managing21.be

Managing21: een blik op het heden en de toekomst van de economie.

Buitenlandse investeringen in ontwikkelingslanden verder gedaald

Posted by managing21 on juli 2nd, 2025

Ontwikkelingslanden hebben twee jaar geleden 435 miljard dollar directe buitenlandse investeringen ontvangen. Dat is het laagste niveau dat sinds 2005 werd opgetekend. Dit blijkt uit een rapport van de World Bank, waarbij het fenomeen vooral wordt verklaard door toenemende handelsbarrières, geopolitieke spanningen en toenemende fragmentatie grensoverschrijdende investeringen. De buitenlandse directe investeringen in ontwikkelde economieën daalden tot 336 miljard dollar. Dat was het laagste niveau dat sinds 1996 werd opgetekend.

“De resultaten hebben een duidelijk verband met het overheidsbeleid”, beklemtoonde Indermit Gill, hoofdeconoom van de World Bank, in een commentaar op het rapport. “Het is geen toeval dat buitenlandse directe investeringen nieuwe dieptepunten bereiken op hetzelfde moment dat de staatsschuld recordhoogtes bereikt. Privé-investeringen zullen nu de economische groei moeten aanjagen.”

“Buitenlandse directe investeringen vertegenwoordigen een van de meest productieve vormen van particuliere investeringen, maar toch zijn overheden de afgelopen jaren druk bezig geweest met het opwerpen van barrières voor investeringen en handel, terwijl ze die juist bewust zouden moeten afbreken. Ze zullen die slechte gewoonte moeten afleren.”

De instroom van buitenlandse directe investeringen naar ontwikkelingslanden bedroeg in 2023 slechts 2,3 procent van hun gezamenlijke bruto binnenlands product. Dat is ongeveer de helft van het aandeel dat in 2008 werd geregistreerd.

Het rapport merkte op dat de instroom in het begin van deze eeuw snel was toegenomen, waarbij in 2008 een piek van bijna 5 procent van het bruto binnenlandse product werd bereikt. Sindsdien zijn de investeringen gestaag afgenomen.

Tussen 2012 en 2023 was twee derde van de buitenlandse directe investeringen in ontwikkelingslanden geconcentreerd in slechts tien markten. China verwierf bijna een derde van het totaal, terwijl Brazilië en India respectievelijk ongeveer 10 procent en 6 procent van de investeringen ontvingen. De Wereldbank merkte op dat ontwikkelde economieën de voorbije tien jaar verantwoordelijk waren voor bijna 90 procent van de totale buitenlandse directe investeringen in ontwikkelingslanden. Ongeveer de helft was afkomstig was uit de Europese Unie en de Verenigde Staten.

Alarmbellen

De Wereldbank drong er bij ontwikkelingslanden op aan de investeringsbeperkingen die de voorbije jaren werden opgebouwd, te versoepelen. Ook werd de landen gevraagd handelsintegratie te bevorderen en de deelname aan hun economieën te vergroten. 

Ayhan Kose, adjunct-hoofdeconoom van de World Bank, zei daarbij dat de scherpe daling van de directe buitenlandse investeringen in ontwikkelingslanden alarmbellen zou moeten doen rinkelen. “Het terugdraaien van deze vertraging is niet alleen een economische noodzaak, maar is essentieel voor het creëren van banen, duurzame groei en het behalen van bredere ontwikkelingsdoelen”, beklemtoonde hij. “Het vereist gedurfde binnenlandse hervormingen om het ondernemingsklimaat te verbeteren en een daadkrachtige wereldwijde samenwerking om grensoverschrijdende investeringen nieuw leven in te blazen.”

Het rapport schetste ook beleidsprioriteiten voor ontwikkelingslanden om de directe buitenlandse investeringen te verhogen. Daarbij werd onder meer gewezen op een noodzakelijke versnelling van de verbetering van het investeringsklimaat. “Die vooruitgang is de voorbije tien jaar in veel landen gestagneerd”, werd daarbij aangevoerd.

De World Bank benadrukte dat landen de economische impact van buitenlandse investeringen moeten vergroten door de handelsintegratie te bevorderen, de institutionele kwaliteit te verbeteren, de ontwikkeling van menselijk kapitaal te stimuleren en een bredere deelname aan de formele economie aan te moedigen om de voordelen van buitenlandse investeringen te maximaliseren.

“Overheden kunnen de voordelen tevens vergroten door buitenlandse investeringen te kanaliseren naar sectoren waar de impact het grootst is”, werd er nog opgemerkt.

“Buitenlandse investeringen kunnen tevens bijdragen aan het vergroten van de werkgelegenheid voor vrouwen. Daarbij kon worden vastgesteld dat de binnenlandse vestigingen van multinationals doorgaans een hoger aandeel vrouwelijke werknemers hebben dan binnenlandse bedrijven.”

De Wereldbank onderstreepte het belang van een wereldwijde samenwerking en drong er bij alle landen op aan samen te werken om beleidsinitiatieven te versnellen die kunnen helpen om buitenlandse directe investeringen naar ontwikkelingslanden met de grootste investeringstekorten te sturen. “Technische en financiële ondersteuning ter ondersteuning van structurele hervormingen in ontwikkelingslanden – vooral bij naties met een laag inkomen – is cruciaal om de instroom van directe buitenlandse investeringen te ondersteunen.”

Posted in industrie | Reacties uitgeschakeld voor Buitenlandse investeringen in ontwikkelingslanden verder gedaald

Verdere verschuiving in wereldwijd wetenschappelijk landschap

Posted by managing21 on juli 2nd, 2025

Er is in het wereldwijde onderzoekslandschap een duidelijke verschuiving merkbaar. Dat blijkt uit een analyse over de wetenschappelijke onderzoeksactiviteit het voorbije jaar door de database Nature Index, gebaseerd op publicaties in 145 wetenschappelijke magazines. Daarbij werd duidelijk dat China zijn voorsprong in onderzoeksresultaten verder heeft uitgebreid.

China stak in 2023 de Verenigde Staten voorbij als wereldwijde leider in wetenschappelijk onderzoek. Sindsdien heeft het Aziatische land zijn voorsprong verder uitgebouwd. China behaalde in de Nature Index het voorbije jaar een score van 32.122 punten. Dat betekende een stijging met 17 procent tegenover het jaar voordien. In de top tien van instellingen met de meeste publicaties, was China vorig jaar met acht instellingen vertegenwoordigd. Het jaar voordien was er sprake van zeven Chinese vermeldingen in de top tien.

