managing21.be

Managing21: een blik op het heden en de toekomst van de economie.

Chinese bedrijven op weg naar recordaantal Amerikaanse beursnoteringen

Posted by managing21 on augustus 6th, 2025

Een recordaantal Chinese ondernemingen wil dit jaar een notering op de Amerikaanse beurs. Strenge binnenlandse noteringsregels en de kans op hogere waarderingen overtuigen de betrokken bedrijven om de grillige relaties tussen China en de Verenigde Staten, evenals Amerikaanse oproepen tot streng toezicht, te trotseren. Dat blijkt uit een rapport van het advocatenkantoor K&L Gates.

In de eerste helft van dit jaar maakten zesendertig – vooral kleine en middelgrote – Chinese bedrijven in de Verenigde Staten hun beursdebuut. Vorig jaar werd een recordaantal van vierenzestig Chinese noteringen op de Amerikaanse beurs geregistreerd. Een groot aantal van de betrokken bedrijven gingen via zogeheten special purpose acquisition companies (spac) – lege entiteiten die start-ups overnemen – naar de beurs.

Op de Nasdaq wachten nog meer dan veertig Chinese bedrijven op hun, waaronder een aanbieder van mobiele advertentiediensten en een producent van traditionele Chinese geneesmiddelen, op hun beursdebuut blijkt uit Chinese documenten. Indien alle plannen worden doorgezet, zou het jaarlijkse record aan Chinese beursintroducties in de Verenigde Staten opnieuw worden verbroken.“Het is een gezond jaar voor Chinese beursintroducties in de Verenigde Staten”, merkt David Bartz, partner bij K&L Gates, op. “Mogelijk wordt het een recordjaar.”

Sinds de Chinese regering in 2023 de regels voor beursnoteringen heeft aangescherpt, is het voor Chinese ondernemingen lastiger geworden om in eigen land naar de beurs te gaan. Dat maakt de spac-route in de Verenigde Staten, onder meer door de bredere Amerikaanse kapitaalmarkt, aantrekkelijker. Bankiers en advocaten zien een beursgang in de Verenigde Staten als een gok dat de politieke druk om een Chinese toegang tot de grootste kapitaalmarkt van de wereld te beperken, slechts een beperkte impact zal hebben.

Een van de kanshebbers voor een Amerikaanse beursgang is Xinghui Car Technology, een Chinese fabrikant van racewagens. “De Amerikaanse kapitaalmarkt is een van de grootste ter wereld”, merkte Song Wenfang, voorzitter van Xinghui, eerder op. “Er is veel liquiditeit beschikbaar en er wordt een eenvoudige toegang tot financiering geboden.” Xinghui zou worden overgenomen door de spac UY Scuti, die op de Nasdaq staat genoteerd.

Volgens de United States-China Economic and Security Review Commission stonden in maart meer dan honderd Chinese bedrijven genoteerd in de Verenigde Staten aan de beurs genoteerd. Deze ondernemingen vertegenwoordigden samen ongeveer 1 biljoen dollar aan beurswaarde. De grootste Chinese beursintroductie in de Verenigde Staten is tot nu toe de tearoom-keten Chagee, die met een bedrag van 411 miljoen dollar zijn debuut op de Nasdaq liet optekenen. 

“Steeds meer bedrijven in de aanmeldingsfase zijn start-ups zonder winst of zelfs zonder omzet, vooral in de technologiesector, die via een spac sneller kapitaal willen ophalen”, betoogde zegt Karen Mu, analist bij Alliance Global Partners. Vorig jaar werden er op de Amerikaanse beurzen al 57 spacs genoteerd. Dat vertegenwoordigde nagenoeg een verdubbeling tegenover het jaar voordien. Momenteel worden op de Amerikaanse beurzen al 76 spacs genoteerd.

Hoge drempels

De toenemende Chinese interesse is ook in de Amerikaanse politieke wereld opgevallen. Een aantal Amerikaanse politici riepen in mei nog op om de Chinese bedrijven van de Amerikaanse beurzen te schrappen. Daarbij werd gewezen naar een mogelijke bedreiging van de Amerikaanse nationale veiligheid. Inmiddels heeft de Amerikaanse Securities & Exchange Commission de wettelijke vereisten voor beurskandidaten aangescherpt. Daarbij werd expliciet naar Chinese bedrijven verwezen.

De uittocht naar de Verenigde Staten wordt mede gedreven door de hoge drempels die in China zelf voor beursintroducties worden gehanteerd. Deze criteria zijn afgestemd op sectoren die aansluiten bij de Chinese nationale ontwikkelingsstrategie. Op de hoofdbeurs geldt een minimale omvang of winstgevendheid, terwijl bedrijven op de technologiebeurzen moeten bijdragen aan zelfvoorziening of voldoen aan productiviteitsnormen.

“In de Verenigde Staten kan men gewoon naar de beurs als het bedrijf aan de objectieve regels van de toezichthouder voldoet,” zegt Steve Markscheid, analist bij Aerion Capital. “In China is het subjectiever, want daar beoordeelt de toezichthouder of het bedrijf goed genoeg is voor een beursgang.”

Gemiddeld duurt goedkeuring in China negen tot twaalf maanden, tegenover zes tot negen maanden in Hongkong en vier tot zes maanden in New York. “Voor start-ups betekent de trage procedure en hoge lat dat een beursgang in China een onmogelijke missie wordt”, benadrukt Ronald Shuang, partner bij Balloch Holding.

Posted in financiën | Reacties uitgeschakeld voor Chinese bedrijven op weg naar recordaantal Amerikaanse beursnoteringen

China waarschuwt fabrikanten elektrische wagens voor prijzenoorlog

Posted by managing21 on augustus 5th, 2025

In China heeft de nationale overheid de fabrikanten van elektrische wagens opgeroepen om te stoppen met prijsverlagingen, terwijl ook gevraagd werd de productie te temperen. Opgemerkt wordt dat een aanhoudende deflatie de Chinese economische groep zou kunnen ondermijnen.

