managing21.be

Managing21: een blik op het heden en de toekomst van de economie.

Archive for augustus, 2025

Beoordelingssysteem Uber zet chauffeurs tot betere kwaliteit aan

Posted by managing21 on 9th augustus 2025

Het beoordelingssysteem van Uber zorgt ervoor dat de chauffeurs van het platform even veilig en betrouwbaar rijden als traditionele taxichauffeurs. Dat blijkt uit een onderzoek van wetenschappers aan de Stanford University bij chauffeurs van Uber in Chicago. De bevindingen van de studie, gebaseerd op een analyse van 6,9 miljoen ritten, suggereren volgens de onderzoekers dat toezichthouders de introductie van nieuwe kwaliteitscontroles zouden kunnen overwegen.

Traditionele dienstverleners hanteren voor hun medewerkers vaak uitgebreide controles en vergunningseisen. In de deeleconomie is dat echter veel minder het geval. Om de kwaliteit en veiligheid van zijn diensten te garanderen, zet Uber echter in op de verantwoordelijkheid van zijn chauffeurs. Het bedrijf stuurt onder meer waarschuwingen bij lage beoordelingen, dreigen chauffeurs te verwijderen als ze niet verbeteren en geven rapporten waarin de prestaties van de bestuurder met collega’s worden vergeleken.

Het onderzoek in Chicago toont dat deze kwaliteitscontroles werken. “Slechte chauffeurs worden gestimuleerd om beter te presteren, chauffeurs die niet verbeteren worden uitgefilterd en de uiteindelijke dienstverlening is vergelijkbaar met die van lokale taxi-services”, stipt onderzoeksleider Susan Athey, professor economie aan de University of Stanford, aan. “Werknemers reageren sterk op informatie en feedback over hun prestaties.”

Bij de aanwerving van chauffeurs voor zijn taxidienst controleert Uber alleen op strafblad en rijbewijs en kijkt of de potentiële medewerkers een registratie en verzekering hebben. In tegenstelling tot de traditionele taxichauffeurs in Chicago hoeven de medewerkers van Uber geen cursus van twee weken te volgen of een vergunningsexamen af te leggen. Klanten kunnen bij Uber echter elke rit beoordelen met één tot vijf sterren. Chauffeurs met lage scores krijgen een melding dat ze moeten verbeteren, inclusief links naar hulpmiddelen. Bij een onvoldoende verbetering riskeren ze deactivering.

Uit het onderzoek bleek dat passagiers hogere scores gaven aan chauffeurs die een grotere aandacht hadden voor de veiligheid. Chauffeurs die een constante en gematigde snelheid aanhielden, minder plotseling remden of optrokken en hun telefoon niet gebruikten, kregen van de klanten de grootste appreciatie. Daarnaast bleken de passagiers ook kortere ritten te waarderen, terwijl ook positievere reacties werden gemeld wanneer de reizigers dicht bij hun gewenste locatie werden opgehaald of afgezet.

“Chauffeurs die een waarschuwing over hun lage scores hadden gekregen, lieten op deze kwaliteitsaspecten een aanzienlijke verbetering blijken”, benadrukte Athey. “Uit telemetriegegevens bleek dat zij minder vaak hun telefoon hanteerden, met een gematigde en stabiele snelheid reden, efficiëntere routes namen en passagiers dichter bij de opgegeven locaties ophaalden en afzetten.”

“Verbeteringen waren al zichtbaar na slechts één melding en bleven ook zichtbaar nadat Uber de betrokken bestuurder had laten weten niet langer het risico van een uitsluiting te lopen”, zegt Athey nog. “Chauffeurs zijn zich van deze kwaliteitsaspecten vaak niet bewust. Ze realiseren zich bijvoorbeeld niet dat ze vaker plotseling remmen dan anderen. Het inzicht dat men onder het gemiddelde presteert, heeft een sterke impact. Chauffeurs die door Uber wegens slechte beoordelingen werden verwijderd, bleken daadwerkelijk significant slechter te presteren dan het gemiddelde.”

Motiverende feedback

De onderzoekers kwamen tevens tot de vaststelling dat een gedetailleerde, objectieve feedback helpt om chauffeurs te motiveren. Uber stuurt chauffeurs al wekelijkse rapporten met een samenvatting van hun prestaties op basis van telemetrie en vergelijkt die met andere chauffeurs. Chauffeurs die toegang kregen tot een gedetailleerd dashboard waarin ze hun gedrag per rit konden volgen, bleken een grotere verbetering te vertonen dan de controlegroep. Vooral bij de 10 procent slechts presterende chauffeurs zou een grote verbetering zijn vastgesteld.

Uit de studie bleek verder dat chauffeurs van Uber in vergelijking met de traditionele taxibestuurders een meer gematigde snelheid aanhielden, minder plotseling remden of optrokken en hun passagiers dichter de gewenste locaties ophaalden en afzetten. De traditionele taxibestuurders bleken anderzijds minder vaak hun telefoon te hanteren en namen ook iets snellere routes. Volgens de kwaliteitsaspecten die de passagiers belangrijk vinden, bleek de rijkwaliteit van beide groepen bestuurders over het geheel genomen vergelijkbaar.

“De gangbare gedachte was dat de ervaring en training bij de traditionele taxichauffeurs tot een hogere kwaliteit zou leiden”, verduidelijkt Athey. “Maar wij vonden echter geen bewijs dat traditionele taxibestuurders beter zouden presteren dan de chauffeurs van Uber.” Wel wordt opgemerkt dat andere factoren, zoals demografie en financiële prikkels, aan de basis van gedragsverschillen zouden kunnen liggen.

De wetenschappers stellen dat de resultaten van de studie toezichthouders tot een ander beleid zouden kunnen inspireren. “In een aantal sectoren zouden strenge vergunningseisen door kwaliteitscontroles achteraf – zeker nu de naleving van de regelgeving met artificiële intelligentie zou kunnen worden opgevolgd – kunnen vervangen”, meent Athey. “We evolueren misschien naar een wereld waarin beroepsvergunningen en andere belemmeringen, die de toetreding tot beroepen bemoeilijken en prijzen kunstmatig hoog houden, kunnen verdwijnen zonder op kwaliteit en veiligheid in te leveren.”

Posted in Mobility | Reacties uitgeschakeld voor Beoordelingssysteem Uber zet chauffeurs tot betere kwaliteit aan

Italiaanse vakantiegangers blijven weg van dure privéstranden

Posted by managing21 on 9th augustus 2025

De grote liefde van de Italianen voor de stranden lijkt in belangrijke mate gekoeld. Dat moet volgens waarnemers in belangrijke mate worden toegeschreven aan de hoge prijzen die door de eigenaars van private strandconcessies worden aangerekend. De prijzen voor de toegang tot een privéstrand kan, met inbegrip van de verhuur van een ligstoel en een parasol, kunnen tot 90 euro per dag oplopen.