“De gegevens weerspiegelen een ingrijpende verschuiving in het wereldwijde onderzoekslandschap”, betoogde Simon Baker, hoofdredacteur van Nature Index, in een commentaar op de resultaten. “De voortdurende investeringen die China in wetenschap en technologie heeft gedaan, vertalen zich in een snelle, aanhoudende groei van hoogwaardige onderzoeksresultaten, die op gebieden zoals natuurwetenschappen en scheikunde nu de voorheen dominante westerse landen, waaronder de Verenigde Staten, ver overtreffen.”

De resultaten maken verder duidelijk dat de Aziatische regio in zijn geheel een grotere dominantie in het wereldwijde wetenschappelijk onderzoek opbouwt. Dat gaat gepaard met een daling van het aantal topposities voor westerse instellingen in de rangschikking. Naast China bleken Zuid-Korea en India de enige naties in de top tien van de landenrangschikking die hun aandeel in het wereldwijde wetenschappelijk onderzoek het voorbije jaar – met respectievelijk 4,1 procent en 2 procent – verder zagen oplopen. 

Zuid-Korea liet zich vooral gelden op het gebied van biologie en natuurkunde en steeg in de landenrangschikking daarbij – ten koste van Canada – van een achtste naar een zevende plaats. Singapore steeg van een achttiende naar een zestiende plaats en boekte daarbij tegenover het jaar voordien een vooruitgang van 7 procent. De stadstaat dankte die vooruitgang vooral aan uitstekende onderzoeksresultaten op het gebied van gezondheid en leefmilieu. In de top twintig kon alleen China een sterkere groei laten registreren. De uitzondering op de Aziatische vooruitgang was Japan, dat een daling met 7 procent diende te laten optekenen.

Achteruitgang westerse landen

Voorheen dominante westerse landen registreerden voor het tweede jaar op rij een daling, waarbij Canada, Frankrijk, Zwitserland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten allemaal een daling van minstens 7 procent noteerden. Australië en Duitsland konden de terugval tot minder dan 3 procent beperken.

Bij de instellingen behield de Chinese Academy of Sciences(CAS) zijn eerste plaats, gevolgd door de Amerikaanse Harvard University, die in zijn puntentotaal echter wel een terugval met 18 procent moest melden. De University of Science and Technology of China eindigde op de derde plaats, terwijl de Zhejiang University van de tiende naar de vierde plaats steeg.

Vele westerse instellingen dienden in de rangschikking terrein prijs te geven. De Duitse Max-Planck-Gesellschaft zakte van de vierde naar de negende plaats, terwijl het Franse Centre National de la Recherche Scientifique (CNRS) voor de eerste keer uit de top tien viel en op de dertiende plaats eindigde. De Amerikaanse Stanford University daalde van een vijftiende naar een zestiende plaats. Het Massachusetts Institute of Technology (MIT) viel van een veertiende naar een zeventiende plaats terug. De Amerikaanse National Institutes of Health ging van een twintigste naar een vierentwintigste plek.

Meer over dit onderwerp:

Posted in wetenschap | Reacties uitgeschakeld voor Verdere verschuiving in wereldwijd wetenschappelijk landschap

Regoliet is aangewezen bouwmateriaal voor maanbasis

Posted by managing21 on juli 1st, 2025

De ruimtevaartindustrie koestert plannen om een langdurige bewoning buiten de aarde mogelijk te maken. Een maanhabitat moet daarbij de eerste stap vormen. Maar de bouw van een wooninfastructuur op de maan of andere planeten is geen eenvoudige opdracht. Er moet immers met bijzondere omstandigheden rekening worden gehouden. Uit onderzoek blijkt dat hierbij wellicht best gebruik gemaakt wordt van configuraties van individuele bouwelementen die door 3D-printing van maanregoliet worden vervaardigd.

De Verenigde Staten willen met hun ruimtevaartprogramma Artemis tegen 2028 opnieuw een persoon op het oppervlak van de maan laten landen. Dit wordt de eerste keer dat mensen het maanoppervlak betreden sinds in 1972 het ruimtevaartprogramma Apollo door de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie Nasa werd stopgezet. De Nasa wil met Artemis, in samenwerking met internationale en commerciële partners, een duurzaam programma voor maanonderzoek opzetten. Dat programma zou onder meer ook habitats voor een langdurig maanverblijf kunnen omvatten.

Gezien de hoge kosten van de lancering van zware ladingen is het echter onpraktisch om alle benodigde apparatuur en materialen naar de maan te sturen. Dit betekent dat structuren op de maan moeten worden vervaardigd met behulp van lokale grondstoffen. Deze in-situ resources (Isru) omvatten onder meer additive manufacturing, waarbij driedimensionale printtechnologieën worden gebruikt, waarbij maanregoliet in bouwmaterialen worden omgezet. Helaas zorgen technische problemen ervoor dat de meeste 3D-printtechnieken niet haalbaar zijn op het maanoppervlak.

Een team van onderzoekers onder leiding van wetenschappers aan de University of Arkansas vond echter een alternatieve methode, waardoor niet langer volledige structuren moeten worden geprint, maar individuele bouwelementen worden vervaardigd door het sinteren op basis van licht.

“De oprichting van een permanente basis op de maan is al sinds het Apollo-tijdperk onderwerp van onderzoek en voorstellen”, merkt onderzoeksleider Wan Shou, professor werktuigbouwkunde aan de University of Arkansas, op. “Deze plannen zijn altijd ontsierd door het simpele feit dat de benodigde machines en bouwmaterialen naar de maan zouden moeten worden gevoerd. Daarvoor zouden bijzonder krachtige en dure lanceerraketten noodzakelijk zijn.”

“Hoewel de kosten voor het verzenden van ladingen – grotendeels dankzij de ontwikkeling van herbruikbare raketten in de commerciële ruimtevaartsector – de voorbije tien jaar aanzienlijk zijn gedaald, zijn de kosten voor de lancering van onderdelen van een maanbasis nog steeds onbetaalbaar. Hierdoor zullen voor de bouw van een maanbasis alleen in-situ resources kunnen worden gebruikt. Helaas zijn de meeste voorgestelde methoden voor het 3D-printen van structuren in de maanomgeving, met een lagere zwaartekracht en extreme temperaturen, niet praktisch.”