De voorbije maanden waarschuwden Chinese functionarissen herhaaldelijk voor een inflatie in sectoren die met een overcapaciteit, zoals elektrische voertuigen, werden geconfronteerd. Er werden immers steeds meer middelen geïnvesteerd tegen een steeds kleiner rendement.

Ook de Chinese president Xi Jinping bracht het probleem te berde. Hij bekritiseerde provinciale overheden voor blinde investeringen in kunstmatige intelligentie, rekenkracht en elektrische wagens. Dit zijn sectoren die door de Chinese overheid als strategisch belangrijke activiteiten worden bestempeld, maar die tegelijk het risico op een overhitting lopen. Xi Jinping wees erop dat de involutie-cyclus, die volgens hem delen van de Chinese economie in zijn greep houdt, moest worden doorbroken.

Enkele grote Chinese autobouwers, waaronder Byd, werden inmiddels door de toezichthouders wegens een aanhoudend overcapaciteit op de vingers getikt. Volgens het adviesbureau Hutong Research hebben overheidsinstanties na de opmerkingen van de Chinese president snel actie ondernomen en beloofd het aanbod terug te schroeven. “Deze ontwikkelingen tonen niet alleen de verhoogde politieke aandacht voor overcapaciteit, maar verduidelijken tevens de omvang die het probleem in de Chinese economie heeft genomen”, geeft Hutong Research aan.

In de hypercompetitieve Chinese markt verwachten consumenten extreem lage prijzen. Bedrijven verlagen daarom vaak hun tarieven tot de kostprijs, soms zelfs nog lager,  om marktaandeel te veroveren. De sector van de elektrische wagens vormt hierop geen uitzondering. Byb heeft herhaaldelijk de prijs van zijn instapmodel Seagull verlaagd, dat nu wordt aangeboden voor 55.800 yuan (6.800 euro). Dat bedrag ligt bijna 20 procent onder de adviesprijs. Concurrent Great Wall Motors bracht in juni een nieuwe versie van zijn Ora 3 uit tegen een prijs die ongeveer 20 procent lager lag dan de tarieven die in september werden gehanteerd.

Overleving

He Xiaopeng, topman van XPeng, voorspelde begin dit jaar dat de concurrentie dit jaar nog heviger zal worden en dat sommige fabrikanten de prijsstrijd niet zullen overleven. China heeft inmiddels een wet uitgevaardigd om de prijsoorlogen te bestrijden. Het voorstel versterkt de mogelijkheden van de overheid om prijsplafonds te stellen, oneerlijke prijspraktijken te bestraffen en involutie-achtige concurrentie – zoals het manipuleren van prijzen via marktdominantie of grootschalige dumping – tegen te gaan,

Toch betwijfelen sommige analisten of de maatregelen ver genoeg gaan. Antonia Hmaidi, analist bij de denktank Merics, wijst erop dat tot nu toe voor overinvesteringen in strategische sectoren niemand echt is gestraft. Bovendien zouden veel producenten van elektrische wagens verlieslatend zijn en nauw verweven zijn met lokale overheden die faillissement willen voorkomen. Volgens Hmaidi zou het Chinese overschot kunnen worden weggewerkt door de export naar het buitenland nog verder op te drijven, maar dit zou wel de spanningen met handelspartners verergeren. 

De massale toestroom van Chinese elektrische wagens in de Europese Unie baart de Europese beleidsmakers nu al zorgen over de concurrentiepositie van hun eigen autofabrikanten. Vorig jaar introduceerde de Europese Unie invoertarieven tot 45 procent op Chinese elektrische wagens. Dat leidde tot irritaties bij de Chinese overheid. Een recente top tussen China en de Europese Unie leverde echter geen doorbraak op. Chinese producenten weken uit naar plugin-hybrides en heroverden in juni een marktaandeel van 10 procent in Europa. Daarmee herstelden ze het aandeel dat ze ook al voor de invoer van de heffingen bezaten.

Recent besprak het politbureau van de Chinese Communistische Partij de economische vooruitzichten voor het volgende jaar. Hoewel de anti-involutiecampagne niet expliciet werd genoemd, werd wel gehamerd op de noodzaak om wanordelijke concurrentie in de nationale economie aan banden te leggen.

Posted in automotive | Reacties uitgeschakeld voor China waarschuwt fabrikanten elektrische wagens voor prijzenoorlog

Oude bomen en vergrijzende boeren wegen op aanvoer palmolie

Posted by managing21 on augustus 5th, 2025

In Maleisië staan de producenten van palmolie voor een belangrijk dilemma. Vele boeren worden immers geconfronteerd met verouderende plantages, maar beslissen om het vervangen van de oude bomen uit omdat ze geen inkomsten willen verliezen gedurende de periode dat nieuwe exemplaren moeten groeien. Hierdoor dreigt de productie van palmolie in Maleisië drastisch te zullen slinken, waardoor de prijzen van het product voor miljarden consumenten over de hele dreigen op te lopen.

Producenten moeten ermee rekening houden dat nieuwe bomen pas drie tot vijf jaar na de aanplanting vruchten beginnen te dragen. Het kan nog een aantal extra jaren duren om een maximale opbrengst te breiden. De overheidssubsidies om herbeplanting te stimuleren zijn niet meer zo royaal als vroeger en blijken vaak onvoldoende om tijdelijk in het levensonderhoud van de boerenfamilies te voorzien.

Palmolie vertegenwoordigt meer dan de helft van de wereldwijde productie van plantaardige olie. Maleisië en Indonesië hebben in de wereldwijde aanvoer van palmolie een gezamenlijk aandeel van 85 procent. Na decennia met een stijgende productie bevindt de markt zich nu echter op een kantelpunt. De gezamenlijke export uit beide landen dreigt sterk te vertragen door de stagnerende productie, terwijl Indonesië bovendien meer palmolie inzet voor de productie van biodiesel.

