacties uitgeschakeld voor Chinese software mag niet meer in Amerikaanse zelfrijdende wagens

Moratorium op diepzeemijnbouw blijft een verre droom

Posted by managing21 on augustus 5th, 2024

Het is opnieuw niet gelukt om een aanzet tot een mogelijk internationaal moratorium op diepzeemijnbouw te geven. Gesprekken over de controversiële praktijk tijdens de algemene vergadering van de International Seabed Authority (ISA) in Kingston (Jamaica) hebben immers geen vergelijk opgeleverd. Meer dan dertig landen – waaronder Frankrijk, Canada, Chili, Brazilië en het Verenigd Koninkrijk – hadden tot een moratorium op diepzeemijnbouw opgeroepen. Maar uiteindelijk werd een ontwerpmaatregel terzake opnieuw ingetrokken.

Mijnbouw op de zeebodem moet leiden tot de verzameling van mineralen die essentieel zijn voor de duurzame transitie. Tegenstanders waarschuwen echter dat deze activiteit mogelijk zware ecologische kosten zou kunnen veroorzaken. Maar tot nu toe zijn zij er niet in gelukt om de International Seabed Authority, die 168 leden telt, te bewegen een debat over een reglementering of beperking van de activiteit op te starten.

Op de besprekingen in Kingston werd door een aantal partijen opgeroepen tot een dialoog over de ontwikkeling van een beleid dat zou moeten leiden tot een bescherming en het behoud van het mariene milieu. Diverse delegaties – van China tot Saoedi-Arabië en een groep Afrikaanse landen – betoogden echter dat het ontwerp niet duidelijk genoeg was en dat de algemene vergadering van de International Seabed Authority niet geschikt was als forum om een ??besluit te nemen over de bescherming van mariene habitats. Daarvoor was volgens hen de bestuursraad van de organisatie, die uit zesendertig landen bestaat, bevoegd.

Het leven op de oceaanbodem kan door diepzeemijnbouw zwaar worden belast. – Foto: Pixabay/Dennis Peterson

“We zijn enigszins teleurgesteld”, erkende Salvador Vega Telias, de vertegenwoordiger van Chili. Nochtans benadrukte hij te geloven door een meerderheid van de lidstaten gesteund te zijn, maar hij stelde alsnog voor om de discussie tot juli volgend jaar uit te stellen. Maar ook dat voorstel werd afgewimpeld.

Bij diepzeemijnbouw in internationale wateren wordt op de oceaanbodem gezocht naar mineralen zoals nikkel, kobalt en koper, die cruciaal zijn voor de uitrusting van de hernieuwbare energie. Onder de ??United Nations Convention on the Law of the Sea (Unclos) is de International Seabed Authority verantwoordelijk voor zowel de bescherming van de zeebodem in gebieden buiten de nationale jurisdicties als voor het toezicht op de exploratie of exploitatie van hulpbronnen in deze zones.

Tot nu toe is de diepzeemijnbouw nog niet verder dan een experimentele en verkennende fase geraakt. De bestuursraad van de International Seabed Authority, die vooralsnog alleen exploratie-contracten verstrekt, stelt al meer dan tien jaar regels voor commerciële exploitatie op. Gestreefd wordt om volgend jaar een code voor de diepzeemijnbouw te kunnen aannemen. Milieugroepen en wetenschappers waarschuwen echter dat diepzeemijnbouw mariene habitats kan beschadigen en een bedreiging kunnen vormen voor een aantal soorten waarover relatief weinig is geweten, maar die mogelijk wel belangrijk zijn voor de voedselketen.

Bovendien is er volgens de critici een risico dat de capaciteit van de oceaan voor de opslag van koolstofdioxide die door menselijke activiteiten wordt geproduceerd, zou kunnen worden verstoord. Het lawaai van de mijnactiviteit zou bovendien een negatieve impact kunnen hebben op walvissen die zich in de buurt zouden ophouden.

Noodzaak

Ondanks die dreiging hebben verscheidene landen echter al verkennende contracten opgesteld en tests uitgevoerd. Nauru, een kleine eilandnatie in de Stille Oceaan, heeft al een exploitatie-aanvraag ingediend, zelfs bij afwezigheid van den mijnbouwcode. The Metals Company (TMC), een grote industriële groep uit Canada, werkt met zijn lokale dochter Nauru Ocean Resources (Nori) aan met plannen om in de Clarion-Clipperton Fracture Zone in de Stille Oceaan mineraalrijke polymetallische knollen te oogsten. 

De regering van Nauru werkt namens Nori aan een aanvraag voor de start van commerciële mijnbouw, die bij de International Seabed Authority moet worden ingediend. “De verantwoorde ontwikkeling van diepzee-mineralen is voor Nauru en andere kleine eilandstaten in ontwikkeling niet alleen een kans om hun economie te ondersteunen”, gaf David Adeang, president van Nauru, aan. “Het is voor die landen noodzakelijk om in een snel veranderende wereld te kunnen overleven.”