“Veel vormen van additive manufacturing hebben een oplosmiddel nodig om een pasta of composieten te bereiden voor de extrusie of het printen”, stipte Wan Shou aan. “Deze benaderingen zijn niet haalbaar, omdat het transport van oplosmiddelen erg duur kan zijn en de verdamping van oplosmiddelen veel potentiële problemen kan veroorzaken. Andere methoden gebruiken bindmiddelen of polymeren, maar dat gaat met vergelijkbare problemen gepaard. Bovendien moeten de printers met elektriciteit worden gevoed om te kunnen functioneren.”

Gesmolten keramiek

Bij het sinteren wordt het regoliet gebombardeerd met lasers, microgolven of andere energiebronnen, waarbij de grondstof in gesmolten keramiek wordt omgezet. Het keramiek wordt vervolgens laag voor laag geprint en koelt af en hardt uit zodra het aan de lucht of het vacuüm van de maanomgeving wordt blootgesteld. Deze methode is echter bijzonder energie-intensief en vereist waarschijnlijk de inzet van kernenergie.

“Daarom voorziet ons team een ??systeem waarbij alleen maanmateriaal nodig is voor de structuren zelf, waardoor de bottleneck van missies voor het aanvullen van bindmiddelen vanaf de aarde wordt geëlimineerd”, benadrukken de onderzoekers. “Het sinteren kan gebruik maken van zonlicht dat door een set optica wordt geconcentreerd om maanregoliet te bombarderen en tot keramiek te smelten. De technologie is op aarde getest voor de productie van glas en spiegels.”

Op de maan is zonne-energie in bepaalde gebieden constant en overvloedig aanwezig, waardoor het veel betrouwbaarder is dan een energiebron die getransporteerd moet worden. De eenvoud van het systeem maakt het zeer aantrekkelijk voor uitdagende omgevingen, waar bij mogelijke defecten met complexe reparaties rekening moet worden gehouden. Experimenten hebben echter aangetoond dat de technologie bij de vervaardiging van complete structuren nog steeds problemen ondervindt. 

Daarom richtte het team van Sou zich in plaats daarvan op de productie van bouwcomponenten. “Regoliet is in staat om zich tijdens het sinteren bij voldoende hoge temperaturen aan zichzelf te binden”, verduidelijken de onderzoekers. “Bij grotere structuren bleek er echter minder uniformiteit, waardoor de geproduceerde onderdelen minder precisie vertoonden. Hieruit concludeerden we ons best zouden richten op de vervaardiging van een groot aantal stenen, die in elkaar grijpen en kunnen worden geherconfigureerd voor gebruik in grootschalige structuren. Bovendien biedt deze aanpak ook een antwoord op de volumebeperkingen van maanmissies. Bij de productie van individuele bouwcomponenten is immers minder grote apparatuur nodig.”

Voordat het concept kan worden gerealiseerd, moet er echter nog veel werk worden verricht. Zoals Shou aangeeft, is er meer onderzoek nodig om de sinterparameters en materiaaleigenschappen te optimaliseren. Het team is ook van plan een prototype te bouwen en laboratoriumtests uit te voeren. Daarmee hopen ze de technologie te kunnen verfijnen en opschalen voor gebruik op de maan. Ze moeten ook rekening houden met onder meer de manier waarop de uiteindelijke 3D-printer zich over het maanoppervlak zal verplaatsen en welke energiebronnen daarvoor nodig zijn.

Meer over dit onderwerp:

Posted in luchtvaart & ruimtevaart | Reacties uitgeschakeld voor Regoliet is aangewezen bouwmateriaal voor maanbasis

Kunstmatige intelligentie jaagt emissies van Google in de hoogte

Posted by managing21 on juni 30th, 2025

De emissies van broeikasgassen door Google is sinds 2019 met 51 procent gestegen. Die toename is vooral te wijten aan toepassingen op het gebied van kunstmatige intelligentie, die een hinderpaal vormt voor de doelstellingen van het bedrijf om zijn activiteiten duurzame te maken. Dat blijkt uit een rapport dat Google over zijn milieuprestaties heeft gepubliceerd.

Google heeft aanzienlijke investeringen gedaan in hernieuwbare energie en technologieën voor de verwijdering van koolstofdioxide, maar toch is het bedrijf er niet in gelukt de emissies van broeikasgassen te beperken. Dat is vooral te wijten aan emissies verderop in de toeleveringsketen die grotendeels worden beïnvloed door een groei in de datacentercapaciteit die nodig is om kunstmatige intelligentie te ondersteunen. Het bedrijf meldde dat het elektriciteitsverbruik vorig jaar 27 procent hoger lag dan het jaar voordien. De inspanningen voor een decarbonisatie van de activiteiten zijn immers onvoldoende om de toenemende energiebehoefte te compenseren. 

Datacenters spelen een cruciale rol bij het trainen en beheren van de modellen die aan de grondslag van toepassingen van artificiële intelligentie – zoals Gemini van Google en GPT-4 van OpenAI – liggen. Het International Energy Agency (IEA) schat dat het totale elektriciteitsverbruik van datacenters in 2026 een niveau van 1.000 terawattuur zou kunnen bereiken. Dat zou een verdubbeling tegenover het niveau van 2022 betekenen. Datacenters zouden daarmee volgend jaar evenveel elektriciteit verbruiken als de volledige economie van Japan.

Volgens cijfers van het onderzoeksbureau SemiAnalysis zullen datacenters tegen het einde van dit decennium 4,5 procent van de wereldwijde energieproductie verbruiken. Google waarschuwt dat de snelle evolutie van artificiële intelligentie een niet-lineaire groei van de energievraag zou kunnen veroorzaken, waardoor toekomstige energiebehoeften en emissietrajecten moeilijker te voorspellen zijn.

Daarnaast wijst Google ook op een gebrek aan vooruitgang op het gebied van nieuwe vormen van uitstootarme elektriciteitsopwekking. Kleine modulaire kernreactoren, die snel en eenvoudig kunnen worden opgebouwd en gemakkelijk op het elektriciteitsnet zouden kunnen worden aangesloten, worden geprezen als een manier om datacenters te decarboniseren. Er was hoop dat gebieden met veel datacenters een of meer kleine reactoren zouden kunnen opstarten om hun groot elektriciteitsverbruik en hun zware ecologische voetafdruk op te vangen.