Een strandbezoek met de huur van strandhuisjes, ligstoelen en parasols zit van oudsher diepgeworteld in de Italiaanse zomercultuur. Maar statistieken wijzen op een duidelijke verschuiving in het gedrag van de Italiaanse vakantieganger. Het lopende zomerseizoen begon met een opvallende terugloop in het aantal strandgangers.

Het bezoek aan privéstranden langs de Italiaanse kusten lag tijdens de maanden juni en juli tussen 15 procent en 25 procent lager dan tijdens dezelfde periode vorig jaar. Bezoekers blijken bovendien minder uit te geven aan eten en drinken. De problemen zouden zich niet alleen tijdens de drukke weekends manifesteren, maar zelfs vooral tijdens de week moeten worden vastgesteld.

“De terugloop van het aantal strandbezoekers moet vooral worden toegeschreven aan de hoge kosten van het levensonderhoud, die immers zwaar op de koopkracht wegen”, meent Fabrizio Licordari, voorzitter van Assobalneari Italia, de sectororganisatie van de Italiaanse strandclubs. “Zelfs met twee salarissen hebben veel gezinnen moeite om de maand rond te komen. Dan is het logisch dat de uitgaven voor vrije tijd, ontspanning en vakantie als eerste uit het vakantiebudget worden geschrapt.”

Waarnemers merken echter op dat de afname samenvalt met de prijsstijgingen die de uitbaters van privéstranden langs de Italiaanse kust doorvoeren. “Er heerst bij het publiek een groeiende onvrede over de dominantie van deze private uitbatingen, waardoor er nog slechts weinig ruimte overblijft voor vrije stranden”, wordt er opgemerkt.

De huurprijs van een ligstoel blijft een heikel punt. Uit cijfers van de Italiaanse consumentenorganisatie Altroconsumo blijkt dat die prijs over een periode van vier jaar met 17 procent is gestegen. “In Lazio is het inmiddels moeilijk om twee ligstoelen en een parasol voor een bedrag van minder dan 30 euro per dag te huren”, stipt de organisatie aan. “In de populaire badplaats Gallipoli in Puglia loopt dit bedrag op tot ongeveer 90 euro.” 

De Federazione Italiana Balneari, de organisatie van de Italiaanse strandresorts, noemde de berichten over sterke prijsstijgingen misleidend. “Waar er prijsverhogingen werden doorgevoerd, werd slechts een beperkte toeslag gevraagd”, benadrukte Maurizio Rustignoli, voorzitter van de organisatie. “Bovendien profiteren bezoekers van extra diensten zoals beveiliging en toezicht door reddingsbrigades.” De consumentenorganisatie Codacons noemt het bezoek aan de privéstranden echter een aanslag op de geldbeugel van de vakantiegangers.

Terwijl de Italiaanse stranden klanten verliezen, blijkt het bezoek in de bergregio’s van het land sterk toe te nemen. Dit zou vooral in de Dolomieten merkbaar zijn. Volgens experts zouden meer Italianen voor hun vakantie naar de bergen trekken. Daarmee zouden ze ook aan de steeds warmere zomers, een gevolg van de klimaatverandering, willen ontsnappen. In een aantal Italiaanse bergregio’s zou inmiddels al voor overtoerisme worden gevreesd.

Posted in toerisme | Reacties uitgeschakeld voor Italiaanse vakantiegangers blijven weg van dure privéstranden

Gebrek aan infrastructuur hindert Argentijnse koperontginning

Posted by managing21 on 9th augustus 2025

Hoewel Argentinië in zijn noordelijke regio’s over rijke koperreserves beschikt, ontbreken de wegen, hoogspanningslijnen en andere voorzieningen om projecten van de grond te krijgen. Het strenge bezuinigingsbeleid van de Argentijnse overheid laat weinig ruimte voor overheidsinvesteringen, waardoor oplossingen zoals publiek-private samenwerkingen, het delen van infrastructuur en een betaling door royalty’s in beeld komen. Acht geplande projecten zouden tegen eind dit decennium miljarden pesos aan exportinkomsten kunnen opleveren en een sleutelrol spelen in de stabilisering van de wankele Argentijnse economie.

In het bergachtige noorden langs de grens met Chili, bevat de Argentijnse bodem rijke koperreserves. Het bezuinigingsbeleid van de Argentijnse president Javier Milei om de inflatie en schulden te beteugelen, maakt het voor het land nog lastiger dan voor veel andere naties om de infrastructuur te bouwen die de mijnen nodig hebben. “De overheid zegt geen geld vrij te maken, maar dat betekent niet dat ze geen verantwoordelijkheid draagt om voor die activiteiten een geschikt kader te uit te bouwen”, zegt Roberto Cacciola, voorzitter van de Argentijnse mijnbouwindustrie, die de autoriteiten oproept om meer inspanningen te leveren.

Argentinië exporteert goud, zilver en lithium, maar produceert sinds 2018 geen koper meer. De regering van Milei en provinciale bestuurders hopen dat de koperproductie kan helpen om de wankele economie van het land te stabiliseren, terwijl mijnbouwbedrijven wereldwijd de productie willen opvoeren om een dreigend tekort aan koper, een veelgevraagd metaal voor de bouwsector en elektrische voertuigen, op te vangen.

Volgens een regeringsfunctionaris wordt landelijk naar de infrastructuurbehoeften gekeken en wordt gezocht naar manieren waarop de private sector kan bijdragen. Acht lopende koperprojecten zouden de exportwaarde van de mijnbouw tegen eind dit decennium kunnen opdrijven tot 15,4 miljard dollar. Dat is ruim drie keer zoveel als vorig jaar. Dit zou van de sector bovendien een van de grootste bronnen van buitenlandse inkomsten maken. Koper alleen al zou dan 5,2 miljard dollar opleveren, op voorwaarde dat de beoogde productie van 521.000 ton per jaar wordt gehaald.

Compensatieregeling

De meeste projecten bevinden zich in de noordelijke provincie San Juan. Die provincie introduceerde in 2022 een compensatieregeling waarmee mijnbouwbedrijven die infrastructuur zoals wegen of energievoorzieningen aanleggen, terugbetaald kunnen worden via royalty’s, op voorwaarde dat de provinciale wetgever de plannen als project van openbaar nut aanmerkt.

Onder meer het Vicuna-project van de BHP Group en het Canadese bedrijf Lundin wil hiervan gebruikmaken. “Dit versnelt investeringen die de private sector nu al kan doen, maar die de provincie anders waarschijnlijk had moeten uitstellen”, merkt José Morea, directeur van Vicuna, op. Vicuna omvat de mijnen Filo del Sol en Josemaria, dat mogelijk als eerste in de regio productie kan starten. De mijn vergt een investering van 5 miljard dollar en heeft een 220 kilometer lange weg nodig, op ruim 4.200 meter hoogte in de Andes, plus een hoogspanningslijn met een capaciteit die een grote stad zou moeten kunnen voeden.