Hoewel de financiële markten de vertraging al hebben ingecalculeerd, groeit het bewijs dat plantages van kleinschalige boeren er slechter aan toe zijn dan gedacht. Oude, minder productieve bomen worden vaak niet vervangen, wat het aanbod verder onder druk zet. Kleine boeren bezitten ongeveer 40 procent van alle plantages in Maleisië en Indonesië, waardoor hun rol in de toeleveringsketen cruciaal is. Geraamd wordt dat de gezamenlijke export van beide landen de volgende vijf jaar met mogelijk 20 procent zou kunnen dalen.

“De productie door de kleine boeren wordt mogelijk overschat, omdat de staat van de bomen en het tempo van herbeplanting slechter zijn dan de officiële cijfers doen vermoeden”, merken experts op. Het areaal met bomen die de leeftijd van twintig jaar zijn gepasseerd en daarmee voorbij hun productieve hoogtepunt zijn geraakt, blijkt snel te groeien. Uitstel van herbeplanting en hogere verplichtingen voor biodiesel in Indonesië betekenen dat de export van de twee producenten verder zal teruglopen.

Experts schatten dat meer dan de helft van de bomen op Maleisische kleinschalige plantages ver voorbij hun piekproductie zijn. Dat aandeel ligt beduidend hoger dan het aandeel van 37 procent dat door de Maleisische overheid wordt aangegeven.

“De toevoer van palmolie wordt krapper”, zeggen de experts. “Dit is niet alleen een probleem in Maleisië, maar ook in Indonesië. Hoewel de Indonesische palmindustrie jonger is, zullen ook daar binnen vijf jaar dezelfde problemen opduiken.”

In Indonesië was in oktober vorig jaar slechts 10 procent gerealiseerd van de doelstellingen die in 2016 naar voor werden geschoven om over een periode van tien jaar 2,5 miljoen hectare te herbeplanten. Inmiddels is ruim een derde van de oliepalmen – zowel bij kleine boeren als op industriële plantages – op of voorbij de productieve leeftijd. Volgend jaar zal het areaal met bomen ouder dan 21 jaar volgens het Indonesische staatsbedrijf Riset Perkebunan Nusantara (RPN) met 11 procent toenemen.

Inkrimping

Op basis van schattingen van sectororganisaties in beide landen kan de gezamenlijke export tegen 2030 tot ongeveer 37 miljoen ton dalen. Daarmee zou de productie tegenover vorig jaar met een vijfde zijn ingekrompen. Voor Indonesië wordt zelfs een daling van bijna een derde verwacht.

Wereldwijd zal de vraag naar palmolie tegen het midden van deze eeuw met 50 miljoen ton toenemen. Dat vertegenwoordigt een jaarlijkse productiegroei van minstens 2 procent. Maar door verouderde bomen en een trage herbeplanting ligt de verwachte groei op slechts 1,5 procent per jaar. Dit vormt een schril contrast met de decennia van explosieve groei in het verleden. De krapper wordende markt voor palmolie drijft ook de prijzen van alternatieven op basis van onder meer soja, raapzaad en zonnebloemen op. 

De prijsverhouding tussen palmolie en sojaolie is in korte tijd omgeslagen. In 2023 was palmolie gemiddeld nog 160 dollar per ton goedkoper dan sojaolie. Voor klanten betekende palmolie op dat ogenblik de goedkopere optie. Maar vorig jaar was palmolie al gemiddeld 39 dollar per ton duurder worden dan sojaolie. Door de krapte op de markt is palmolie binnen de sector alvast tijdelijk een premiumproduct geworden, terwijl het product traditioneel een goedkope plantaardige olie vertegenwoordigde.

Uit interviews met een aantal kleinschalige Maleisische boeren blijkt dat de meesten hun bomen niet vervangen zolang de prijzen hoog zijn. Vele boeren hebben immers geen ander inkomen en stellen de herbeplanting dan ook zo lang mogelijk uit. De kleinschalige plantages werden meestal in de jaren negentig van de voorbije eeuw en het begin van deze eeuw aangelegd, waardoor het areaal nu ongeveer 25 jaar oud is en eigenlijk vervangen moeten worden.

Maar niet alleen de plantages verouderen, ook bij de boeren moet er een duidelijke vergrijzing worden vastgesteld. De kinderen van de palmolieboeren zijn in veel gevallen naar de stad uitgeweken, waardoor ook de nodige arbeidskracht ontbreekt. De herbeplantingsgraad in Maleisië ligt al jaren op ongeveer 2 procent. Dat is amper de helft van het overheidsdoel. Zelfs met een overheidssubsidie voor de helft van de kosten, schuwen veel boeren extra leningen. In Indonesië zijn de subsidies verdubbeld, maar bureaucratische hindernissen maken het moeilijk het geld te ontvangen.

Posted in grondstoffen, voeding & horeca | Reacties uitgeschakeld voor Oude bomen en vergrijzende boeren wegen op aanvoer palmolie

Zwitserse luxehorloges belangrijk slachtoffer Amerikaanse invoerheffingen

Posted by managing21 on augustus 5th, 2025

De Zwitserse fabrikanten van luxehorloges dreigen een belangrijk slachtoffer te worden van de belastingen die de Amerikaanse president Donald Trump heeft opgelegd aan de invoer Zwitserse producten. De sector voerde vorig jaar voor 26 miljard Zwitserse frank (33 miljard dollar) uit, maar staat al onder druk van een sterke Zwitserse frank en een dalende wereldwijde vraag. De export van Zwitserse horloges lijkt door de problemen af te stevenen op het laagste niveau sinds de coronapandemie begin dit decennium.

Zwitsers producten die in de Verenigde Staten worden ingevoerd, moeten een importheffing van 39 procent betalen. “De impact van deze heffingen kan voor tal van merken in Zwitserland, verwoestend zijn”, benadrukt Jean-Philippe Bertschy, analist bij het bureau Vontobel. Nick Hayek, topman van Swatch, heeft inmiddels de Zwitserse president Karin Keller-Sutter opgeroepen om met zijn Amerikaanse collega Donald Trump over een beperking van die heffingen te gaan praten.