In het rapport wordt echter opgemerkt dat de realisatie van deze kleine modulaire kernreactoren achterstand op het verhoopte schema hebben opgelopen. “Uitstootvrije energietechnologieën worden onvoldoende snel op grote schaal geïmplementeerd”, werpt Google op. “Het zal bijzonder moeilijk zijn om die achterstand tegen 2030 op te halen. Hoewel we blijven investeren in veelbelovende technologieën zoals geavanceerde geothermische energie en kleine modulaire kernreactoren, is er van een brede acceptatie nog geen sprake. De technologieën bevinden zich immers nog in een vroeg stadium, zijn relatief duur en worden door de huidige regelgeving weinig gestimuleerd.”

Toeleveringsketen

Google merkt op dat bij de emissies vooral het niveau Scope 3 een grote uitdaging vormt. Dit niveau vertegenwoordigt de uitstoot die niet door het bedrijf zelf, maar door zijn toeleveranciers en klanten worden veroorzaakt. Het bedrijf berekende vorig jaar 11,5 miljoen ton koolstofdioxide te hebben uitgestoten. Dat betekende een stijging met 11 procent tegenover het jaar voordien. Tegenover het basisjaar 2019 was er sprake van een stijging met 51 procent. “Dit werd vooral veroorzaakt door een toename van de emissies in de toeleveringsketen”, merkt Google op. “De emissies van het niveau Scope 3 lieten vorig jaar een stijging met 22 procent optekenen.”

Google merkt op zware inspanningen te doen om voor zijn systemen duurzame energie in te kopen. “Sinds 2010 heeft Google meer dan 170 overeenkomsten gesloten voor de aankoop van meer dan 22 gigawatt aan duurzame energie”, wordt in het rapport aangevoerd. “In 2024 kwamen er vijfentwintig overeenkomsten online, waarmee 2,5 gigawatt aan nieuwe duurzame energie aan de activiteiten werd toegevoegd. Het was ook een recordjaar voor overeenkomsten voor duurzame energie, waarbij het bedrijf contracten voor 8 gigawatt sloot.”

Google werpt op dat artificiële intelligentie een netto positief potentieel voor het klimaat zou kunnen hebben. “De emissiereducties die door de toepassingen van artificiële intelligentie mogelijk worden gemaakt, zullen immers groter zijn dan de uitstoot die door de technologie zelf wordt gegenereerd”, wordt er aangevoerd. Google wil tegen eind dit decennium met behulp van toepassingen van artificiële intelligentie individuen, steden en andere partners helpen om hun gezamenlijke uitstoot jaarlijks met één gigaton te verlagen.

“Deze toepassingen kunnen bijvoorbeeld helpen bij het voorspellen van energieverbruik, waarmee verspilling kan worden verminderd”, verduidelijkt het bedrijf. “Bovendien kan kunstmatige intelligentie het zonnepotentieel van gebouwen in kaart helpen brengen, zodat panelen op de juiste plaats worden geplaatst en een maximale productie van elektriciteit kan worden bereikt.”

Meer over dit onderwerp:

Posted in milieu, technologie | Reacties uitgeschakeld voor Kunstmatige intelligentie jaagt emissies van Google in de hoogte

Frankrijk wil van Eutelsat Europees antwoord op Starlink maken

Posted by managing21 on juni 30th, 2025

Frankrijk beschouwt Eutelsat als het Europese antwoord op het satellietbedrijf Starlink van Elon Musk. Dat blijkt uit een investering van 1 miljard euro, onder leiding van de Franse staat, die Eutelsat recent heeft ontvangen. Experts betwijfelen echter of Eutelsat een levensvatbaar alternatief voor Starlink in Europa kan worden.

De Franse staat investeerde recent een bedrag van 1,35 miljard euro in Eutelsat. Met die operatie werd Frankrijk met een belang van ongeveer 30 procent de grootste aandeelhouder van het ruimtevaartbedrijf.

Frankrijk bestempelt Eutelsat als een strategische troef in het streven van de Europese Unie naar technologische soevereiniteit. Het Franse Eutelsat probeert al jaren een Europees alternatief te bouwen voor de breedbanddiensten die Starlink met een netwerk van satellieten wereldwijd aanbiedt. Dat leidde twee jaar geleden onder meer tot de fusie met het Britse satellietbedrijf OneWeb, waardoor de industrie voor satellietcommunicatie in de regio werd geconsolideerd.

Europa loopt in de wereldwijde ruimtewedloop ver achter op de Verenigde Staten. Met een netwerk van meer dan zevenduizend satellieten heeft Starlink een grote voorsprong op Eutelsat uitgebouwd. Bovendien beschikken de Verenigde Staten beduidend meer lanceermogelijkheden dan de Europese Unie, die voor bepaalde lanceerdiensten – een markt die door Spacex wordt gedomineerd – nog steeds sterk van de Verenigde Staten afhankelijk is.

Eutelsat heeft momenteel een marktkapitalisatie van 1,6 miljard euro. Dat is veel minder dan de geschatte waarde van Spacex, het moederbedrijf van Starlink, waar vorig jaar bij een aandelenverkoop van een bedrag van 350 miljard dollar werd genoemd. In 2020 gaven analisten van Morgan Stanley aan dat Starlink zou kunnen uitgroeien tot een bedrijf met een waarde van minstens 80,9 miljard dollar. 

Volgens Luke Kehoe, analist bij bureau Ookla, toont de Franse investering in Eutelsat aan dat het land het bedrijf nu minder als een commerciële telecomprovider behandelt en meer beschouwt als een leverancier van cruciale infrastructuur voor tweeërlei gebruik en een strategische troef in het streven van de Europese Unie naar technologische soevereiniteit.

Schaalgrootte

Het bouwen van een Europese concurrent voor Starlink zal volgens experts echter geen sinecure zijn. Volgens hen zou Eutelsat wel kunnen helpen om Europa een ??soevereine aanbieder van satelliet-internet te bezorgen, maar er wordt aan toegevoegd dat voor een strijd met Starlink een aanzienlijke verhoging van de investeringen in satellieten in een lage baan om de aarde noodzakelijk zou zijn. OneWeb exploiteert in totaal 650 satellieten in een lage baan om de aarde. Dat is minder is dan een tiende van de 7.600 satellieten die Starlink wereldwijd operationeel heeft. 