Sommige bedrijven zoeken naar andere manieren om kosten te drukken. Zo bekijkt Los Azules van McEwen Mining of het mogelijk zou zijn om infrastructuur met nabije projecten te delen. Het bedrijf heeft de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank voor leningen benaderd. Sommige bedrijfsleiders pleiten ervoor dat de overheid meer projecten, zoals spoorlijnen en wegonderhoud, overdraagt aan particuliere bedrijven. “Dit zou kunnen met openbare aanbestedingen of een publiek-private samenwerking”, meent Nicolás Muñoz, analist bij het adviesbureau Cru. “Het is goed voorstelbaar dat private ondernemingen deze kosten op zich nemen omdat ze hierin een zakelijke kans zien.”

Toch kijken sommige gouverneurs nog steeds naar de federale overheid voor steun. Gustavo Sáenz, gouverneur van de provincie Salta – waar het Canadese concern First Quantum Minerals de Taca Taca-mijn wil ontwikkelen – stelt dat investeringen in waterleidingen, wegen en gaspijpleidingen zichzelf zullen terugbetalen. “We hebben alle infrastructuur nodig om ervoor te zorgen dat investeerders hier zonder belemmeringen hun activiteiten kunnen starten”, merkte hij op.

Posted in grondstoffen | Reacties uitgeschakeld voor Gebrek aan infrastructuur hindert Argentijnse koperontginning

Amerikaanse autobouwers herontdekken hun liefde voor grote auto’s

Posted by managing21 on 9th augustus 2025

De afkeer die de regering van de Amerikaanse president Donald Trump tegenover elektrische wagens laat blijken, biedt de traditionele autofabrikanten uit Detroit – Ford, General Motors en Stellantis – vrij spel om lucratieve pickups en suv-modellen, aangedreven door benzine te blijven verkopen. Dat hebben een aantal analisten tegenover de Amerikaanse krant Wall Street Journal gezegd. De betrokken fabrikanten blijken enthousiast op die kansen te zullen ingaan.

De opkomst van de elektrische wagens heeft de Amerikaanse autobouwers verplicht nieuwe strategieën te ontwikkelen. Regelgeving van de overheid verplichtte hen daarbij trouwens in duurzame en zuinige technologieën te investeren. Maar sinds de terugkeer van Donald Trump als president van de Verenigde Staten eerder dit jaar is de situatie helemaal omgekeerd. De autobouwers kunnen hun plannen voor elektrische wagens immers voorlopig opnieuw opbergen en zich opnieuw focussen op wagens met benzinemotoren.

“Dit biedt voor de eerstvolgende jaren een kans van meerdere miljarden dollars”, gaf Jim Farley, chief executive van Ford Motor Company, recent aan. “Ford past nu al zijn aanbod aan. De plannen voor elektrische wagens worden teruggeschroefd, terwijl de focus verschuift naar grote suv-modellen en bedrijfswagens. Dat zijn marktsegmenten die nu weer in trek zijn.”

Donald Trump stuurde er samen met het Congres op aan dat de regelgeving voor de ondersteuning van elektrische wagens zouden worden geschrapt. Volgens Trump zouden die regels elektrische wagens aan de consumenten opdringen. Door deze aanpak zorgde Trump ervoor dat de staat Californië niet langer het recht behield om eigen emissienormen te stellen, regels rond broeikasgassen worden teruggedraaid en hoge boetes voor een hoog brandstofverbruik verdwijnen. “Daarmee krijgen de traditionele verbrandingsmotoren in Detroit een onverwacht lang leven”, zeggen verscheidene analisten.

De razendsnelle beleidswijzigingen tonen dat de autoconcerns zich pijlsnel aan het nieuwe politieke speelveld van Trump aanpassen. “Voor de auto-industrie is dit extreem snel,” zegt Tyson Jominy, analist bij het bureau J.D. Power. “Maar terugvallen op bestaande technologie is nu eenmaal makkelijker dan volledig omschakelen naar compleet nieuwe concepten.” De fabrikanten tonen zich wel terughoudend over hun verdere plannen. Ze benadrukken nog steeds in elektrische voertuigen te investeren, maar zich terug te plooien naar een schaal die beter zou aansluiten bij de huidige afkoelende vraag. 

De versoepelingen helpen bovendien om de miljardenkosten van de importheffingen van Trump te compenseren en geven de autofabrikanten meer vrijheid om hun aanbod modellen aan te passen. Daarmee besparen ze ook op zogenoemde emissiekredieten die nodig waren om boetes voor een overdreven hoge uitstoot te vermijden. Sinds 2022 betaalden Ford, General Motors en Stellantis gezamenlijk al bijna 10 miljard dollar aan zulke regelgevende lasten.

General Motors verkondigde tot voor kort in 2035 volledig afscheid te willen nemen van verbrandingsmotoren, maar wees recent op de voordelen van het behoud van de technologie. Stellantis wees er anderzijds op de nieuwe wetgeving die door Donald Trump werd geïntroduceerd en die regels rond uitstoot en brandstofefficiëntie schrapt, terwijl ook geen boetes meer hoeven te worden gevreesd voor modellen die veel brandstof verbruiken en de verplichting voor de productie van elektrische wagens wordt teruggeschroefd. Stellanties ziet dit als een kans om het aanbod op zijn verkooppunten beter te balanceren.

Winstgevend

“Amerikanen houden nu eenmaal van grote auto’s,” beklemtoonde Adam Lee, voorzitter van autoverkoper Lee Auto Malls in Maine. “De Amerikaanse autofabrikanten bekijken hoeveel suv-modellen ze nog kunnen verkopen. Deze modellen worden in grote aantallen verkocht en leveren de fabrikanten aanzienlijke winsten op. Toch kan een strategie die te sterk op trucks leunt, uiteindelijk averechts uitpakken. Hopelijk blijven de constructeurs uit Detroit zich inzetten voor betere elektrische wagens. Anders zijn de Verenigde Staten straks het enige land dat brandstofefficiëntie en elektrische voertuigen de rug toekeert.”

Een uitdaging voor de Amerikaanse autoconstructeurs is dat kleine, betaalbare benzinewagens zoals de Chevrolet Trax wel populair zijn, maar geen hoge winstmarges opleveren. “De echte winsten zitten in de grotere modellen, maar daar heerst een enorme concurrentie”, beklemtoont Sam Fiorani, analist bij het bureau AutoForecast Solutions. Toch verwacht hij dat fabrikanten de prijzen van deze auto’s zullen verhogen.