“Het verzet tegen diepzeemijnbouw – zowel bij het publiek als in de politiek – heeft een absolute piek bereikt”, merkt Louisa Casson, campagnevoerder bij de milieuvereniging Greenpeace, op. “Nu de dreiging van een reële exploitatievergunning steeds meer dichterbij komt, moeten lidstaten bij de International Seabed Authority meer druk uitoefenen om dat verzet in een moratorium om te zetten.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in grondstoffen, milieu | Reacties uitgeschakeld voor Moratorium op diepzeemijnbouw blijft een verre droom

Duurzame diëten tonen economische en culturele verschillen

Posted by managing21 on augustus 5th, 2024

De lidstaten van de Europese Unie integreren de uitdagingen van de klimaatverandering steeds vaker in hun voedingsrichtlijnen, maar economische en culturele verschillen tussen de landen staan ??nog steeds een algehele consensus over duurzame en gezonde diëten in de weg. Dat zeggen wetenschappers aan de Universidad de Alcalá (Spanje).

Recent nog heeft ook Oostenrijk zijn voedingsrichtlijnen bijgewerkt, waarbij ook specifieke aandacht werd gevraagd voor de impact van de klimaatverandering en aanbevelingen voor vegetariërs werden gedaan. Oostenrijk is echter niet het enige land dat duurzaamheid en gezondheid in evenwicht probeert te brengen bij de ondersteuning die aan burgers wordt geboden bij de keuze van voedselopties. Duitsland, Denemarken, Nederland, Spanje en Zweden hebben de voorbije jaren soortgelijke stappen gezet.”

Deze aanpak is in lijn met de visie van World Health Organization (WHO). Tedros Adhanom Ghebreyesus, directeur-generaal van de internationale gezondheidsorganisatie, stuurde in december vorig jaar de recente Klimaatconferentie in Dubai aan op een overschakeling naar meer plantaardige diëten. De Food & Agriculture Organization (FAO) meldde dat inmiddels meer dan honderd landen nationale voedingsrichtlijnen hebben ontwikkeld om gezonde eetpatronen te promoten.

Plantaardige voeding vormt een belangrijke pijler van een duurzaam en gezond dieet. – Foto: Pixabay/Spencer Wing

“Hoewel alle lidstaten van de Europese Unie aanbevelingen rond klimaat en voeding hebben gedaan, blijken er vaak verschillen in de nationale visie op duurzaamheid en consumptie, vaak beïnvloed door lokale voedselculturen en tradities”, merkt Manuel Franco, epidemioloog aan de Universidad de Alcalá, op. “Het voedingsgedrag heeft niet alleen veel te maken met cultuur en gastronomie, maar ook met de maatschappij en de economie waarin we leven.”

Bij het opstellen van voedingsrichtlijnen komt volgens Franco een spanning tussen verschillende parameters – onder meer economie, gezondheid en duurzaamheid – naar boven. “Dit leidt tot politieke beslissingen waarbij soms aan specifieke aspecten prioriteit wordt verleend”, merkt hij op. Deze verschillen kunnen onder meer in de richtlijnen voor consumptie worden aangetroffen. In Oostenrijk wordt slechts één portie vis per week gesuggereerd, maar in Spanje, de grootste visproducent van de Europese Unie, worden minstens drie porties per week aanbevolen. Het zou dan ook niet acceptabel zijn – zowel cultureel als economisch – om aan Spanjaarden te vragen om uit het oogpunt van duurzaamheid minder vis te consumeren.

“Ook op het gebied van alcohol blijken aanzienlijke verschillen”, betoogt Franco. “Griekenland maakte daarbij in 2017 nog gewag van een mediterraan dieet waarin ook voor een matige wijnconsumptie plaats werd gemaakt. Soms worden beslissingen alleen genomen op basis van gezondheid, maar soms krijgen cultuur en gastronomie voorrang op de wetenschap.”

Plantaardig

Wel kan volgens Franco in de herziene voedingsrichtlijnen van de lidstaten vaak een een sterkere nadruk op plantaardige opties, ten koste van vlees en zuivelproducten, worden opgetekend. “Inspanningen om de inname van dierlijke producten te verminderen zijn op het vlak van gezondheid en leefmilieu betekent een enorme stap voorwaarts”, beklemtoont de epidemioloog.

De herziene aanbevelingen van Oostenrijk adviseren om vlees en vis te beperken tot één maaltijd per week. Eventueel zou van beide nog een extra portie per week mogelijk zijn. Dit komt neer op 32,25 gram vlees per dag. In landen zoals Finland, Frankrijk en Polen liggen die aanbevolen portie echter twee keer hoger. Ook Duitsland heeft in maart zijn richtlijnen bijgewerkt om plantaardige voeding sterk te bevoordelen en waarbij aangeraden wordt om de consumptie van vlees te beperken. In Nederland werd in 2015 aanbevolen om de consumptie van vlees te beperken of te vermijden.