“Om meer capaciteit en dekking te bieden, moet Eutelsat het aantal satellieten in de ruimte vergroten”, beklemtoonde Joe Gardiner, analist bij het onderzoeksbureau CCS Insight. “Deze taak wordt bemoeilijkt door het feit dat veel satellieten van OneWeb het einde van hun levensduur naderen en eerst vervangen moeten worden vooraleer aan een uitbreiding van de constellatie kan worden gewerkt.

“De kansen van Eutelsat om binnen de volgende vijf jaar in het segment van breedband voor massale satellieten met Starlink op gelijke voet te komen, blijven beperkt”, gaf ook Luke Kehoe aan. “Er moet immers rekening gehouden worden met de ongeëvenaarde wereldwijde schaal die Spacex in infrastructuur in een lage baan om de aarde heeft uitgebouwd. Zelfs met de recente kapitaalinjectie van de Franse staat blijft Eutelsat op verschillende belangrijke gebieden – waaronder kapitaal, productiecapaciteit, toegang tot lanceerinstallaties, spectrum en gebruikersterminals – tegenover Starlink achterop lopen.”

Desalniettemin denkt Kehoe dat het bedrijf goed gepositioneerd is om het streven van Europa naar een grotere soevereiniteit en veiligheid in ruimtevaarttechnologie te ondersteunen. De Franse president Emmanuel Macron heeft Europa aangespoord om zijn investeringen in de ruimte op te voeren en zei recent dat de ruimtevaart in zekere zin een graadmeter is geworden voor internationale macht.

Toen Eutelsat zijn investering vanuit Frankrijk aankondigde, benadrukte het bedrijf zijn rol als de enige Europese operator met een volledig operationeel netwerk in een lage baan om de aarde. Ook werd gewezen naar de strategische rol die een netwerk satellieten in een lage baan om de aarde heeft in het Franse model voor soevereine defensie en ruimtecommunicatie.

Eerder dit jaar gingen er geruchten dat Eutelsat in de race was om Starlink in Oekraïne te vervangen. Starlink biedt het Oekraïense leger al jaren zijn diensten voor satelliet-internet aan in de verdediging van het land tegen militaire agressie vanuit Rusland. De betrekkingen tussen de Verenigde Staten en Oekraïne verslechterden na de verkiezing van de Amerikaanse president Donald Trump en er kwamen berichten naar boven dat Amerikaanse onderhandelaars de mogelijkheid hadden geopperd om de toegang van Oekraïne tot Starlink te blokkeren.

Duitsland plaatste in april duizend Eutelsat-terminals in Oekraïne met als doel een alternatief te bieden – in plaats van een vervanging – voor de 50.000 terminals die Starlink in het land operationeel heeft. Sindsdien zijn de spanningen tussen de Verenigde Staten en Oekraïne echter enigszins bekoeld en blijft Starlink de belangrijkste aanbieder van satellietbreedband voor het Oekraïense leger.

Eva Berneke, voormalig chief executive van Eutelsat, heeft zelf toegegeven dat het Franse bedrijf de schaal van Starlink nog niet kan evenaren. “Het zou voor Eutelsat momenteel onmogelijk zijn om de volledige connectiviteit voor Oekraïne en zijn burgers over te nemen”, gaf Berneke aan. Berneke werd in mei als chief executive vervangen door Jean-François-Fallacher, een voormalig directeur van de Franse telecomgroep Orange.

De experts wijzen daarnaast ook op de technische verschillen tussen de systemen van OneWeb en Starlink. “De constellatie van OneWeb is minder sterk dan het netwerk van Starlink”, geven zij aan. “Daarom zal OneWeb ook moeten investeren in satellieten van de tweede generatie. Eutelsat exploiteert bovendien een constellatie van geostationaire satellieten en satellieten in een lage baan om de aarde. Geostationaire satellieten draaien op een veel grotere hoogte om de aarde en kunnen doorgaans meer land bestrijken met minder satellieten.”

“De satellieten van Eutelsat op grotere hoogte worden ingezet voor gespecialiseerde toepassingen, zoals een polaire dekking voor bedrijven en onderzoeksfaciliteiten in afgelegen gebieden zoals Groenland en Alaska”, betoogde Joe Vaccaro, algemeen directeur van de divisie ThousandEyes van Cisco, gespecialiseerd in netwerkintelligentie.

Vooruitkijkend zei Eutelsat dat van plan te zijn voort te bouwen op zijn operationele verbeteringen, met een gedifferentieerd marktmodel en een sterke Europese verankering. Het bedrijf merkte tevens op dat de ook Britse overheid haar investering in Eutelsat te zijner tijd zou kunnen verhogen.

Posted in luchtvaart & ruimtevaart | Reacties uitgeschakeld voor Frankrijk wil van Eutelsat Europees antwoord op Starlink maken

Inslag asteroïde op maan vormt bedreiging voor satellieten

Posted by managing21 on juni 28th, 2025

De inslag van een asteroïde op de maan zou een bedreiging kunnen vormen voor vele satellieten die zich in een baan om de aarde bevinden. Dat hebben wetenschappers aan de University of Western Ontario in Canada gezegd.

Eerder dit jaar werd aangekondigd dat de asteroïde 2024 YR4 in december 2032 de aarde zou kunnen raken. De asteroïde heeft een diameter van 60 meter en is daarmee groot genoeg om een stad te verwoesten. Volgens wetenschappers was er een kans van 3,1 procent dat de asteroïde de aarde zou raken. Dat was het hoogste cijfer dat onderzoekers voor een asteroïde van een dergelijke omvang hadden opgetekend.

Verder onderzoek met telescopen wees echter uit dat een inslag op de aarde kon worden uitgesloten. De kans dat de asteroïde op de maan zal inslaan, is tegelijkertijd echter tot 4,3 procent gestegen. Een dergelijke inslag zou een massa puin in de richting van de aarde kunnen sturen en daarbij leiden tot een spectaculaire meteorenregen, die echter ook een grote bedreiging zou vormen voor de satellieten die rond de aarde draaien.

Volgens de onderzoekers zou 2024 YR4 de grootste asteroïde zijn die de maan de voorbije vijfduizend jaar heeft getroffen. “Op het gebied van vrijgekomen energie zou de impact zou vergelijkbaar zijn met een grote nucleaire explosie”, beklemtoonde onderzoeksleider Paul Wiegert, professor astronomie aan de University of Western Ontario. “Bij de inslag zou tot 100 miljoen kilogram materiaal van het maanoppervlak worden weggeschoten. Indien de asteroïde zou inslaan op de kant van de maan die naar de aarde is gericht – een kans die ongeveer 50 procent bedraagt – zou tot 10 procent van het puin in de daaropvolgende dagen door de zwaartekracht van de aarde kunnen worden aangetrokken.”