Door de hogere invoerheffingen en een versoepeling van de milieuregels, krijgen de autofabrikanten volgens hem meer ruimte om hun prijzen voor die grote modellen te verhogen zonder dat ze snel voor een klantenverlies moeten vrezen. Bovendien zullen ze op hun activiteiten rond elektrische voertuigen minder verliezen lijden. Er moet immers niet meer zoveel geld besteed te worden aan ontwikkeling, emissiekredieten en boetes. Een grotere winst op benzinewagens en lagere kosten op elektrische voertuigen betekent een betere winstgevendheid over de hele linie.

“De verbrandingsmotor is bij de Amerikaanse consument in trek”, meent Matt Bowers, eigenaar van een dealership rond New Orleans, “Mensen die zuinig willen rijden, verkiezen een klein suv-model boven een elektrisch voertuig. De nieuwe regels maken het de fabrikanten opnieuw mogelijk om modellen te bouwen die de autobestuurders willen.”

Vooruitlopend op de verwachte verschuiving, zijn de autofabrikanten in Detroit al begonnen met het voorbereiden van fabrieken in de Verenigde Staten en Canada om opnieuw meer traditionele auto’s te bouwen. Ford schrapte zijn plannen voor een elektrische suv-model met drie zitrijen in Canada. Die fabriek zal nu zware pickups produceren. Ook General Motors stopte met het opzetten van een productielijn voor elektrische motoren in New York. De site zal hierdoor meer V8-motoren kunnen produceren.

Tot voor kort sprak Mary Barra, topvrouw van General Motors, nog over een toekomst met uitsluitend elektrische voertuigen. Hoewel de constructeur nog steeds nieuwe elektrische modellen uitrolt, erkent Barra nu ook de voordelen van een verlengde levensduur van auto’s met verbrandingsmotor.

Posted in automotive | Reacties uitgeschakeld voor Amerikaanse autobouwers herontdekken hun liefde voor grote auto’s

Nestlé blijft meest waardevolle voedingsmerk ter wereld

Posted by managing21 on 8th augustus 2025

Het Zwitserse concern Nestlé is het meest waardevolle voedingsmerk van de wereld. Dat blijkt uit een rapport van het bureau Brand Finance, dat de merkwaarde van Nestlé op bijna 20 miljard dollar schat. Er wordt aan toegevoegd dat de Zwitserse groep nu al voor het tiende jaar op rij de ranglijst aanvoert.

Brand Finance merkt op dat de wereldwijde voedingssector ongeveer 500.000 merken telt. “Een plaats in de top tien is dan ook een uitzonderlijke prestatie”, wordt eraan toegevoegd. Nestlé heeft volgens het bureau een merkwaarde van 19,97 miljard dollar (17,23 miljard euro). Tegenover het voorbije jaar heeft Nestlé weliswaar 4 procent aan merkwaarde ingeboet, maar de kloof met de concurrentie is bijzonder groot. Het chipsmerk Lay’s eindigt immers met een merkwaarde van 12,72 miljard dollar op een tweede plaats. Dat betekent een verschil van meer dan 7 miljard dollar.

Het rapport maakt duidelijk dat Nestlé bijzonder hoog scoort op merkbekendheid. Het bedrijf haalt daar een score van 9,7 punten op een maximum van 10 punten. Consumenten kennen het merk dus goed. Daarnaast scoort Nestlé ook goed op het gebied van begrip (7,6 punten) en geloofwaardigheid (7,4 punten), wat betekent dat de consumenten begrijpen waar Nestlé voor staat en het als een betrouwbaar merk zien.

Maar op andere vlakken zijn de scores lager. Op het gebied van betrokkenheid krijgt Nestlé slechts 5,8 punten. Consumenten voelen zich blijkbaar minder persoonlijk betrokken bij het merk. Tevens werd vastgesteld dat op het gebied van voorkeur een score van 6,3 punten werd genoteerd. Mensen kiezen dus niet automatisch voor Nestlé als hun favoriete merk. Ook bij de prijsacceptatie haalt Nestlé slechts 6,3 punten. Consumenten vinden de prijs niet altijd gerechtvaardigd en vooral prijsbewuste kopers tonen zich terughoudend.

Deze cijfers tonen volgens de onderzoekers aan dat Nestlé met een belangrijke uitdaging moet afrekenen. Het bedrijf wil zichzelf als premium merk – dus met relatief hoge prijzen – blijven positioneren, maar tegelijkertijd riskeert Nestlé om klanten kwijt te raken die gevoelig zijn voor prijs. “De balans tussen kwaliteit, merkwaarde en prijs wordt dus steeds belangrijker”, luidt het.

Lindt

De top vijf bestaat verder uit Yili (11,22 miljard dollar), Tyson (9,90 miljard dollar) en Danone (8,27 miljard dollar). Daarachter volgen: Kellogg’s (6,02 miljard dollar), Doritos (5,39 miljard dollar), Uni-President (4,99 miljard dollar), Barilla (4,98 miljard dollar) en Lindt (4,92 miljard dollar).

De Zwitserse chocolademaker Lindt slaagde er dit jaar in om een plaats in de top tien te veroveren. Lindl stond vorig jaar nog op een elfde plaats, maar zag zijn merkwaarde sindsdien met 14 procent toenemen. “Het onderzoek heeft aangetoond dat Lindt in kernmarkten zoals Duitsland, Frankrijk, Spanje, het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland op het gebied van prijsappreciatie de maximumscore van 10 punten behaalt”, geeft Brand Finance aan. “Dit is een teken dat consumenten bereid zijn om voor het premium imago van de chocolademaker meer te betalen.”

“De sterke prestaties van Lindt worden bevestigd door het oordeel van de consumenten,” zeggen de onderzoekers. “Er is immers onder meer gebleken dat 63 procent van de Britse consumenten en 56 procent van de Zwitserse verbruikers aangeven dat Lindt een duur product is, maar desondanks zijn geld waard is. Dat is het hoogste percentage dat in die landen bij de chocolademerken wordt gemeld. Ook in Duitsland deelt 57 procent deze prijsacceptatie, terwijl 60 procent Lindt met een uitstekende smaak associeert, wat het merk een duidelijke voorsprong geeft op zijn concurrenten.”

De Chinese zuivelgroep Yili behoudt zijn positie als meest waardevolle zuivelmerk ter wereld. Hiermee bevestigt het Chinese merk volgens de onderzoekers zijn status in een sector die steeds competitiever wordt. Verder wordt gewezen op de opmerkelijke vooruitgang van Cadbury, dat van een negentiende naar een dertiende plaats is gestegen. Hershey blijkt daarentegen van een vijftiende naar een zestiende plaats te dalen. Verrassend is ook dat voedingsgigant Heinz niet in de top tien of top twintig is terug te vinden. Het Amerikaanse concern steeg wel van een 29ste naar een 21ste plaats.