Italië hanteert op dat vlak een gematigder aanpak. In de Italiaanse richtlijnen van 2018 wordt opgemerkt dat een aantal dierlijke producten nog steeds noodzakelijk zijn om voedingstekorten te voorkomen. Zweden riep 2015 op om de consumptie van vlees te beperken, maar stelde zich gematigder op tegenover het verbruik van zuivelproducten. “Boter heeft op het leefmilieu een grotere impact dan oliën, maar kan tegelijkertijd bijdragen tot een rijk agrarisch landschap en het behoud van een grotere biodiversiteit”, werd er daarbij opgemerkt.

Naarmate de voedingsrichtlijnen evolueren, wordt het volgens Franco cruciaal dat ook de maatschappij die nieuwe trends volgt. De epidemioloog stipte aan dat investeringen in overheidsaanbestedingen, onder meer in schoolkantines, de gemakkelijkste manier zijn om gezonde en duurzame diëten dichter bij burgers te brengen. Het World Wildlife Fund Europe riep eveneens op tot een groter aantal publieke maatregelen om milieuvriendelijke diëten te stimuleren. De organisatie schoof daarbij een aantal praktische stappen, zoals prijsverlagingen voor plantaardige producten en het verbeteren van de etikettering van de promotie van dierenwelzijn, naar voor.

“Een beleid dat alleen op bewustwording vertrouwt, zal geen gedragswijziging generen”, betoogde de natuurvereniging. “Politici moeten hun verantwoordelijkheid nemen en mogen die opdracht niet alleen maar naar de burgers doorschuiven.”

Franco zelf benadrukte bij het streven naar duurzaamheid ook het aspect van sociale rechtvaardigheid. Hij wees er daarbij op dat de beste voedselopties voor alle burgers, ongeacht hun economische en sociale status, toegankelijk moeten zijn. “Diëten en ziektes die met voedingsgewoonten zijn verbonden, worden nog altijd met ongelijkheid geconfronteerd en zijn aan sociale klassen gelinkt.

Meer over dit onderwerp:

Posted in landbouw, voeding & horeca | Reacties uitgeschakeld voor Duurzame diëten tonen economische en culturele verschillen

Wereldwijde emissies van methaan lopen bijzonder snel op

Posted by managing21 on augustus 4th, 2024

De wereldwijde emissies van methaan, een krachtig gas dat de planeet opwarmt, lopen snel op. Daarbij wordt gewag gemaakt van het snelste tempo in verschillende decennia. Onmiddellijke actie is dan ook vereist om een gevaarlijke escalatie van de klimaatcrisis te helpen voorkomen. Dat blijkt uit een onderzoek van wetenschappers aan de Duke University.

Methaanemissies zijn verantwoordelijk voor de helft van de wereldwijde opwarming die tot nu toe werd geregistreerd. Sinds 2006 heeft die uitstoot een aanzienlijke toename laten optekenen. “Ook de rest van dit decennium zal er verdere toename van de uitstoot moeten worden gemeld, tenzij er nieuwe stappen worden ondernomen om die trend tegen te gaan”, benadrukt onderzoeksleider Drew Shindell, klimaatwetenschapper aan de Duke University.

De jaarlijkse wereldwijde methaanemissies liggen ongeveer 30 miljoen ton hoger dan vorig decennium. – Foto: Pixabay/Roderick Qiu

“Hoewel de wereld terecht is gefocust op koolstofdioxide als de belangrijkste oorzaak van stijgende wereldwijde temperaturen, is er weinig gedaan om methaan aan te pakken”, geeft Shindell aan. “Nochtans draagt methaan tijdens de eerste twintig jaar nadat het gas in de atmosfeer terecht is gekomen, tachtig keer meer bij tot de opwarming van de aarde dan koolstofdioxide. De groeisnelheid van de uitstoot van methaan neemt toe. Dat is een bijzonder zorgelijke ontwikkeling.”

“Tot ongeveer twintig jaar geleden bleef de uitstoot van methaan in de atmosfeer relatief status quo”, merkt Drew Shindell op. “Pas de jongste jaren is er een enorme emissie van methaan opgemerkt. Dat fenomeen heeft ertoe geleid dat de aanpak van de antropogene opwarming – door de menselijke activiteit veroorzaakt – nog meer uitdagend is geworden.”

Dit decennium lagen de jaarlijkse wereldwijde methaanemissies ongeveer 30 miljoen ton hoger dan het voorbije decennium. Zowel in 2021 als 2022 werden er daarbij nieuwe records opgetekend. Hoewel hiervoor geen enkele duidelijke reden kan worden aangegeven, moet volgens de wetenschappers op een aantal factoren worden gewezen.