Kogel

De atmosfeer van de aarde zou het oppervlak beschermen tegen de puinregen. De brokstukken zouden een omvang van enkele millimeters tot enkele centimeters hebben en zouden daarmee wel in staat kunnen zijn om sommige satellieten te vernietigen. “Een rotsblok ter grootte van een centimeter dat met tienduizenden meters per seconde reist, lijkt veel op een kogel,” zei Wiegert.

“In de dagen na de inslag zouden er meer dan duizend keer zoveel meteoren als normaal de satellieten van de aarde kunnen bedreigen. Die kans wordt nog verhoogd omdat er tegen 2032 nog veel meer satellieten rond de aarde zullen draaien.”

Wiegert wees er echter op dat er slechts 2 procent kans is op een directe inslag van 2024 YR4 op de voorkant van de maan. Meer gegevens zullen pas kunnen worden verzameld wanneer de asteroïde weer zichtbaar zal zijn. Dat zal naar verwachting pas in 2028 gebeuren. Als een directe inslag uiteindelijk waarschijnlijk blijkt te zijn, heeft de mensheid volgens Wiegert waarschijnlijk genoeg tijd voor de organisatie van een missie die de maan voor een zware inslag zou moeten behoeden. De asteroïde heeft 50 procent van de breedte en 10 procent van de massa van Dimorphos, die in 2022 door een botsing met de Amerikaanse ruimtesonde Dart succesvol van baan kon worden veranderd.

“Indien 2024 YR4 op ramkoers ligt met de maan, zou de asteroïde een goed doelwit kunnen zijn voor een nieuwe test van de planetaire verdediging”, betoogde Wiegert. “Maar men mag niet vergeten dat de asteroïde dicht langs de aarde komt. Een ingreep in de baan van 2024 YR4 zou dan ook mogelijk niet helemaal zonder risico zijn.”

Posted in luchtvaart & ruimtevaart | Reacties uitgeschakeld voor Inslag asteroïde op maan vormt bedreiging voor satellieten

Lotus overweegt einde productie sportwagens in Verenigd Koninkrijk

Posted by managing21 on juni 28th, 2025

Autobouwer Lotus is mogelijk van plan de productie van zijn sportwagens in het Verenigd Koninkrijk te beëindigen en te verplaatsen naar de Verenigde Staten. Die beslissing zou niet alleen dertienhonderd banen kunnen kosten, maar zou daarnaast ook een volgende zware klap toebrengen aan de Britse autoproductie. Dat heeft de Britse zakenkrant Financial Times gemeld.

Lotus is eigendom van de Chinese groep Geely, die voor zijn Brits dochtermerk volgens sommige ingewijden een aantal opties zou overwegen. Onder meer zou worden bekeken of de productie van de sportwagen Emira naar de Verenigde Staten zou kunnen worden overgebracht. Ook de definitieve stopzetting van de activiteiten van de fabriek van Lotus in Hethel (Norfolk) zou kunnen worden overwogen. Er zou echter nog geen definitieve beslissing zijn genomen.

De fabriek van Lotus in Hethel is gevestigd op een site waar tijdens de tweede wereldoorlog bommenwerpers werden gebouwd. De fabriek in Norfolk heeft sinds half mei echter geen auto’s meer gebouwd. Lotus zei in een verklaring de productie te hebben stilgelegd om de voorraden en problemen met de toeleveringsketen, veroorzaakt door de extra invoerrechten van 25 procent op auto’s van de Verenigde Staten, te beheren. Volgens sommige bronnen zou de fabriek in Hethel mogelijk al in de loop van volgend jaar zijn deuren kunnen sluiten.

Lotus stelde in een reactie geen commentaar te willen leveren op geruchten en speculaties. Volgens insiders zou Geely door een sluiting van de fabriek in het Verenigd Koninkrijk op zware kritiek kunnen stuiten. Geely nam in 2017 een meerderheid van 51 procent in de Britse sportwagenbouwer. Een voormalig topman van het Chinese concern gaf in 2023 nog aan dat de productie van auto’s in het Verenigd Koninkrijk deel uitmaakte van het dna van Geely.

De investering van Geely werd destijds gezien als een levenslijn voor het Britse bedrijf, dat al jaren verliezen had moeten melden. Het Chinese concern investeerde ongeveer 3 miljard pond in nieuwe technologie en fabrieksapparatuur, maar verlegde de focus snel naar een nieuwe fabriek in Wuhan. De stopzetting van de productie in Hethel, die in 1966 door Lotus werd opgericht, zou een nieuwe klap betekenen voor de Britse autoproductie, die het voorbije decennium al getroffen werd door sluitingen bij Honda en Ford.

Lotus werd in 1948 opgericht door auto-ingenieur Colin Chapman. Het bedrijf verwierf met zijn succesvolle lichtgewicht Britse sportwagens een grote faam. In de Formule Eén behaalde het bedrijf wereldtitels met Jim Clark (1963-1965), Graham Hill (1968), Jochen Rindt (1970), Emerson Fittipaldi (1972) en Mario Andretti (1978).

Amerikaanse fabriek

Geely, eigendom van miljardair Li Shufu, heeft belangen in een breed scala aan autobedrijven. Het Chinese concern heeft onder meer aandelen in Aston Martin, Mercedes-Benz en Volvo. In China produceert Geely voertuigen onder eigen naam, maar ook onder de merken Lynk & Co en Zeeker. Geely is verder ook eigenaar van de London Electric Vehicle Company, de fabrikant van de Londense zwarte taxi’s.

Sinds de overname door Geely heeft Lotus zijn focus verlegd naar China, waar de autobouwer zijn elektrisch suv-model Eletre produceert. In 2023 bracht Geely de elektrische-autodivisie van het bedrijf, Lotus Technology, naar de beurs van New York.

Geely was van plan de jaarlijkse productie tegen 2028 te verhogen tot 150.000 exemplaren, waarbij het grootste deel van de voertuigen in de Chinese stad Wuhan zou worden geproduceerd. De beursgang in New York zorgde er echter voor dat het oorspronkelijke Lotus in het Verenigd Koninkrijk zelfstandig bleef staan, zonder toegang tot dezelfde aanzienlijke investeringen als de Chinese activiteiten. 