Posted in voeding & horeca | Reacties uitgeschakeld voor Nestlé blijft meest waardevolle voedingsmerk ter wereld

Airbnb verwacht tragere groei tijdens tweede jaarhelft

Posted by managing21 on 8th augustus 2025

Het Amerikaanse bedrijf Airbnb, verhuurder van vakantiewoningen, houdt voor de rest van het jaar rekening met een vertragende groei. Er moet immers vergeleken worden met de sterke cijfers die tijdens dezelfde periode vorig jaar werden konden worden opgetekend. Toen slaagden sterke boekingen in Azië en Latijns-Amerika er immers in om de winst gevoelig op te drijven. Dat heeft het bedrijf bij de voorstelling van zijn kwartaalcijfers gezegd.

Airbnb kon tijdens het tweede kwartaal van dit jaar van een herstel in de Amerikaanse reismarkt profiteren, na een trage start in april. Die dip was vergelijkbaar met die van andere reisbedrijven zoals United Airlines en Wyndham Hotels. De sector blijft voorzichtig optimistisch, ondanks economische onzekerheden rond de handelspolitiek van de Amerikaanse president Donald Trump en aanhoudende inflatie. In Noord-Amerika trok de reislust elke maand verder aan, vooral door binnenlands toerisme. Canadese reizigers boekten daarbij opvallend vaker vakanties binnen eigen land of buiten Noord-Amerika, in plaats van naar de Verenigde Staten.

Het aantal geboekte nachten kende tijdens het tweede kwartaal van dit jaar, mede dankzij een stijgende binnenlandse reishonger in de Verenigde Staten, volgens Airbne een aanzienlijke groei. “Hoewel het kwartaal van start ging met een wereldwijde economische onzekerheid, nam de reislust toe,” benadrukte Brian Chesky, chief executive van het bedrijf.  Toch verwacht Airbnb dat de groei van het aantal geboekte nachten tijdens het vierde kwartaal van dit jaar zal afvlakken in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar.

Airbnb boekte tijdens het tweede kwartaal van dit jaar een omzet van 3,1 miljard dollar. Dat betekende een groei met 13 procent tegenover dezelfde periode vorig jaar. De stijging is volgens het bedrijf te danken aan een groter aantal geboekte nachten, een lichte toename van het gemiddelde nachttarief en de timing van Pasen. Het aantal geboekte overnachtingen en diensten nam in het tweede kwartaal met 7 procent toe. De bruto boekingswaarde steeg met 11 procent tot 23,5 miljard dollar. De winst liep van 555 miljoen dollar naar 642 miljoen dollar op.

Nieuwe diensten

Voor het derde kwartaal verwacht Airbnb een omzet tussen de 4,02 miljard dollar en 4,10 miljard dollar. Het aantal geboekte nachten en diensten zal volgens het bedrijf stabiel blijven ten opzichte van het tweede kwartaal, gezien de sterke vergelijkingsbasis van vorig jaar.

Om een verdere groei te realiseren, richt Airbnb zich op een uitbreiding naar reiservaringen, terwijl op zijn platform ook extra diensten voor woningen worden aangeboden. Het bedrijf waarschuwde daarbij wel dat deze initiatieven op korte termijn de marge. Airbnb investeert dit jaar ongeveer 200 miljoen dollar in deze nieuwe activiteiten. “Op korte termijn zal dat aanbod geen significante omzet genereren”, stipte Ellie Mertz, financieel directeur van Airbnb, aan. “Er wordt hierbij met een visie op lange termijn gewerkt.”

Ook Ralph Schackart, analist bij het bureau William Blair, gaf aan dat deze nieuwe diensten op lange termijn nieuwe groeimogelijkheden voor Airbnb kunnen bieden. Bernie McTernan, analist bij het bureau Needham, gaf echter aan van mening te zijn dat de tijd voorbij is dat Airbnb in zijn kernactiviteiten structureel sneller groeide dan de bredere reisindustrie. “Daarom zijn de nieuwe diensten en ervaringen des te belangrijker”, gaf hij aan. Toch is het volgens McTernan nog onduidelijk in hoeverre deze nieuwe initiatieven zullen bijdragen aan de langetermijngroei.

Brian Chesky toonde zich echter optimistisch over de eerste stappen die daarbij zijn gezet. Sinds mei hebben volgens hem ruim 60.000 mensen zich aangemeld om op het platform een dienst of ervaring aan te bieden. “We zijn erg enthousiast over de reacties op de nieuwe activiteiten”, zei hij. “Het is nog vroeg om al een duidelijk oordeel te vellen, maar wij geloven dat diensten en ervaringen binnen Airbnb tot belangrijke bedrijfsonderdelen kunnen uitgroeien.”

Posted in toerisme | Reacties uitgeschakeld voor Airbnb verwacht tragere groei tijdens tweede jaarhelft

Eco-driving kan uitstoot van autoverkeer aanzienlijk verlagen

Posted by managing21 on 8th augustus 2025

Een automatische snelheidsregeling bij kruispunten kan de uitstoot van koolstofdioxide met 11 procent tot 22 procent verminderen. Dat blijkt uit een onderzoek van wetenschappers aan het Massachusetts Institute of Technology en de Eidgenössische Technische Hochschule Zürich in de Amerikaanse steden Atlanta, San Francisco en Los Angeles.

“Stationair draaiende motoren bij verkeerslichten vertegenwoordigen 15 procent van de totale hoeveelheid koolstofdioxide die het Amerikaanse wegverkeer uitstoot”, stippen de onderzoekers aan. “Maar maatregelen op het gebied van eco-driving, waarbij de snelheden van de voertuigen dynamisch worden aangepast om het bruusk afremmen en agressief optrekken zoveel mogelijk te vermijden, kunnen deze uitstoot aanzienlijk verminderen.”

De analyse toonde dat een volledige invoering van eco-driving de jaarlijkse uitstoot bij kruispunten met 11 procent tot 22 procent zou kunnen terugdringen, zonder de doorstroming van het verkeer en de verkeersveiligheid te ondermijnen. Zelfs wanneer slechts 10 procent van de voertuigen eco-driving toepast, zal nog tussen 25 procent en 50 procent van de maximale uitstootreductie worden behaald. Daarbij blijkt dat optimalisatie van snelheidslimieten bij slechts 20 procent van de kruispunten al goed is voor 70 procent van het totale milieueffect.

Dit betekent dat een stapsgewijze invoering van eco-driving haalbaar is en bovendien direct impact heeft op het klimaat en de volksgezondheid. “Met voertuiggerichte strategieën zoals eco-driving kunnen we een echt verschil maken in de strijd tegen klimaatverandering”, benadrukt onderzoeksleider Cathy Wu, transportexpert aan het Massachusetts Institute of Technology. “We tonen dat moderne technieken op het gebied van artificiële instelligentie zulke analyses kunnen versnellen en beleidsbeslissingen beter kunnen onderbouwen. Dit is pas het begin.”