“Methaan komt van de productie en de verwerking van olie, gas en steenkool”, verduidelijkt Shindell. “Daarmee moet rekening gehouden worden met een hausse in fracking die deze eeuw een golf van nieuwe gasprojecten heeft veroorzaakt. Het gas wordt ook uitgestoten door de wereldwijde veestapel. De toegenomen veehouderij heeft dan ook een sterke bijdrage geleverd tot de toename van de methaan-uitstoot. In mindere mate is er ook sprake van een impact van de uitbreiding van de rijstproductie. Daarnaast zorgen de oplopende temperaturen op aarde voor een ontbinding van organisch materiaal in wetlands. Hierdoor komt eveneens meer methaan vrij.”

Sterkste hefboom

In 2021 hebben de Verenigde Staten en de Europese Unie de Global Methane Pledge gelanceerd. Dat initiatief engageert zich om de gezamenlijke methaan-uitstoot tegen het einde van dit decennium met 30 procent te verminderen. “Dit plan is nu uitgebreid naar 155 landen, maar slechts 13 procent van de uitstoot door het huidige beleid wordt gedekt”, voeren de onderzoekers aan. “Bovendien gaat slechts 2 procent van de wereldwijde klimaatfinanciering naar de vermindering van de methaanuitstoot.”

“Ik denk niet dat die doelstelling volledig onbereikbaar is geworden, maar we moeten onze inspanningen verdubbelen om die ambities waar te maken”, merkt Shindell op. “De uitstoot van olie en gas wordt door de overheden steeds meer aan strikte regels onderworpen. Maar bij de wereldwijde veestapel loopt dat veel minder vlot. Vele overheden laten die sector grotendeels ongemoeid.”

Koolstofdioxide kan honderden of duizenden jaren in de atmosfeer blijven hangen, tenzij gerichte maatregelen worden genomen om het gas op te vangen of te verwijderen. De dreiging van methaan duurt veel korter. Indien alle emissies van dat gas onmiddellijk zouden worden verminderd, zou 90 procent van het verzamelde methaan binnen dertig jaar uit de atmosfeer zijn verdwenen. Dit zou een snellere manier zijn om de opwarming van de aarde te verminderen dan een exclusieve aanpak van de koolstofdioxide.”

“Methaan is de sterkste hefboom die we snel kunnen gebruiken om de opwarming tussen het heden en het midden van deze eeuw te verminderen”, merkt Shindell op. “Er kunnen immers bijzonder snel resultaten worden geboekt. Een aanpak van de methaanuitstoot is dan ook een optimale manier om de ergere gevolgen van de klimaatverandering te kunnen voorkomen. Een afbouw van de uitstoot van koolstofdioxide biedt een bescherming van onze kleinkinderen, maar de vermindering van de emissies van methaan garandeert een onmiddellijke bescherming van de huidige generatie.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in energie, grondstoffen | Reacties uitgeschakeld voor Wereldwijde emissies van methaan lopen bijzonder snel op

Kostprijs onderzoek blijft grote factor in ontwikkeling geneesmiddel

Posted by managing21 on augustus 4th, 2024

De gemiddelde kosten van de ontwikkeling van een nieuw geneesmiddel voor de Amerikaanse markt worden geschat op 879,3 miljoen dollar. Dat is de conclusie van een rapport van wetenschappers van de Eastern Research Group in Massachusetts, gebaseerd op medische patenten die tussen 2000 en 2018 werden aangevraagd. Andere research geeft echter aan dat de ontwikkelingskosten vaak door de sector worden overdreven om de hoge verkoopprijzen van de producten te rechtvaardigen.

“De gemiddelde kosten voor de ontwikkeling van een nieuw geneesmiddel bedroegen ongeveer 172,7 miljoen dollar”, merkt onderzoeksleider Aylin Sertkaya, economist bij de Eastern Research Group. Dat bedrag varieerde tussen een som van 72,5 miljoen dollar voor urogenitale geneesmiddelen tot 297,2 miljoen dollar voor pijnbestrijding en anesthesie. In de bedragen werd ook rekening gehouden met de marketinguitgaven voor de lancering en de verkoop van de betrokken producten.

Over de ontwikkelingskosten van geneesmiddelen blijft grote onduidelijkheid. – Foto: Pixabay/Ondrej Janovec

“Wanneer echter ook de kosten van mislukkingen worden meegerekend, liepen de gemiddelde uitgaven op tot 515,8 miljoen dollar”, werpt Sertkaya op. “Met inbegrip van de kapitaalkosten stegen de uitgaven tot 879,3 miljoen dollar. Dat varieerde van 378,7 miljoen dollar voor anti-infectiva tot 1.756 miljard dollar voor pijnbestrijding en anesthesie.”