De Amerikaanse importheffingen op auto’s zullen door een handelsakkoord tussen de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk tot 10 procent dalen. Qingfeng Feng, chief executive van Lotus Technology, vertelde recent echter dat het bedrijf overweegt de productie naar de Verenigde Staten te verplaatsen. “Op dit moment bespreken we met onze strategische partners in de Verenigde Staten plannen voor een localisatie om de invloed van de Amerikaanse importheffing te vermijden. “Daaruit hebben we kunnen afleiden dat een Amerikaanse productie een haalbaar plan is.”

Als reactie op de introductie van de Amerikaanse invoerheffingen, is de Britse autoproductie in mei van dit jaar tot het laagste niveau sinds 1949 teruggevallen. De invoerheffingen zorgden er immers voor dat Aston Martin en andere Britse autobouwers hun export naar de Verenigde Staten moesten onderbreken.

Meer over dit onderwerp:

Posted in automotive | Reacties uitgeschakeld voor Lotus overweegt einde productie sportwagens in Verenigd Koninkrijk

Japan verzet zich tegen grotere regulering palinghandel

Posted by managing21 on juni 28th, 2025

Een groep landen – waaronder de Europese Unie, de Dominicaanse Republiek, Panama en Honduras – heeft bij de Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora (Cites), die de handel in beschermde dieren beperkt, een voorstel voor een grotere bescherming van de paling ingediend. Het dossier zal door Cites in november op een meeting in Oezbekistan worden besproken.

Indien het voorstel wordt aanvaard, zal de internationale handel in een grote reeks palingsoorten streng worden gereglementeerd. Japan heeft echter al aangekondigd zich tegen de maatregel te zullen verzetten.

Er zijn al diverse maatregelen genomen om de bescherming van de paling te versterken. Cites heeft de Europese paling in 2009 aan een strengere regelgeving onderworpen. In 2016 werd vervolgens een voorstel van de Europese Unie aangenomen om een ??onderzoek uit te voeren naar de wereldwijde palinghandel. Volgens de Europese Unie werd die handel immers door een gebrek aan transparantie gekenmerkt.

De Europese Unie heeft nu voorgesteld om alle palingsoorten, inclusief de Japanse en Amerikaanse paling, aan een aantal internationale regels te onderwerpen. Hierdoor zouden exporterende landen verplicht worden om met vergunningen te werken. In een reactie op de aankondiging van het nieuwe voorstel heeft Shinjiro Koizumi, de Japanse minister van landbouw, al gezegd dat zijn land zich zal verzetten tegen elke oproep om de paling aan een lijst van bedreigde diersoorten toe te voegen, waardoor de handel in de vissoort zou worden beperkt.

Unagi

Paling wordt wereldwijd gegeten, maar is vooral populair in Japan, waar de vis unagi wordt genoemd en traditioneel gegrild wordt geserveerd. Minister Koizumi vertelde dat zijn land de voorraad Japanse paling – in samenwerking met buurlanden China, Taiwan en Zuid-Korea – zorgvuldig beheert. “De palingpopulatie is voldoende groot en de soort loopt geen risico om door de internationale handel met uitsterven te worden bedreigd”, beklemtoonde hij.

De palingpopulatie is onderverdeeld in negentien soorten, waarvan een groot deel wordt bedreigd door onder meer habitatverlies, vervuiling, overbevissing en migratiebarrières. In 2014 werd de Japanse paling door de International Union for Conservation of Nature (IUCN) aangemerkt als een bedreigde soort. Tot een aanduiding als ernstig bedreigde soort werd toen echter niet overgegaan. De bescherming van de paling wordt bemoeilijkt door hun complexe levenscyclus, die zich over een bijzonder groot gebied uitspreidt. Bovendien blijven er nog veel onduidelijkheden over de voortplanting van het dier.

Koizumi Shinjiro zegt dat Japan andere landen zal aansporen om het voorstel voor een grotere regulering gezamenlijk te verwerpen. De Europese paling valt al onder de handelsbeperkingen van Cites. Het Japanse Visserijbureau zegt dat het land voor ongeveer 70 procent van de palingconsumptie afhankelijk is van import. “Indien de handel in Japanse paling wordt gereguleerd, zal de import stagneren en zullen de prijzen oplopen”, wordt eraan toegevoegd.

Meer over dit onderwerp:

Posted in voeding & horeca | Reacties uitgeschakeld voor Japan verzet zich tegen grotere regulering palinghandel

Brussel bevestigt status als grootste congresstad ter wereld

Posted by managing21 on juni 27th, 2025

Geen enkele stad in de wereld organiseert meer internationale samenkomsten van verenigingen dan Brussel. Dat blijkt uit een rapport van de Union of International Associations (UIA), gebaseerd op een analyse van 8.859 bijeenkomsten die vorig jaar wereldwijd werden georganiseerd. Met dat resultaat versterkt Brussel zijn toppositie als congresstad, dat haar ook op toeristisch vlak records oplevert.

In Brussel werden vorig jaar 388 internationale samenkomsten van verenigingen zonder winstgevende doelstellingen geteld. Daarmee had de Belgische hoofdstad een aandeel van 7 procent in de wereldwijde congres-activiteit. Wenen eindigde met 239 meetings op een tweede plaats, gevolgd door Seoul (180), Barcelona (159) en Tokio (148). Brussel werd daarmee voor het vierde jaar op rij de belangrijkste congreslocatie van de wereld.

De cijfers vormen bovendien een bevestiging op langere termijn. Ook over de volledige periode van de voorbije twintig jaar staat Brussel afgescheiden op de eerste plaats, gevolgd door Singapore en Wenen. Elisabeth Van Ingelgem, directeur strategie bij visit.brussels, reageerde verheugd op de resultaten. “Ongeveer 2.470 internationale verenigingen hebben in Brussel hun hoofdzetel. Zij kunnen daarbij ook rekenen op de actieve steun van het Convention and Association Bureau van visit.brussels.”

“In 2024 hebben we mooie resultaten behaald met terugkerende evenementen zoals de Europese Week van Regio’s en Steden in de Square, Hydrogen Europe in de Brussels Expo en Fari in de Flagey”, beklemtoonde Van Ingelgem. “Dit zijn zakelijke evenementen die elke editie opnieuw duizenden deelnemers trekken. Vorig jaar hebben we ook veel nieuwe professionele bijeenkomsten – zoals AMI Plastics World, de Ethereum Community Conference en de World Cocoa Conference – aangetrokken. In 2025 willen we dit momentum vasthouden. Want ook dit jaar zijn we erin geslaagd om zowel terugkerende als nieuwe evenementen naar Brussel te halen.”