Infrastructuur

Bij verkeersbeheersing wordt vaak gedacht aan een vaste infrastructuur zoals verkeerslichten of stopborden. “Maar met de technologische vooruitgang van de voertuigen ontstaan nieuwe mogelijkheden voor eco-driving”, werpt Wu op. “Het is daardoor mogelijk om dankzij intelligente aanpassingen de snelheid van de voertuigen het energieverbruik te beperken. Op korte termijn zou dit met dashboard-meldingen of smartphone-applicatieskunnen gebeuren. Op langere termijn kunnen voertuigen door een communicatie met de infrastructuur automatisch hun snelheid aanpassen.”

Het onderzoek bracht ook aan het licht dat de besparingen in dichte steden zoals San Francisco, met weinig ruimte tussen kruispunten, lager blijven dan in steden als Atlanta, waar hogere snelheden mogelijk zijn. Bovendien zorgt het zogenaamde car-following-effect ervoor dat ook voertuigen zonder eco-driving profiteren. Zij volgen immers automatisch het vloeiender rijgedrag van voertuigen die wel over de technologie beschikken en verlagen op die manier ook de eigen uitstoot.

In sommige gevallen kan eco-driving volgens de onderzoekers zelfs de doorstroming verbeteren. Toch waarschuwt Wu dat dit een averechts effect kan hebben. Een betere doorstroming kan meer verkeer aantrekken, waardoor de positieve impact op het leefmilieu weer gedeeltelijk teniet zou worden gedaan. Op het gebied van verkeersveiligheid is eco-driving volgens de onderzoekers minstens even veilig als het menselijk rijgedrag. “Wel is vervolgonderzoek nodig om onverwachte reacties van menselijke bestuurders beter te begrijpen”, wordt er opgemerkt.

Eco-driving blijkt bovendien goed gecombineerd te kunnen worden met andere maatregelen om het autoverkeer duurzamer te maken. In San Francisco zou bijvoorbeeld 20 procent eco-driving de emissies met 7 procent verminderen. In combinatie met de verwachte opmars van hybride en elektrische voertuigen zou dat verder kunnen oplopen tot 17 procent.

Hoewel het onderzoek zich richt op de uitstoot van koolstofdioxide, hangen de voordelen ook nauw samen met een lager brandstofverbruik en een betere luchtkwaliteit. “Dit is bijna een gratis maatregel,” besluit Wu. “We hebben al smartphones in onze auto’s en geavanceerde rijhulpsystemen rukken snel op. Voor een grootschalige invoering moet een maatregel eenvoudig en direct inzetbaar zijn. Eco-driving voldoet aan die vereisten.”

Posted in Mobility | Reacties uitgeschakeld voor Eco-driving kan uitstoot van autoverkeer aanzienlijk verlagen

Europese Unie moet koolstofopslag van zijn bossen stimuleren

Posted by managing21 on 8th augustus 2025

De opname van koolstofdioxide door de Europese bossen is de voorbije jaren sterk gedaald. Dit probleem brengt de klimaatdoelstellingen van de Europese Unie. Dat blijkt uit een rapport van het Joint Research Center van de Europese Commissie. De wetenschappers waarschuwen dat onmiddellijk maatregelen moeten worden genomen om deze daling te keren.

Bossen beslaan ongeveer 40 procent van het grondgebied van de Europese Unie. Deze gebieden hebben een sleutelrol in de plannen van de Europese Unie om zijn klimaatdoelstellingen, gericht op een forse vermindering van de uitstoot van broeikasgassen, te halen. Maar de combinatie van menselijke druk zoals houtkap en klimaateffecten zoals extreme weersomstandigheden en insectenplagen, ondermijnt de capaciteit van bossen om koolstofdioxide op te nemen. Volgens het Joint Research Center neemt die capaciteit in een snel tempo af.

“Een omkering van de afname in het vermogen van Europese bossen om koolstofdioxide op te slaan is essentieel”, benadrukt onderzoeksleider Giacomo Grassi. “De doelstellingen kunnen nog steeds worden gehaald, op voorwaarde dat er vandaag gedurfde, wetenschappelijk onderbouwde acties worden ondernomen.”

De onderzoekers wijzen op een combinatie van oplossingen. Daarbij moeten volgens hen inspanningen worden gedaan om de uitstoot van broeikasgassen snel te verminderen. Daarnaast moet aan een slimmer beheer van de bossen – onder meer door een beter onderhoud, gecontroleerde kap, bescherming tegen plagen en ziektes – worden gewerkt, zodat ze een grotere weerbaarheid tegen de klimaatverandering, die onder meer grote droogtes of zware stormen tot gevolg kan hebben, krijgen.

Maar er is volgens de wetenschappers ook behoefte aan een veel efficiënter en actueler observatie van de bosgebieden, zodat veranderingen in de gezondheid van bomen, bodemkwaliteit of koolstofopslag kunnen worden geregistreerd. Daarbij wordt erop gewezen dat vele Europese landen nog altijd periodieke inventarisaties – vaak om de vijf of tien jaar – gebruiken om gegevens over hun bossen te verzamelen.

“Maar de gezondheid van de bossen kan door extreme weersomstandigheden of ziektes tegenwoordig veel sneller veranderen”, voeren de onderzoekers aan. “Daardoor lopen die verouderde meetmethoden achter op de realiteit, waardoor de beleidsmakers en wetenschappers geen goed beeld hebben over de daadwerkelijke ernst van de situatie.”

Meer inzicht

De auteurs benadrukken dat er meer inzicht nodig is in de dynamiek van bossen. “Vooral het meten van de koolstofstromen tussen bodem, vegetatie en atmosfeer moet worden verbeterd, evenals het voorspellen van de impact van extreme weersomstandigheden op de rol van de bossen als koolstofopslag”, verduidelijken ze.

Uit officiële cijfers over het voorbije jaar blijkt dat de hoeveelheid koolstofdioxide die door de Europese bossen, ecosystemen en veranderingen in landgebruik wordt geabsorbeerd, tussen 2020 en 2022 met ongeveer een derde is afgenomen vergeleken met tien jaar voordien. De prognose voor 2025 wijst zelfs op een nog scherpere daling. “Deze trend, in combinatie met de afnemende klimaatbestendigheid van de Europese bossen, doet vrezen dat de klimaatdoelstellingen van de Europese Unie – die juist uitgaan van een groeiende koolstofopslag – in gevaar komen,” waarschuwen de auteurs.

Wetenschappers waarschuwen dat het nog altijd onduidelijk is hoe koolstofputten zich in de toekomst zullen gedragen naarmate de aarde verder opwarmt en hoeveel koolstofdioxide ze dan nog zullen kunnen opnemen. Het onderzoeksinstituut Climate Analytics waarschuwde eerder dit jaar dat veel grote economieën de capaciteit van hun bossen voor de opslag van koolstofdioxide overschatten. “Dit boekhoudkundige goochelwerk zou overheden de ruimte kunnen geven om nog langer fossiele brandstoffen te gebruiken dan verantwoord is”, wordt er opgemerkt.