Uit het onderzoek bleek nog dat de omzet van de farmaceutische industrie tussen 2008 en 2019 een inkrimping met 15,6 procent moest optekenen, maar tegelijkertijd steeg de intensiteit van onderzoek en ontwikkeling van 11,9 procent naar 17,7 procent. “Bij de grote farmaceutische bedrijven was er tegelijkertijd een stijging van 16,6 procent naar 19,3 procent”, zegt Sertkaya.

“Deze resultaten benadrukken dat het bijzonder belangrijk is om een inzicht te hebben in de omvang en de factoren die verband houden met de ontwikkelingskosten van geneesmiddelen om geschikte keuzes te kunnen maken rond het ontwerp van een farmaceutisch beleid en de potentiële impact op innovatie en concurrentie”, werpt Sertkaya nog op.

Overdreven

Een onderzoek van Médecins Sans Frontières (MSF), gebaseerd op een analyse van een gecombineerde behandeling met vier geneesmiddelen tegen resistente tuberculose, suggereert echter dat de ontwikkelingskosten van een geneesmiddel veel lager kunnen liggen dan de miljarden dollar die door de farmaceutische industrie wordt geclaimd. “Geschat wordt dat de kosten voor de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen tussen 40 miljoen euro en 3,9 miljard euro bedragen. Klinische proeven vormen daarbij de grootste kostenpost. De kosten voor de tweede en derde fase van het klinisch onderzoek zouden tussen 4,7 miljoen euro en 133 miljoen euro bedragen.”

“Bij de ontwikkeling van de geneesmiddelen voor de behandeling van resistente tuberculose was er daarbij sprake van een bedrag van 34 miljoen euro”, werpt onderzoeksleider Bern-Thomas Nyang’wa, medisch directeur van Médecins Sans Frontières, op. “Meer precieze informatie over de kosten van de ontwikkeling van een individueel product zou overheden en zorgverleners beter informeren voor onderhandelingen over de terugbetaling en de toegang tot behandelingen.”

“De buitensporige kosten van het onderzoek worden gebruikt om de hoge prijzen van nieuwe geneesmiddelen te rechtvaardigen”, stipt Nyang’wa aan. “Toch blijken de farmaceutische bedrijven geen overzicht of details van hun uitgaven aan onderzoek te publiceren. Aan deze ondoorzichtigheid moet een einde worden gemaakt. We hopen dat de publicatie van de kosten van het klinisch onderzoek naar een behandeling tegen resistente tuberculose zal kunnen worden gebruikt als een oproep tot andere partijen om eveneens hun kosten voor klinisch onderzoek openbaar te maken.

“Op die manier kan een bredere transparantie van de kosten voor de ontwikkeling van geneesmiddelen worden gegarandeerd”, zegt Nyang’wa. “Transparantie in de uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling blijft grotendeels ongrijpbaar. Transparantie in de kosten van klinische proeven kan echter een belangrijke stap betekenen om een beter inzicht te verwerven in de reële kost van medische innovatie. Op die manier kan worden gewerkt aan een toekomst waarin de toegang tot geneesmiddelen en medische hulpmiddelen niet door hoge prijzen wordt belemmerd.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in gezondheid | Reacties uitgeschakeld voor Kostprijs onderzoek blijft grote factor in ontwikkeling geneesmiddel

Olympische Spelen presenteren Urbanloop aan grote publiek

Posted by managing21 on augustus 3rd, 2024

Tijdens de laatste week van juli heeft in Saint-Quentin-en-Yvelines, een stedelijke agglomeratie in de buurt van Parijs, de Urbanloop, een elektrische shuttle die zich over een spoorverbinding beweegt, zijn eerste officiële ritten gemaakt. Het project wil daarbij een nieuw concept van openbaar vervoer introduceren. De Urbanloop krijgt over twee jaar zijn eerste commerciële traject in de Franse stad Nancy.

Tijdens de Olympische Spelen in Parijs worden de shuttles van de Urbanloop gebruikt voor het transport van supporters in de fanzone in Saint-Quentin-en-Yvelines, waar een aantal fietsdisciplines worden georganiseerd. Al tijdens de eerste week van zijn activiteit had de Urbanloop al meer dan 1.500 personen vervoerd. Op de site worden tien capsules van de Urbanloop getest. De infrastructuur kan 250 personen per uur transporteren.