De Verenigde Staten zijn de belangrijkste buitenlandse markt voor Zwitserse horloges. Volgens de Fédération de l’Industrie Horlogère Suisse vertegenwoordigen de Verenigde Staten 16,8 procent van de export – ter waarde van 4,4 miljard frank – van Zwitserse horloges. 

Nick Hayek, chief executive van de Zwitserse Swatch Group, beklemtoonde in een reactie dat zijn bedrijf zich aan deze nieuwe situatie probeert aan te passen. “Swatch – de grootste Zwitserse horlogemaker gemeten naar verkoopaantallen – heeft leveringen naar de Verenigde Staten vervroegd om op de heffingen te anticiperen, richt zich op Amerikaanse klanten die in het buitenland reizen en heeft de prijzen verhoogd”, benadrukte Hayek.

Donald Trump wil met zijn invoerheffingen onder meer de productie van goederen naar de Verenigde Staten te halen, maar dat is voor de Zwitserse horlogemakers bijzonder moeilijk. Zwitserse horloges moeten immers voor 60 procent in Zwitserland worden vervaardigd. “Wij produceren alles in Zwitserland, niet in China”, beklemtoonde Hayek. “Dit brengt hoge kosten met zich mee. Bijkomende invoerrechten van 39 procent, kunnen door de sector niet meer worden geabsorbeerd. De prijzen gaan dus zeker omhoog.” Hayek gaf daarbij echter geen exacte percentages mee.

Swiss Made

Swatch – eigenaar van merken als Omega, Tissot en Longines – verhoogde de prijzen in april al met 5 procent, nadat Trump voor de eerste keer hogere invoerheffingen had aangekondigd. Het bedrijf stuurde toen extra voorraden naar de Verenigde Staten, waardoor Swatch momenteel drie tot zes maanden voorraad in zijn Amerikaanse magazijnen en winkels heeft. Deze voorraad biedt aan het bedrijf een tijdelijke buffer. Volgens Hayek kan de sector in de Verenigde Staten echter vooralsnog steeds op een sterke vraag rekenen.

Jean-Philippe Bertschy waarschuwt echter dat de hogere voorraden slechts tijdelijk lucht geven. “Horloges uit het hoogste marktsegment kunnen extra kosten makkelijker doorberekenen dan exemplaren uit het middenniveau of instapmodellen”, verduidelijkt hij. “De sector zal hopen en bidden dat de heffingen omlaag kunnen naar een niveau van 15 procent, dat ook voor de Europese Unie geldt. Als het niveau op 39 procent blijft, dreigt voor de industrie een rampzalige evolutie.”

De uurwerkindustrie is na de chemische en farmaceutische industrie en de machinebouw de derde grootste exportsector. Horloges vertegenwoordigden vorig jaar 9 procent van de Zwitserse export. “Een voordeel is wel de flexibiliteit in de verkoopkanalen”, stipt Hayek. “Amerikaanse klanten kunnen in het buitenland – onder meer op cruiseschepen of in toeristische hotspots – worden bediend. Klanten zijn mobiel. Toen China luxebelastingen invoerde, weken Chinese kopers uit naar Macau en Hongkong. Amerikanen reizen de hele wereld over. Ze blijven kopen, ook wanneer de prijzen in de Verenigde Staten worden verhoogd.”

Yves Bugmann, voorzitter van de Yves Bugmann, voorzitter van de Zwitserse horlogefederatie, benadrukte dat het label Swiss Made in de genetische industrie van de uurwerkindustrie verweven zit. “Onze geschiedenis en expertise zijn uniek”, stipte hij aan. “Het is ondenkbaar dat we dit opgeven of verwateren. Bugmann benadrukt dat de sector in Amerikaanse retailnetwerken en opleidingen investeert en dat de tarieven ook de Amerikaanse economie indirect zullen schaden.

De Zwitserse regering heeft inmiddels gezegd bereid te zijn een aantrekkelijker aanbod te doen in de handelsgesprekken met de Verenigde Staten.

Posted in retail | Reacties uitgeschakeld voor Zwitserse luxehorloges belangrijk slachtoffer Amerikaanse invoerheffingen

Geopolitieke onzekerheid leidt tot pieken in Europese elektriciteitsprijzen

Posted by managing21 on augustus 2nd, 2025

Geopolitieke schokken hebben op de prijsexplosies op de Britse en Europese elektriciteitsmarkten een veel grotere invloed dan extreme weersomstandigheden. Bovendien blijken deze schokken vooraf voorspelbaar. Dat blijkt uit een onderzoek van wetenschappers aan de Bayes Business School in Engeland en de Università di Bergamo in Italië, gebaseerd op een analyse waarbij tussen 2006 en 2024 data uit twaalf Europese groothandelsmarkten voor elektriciteit werden bestudeerd.

De onderzoekers stelden tijdens die periode twee opvallende en plotselinge prijspieken die volgens de definitie als bubbels kunnen worden omschreven. Een eerste periode werd in oktober 2021 opgetekend. Toen gaf de Russische president Vladimir Poetin opdracht aan Gazprom om de gasleveringen aan Europa terug te schroeven ten gunste van de binnenlandse markt. Een tweede piek situeerde zich in 2022 onmiddellijk na de Russische inval in Oekraïne. Beide gebeurtenissen leidden tot een forse terugval in de aanvoer van aardgas, een cruciale energiebron – vooral tijdens de piekvraag – voor de opwekking van elektriciteit.

“De studie toont dat een toename van één punt op de geopolitieke risico-index de kans op een elektriciteitsbubbel met meer dan 8 procent verhoogt”, verduidelijken de onderzoekers Elisabetta Pellini en Peter Cincinelli. “Dit is een aanzienlijk effect en onderstreept hoe gevoelig de elektriciteitsprijzen voor internationale politieke spanningen – zoals oorlogen, sancties of dreigende conflicten – zijn.” Aangezien elektriciteitsmarkten afhankelijk zijn van aardgas – vaak geïmporteerd uit geopolitiek instabiele regio’s – leiden onzekerheden in die gebieden tot verstoringen in de aanvoer, en dus prijsopdrijving.