Posted in milieu | Reacties uitgeschakeld voor Europese Unie moet koolstofopslag van zijn bossen stimuleren

Beyond Meat wil minder nadruk leggen op vleesvervangers

Posted by managing21 on 8th augustus 2025

Het Amerikaanse bedrijf Beyond Meat, producent van plantaardige vleesvervangers, heeft tijdens het tweede kwartaal van dit jaar opnieuw verliescijfers moeten melden. Ook de omzet werd met een inkrimping geconfronteerd. Het bedrijf wijst op zwakke vraag en verminderde distributie in de Amerikaanse retailmarkt en een tegenvallende verkoop aan de internationale horeca. Beyond Meat heeft daarbij een nieuwe reorganisatie aangekondigd, terwijl bovendien inspanningen worden gedaan om het merk te herpositioneren.

Beyond Meat liet tijdens het tweede kwartaal van dit jaar een omzet optekenen van 75 miljoen dollar. Dat betekende een daling met 19,6 procent tegenover dezelfde periode vorig jaar. De verkochte volumes vielen met 19 procent terug. Het bedrijf leed een nettoverlies van 33 miljoen dollar. Dat betekende weliswaar een verbetering van 4 procent tegenover het tweede kwartaal van vorig jaar, maar dat resultaat werd vooral in de hand gewerkt door positieve wisselkoersen.

Ethan Brown, chief executive van Beyond Meat, erkende dat de resultaten teleurstellend zijn. De vraag naar plantaardige vleesvervangers in de Verenigde Staten is dit kwartaal opnieuw gedaald. Consumenten blijven sceptisch over de smaak, de mate van verwerking en de prijs van deze producten. Door de aanhoudende economische onzekerheid in de Verenigde Staten letten veel consumenten meer op hun uitgaven en kiezen zij vaker voor goedkoper dierlijk vlees.

Volgens Rachel Wolff, analist van het onderzoeksbureau Emarketer, ondermijnen de toenemende bekommernissen over sterk bewerkte voedingsmiddelen de aantrekkelijkheid van Beyond Meat en soortgelijke producten. Dit leidt er volgens haar toe dat supermarkten en fastfoodketens hun bestellingen flink terugschroeven. Uit cijfers van onderzoeksbureau Spins blijkt dat de verkoop van gekoelde plantaardige vleesvervangers in de Verenigde Staten dit jaar met 17,2 procent is gedaald, terwijl bij diepvriesvarianten een daling met 8,1 procent werd gemeld.

Herpositionering

Als reactie voert Beyond Meat opnieuw een reorganisatie door. In Noord-Amerika worden 44 medewerkers ontslagen. Daarmee wordt het wereldwijde personeelsbestand met 6 procent afgeslankt. De kost van deze operatie wordt geraamd op een bedrag tussen 800.000 dollar en 1,3 miljoen dollar. Op jaarbasis verwacht het bedrijf hierdoor wel een besparing tot 7 miljoen dollar. Het bedrijf wil zijn activiteiten beter afstemmen op de huidige marktomstandigheden en de marges verbeteren. Daarmee zou tijdens het tweede kwartaal van volgend jaar opnieuw een operationele winst moeten kunnen worden geboekt.

De Amerikaanse retailmarkt bleek het zwakke punt in het kwartaalverslag van Beyond Meat. Daar werd een omzetdaling met bijna 27 procent, vooral door lagere productievolumes, gemeld. Dit moet volgens het bedrijf toegeschreven worden aan een zwakke vraag naar de productcategorie en een afname in distributiepunten. Deze ontwikkeling weerspiegelt een bredere terugval in de verkoop van plantaardige vleesvervangers in de Amerikaanse supermarkten. 

Er zijn volgens Brown meerdere elementen om deze evolutie te verklaren. In de eerste plaats maakt de relatief hoge prijs ten opzichte van rundvlees de producten van Beyond Meat minder aantrekkelijk voor prijsbewuste consumenten. Er heerst volgens Brown bovendien een hardnekkig negatief verhaal over de sector. Onder meer werd herhaaldelijk gesuggereerd dat deze producten ongezond of overdreven sterk bewerkt zouden zijn. Volgens Brown zit dat beeld inmiddels zo diep ingebakken bij consumenten dat het lastig is om dit met informatie of marketing recht te zetten. Bovendien geeft hij aan dat traditionele vleesproducten momenteel een sterke opleving doormaken, waardoor alternatieven minder ruimte krijgen.

“Onze categorie en merk hebben in de Amerikaanse supermarkten een bijzonder onrustige periode doorgemaakt”, geeft Brown aan. “De sector werd onder meer geconfronteerd met een overaanbod aan nieuwe partijen die snel weer uit de winkelrekken verdwenen. Daarnaast verloren onze producten ook ruimte in de rekken en werd het assortiment in grote ketens van koeling naar diepvries verplaatst.” Om hierop in te spelen, wil Beyond Meat zich nu richten op een beperkter aantal winkelketens met grotere impact. De bedoeling is om daar betere resultaten te behalen.

Internationaal daalde de omzet in retail met 9 procent, door een lage verkoop van burgers, worst en gehakt in Canada en een terugval van de verkoop van burgers in Europa. In de Amerikaanse foodservice steeg de omzet met 7 procent, vooral door prijsverhogingen en wijzigingen in het productaanbod. Elders was er sprake, mede door tegenvallende verkoop aan fastfoodketens, van een terugval met 26 procent.

Brown wijst erop dat plantaardige alternatieven voor vlees momenteel geen grote populariteit genieten. Hij benadrukt dat elke sector pieken en dalen kent. Plantaardig vlees maakt volgens momenteel een moeilijke periode door. “We moeten nu niet proberen om geforceerd te groeien, maar wel werken aan een stabilisering, een kostenreductie en een verbetering van de marges”, voert hij aan. “Maar de huidige opleving van vleesproducten zal opnieuw afzwakken. Dat gebeurt geleidelijk aan door onder meer nieuwe informatie, trends, of externe factoren zoals prijsdruk, droogtes of dierziektes.”

Het bedrijf wil naar eigen zeggen consumenten nu meer waar voor hun geld bieden. Onder meer verwijst Brown daarbij naar de lancering van de Beyond Ground, een plantaardig gehakt op basis van veldbonen, aardappelzetmeel, water en psylliumvezels. Volgens Brown betekent dit product voor het bedrijf een eerste stap buiten de nabootsing van vlees van runderen, varkens of kippen. Hij voegt eraan toe dat het product met enthousiasme, zij het voorlopig binnen een beperkte groep consumenten, wordt ontvangen.