De Urbanloop rijdt op de Olympische Spelen over een traject van twee kilometer. – Foto: Urbanloop

Urbanloop zegt een nieuwe manier van denken over mobiliteit te willen introduceren. “De reiziger wacht niet langer op het transport”, merkt Noémie Bercoff, algemeen directeur van Urbanloop, op. “Integendeel wachten de capsules in het station op klanten. Omdat de capsules door elektriciteit worden aangedreven, veroorzaakt de Urbanloop ook geen enkele uitstoot van koolstofdioxide. De spoorlijn werkt met een lage spanning, waardoor een maximale veiligheid kan worden gegarandeerd. Bovendien blijft hierdoor ook het verbruik uiterst beperkt. Hierdoor kan de vloot capsules vrijwel kosteloos over de verschillende stations worden verdeeld.”

De reiziger die van de Urbanloop gebruik wil maken, hoeft alleen maar aan boord te gaan en op de startknop van de capsule te drukken. De Urbanloop maakt in Saint-Quentin-en-Yvelines een lus van twee kilometer. De verplaatsingen worden gratis aangeboden. Het is immers de meningen van de gebruikers over de Urbanloop te verzamelen. De Urbanloop krijgt voor de exploitatie van het testproject begeleiding van het vervoerbedrijf Keolis.

Het proefproject in Saint-Quentin-en-Yvelines zal zeventien maanden lopen en zal tijdens de vier seizoenen van het jaar worden ingezet. Urbanloop reageerde drie jaar geleden op een oproep van het Franse ministerie van transport om nieuwe projecten voor innovatie in de vervoersindustrie te lanceren. “Bedoeling is aan te tonen dat in het openbaar vervoer een nieuw tijdperk is aangebroken”, verduidelijkt Jean-Philippe Mangeot, voorzitter van Urbanloop. “Bovendien zijn de capsules van de Urbanloop volledig in Frankrijk geproduceerd.”

Kunstmatige intelligentie

Urbanloop werd ontwikkeld in Nancy en moet met zijn vloot autonome elektrische capsules in middelgrote steden zonder metro complementair zijn met de tram en bus. De capsules zijn energiezuinig en modulair en hebben een licht gewicht. Per capsule kunnen één of twee personen naar de eindbestemming worden vervoerd, zonder in alle stations langs het traject te stoppen, zoals bij andere vormen van openbaar vervoer het geval is. Ruim drie jaar geleden vestigde het project in Tomblaine, nabij Nancy, een nieuw wereldrecord voor het laagste energieverbruik per kilometer voor een autonoom voertuig.

De capsules worden aangedreven door kunstmatige intelligentie en verplaatsen zich autonoom, waardoor een soepele circulatie en een aanzienlijke vermindering van de reistijden mogelijk moeten zijn. Ook wordt kunstmatige intelligentie gebruikt om de noodzakelijke frequentie te kunnen voorspellen. “Wanneer een gebruiker op een station aankomt en aan een verplaatsing begint, roept het planningsalgoritme van Urbanloop onmiddellijk een nieuw lege shuttle op het netwerk op ter vervanging van het exemplaar dat net is vertrokken”, verduidelijkt Mangeot.

De metropool Greater Nancy zal over twee jaar de eerste stad zijn waar de Urbanloop een commercieel traject krijgt. Er is een circuit van 7 kilometer voorzien, waarop veertig capsules zullen kunnen worden ingezet. De shuttles zullen vanuit het stadscentrum van Nancy naar een grote parking in Maxéville, waar in de toekomst een nieuw gerechtelijk complex is gepland. De Urbanloop zal in Nancy gemiddeld duizend mensen per uur kunnen vervoeren.

Een aantal partijen hebben in het project al interesse getoond. Urbanloop zegt ook van belang te kunnen zijn in zones met een grote economische activiteit en industriële sites. Daar kan de Urbanloop immers worden ingezet voor het vervoer van personeel.

Meer over dit onderwerp:

Posted in Mobility, transport & logistiek | Reacties uitgeschakeld voor Olympische Spelen presenteren Urbanloop aan grote publiek

Japanse bevolking kende vorig jaar recordinkrimping

Posted by managing21 on augustus 3rd, 2024

Begin dit jaar telde Japan een binnenlandse bevolking van 121.561.801 burgers. Dat betekende een daling met 861.237 eenheden tegenover begin vorig jaar. Dat blijkt uit een rapport van het Japanse ministerie van binnenlandse zaken en communicatie. Daarmee moet het land al voor het vijftiende jaar op rij een inkrimping van zijn bevolking melden.

“De Japanse bevolking is het voorbije jaar met 0,7 procent gedaald”, merkt de Japanse overheid op. “Dat is de grootste procentuele afname die het land de voorbije vijftien jaar heeft gekend. Ook in absolute cijfers moet over een recordinkrimping worden gesproken.” 

Deze inkrimping moet worden gelinkt aan tegengestelde evoluties bij de geboortes en de overlijdens. Japan kon vorig jaar immers amper 729.367 geboortes melden. Dat is een absoluut laagterecord. Daarentegen waren er 1.579.727 overlijdens. Dat betekende een recordhoogte. Daarmee moet worden vastgesteld dat de natuurlijke afname van de Japanse bevolking zich nu al zestien jaar op rij doorzet. Vorig jaar werd een natuurlijke afname van 850.360 personen geregistreerd.