Daartegenover staat dat een temperatuurstijging van één graad Celsius de kans op een bubbel slechts met 0,15 procent verhoogt. De verklaring hiervoor is logisch, want bij warm weer stijgt de elektriciteitsconsumptie door toenemend gebruik van airconditioning. Maar deze stijging is veel geleidelijker en voorspelbaarder en het effect op de prijsdynamiek is daardoor kleiner dan bij abrupte geopolitieke verstoringen.

Sterkere wind daarentegen verlaagt de kans op prijsexplosies met 2,28 procent, aangezien hierdoor de productie van windenergie toeneemt. Ook een grotere regenval heeft een dempend effect op de prijsbubbels, aangezien zwaardere neerslag waterkracht en kernenergie ondersteunt. Opmerkelijk genoeg blijkt er geen significant verband te bestaan tussen industriële productie en het ontstaan van prijsbubbels.

Hervormingen

Volgens moeten overheden en energiebedrijven dit onderzoek zien als een extra aansporing om in te zetten op hervormingen en een verduurzaming van de energiemarkt. “We tonen dat elektriciteitsmarkten kwetsbaar zijn voor zowel geopolitieke schokken als klimaatfluctuaties”, stipt Elisabetta Pellini aan. “Overheden kunnen hun burgers beter beschermen en instabiliteit voorkomen door te investeren in hernieuwbare energie, energieopslag en slimme netwerken.”

“De Europese Unie moet werk maken van hervormingen die gericht zijn op meer flexibiliteit en grensoverschrijdende elektriciteitshandel. Tegelijkertijd moeten landen hun afhankelijkheid van aardgas verminderen door energiebesparing te stimuleren, intelligente meters uit te rollen en dynamische prijssystemen te introduceren.”

Volgens Peter Cincinelli biedt het model achter het onderzoek ook praktische voordelen. “Het bleek immers mogelijk om prijsexplosies met hoge nauwkeurigheid te voorspellen”, benadrukt hij. “Dit betekent dat het model als een vroegtijdig waarschuwingssysteem voor overheden, toezichthouders en marktspelers kan fungeren.”

Tegelijkertijd waarschuwt Cincinelli voor nieuwe geopolitieke risico’s in de energietransitie. “Hoewel het aandeel hernieuwbare energie groeit, blijft Europa afhankelijk van grondstoffen waarvan de wereldwijde aanvoer sterk geconcentreerd is in landen zoals China en ontwikkelingslanden zoals Tsjaad”, beklemtoont hij. “Daarom moet de Europese productiecapaciteit voor duurzame energie worden uitgebreid. Die capaciteit is momenteel grotendeels uitbesteed aan andere werelddelen, terwijl we in Europa kampen met een tekort aan technisch geschoolde arbeidskrachten en een vergrijzende bevolking.”

Uit de studie blijkt dat de geopolitieke risico per land sterke verschillen kunnen vertonen. Het grootste risico werd opgetekend in het Verenigd Koninkrijk (0,99 punten), gevolgd door Frankrijk (0,53 punten) en Duitsland (0,44 punten). Het kleinste risico werd daarentegen geregistreerd in Portugal (0,02 procent). De onderzoekers waarschuwden wel dat Portugal, net zoals andere Zuid-Europese landen, kwetsbaar is voor extreme hitte.

De duur van de prijspieken vertoont eveneens belangrijke verschillen.Italië en Nederland kenden bubbels van respectievelijk vijftig en vierenveertig weken, terwijl Zweden slechts negen weken werd getroffen. “Dat verschil houdt rechtstreeks verband met de elektriciteitsmix”, werpen de onderzoekers op. “Landen die sterk afhankelijk zijn van aardgas zijn gevoeliger voor prijspieken, terwijl naties met veel waterkracht of kernenergie minder kwetsbaar zijn.”

Posted in energie | Reacties uitgeschakeld voor Geopolitieke onzekerheid leidt tot pieken in Europese elektriciteitsprijzen

Amerikaanse invoerheffingen ondermijnen winst Rio Tinto

Posted by managing21 on augustus 2nd, 2025

De Rio Tinto Group werd tijdens de eerste helft van dit jaar met een winstdaling geconfronteerd. Dat heeft het concern bekend gemaakt. De grootste mijnbouwbedrijven ter wereld kampen met stagnerende grondstoffenprijzen, terwijl de handelsonzekerheid rond het beleid van de Amerikaanse president Donald Trump de vraag onder druk zet.

Rio Tinto boekte tijdens de eerste helft van dit jaar een winst van 4,8 miljard dollar. Dat is 16 procent lager dan dezelfde periode vorig jaar. De omzet bleef ongeveer status-quo op 26,87 miljard dollar.

De prijs van ijzererts, de belangrijkste grondstof van Rio Tinto, is tijdens de eerste helft van dit jaar. Tegelijkertijd bedreigt de handelsoorlog van Trump ook de vraag naar andere essentiële metalen zoals aluminium en koper. “Geopolitieke spanningen en handelsbarrières blijven op korte termijn economische risico’s”, beklemtoonde Rio Tinto. Het bedrijf wees ook op aanhoudende zwakte op de vastgoedmarkten in zowel China als de Verenigde Staten.

Rio Tinto blijft sterk afhankelijk van ijzererts, maar gaf aan dat de prijzen voor het product – een belangrijke component van staal – 13 procent op een lager niveau stond dan tijdens de eerste helft van vorig jaar. Ook heeft het bedrijf moeite om de levering van hoogwaardig ijzererts vanuit zijn verouderende mijnen op peil te houden.

Inmiddels heeft Rio Tinto Simon Trott, hoofd van de ijzerertsdivisie van het concern, als nieuwe chief executive aangesteld. Trott moet het bedrijf vereenvoudigen, de kosten terugdringen en de focus leggen op de meest rendabele bedrijfsonderdelen, terwijl tegelijkertijd grote groeiprojecten in uitvoering zijn.