Recordcijfers toerisme

Deze mooie resultaten gingen voor Brussel ook gepaard met recordcijfers op het gebied van toerisme. Nooit verbleven er zoveel mensen in Brussel als vorig jaar. De toeristische accommodaties in Brussel registreerden vorig jaar immers bijna 10 miljoen overnachtingen. Dat betekende een stijging met 4,8 procent tegenover het jaar voordien. Het cijfer lag ook 3,6 procent hoger dan het eerdere record dat in 2019 werd geregistreerd.

Niet alleen de hotelcapaciteit kende vorig jaar een toename, want ook de bezettingsgraad van de Brusselse hotels liet een verbetering optekenen. Gemiddeld was 72,7 procent van de hotelkamers in de stad bezet. Dat vertegenwoordigde een stijging van 1 procent tegenover het jaar voordien. Bovendien kon dit keer ook tijdens de traditionele dalmaanden een verbetering worden opgemerkt. Zo was er een stijging in de maanden januari en februari. Vooral de maanden juli, november en december stegen sterk, wat zorgde voor een betere spreiding over het jaar. 

Volgens Patrick Bontinck, chief executive van visit.brussels, tonen de cijfers aan dat de inspanningen om het toerisme en het culturele aanbod in Brussel te promoten, hun vruchten afwerpen: “Brussel heeft duidelijk een uniek, kosmopolitisch profiel”, betoogde hij. “Men kan vaststellen dat er op het gebied van kunst, cultuur, gastronomie en nachtleven in de stad altijd wel iets te beleven valt. Daarop spelen we steeds beter in. Dankzij onze decentralisatie-strategie blijkt het toerisme nu ook beter over het grondgebied van de stad te worden verspreid.”

Posted in toerisme | Reacties uitgeschakeld voor Brussel bevestigt status als grootste congresstad ter wereld

Verenigde Staten moeten sneller werk maken van regels voor zelfrijdende auto’s

Posted by managing21 on juni 27th, 2025

In de Verenigde Staten willen grote autofabrikanten dat het Congres en de regering van president Donald Trump sneller actie ondernemen om de inzet van autonome voertuigen zonder menselijke besturing te vergemakkelijken. Dat heeft de Alliance for Automotive Innovation gezegd in een reactie op toenemende berichten over tests met robotaxis.

Het Amerikaanse Congres is al jaren verdeeld over de vraag of er wetgeving moet worden aangenomen om obstakels bij de inzet van robotaxis aan te pakken, terwijl de National Highway Traffic Safety Administration (NHTSA) nagelaten heeft om snel veiligheidsregels te herschrijven.

“De autosector heeft een functionerende en effectieve toezichthouder op autoveiligheid nodig, maar die is er momenteel niet”, betoogde John Bozzella, chief executive van de Alliance for Automotive Innovation, tijdens een hoorzitting in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden. “De instantie is onvoldoende wendbaar. De vorming van regelgeving – indien die er al komt – loopt veel te traag.”

Jeff Farrah, directeur van de Autonomous Vehicle Industry Association, drong er bij het Congres op aan om de lang uitgestelde landelijke wetgeving aan te nemen, zodat de Verenigde Staten wereldwijd het voortouw zouden kunnen nemen op het gebied van zelfrijdende auto’s. “China stelt zich op dit vlak bijzonder agressief op”, waarschuwde Farrah. “We vechten met één hand op de rug gebonden.”

Bedrijven dringen al jaren aan op meer actie. Sean Duffy, de Amerikaanse minister van transport, betoogde in april dat een nieuw kader voor het ministerie om zelfrijdende auto’s te stimuleren Amerikaanse autofabrikanten zou kunnen helpen om met Chinese rivalen te concurreren.

Kritiek

De National Highway Traffic Safety Administration gaf recent te kennen de beoordeling van verzoeken van autofabrikanten om zelfrijdende auto’s zonder menselijke bedieningselementen zoals stuurwielen, rempedalen of spiegels in te zetten, te zullen versnellen.

De Democratische volksvertegenwoordiger Frank Pallone (New Jersey), citeerde rapporten waaruit blijkt dat de NHTSA dit jaar maar liefst 35 procent van haar deskundige personeel door ontslagen of een vrijwillig vertrek is kwijtgeraakt, wat volgens hem het functioneren van de instantie in gevaar brengt. De NHTSA reageerde dat er aanzienlijk minder mensen zijn vertrokken dan Pallone suggereerde en benadrukte dat de organisatie nog steeds over voldoende personeel beschikt om alle cruciale werkzaamheden te blijven uitvoeren. Tevens werd aangevoerd dat de afdeling voor autonome veiligheid wordt versterkt.

Het aantal verkeersdoden in de Verenigde Staten ligt nog steeds aanzienlijk hoger dan vóór de uitbraak van de covid-pandemie. Vorig jaar verloren in de Amerikaanse wegverkeer 39.345 mensen het leven. Dat betekende weliswaar een daling met 3,8 procent tegenover het jaar voordien, maar de tol blijft aanzienlijk zwaarder dan de 36.355 overlijdens die in 2019 moesten worden genoteerd. Het aantal verkeersdoden in de Verenigde Staten ligt ook twee keer hoger dan het gemiddelde in andere landen met een hoog inkomen.

“De NHTSA slaagt er niet in om de situatie aan te pakken”, beklemtoonde David Harkey, voorzitter van het Insurance Institute for Highway Safety, tijdens de hoorzitting in het Huis van Afgevaardigden. “De voorbije jaren heeft de organisatie haar werk met een gebrek aan urgentie aangepakt en gebruikgemaakt van gebrekkige methodologieën die de veiligheidsvoordelen van overduidelijk nuttige interventies onderschatten.”

De NHTSA verzuimt volgens critici systematisch om regelgeving op te stellen, zelfs wanneer het Congres haar daartoe opdracht geeft. Bovendien wordt erop gewezen dat de instelling het jarenlang heeft moeten stellen zonder een leider die door de Senaat was bevestigd.

Meer over dit onderwerp:

Posted in automotive, technologie | Reacties uitgeschakeld voor Verenigde Staten moeten sneller werk maken van regels voor zelfrijdende auto’s