De Japanse bevolking kent nu al vijftien jaar op rij een inkrimping. – Foto: Pixabay/Jason Goh

In het rapport wordt wel opgemerkt dat in Tokio een lichte aangroei van de bevolking kon worden gemeld. Daar was immers sprake van een uitbreiding met 0,03 procent. Dat betekende wel de eerste stijging in drie jaar. De overige zesenveertig prefecturen dienden echter een bevolkingsafname te melden. De grootste afname werd opgetekend in Akita, waar een inkrimping met 1,83 procent werd genoteerd, gevolgd door Aomori (1,72 procent) en Iwate (1,61 procent).

Verder wordt opgemerkt dat zes prefecturen van een sociale toename, waarbij minder mensen vertrekken dan nieuwkomers kunnen worden geteld, gewag konden maken. De sterkste sociale toename kon in Tokio, met 55.167 eenheden, worden opgetekend. Daarna volgden de prefecturen Kanagawa, Saitama, Chiba, Osaka en Fukuoka.

Buitenlanders

Uit het rapport blijkt verder dat er begin dit jaar in Japan 3.323.374 buitenlanders in de bevolkingsregisters waren ingeschreven. Daarmee werd een nieuwe recordhoogte opgetekend. Tegenover het jaar voordien nam die buitenlandse populatie met 11 procent toe. Tijdens de covid-pandemie viel die buitenlandse bevolking weliswaar tijdelijk terug, maar vorig jaar kon opnieuw een toename worden opgemerkt. Met 605.863 nieuwe immigranten werd daarmee vorig jaar een nieuw record gemeld. Buitenlanders vertegenwoordigen nu 3 procent van de totale Japanse bevolking. De meeste buitenlanders zijn tussen vijftien en vierenzestig jaar oud.

Tokio is in Japan de prefectuur met het grootste aandeel buitenlanders onder zijn bevolking, gevolgd door Aichi en Gunma. Daarbij wordt opgemerkt dat Oizumi, gelegen in prefectuur Gunma, met 8.306 personen met een andere nationaliteit, relatief het grootste aantal buitenlanders op zijn grondgebied heeft. Met 73 eenheden registreerde Oizumi ook de hoogste natuurlijke bevolkingstoename.

Oizumi kende tijdens de jaren negentig van de voorbije eeuw een grote instroom van Zuid-Amerikaanse immigranten. De voorbije jaren is in de stad ook het aantal technische stagiairs sterk toegenomen. Buitenlanders vertegenwoordigen in Oizumi inmiddels 20 procent van de totale bevolking. Oizumi heeft ook zijn steun voor buitenlanders opgedreven en wordt vanaf het volgende begrotingsjaar de eerste lokale overheid in de prefectuur Gunma die fulltime buitenlands personeel inhuurt.

In de prefectuur Kumamoto liep het aantal buitenlanders met 24,18 procent op. Daarmee liet Kumamoto procentueel de grooste stijging optekenen van alle Japanse prefecturen. In Kumamoto bevindt zich ook de stad Kikuyo, waar Taiwan Semiconductor Manufacturing Company (TSMC) een belangrijke fabriek heeft. Die stad kende een opmerkelijke sociale toename van de groep buitenlanders, die met 455 personen werd uitgebreid.

Japan telde vorig jaar in totaal, zowel staatsburgers als buitenlandse expats inbegrepen, een bevolking van 124.885.175 mensen. Dat betekende een daling met 531.702 eenheden (0,42 procent) tegenover het jaar voordien. Uit onderzoeken blijkt dat jongere Japanners steeds terughoudender zijn om te trouwen of kinderen te krijgen, ontmoedigd door sombere carrière-vooruitzichten, de hoge kosten van het levensonderhoud en een strakke bedrijfscultuur.

De overheid heeft in zijn begroting dit jaar een budget van 5,3 biljoen yen (34 miljard dollar) gereserveerd voor stimulansen die jonge koppels moeten aanmoedigen om meer kinderen te krijgen. Onder meer worden daarbij verhoogde subsidies voor kinderopvang en onderwijs voorzien. Ook voor de volgende drie begrotingsjaren is daarvoor telkens een bedrag van 3,6 biljoen yen aangekondigd. De Japanse bevolking zal tegen 2070 naar verwachting met ongeveer 30 procent dalen tot 87 miljoen eenheden. Op dat ogenblik zullen vijfenzestigplussers 40 procent van de totale Japanse bevolking vertegenwoordigen.