Hoewel het merendeel van de inkomsten uit ijzererts komt, produceert Rio Tinto ook koper, aluminium en lithium. De ambitieuze uitbreiding in lithium – waaronder de overname van Arcadium Lithium ter waarde van 6,7 miljard dollar – heeft de nettoschuld van Rio Tinto opgestuwd naar 14,6 miljard dollar. Het bedrijf herhaalde zijn investeringsverwachting van 11 miljard dollar dit jaar. Daarmee zouden die investeringen het hoogste niveau sinds 2013 laten optekenen. Daarmee wil het bedrijf zijn grondstoffenportefeuille verbreden en de productie van ijzererts op peil houden.

De afvlakkende vraag naar ijzererts in China heeft ervoor gezorgd dat de prijs al geruime tijd onder het niveau van 100 dollar per ton blijft. Deze evolutie drukt op de winstgevendheid. Daarnaast heeft Rio Tinto al eerder aangegeven dat de invoerheffingen van Donald Trump ruim 300 miljoen dollar aan extra kosten hebben veroorzaakt voor de aluminiumdivisie van het bedrijf in Canada.

Posted in grondstoffen | Reacties uitgeschakeld voor Amerikaanse invoerheffingen ondermijnen winst Rio Tinto

Strijd tegen witwassen is voor banken moeilijke opdracht

Posted by managing21 on augustus 2nd, 2025

Met steeds geavanceerdere methoden om geld wit te wassen reageren banken wereldwijd met harde tegenmaatregelen. Die aanpak treft echter steeds vaker ook onschuldige consumenten, wiens rekeningen zonder uitleg worden bevroren. Dat is de conclusie van een onderzoek van wetenschappers aan de University of Maryland en de Università degli Studi di Sassari, gebaseerd op een analyse van financiële documenten en nieuwsberichten.

Uit het onderzoek blijkt onder meer dat de controlemaatregelen van de banken geavanceerder, duurder en indringender zijn geworden, zonder dat er bewijs is dat het witwassen van geld sinds 1989 – het jaar waarin het internationale toezicht werd opgezet – daadwerkelijk is afgenomen. “Landen zoals de Verenigde Staten, die het systeem initieerden, hebben belangrijke onderdelen van de regelgeving nooit ingevoerd”, benadrukt onderzoeksleider Peter Reuter, professor criminologie aan de University of Maryland. “Terwijl sommige banken doorschieten in handhaving, kijken andere bij verdachte transacties een andere richting uit.”

“De resultaten van de wereldwijde inspanningen tegen het witwassen variëren van teleurstellend tot ronduit erbarmelijk,” zegt Reuter. De studie wordt door de Jason Sharman, professor politicologie aan de University of Cambridge omschreven als een mijlpaal in het onderzoek naar witwassen. Volgens de auteurs kunnen wetenschappers en beleidsmakers het zich niet langer veroorloven dit onderwerp te negeren.

De onderzoekers kwamen onder meer tot de vaststelling dat aan de moderne technieken voor toezicht hoge prijzen zijn verboden. “Banken spenderen jaarlijks honderden miljarden dollars aan systemen die criminele geldstromen moeten onderscheppen, maar minder dan 5 procent van dat geld wordt uiteindelijk teruggehaald”, beklemtoont Reuters. “De rest – vermoedelijk biljoenen dollars – blijft buiten beeld. De rekening daarvan komt terecht bij de gewone klant.”

Levenslange gevolgen

De onderzoekers stellen verder dat de banken in hun ijver vaak onschuldige buitenlanders treffen. Door onzekerheid over de herkomst van het geld op de rekeningen wordt door de banken vaak geweigerd de gevraagde transacties uit te voeren. Volgens Jeff Rowes, advocaat bij het Institute for Justice in Washington, worden ook kleine ondernemers door de Amerikaanse witwasregels zwaar geraakt. Hij vertegenwoordigt geldtransactiekantoren nabij de Mexicaanse grens die verplicht zijn om de identiteit van zelfs kleinschalige klanten te registreren en te melden aan de overheid. “Mijn cliënten verliezen door dit systeem vele klanten,” zegt hij.

Tegelijkertijd blijkt uit het onderzoek dat sommige banken bewust de andere kant op kijken. Zo moest de TD Bank vorig jaar 3 miljard dollar betalen vanwege haar rol in het doorlaten van 670 miljard dollar aan crimineel geld, waaronder fondsen van drugskartels. “Banken nemen dat risico soms bewust”, merken de onderzoekers op. “De regelgeving is zwak, strafzaken zijn zeldzaam en onderzoeken duren zo lang dat verantwoordelijke leidinggevenden vaak al elders werken.”

De onderzoekers erkennen echter ook wel dat een harde aanpak ook effect kan hebben. “Sommige verdachte transacties leidden daadwerkelijk tot arrestaties van drugscriminelen”, werpen ze op. “Maar de collateral damage is reëel. Rekeninghouders – vooral mensen die in een precaire situatie verzeild zijn geraakt – kunnen hierdoor niet langer aan hun geld. Op die manier komt ook hun levensonderhoud in het gedrang. Ook wanneer de naam van een rekeninghouder onterecht op een zwarte lijst is geplaatst, moet de betrokkene levenslang met mogelijke gevolgen rekening houden.”

Posted in financiën | Reacties uitgeschakeld voor Strijd tegen witwassen is voor banken moeilijke opdracht

Luchtvaartsector profiteert van reislust welvarend publiek

Posted by managing21 on augustus 2nd, 2025

De winst van International Airlines Group (IAG), het moederbedrijf van onder meer British Airways en Iberia, is in de eerste helft van dit jaar met ruim 43 procent gestegen. Dat heeft de luchtvaartgroep bekend gemaakt. De groei komt vooral op het conto van reizigers die veel besteden, zoals zakenreizigers en passagiers in eerste klas. Zij lijken zich weinig aan te trekken van de economische onzekerheid rond de handelspolitiek van de Amerikaanse president Donald Trump.