De introductie van Beyond Ground markeert het begin van een merkvernieuwing. Daarbij zullen producten steeds vaker onder het merk Beyond worden verkocht. De onderneming wil daarmee minder de nadruk leggen op vleesvervangers en zich als een breder eiwit-merk profileren. Daarbij wordt gedacht aan mogelijke producten zoals hotdogs op basis van kikkererwten en worsten met linzen. “Deze opties bieden ons meer ruimte en verschuiven de focus van imitatie naar hoogwaardige plantaardige eiwitten. Het stelt ons ook in staat om bredere eiwitbehoeften van consumenten te vervullen.”

De herpositionering van het merk wordt de volgende maanden gefaseerd ingevoerd. Volgens Brown doet deze reset echter niets af aan het vertrouwen in de toekomst. “De huidige hindernissen tijdelijk”, werpt hij op. “Onze kostenstructuur zal verbeteren naarmate het bedrijf aan schaalgrootte wint. Wanneer de volumes verder stijgen, zullen onze systemen efficiënter worden en moeten het berijf in staat zijn om op prijsgebied met vlees te concurreren.”

Posted in retail, voeding & horeca | Reacties uitgeschakeld voor Beyond Meat wil minder nadruk leggen op vleesvervangers

Artificiële intelligentie helpt aanrijdingen tussen auto’s en dieren vermijden

Posted by managing21 on 7th augustus 2025

Wetenschappers van de University of Sydney en de Queensland University of Technology (QUT), ondersteund door het ministerie van transport van Queensland hebben een technologie ontwikkeld om botsingen tussen voertuigen en dieren te voorkomen. Met het project heeft het team wetenschappers een wereldprimeur.

Wetenschappers van het Australian Centre for Robotics (University of Sydney) en het Centre for Accident Research and Road Safety (Queensland University of Technology) werkten twaalf maanden aan de ontwikkeling van het Large Animal Activated Roadside Monitoring and Alert System (Laarma). Het systeem werd inmiddels ook met succes getest.

De onderliggende code van de technologie wordt op het platform van GitHub wereldwijd gratis beschikbaar gesteld. Hierdoor krijgen onderzoekers en natuurbeschermers overal ter wereld de mogelijkheid om gelijkaardige modellen te ontwikkelen. “Met deze open toegang tot de software kunnen potentieel veel meer bedreigde diersoorten worden beschermd”, werpen de onderzoekers op. “Dat geldt onder meer voor de rode panda in Nepal, de reuzenmiereneter in Brazilië, het schubdier in Zuidoost-Azië en de sneeuwluipaard in Centraal-Azië. Dat zijn allemaal dieren die gevaar lopen wanneer ze wegen oversteken die hun leefgebied versnipperen.”

Laarma is een goedkoop systeem, aangedreven door artificiële intelligentie, dat gebruik maakt van sensoren om grote dieren langs de weg te detecteren. Zodra een dier wordt waargenomen, activeert het systeem nabijgelegen flitsende waarschuwingsborden om bestuurders alert te maken.

De veldtest vond plaats in het noorden van Queensland, waar vaak aanrijdingen met kasuarissen worden gemeld. Het systeem detecteerde de kasuarissen met een nauwkeurigheid van 97 procent en registreerde meer dan 287 waarnemingen. De waarschuwingen bleken volgens de onderzoekers efficiënt, want wanneer de waarschuwingssignalen werden geactiveerd, bleken de autobestuurders hun snelheid sterk te reduceren.

Autonome bescherming

Het Laarma-systeem bestaat uit sensoren – met camera’s, thermische beeldvorming en lidar – die op palen worden gemonteerd. “Uniek is de zelflerende artificiële intelligentie, die zonder menselijke tussenkomst zichzelf blijft verbeteren”, werpen de onderzoekers op. Aan het einde van de proef detecteerde het systeem dieren binnen een straal van honderd meter met een nauwkeurigheid van 78,5 procent. De prestaties van het systeem ging snel vooruit. Bij de start werd slechts een detectiegraad van amper 4,2 procent gemeld. Vijf maanden later was dat cijfer echter tot 78,5 procent opgelopen. Tegelijkertijd daalde de gemiddelde snelheid van voertuigen met maximaal 6,3 kilometer per uur zodra de waarschuwingsborden begonnen te flitsen.

“Het systeem leert zelf hoe het beter wordt,” verduidelijkt onderzoeksleider Kunming Li, docent robotica aan het Australian Centre for Robotics. “Elke keer dat de technologie een kasuaris opmerkt, leert het systeem iets nieuws over het uiterlijk van het dier, zelfs wanneer de kasuaris in de schaduw staat, zich achter bomen beweegt of snel oversteekt. Het systeem zoekt niet alleen naar een match, want het begint te begrijpen hoe een kasuaris er doorgaans uitziet onder wisselende omstandigheden. Dat maakt het systeem slimmer en betrouwbaarder bij herhaald gebruik. Dit is een grote stap in de richting van een autonome bescherming van wilde dieren.”

Om de waarschuwingen voor bestuurders zo efficiënt mogelijk te maken, ontwierpen onderzoekers doelgerichte boodschappen op de elektronische waarschuwingsborden. Ze maakten hierbij gebruik van gedragswetenschappelijke technieken. Het team testte verschillende boodschappen met focusgroepen, ondervroeg meer dan 550 Australische bestuurders en voerde rijsimulaties uit om te bepalen welke boodschappen het meest geschikt zijn om de chauffeurs aan te zetten hun snelheid te verlagen. “In tegenstelling tot permanente gele waarschuwingsborden, die vaak worden genegeerd, verschijnt Laarma alleen wanneer een dier daadwerkelijk aanwezig is, waardoor de boodschap meer impact heeft”, stippen de onderzoekers aan.

De proef toonde aan dat de snelheid van de voertuigen met gemiddeld 6,3 kilometer per uur daalde wanneer het waarschuwingsbord actief was. “Deze verandering in het rijgedrag is van grote betekenis”, stippen de onderzoekers aan. “Elke kilometer per uur telt als het gaat om reactietijd, remweg en het vermijden van een ongeval. Los van de technologische doorbraak zijn we bijzonder bemoedigd door de gedragsdata, die tonen dat contextspecifieke waarschuwingen echt invloed hebben op het gedrag van de chauffeurs. Dit kan het aantal fatale botsingen sterk verminderen.”

“Het systeem heeft een dubbel doel”, geven de onderzoekers aan. “Het is immers in staat om zowel bedreigde dieren als weggebruikers te beschermen. Kasuarissen zijn met uitsterven bedreigd. Maar het gaat hier ook om grote dieren. Een botsing met een kasuaris bij 100 kilometer per uur kan aanvoelen alsof men tegen een koelkast rijdt. Het systeem heeft dan ook de mogelijkheid om levens – zowel van mensen als van vogels – te redden. Het systeem kan al worden getraind om meerdere diersoorten te herkennen.

Posted in Mobility | Reacties uitgeschakeld voor Artificiële intelligentie helpt aanrijdingen tussen auto’s en dieren vermijden