Meer over dit onderwerp:

Posted in politiek | Reacties uitgeschakeld voor Japanse bevolking kende vorig jaar recordinkrimping

Wind en zon leveren Europa meer elektriciteit dan fossiele brandstoffen

Posted by managing21 on augustus 2nd, 2024

Windturbines en zonnepanelen hadden tijdens de eerste helft van dit jaar in de elektriciteitsvoorziening van de Europese Unie een aandeel van 30 procent. Daarmee zijn windenergie en zonnekracht inmiddels een belangrijker bron van elektriciteit geworden dan fossiele brandstoffen. Dat blijkt uit een rapport van de ecologische denktank Ember. Daarbij wordt opgemerkt dat dertien lidstaten van de Europese Unie tijdens de eerste helft van dit jaar voor het eerst meer energie hebben gehaald uit windenergie en zonnekracht dan uit steenkool en gas.

“De elektriciteitsopwekking door de verbranding van steenkool, olie en gas daalde tijdens de eerste zes maanden van dit jaar met 17 procent in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar”, staat in het rapport van Ember. “Vastgesteld kon daarbij ook worden dat de afbouw van het gebruik van vervuilende brandstoffen de emissies van de Europese elektriciteitssector sinds de eerste helft van 2022 bovendien met een derde hebben doen dalen.”

“De opkomst van windenergie en zonnekracht hebben de rol van de fossiele brandstoffen verkleind”, benadrukt Chris Rosslowe, analist bij Ember. “We zijn momenteel getuige van een historische verschuiving in de energiesector. Die omslag blijkt ook bijzonder snel te gaan.”

Zonnepanelen en windturbines leverden 30 procent van de Europese elektriciteitsvoorziening. – Foto: Pixabay/Cornell Frühauf

Uit het rapport bleek dat elektriciteitscentrales in de Europese Unie tijdens de eerste helft van dit jaar 24 procent minder steenkool en 14 procent minder gas hebben verbrand dan tijdens dezelfde periode vorig jaar. “Nochtans moest in de vraag naar elektriciteit opnieuw een kleine stijging worden opgetekend”, geeft Rosslowe aan. “Door de impact van de covid-pandemie en de oorlog in Oekraïne was die vraag de voorbije twee jaar gedaald. Indien de lidstaten van de Europese Unie het momentum van windenergie en zonnekracht kunnen vasthouden, zal de afhankelijkheid van fossiele energie snel tot het verleden behoren.”

Ambitieus

Europa is historisch een van de grootste producenten van koolstofdioxide, een vervuilend gas dat een belangrijke bijdraagt levert tot de klimaatverandering en meer extreme weersomstandigheden in de hand werkt. Tegelijkertijd heeft Europa ook één van de meest ambitieuze doelstellingen in de hele wereld om zijn economie te decarboniseren. Sinds de Russische invasie in Oekraïne hebben de Europese leiders de verschuiving naar hernieuwbare energiebronnen versneld.

Maar terwijl zonnekracht een hoge vlucht heeft genomen, moest de sector van de windenergie afrekenen met een hoge inflatie, bovenop de aanhoudende tegenstand die de technologie van politici en het publiek ondervindt. Volgens de lobbygroep Wind Power Europe installeerde de Europese Unie in 2023 op het gebied van windenergie een recordvolume van 16,2 gigawatt aan nieuwe capaciteit. Dat cijfer was echter slechts ongeveer de helft van het volume dat er dat jaar nodig was om de klimaatdoelstellingen voor het einde van dit decennium te halen.

Scenario’s die zijn gemodelleerd door het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) en het International Energy Agency (IEA) tonen dat het grootste deel van de elektriciteit die nodig is om een duurzame economie van stroom te voorzien, afkomstig zal zijn van zonnekracht en windenergie.

Ember ontdekte dat dertien lidstaten tijdens de eerste helft van dit jaar meer elektriciteit uit wind en zon hebben opgewekt dan uit fossiele brandstoffen. De wetenschappers merkten daarbij op dat Duitsland, België, Hongarije en Nederland die mijlpaal voor de allereerste keer hebben bereikt.

“Het rapport van Ember vertegenwoordigt een significante ontwikkeling”, erkent Andrea Hahmann, docente energie aan de Danmarks Tekniske Universitet (DTU), in een commentaar op de cijfers. “Maar men kan daarbij niet van een verrassing gewag maken. In Noord-Europa, waar de meeste windenergie wordt opgemerkt, werden tijdens de eerste zes maanden van dit jaar zware windvlagen opgemerkt. De cijfers tonen ook aan dat de Europese Unie een elektriciteits-transitie kan waarmaken. Er mag niet aan pessimisme worden toegegeven. Er moeten op het gebied van hernieuwbare energie substantiële doelstellingen worden gehaald, maar met de juiste beleidsmaatregelen zullen die ambities haalbaar blijken.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in energie | Reacties uitgeschakeld voor Wind en zon leveren Europa meer elektriciteit dan fossiele brandstoffen