IAG boekte tijdens de eerste helft van dit jaar een operationele winst van 1,9 miljard euro, met een sterker dan verwachte tweede kwartaal. Ondanks geopolitieke spanningen en Amerikaanse importtarieven kende IAG naar eigen zeggen een aanhoudend sterke vraag naar vliegreizen. Het concern – dat naast British Airways ook Iberia, Vueling, Aer Lingus en Level omvat – meldt dat vooral de verkoop van plaatsen in de duurdere segmenten, zoals business class, de afname in Amerikaanse boekingen in economy-class gedeeltelijk heeft gecompenseerd.

De luchtvaartsector kijkt al enige tijd bezorgd naar het Amerikaanse handelsbeleid, zeker op de lucratieve transatlantische routes. Eerder waarschuwden Amerikaanse maatschappijen voor een dalende vraag, maar hun Europese collega’s blijven opvallend veerkrachtig. Ook Lufthansa en Air France-KLM hebben een winstgroei gemeld.

Sterke reisbehoefte

IAG profiteert al sinds het einde van de coronapandemie van een sterke vraag naar luxereizen, vooral op routes over de Atlantische Oceaan. In de eerste helft van dit jaar steeg de opbrengst per stoelkilometer op die routes met 5,4 procent. Dat is bijna het dubbele van de gemiddelde groei (2,9 procent) over het gehele netwerk. De totale kwartaalomzet van de luchtvaartgroep steeg met 8 procent naar 15,9 miljard euro. Vooral de markten in het Noord-Atlantisch gebied, Latijns-Amerika en Europa lieten goede prestaties optekenen.

Luis Gallego, topman van International Air Group, verklaarde dat de sterke prestaties van het concern het resultaat zijn van een blijvende vraag naar reizen en de transformatie die het bedrijf doormaakt. Volgens hem is er sprake van een structurele verschuiving in consumentengedrag, waarbij reizen in de bestedingen een steeds grotere rol speelt. De winst over het tweede kwartaal bedroeg 1,68 miljard euro. Dat betekende een stijging met 35 procent tegenover dezelfde periode vorig jaar.

Het bedrijf blijft ook positief over de rest van het jaar en zegt een verdere winstgroei, verbeterde marges en aantrekkelijke rendementen voor aandeelhouders te verwachten. Tegelijkertijd zegt het concern alert te blijven voor risico’s uit de geopolitieke en macro-economische omgeving.

De resultaten onderstrepen dat het vooral de zakelijke en welvarende reiziger is die de luchtvaartsector momenteel overeind houdt. Terwijl prijsgevoelige passagiers in de Verenigde Staten voorzichtiger lijken te worden, blijft de bereidheid om te betalen voor comfort en snelheid onverminderd hoog. Met een focus op premiumklanten, een gespreid netwerk en sterke merken lijkt IAG naar eigen zeggen goed gepositioneerd om ook in onzekere tijden te blijven profiteren van de hernieuwde wereldwijde reislust.



Posted in luchtvaart & ruimtevaart | Reacties uitgeschakeld voor Luchtvaartsector profiteert van reislust welvarend publiek

Amerikaanse regering vindt uitstoot koolstofdioxide geen bedreiging

Posted by managing21 on augustus 2nd, 2025

De toename van koolstofdioxide in de atmosfeer is helemaal niet problematisch. Dat is de boodschap van een rapport van de Climate Working Group van het Amerikaanse ministerie van energie. Met deze conclusie wijkt de Amerikaanse overheid echter af van de brede wetenschappelijke consensus over de risico’s van klimaatverandering.

In het rapport wordt onder meer gesteld dat de stijgende niveaus aan koolstofdioxide de aarde helpen vergroenen, waardoor de landbouwopbrengsten zouden worden verhoogd. Tevens wordt aangevoerd dat de verminderde alkaliniteit van oceanen een positief effect zou zijn. Kritische klimaatwetenschappers wijzen echter op het feit dat de verzuring van de oceanen wereldwijd als een bedreiging voor de mariene ecosystemen wordt bestempeld.

Het rapport beweert verder dat klimaatverandering als gevolg van menselijke activiteiten economisch minder schadelijk zou zijn dan algemeen aangenomen, en dat ambitieuze klimaatmaatregelen mogelijk meer schade aanrichten dan voorkomen. Tevens werd getuggereerd dat natuurlijke cycli en zonnevariabiliteit mogelijk een groter aandeel hebben in de opwarming van de aarde dan het gebruik van fossiele brandstoffen. Verder wordt gesteld dat de zeespiegel niet stijgt, ondanks het smelten van gletsjers en poolijs.

Het rapport werd samengesteld door John Christy, Judith Curry, Steven Koonin, Ross McKitrick en Roy Spencer. Allen werden benoemd door Chris Wright, de huidige Amerikaanse minister van energie en een voormalig ondernemer in de fracking-industrie. De auteurs worden algemeen beschouwd als klimaatsceptici.

Volgens Judith Curry, een van de auteurs van de studie, vormt het rapport slechts het begin van een uitgebreider proces waarin publieke feedback wordt verzameld, waarop zal worden gereageerd en dat uiteindelijk moet leiden tot een langer rapport dat als einddocument kan dienen. “Het uiteindelijke doel is het verbreken van de koppeling tussen energiebeleid en door de mens veroorzaakte klimaatverandering”, beklemtoonde Curry.

Geen evenwichtige weergave

Critici wijzen erop dat het rapport geen evenwichtige weergave is van de beschikbare wetenschappelijke kennis. Opgemerkt wordt daarbij dat de bevindingen van de Climate Working Group sterk lijken op de misleidende klimaatbeweringen die Chris Wright in de loop der jaren heeft gedaan en de marginale standpunten die hij heeft uitgedragen. “Een groot deel van het rapport is gebaseerd op de omstreden beweringen van de auteurs zelf, onderzoek dat is gefinancierd door de industrie van de fossiele brandstoffen of beweringen van groeperingen die tegen de klimaatregulering zijn”, zeggen tegenstanders.

Daarnaast beklemtonen de critici dat een aantal van de belangrijkste beweringen van de Climate Working Group al jaren geleden zijn ontkracht. Hoewel het rapport ook vaak verwijst naar mainstream klimaatonderzoek, hebben een aantal van de geciteerde wetenschappers al gezegd dat hun werk verkeerd is weergegeven. Robert Kopp, klimaatwetenschapper aan de Rutgers University, benadrukte daarbij dat slechts weinig wetenschappers het eens zijn met de verstrekkende beweringen van de auteurs.

Volgens Andrew Dessler, klimaatwetenschapper aan de Texas A&M University is het rapport een pleidooi ter verdediging van koolstofdioxide. “Het doel is niet om objectief bewijs te wegen, maar wel om eenzijdig de onschuld van koolstofdioxide te bepleiten”, stipte hij aan. Ook Michael Mann, klimaatwetenschappers aan de University of Pennsylvania, zegt dat het rapport totaal geen interesse heeft getoond in een eerlijk wetenschappelijk discours. “In plaats daarvan fungeren ze als loyale soldaten in de voortdurende oorlog tegen wetenschap, gevoerd door vervuilers, olierijke staten en plutocraten en de politicidie hun belangen behartigen”, voert hij aan.

Het rapport komt op een moment dat de regering van de Amerikaanse president Donald Trump ernaar streeft om op grote schaal banen op het gebied van klimaatbeleid te schrappen door miljarden dollars aan klimaatonderzoek, wetenschappelijke afdelingen bij meerdere instanties, klimaatinformatie van de overheid en instrumenten voor het verzamelen van klimaatgegevens, waaronder satellieten die nu in een baan om de aarde draaien, te schrappen.

De Amerikaanse regering heeft ook een einde gemaakt aan het werk van de National Climate Assessment, een rapport over de klimaatomstandigheden dat door honderden wetenschappers is opgesteld. Eerdere versies van het rapport werden van overheidswebsites verwijderd.

Posted in milieu | Reacties uitgeschakeld voor Amerikaanse regering vindt uitstoot koolstofdioxide geen bedreiging

China lanceert eerste volledig elektrische passagiersboot

Posted by managing21 on augustus 2nd, 2025

China heeft zijn allereerste volledig elektrische passagiersschip in gebruik genomen. Het vaartuig, uitgerust met een maritiem batterijsysteem van de Chinese batterijfabrikant Contemporary Amperex Technology Limited (Catl), deed zijn maidentocht in de Baai van Xiamn. Het schip – de Yujian 77 – werd ontworpen voor milieuvriendelijke, kustgebonden toeristische vaarten en heeft een actieradius van honderd kilometer.

De Yujian 77 is 49 meter lang en 14,5 meter breed en biedt plaats aan maximaal 358 passagiers. De topsnelheid bedraagt 20 kilometer per uur. Het schip werd mede ontwikkeld door Catl, dat het vaartuig voorzag van een batterijsysteem met een totale capaciteit van 3.918 kilowattuur. Dit stelt het vaartuig in staat om per lading ongeveer 100 kilometer af te leggen, waarbij de reizigers een rustige en emissievrije vaart – zonder motorgeluiden en uitlaatgassen – wordt gegarandeerd.

Volgens schattingen zal de inzet van het elektrische schip leiden tot een jaarlijkse besparing van ongeveer 250 ton aan brandstof en een reductie van meer dan 400 ton koolstofdioxide aan uitstoot, vergelijkbaar met de koolstofopname van meer dan 20.000 bomen per jaar. Catl verstevigt hiermee zijn positie als wereldmarktleider in aandrijfbatterijen. In de eerste helft van 2025 had het bedrijf een aandeel van 43,05 procent op de Chinese markt. Tijdens die periode installeerde Catl in totaal 128 gigawattuur aan batterijcapaciteit.

De Yujian?77 werd ontwikkeld door Fujian Funing Shipbuilding Heavy Industry, in samenwerking met Catl en een aantal partners in Xiamen. De eerste proefvaarten vonden plaats op de rivier Saijiang. Het schip is een catamaran met drie verdiepingen en is uitgerust met twee elektromotoren van elk 450 kilowatt. De Yujian 77 is geschikt voor dagcruises, avondtochten, sightseeing, lichte catering, zakelijke bijeenkomsten en luxe charterdiensten in de wateren rond Xiamen en Fuzhou.

Het schip moet een symbool vormen voor het Chinese streven naar duurzame toerisme-infrastructuur. Catl beschouwt dit schip als onderdeel van een bredere verschuiving in de richting van het elektrisch transport, dat ook gericht is op andere maritieme toepassingen en de luchtvaart.

De keuze voor Xiamen is geen toeval. De stad ligt in de economische frontlinie van Zuid-China en vormt, samen met Fuzhou, het hart van de Fujian Free Trade Zone, een gebied dat wordt ingezet om pioniersprojecten dankzij een versoepelde regelgeving en nieuwe financieringsmodellen te versnellen. De bouw van de Yujian?77 gebeurde met een investeringsstructuur die het risico over lokale financiële instellingen en overheidsgelden spreidt. Dat maakt het model aantrekkelijk voor navolging in andere kuststeden, zoals Qingdao en Shenzhen.

Door elektrische scheepvaart rendabeler te maken voor commerciële exploitanten, willen de betrokkenen de technologie sneller op de markt te laten doorbreken. Tegelijkertijd moet het project de lokale maakindustrie stimuleren. De scheepsbouw, elektronica, ontwerpstudio’s en onderhoudsdiensten profiteren immers van de nieuwe vraag en de aanwezige technische kennis. Volgens de stad Xiamen zijn er inmiddels meer dan 300 banen direct of indirect aan het project gekoppeld.

Posted in scheepvaart | Reacties uitgeschakeld voor China lanceert eerste volledig elektrische passagiersboot